Ethiek

Ethiek

Signalen

De bezinningsgroep Rijnsburg e.o. belegt D.V. op 26 september a.s. een voorlichtingsavond over:

Schriftgezag en hermeneutiek (Bijbeluitleg)

Spreker: dr. R.T. (Dolf) te Velde.

Plaats: kerkgebouw GKv Rijnsburg, Katwijkerweg 1a, 2231 SE Rijnsburg.
Aanvang: 20.00 uur.
Zie verder onder Nieuwe artikelen, click Schriftgezag en hermeneutiek

 


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

RUSTdag, rust zacht? (3)

D.J. Bolt
06-04-07

In De Reformatie[1] schreef ds. W. Wierenga te Midlaren, zoals gemeld, een tweetal artikelen over Sabbath en Zondag. Het eerste handelde over het onderwijs dat Antonius Thysius in de Synopsis hierover geeft en dat we in de twee voorgaande artikelen hebben samengevat. Het tweede ging over 'de zes regels van Dordt'.
Ik wil nu aan beide artikelen inhoudelijke aandacht geven. Daarbij citeer ik uit de oorspronkelijke versie, dus niet uit de door mij hertaalde versie van de Synopsis. Deze oorspronkelijke versie is als bijlage gevoegd bij het eerste artikel in deze reeks. Ds. Dirk van Dijk (Hollum) vertaalde deze uit het Latijn en baseerde zich daarbij op de zesde latijnse uitgave (1881). Hij publiceerde de vertaling in 1964. 

Ds. Wierenga over de Synopsis

Ds. Wierenga wil aantonen dat 'er altijd al twee meningen' over de rustdag zijn geweest. En dat ook 'die andere mening', namelijk dat onze rustdag niet op het vierde gebod is gegrond 'altijd al' in onze kerken werd geleerd. In zijn eerder genoemde preek uit 1983 heeft hij 

"laten zien dat de kerk in het nieuwe verbond niet meer een door God in het vierde gebod of op andere manier verordende rustdag kent. Wél kent de NT-sche kerk een vaste dag voor de samenkomsten en dienen de kerkelijke uitspraken over het rusthouden op die dag in ere gehouden te worden."

Dit is een zeer verstrekkende uitspraak. Een uitspraak die minstens zo ver gaat als de beruchte kern van de preek van D. Ophoff. De laatste sprak van de Zondag als een menselijke instelling. En de synode van Leusden vond dat goed, althans niet te veroordelen.
Sindsdien zijn er veel mistgordijnen opgetrokken om deze fundamentele verandering in de leer van de kerk te verbergen of te bagatelliseren. In de Handreiking b.v. is de leeruitspraak van Leusden nergens 'met zoveel woorden' te vinden.
Maar nu duikt hij plotseling weer op. In alle (overigens te waarderen) duidelijkheid. Het bizarre is dat het artikel verscheen in De Reformatie!  Het blad probeert steeds weer het gereformeerde volk te verkopen dat er eigenlijk niets veranderd was. Hooguit een beetje een andere formulering van de fundering onder de Zondag. Maar het kwam allemaal op hetzelfde neer.
Maar nu staat daar kaal en naakt: er is geen rustdag meer die God verordent, noch in het vierde gebod noch op een andere manier. We nemen aan dat De Reformatie dit artikel met instemming heeft geplaatst. Dat geeft in elk geval duidelijkheid. Het geeft ons een antwoord op vragen die we al lange tijd geleden stelden aan o.m. ds. P. Niemeijer[2], de vraag namelijk of

Het rusten van onze dagelijkse arbeid op onze zondagse rustdag is gegrond op het vierde gebod.

Niemand van de verantwoordelijken voor de besluiten rond Zondag en Vierde Gebod heeft tot nu ons publiek op deze vraag willen antwoorden. Nu, via deze publicatie is het ons duidelijk geworden. Het antwoord is: onze zondagse rustdag is niet op Gods Woord gebaseerd. In zijn tweede artikel herhaalt de predikant het nog weer met andere woorden:

"degenen die van mening zijn dat de sabbat is afgeschaft en dat daar geen andere rustdag voor in de plaats is gekomen, niemand van hen beweert dat het 4de gebod is afgeschaft."

Waarvan acte.

Nu wil ds. Wierenga helaas zijn opvattingen over het vierde gebod niet in zijn publicatie uiteenzetten. Hij verwijst daarvoor naar zijn preek. Uiteraard ben ik daar heel benieuwd naar en heeft hij mij toegezegd daarvan een kopie, samen met de (afwijzing van de) bezwaren te zullen sturen.[3] Graag wil ik daar kennis van nemen omdat dat misschien nieuw licht kan werpen op wat er in onze kerken op dit punt (ook) werd geleerd in de afgelopen decennia.

