Printen

Vraag & Antwoord 4 - Total Church

N. van Dijk
07-05-11


We ontvingen een antwoord van ds. J. Glas te Maastricht op onderstaande vraag 4 waarvoor we hem hartelijk dank zeggen. Volgende week hopen we daarop te reageren.


Vraag 4

In het Nederlands Dagblad van 6 april schrijft Maurice Hoogendoorn een artikel over Total Church, de kerk die je hele leven bestrijkt.
Er is een huiskerk in een Maastrichtse volkswijk opgezet volgens het principe van het boek "Total Church", geschreven door twee Britse theologen. Deze huiskerk is gesticht door enkele kerkplanters, uitgezonden door de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt van Maastricht waarvan ds. J. Glas predikant is.
Het boek is in het Nederlands vertaald en men werkt eraan “Total Church” als een leermodel voor de Nederlandse situatie te introduceren. "Total Church" brengt geen nieuw concept: "De woorden evangelie, gemeenschap en missionair zijn Bijbels en al heel oud maar de vraag is: hoe werk je dat uit".
Reden voor deze aanpak zou zijn dat de "conservatieven" wel nadruk leggen op het evangelie of het Woord, maar aan de gemeenschap wordt te weinig aandacht gegeven. Daartegenover legde de "emerging church"-beweging wél nadruk op de gemeenschap, maar weer niet zozeer op de Bijbelse waarheid.
Daarom dus nu 'Total Church'. "Total Church" zou niet een bijeenkomst of plek zijn die je opzoekt, maar deel uitmaken van een kerk bestrijkt je hele leven. De huiskerk in Maastricht is ermee gegroeid. Er wordt geprobeerd ook in een andere wijk een nieuwe huiskerk te stichten.
En wie zou zich niet verheugen over het feit dat mensen die de Here Jezus niet kenden, nu gaan geloven en Hem willen volgen en leven vanuit de blijdschap van het evangelie?
 
Verderop in het artikel meldt ds. Glas dat de huiskerk bij sommige GKv in de regio vragen oproept. Er is bijvoorbeeld geen dominee die preekt en er is ook geen zondagse samenkomst. Dit heeft te maken met de heersende familiecultuur in Limburg en met het feit dat het bij de huiskerken juist allemaal niet draait om één dag, de zondag.
Als we het vervolg lezen komt er stevige kritiek op de GKV naar voren:

Wat overwegingen van onze kant.
Het zal waar zijn dat men in de huiskerken veel intensiever optrekt dan in welke bestaande kerk dan ook. Maar niet iedereen is in zo'n gelukkige omstandigheid. Gezinnen bv. met opgroeiende kinderen hebben vaak hun handen vol aan de geloofsoverdracht. Drukke banen vragen veel van mensen, toch moet er heel gewoon brood op de plank komen. Ambtsdragers leveren veel vrije tijd in om in de gemeente bezig te zijn. Maar op zondag komen al die verschillende mensen samen om naar Gods Woord te luisteren, om het evangelie van de verzoening te horen. Is dat alleen maar een principe dat vanuit de traditie dwingend is opgelegd? De gereformeerde kerken hebben dit toch eeuwenlang voorgestaan en in praktijk gebracht?
En natuurlijk is de zendingssituatie anders dan de situatie in gevestigde kerken. Maar er werd op zendingsterreinen toch altijd naar toegewerkt om zondagse erediensten in te stellen? Dit werd ook gezegend. De zondagse samenkomsten blijven toch ook van levensbelang, willen er niet allerlei vreemde leringen binnenkomen?

Wij vragen ons af of er niet al te kleinerend gesproken wordt over een 'werkerige' cultuur binnen de kerken. Gereformeerden werken inderdaad hard over het algemeen. Wat is er niet gewerkt aan een bloeiend verenigingsleven, wat was er een inzet om in de politiek en de maatschappij uit te komen voor Gods naam en zijn Woord. Wat een rijkdom dat er christelijke instellingen zijn waar de gehandicapte naaste niet aan zijn lot wordt overgelaten.  Wat mooi dat er nog verzorgingstehuizen zijn waar een christelijke sfeer is. Zonder (hard) te werken en zonder de zegen van de Here was dit er niet gekomen!

