Ethiek

Ethiek

Signalen

De bezinningsgroep Rijnsburg e.o. belegt D.V. op 26 september a.s. een voorlichtingsavond over:

Schriftgezag en hermeneutiek (Bijbeluitleg)

Spreker: dr. R.T. (Dolf) te Velde.

Plaats: kerkgebouw GKv Rijnsburg, Katwijkerweg 1a, 2231 SE Rijnsburg.
Aanvang: 20.00 uur.
Zie verder onder Nieuwe artikelen, click Schriftgezag en hermeneutiek

 


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Toch scheiden en dan? (2)

D.J. Bolt
13-10-07

Toch scheiden en dan?

Waar gaat het om?

In de kern van de zaak gaat het om de onontbindbaarheid van het huwelijk.
De broeders zeggen dat het huwelijk onontbindbaar is tot (tenminste) een van de echtgenoten sterft. Tot aan de dood blijft het huwelijk tussen een man en zijn vrouw bestaan. Wat er ook gebeurt. De trouwbeloften blijven geldig.
Dat heeft belangrijke consequenties. Want als het huwelijk altijd blijft bestaan is het duidelijk dat hertrouwen niet mag zolang de andere echtgenoot nog in leven is. Dat betekent overspel en dat verbiedt de Here in het zevende gebod. Hertrouwen, laat staan kerkelijke huwelijksbevestiging kan dan helemáál niet, zo menen de broeders.

Zij gronden zich daarbij op een aantal hiervoor belangrijke teksten in de Schrift:

Rom. 7:3 Een vrouw is gebonden, zolang haar man leeft; maar indien haar man is ontslapen, is zij vrij om te trouwen, met wie zij wil, mits in de Here

1Cor. 7:39 Zo zal zij dan, indien zij bij het leven van haar man een ander tot man neemt, echtbreekster heten; wanneer echter de man sterft, is zij vrij van de wet, zodat zij geen echtbreekster is, indien zij zich aan een andere man geeft.

Maar hoe gaat het nu als er moeilijkheden komen, als er sprake is van 'verlaten' (scheiding), ontucht, hoererij of overspel? Als de man of de vrouw met iemand anders samen gaat leven of zelfs hertrouwt? Blijft ook dan het huwelijk in stand?
Ja, zeggen de broeders, dat maakt niets uit. Het huwelijk mag dan door de overheid zijn ontbonden, voor de Here blijft het bestaan.

Hiervoor beroepen de broeders zich opnieuw op de Schrift:

Mat. 19: 9 ?Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat, anders dan om hoererij, en een andere trouwt, die doet overspel, en die de verlatene trouwt, doet ook overspel.? (geciteerd uit de Statenvertaling aangezien deze dichter bij de grondtekst blijft volgens de broeders)

Mar. 10 :11, 12 ?En Hij zeide tot hen: Wie zijn vrouw wegzendt en een andere trouwt , pleegt echtbreuk ten opzichte van haar; en indien zij haar man verlaat en een ander trouwt, pleegt zij echtbreuk.?

Luk. 16 :18 ?En ieder, die zijn vrouw wegzendt, en een andere trouwt, pleegt echtbreuk; en wie een vrouw, die door haar man weggezonden is, trouwt, pleegt echtbreuk .
?

Naar de mening van de broeders staat in Mat. 19:9 heel duidelijk dat een schuldloos weggezondene overspel gaat plegen als ze hertrouwt en niet alleen zij, maar ook de man die haar trouwt pleegt overspel. Waarom? Omdat het eerste huwelijk weliswaar door de man maar níet door God ontbonden is.
Ook Lucas en Marcus, hiervoor geciteerd, zijn voor de broeders "uitermate duidelijk". "Niet voor niets staat er in Lucas, een ieder, die zijn vrouw wegzendt,?.,pleegt echtbreuk. Hier zijn geen uitzonderingen en geen uitvluchten meer mogelijk."

Maar hoe zit het dan met 1Cor. 7:15:

Maar indien de ongelovige haar verlaat, laat hij haar verlaten. De broeder of zuster is in dit geval niet gebonden; tot vrede heeft God u geroepen.

De broeders citeren hier weer de Statenvertaling waar i.p.v. 'gebonden' andere woorden worden gebruikt nl. 'dienstbaar gemaakt'. Omdat, naar hun oordeel NBG51 ten onrechte 'gebonden' vertaalt. Zij lezen dat hier als "ontslagen zijn van de huwelijkse plicht".

