Printen

Signalen 11

 

R. Sollie-Sleijster

18-04-15

 

Lauwe gereformeerde leven zet Bonhoeffer te veel naar zijn hand – RD 11/04/2015

(vervolgartikel – zie Signalen 10 slot)

 

Bonhoeffers denken wordt tegenwoordig vrijwel kritiekloos aanvaard. Dr. C.A. Van der Sluijs wees op de waarschuwing van dr. W. Aalders voor de 'aan ketterij grenzende theologie van Bonhoeffer'. Het zou in de richting gaan van dopers denken.

Dr G.C. den Hertog bestrijdt dit. Maar, zo stelt dr. Van der Sluijs, in zijn Ethik spreekt Bonhoeffer uitvoerig over de voorlaatste en laatste dingen en concretiseert die zeer sterk, al doet hij dit wel als spiegelbeeld van de ideologie van het derde rijk. Het Koninkrijk van God heeft evenwel geen machtsvertoon nodig. Dr. Aalders maakte onderscheid tussen de theologie van de glorie en die van het kruis en was daarbij zeer beducht voor doperse invloeden.

 

Kerk en wereld

De kleine kudde wordt bij Bonhoeffer gekenmerkt door vruchtdragen en kruislijden.

Bonhoeffer stelt: 'de kerk is vrij voor de wereld', waar Karl Barth zei: 'de kerk is vrij van de wereld'.

De relatie met Barth is zichtbaar, ook al deelt Bonhoeffer niet het openbaringsoptimisme van Barth. Maar wel zegt hij in zijn Ethik: 'Omdat Jezus – het leven, ons leven – als de mens geworden Zoon van God plaatsbekledend voor ons geleefd heeft, daarom is al het menselijke leven door hem in wezen plaatsbekledend leven.' Hij zet de plaatsbekleding in een sociologisch kader en daarmee raakt de theologische notie uit balans. 'De kerk is er niet voor de wereld, maar voor God. De bruidsgemeente is er voor de Bruidegom en zo kan zij er zijn voor de wereld.', zo benadrukt dr. Van der Sluijs.

Het universalisme van Barth werkt door in het denken van Bonhoeffer en dr. Den Hertogs opmerking dat de eerste vraag is of iemand Christus kent en liefheeft en dat de theologie daaraan ondergeschikt is, keert Van der Sluijs liever om. In de gereformeerde theologie gaat het om de eer van God en daarom ook over het kennen en liefhebben van Christus. De slogan 'niet de leer, maar de Heer' vindt dr. Van der Sluijs zeer gevaarlijk, al is dit verwijt niet gericht op zijn opponent. De theologie is geen program dat wij uitvoeren, maar in de theologie is wel ons leven.

 

Lauw

Dr. Den Hertog stelt dat het Bonhoeffer niet gaat om een verwereldlijkte kerk, maar dr. Van der Sluijs weerlegt: het gaat Bonhoeffer uiteindelijk wel om een 'verkerkelijkte' wereld.

Bonhoeffer ziet Gods verkiezing algemeen en niet particulier. Deze algemene verzoening is een aperte ketterij en dit barthianisme van Bonhoeffer beheerst volgens dr. Van der Sluijs teveel diens theologie. In ons lauwe gereformeerde leven van vandaag acht hij dit zeer gevaarlijk. De gereformeerde theologie staat hier diametraal tegenover!

De gearriveerde christen komt dr. Van der Sluijs niet bij Bonhoeffer tegen, maar wel in onze leefwereld. Bonhoeffer werkt voor deze christenen alleen maar bevestigend. Daarom is voor hen is de heiliging niet het eerste wat nodig is, maar de rechtvaardiging. Dan volgt de heiliging vanzelf.

Dr. Van der Sluijs wijst er tenslotte op dat de genade voor Bonhoeffer niet vanzelfsprekend was, maar dat zijn theologie onder ons wel min of meer wel zo werkt. Daarom heeft Bonhoeffer minstens enkele vertaalslagen nodig.

