Ethiek

Rond de Schrift

Signalen

Emmeloord, donderdag 21 november
Diaconie, een Heer-lijke dienst!
Ds. A. de Jager
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur

Bunschoten-Spakenburg, zaterdag 14 dec.
Bezinningsdag MVEA
Immanuelkerk, Plevier 2, 10.00-15.00 uur
info: www.bezinningmvea.nl

Emmeloord, vrijdag 24 januari
'Hoe lief heb ik uw wet'
Ds. A. Bas
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Sola Scriptura 4

 

Ds. R.M. Retief, The Free Reformed Churches of Australia (FRCA)

14-11-15

 

De Bijbel is Gods Woord

 

Nog steeds zijn er veel theologen die erkennen dat de Bijbel het Woord van God is, tenminste... bij een eerste ontmoeting. Maar wanneer je dan informeert wát ze met deze belijdenis bedoelen, zul je vaak tot je teleurstelling ontdekken dat ze iets heel anders bedoelen dan wat je had verwacht – namelijk iets wat erg verschilt van wat we bijvoorbeeld belijden in het 5de artikel van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

 

Ze zullen je vertellen dat de Bijbel vol fouten en vergissingen staat en dat de Bijbel vaak met zichzelf in tegenspraak is. Ze geven je zelfs een lange lijst met voorbeelden. Ze zullen zeggen dat de Bijbel over Jezus spreekt en dat we aardig zeker zijn over wat de Bijbel over Jezus zegt, maar dat de Bijbel niet altijd historisch en feitelijk betrouwbaar is. Maar, zeggen ze dan, dat doet er niet toe, want God is zo groot dat Hij met een kromme stok een rechte slag kan geven. De kromme stok, de Bijbel, een boek door mensen geschreven en vol met menselijke fouten en misvattingen, wordt door God gebruikt om ons tot geloof in Jezus te brengen.

 

Hoe gebeurt dat? Welnu, leggen ze je uit, wanneer je iets hoort uit of leest in de Bijbel, raken de woorden je soms treffend. Op dat ogenblik komt Gods woord tot jou. Het wordt Gods woord wanneer Hij dat woord (hoe krom als dat misschien op zich kan zijn) gebruikt om jou te redden. Dit idee komt vooral van de theoloog Karl Barth, maar is tegenwoordig heel gewoon, ook in kerken die zich nog steeds Gereformeerd noemen.

 

Anderen zullen op hun beurt zeggen dat we, ondanks veel fouten in de Bijbel en de grote beperkingen van de mannen die de Bijbel hebben geschreven, nog steeds Gods Woord formeel en objectief in de Bijbel kunnen vinden. De Bijbel is dan niet het woord van God, maar Gods woord is in de Bijbel, Ieder bepaalt voor zichzelf wat hij als ware en betrouwbare woorden van God in de Bijbel accepteert. Eenmaal op deze weg zullen de “ware woorden van God” in de Schrift steeds minder worden, tot niets overblijft buiten wat de mens de Schrift nog toestaat te zeggen.

 

Weer anderen gaan nog een stap verder en zeggen dat we niet Gods eigen rechtstreekse woorden in de Bijbel hebben, maar een relatief betrouwbaar getuigenis van Gods woorden. Dit getuigenis kan gebrekkig zijn door historische onnauwkeurigheden, eigen interpretaties van de schrijvers van de bijbel, herinterpretaties en tijdgebonden theologische modellen van latere schrijvers, feitelijke onjuistheden, enzovoort, maar we kunnen nog steeds de grote en voorname boodschap er uit halen dat God ons liefheeft en dat Jezus ons redt. En dat is alles wat we moeten weten (met betrekkelijke zekerheid). Deze theologen streven er naar om door consensus tot een kern, een “hart van het evangelie” te komen. Daardoor kunnen alle Christenen verenigd worden in een “kern van geloof”, een heel mager skeletachtig geloof, dat constant inhoudelijk aan het krimpen is om tot nog grotere consensus te komen.

