Printen

GS Goes Impressie 07 – Aanbiedingsbrief Regiegroep NGK-GKv 3

 

D.J. Bolt

28-11-20

 

De verenigde GKv-NGK wil belijdende kerk zijn volgens de Aanbiedingsbrief (AB). Want een belijdenis als anker van de kerk is nodig wil die bestand zijn tegen allerlei dwalingen en geen antwoord weten op allerlei vragen die op ons af kunnen komen in de toekomst. De huidige belijdenis is daarvoor niet geschikt, is de gedachte. Die is van oude makelij en spreekt de mensen niet meer aan, zowel wat taal betreft alsook (in elk geval voor een deel) inhoudelijk. Bovendien stelt ze vragen die we niet meer hebben.

De AB beweert dat de kerken 'een kloof hebben laten groeien door niet opnieuw te verwoorden hoe de ‘gezonde leer’ in deze tijd beleden en geleerd kan worden: op zo’n wijze dat ambtsdragers zich daaraan met overtuiging en toewijding kunnen committeren en de gemeente daarin voorgaan'.

Dus moet gewerkt worden aan een nieuw anker. De Regiegroep doet een concreet voorstel voor een eerste stap in een proces dat daartoe moet leiden.

 

Een nieuw anker

 

Zijn dit echte ankers?

Het voorgestelde proces moet als resultaat 'een nieuwe belijdenis' of 'een eigentijds geloofsgetuigenis' opleveren zodat de kerken daarmee 'toekomstgericht' en 'toekomstvast' aan de leer van de Bijbel kunnen worden gebonden. Zó kan volgens de Regiegroep de noodzakelijke 'sterkere verankering' worden bereikt.

We begrijpen niet dat dít de oplossing is om het probleem dat kerkleden en ambtsdragers de gereformeerde belijdenissen niet meer kennen of niet meer willen onderschrijven, uit de kerkwereld te helpen. Hoe kun je tot een sterkere verankering komen als je die oude belijdenissen op afstand zet, belijdenissen waarin de leer van de Schrift betrouwbaar is samengevat en zo beschermt tegen tal van oude en nieuwe(!) dwalingen en dwaalleraars? Dan maak je je toch op voorhand weerloos? Om het met een variant op een bekend spreekwoord te zeggen: als je de belijdenis niet kent dan moet je de dwalingen overdoen.

 

Om het kostbare gereformeerde geloof te behouden is onderwijs en instructie nodig om deze weer naar volle waarde te schatten en het geloof er mee te versterken. En níet iets in elkaar puzzelen waar iedereen zich (hopelijk) wél weer aan wil binden. Is het eigenlijk ook niet een tikkeltje arrogant te menen dat we in plaats van de eeuwenoude gereformeerde belijdenissen (vaak in de strijd tegen dwalingen met goed en bloed onderschreven!) wel een product te kunnen samenstellen dat 'toekomstvast' zal zijn?

 

De vraag is ook hoever de confessies zullen moeten worden geminimaliseerd om iedereen zijn handtekening eronder te laten zetten. Dat lukt tóch niet, denk bijvoorbeeld aan de NGK Tehuisgemeente: zij erkennen immers naast de Bijbel geen ander boek dan 'het boek van de natuur, Gods schepping', en willen alleen gebonden zijn 'in de liefde en genade van Jezus Christus, onze Heer'[1].

We herinneren ons deze taal uit de zestiger jaren. De 'buitenverbandse' gereformeerde voorman ds. B.J.F. Schoep[2] riep ons weg ván ons 'klein-vaderlandse gedoe' naar het niveau van de wereldkerk met zijn minibelijdenis Jezus Christus, het licht van de wereld (1961).[3]

Toen, bij de geboorte van de NGK, ging het al om het behoud van de band aan de gereformeerde belijdenissen. Zoals ds. P. Niemeijer het concludeerde in zijn cahier Bewaard en voortgegaan[4]

 

'…hoe fel de discussies en uitlatingen over 'de kerk' wellicht ook geweest zijn, uiteindelijk voltrok zich de breuk in de jaren zestig op het punt van de concrete geldigheid van en de eerlijke binding aan de confessie.'

 

Nu die breuk geheeld gaat worden zien we de finale van deze ontwikkeling die het gereformeerd karakter van de vrijgemaakte kerken vervaagt. Dat zal opnieuw, na de vrouw-in-ambt besluiten, tot vervreemding leiden en breuken veroorzaken met andere gereformeerde kerken.

 

Binding

 

Er is meer dat we niet begrijpen.

De binding aan een nieuwe 'toekomstgerichte' en 'toekomstvaste' belijdenis is 'niet voorwaardelijk voor de hereniging', stelt de AB. Maar vragen we, wat hebben deze kerken dán gemeenschappelijk m.b.t. de leer van de Schrift? Een 'vrijheid-blijheid-kerk' waar ieder zijn eigen geloofsopvattingen mag koesteren en praktiseren?