Dat wij allemaal ons dagelijks moeten bekeren, daar zal niemand aan twijfelen. Maar van welke angsten moeten wij verlost worden? Is de angst dat het evangelie steeds meer aan de mens en zijn cultuur wordt aanpast, geen gegronde angst? Kan ds. Glas ook voorbeelden geven wie er dan horen bij die 95 % van de kerkleden die geen dwarsverbinding met de wereld in eigen leven kunnen bedenken.
Graag zouden we van u, ds. Glas hier een reactie op willen hebben.

Antwoord 4

Ds. J. Glas, Gkv predikant te Maastricht
07-05-11

Vraag: Hoe ziet u de zondagse erediensten? Bijvoorbeeld als een principe dat dwingend vanuit de traditie is opgelegd, of als het samenkomen en gehoor geven aan Gods roepstem, plaats waar de verzoening bediend wordt?

Antw: De vroegchristelijke kerk had samenkomsten op zaterdag (vanwege de Joodse achtergrond) en op zondag (vanwege het feit van de opstanding). Keizer Constantijn heeft een knoop doorgehakt en de zondag gemaakt tot de dag waarop het christendom samenkomt. Daarnaast kwam men – soms zelfs dagelijks – samen in de huizen en op gebedsplaatsen. Met het samenkomen op zondag neemt een kerk plaats in een lange christelijke traditie. 
In Maastricht hebben degenen die in enkele zogenaamde Vogelaarwijken zijn gaan wonen om hun leven en het evangelie met hun buren te delen de aansluiting gezocht bij waar de mensen zijn. In Brabant en Limburg was de zondag vanuit de RK-traditie gevuld met kerkelijke en wereldlijke activiteiten en is - nu de secularisatie ook in het Zuiden enorm heeft huisgehouden - geworden tot een dag voor gezin, familie en ontspanning. Daarom vonden de contacten vanaf het begin vooral plaats gedurende de week (maandag tot en met vrijdag). Het contact was dermate intensief dat de kerkplanters behoefte hadden aan ruimte en rust in het weekend om weer op adem te komen. Het zou geen zin hebben gehad om te starten met iets op zondag als er in de woonwijk geen animo voor is. Met Paulus kunnen de kerkplanters zeggen dat ze alles willen worden voor iedereen om ook maar enigen voor Christus te kunnen winnen. Paulus was daarom de Joden een Jood en de Grieken een Griek geworden. De kerkplanters sluiten zich aan bij de Maastrichtenaren.
De Kruispuntkerk geeft de kerkplanters het vertrouwen en de ruimte om deze weg te gaan. Eén van de huiskerken heeft inmiddels wél een activiteit op zondag. Dat is iets waarnaar men kan groeien, niet iets dat vanuit de christelijke traditie wordt afgedwongen.
De roepstem van God wordt gehoord doordat men het leven en het evangelie met elkaar deelt en doordat zowel als groep en individueel de bediening plaatsvindt.

Vraag: Zou u de effecten die missionaire kerken hebben in hun uitstraling naar de gevestigde kerken toe (vrijere liturgie, soms éénmalige kerkgang) positief of negatief duiden, ik denk bijvoorbeeld aan drs. W. Dekker in zijn boek ‘marginaal en mssionair’.

Antw.: Ik weet niet of er effecten zijn van missionaire kerken op traditionelere kerken. Ik kan alleen zeggen dat de gerichtheid op de niet-christenen in onze omgeving kerkmensen kan leren om kritisch te kijken naar de manier waarop we tot nu toe vanuit onze traditie inhoud hebben gegeven aan het vormen van een kerk en het houden van samenkomsten. De vraag bijvoorbeeld of er in een eredienst een beamer gebruikt moet worden is dan opeens geen vraag meer. Als je nieuwe mensen in je midden verwacht, zorg je ervoor dat ze de dienst ook kunnen meemaken en niet in allerlei boeken hoeven te bladeren voordat ze het betreffende stuk gevonden hebben. Ik vraag me echter af of kerken ook op dit punt aan de roepstem van God gehoor geven

Vraag: Is de angst dat het evangelie steeds meer aan de mens en zijn cultuur wordt aangepast geen gegronde angst? Hebben niet veel pogingen om de wereld te ontmoeten geleid tot een steeds verdere aanpassing van de kerk aan de wereld, en nauwelijks tot nieuwe bekeerlingen, terwijl velen via de achterdeur de kerk verlieten.

