Ethiek

Rond de Schrift

Signalen

De bezinningsgroep Rijnsburg e.o. belegt D.V. op 26 september a.s. een voorlichtingsavond over:

Schriftgezag en hermeneutiek (Bijbeluitleg)

Spreker: dr. R.T. (Dolf) te Velde.

Plaats: kerkgebouw GKv Rijnsburg, Katwijkerweg 1a, 2231 SE Rijnsburg.
Aanvang: 20.00 uur.
Zie verder onder Nieuwe artikelen, click Schriftgezag en hermeneutiek

 


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Blijven?

 

D.J. Bolt

20-09-14

 

De vrijgemaakte generale synode van Ede heeft gesproken. Er zijn vergaande besluiten genomen. Niets van wat verontrusten bezighoudt heeft weerklank gevonden in positieve synodale beslissingen.

De vakantieperiode ligt nu vrijwel achter ons. Het is kerkelijk stil gebleven. Maar misschien is dat bedrieglijk. Ondertussen vragen velen al dan niet bezwaard zich af wat er gaat gebeuren de komende tijd: ondanks nog wat tegendraads kerkelijk geblaf toch maar full speed verder aan het werk met de implementatie van Ede? Of reformatie misschien?

 

Naar onze waarneming wordt geprobeerd op allerlei niveaus het kerkvolk, voor zover het moeite heeft met de kerkelijke ontwikkelingen, gerust te stellen. Het is niet allemaal zo erg als bepaalde broeders en zusters stellen, ze kloppen de zaken maar wat op. Het gaat niet om de leer, hooguit om de sfeer, kun je lezen. En de buitenlandse kerken die zoveel problemen in de GKv menen te zien moeten nu echt eens ophouden 'dossiers' samen te stellen. Ze sukkelen gewoon nog wat achter en zullen dezelfde veranderingen doormaken als onze kerken, alleen wat later, zeiden vooraanstaande broeders ter synode en Hamilton.

 

Dus niet weglopen maar blijven is het parool. En dat wordt ook geprobeerd van een bijbelse basis te voorzien en uitgedragen in de prediking. We geven hiervan een voorbeeld met een preek over 1Samuel 2 door ds. G.J. Klapwijk van Zwolle-Berkum. Een aansprekende preek waarin zaken aan de orde worden gesteld waar we van harte achter kunnen staan, maar waarbij we tegelijk ook nogal bedenkingen hebben. Het is goed om deze preek vooraf in z'n geheel te beluisteren[1].  

 

De les

 

Nadat ds. Klapwijk de verworden situatie in Silo geschilderd heeft waarin Eli's zonen zich vergrepen aan de offers, hoereerden met tempeldienaressen en 'ieder maar deed wat goed is in eigen ogen', roept de predikant op in de kerk te blijven. De les van 1Sam. 2 is volgens hem:

 

"… maar als je dit allemaal dan ziet en leest over die leiders in de kerk dan zou je je er haast over verbazen dat er überhaupt nog mensen naar Silo toekwamen. De les hiervan die ik aan mezelf en u mee wil geven is: als bepaalde mensen jou in de weg staan om toch maar met de Here God om te gaan, loop dan niet weg. Maar blijf dan maar om die mensen heen kijken naar de Here God. Wat een wonder als mensen soms tegenvallen in de kerk dat je dan niet wegloopt maar blijft. En dat je er doorheen en overheen probeert te kijken. Wat een wonder dat die mensen nog steeds naar Silo gingen. Dat ze daar kwamen om te offeren. En dat ze daar ter plekke weer zagen wat een puinhoop ervan gemaakt was. Maar ze bleven komen. Je kunt het niet een op een leggen maar ik heb de neiging tegen u te zeggen, blijf naar de kerk gaan ongeacht wat daar soms ook aan dingen gebeuren die je totaal niet zinnen, waar je niet blij mee bent. Blijf gaan, blijf hier samen zien dat je hier God groot maakt. En dat je hier samen buigt voor de Almachtige."

 

Gaat dit niet veel te kort door de bocht? Is hier niet elke bijbelse onderscheiding waarop het aan komt verdwenen? Terecht zegt de predikant dat je de situatie toen 'niet een op een' kunt leggen, kunt projecteren op onze situatie maar dat doet hij vervolgens wél.