Ds. Wierenga valt de synode van Zuidhorn bij, dat "niet gezegd kan worden dat in de geschiedenis van de gereformeerde kerken altijd een strikte zondagsrust (op grond van het vierde gebod) is gepredikt. Steeds heeft er ook ruimte bestaan binnen die kerken om te verkondigen dat het rusten op één dag in de week, op de zondag () niet geschiedt op grond van het vierde gebod."
Vervolgens komen onder meer wij in beeld:
"Nu wordt van de zijde van Reformanda en van Eén in Waarheid gesteld dat die ruimte binnen de gereformeerde kerken er niet of zelfs nooit geweest is.
Maar ds. Wierenga "zal aantonen dat die stelling niet te verdedigen valt. Dít is wel reeds duidelijk: in 1983 bleek die ruimte er wél te zijn. De preek, die ik hield, is niet veroordeeld binnen de kerken. Maar ook veel eerder in de geschiedenis van de gereformeerde kerken blijkt die ruimte er te zijn geweest" .

Even een opmerking tussendoor.
Hier zie je nu klip en klaar van hoe groot belang het is om 'de wacht te houden bij de kansel'. Want hoe vaak hebben we niet gehoord: Och, die preek van Ophoff, waar maak je je toch druk om? 't Is maar van een dominee, een keer, ergens. Je ziet dat bagatelliserende en dimmende tot in officiële synodestukken terug.
Maar pas op! Als het breekijzer in de kerkleer wordt gezet is zelfs 'n preek van 'n dominee van twintig jaar geleden ineens een belangrijk stuk gereedschap. Dat door een toonaangevend theologisch blad als De Reformatie graag wordt gehanteerd.

Maar behalve zijn eigen preek heeft ds. Wierenga een veel scherpere pijl op zijn boog. De Synopsis Purioris Theologiae hoofdstuk XXI! Dat handelt, zoals we inmiddels hebben gezien Over de Sabbath en de Dag des Heren. Dit Synopsishoofdstuk verschaft, zo denkt Wierenga een stevige ondergrond voor de twee-meningen-leer.
Ik ga hem op de voet volgen in zijn tocht door de Synopsis.

De Sabbath
Met een aantal citaten uit de stellingen 42 en 43 toont Wierenga aan dat volgens de Synopsis de Sabbath is vervallen. Naar de bekende teksten Col. 2:17, Gal. 4:2, Hebr 9,10 is de Sabbath met alle overige gebruiken en schaduwen van het Oude Testament door de komst van Christus vervallen. Daartoe citeert hij uit stelling 45 o.m.:
"Derhalve is de Sabbath, wat de zaak én wat de naam aangaat, naar de bijzondere opvatting in het rijk van Christus afgeschaft; en wel dermate dat er in het Nieuwe Testament bij vermelding van de wet, onder het gezichtspunt van gebod voor de Christenen nergens enige melding van gemaakt wordt" .

Correct. De Sabbath is afgeschaft, zo leert de Synopsis. Wel had ik graag gezien dat Wierenga aandacht had besteed aan die kleine bepaling "naar de bijzondere opvatting" . Want die is bepaald niet onbelangrijk. Ik kom op dat bijzondere straks terug.

Vierde gebod
De Sabbath is vervallen echter daarmee is volgens de Synopsis-schrijvers het vierde gebod niet afgeschaft, concludeert ds. Wierenga terecht uit stelling 46. En hij vervolgt: Het blijvende in het vierde gebod is namelijk, dat er een geschikte vaste dag moet zijn voor de samenkomsten. Een vaste dag "die God of bepaald heeft, of ter bepaling van de orde en hetgeen gepast is, in de vrijheid der Kerk gelaten heeft, tot welker onderhouding de gehele Kerk verplicht wordt" (stelling 46).
 