Kortom, het huwelijk is onverbrekelijk. Er is geen enkele reden of situatie waarin hertrouw is toegestaan anders dan bij de dood van een van de echtgenoten.

Ik wil nu de argumenten die de broeders hiervoor aanvoerden nader overwegen.

Onontbindbaarheid en ongelovige verlating

Er is in elk geval één tekst die onomwonden spreekt van het ontbinden van een huwelijk en dat is 1Cor. 7:15, de broeders haalden die tekst ook aan, zo zagen we hierboven:

Maar indien de ongelovige haar verlaat, laat hij haar verlaten. De broeder of zuster is in dit geval niet gebonden; tot vrede heeft God u geroepen.

Nu gaan zij liever bij de Statenvertaling te rade. Daar staat:

Maar indien de ongelovige scheidt, dat hij scheide. De broeder of de zuster wordt in (27) zodanige gevallen niet (28) dienstbaar gemaakt; maar God heeft ons tot vrede geroepen.

Dat niet-dienstbaar betekent dan volgens hen: "ontslagen zijn van de huwelijkse plicht" maar betekent niet ontbinding van het huwelijk.
Ik ga hier niet in mee.
Want in de andere, mij beschikbare vertalingen blijkt steeds dat hier wél het woord "gebonden" of een vergelijkbare uitdrukking wordt gebruikt1. De Statenvertaling staat hier dus vrijwel alleen, voor zover ik kan zien. Echter er is meer.
De broeders interpreteren niet-dienstbaar dus als: "ontslagen zijn van de huwelijkse plicht". Als je daar over nadenkt, gaat dat natuurlijk ook wel heel ver. Want over huwelijkse plichten heeft Paulus krachtige en uitdrukkelijke uitspraken gedaan die nagekomen moeten worden. Zo schrijft hij dat echtgenoten niet zelf over het eigen lichaam hebben te beschikken maar de ander2. Alleen met goedvinden van de ander mag dat een (korte) tijd aan elkaar worden onthouden.
Daarom, als de vertaling en de toepassing van de broeders al juist zou zijn, dan nóg moet je concluderen dat hier een huwelijk wordt verbroken. De Schepper heeft immers het huwelijk op drie pijlers gebouwd: vader en moeder verlaten (eigen gezin stichten), vrouw aanhangen (haar liefhebben en verzorgen) en één vlees worden (volledige gemeenschap inclusief van de lichamen). Dit verbond tussen man en vrouw wordt hier op alle drie punten verbroken door een ongelovige die om haar geloof niet meer met haar wenst samen te leven.

Het is jammer dat de broeders wel de tekst uit de Statenvertaling citeren maar blijkbaar niet de Kanttekeningen hebben gelezen die de vertalers er als verklaring bij hebben geplaatst. Daar staat namelijk bij:

"27 in zodanige gevallen": Namelijk wanneer die alzoo den band des huwelijks van hunne zijde breken, uit haat alleen van het geloof.
"
28 dienstbaar": Dat is, niet gehouden van hunne zijde den band des huwelijks verder te houden, of ongetrouwd te blijven, gelijk hij den getrouwden, vs.11, in het algemeen had bevolen; van welk gebod die ook uitgenomen worden.
(vet djb)

De Kanttekenaren schrijven hier dus als toelichting op hun vertaling precies het omgekeerde van wat de broeders dachten binnen te halen voor de fundering van hun mening dat er in de Bijbel nooit sprake is van ontbinding van een huwelijk. De band of het verbond van het huwelijk wordt in de ogen van de Kantekenaren wél verbroken3. Ze geven aan dat het een uitzondering is op de algemene regel van 1Cor. 7:11 waar Paulus bij scheiding beveelt te verzoenen of ongetrouwd te blijven.

Daar komt nog iets bij. In het Oude Testament wordt de overspeelster met de dood bestraft. Overspel leidt tot het einde van het huwelijk in de meest rigoureuze zin. Zo ernstig strafte de Here deze zonde toen. Er was geen weg meer terug, geen verzoening meer mogelijk. Het huwelijk werd finaal ontbonden als gevolg van een verhouding met een derde.

Mijn conclusie is dat de ontbindbaarheid (zie Update A) die de broeders nergens in de Schrift konden vinden in elk geval voorkomt in het Oude Testament en in 1Cor. 7:15. Daarmee is een belangrijke stut onder de stellingname van de broeders weggevallen.

Onontbindbaarheid en overspel

In de discussie speelt verder Mat. 19:9 een belangrijke rol, zoals we hierboven al zagen. Ook voor deze tekst beroepen de broeders zich graag op de Statenvertaling:

Mat. 19: 9 Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat, anders dan om hoererij, en een andere trouwt, die doet overspel, en die de verlatene trouwt, doet ook overspel.