Had hier niet de heilshistorische situatie in rekening moeten worden gebracht? De situatie waarin het kind Samuel expliciet door de Here wordt geheiligd, apart gezet om zijn volk te richten, mag toch niet zomaar worden overgezet op ónze kerkelijke situatie? Het zou toch om maar wat te noemen, een vreemde zaak zijn om onze vierjarige eerstgeboren zonen onder te brengen bij predikanten of bij de rector van de theologische universiteit in Kampen om ze zo volledig te wijden aan de dienst van de Here? We moeten toch oog hebben voor het specifieke handelen van de Here om Israël terug te brengen van heilloze wegen om zo de weg naar Jezus Christus open te houden?

 

De predikant maant "niet weg te lopen als bepaalde mensen jou in de weg staan om toch maar met de Here God om te gaan". En "blijf naar de kerk gaan ongeacht wat daar soms ook aan dingen gebeuren die je totaal niet zinnen, waar je niet blij mee bent."

We stemmen er geheel mee in dat we niet om allerlei zaken de kerk moeten verlaten. Mensen vallen soms (ernstig) tegen, laten je vallen, negeren je, zwijgen je dood. Er gebeuren vaak dingen die we persoonlijk graag anders hadden gezien in de kerk. Die diep verdrietig kunnen maken. Gebruiken waaraan we zijn gehecht worden soms afgeschaft en nieuwigheden ingevoerd waar we niets mee hebben. 'Lijden aan de kerk' noemt men dat wel. Dan past verdraagzaamheid en inderdaad, blijven in de kerk. Terecht mag daar de vinger bij worden gelegd.

 

Niet-zinnen of zonde

 

Maar is hiermee de situatie van de erediensten in Silo wel juist getypeerd? Het gaat toch maar niet om dingen die 'niet zinnen'? Er is daar toch veel meer aan de hand?

De dienst aan God is in Silo zeer gecorrumpeerd. Gods voorschriften en geboden worden met voeten vertreden. Dat maakt dat Gods toorn ontbrandt! En dan gebeurt er iets. God straft het huis van Eli met de dood. Niet alleen zijn twee zonen maar ook hijzelf wordt geveld door het oordeel. Ja, nog meer: het priestergeslacht van Eli zal tot de bedelstaf vervallen. En later ontneemt Salomo nazaat Abjathar van Eli het priesterschap af als een vervulling van de profetie over 'het huis van Eli te Silo' (1Kon.2:27). Abjathar die in zijn jeugd al had meegemaakt hoe Doëg de Edomiet 85 priesters uit zijn familie over de kling joeg (Sam. 2). Het kan niet los worden gezien van Gods straffende oordeel in 1Sam. 2:33-36.

Ontzagwekkend is de wraak en de vergelding van de Here als zijn dienst verwordt tot eigenwilligheid en hoogmoed. Hier zie je ten diepste de strijd tussen God en duivel om het hart van de bediening van de verzoening.

 

Waar is Silo?

 

Er is nog iets dat de aandacht moet hebben. De les die we volgens de predikant zouden moeten leren is dat ondanks alle toestanden in Silo men toch maar 'gewoon' bleef komen.

Maar dat is níet zo.

Boven op de zonden van de priesters gaat Israël ook nog eens de ark als mascotte misbruiken om de Filistijnen van het lijf te houden. De ark als zetel van de Here waarmee de verzoening werd gesymboliseerd, zou het magische middel zijn om tot Israëls overwinning te manipuleren.

De geschiedenis is bekend. Na omzwervingen in het Filistijnse land komt de ark uiteindelijk in Beth-Semes terecht. Ook daar kan 'Gods troon op aarde' niet blijven want ook inwoners van de plaats hebben onvoldoende weet van Gods heiligheid (wat wil je ook met zulke voorgangers…) en moeten dat eveneens met de dood bekopen. Tenslotte vindt de ark zijn nieuwe (voorlopige) plaats in het huis van ´Abinadab op de heuvel´ in Kirjath-Jearim. En Abinadabs zoon Eleazar wordt geheiligd om zorg te dragen voor de ark.

 

De ark keert dus niet terug tot Silo. Integendeel, Silo wordt verwoest. Ps. 78: 56-64 tekent het in felle verwoordingen:

 

"Maar zij verzochten God en waren weerspannig tegen Hem, de Allerhoogste, en onderhielden zijn getuigenissen niet; zij werden afvallig en trouweloos evenals hun vaderen; faalden als een bedrieglijke boog, zij tergden Hem door hun hoogten, wekten Hem tot naijver door hun beelden. God hoorde het en werd verbolgen, en versmaadde Israël ten enenmale, Hij gaf de woning van Silo prijs, de tent die Hij onder de mensen had opgeslagen; zijn sterkte gaf Hij over in gevangenschap, zijn sieraad in de macht van de tegenstander. Hij gaf zijn volk prijs aan het zwaard, en was verbolgen op zijn erfdeel; het vuur verteerde zijn jongelingschap, zijn maagden werden niet bezongen; zijn priesters vielen door het zwaard, zijn weduwen weenden niet."