Dit citaat uit stelling 46 is correct maar volstrekt onvolledig! En in zijn onvolledigheid, ongetwijfeld onbedoeld, zeer misleidend. Dat begint al met Wierenga's inleidende zinnetje: Het blijvende () is dat er een geschikte vaste dag moet zijn voor de samenkomsten. Ja, het gaat óók over de samenkomsten maar niet alléén. Integendeel! Stelling 46 heeft niet minder dan acht punten die 'algemeen', 'moreel' ofwel blijvend zijn in het vierde gebod. Wierenga geeft alleen maar het tweede en derde weer en dan ook nog niet geheel. De acht punten heb ik al in mijn tweede artikel (hertaald) gegeven maar voor het gemak geef ik ze hier nog een keer:

1. dat, hoewel men heel zijn leven godvruchtig leven moet, er toch van het drukke leven met zijn dagelijkse werk, een zekere tijd afgezonderd wordt. En dat deze speciaal voor de verering van God, de publieke bediening van het Woord en de heilige ceremoniën en ter vorming en voeding van de godvrucht bestemd moet worden;

2. dat er een vaste dag moet zijn die God heeft vastgesteld, of waarvan Hij omwille van de orde en de betamelijkheid de vaststelling aan de vrijheid van de Kerk heeft overgelaten, en tot onderhouding waarvan de hele kerk verplicht wordt[4];

3. een geschikte, steeds terugkerende dag waarop de verering van God vereist is. Die regelmaat is nodig omdat mensen zwak zijn. God heeft voor de Joden vanaf de schepping daarvoor de zevende dag genomen. 'Zeven' is het getal der volkomenheid dat ook in de hele natuur en bij andere volken waargenomen is; de Apostelen hebben de dag des Heren in hetzelfde ritme verordend.

4. dat er een goede reden[5] moet zijn om hem in te stellen. De dag moet publiek gewijd worden aan het gedenken van de algemene en bijzondere werken en weldaden van God;

5. dat deze dag door gebruik en waarneming heilig is en geheiligd wordt;

6. dat de he­le dag aan plichten van godsvrucht en liefde besteed wordt en dus de ziel zich aan andere zorgen onttrekt. Wel zó dat met menselijke zwakheid en direct noodzakelijk werk rekening wordt gehouden;  

7. dat er niet voortdurend zonder reden werk gedaan blijft worden dat de heiligheid van deze dag verhindert;

8. ten slotte, dat de plichten van menselijkheid en liefde jegens onderge­schikten, ook jegens de dieren, hierop vervuld worden. Dat vloeit ook zo duidelijk uit de wet der natuur voort, zoals blijkt uit het feit dat er overal volken zijn met vastgestel­de vrije dagen voor het gehele volk die gewijd zijn aan het ver­richten van heilige dingen.

Ik heb enige onderdelen van deze tekst vet gedrukt. Daaruit blijkt zonneklaar dat de Synopsis het niet alleen heeft over sámenkomsten op die 'geschikte dag'. De " gehele dag" zal besteed worden aan plichten van godsvrucht en liefde. Het is een 'heilige dag' in de zin van afgezonderd van de andere dagen. Er moet geen werk worden gedaan dat niet noodzakelijk is. Zeker, de samenkomsten vormen het hart van ons godsdienstig en godvruchtig leven op de Dag des Heren. Maar ook het verdere van deze dag behoort tot eer van God te worden doorgebracht. Om zijn werken en weldaden te gedenken. Om ons geloof te oefenen, barmhartigheid te betrachten. En alles na te laten wat dat in de weg staat b.v. niet-noodzakelijk werk dat de heiligheid van deze dag hindert.

Wierenga citeert met instemming ook uit stelling 55 waar de Synopsis aangeeft dat de dag op zichzelf niet heilig is. Hierin zijn we het eens met Wierenga. Net zomin als b.v. het Avondmaalsbrood in zichzelf heilig is (we zijn niet Rooms). We mogen het overgeblevene zonder gewetensbezwaar aan de vogels voeren. Zo is ook de dag en het rusten daarop geen "heilig mysterie" zoals de Synopsis stelt. Terecht dat Wierenga daarom ook het slot van stelling 56 citeert: Er wordt aangedrongen op "een matige en eerbiedige onderhouding, zoals namelijk de rust noodzakelijkerwijs voor de goddelijke verering vereist" . Helaas voegt de predikant hier een zinnetje tussen haakjes aan toe, namelijk: "(de goddelijke verering is de eredienst op zondag)" .
En dat staat nu juist niet in stelling 56.

Als Wierenga ook even de volgende stelling had gelezen zou hij onmiddellijk gezien hebben dat zijn bewering in tegenspraak is met wat de Synopsis leert. Want in de stellingen 56 en 57 wordt nader aangegeven wat 'goddelijke verering' inhoudt. In de eerste plaats zijn dat natuurlijk "de publieke samenkomsten" (stelling 56). Echter stelling 57 gaat dan als volgt verder:

"Maar niet alleen publiek, maar ook privaat moet deze naar ons oordeel met heilige oefeningen der godsvrucht, als daar zijn het tehuis lezen en overdenken van de Heilige Schrift, samenspreken over de heilige dingen, enz. en plichten der liefde doorgebracht worden, naar het zeggen van Clemens: Ook laten wij op de dagen des Heren, die vreugdedagen zijn, niet toe iets te zeggen of te doen buiten de heiligheid. 