Deze tekst is iets uitgebreider dan in de NBG51 die het laatste stukje "en die de verlatene trouwt doet ook overspel", weg heeft gelaten. In de eerder aangehaalde Bijbels in vreemde talen is het wisselend, soms staat het zinsdeel er wel bij, soms ook niet4. Wat mij betreft is dat niet belangrijk. In de discussie met de broeders neem ik met hun aan dat het tekstdeel erbij hoort.

Maar waarom vinden de broeders die toevoeging zo erg belangrijk? Ik probeer het maar even heel strak neer te zetten. Zij lezen zo:

Als een man zijn vrouw verlaat
terwijl die vrouw geen hoer is - ze is onschuldig -
en de man hertrouwt,
dan is dat overspel en door God verboden.
Ook als iemand nu deze onschuldige vrouw trouwt, pleegt die (nieuwe man) eveneens overspel.

Zie je wel zeggen de broeders, de man hertrouwt (tegen Gods gebod) en als zijn vrouw ook weer zou gaan trouwen dan pleegt zij ook overspel. Ondanks dat zij onschuldig is (geen hoererij pleegde). Kortom, deze tekst bewijst dat ook de onschuldige partij niet meer mag trouwen, ook al pleegt in feite haar ex overspel. De impliciete reden is dat het huwelijk nog steeds 'staat'.

Maar lezen de broeders deze tekst niet teveel in hun straatje? Want ik lees deze tekst anders. Maar weer even strak:

Als een man ten onrechte zijn vrouw verlaat,
en hij hertrouwt pleegt hij daarmee overspel.
Als een man ten onrechte zijn vrouw verlaat,
en zij dan hertrouwt dan pleegt zij daarmee ook overspel.
Als de man (terecht) zijn overspelige vrouw verlaat dan is hij geen overspeler als hij een ander trouwt.

Waar zit het essentiële verschil?
De broeders lezen het aan Mat. 19:9 toegevoegde (Statenvertaling)tekstdeel als:

en die de (door de inmiddels hertrouwde man) verlatene trouwt doet ook overspel.

Maar dat cursieve tussen haakjes staat er níet. En m.i. dwingt de uitspraak van de Here Jezus ook niet tot deze impliciete toevoeging aan de tekst.
Bovendien is deze tekst ook geheel in overeenstemming met wat Paulus gebiedt in 1Cor. 7:11. Daar zegt Paulus dat een man zijn vrouw niet mag verlaten of verstoten. Is dat toch gebeurd dan moeten ze (beiden) streven naar verzoening of ongehuwd blijven. Maar het gaat dáár bij Paulus niet over overspel, ontucht of hoererij. Want als dat wel in geding is dan zegt de Here Jezus: in zo'n geval geldt dat er terecht wordt verlaten en maakt Hij geen aanmerking op hertrouwen van de 'verlater'.

Daarbij komt dat als de broeders gelijk zouden hebben de 'voorwaarde' "anders dan om hoererij" weinig zin heeft. Hooguit geeft deze conditie een alibi om te scheiden.
Maar dan blijft er toch ook iets ongerijmds over. Want deze tekst is zo te 'exploreren':

verlaat iemand zijn vrouw - niet om hoererij - dan is hertrouwen overspel.
verlaat iemand zijn vrouw - om hoererij - dan is hertrouwen geen overspel.

Maar de broeders menen dat hertrouwen altijd overspel is. Dat past dus niet bij elkaar.

Hertrouwen

Op het standpunt van de broeders mag hertrouwen dus nooit. Immers een eens gesloten huwelijk kan nooit meer worden ontbonden tenzij door de dood. In dit kader voeren zij naast Mat. 19:9 dat we hierboven hebben besproken, ook andere onderwijzingen van de Here Jezus aan:

Mar. 10 :11,12
En Hij zeide tot hen: Wie zijn vrouw wegzendt en een andere trouwt , pleegt echtbreuk ten opzichte van haar; en indien zij haar man verlaat en een ander trouwt, pleegt zij echtbreuk.?