 

Dat is het huiveringwekkende lot van de verworden kerk in Silo.
En Jeremia moet later van de HERE een vlammend betoog houden tegen Juda, over het nieuwe Silo, Jeruzalem (Jeremia 7:1-15). Juda denkt dat het de plaats waar God wil wonen in pacht heeft

 

"Des HEREN tempel, des HEREN tempel, des HEREN tempel is dit!"

 

Maar het is een groot misverstand:

 

"Wat? Stelen, doodslaan, echtbreken, vals zweren, voor de Baäl offers ontsteken en andere goden achternalopen, die gij niet gekend hebt – en komt gij dan staan voor mijn aangezicht in dit huis, waarover mijn naam is uitgeroepen, en zegt: Wij zijn geborgen! ten einde al deze gruwelen te bedrijven? Is dit huis, waarover mijn naam is uitgeroepen, in uw ogen een rovershol?"

 

Blijven komen naar Silo en tolereren van zijn ongerechtigheden? De HERE ziet er níet aan voorbij. Het lot van Jeruzalem met zijn prachtige tempel zal het lot van Silo delen:

 

"En Ik – zie, Ik heb het wel degelijk opgemerkt, luidt het woord des HEREN. Want, gaat naar mijn plaats die in Silo was, waar Ik in het eerst mijn naam deed wonen, en ziet wat Ik daarmede gedaan heb om de boosheid van mijn volk Israël. Nu dan, omdat gij al deze dingen gedaan hebt, luidt het woord des HEREN, terwijl Ik tot u gesproken heb vroeg en laat, zonder dat gij gehoor gegeven hebt, en Ik u geroepen heb, zonder dat gij hebt geantwoord, daarom zal Ik met het huis, waarover mijn naam is uitgeroepen, waarop gij uw vertrouwen stelt, en met de plaats die Ik aan u en uw vaderen gegeven heb, doen gelijk Ik met Silo gedaan heb, en Ik zal u van voor mijn aangezicht wegwerpen, gelijk Ik al uw broederen, het gehele zaad van Efraïm, weggeworpen heb."

 

En later moet Jeremia opnieuw, tijdens de regering van Jojakim, Gods volk indringend waarschuwen (Jeremia 26:1-9):

 

"Zo zegt de HERE: Als gij niet naar Mij luistert en niet wandelt naar de wet die Ik u voorgelegd heb, en niet hoort naar de woorden van mijn knechten, de profeten, die Ik tot u zond, vroeg en laat, zonder dat gij gehoor gegeven hebt, dan zal Ik dit huis gelijk maken aan Silo, en Ik zal deze stad maken tot een vloek voor alle volkeren der aarde."  

 

Om wakker van te liggen, Silo als toonbeeld van Gods vloek over een volk dat Gods geboden naast zich neerlegt en over leiders die het niet nauw nemen met zijn dienst. Plaatsen van aanbidding worden ruïnes, een vloek voor alle volkeren. Dat moet ons toch dringen meer en wat anders te zeggen dan oproepen om de erediensten in Silo maar te blijven bijwonen?

 

God wil wonen bij zijn volk: de ark blijft niet bij de Filistijnen. Maar de plaats van aanbidding is niet meer Silo. Daar kúnnen geen mensen meer voor de hoge heilige God verschijnen. Hij heeft zijn troon laten verplaatsen naar een andere stek waar geheiligde mensen in eerbied zorg dragen voor de zetel van verzoening.

Is in dit licht 'Klapwijks les van 1Sam. 2' als zou het er omgaan toch vooral maar naar Silo te blijven komen, niet griezelig oppervlakkig?

