Printen

GS Goes Impressie 07 – Aanbiedingsbrief Regiegroep NGK-GKv 4

 

D.J. Bolt

12-12-20

 

We meldden in het vorige artikel in deze serie een belangwekkend verhaal in het blad Nader

Bekeken over de eenheid van gereformeerden. Het is van prof. dr. H.J. Selderhuis, hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.

Prof. Selderhuis geeft daarin aandacht aan de vraag wanneer een kerkverband (nog) gereformeerd mag heten. En als dat niet meer voluit kan worden gezegd, wat dan? Hoe dan verder? Ieder die weet heeft van de discussies en spanningen in de 'kleine' gereformeerde kerken CGK en GKV kent die vraag en worstelt er mee.

 

Laten we luisteren naar Selderhuis en overwegen wat hij ons te zeggen heeft. We nemen hieronder zijn artikel in extenso over via een persschouw van ds. P.L. Storm die er enig commentaar op geeft.
Van beide broeders hebben we toestemming voor de overname.  

 


 

UIT ANDERE BLADEN     Perry Storm

 

Wanneer is een kerkverband gereformeerd?

 

Zowel in het ND als in het RD van 6 oktober 2020 verscheen een opmerkelijk artikel van prof. dr. Herman J. Selderhuis. De titel is: ’Emden ligt niet ver van Nunspeet’. Nunspeet is de plaats waar de huidige generale synode van de CGK haar vergaderingen houdt. Emden is de plaats waar ooit, in 1571, de allereerste generale synode werd gehouden waarmee het kerkverband van de gereformeerde kerken in Nederland beslissend vorm werd gegeven. Met zijn toestemming plaats ik Selderhuis’ artikel hier integraal:

 

Aan de basis van de verschillende kerkverbanden die zich op de beginselen van de Reformatie beroepende, ligt de synode van Emden die in 1571 gehouden werd. Alles wat vandaag in ons land gereformeerd, hervormd of protestants heet, gaat daarop terug.

Die synode moest in Emden gehouden worden omdat de gemeenten in Nederland vervolgd werden. In die situatie van geloofsvervolging kwam wat gereformeerd wilde zijn in dat Duitse havenstadje bijeen en sloten plaatselijke kerken zich aaneen tot een kerkverband.

Basis was de gemeenschappelijke instemming met de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus. Doel was bepaalde zaken gezamenlijk aan te pakken en dat gold bijvoorbeeld de opleiding van predikanten maar ook het gezamenlijk waken tegen valse leer. Er was onder de afgevaardigden verscheidenheid in spiritualiteit en in gebruiken, maar er was eenheid in de leer, zoals dat in Dordt 1618/19 nog eens bevestigd werd. Eens was men ook daarover dat een kerkorde, kerkrecht en een kerkverband nodig zijn om als kerk gezond te zijn en te blijven.

 

Breekpunt

De vraag is of men ook tot één kerkverband gekomen zou zijn in een situatie waarin bijvoorbeeld een aantal van deze kerken vrouwelijke ouderlingen of predikanten zou hebben gehad. Had men dat van elkaar aanvaard zolang men zich maar samen bond aan de belijdenis, of zou dat een breekpunt zijn geweest? Die vraag is naar Emden 1571 toe niet te beantwoorden maar vanuit Emden 1571 misschien wel. Ik werp die vraag niet op om in de CGK te redden wat er nog te redden valt, want zo dramatisch is de situatie nu ook weer niet. Voorlopig gaat het alleen nog over de vraag of de CGK van standpunt verandert of blijft bij wat al eerder werd uitgesproken. Lastig wordt het pas als kerkenraden  desondanks eigen wegen  gaan en besluiten  nemen die strijdig zijn met de afspraken die gezamenlijk gemaakt zijn. In dat verband wordt steeds vaker over ‘breuk’ of ‘scheuring’ gesproken. Dat zijn begrippen die we in de traditie van de Christelijke Gereformeerde Kerken niet kennen en die mogelijk van elders binnengeslopen zijn. Begrippen die werken als een nieuw virus dat voor verwarring zorgt maar vooral ziek maakt. Bovendien zijn er breuken waarover we ons als christelijke kerken meer zorgen zouden moeten maken. Dat jonge mensen de band met de kerk en soms ook die met de HEERE verbreken, is volgens mij erger dan dat kerken het misschien niet meer in één kerkverband met elkaar kunnen vinden. Om het wat meer persoonlijk te zeggen: Als je ’s nachts wakker ligt van de zorg over het eeuwig heil van je kind, heb je wel wat anders om je druk over te maken dan over wel of geen vrouwelijke ambtsdragers.