Luk. 16 :18
En ieder, die zijn vrouw wegzendt, en een andere trouwt, pleegt echtbreuk; en wie een vrouw, die door haar man weggezonden is, trouwt, pleegt echtbreuk

Naar de overtuiging van de broeders staat hier "heel duidelijk" dat een onschuldig gescheidene (want geen overspelige) niet mag hertrouwen. Want zeggen zij: "Niet voor niets staat er in Lucas, een ieder, die zijn vrouw wegzendt,?.,pleegt echtbreuk. Geen uitzonderingen en geen uitvluchten."
Maar je echtgenoot verlaten betekent nog niet dat het huwelijk is gebroken. Verlaten betekent ook niet een vrijbrief voor een volgend huwelijk. Dat is pas het geval als er een derde in het spel komt, dat staat nl. op de plaats van de stippeltjes: en een ander trouwt. Dan is het oordeel: echtbreuk!

Maar in de algemene regels van Mar. 10 en Luk. 16 komt niet de conditie aan de orde die de Here Jezus in Mat. 19:9 heeft gesteld. Daar neemt Hij ook in ogenschouw als er overspel of hoererij is gepleegd. Hierboven hebben we gezien dat dan de zaak anders ligt.
Dat is ook helemaal in overeenstemming met wat Hij al in de Bergrede zei:

Mat. 5:32
Een ieder die zijn vrouw wegzendt om een andere reden dan ontucht, maakt dat er echtbreuk met haar wordt gepleegd; en al wie een weggezondene trouwt, pleegt echtbreuk.

Ook hier weer die conditie om een andere reden dan ontucht! We zullen dus het héle onderwijs van de Here Jezus en van Paulus er in moeten betrekken. Dat geldt ook van de teksten Rom. 7: 3 en 1 Kor. 7: 39 waarin de vrouw de vrijheid krijgt om te hertrouwen na het overlijden van haar man en omgekeerd. Dat is zeker waar, maar tegelijk moeten we ook het andere onderwijs over huwelijk en echtscheiding daarbij verdisconteren zoals ik boven heb proberen te doen. Anders gaan we biblicistisch te werk.

De ernst van overspel

Het lijkt er soms op dat we de ernst van overspel in zijn gevolgen voor een huwelijk niet meer zo zwaar taxeren. Dat is in onze moderne samenleving trouwens geen wonder. We worden bestookt met voorstellingen van sexueel overspelig gedrag alsof het slechts in je neus peuteren is. De diepe impact die eenwording met een vreemde heeft voor je huwelijk, wordt in onze tijd zeer gebagatelliseerd. Lees het eerste de beste moderne (vrouwen)tijdschrift. En die goddeloze moderne tijdgeest beïnvloedt ons allemaal in ons denken en oordelen.
'Vreemdgaan' verdraagt zich op geen enkele wijze met het huwelijk zoals de Here dat eens heeft ingesteld. Het maakt het kapot. Veel mensen denken vaak dat echtscheiding echtbreuk is. Dat is het (nog) niet. Maar de Here Jezus zegt wel dat scheiden ertoe leidt dat er echtbreuk wordt gepleegd.5

Verzoening

Echtbreuk vat ik op zoals het woord zegt: de breuk van het huwelijk. Het is kapot, gebroken. Misschien vallen de stukken te lijmen, soms gebeurt dat maar ook heel vaak niet. De Bijbelse pijlers waarop het huwelijk rust zijn verwoest.
De broeders menen dat een verlatene nooit mag hertrouwen. Want de weg naar verzoening mag niet worden afgesloten. Er moet ruimte voor berouw en bekering blijven.
Dat laatste is zeker waar. Maar de weg naar herstel van de verhoudingen is niet altijd begaanbaar. Wij kunnen als zondige mensen ons leven zo tot een wanhopige warboel maken dat herstel niet meer mogelijk is. Denk b.v. aan zaken als moord en verkrachting.
Dat geldt ook t.a.v. het huwelijksleven. Als iemand zijn wettige echtgenote verlaat en hertrouwt, kinderen krijgt, wat dan? Is dat polygamie? Moet dat tweede huwelijk ontbonden worden en het eerste weer gesloten? Is de eerste vrouw verplicht haar vroegere man 'terug te nemen', opnieuw te trouwen?
We merkten al op dat in het Oude Testament God zelf een definitief einde maakte aan een huwelijk van een overspelige. En daarmee ook finaal de weg naar verzoening afsloot. Dat moet ons ook nu iets zeggen.

Het is duidelijk dat de knoeiboel die wij mensen ervan kunnen maken niet altijd meer terugdraaibaar is. Zou echter het allereerste en belangrijkste niet moeten zijn dat er oprecht berouw en bekering komt? Dat de zonden worden beleden als David deed na zijn zonde met Batseba6? Je ziet daar dat David gestraft wordt. Maar toch ook dat hij verder gaat (mag gaan) met Batseba, wier wettige man hij had laten vermoorden! Nota bene! Hypocriet? Toch is het zo wonderlijk, dat via die lijn, "via de vrouw van Uria"7 onze Heiland is geboren.
Berouw, verzoening en genade zijn mogelijk bij de Here, ook al is herstel van de 'schade' niet altijd mogelijk.

