Printen

De vrouw in het ambt: Bijbelteksten gebruiken of misbruiken

 

J. Numan  (internetmagazine Defence of the Truth, defenceofthetruth.com)

15-07-17

 

Het gaat ons duizelen als we de reacties lezen in de Nederlandse christelijk betrokken pers (1) op het besluit van de synode van de Gereformeerde Kerken (GKv), namelijk om de ambten van diaken, ouderling en predikant open te stellen voor de vrouw. Sommigen verdedigen de vrouw in het ambt, omdat het volgens hen onmogelijk is om de wil van de Heere hierin te kennen. Anderen beweren dat de Bijbel bij dit onderwerp op twee denklijnen uitkomt en dat beide lijnen aanvaardbaar zijn. Nog weer anderen zeggen dat we openlijk moeten erkennen dat de Bijbel de vrouw in het ambt wel niet toestaat maar dat we de cultuur over ons moeten willen laten regeren. En dan zijn er nog diegenen die de Bijbelteksten selectief gebruiken om de vrouw in het ambt te rechtvaardigen.

In dit artikel wil ik graag reageren op een ND-interview (2) met dr. Jos Douma (3), omdat hij (onterecht) een beroep doet op Galaten 3 om de vrouw in het ambt te verdedigen en op Johannes 13 om liefde de 'verschillende inzichten' te laten bedekken.

 

Dr. Douma over Gal. 3:28

 

Ds. Jos Douma ziet het als een verademing dat hij het evangelie van Jezus Christus en zijn koninkrijk nu samen met vrouwen kan verspreiden en 'samen proeven dat het meer waar is dan we zovele jaren hebben gedacht': 'Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus' (Galaten 3:28). Welnu, hier zie je het. De vrouw in het ambt, want per slot van rekening zijn we allen één in Christus Jezus.

 

Evangelie voor iedereen

 

Galaten 3 gaat echter niet over wie wel of wie niet ambtsdrager kan zijn, maar over het gered worden door geloof. Het is dat mooie hoofdstuk waarin de Christenen uit Galatië naar de waarheid worden terug geroepen. De Judaïsten hadden hen verteld dat om bij het zaad van Abraham te mogen horen, zij Israëlieten moesten worden en zich moesten laten besnijden, enz. Maar Paulus zegt: neen, dat is niet waar; het ware zaad van Abraham zijn niet zij die uit het vlees zijn, maar zij die uit de Geest zijn. Het ware zaad van Abraham is Christus (vers 16) en allen die door het geloof bij Hem horen (vers 28). Paulus zegt dat de beloften van het evangelie niet voor het lichamelijke zaad van Abraham (de Joden) zijn, maar voor iedereen – Jood en heiden, slaaf en vrije, mannelijk en vrouwelijk; want in Christus zijn zij allen één.

 

Niet neutraliseren

 

Bovendien spreekt de Bijbel zichzelf niet tegen, want God is onveranderlijk (NGB art. 1); Hij zegt niet het ene moment het ene en het andere moment het tegenovergestelde. Vandaar dat wat de Geest door Paulus in Galaten 3 zegt, niet als dekmantel mag worden gebruikt om op de één of andere manier te neutraliseren en van z'n kracht te beroven wat God elders zegt over het niet toestaan van de vrouw om te onderwijzen of gezag over de man uit te oefenen (1 Tim. 2:12) en over mannelijke ambtsdragers (die maar één vrouw hebben – 1 Tim. 3). Galaten 3 gebruiken om deze en andere Bijbelteksten (bijv. die over het hoofd zijn van de man als afgeleide van het hoofd zijn van Christus) te overrulen is de Schrift misbruiken.

 

Tolerantie van de leugen

 

Ds. Douma gelooft ook dat we, onder de mantel van de liefde, de leugen in de kerk moeten tolereren. Natuurlijk gebruikt hij het woord 'leugen' niet; hij verwijst naar 'verschillende inzichten'. Kerkleden hebben 'verschillende inzichten' t.a.v. het onderwerp van de vrouw in het ambt, maar hij gelooft dat de verschillen niet cruciaal zijn voor de eenheid in het geloof. In werkelijkheid betekent het dat iedereen de vrouwelijke ambtsdrager in de kerk òf steunt, òf tolereert. En daarvoor beroept hij zich op de woorden van Jezus: “Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben” (Joh. 13:34).

 

Douma zegt dat we met al onze verschillen Christus moeten vasthouden en ontdekken hoe we samen op weg kunnen zijn en blijven. Hij gelooft dat het voor de GKv kerken in het verleden kenmerkend was dat we over alles hetzelfde dachten. Maar, zo voegt hij er aan toe, dat is al lang geen realiteit meer. Hij pleit voor ruimte voor verschil van inzicht, verschillende overtuigingen, ruimte om te zeggen dat we niet alles zo precies weten, dus laten we elkaars verschillende overtuigingen in liefde accepteren.

 

Liefde én waarheid

 

Maar wij mogen de liefde niet tegen de waarheid uitspelen, alsof het ene belangrijker is dan het andere. We mogen de liefde niet van de leer scheiden, want de liefde verblijdt zich in de waarheid (1 Kor. 13:6). Als liefde betekent dat we niet langer voor de waarheid strijden, dan zou de apostel Paulus niet tegen de Judaïsten voor de waarheid hebben gestreden, Luther zou zijn 95 stellingen niet op de deur van de kerk in Wittenberg hebben gespijkerd en Calvijn zou niet zo hardnekkig hebben vastgehouden aan de waarheid tegenover de 'wolven' van Genève. Er zou nooit een 16de-eeuwse Reformatie zijn geweest, of een Afscheiding in 1834, of een Doleantie in 1886 en een Vrijmaking in 1944. Ook zouden de vrijgemaakte kerken (GKv) in de zestiger jaren van de vorige eeuw niet voor de waarheid hebben gestreden, toen een groep predikanten en anderen een onschriftuurlijke tolerantie propageerden. De GKv, waar Jos Douma nu predikant is, zou echt niet bestaan als het niet was vanwege de strijd voor en de triomf van de waarheid door Gods genade.

 

Tolerantie van dwaalleer, onder de dekmantel van de liefde, is als amfetaminen die je een tijdje een goed gevoel geven, maar je op lange termijn ruïneren. De kerk wordt “pijler en fundament van de waarheid” genoemd (1 Tim. 3:15) en waar zij dat niet is, blijft zij niet langer Christus' kerk, maar is verworden tot een onbetekenend religieus gezelschap. Waarheid en liefde gaan hand in hand, het ene kan niet zonder het andere bestaan. Paulus laat het belang van de waarheid bijvoorbeeld zien, als hij de Korinthiërs vermaant om naar Gods Woord te leven. Toch laat hij liefde zien door hen met “veel verdrukking en benauwdheid van hart, onder veel tranen” te vermanen (2 Kor. 2:4). Hij leert de gelovigen om hetzelfde te doen. Zo leert hij de Efeziërs bijvoorbeeld “niet heen en weer geslingerd te worden door allerlei wind van leer..., maar zich in alles aan de waarheid te houden en in alles toe te groeien naar Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus” (Ef. 4:14-15).

 

Misbruik

 

Wij moeten alert zijn op het misbruik van Bijbeltekten. Galaten 3 gebruiken om de vrouw in het ambt te ondersteunen is een tekst uit zijn context rukken en andere Bijbelgedeelten laten liggen, die duideli