Ethiek

Ethiek

Signalen

De bezinningsgroep Rijnsburg e.o. belegt D.V. op 26 september a.s. een voorlichtingsavond over:

Schriftgezag en hermeneutiek (Bijbeluitleg)

Spreker: dr. R.T. (Dolf) te Velde.

Plaats: kerkgebouw GKv Rijnsburg, Katwijkerweg 1a, 2231 SE Rijnsburg.
Aanvang: 20.00 uur.
Zie verder onder Nieuwe artikelen, click Schriftgezag en hermeneutiek

 


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Kruisverhoor op Zondag (8a)

D.J. Bolt
16-02-08

Even de dingen op een rijtje om de draad vast te houden.
Ds. Wierenga en ik spreken er nog steeds over of de Tien Geboden geldig zijn voor onze nieuw-testamentische tijd. Dit in de aanloop naar de bespreking van het vierde gebod.
Mijn vorige bijdrage bestond uit twee delen, 7a en 7b. Met het eerste deel (7a) probeerde ik aan te tonen vanuit de Schrift en de belijdenis dat deze geboden nog volledig gelden. Vervolgens voerde ik een week later in 7b argumenten aan vanuit de kerkgeschiedenis.
Ds. Wierenga reageert nu met 8a op mijn 7a. Dat vindt u hieronder. De volgende keer hopen we een reactie van hem te plaatsen op argumenten uit de geschiedenis, dus een reactie op 7b met zijn afsluitende vraag.

Ds. Wierenga aan Bolt

Hooggeachte broeder Bolt,

Antwoord op uw bijdrage getiteld Kruisverhoor op Zondag (7a).
Mijn nadruk op het niet meer geldig zijn van de hele OTische wetgeving (inclusief de Dekaloog) heeft niet tot doel de weg te banen om tot een stelling ontrent het vierde gebod te komen. Die nadruk heeft te maken niet met een doel, maar met een basaal leerstuk. Ik kan Paulus? uitspraken over de wet niet naar hun volle inhoud accepteren als ik niet mag concluderen dat de hele OTische wetgeving niet meer geldig is. Het is bij mij niet een zaak niet van dogmatiek en leer (althans niet primair!), maar van interpretatie (= exegese) . En tenslotte moet de leer en de systematische uiteenzetting daarvan in de dogmatiek uit de bijbel en de interpretatie daarvan oprijzen. Daarom zegt mij een uitspraak die U in één van uw vorige bijdragen gaf, nl (citaat) ?God heeft een blijvend verbond met zijn volk. Dat is in (= en?) blijft van alle tijden??.zo?n uitspraak zegt mij zo weinig. Wat verstaat U daar onder ?zijn volk?? Behoort tot dat volk ook bv Adam? Hebt U ooit in de bijbel gelezen dat Jahweh een verbond met Adam sloot? Hebt U ooit gelezen dat Jahweh aan Adam de tien geboden gaf, of aan Abraham.

Verder zegt U dat dat verbond is en blijft van alle tijden. Maar waar leert de bijbel dat dan? Bericht de bijbel dat Jahweh een verbond sloot met Adam? Paulus spreekt in Rm 5 rustig over de tijd dat er geen wet was (vs 13). Hij zegt rustig dat de wet er later bij kwam (vs 20). En wanneer kwam die wet er bij? Ze werd door engelen aan een bemiddelaar gegeven (Gl 3, 19) en die bemiddelaar was Mozes. En wij weten uit voldoende gegevens dat die wet werd gegeven aan Israël, en wel in het kader van een bij de Sinaï gesloten verbond. In het licht van dit spreken van Paulus is uw zoeven geciteerde uitspraak een stukje leer waarvoor geen basis te vinden is in de bijbel. En als dan de bijbel ook nog leert dat dat verbond waarbinnen de Dekaloog werd gegeven is verouderd en verjaard, dan zeg ik, en dat in overeenstemming met uitdrukkelijke uitspraken van Paulus, dat ook de Dekaloog is verouderd en verjaard. Zodat wij niet meer onder de wet zijn, zoals Paulus zegt. Zoals een weduwe niet meer aan de huwelijkswetgeving is onderworpen als haar man is overleden (Rm 7, 1-3). Paulus zegt ook dat hij niet onder de Joodse wet staat en daarom ook de vrijheid heeft te worden als iemand die de wet niet heeft (1 Kor 9, 21). Hij haast zich dan om er aan toe te voegen dat hij de wet van God niet heeft losgelaten (en dat doe ik ook steeds!). Hoe zo heeft hij Gods wet niet losgelaten? Wel, dat zegt hij er bij: hij heeft zich onderworpen aan de wet van Christus. Hij gebruikt in 1 Kor 9, 20-23, volgens de NBV, de uitdrukkingen: de Joodse wet (en dat staat er eigenlijk niet : het woordje ?joods? is door de vertalers toegevoegd), de wet van God, en de wet van Christus. Beter dus: hij spreekt over ?de wet?, en over de wet van God en over de wet van Christus. Omdat de context zegt dat Paulus voor de Joden een Jood wordt om hen te winnen, kunnen we stellen dat Paulus met ?de wet? bedoelt de hele wetgeving bij de Sinaï aan Israël gegeven. Hij staat zelf niet onder die wet. Daarbij brengt Paulus geen onderscheidingen aan tussen bv burgerlijke, ceremoniële en morele wetgeving. Dat betekent dat hij geen uitzondering maakt voor de Dekaloog. Hij is niet onder de Dekaloog.