Daarmee wil ik de discussies over de aan de orde zijnde thema’s niet bagatelliseren en ze ook niet in de ‘als we maar één zijn in Christus-doofpot’ stoppen, maar ik denk wel dat we een laag dieper moeten gaan dan de thema’s die in Nunspeet en elders zoveel tijd vragen. Voor ons geldt namelijk de vraag of we niet eerst moeten vaststellen of ieder zich nog aan de gereformeerde belijdenis wil binden.

 

Oplossing mogelijk

In Emden kwamen we samen, niet omdat we het over thema’s eens waren, en ook niet omdat we elkaar zo leuk, geestelijk en gezellig vonden maar omdat we elkaar in de belijdenis konden vinden. Als dat nog het geval is, moet het gelet op het beginsel van Emden mogelijk zijn een oplossing te vinden voor het vraagstuk van vrouw en ambt, tenzij natuurlijk het voorstander zijn van vrouwelijke ambtsdragers samenhangt met een andere visie op de belijdenis. En tenzij het willen wegsturen van kerken met vrouwelijke ambtsdragers samenhangt met meer doperse dan gereformeerde visie op de kerk. Ik bedoel dat, als we over dit thema en andere ingewikkelde vragen in gesprek zijn, is het wel van belang te weten of je ook samen vanuit hetzelfde fundament redeneert. Als we niet op dezelfde confessionele basis staan, is het thema ‘vrouw en ambt’ peanuts vergeleken bij wat ons dan allemaal nog te wachten staat.

 

Dieper afsteken

En, zoals gezegd heeft een besluit tegen vrouwelijke ambtsdragers op zich niet meteen grote gevolgen voor CGK-kerken. Immers aan de orde is geen confessionele kwestie maar eerst een kerkrechtelijke namelijk wat te doen met kerkenraden die zich aan zo’n besluit niet houden. De tijd en ruimte tussen een besluit en eventuele kerkrechtelijke gevolgen kan dus mooi gebruikt worden om het gesprek dieper af te steken. Misschien kom je dan wel tot de conclusie dat een herverkaveling van kerkverbanden nodig is om ons rap weer met vereende krachten op die jonge mensen in en buiten de kerk te richten. Herverkaveling betekent echter wel dat je een stuk van je eigen grond kwijtraakt, maar ook dat je eenzelfde stuk terugkrijgt waarop je met meer rendement kunt werken of beter nog een groter stuk dat je samen met anderen kunt bewerken. Voor wie dit te vaag is: Ja, ik bedoel inderdaad met opgave van bestaande kerkverbanden en hergroepering van plaatselijke kerken tot nieuwe kerkverbanden. Zo zijn we in Emden immers ook begonnen.

 

Nu durf ik het woord ‘pauzeknop‘ nauwelijks meer te gebruiken,  ook al omdat zo’n knop slechts voor tijdelijk gebruik is en je toch een keer naar ‘stop’ of ‘play’ zult moeten, maar ik wil  - in ieder geval in de CGK – wel pleiten voor uitstel van uitvoering van landelijke en plaatselijke besluiten. Immers, je kunt wel roepen dat je zo bang bent dat het kerkverband scheurt, maar moet je dan niet eerst eens kijken of er wel echt een kerkverband à la 1571 is? Je kunt de ‘vrouw en ambt’-discussie niet gebruiken om nu eens op een effectieve en kerkrechtelijk dichtgetimmerde manier van die samenwerkingsgemeenten en andere enge vrijgemaakte relaties af te komen. Je moet ook stoppen met roepen dat ‘vrouw en ambt’ niet tot het wezenlijke van het kerk-zijn behoort maar vervolgens wel met zoveel vuur en vlam vrouwen bevestigt alsof de kerk omvalt als je geen vrouwelijke ambtsdragers hebt.