 

Bijbel is een getuigenis, geen verslag – RD 11/04/2015

 

Op een studiedag over zijn boek 'Een lichtkring om het kruis' stelt dr. A. van de Beek (hoogleraar theologie aan de VU) dat we de bijbel niet als een historisch verslag kunnen lezen. De bijbel spreekt pas tot ons als we hem lezen als een getuigenis over God. Toch stelt dr. Van de Beek dat hij de Bijbel van kaft tot kaft als het Woord van God erkent. Maar niet zoals de 'scheppingstheologie' dat doet. Die heeft de neiging om alle teksten te lezen als letterlijke historische verslagen. Dat geeft problemen die je alleen 'van je af kunt houden door ze te negeren en veel teksten te vergeten'. We staan nu voor grotere problemen in de kerk: de miljarden lichtjaren, de vele doden in Syrië, de islam, de evolutie. Laten we de geologen en evolutiebiologen gewoon hun werk laten doen, zo roept prof. Van de Beek zijn publiek op.

 

Eerste dingen en Onbereikbare verten

Dr. R.T. te Velde, recent benoemd tot docent aan de TU in Kampen en de ETF in Leuven, merkte op dat de concentratie op Christus kenmerkend is voor prof. Van de Beek, maar wel gaat deze concentratie zover dat in feite alleen de Gekruisigde overblijft. Hij acht dit geen reden om de leer van de eerste dingen te laten vallen. De gereformeerde theologie in Nederland, met name de neo-calvinistische variant, heeft een sterke focus gehad op deze leer, wellicht wat overtrokken. En de laatste anderhalve eeuw is er sprake van een 'enorm slagveld' als het gaat om de vraag naar het begin in termen van 'schepping versus evolutie'. De miljoenen jaren van de evolutie laten het begin van de wereld in onbereikbare verten verdwijnen. Maar de theologie moet om verder te komen deze vraag in absolute zin stellen.

Verder vroeg dr. Te Velde of er wel sprake is van een lichtkring om het kruis. Of doet God daar Zelf het licht uit?

Hierop reageerde prof. Van de Beek met het wijzen op de handelende God in oordeel en genade, dat Hij door het oordeel heen redt. De lichtkring van het kruis is niet het vele mooie dat nog van de schepping is overgebleven, maar het licht van Pasen dat over het kruis valt. Dat licht is ook het enige licht dat over deze wereld valt.

 

Eigen geschiedenis

Prof. dr. E. Talstra (oudtestamenticus aan de VU) vroeg zich af of we de Bijbel wel kunnen lezen vanuit christologisch perspectief en of we daarmee de bijbelteksten niet hun eigen geschiedenis afnemen. Hij kon wel meegaan met de stelling dat er een tweedeling is in de geschiedenis van de wereld, oud en nieuw, en geen driedeling in de zin van een verloren paradijs. Jezus' komst naar de aarde is niet slechts “een intermezzo tussen verloren paradijs en voleinding. Alleen, waarom hoort christologisch lezen automatisch bij de tweedeling? Als er al voor de grondlegging van de wereld fundamentele dingen gebeurden, hebben we dan toch niet opnieuw een driedeling met nu de schepping als intermezzo?”, zo vroeg hij zich af.

 

Te terughoudend

Dr. J. H. F. Schaeffer, docent aan de TUK, keek naar de ethische aspecten van het boek en zag het leven vanuit de macht van de Gekruisigde over deze wereld als de kern van diens betoog. Maar prof. Van de Beek is te terughoudend in het uitwerken van dat nieuwe leven. De persoonlijke dimensie van Gods macht en belofte aan de mens ontbreekt en doordat Christus en schepping samenvallen ontbreekt ook de aandacht voor wat christelijk leven betekent.

Prof. Van de Beek antwoordde dat als de kerk een taak heeft, het is om jongeren weerbaar te maken. Ze leven namelijk in een wereld van sociale media, waarin je voortdurend alert moet zijn en moet reageren.

