Ethiek

Ethiek

Signalen

De bezinningsgroep Rijnsburg e.o. belegt D.V. op 26 september a.s. een voorlichtingsavond over:

Schriftgezag en hermeneutiek (Bijbeluitleg)

Spreker: dr. R.T. (Dolf) te Velde.

Plaats: kerkgebouw GKv Rijnsburg, Katwijkerweg 1a, 2231 SE Rijnsburg.
Aanvang: 20.00 uur.
Zie verder onder Nieuwe artikelen, click Schriftgezag en hermeneutiek

 


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Kruisverhoor op Zondag(5)

D.J. Bolt
19-01-08

Eerst even de zaken op een rijtje.
Vorige week hebben we in Kruisverhoor op Zondag (4) twee reacties van ds. Wierenga geplaatst, gedateerd 25 dec. 2007 en 3 jan. 2008. Voor het gemak refereren we nu en verder aan een bijdrage met 'KoZ' aangevuld met het volgnummer ervan. Aan de bijdrage van vorige week refereren we dus als KoZ4.

In mijn bijdrage KoZ3 stelde ik ds. Wierenga een zevental vragen. Daarop reageerde ds. Wierenga met een vijftal tegenvragen (KoZ4). In zijn tweede reactie ging hij nader in op mijn vragen.
Om de lijn van de discussie vast te houden lijkt het mij verstandig eerst op zijn tweede reactie te reflecteren omdat die antwoord geeft op mijn vragen. Vervolgens wil ik dan op zijn vragen in gaan.

Bolt aan ds. Wierenga


Geachte ds. Wierenga,
 
We moeten, denk ik, even oppassen dat we niet verdrinken in de discussie. We willen doorspreken over het vierde gebod. Dat is waar het omgaat. Nu hebt u (terecht) de algemene geldigheid van de Tien Geboden, de decaloog, aan de orde gesteld. Natuurlijk kom je met het vierde gebod heel verschillend uit als de geboden in het algemeen nu nog wel, of niet meer geldig zouden zijn. Daar moet eerst helderheid over komen.
U hebt in uw bijdragen daar het een en ander over opgemerkt. Maar nog steeds heb ik niet helder hoe het nu precies met de geldigheid van de decaloog staat naar uw overtuiging. Soms denk ik als ik uw bijdragen lees, nee ze zijn geldig, maar vervolgens lijkt het er op dat u ze weer wel geldig vindt. Om dat wat nader aan te geven zet ik een aantal uitspraken van u op een rijtje met daarbij aangegeven waar ik die vond. Hetgeen tussen [] staat zijn mijn toevoegingen om zinnen lopend te houden.

Niet meer geldig

 

  1. "De decaloog behoort tot dat oude verbond en is dus, evenals dat hele verbond, verouderd en versleten". (KoZ2)
  2. [Vroeger spraken we over] "de eeuwige en universele wet van God als we het over de decaloog hadden. Dat was onjuist. De decaloog is niet als een universele wet gegeven, het was een wet binnen het kader van het verbond met Israël. Een tijdelijk verbond.() De decaloog behoort tot het Oude Verbond en had een getermineerde geldigheid." (KoZ2)
  3. "Rm 7, 1-3: Daar staat zonneklaar dat zoals een weduwe geworden echtgenote vrij is van de wet die haar aan haar overleden man bond, zo ook wij van de wet ontslagen zijn. Het woord ' wet' betekent hier meer dan alleen de dekaloog, maar omvat wel degelijk ook de dekaloog." (KoZ2)
  4. Dit hele [oude] verbond is nu verouderd en afgeschaft en vervangen. Inclusief de Dekaloog. Die had volgens mij dus binnen dat Oude Verbond niet een aparte, geïsoleerde status. (KoZ4)
  5. [Op mijn vraag of de dekaloog nog steeds normatief voor ons christelijke leven is:] "Mijn antwoord is: de dekaloog bevatte voor Israël de minimumvereisten voor het leven in het verbond dat bij de Sinaï werd gesloten".

  1. "Wil dit nu zeggen dat we aan geen wet en gebod meer gebonden zijn? () Natuurlijk niet. Heeft onze Heer en Meester de dekaloog niet in verdiepte en versterkte vorm ons voorgehouden in de Bergrede?" (KoZ2)
  2. "Messias Jezus spreekt over het hele OT als ' wet en profeten'. Natuurlijk valt daar ook de dekaloog onder. Die kwam Hij niet afschaffen, nee, Hij kwam om die te vervullen, dwz.: Hij kwam om de diepte van de wet, ook van de dekaloog te onthullen." (KoZ2)
  3. "Die naastenliefde moeten we niet uitspelen tegen de dekaloog, nee, wie de naaste liefheeft als zichzelf, wendt zich onmiddellijk tot de dekaloog om daaruit te leren wat naastenliefde in de praktijk betekent." (KoZ2)
  4. "Hebt U uit Bijdrage WW 1 opgevangen dat ik geen streepje of lettertje afdoe van de in de Dekaloog gestelde eisen, maar ze juist strakker aanbindt in navolging van de Heer van de kerk in de Bergrede?" (KoZ4)
  5. "De inhoud van de regels van de dekaloog [is] nog even zeer van kracht, als minimumminimumeisen (U leest het goed: minimumminimumeisen). De eisen van de dekaloog gaan minder ver dan andere eisen uit de Thora en zeker minder ver dan bv de eisen in de Bergrede." (KoZ4)
  6. "Wij luisteren naar wat God als zijn wil voor ons leven bekend gemaakt heeft, o.a. (zoals U zelf zegt), o.a. in de dekaloog." (KoZ4)

Eerlijk gezegd kan ik de reeks uitspraken 1-5 niet goed rijmen met die onder 6-11 geciteerd.
Maar bij nader doordenken meen ik toch te begrijpen wat u bedoelt te zeggen. Ik probeer het in mijn eigen woorden weer te geven, met referentie aan de citaten boven.