 

Onderwijzen en doen onderwijzen

 

In de preek wordt nóg een concrete toepassing gemaakt van het schriftgedeelte. Want het is opvallend hoe groot de rol van moeder Hanna is in deze geschiedenis. En, merkt de prediker op, niet alleen hier maar steeds weer zie je in de bijbelse geschiedenis namen van moeders met ere genoemd. Dit brengt hem tot een vraag:
 

"En ik zou willen vragen aan m.n. jonge ouders, noem het dan maar even, hoe moet je dat zeggen die dertigers, de veertigers met ook nog jonge kinderen. Dat is best heel spannend hoe je dat vandaag moet doen. Met ambities en werken en buitenschoolse opvang. Ik zou heel graag willen dat je daar over nadenkt en met elkaar eens deelt of je de goede keuzes hebt gemaakt als het gaat om de omgang met en opvoeding van je eigen kind. En je hoort mij uiteraard niet zeggen: Houdt per definitie je eigen kind thuis en breng ze nooit naar een crèche of wat dan ook. Maar ik denk wel dat het goed is om er bij stil te staan. Hoeveel kun je je kinderen meegeven? Hoe belangrijk is het dat je dan zelf van de Here houdt en dat je kinderen niet zozeer zitten te wachten op al jouw woorden over God maar hoe je zelf in het leven staat."

 

Van harte mee eens, dit zijn vragen die gereformeerde ouders niet mogen ontwijken en waarop ze zichzelf moeten onderzoeken. Wat ons betreft zouden ze nog wel wat krachtiger en indringender aan de orde mogen komen. Zouden er vanuit het evangelie ook niet concrete antwoorden moeten worden geboden? En, onze kinderen mogen toch ook zitten wachten op woorden over God?

Terecht wijst de predikant erop hoe belangrijk het onderwijs en de opvoeding van de ouders is. Hanna kan daarbij als voorbeeld dienen. Maar we kunnen hem ook in dit onderwijskader niet volgen in zijn bewondering voor de mensen die toch maar naar Silo bleven komen ongeacht priesters die "totaal verkeerde dingen doen", zoals we hierboven hebben aangegeven. En dat het toch wel goed komt daar in Silo…

Ja, het komt goed met Samuel als de van God gezondene. De Here wil Samuel als richter aanstellen in zijn heilsplan. Maar het komt niet goed met het volk. Want de zonde van de leiders in Silo maakt "dat de mensen het offer des HEREN gering gingen achten" (2:17). De gevolgen voor Silo en de Eli-priesterfamilie zijn letterlijk vernietigend. En later ook voor het volk. Want Jeremia's tempelpreek over de vloek van Silo verwierpen ze hartgrondig 

 

"De priesters nu, de profeten en het ganse volk hoorden Jeremia deze woorden spreken in het huis des HEREN, en nadat Jeremia geëindigd had uit te spreken al wat de HERE geboden had tot het ganse volk te spreken, grepen de priesters, de profeten en het ganse volk hem aan met de woorden: Sterven moet gij; waarom hebt gij in de naam des HEREN geprofeteerd: Gelijk Silo zal dit huis worden, en deze stad [Jeruzalem] zal verwoest worden, zodat er niemand woont! En het ganse volk liep tegen Jeremia te hoop in het huis des HEREN."

 

Jeruzalem werd als Silo, en het volk eindigde in de ballingschap. Dat is voorland bij volhardende ongehoorzaamheid aan Gods Woord en zijn dienst.

 

Buikpijn

 

De predikant denkt dat Hanna wel buikpijn zal hebben gehad over haar kind dat in zo'n goddeloze omgeving moest opgroeien. En dat is goed voor te stellen. Terecht roept hij op tot dagelijks gebeden voor kinderen en kleinkinderen. En hij vervolgt

 

"Als Samuel een jongetje is dat van de Here gebeden is, dat betekent zijn naam, van de Here gebeden, dan zal de Here er voor zorgen dat het goed komt.

Als de Almachtige ervoor kan zorgen dat Hanna die geen kinderen kon krijgen en kind krijgt, en later nog een heel rijtje, dan komt dat wel goed als hij bij Eli blijft. En heb je gelezen wat er staat: Samuel werd geliefd bij God en mensen. De Here hield van Samuel. Je kunt best een heleboel tegenslag krijgen en het kan een hele onveilige situatie zijn waarin je leeft maar Samuel zal gevoeld en gemerkt en geweten hebben: de Almachtige houdt van mij."

 

Dat mag inderdaad het belangrijkste zijn. Wij houden niet onze kinderen bij God en geven hen niet het geloof. Het is de HERE die hen in zijn hand houdt. Dat moet aanhoudend aandacht krijgen in onze gebeden.