 

Er is een staat der rechtheid (kader bij dit artikel)

Dr. Te Velde: de christelijke scheppingstheologie stelt in lijn met Augustinus en de middeleeuwse theologie dat Gods eeuwige bestaan aan alles voorafgaat en van niets afhankelijk is. “Het minimum van de christelijke scheppingsleer is dat we de onderscheiding tussen het eeuwige en het tijdelijke vasthouden. Laten we die los, dan loopt vanaf het begin alles vast in een kolossale kortsluiting”.

Ook het onderscheid tussen goed en kwaad wil hij tegenover prof. Van de Beek strikt handhaven. Het goede is het eigenlijke en het oorspronkelijke. Dat is het bestaan dat uit Gods handen komt, de staat der rechtheid, Gods oorspronkelijke schepping en bedoeling, waaraan Hij al het nakomende kwaad blijft afmeten. Het kwade is de afbreuk, de omkering van het oorspronkelijke.

 

Prof. Hoek plaatst kanttekening bij jongste studie prof. Van de Beek – RD 24/02/2015

 

De roep van Christus aan het kruis, “Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”, is de roep van tallozen die in deze wereld lijden. Dat stelt prof. dr. A. van de Beek in zijn jongste boek: Een lichtkring om het kruis. Scheppingsleer in christologisch perspectief. Maar prof. dr. J. Hoek vraagt zich af of zo Christus' unieke lijden wel gehandhaafd kan blijven (zie maartnummer van Theologia Reformata). Christus droeg wat niemand die alleen maar mens was dragen kon: de toorn van God tegen de zonde. Hoek verwijst daarbij naar HC antw.44.

 

Oersituatie

Prof. Hoek gaat in op de bezwaren die prof. Van de Beek tegen de klassieke chronologische driedeling 'staat der rechtheid – staat der zonde – staat der genade' heeft. Van de Beek houdt het bij de tweedeling 'Adam – Christus', zonder daarbij ruimte te geven aan een paradijselijke oersituatie, waarin de eerste mensen rechtschapen leefden tot eer van God. Hoek:

 

“Dat op een staat der rechtheid een zondeval volgt, is voluit de verantwoordelijkheid van de oorspronkelijk goed geschapen mens. Toch is ook waar dat Gods regie over alles gaat. We doen er goed aan stil te houden bij de paradox dat de zondeval God niet overviel en als een schakel was besloten in Zijn besluit, terwijl Hij toch de zonde als zodanig niet heeft gewild en de vrijheid van de mens niet heeft aangetast. Van de Beek gaat een beslissende stap te ver als hij impliceert dat God de zonde heeft gewild om zich te kunnen openbaren als de gekruisigde Christus.” en “Handhaving van de idee van een 'staat der rechtheid' hoeft niets van doen te hebben met zelfverheerlijking van de mens of met de gedachte dat mensen door hun goede werken de hemel zouden hebben kunnen verdienen. Dit is echt een karikatuur.”

 

Toe-eigening

Prof. Hoek heeft ook kritiek op wat prof. Van de Beek schrijft over Gods voorzienigheid in verbinding met het lijden van Christus aan het kruis. Dit lijden zouden wij terugzien in het lijden van miljoenen slachtoffers. Maar Hoek weerlegt:

 

Het verschil in lijden is niet slechts gradueel, maar principieel. Wel geeft het eenmalige “waarom” van Christus ons hoop te midden van de wanhoop van zovelen die slachtoffer zijn in deze wereld.

 

Hij voegt hier aan toe:

 

“De gezegende uitwerking van Christus' offer aan het kruis zou ik niet willen beperken tot de bewust gelovigen, maar aan de andere kant wil ik ook blijven waken tegen tendensen van alverzoening”.

 

Wat Hoek verder mist in het boek is de aandacht voor de toe-eigening van het heil door het werk van de Geest. Daarmee ontbreekt een wezenlijk aspect van de christologie in samenhang met de pneumatologie. Prof. Hoek sluit af met de vraag:

 

“Is de Heilige Geest niet uitgestort om als de Trooster te midden van veel aanvechting rond Gods verborgenheid toch Zijn nabijheid te doen ervaren?”