Samenvatting van uw standpunt
De decaloog heeft afgedaan, is niet meer geldig (1-5).
Daarvoor in de plaats zijn Christus' geboden gekomen. Die omvatten veel meer en gaan ook veel dieper dan de Tien Geboden. De Tien Geboden bestaan slechts uit een paar regels met weinig (kwantitatieve) inhoud voor Israël (5). Voor ons zijn die regels als decaloogregels vervallen, want als zodanig behoorden ze bij het Oude Verbond, onderdeel van de oude "notariële acten" waarin het verbond met Israël was vastgelegd (KoZ4).
Máár, de inhoud(!) daarvan (10) moet je niet als afgeschaft beschouwen want die is ook geldig, zij het maar als 'minimumminimum', onderdeeltje van Jezus' Wet (11). En omdat Jezus sommige regels noemt in zijn Bergrede doet u van deze geen "streepje of lettertje" af, integendeel, bindt er nog strakker aan dan Israël er vroeger aan gebonden was (11). Echter ze stellen inhoudelijk weinig voor als je ze vergelijkt met andere eisen in de Thora, en zeker in vergelijking met de eisen van de Bergrede (11).

Mijn vraag aan u is:

Vraag 8: Heb ik u met deze samenvatting goed begrepen? En zo niet, waar moet die worden bijgesteld?

Ik wou het op het punt van de geldigheid van de decaloog hier eerst maar even bij laten. Want ik kan nu natuurlijk op deze samenvatting ingaan maar dat heeft weinig zin als ik u verkeerd heb begrepen.

Beantwoording van uw vragen

U hebt mij ook vragen gesteld. Ik kan die kort beantwoorden.

Uw vraag 1: Bent U het met me eens dat wij in een ander verbond met God Jahweh leven dan Israël leefde? Een nieuw verbond zoals Jer 31 en Lk 22 en de brief aan de Hebreeën daarover spreken?

Antwoord:
Het antwoord is: ja en ook nee. God heeft een blijvend verbond met zijn volk. Dat blijft in is van alle tijden. Alleen, het wordt wel (ver)nieuw(d). In mijn bijdrage KoZ3 heb ik deze vraag (in Deel 1) uitgebreid beantwoord. Ik verwijs daar verder gemakshalve naar.

Uw vraag 2: Als U dat niet met me eens bent, hoe gaat U dan om met de genoemde bijbelgedeelten? Als U het wel met me eens bent, wat is volgens U dan in dit nieuwe verbond veranderd ten opzichte van het Oude Verbond dat bij de Sinaï gesloten werd?

Antwoord:
Bepaalde aspecten van het verbond zijn in onze bedeling niet meer geldig. Denk aan alles wat schaduwachtig is. En wat specifiek voor Israël als geografisch en burgerlijk rijk gold. In de nieuwe bedeling strekt Gods rijk zich uit over heel de aarde en alle volken. In KoZ3 heb ik me ingespannen om ook deze vraag uitgebreid te beantwoorden. Dus ik verwijs voor het antwoord opnieuw naar die bijdrage.

Uw vraag 3: Is het volgens U legitiem, bijbels verantwoord om van de Dekaloog te verklaren dat die een andere formele status had binnen het Oude Verbond dan de verdere bepalingen in Ex-Dt? En wel zó dat de Dekaloog wél en de andere bepalingen van het Oude Verbond niet zijn meegenomen naar het Nieuwe Verbond?

Antwoord:
Ja, er moet goed onderscheiden worden. Sommige bepalingen zijn vervallen. Ieder weet dat de bepalingen rond de offerdienst niet meer geldig zijn. Zie b.v. Hebr. 10. Maar niet de Decaloog. Die wordt onbekommerd gezaghebbend in het Nieuwe Testament aangehaald door de Here Jezus zelf en ook zijn apostelen.
Het wordt een beetje eentonig, maar ook deze vraag krijgt al een antwoord in KoZ3.

Uw vraag 4: Zou U het met mijn overtuiging eens kunnen zijn dat de Dekaloog de minimumeisen van Jahweh aan zijn volk Israël bevatte?

Antwoord:
Nee. Daar wil ik graag dieper op ingaan. Maar zoals in de vorige paragraaf aangegeven, moet ik eerst van u weten of ik uw standpunt m.b.t. de geldigheid van de decaloog zoals bovenstaand samengevat goed heb begrepen. Anders schiet ik in de lucht.
Dus u bent daarvoor eerst aan de beurt.

Uw vraag 5: Hebt U uit Bijdrage WW 1 opgevangen dat ik geen streepje of lettertje afdoe van de in de Dekaloog gestelde eisen, maar ze juist strakker aanbindt in navolging van de Heer van de kerk in de Bergrede?

Nee, dat had ik in eerste instantie niet opgevangen. Maar zoals u in het eerste gedeelte van deze bijdrage kunt zien, meen ik dat nu wel begrepen te hebben. Echter ik voel de behoefte om ook op dit punt nader in te gaan zodra u de 'samenvatting' hebt beoordeeld en eventueel bijgesteld.

Met hartelijke broedergroet,

D.J. Bolt