 

Deze mensen horen we zeggen: “Geloof niet in de Bijbel; geloof in Jezus!” Het idee is dat we in God kunnen geloven en in Jezus, zelfs als we niet langer op de absolute waarheid van de Schrift kunnen vertrouwen. Religieuze ervaring, ja, de religieuze mens zelf, wordt de bron en norm van religie. Een religie zonder enige vaste leerinhoud en ieder mens mag dan geloven wat hij wil en wat nog “waar is voor hem”.

 

Maar wij – wat geloven en belijden wij aangaande Gods geopenbaarde Woord?

 

Het goddelijke gezag van de Heilige Schrift

 

Wij geloven wat de Bijbel over zichzelf zegt. Onze confessie over het goddelijke gezag van de hele Schrift, namelijk dat ieder woord van de Schrift goddelijk geïnspireerd is en van Hem komt, is op de Schrift zelf gebaseerd. Het geloven van de goddelijke inspiratie van de hele Schrift is een zaak van geloof. Dit niet geloven is ongeloof.

 

Wat de Bijbel zegt, zegt God. We hebben hetzelfde ontzag voor Gods Woord als we voor God Zelf hebben. Zijn Woord niet geloven, is Hem niet geloven.

Geloof is Gods Woord geloven. Twijfel aan Zijn Woord is ongeloof.

En geloofsgehoorzaamheid is gehoorzaamheid uitsluitend aan Zijn Woord.

En aangezien we Gods geopenbaarde Woord vandaag alleen op schrift hebben, kunnen we geen waar geloof en geen geloofsgehoorzaamheid hebben zonder dit geschreven Woord, en zonder dit Woord kunnen we niet echt te geloven.

 

Het gezag van de Schrift is een zaak van leven en dood. Daarbuiten is geen fundament voor ons geloof en geen vaste geloofsinhoud. Daarbuiten heeft ieder zijn eigen Jezus of wat zijn hart ook maar voor nieuwigheid bedenkt die hij Jezus of God wil noemen..

 

 

De Schrift bevestigt eigen goddelijke oorsprong en gezag

 

Wat we geloven over de Schrift, geloven we omdat de Schrift dat zegt. Als we de Bijbel niet kunnen geloven wanneer zij over haar eigen gezag spreekt, hoe kunnen we de Bijbel dan geloven wanneer zij over de Here Jezus Christus spreekt? Als het getuigenis van de Schrift over eigen goddelijke oorsprong en waarheid niet betrouwbaar is, hoe kan haar getuigenis over iets anders dan wel betrouwbaar zijn? Als we niet geloven wat de Bijbel over zichzelf zegt, zullen we ook niet het evangelie aanvaarden, maar het aan onze eigen mening aanpassen.

 

Welnu, wat zegt de Schrift over zichzelf?

De hele Schrift presenteert zich aan ons als het Woord van God. Bijna op elke bladzij herhalen de profeten keer op keer: “Zo zegt de HERE...” Deze woorden, “Zo zegt de HERE”, samen met soortgelijke formuleringen zoals “De HERE heeft gesproken...”, of “Het woord van de HERE kwam tot mij, zeggend...” wordt bijna vierduizend maal alleen al in het Oude Testament herhaald.

 

Het Nieuwe Testament citeert het Oude Testament en zegt: God zei dit, of: de Heilige Geest zei dat. De Here Jezus en de apostelen citeerden voortdurend uit het Oude Testament, met als resultaat dat we honderden citaten van bijna elk boek van het Oude Testament in het Nieuwe Testament vinden. Wanneer we naar de grote verscheidenheid van al deze citaten uit verschillende boeken van het Oude Testament kijken, wordt het duidelijk dat door heel het Nieuwe Testament heen de Here en Zijn apostelen elk deel van het Oude Testament (en elk detail erin) aanhaalden als Gods geopenbaarde woord.