Je ziet hier duidelijk dat de hele dag 'geclaimd' wordt om, én de erediensten te bezoeken én om ook daarbuiten de dag te heiligen.

Autoriteit
Een belangrijke vraag is vervolgens hoe de Kerk aan " de geschikte dag" is gekomen.
Wierenga redeneert zo.
Volgens de Synopsis is de Sabbath afgeschaft (stelling 45). Wierenga zegt:

"Kwam er een andere dag voor in de plaats en is op die andere dag nu het vierde gebod van toepassing, zodat we moeten spreken van de door God ingestelde rustdag van het Nieuwe Verbond? Nee. De apostelen hielden zich in hun omgang met de Joden aan de sabbatdag, in christelijke vrijheid en om geen ergernis te geven. Later zijn de apostelen begonnen andere tijden van samenkomst te houden, en wel op eerste dag van de week als de dag van Christus' opstanding. Ze hebben die eerste dag van de week verordend om die gewoonlijk te onderhouden. Uitdrukkelijk wordt in de Synopsis (stelling 60) de mening verworpen dat "de Sabbath niet zozeer tenietgedaan, als wel alleen maar op de dag des Heren overgebracht en daarin veranderd is." "

Het vervelende is (opnieuw) dat hier aan De Reformatie lezers slechts een essentieel onvolledige selectie van de Synopsisleer wordt voorgeschoteld.
We maken een aantal opmerkingen.
In de eerste plaats kwam er een andere 'geschikte dag'. Echter niet zomaar uit de lucht vallen maar op grond van het vierde gebod. Al de bovengenoemde 'acht punten' vloeien voort uit het vierde gebod dat immers bleef, zoals de Synopsis leert en óók Wierenga erkent. Inderdaad zegt de Synopsis dat het onjuist is te stellen dat "de Sabbath niet zozeer tenietgedaan, als wel alleen maar op de dag des Heren overgebracht en daarin veranderd is" . Maar hier staat geen punt, de zin loopt door met ? en dat hij in werkelijkheid heiliger is, niet alleen door ordening en gebruik, maar ook door betekenis en uitwerking, gelijk sommige Scholastieken en Pauselijken" . Je moet dus van de Dag des Heren geen super-Sabbath maken, zegt de Synopsis, kort en krachtig getypeerd.
Daarmee kunnen we helemaal instemmen. De Sabbath heeft een heel eigen karakter gehad als we letten op de vele ceremoniën die wezen op Christus. En ook kan hierbij betrokken worden het feit dat het begrip Sabbath veel meer omvatte dan alleen de wekelijkse rustdag.
Tegelijk is het volstrekt helder uit de boven weergegeven stelling 46 dat de nieuwe dag, de Dag des Heren, voortvloeit uit het vierde gebod. De algemene, morele aspecten van het gebod zoals aangegeven in deze stelling zijn ook van toepassing op de nieuwe 'geschikte' dag. De andere bijzondere aspecten moeten (opnieuw) vastgesteld worden, nu 'in rapport met' de Nieuw-Testamentische bedeling. Eén bijzonder aspect daarvan is de keuze van de dag uit de cyclus van zeven.

In de tweede plaats vlecht Wierenga ook hier weer een referentie aan de samenkomsten in. Maar die doet geen recht aan wat de Synopsis integraal leert. Die nieuwe geheiligde dag is niet een dag die alleen maar aan samenkomsten is gewijd. Het is een dag waarop de Nieuw-Testamentische mens met heel zijn wezen en zijn tijd betrokken wordt op het eren van God. Tot lofprijzing, belijden van zonden, gebed en allerlei godvruchtig bezig zijn. Dat is de boodschap van de Synopsis.

