Ethiek

Ethiek

Signalen

Bezinningsbijeenkomsten

Rijnsburg, 26 september
Schriftgezag en hermeneutiek
Zie Nieuwe artikelen, click Rijnsburg Schriftgezag en hermeneutiek

Capelle aan den IJssel, donderdag 17 oktober
De katholiciteit van de kerk
Zie Nieuwe artikelen,
click Persbericht - Studieavonden najaar 2019


Bleiswijk, donderdag 14 november

Heilige kerk, veilige kerk
Zie Nieuwe artikelen,
click Persbericht - Studieavonden najaar 2019

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Kruisverhoor op Zondag (9e)

D.J. Bolt
29-05-08

Op dezelfde manier als bij mijn vorige reacties wil ik ook graag commentaar geven op de laatste bijdrage in deze reeks. Het is niet allemaal nieuwe materie die de lezer zal tegenkomen. Maar wellicht kunnen hier en daar toch de standpunten nog wat worden verhelderd.
Mijn bijdragen zijn weer blauw gekleurd.

De volgende keer hoop ik een antwoord te geven of/hoe we verder gaan met deze discussie.

Commentaar op ds. Wierenga's bijdrage 8aaa

WW
Ik heb de hele discussie tussen ons nog eens doorgenomen. Het lijkt me goed mijn positie nog eens helder onder uw aandacht te brengen.
Ik leg nadruk op het feit dat wij, christenen, niet leven onder het oude verbond dat God Jahweh eens met Israël sloot bij de Sinaï. De bijbel zelf zegt dat erg duidelijk. In Jer 31 is sprake van een nieuw, van een ander verbond dan Hij met de Israëlieten sloot bij de Sinaï. Bij de instelling van het avondmaal sprak onze Heer over een nieuw verbond. De brief aan de Hebreeën zegt het met zoveel woorden: dat oude verbond dat bij de Sinaï werd gesloten is verouderd. Om die twee verbonden draaide onze discussie. En over het al of niet geldig zijn van het oude Sinaï-verbond voor ons vandaag en de consequenties daarvan voor ons doen en laten vandaag. Buiten de discussie bleef het verbond dat Jahweh sloot met Abraham.

Verder leg ik nadruk op het feit dat de thora in de betekenis van wetgeving, gegeven door God Jahweh, de wet van het Sinaï-verbond is en een eenheid is. Daarmee bedoelde ik dat de bepalingen inzake offers en rein en onrein voedsel en de zevende dag als rustdag en het zesde gebod van de dekaloog, binnen het kader van dat verbond, éénzelfde verplichtende kracht hadden. En dat Jahweh zelf dat verbond verouderd heeft verklaard, inclusief al die bepalingen en geboden en verboden.
Ik heb dat als een syllogisme gepresenteerd. De eerste stelling (de maior): het verbond bij de Sinai gesloten, is volgens de bijbel verouderd en niet meer geldig, sedert Christus het nieuwe verbond in zijn bloed gefundeerd heeft ingesteld. De tweede stelling (de minor) zegt: de thora (incl. de dekaloog als?modern gezegd?de grondwet van dit Sinaï-verbond), maakte deel uit van dit Sinaï-verbond. Met als conclusie (de conclusio): de thora, incl. de dekaloog is verouderd en niet meer geldig. Verouderd en niet meer geldig gebruik ik in de betekenis van: ze maken geen deel uit van de officiële papieren van het nieuwe verbond.

Naar mijn oordeel hebt U niet op enige wijze aangetoond dat dit syllogisme onjuist is. Naar mijn oordeel zijn de stellingen bijbels en is de conclusie logisch.

Maar niet alleen logisch. De conclusie is door Paulus ook duidelijk onder woorden gebracht. Hij noemt de thora een tuchtmeester die dienst deed tot de komst van Christus, tot de tijd door de Vader bepaald. Van ons, christenen, zegt hij dat wij niet onder die tuchtmeester staan. Dat we niet onder de wet zijn. Dat we dood zijn voor de thora, zodat die thora ons niet meer iets kan opdragen, evenmin als de huwelijkswet kan gelden voor een weduwe. Ik verwijs naar Gal 4, 1-10 en naar Rm 7, 1-6.