Daar lijkt het op. De AB lijkt daar gelijk een markant voorbeeld van te willen geven: Kinderen aan het Avondmaal. Iets dat 'extra gevoelig ligt', erkent de Regiegroep. Daarom stelt hij voor: 'overlaten aan de plaatselijke gemeenten', en benadrukt: … 'geen gemeente wordt verplicht of gestimuleerd om met dit onderwerp aan de slag te gaan'. Het typeert de omgang met elkaar in deze kerken.

 

De voorgestelde vrijheid gaat heel ver. De Regiegroep nodigt iedereen om aan te sluiten bij de NGK-GKv combikerk. Maar daarbij zal geen enkele gemeente worden 'gedwongen een definitieve keus te maken: tussen 'voluit mee' of 'een aparte positie omdat er op onderdelen reserves zijn'. Of zelfs 'helemaal niet mee gaan'.

'Voelt u zich nergens toe verplicht', lijkt de AB geruststellend te suggereren.

Het beeld dat zo oprijst is een open los kerkenverband – AB: 'zonder 'grenzen die samenvallen met GKv/NGK' - met ieder een eigen geloofsinhoud en praktijk. Want betoogt de Regiegroep

 

'… onze eenheid ligt uiteindelijk niet in gelijke opvattingen over allerlei thema’s of in eenstemmigheid over kerkordelijke bepalingen, maar in Jezus Christus en de Schriften die van hem getuigen.'

 

Je hoort en leest het zo vaak: Ach, al die verschillen, voer voor theologen. We zijn één in Christus, dat is genoeg. Maar er is een oude zegswijze hoe wij in Hem één zijn: Christus komt naar ons toe in het kostbare gewaad van de Schrift. Zo zullen we Hem leren kennen, belijden en naar zijn geboden leven. Hij zegt het zelf: afwijken of toevoegen aan zijn woord gaat ten koste van ons deel van de boom van het leven (Openb. 22:18,19).
Dat moet tot bezinning brengen. 

 

Overbodig

 

We vragen ons af waarom toch al die moeite gedaan om deze nieuwe denominatie in te richten? De Protestantse Kerk Nederland (PKN) staat immers allang met wijd open armen GKv en NGK warm welkom te heten. Daar is plaats en vrijheid voor ieders kerkelijke smaak. En dát willen velen in de NGKv ook. Kerkbodes melden steeds meer lokale initiatieven samen met de plaatselijke PKN. De route naar de grootste protestantse kerk in Nederland is op plaatselijk niveau allang ingeslagen. Zoals ds. Matthijs Haak (GKv Dordrecht) het in Onderweg (14-10-19) verwoordde:

 

'Als we nadenken over de toekomst van onze kerken [GKv en NGK, djb], doen we er goed aan de onderstroom van de kerkelijke praktijk goed in de gaten te houden. Wie dat doet, ziet dat we ons onmiskenbaar in de richting van de PKN ontwikkelen. Voorheen konden we bijvoorbeeld nog zeggen dat de PKN niet luisterde naar de Bijbel, omdat daar vrouwelijke ouderlingen en predikanten zijn. Die vlieger gaat niet meer op. En dat geldt voor meer zaken.

De vraag die de PKN eens stelde, of er nog dringende redenen zijn om gescheiden op te trekken, wordt in de praktijk steeds duidelijker met nee beantwoord'.
 

En:

 

'We doen er verstandig aan om wat er leeft in onze kerken () te agenderen op de eerste gezamenlijk vergadering [van GKv en NGK, djb] op 11 november. De relaties tot de CGK en de PKN staan met prioriteit op onze agenda.'

 

Heeft hij niet helemaal gelijk?

 

Hoe verder?

 

Broeders en zusters die gereformeerd willen blijven kunnen hierin niet meegaan. Al eerder hebben bezwaarden afscheid genomen van deze kerken. In de CGK zien we soortgelijke ontwikkelingen waarin een sterke stroming via de kwestie vrouw-in-ambt de kerk losweekt van het gereformeerde fundament, aansluiting wil en vindt bij plaatselijk GKv's en NGKs. Ook daar dreigt het verband van kerken 'onbegrensd' te worden en komen stap voor stap allerlei ongereformeerde invloeden sluipend binnen.

Hoe dan verder?

 

We willen hartstochtelijk pleiten voor vereniging van alle (orthodox) gereformeerden. Daarvoor is het o.i. hoog tijd. De beïnvloeding door allerlei wind van leer én door een seculariserende burgerlijke samenleving zijn onmiskenbaar.