Antw.: Er zitten enkele aannames in deze vraag opgesloten waar ik eerst op moet reageren. Want die aannames zorgen ervoor dat er angst in de vraag opklinkt.
Allereerst iets over het aanpassen van het evangelie. Ik kan me niet voorstellen dat wie de waarheid wil verbreiden het evangelie gaat aanpassen. Ik heb in verschillende culturen mogen werken, maar nooit enige concessie gedaan. Ik realiseer me wel als ik Trouw, het Nederlands Dagblad, de Saambinder, de Reformatie of Nader Bekeken  lees dat elke blad een zekere eenzijdigheid laat zien. Kennelijk vindt men iets belangrijk dat door anderen minder voor het voetlicht wordt gebracht. Zo heb ik en ieder christen z’n beperkingen, noemt het ‘eigen nestgeur’. Die eenzijdigheden mogen ons bescheiden maken. Tegelijkertijd mogen we ervan uitgaan dat iedereen voor de waarheid van het evangelie gaat. Daarbij mogen we de cultuur in ons opzuigen. Sterker nog: we maken zelf deel uit van die cultuur, we ademen de cultuur in en geven er mee vorm aan. Maar daardoor kan het evangelie des te scherper worden neergezet. Op deze manier wordt juist de ‘antithese’ openbaar. De antithese openbaart zich niet daar waar men het verschil tussen kerk en wereld ziet als een diepe kloof. Alleen waar de kerk meebeweegt met de cultuur kan het echt tot een botsing komen. Wanneer christenen dichtbij Christus blijven en vandaaruit meebewegen met hun eigen cultuur en hun eigen omgeving, dan kunnen zij het verschil maken. Anders ben je geen christen meer.
Ten tweede de aanname dat veel pogingen om de wereld te ontmoeten geleid hebben tot steeds verdere aanpassing van de kerk aan de wereld. De vraag gaat ervan uit dat er veel pogingen worden ondernomen om de wereld te ontmoeten. Ik zie dat vandaag niet om me heen. De omgeving moet nog tot leerlingen van Jezus worden gemaakt als ik let op de situatie in Nederland en West-Europa.  De echte ontmoeting moet nog komen. Wat ik zie is een begin, een poging, een experiment. Meer is het niet in mijn ogen. Daarom snap ik ook niet de aanname dat er verband zou bestaan tussen pogingen om de wereld te ontmoeten en kerkverlating. Waarom zou kerkverlating niet beschouwd kunnen worden als een uiting van onvrede over het verschijnsel dat kerken in de verkondiging van het evangelie gehecht zijn aan oude, vertrouwde vormen? Dit is slechts giswerk. Het zou onderzocht moeten worden voordat we hier iets zinnigs over kunnen zeggen. Sprekend vanuit mijn eigen ervaring in Maastricht durf ik wel te zeggen dat juist de gerichtheid op de niet-christen heeft bijgedragen aan het verschijnsel dat mensen die voor hun eigen besef alle reden hadden om de vrijgemaakte kerk de rug toe te keren zich toch bij de kerk hebben aangesloten voor de duur van hun verblijf in deze stad. Sommigen hebben mij verteld dat ze menselijk gesproken daardoor het geloof hebben behouden!
Het antwoord op deze vraag afrondend vind ik dat de angst die hieruit opklinkt niet voldoende grond heeft. Maar al zou dat zo zijn, dan nog vind ik dat ik gevoelens van angst niet in overeenstemming kan brengen met mijn vertrouwen op God. Zodra gevoelens van angst over de koers, van frustratie over ontwikkelingen of van zorgen over de kerk bezit van mij nemen, ben ik al bezig om me niet meer als gelovige te gedragen omdat ik mij verwijder van het hart van het geloof: het vertrouwen op God, mijn Vader die in de hemel is.

Vraag: Van welke angsten moeten wij verlost worden?