 

Soms wordt alleen de naam van de profeet genoemd, maar heel vaak wordt de nadruk gelegd op het feit dat het God Zelf was die deze woorden door de profeten heeft gesproken. Zo citeren de apostelen delen uit het Oude Testament met de woorden: “opdat vervuld mocht worden wat de Here door de profeet gesproken heeft” (Mat. 1:22, dat verwijst naar Jesaja 7:14) of, “het Schriftwoord moest in vervulling gaan, dat de Heilige Geest voorheen bij monde van David heeft gesproken” (Hand. 1:16-20 waar de apostel Petrus verwijst naar verschillende delen van de Psalmen – Psalm 41:9, 69:25, 109:8 – als de woorden van de Heilige Geest door de mond van David).

 

De discipelen bidden tot de Here en zeggen:

 

“Gij, Here, zijt het, die geschapen hebt de hemel, de aarde, de zee en al wat daarin is; die door de heilige Geest bij monde van onze vader David, uw knecht, gezegd hebt: Waarom hebben de heidenen gewoed en de volken ijdele raad bedacht?” (Hand. 4:24,25).

 

Zij citeren Psalm 2, een psalm van David, die, zo belijden zij, uit de mond van David kwam, maar zij zeggen: "Here, U heeft deze woorden gesproken".

Op dezelfde wijze worden de woorden van Jeremia in Jer. 31:33 in de brief aan de Hebreeën geciteerd, waar staat: En ook de Heilige Geest geeft ons daarvan getuigenis (Heb. 10:15,16). De schrijver aan de Hebreeën is er zeker van dat de Heilige Geest deze woorden heeft gesproken, omdat de profetie deel uitmaakt van de Schrift. Wat de Schrift zegt, zegt God.

En zo zijn er honderden voorbeelden waar het Nieuwe Testament aan verschillende delen van het Oude Testament refereert en zegt dat God, of de Heilige Geest, deze woorden heeft gesproken. Of ze citeert, omdat ze goddelijk gezag hebben en betrouwbaar zijn, omdat ze deel van de Schrift zijn.

 

Bovendien verklaren Christus en Zijn apostelen dat de hele Schrift voortkwam uit Gods eigen mond. De apostel Paulus schrijft aan Timoteüs:

 

“Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.” (2 Tim. 3:16,17)

 

In het vers ervoor (2 Tim. 3:15) heeft de apostel over “de heilige Schriften” gesproken en daarbij het meervoud gebruikt: Schriften. Maar hij ziet “de heilige Schriften” als één Schrift, enkelvoud, en zegt in vers 16: “Elk schriftwoord is van God ingegeven”. We kunnen ook vertalen: “De hele Schrift is door God ingegeven”. Het is één openbaring en die is helemaal voortgebracht door God.

 

De Griekse tekst zegt letterlijk: De hele Schrift is door God geademd. De Griekse woorden “door God geademd” vertalen wij met: “geïnspireerd door God”. In het Grieks is het woord voor Geest, Spirit, hetzelfde als het woord voor adem. De Geest die van God uitgaat wordt soms de adem van Zijn mond genoemd. Wanneer 2 Tim. 3:16 zegt dat de hele Schrift door “God geademd” is, dan geeft dat aan dat de hele Schrift als woorden van Gods Geest, of door de adem van Gods eigen mond is voortgebracht.

 

De apostel Petrus zegt:

 

“...geen profetie der Schrift laat een eigenmachtige uitlegging toe, want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.” (2 Petrus 1:20,21)

 

Geen profetie is voortgekomen uit de wil van een mens. De profeten hebben allen bewogen/gedreven door de Heilige Geest gesproken. De apostel Paulus zegt dat het evangelie van God, dat hij verkondigt, tevoren door God zelf door Zijn profeten in de heilige Schriften beloofd werd. (Rom. 1:1,2)

 

Christus heeft op dezelfde manier gesproken toen Hij het goddelijke gezag van de Schrift bevestigde. Hij citeert bijvoorbeeld uit Exodus en zegt dat God deze woorden tot Mozes heeft gesproken (Marc. 12:26) en kort daarna verwijst Hij naar Psalm 110:1 en zegt dat David deze woorden door de Heilige Geest heeft gesproken (Marc. 12:36). En Christus citeerde de Schrift altijd als het absoluut gezaghebbende woord (Mat. 4:3-10; 19:4-6; 22:29-32; Mark. 12:36,37; Joh. 10:34,35, enz.).