Zulke verenigde gereformeerde kerken kunnen onder Gods zegen 'effectief' weerstand bieden tegen verwereldlijking, door Schriftgetrouwe prediking en intensieve omgang met de Schrift en gereformeerde belijdenissen. Hoe nodig is het dat jeugd en jongeren weer systematisch worden onderwezen in 'de voorzeide leer'. Leren onderscheiden waarop het aankomt in het christelijke leven. Om zo gewapend te worden tegen 'de boze geesten in lucht'.

Hoeveel tijd en energie gaat er nu niet verloren in veel kerkelijke strijd die een vechten tegen windmolens is geworden. Waar deuren zijn opengezet die niet meer dichtgeduwd willen worden.

 

Keuzes

 

We hebben elkaar zo dringend nodig! Het onderwerp krijgt ook meer en meer aandacht in Nader Bekeken. In de laatste editie zet ds. Kim Batteau een aantal kerkelijke vluchtbestemmingen op een rijtje met zijn waardering ervan:

Batteau's 'indruk' van de afgescheiden kerken is wel wat snel als hij zelf in z'n artikel aangeeft 'er niet voldoende van te weten'. Maar goed, deze kerken mogen best overwegen hoe die 'indruk' kon ontstaan. Ongetwijfeld zal het beeld worden bijgesteld als de twee kerkverbanden in liefde oud zeer begraven en elkaar als gereformeerden op korte termijn in de armen vallen.

 

 

De laatste optie 'past mij het beste', concludeert ds. Batteau. Hij baseert zich daarvoor op een citaat van Kuyper: 'Is je kerk een synagoge van de satan geworden, dan moet je haar zonder aarzelen verlaten; is dat nog niet het geval, dan heb je de plicht om te blijven.'

Ja, maar wanneer is een kerk 'synagoge van satan' geworden? We gebruiken niet graag zo'n karakterisering omdat die gemakkelijk tot emotionele toestanden leidt en goede en noodzakelijke gesprekken tussen christenen blokkeert. En ook omdat het nogal lastig is precies aan te geven wanneer de overgang kan worden aangewezen van Kurios-kerk naar satan-synagoge. Het is o.i. beter de kenmerken van de Christus' kerk toe te passen zoals we die belijden in de gereformeerde confessies. En dan kan toch niemand er onderuit dat alle drie kenmerken in geding zijn in de NGKv?

 

Het criterium van 'ze moeten me vervolgen en anders mag ik niet weggaan', is o.i. ontoereikend. De methode van satan om de kerk te verwoesten kán heftige vervolging zijn. Maar ook, en dat is o.i. in onze tijd het geval, kan hij met fluwelen handschoenen bewerken dat gelovigen de 'aloude paden' verlaten. Door een geest van alles mag. De voorbeelden daarvan liggen voor het oprapen: wel/niet vrouw-in-ambt'; wel/niet in een relatie samenlevende homoseksuelen aan het Avondmaal, wel/niet binden aan de belijdenis; wel/niet kinderen aan het Avondmaal. Die geest lijkt barmhartig en aantrekkelijk maar betekent het einde van de gereformeerde kerk en Schriftuurlijk genormeerd geloofsleven.   

 

Verantwoordelijkheid

 

We zouden ook nu weer indringend willen wijzen op de verantwoordelijkheid die ouders, predikanten en ambtsdragers hebben t.a.v. het nageslacht. Het is werkelijk schrikbarend welke omslag er in het denken van jongeren (en niet alleen bij hen) heeft plaatsgevonden over christelijk leven en kerkzijn. De door de Regiegroep geconstateerde loslating van confessionele ankers is een top van de ijsberg. Hoe is het dan te verantwoorden de 'toekomst van de kerk' te blijven blootstellen aan allerlei wind van leer en kerkelijk vrijbuiterij?

Christus heeft ons op het hart gebonden: Laat de kinderen tot mij komen, en verhinder hen niet! Moet het in dat licht ons niet intens onrustig maken als Hij vervolgens ons de vraag stelt: Wat heb je met mijn kinderen gedaan?

 

Er staat hetzelfde novembernummer van Nader Bekeken nog een ander, belangwekkend, artikel over eenheid van gereformeerden. We willen daar in onze volgende editie aandacht aan geven.

 

Wordt vervolgd

 

 

NOTEN

[1] Zie voor een verslag van de combi-synode in Kampen, click hier.

[2] Later syn.gereformeerd geworden.

[3] Open Brief van 1966, nog via de website van de NGK te vinden: '… We worden met ons vaak klein vaderlands gedoe als gereformeerde Kerken in Nederland weggeroepen naar het niveau van de wereldkerk. En dat zal steeds meer gebeuren, of we dat wensen of niet.'

[4] Woord & Wereld, cahier 53.

[5] Ds Batteau zegt eerlijk: 'Ik weet er [de afgescheiden kerken, djb] niet voldoende van af'. Dus laten we zijn karakterisering nu maar even liggen. Tegelijk nodigen we hem graag uit voor een nadere kennismaking.