DJB

Volgens de methode van Aristotelische syllogismen (1) zou u gelijk hebben. Maar het is uitermate gevaarlijk om de oude Griekse logicaleer als (een belangrijke) hoeksteen voor de leringen van de Schrift te gebruiken. Daarmee wil ik niet zeggen dat logisch denken en redeneren geen plaats mag hebben in onze pogingen om te begrijpen wat de Schrift leert. Maar altijd zullen conclusies daaruit onderworpen moeten worden aan het geheel van de Bijbelse openbaring. Een paar voorbeelden waaruit kan blijken hoe toepassing van Aristoteles' logica kan leiden tot tegen de Schrift ingaande, dus onaanvaardbare conclusies.

Over de Drieëenheid:

Major: De Vader is God, de Zoon is God, de Heilige Geest is God.

Minor: 1 + 1 +1 = 3.

Conclusie: Er zijn drie Goden.

Over de zonde:

Major: Niets gebeurt zonder de wil van God.

Minor: Mensen zondigen.

Conclusie: God wil dat mensen zondigen.

Het ontgaat mij natuurlijk niet dat u zich niet alleen baseert op deze Antieke logica. U hebt verschillende uitspraken van Paulus over de wet aangehaald. Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat uw syllogisme de manier beheerst waarop u kijkt naar de betekenis van de wet in het Oude en Nieuwe Verbond. Dat leidt m.i. tot een verwrongen en onjuist zicht op de betekenis van de Tien Geboden voor ons leven.

WW

Door de stellingen waarvan U uitgaat, maakt U het zich onmogelijk de duidelijke uitspraken van Paulus over de positie van de thora tot hun recht te laten komen. Ik denk aan uitspraken als dood voor de wet, niet onder de wet; Christus als het einde van de wet. U maakt het zich ook onmogelijk om verder na te denken over het gebruiken van de thora en dus ook van de dekaloog binnen het nieuwe verbond. U maakt het zich ook onmogelijk de eenheid van de thora te eerbiedigen doordat U scheiding aanbrengt tussen de dekaloog (als nog geldend) en de andere woorden in de thora (waarvan vele niet meer geldend).

DJB
Het verbaast mij eerlijk gezegd dat u zulke sterke woorden gebruikt over mijn overtuiging. Overschreeuwt u mij daarmee niet? Immers, ik heb in een hele serie bijdragen zowel vanuit de Schrift als de kerkgeschiedenis aangetoond hoe in mijn opvatting recht wordt gedaan aan de uitspraken over de wet in de Schrift. U kunt blijven volhouden dat u het niet met me eens bent, dat is uw goed recht. Maar het helpt niet verder om een ander uitgebreid beargumenteerd standpunt als "onmogelijk" te bestempelen zolang als daar de argumenten niet van zijn weerlegd.

WW

Ik heb duidelijk aangegeven dat mijn mening niet impliceert dat wij nu zonder de wet van God leven. Aan de hand van 1 Kor 9 liet ik zien dat wij niet, evenmin als Paulus, onder de (joodse) wet staan, maar dat dat niet betekent dat we de wet van God hebben losgelaten. Want we onderwerpen ons aan de wet van Christus (vs 20-21). God Jahweh verwees ons naar Hem (?luister naar Hem?, Mt 17,5). In overeenstemming met de wil van zijn Vader bepaalt Hij voor ons de wet. Hij bepaalt welke voorschriften van de thora Hij opneemt in zijn wet en welke niet. En Hij stemt zijn wet af op de nieuwe situatie van het nieuwe verbond. Verder is Hij ons hier op aarde ook tot een voorbeeld geweest (vgl bv 1 Pt 2, 21-22). Onderhouden we zo Christus? wet, dan doen we de wil van God en onderhouden we zijn geboden in onze nieuwe situatie.

DJB
Hoeveel er in bovenstaande zinnen ook door mij wordt onderschreven, de basis van uw overtuiging blijft: de Tien Geboden hebben afgedaan, zijn ongeldig, en logischerwijs dus ook het Vierde Gebod. En daar ben ik het hartgrondig mee oneens, zoals ik uitgebreid met argumenten vanuit de Schrift en de kerkgeschiedenis heb onderbouwd.

WW
Met vriendelijke groeten,


WWierenga, Midlaren. 4 maart 2008.

Slot volgt

NOTEN
____________________________________________________________

1 Een syllogisme is in de logica een redenering, welke bestaat uit drie proposities: een majorpremisse (hoofdstelling), een minorpremisse (een nevenstelling) en een conclusie (zie uitgebreider: wikipedia). Voorbeeld: Alle mensen zijn sterfelijk, ik ben een mens, dus: ik ben sterfelijk.