Natuurlijk vreest hij voor misverstanden (die vrees heb ik ook), maar hij zegt het toch heel duidelijk. En dat komt volledig overeen met Rm 7, 1-3. Zoals een weduwe niet meer onder de wet is door en vanaf de tijd dat haar man is overleden zo zijn wij dood voor de wet dankzij de dood van Christus (Rm 7, 4). Ontslagen van de hele wet van het Oude Verbond, inclusief ontslagen van de Dekaloog. In het midden van, in gezelschap van joodse mensen houdt Paulus zich aan de hele OTische wetgeving. Wie van hen zou anders naar Paulus willen luisteren? Hij wil ze winnen!
Daarna schrijft hij over hen die zonder wet zijn. (De NBV heeft weer het woordje ? joods? toegevoegd in vs 21 begin, zakelijk wel juist). Wie zijn dat? Zijn er mensen zonder de wet? Ja. Dat zijn de heidenen in wier midden Paulus kwam ?evangeliseren?. In hun midden gedraagt Paulus zich als was hij zonder wet. Dan at hij misschien wel varkensvlees, voor de Joden een gruwel, maar voor heidenen heel gewoon. Ging hij dan ook met heidenen naar de hoeren, of samen naar de afgodstempel en deed hij mee met gokken enz.? Nee, zijn vrijheid betekent niet dat hij de wet van God heeft losgelaten. Paulus lijkt zichzelf tegen te spreken. Maar dat is niet zo als je er bij betrekt wat hij onmiddellijk ter verduidelijking toevoegt. Hij heeft de wet van God niet losgelaten omdat hij zich aan de wet van Christus heeft onderworpen. De wet van God is nu dus de wet van Christus. Paulus leeft in het Nieuwe Verbond en terwijl de hele OTische wetgeving als behorend tot het Oude Verbond met dat Oude Verbond is verouderd en verdwenen, geldt nu de wet van Christus als de wet van God. En wat is die wet van Christus dan? Dat is precies wat Paulus doet: Joden en heidenen trachten te winnen voor Christus. Dat is de wet van de liefde.

En nog eens: Paulus speelt die wet van de liefde niet uit tegen de OTische wetgeving! Zouden wij uit onszelf, met ons zondige hart, weten wat de liefde meebrengt aan concreetheid? Om die liefde op goede wijze in concrete handelingen om te zetten, hebben wij de gehele bijbel nodig. Zowel de Dekaloog als de offerwetgeving, zowel de Dekaloog (Ex 20) als het zgn. bondsboek (Ex 21-24), zowel de Dekaloog als de Bergrede als de brieven van de apostelen.
Ziet U, zo kan ik nu Paulus? uitspraken lezen en aanvaarden zoals ze luiden. Zonder onderscheidingen aan te brengen die hijzelf niet aanbrengt. Ik kan net zo radicaal als hij zeggen: ik ben niet onder wet. Ik ben dood door de wet. Ik ben zonder wet. De wet was een tuchtmeester tot de tijd dat Christus kwam. En ik kan even radicaal als hij zeggen (hem nazeggen): maar ik ben niet zonder wet, want ik heb me onderworpen aan de wet van Christus en die wet neemt de Dekaloog in zich op, maar boort veel dieper: tot (door) de ouden werd gezegd, maar Ik zeg U.

Waarom laat God de tien geboden dan zo scherp prediken? Dat laat God inderdaad en zo moet het. En wat de catechismus dan als antwoord geeft, onderschrijf ik volledig. Maar de Catechismus zegt toch niet dat alleen de prediking van de tien geboden ons onze zondige aard steeds meer leert kennen. Wat denkt U van de prediking van de Bergrede en de aanwijzingen in de brieven van de Apostelen? God laat ons toch de hele bijbel scherp prediken? Ook als ik een preek houdt over een stuk van de offerwetgeving of over één van de psalmen. De hele bijbel is afgestemd op de golflengte van onze schuld, zoals ds Tunderman ooit schreef. Alles in de bijbel dient om ons steeds meer als zondaren te leren kennen en de noodzaak van (het geloof in) Christus te onderstrepen en ons tot gebed om gehoorzaamheid te brengen.

Er is overigens in de hele bijbel geen gebod te vinden dat zegt dat de dekaloog alle zondagen moet worden voorgelezen, of dat in de loop van een jaar alle 10 geboden aan de orde moeten komen in of buiten het kader van de behandeling van de catechismus. Uit vr. en antw. 115 concluderen dat de 10 geboden deel uitmaken van de ?papieren ?van het Nieuwe Verbond is niet gerechtvaardigd.
De bewijsvoering kan voor ieder duidelijk zijn: De major luidt: het Oude Verbond is verouderd en verjaard. De minor luidt: de dekaloog behoort tot dat Oude Verbond. De conclusio luidt: de dekaloog is verouderd en verjaard. En die conclusie vind ik overal bij Paulus met zoveel woorden uitgesproken. Boven staan er enkele vermeld.

Met hartelijke groeten,

WWierenga. Midlaren. 7 febr 2008.