Antw.: Van de angst dat elke afwijking van het bestaande verkeerd zou zijn. Van de angst dat verschillen tussen plaatselijke kerken betreurd moeten worden  Van de angst dat we onbijbels bezig zouden zijn zodra er iets anders gelezen wordt dan tot nu toe gedacht. Volgelingen van Jezus hoeven nergens bang voor te zijn maar gewoon de weg achter Jezus aan te wijzen. Zelfs als mensen een verschillende mening hebben over inhoudelijke punten van het geloof hoeft dat niet verontrustend te zijn. Beslissend is of men alles doet en denkt voor de Heer. Belangrijk is hoe we ondanks bestaande verschillen met elkaar omgaan: elkaar niet minachten of veroordelen, lees ik in Romeinen 14.

Vraag: En dan die 95% (daarnee wordt bedoeld het percentage kerkmensen dat geen geslaagde dwarsverbinding heeft met de wereld, jg), geef je dan geen oordeel over mensen, die misschien niet zo goed in staat zijn uit te drukken wat hun geloof in het dagelijks leven inhoudt, maar toch gewoon gelovig hun leven leiden. Ik denk dat dat toch wel meer dan 5% is in onze kerken, maar misschien begreep ik die opmerking verkeerd.

Antw.: Met geslaagde dwarsverbindingen bedoel ik goede relaties tussen christenen en niet-christenen die kunnen leiden tot gesprekken die ergens over gaan. Dat is zo gewoon, zo normaal, zo gemakkelijk, zo voor de hand liggend. De enige voorwaarde is dat je hen ziet staan en wilt opnemen in je aandachtssfeer. Op de een of andere manier zit dat niet in onze genen. Ik weet niet hoe dat komt. Ik stam zelf nog uit de tijd van de zuilen. Toen had je als gereformeerde geen contact met een rooms-katholiek, en al helemaal niet met iemand die ‘nergens aan deed’. Die tijd hebben wij gehad, maar in de praktijk voelen we ons thuis in onze eigen comfort-zone. Die bestaat uit onze eigen familie en onze eigen kerkelijke gemeenschap. Maar buren en collega’s die anders denken dan wij vallen daar buiten. En inderdaad: 95%. Misschien dat een op de twintig kerkleden kan zeggen dat hij net zo makkelijke en goed contact heeft met niet-christenen als met christenen uit zijn eigen kerkgemeenschap. Het is een inschatting die ik maak zonder daarmee broeders en zusters te willen veroordelen. Maar het is een inschatting die ik baseer op reacties tijdens spreekbeurten in plaatselijke kerken en op wat mensen uit plaatselijke kerken mij op trainingen vertellen. Ik vind dat ik dit moet kunnen zeggen net zo wanneer iemand anders iets mag roepen over de tweede dienst op zondag die qua opkomst terugloopt.

Een vraag die u niet gesteld heeft, maar wel in uw reactie naar voren komt is de belasting in tijd die kerkplanters investeren in de huiskerken.

Antw.: We kunnen zeggen dat acht kerkplanters ongeveer tien dagen per week investeren in kerkplanting. Voor de een is dat meer dan voor de ander, maar het is zonder uitzondering veel. Tegelijk is het ook mogelijk dat mensen tijdelijk door omstandigheden gedwongen een pas op de plaats maken. We leren ook omgaan met uitvalverschijnselen. Momenteel zijn twee echtparen bezig om een netwerk van sponsorvrienden op te zetten. Dat hoort allemaal bij het leerproces. Maar voorop staat dat we eerst het koninkrijk van God zoeken. Ieder in zijn en haar eigen situatie en ieder met zijn en haar eigen mogelijkheden.

Tenslotte wil ik u bedanken voor de ruimte die ik heb gekregen om op uw website te reageren. Ik doe dat in de overtuiging – zoals hierboven al is gebleken – dat we met respect voor elkaar met elkaar dienen om te gaan en naar elkaar te luisteren en van elkaar te leren. Ik ben graag bereid om via een spreekbeurt het gesprek over deze aangelegenheid aan te gaan en wens u Gods zegen.

Sjaloom,

Jacob Glas
Predikant gereformeerde Kruispuntkerk te Maastricht
Tevens free-lance trainer/coach voor het Dienstencentrum van de GKV