 

Het Nieuwe Testament heeft hetzelfde gezag als het Oude Testament. De apostel Petrus beschouwt de brieven van de apostel Paulus als deel van de Schrift, waar hij zegt dat bepaalde mensen de brieven van Paulus verdraaien, net zoals zij dat doen met “de rest van de Schrift” (2 Petrus 3:15,16). De apostel Paulus claimt dit goddelijk gezag waarmee hij sprak eveneens. Hij zegt bijvoorbeeld tegen de Tessalonicenzen dat het woord dat hij predikte geen mensenwoord is maar Gods woord:

 

“Hierom danken ook wij God onophoudelijk, dat gij, toen gij het gepredikte woord Gods van ons hebt ontvangen, het hebt aangenomen niet als een woord van mensen, maar, wat het inderdaad is, als een woord van God, dat ook werkzaam is in u, die gelooft"(1 Tess. 2:13).

 

Lucas 10:7 wordt tegelijk met Deuteronomium 25:4 geciteerd als één Schriftwoord, waar de apostel Paulus deze beide teksten in één adem aanhaalt: “De Schrift zegt dit”. (1 Tim. 5:18).

 

Niet alleen de algemene boodschap van de Schrift is geïnspireerd, maar elk woord op zich en ook de woordkeus en de precieze vorm daarvan zijn geïnspireerd. Christus refereert aan een enkel woord in Psalm 82:6, het woord “goden”, en zegt dat dit woord in Psalm 82 geen vergissing is, omdat deze psalm het woord van God is en de Schrift niet gebroken kan worden (Joh. 10:35). Hij impliceert hier dat als ook maar één woord van de Schrift onjuist was, de Schrift gebroken zou worden. Maar Hij bevestigt juist dat de Schrift niet gebroken kán worden – ieder woord van de Schrift staat vast. Christus zegt zelfs: “... gemakkelijker zouden hemel en aarde vergaan, dan dat er van de wet één tittel zou vallen” (Luc. 16:17).

 

De apostel Paulus verwijst zelfs naar een enkel woord in Genesis, het woord “zaad”, en wijst erop dat dit woord enkelvoud is en geen meervoud. Hij bevestigt een heel belangrijk leerstuk door het juiste verstaan van een enkel woord (Gal. 3:16).

 

Is de hele Schrift Gods Woord? Hoe zit het met Satans woorden, zoals die worden weergegeven in de Bijbel? Of met wat Jobs vrienden zeggen? Of met de kwade raad van goddeloze mannen die de Schrift vermeldt? Ja, de hele Schrift is Gods eigen openbaring. Zelfs wanneer woorden van Satan in de Bijbel worden aangehaald. Deze woorden zijn voor ons onder de inspiratie van de Heilige Geest opgeschreven, zodat we er zeker van kunnen zijn dat Satan deze kwade woorden werkelijk heeft gesproken en dat het een trouwe weergave is van wat Satan heeft gezegd. De hele Schrift is voortgekomen uit Gods eigen mond.

 

En daarom belijden we:

 

“Wij ontvangen al deze boeken (de 66 boeken van de Bijbel) als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten.” (Nederlandse Geloofsbelijdenis, Art. 5).

 

En op basis van de Schrift belijden we dat waar geloof allereerst is “een zeker weten, waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in dit Woord heeft geopenbaard (HC Zondag 7).

 

In ons volgend artikel zullen we DV de noodzakelijkheid van de Heilige Schrift bezien.

 

Wordt vervolgd

 

Vertaling: R. Sollie-Sleijster