Zuivere argumentatie

We moeten ook oppassen dat we niet vanuit allerlei praktische moeilijke situaties tot onze principiële overtuiging komen. Dan wordt (mede) bepalend wat wij allemaal kunnen verzinnen aan bijzondere situaties die noodzakelijk maken om van Gods wet af te wijken. Dan krijg je onschriftuurlijke besluiten zoals van onze laatste generale synode. Trouwens, daar kun je in de praktijk, wil je als kerkenraad Gereformeerd blijven, ook niet echt mee uit de voeten, zo blijkt wel. En die zeker niet zullen helpen het kwaad van echtscheiding en echtbreuk in te dammen. Vanuit mijn waarneming in elk geval, zie ik nog steeds niet minder scheidingen en tweede huwelijken dan vóór de synode. Eerder het tegendeel. Van hoog tot laag, van gemeentelid en ambtsdrager tot medewerker aan de universiteit.

Laat me een voorbeeld van onzuivere argumentatie noemen. Een vrijgemaakte predikant schreef me dat hertrouwen niet afhankelijk gemaakt mag worden van het eventuele overspel van de andere echtgenoot. Want dat zou ertoe leiden dat men stiekem daarop gaat hopen...
Ik heb hem geantwoord dat ik dat 'goddeloos' vond. Waarom? Op het moment dat we het zondigen van een ander gaan wensen zijn we heel ver weg van Gods heilige wet zoals we die bezingen in b.v. Ps. 19 en 119. Het is zeker wel menselijk en begrijpelijk zijn maar het is ook zeker heel verkeerd.
De broeders gebruiken dit ook ergens als een argument tegen ons standpunt: dat zou leiden tegen dit soort wanwensen. Maar als dit een valide argument zou zijn keert het zich ook tegen hen zelf. Immers, zij zijn overtuigd dat alleen de dood van de partner een vrijbrief verschaft voor een nieuw huwelijk. Zouden er dan geen mensen stiekem gaan hopen op de dood van de blokkerende partner?? Ieder weet dat dit in de mensenhistorie geen theoretische zaak is!
Daarom, laten we vast blijven houden aan wat de Here in zijn Woord geopenbaard heeft en het daarbij laten. We hebben het vervolgens moeilijk genoeg om in het concrete leven het roer recht te houden.

Ik wil het hierbij laten en de discussie als beëindigd beschouwen.


Update A (13-10-07): Er stond abusievelijk onontbindbaarheid. Er werd natuurlijk ontbindbaarheid bedoeld.



1 Het is interessant om vertalingen van dit vers in vreemde talen te vergelijken.

NIV: But if the unbeliever leaves, let him do so. A believing man or woman is not bound in such circumstances; God has called us to live in peace.

King James Version: But if the unbelieving depart, let hem depart. A brother or sister is not under bondage in such cases: but God hath called us to peace.

Zürcher Bibel: "Trennt sich aber der ungläubige teil, so trenne er sich, der Bruder oder die Schwester ist in solchen fällen nicht geknechtet; vielmehr in Frieden [zu leben] hat uns Gott berufen.

Le nouveau testament (Rameau): Mais si le non-croyant se sépare, qu'il le fasse: nos frères ou nos soeurs ne doivent pas se sentir esclaves d'une telle situation.

Friese Bijbel (NBG): Mar as de ûnleauwige skiede wol, lit him skiede! De broer of de suster is yn sokke gefallen net boun, hwant yn frede had God jimme roppen.

Ten overvloede, de Korte Verklaring (dr. F.W. Grosheide) vertaalt: Wil echter een ongelovige scheiden, laat hij scheiden. De broeder of zuster is in dergelijke omstandigheden niet gebonden. In vrede heeft God geroepen.

2 1Cor. 7:4ev

3 We laten hier de discussie rusten of het ontbinden slaat op ontbinden van het huwelijksverbond of van het Gods gebod. Daar zit ook niet zoveel verschil tussen.

4 In het Fries en in de King James vertaling is de frase wel te vinden, in de andere vertalingen niet.

5 Mat. 5:32.

6 Zie de ontroerende Ps 51 en ook Ps 32.

7 Mat. 1:6