Tenslotte, en dat is misschien wel het grootste verzuim in Wierenga's artikel, de Synopsis zegt ook iets over het gezag, de autoriteit, van deze dag. Dat is over het kernpunt in heel de discussie over de Dag des Heren. Is de rustdag een dag door mensen gekozen of is deze dag van goddelijke oorsprong? Door synodebesluiten is het in onze kerken toegestaan geworden om te leren dat de rustdag een menselijke instelling is. Die de kerk naar willekeur kan veranderen als ze daar behoefte aan heeft. In feite zijn ds. Wierenga's preek en artikel daarvan de heldere bewijzen. Je kunt nu in onze kerken onbelemmerd zeggen: er is voor ons christenen "niet meer een door God in het vierde gebod of op andere manier verordende rustdag" , zoals Wierenga dat letterlijk in het artikel uitdrukte.
Daarvoor wil hij de Synopsis voor zijn karretje spannen. Maar deze 'slaat de verzenen tegen de prikkels'. Want ds. Wierenga heeft iets fundamenteels over het hoofd gezien.
De Synopsis zegt in stelling 46 punt 2 dat

Ja, dat er een vaste dag moet zijn, die God òf heeft vastgesteld, òf heeft overgelaten aan de vrijheid van de kerk om (er) de orde en betamelijkheid (van) vast te stellen, tot welks onderhouding de kerk in haar geheel wordt verplicht.?

Die dag is gekozen door de Apostelen, zegt stelling 52. Namelijk de eerste dag van de week, de dag van de opstanding. Deze dag is het eigendom van Christus, de Dag des Heren. Van deze dag zegt de Synopsis in stelling 53:

Als hij (de Dag des Heren, djb) echter van Apostolische instelling is, is hij ook van goddelijke autoriteit

Wierenga gaat hieraan geheel voorbij! Waarom?
We hebben gezien dat de Synopsis eerst (stelling 46 punt 2) het in het midden laat of God (direct) die dag heeft aangewezen, zoals bij de Sabbath, óf dat hij door de kerk via de Apostelen zou worden verordend. Het maakt de Synopsis wat 'gezag' betreft niet uit: "ook" als de Apostelen deze dag hebben verordend is deze dag van goddelijke autoriteit.
Even ter vergelijking, iets analoogs treffen we aan in de brief aan de Korintiërs. Paulus spreekt in het kader van huwelijk en scheiding 'onderscheidend'. Eerst zegt hij: 'dit beveel ik niet, maar de Here[6]. Maar dan vervolgt hij met: ?tot de overigen zeg ik, niet de Here[7].
Dat maakt voor ons wat autoriteit betreft niet uit. Heel de Schrift is immers het geïnspireerde Woord van God? Of de Here Jezus het gebood of Paulus het zegt, het komt allebei met goddelijk gezag naar ons toe.

Daarmee stort deze vermeende Synopsis-stut onder de twee-meningen-leer in.
Antonius Thysius c.s. vormen met hun 'zuiverste theologie' geen hulptroepen voor vrijgemaakte synodebesluiten die toelaten dat de Dag des Heren tot een menselijke instelling wordt. Maar zij ondersteunen dat onze rustdag van goddelijke oorsprong is.
En als zodanig is te eerbiedigen!

Er is nóg een probleem voor ds. Wierenga.
Want daar zijn ook nog de zes regels van de grote synode van Dordrecht. Die al ongeveer vier eeuwen gelden voor leer en leven. Maar die vormen een struikelsteen voor een dubbele boekhouding van het vierde gebod.
Hoe lost Wierenga dat op?

Wordt vervolgd




[1] Eerst artikel, Het vierde gebod, de sabbat en de zondag in het nummer van 20 januari 2007, en het tweede, Compromis ter pacificatie in het nummer van 27 januari 2007.

[2] Zie Open brief aan ds. P. Niemeijer, rubriek Ethiek.

[3] Inmiddels heb ik de preek ontvangen. Helaas heeft ds. Wierenga de bezwaren ertegen en afwijzing daarvan niet meer beschikbaar. Misschien is er iemand van onze lezers die dat wel heeft? Of weet waar ik die kan vinden? Graag even  een seintje dan. We houden ons aanbevolen!

[4] In de zin zoals Van Dijk die vertaalde is wat weggevallen. Het Latijn luidt: Imo ut certus sit dies, quem vel Deus definiverit, vel ad ordinem et decorum libertati Ecclesiae definiendum permiserit, ad cujus observationem tota Ecclesia obligetur. De correcte precieze vertaling is: ?Ja, dat er een vaste dag is/zij/moet zijn, die God òf heeft vastgesteld, òf heeft overgelaten aan de vrijheid van de kerk om (er) de orde en betamelijkheid (van) vast te stellen, tot welks onderhouding de kerk in haar geheel wordt verplicht.? Met dank aan latinisten.

[5] "redelijke oorzaak" in het origineel, djb.

[6] 1Kor. 7:10.

[7] Vers 12.