Toch wringt er iets in het spreken van de predikant. Want hoe is het te rijmen: een godvrezende opvoeding van moeders willen en tegelijk je kinderen blijven blootstellen aan een kerkelijke omgeving waarin het Woord niet meer het absolute gezag heeft? Waar door aanhoudende theologische ontwikkelingen de mensen Gods Woord 'gering zijn gaan achten'? Waar de Hofnies en Pinehassen brutaal vrij spel nemen en krijgen? Een kerk die een pijler en fundament van de waarheid zou moeten zijn maar waarvan langzamerhand haar gereformeerde identiteit zoek is geraakt. In de catechisaties niet meer weet hoe de verbondsjeugd te onderwijzen in de 'voorzeide leer'. Moeten we dan toch maar blijven in Silo en mopperen als Eli op de dingen 'die ons niet zinnen' en ondertussen daar onze vorkjes meeprikken tot we onze kerkelijke nekken breken?

Prijst de dominee hier niet een lijdelijke houding aan die kenmerkend was voor Eli maar die gereformeerde christenen als het gaat om het Woord en het onderwijs van de kerkjeugd niet past?

 

Wat is er in onze kerkelijke geschiedenis geijverd voor het goed gereformeerd onderwijs van verbondskinderen. Onderwijzen en doen onderwijzen. Ja, in de eerste plaats thuis. En dan op de catechisaties. Maar ook in het schoolonderwijs op alle niveaus waar het maar mogelijk was. Want het ging om iets heel belangrijks: Gods kinderen die hun weg in de wereld moesten leren vinden op het smalle pad achter Christus aan. Daarvoor was geen inspanning te groot.

Maar in het huidige vrijgemaakte kerkelijke klimaat wordt openlijk afstand en afscheid genomen van de 'triangel': schoolonderwijs dat in overeenstemming is met het onderwijs van de ouders en de kerk. Men spuugt erop: het is benepen klein-vrijgemaakt denken van het vroegere verzuilde denken. Ja, zelfs voor docenten die de God van de Bijbel niet meer (willen) kennen is er plaats aan onze gereformeerde scholen. We hopen er binnenkort gedocumenteerde voorbeelden van te laten zien.

Ondertussen raken we onze jeugd en jongeren kwijt. Beïnvloed door kwade herders en Eli-figuren. Geslachtenlang zullen de gevolgen zich laten gevoelen, en nu al, zie de statistieken. Moeten we daar niet buikpijn van krijgen, wakker van liggen?

 

Wat zou de preek aan profetische kracht hebben gewonnen als de rijkdom van het verbond dat God al met ons sloot toen wij hulpbehoevende babytjes waren, was verkondigd. En de gemeente voorgehouden dat dat ook consequenties heeft in de kerk en op 'onze'(?) scholen. We zullen er voor bidden, maar er ook voor moeten werken. Het is meer dan nodig dit weer voluit en luid te verkondigen. De signalen dat in de vrijgemaakte kerken het verbond en de kinderdoop zijn fundamentele plaats verliest zijn niet meer te ontkennen. 'Opdragen' als alternatief voor de doop moet kunnen en je kunt soms horen dat men het typeert als "een soort doop". Wat zijn we op dit punt ook ver van huis aan het raken, wij die juist vanuit onze kerkgeschiedenis de betekenis van verbond en doop zo intensief hebben leren beleven en belijden.

 

Blijven?

 

Ds. Klapwijk dringt er op aan: blijven! En je hoort het meer. Zolang als we nog de mogelijkheid hebben als Eli om ons woordje te doen gaan we niet weg. En, God heeft ons hier een plaats gegeven, in deze kerk. Ja, breken met kerk is een hele grote zonde want je breekt de eenheid van Gods volk.

 

We stemmen het volmondig toe: breken met de kerk is een grote zonde waarover Gods toorn komt. Diegenen die lichtvaardig de broederschap schenden, uit elkaar scheuren zullen de gevolgen daarvan ondervinden. Daarop rust geen zegen maar vloek. Zelfonderzoek is op dit punt voortdurend nodig.

Maar de grote vraag is óók wáár Gods kerk (nog) is. Staat zijn tent van samenkomst met de ark nog wel in de belangrijke theologenstad Silo? Of is die allang door de Filistijnen buitgemaakt, misschien inmiddels al aangekomen in het huisje van Abinadab op de heuvel met zijn gewijde zoon Eleazar? Het is dringend noodzakelijk met elkaar coram Deo een schriftuurlijk en confessioneel antwoord te geven waar we die ark, als zetel van het verbond, in deze tijd kunnen vinden.
En, waar is Samuel?

 

 



[1] http://kerkdienstgemist.nl/playlists/519/embed?page=3&update=playlist, Zwolle-Zuid, kies zondag 24 augustus, 16.30 uur.