 

In gesprek

Laten we, dat wil zeggen allen die gereformeerd heten en willen zijn, in gesprek gaan over de basis waarop we destijds – overigens in een tijd van crisis en oorlog – samenkwamen en we elkaar als gereformeerden vonden. Dan weten we tenminste weer waar we met elkaar aan toe zijn en kunnen we daarna altijd nog kijken of we bij elkaar blijven, uit elkaar gaan of misschien wel samen met andere gereformeerden tot een vernieuwd en hereend kerkverband overgaan. In Emden begon in 1571 een bloeiende kerk die generaties lang wereldwijd tot zegen was. Waarom zou dat vanuit Nunspeet 450 jaar later niet nog eens kunnen?

 

En waarom niet vanuit Goes?, zou je als vrijgemaakte gereformeerde erachteraan kunnen vragen. Maar het zou een vraag tegen beter weten in zijn. Want het besluit inzake vrouw en ambt is daar in alle onherroepelijkheid al gevallen. En daarbij is duidelijk geworden dat we hierover binnen één kerkverband niet meer ‘samen vanuit hetzelfde fundament redeneren’. Ik herinner nog maar eens nadrukkelijk aan wat in het vorige nummer van ons blad daarover geschreven is in de rubriek ‘Actueel’ door ds. Bart van Egmond. De geestelijke eenheid van ons kerkverband is principieel opgeofferd om iedereen binnen het kerkverband te houden, zo analyseerde hij.

 

Ondertussen wordt samen met de NGK een kerkverband in de steigers gezet met een aanzienlijk lossere binding aan de belijdenis dan de gereformeerde kerken sinds Emden 1571 noodzakelijk hebben geacht om trouw te kunnen blijven bouwen op het fundament van Gods Woord. En steeds duidelijker is hier aan het worden wat Selderhuis in de CGK juist voorkomen wil als hij waarschuwt: “Als we niet op dezelfde confessionele basis staan, is het thema ‘vrouw en ambt’ peanuts vergeleken bij wat ons dan allemaal nog te wachten staat.” Dus is het te hopen en te bidden dat de oproep tot gesprek over het daadwerkelijk functioneren van de belijdenis als hét akkoord van kerkverbandelijk samenleven gehoor zal vinden binnen de CGK. Het zou in de toekomst van veel betekenis kunnen blijken te zijn voor elke gereformeerde gemeente binnen en buiten de CGK die ook verder wil in de lijn van Emden.

 

Tot zover persschouw en artikel.

 


 

Wonder

 

Hier wordt de kern geraakt van wat ook ons intensief bezighoudt en waar we in deze reeks artikelen veel aandacht aan gaven: 'namelijk de vraag of we niet eerst moeten vaststellen of ieder zich nog aan de gereformeerde belijdenis wil binden' (Selderhuis).

Daar móet een antwoord op worden gegeven wil er toekomst zijn voor gereformeerde kerken.

 

En verder is het ons ook uit het hart gegrepen: 'samen met andere gereformeerden tot een vernieuwd en hereend kerkverband overgaan'. Vanuit Nunspeet én Goes. En we weten nog wel enkele plaatsen te noemen. Ook naar onze stellige overtuiging zou dat zóveel kunnen betekenen voor elke gereformeerde gemeente in ons land. En niet alleen dáárvoor, ook voor de wereld om ons heen die in diepe geestelijke nood verkeert. Wat zou onze verwereldlijkende samenleving er mee gebaat zijn als verenigde gereformeerde kerken daarin als een helder licht zouden mogen stralen, het Licht weerkaatsen. Wat zou het weer tot een versterking kunnen leiden van de internationale oecumenische relaties die in deze jaren zoveel schade hebben opgelopen. En tenslotte ook, dat we elkaar kunnen steunen en bemoedigen in de aanzwellende goddeloos-gure secularisatiestorm in ons land.

 

We hopen en bidden vurig dat de Heer van de Kerk dat wonder in het begin van de 21ste eeuw wil bewerken!