Ethiek

Rond de Schrift

Signalen

De bezinningsgroep Rijnsburg e.o. belegt D.V. op 26 september a.s. een voorlichtingsavond over:

Schriftgezag en hermeneutiek (Bijbeluitleg)

Spreker: dr. R.T. (Dolf) te Velde.

Plaats: kerkgebouw GKv Rijnsburg, Katwijkerweg 1a, 2231 SE Rijnsburg.
Aanvang: 20.00 uur.
Zie verder onder Nieuwe artikelen, click Schriftgezag en hermeneutiek

 


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Secularisatie in cijfers 2

 

D.J. Bolt

18-06-16

 

Welke belangrijke factoren kunnen we herkennen die de uitstroom uit de GKv veroorzaken?, zo vroegen we ons af de vorige keer.
Onmiskenbaar heeft de algemene secularisatie/verwereldlijking in Nederland zoals die met enkele gegevens eerder werd geïllustreerd ook zijn invloed op de vrijgemaakte kerken en is daar een oorzaak van de teruggang in leden. Maar het is te simpel om te volstaan met die enkele conclusie.

Zeker, er zijn sterke invloeden van buitenaf. De moderne media, TV, internet, niet-christelijke naasten en collegae oefenen voortdurend invloed op het denken en doen van gereformeerde christenen. De veelszins wereldse cultuur beheerst hoe langer hoe meer het dagelijkse leven. De uitstroom uit de vrijgemaakte kerken - sinds 2003 ongeveer het equivalent van 35 gemeenten van 200 zielen! – kan daar voor een deel mee worden verklaard.

Voor een deel, want er zijn meer, interne, factoren. We kunnen daar natuurlijk niet volledig over zijn, het zou een boekwerk als prof. G. Dekkers Doorgaande revolutie vergen. Maar we willen wel een paar in onze ogen significante factoren van uiteenlopend karakter, noemen.

Dagblad

We hebben jarenlang dankbaar een gereformeerd dagblad mogen ontvangen in onze huizen, het Nederlands Dagblad, het vroegere Gereformeerd Gezinsblad. Het is in de loop van de jaren een steeds veelzijdiger dagelijkse bron van informatie geworden. Naar media-maatstaven een 'kwaliteitskrant'. Daarvoor is een bonte variëteit van medewerkers aangetrokken: gereformeerden, protestanten, evangelischen, roomsen, en zelfs een Joodse rabbi. Het wachten is nog op een mohammedaanse imam om het palet compleet te maken …
Met de 'vernieuwing' is het oorspronkelijke gereformeerde karakter vrijwel geheel verdwenen. Nadrukkelijk werd gereformeerd uit de krantenkop geschrapt. Er zijn grootse plannen (kosten ongeveer € 1.000.000!) om intensief met de Evangelische Omroep te gaan samenwerken. Een omroep waar eens een vrijgemaakte predikant van zei dat die gevaarlijker (voor de gereformeerde overtuiging) was dan de losgeslagen wereldse VPRO ... Het kan verkeren!

Het dagblad, hoe aantrekkelijk ook, en misschien juist daardoor te meer, is een geestelijk gevaar geworden voor gewoon gereformeerd (gezins-)leven. Het is geëvolueerd tot een podiumkrant voor elke religieuze roeptoeter - mits die niet al te orthodox-gereformeerd is.[1] Het blad is een voertuig en stimulans geworden voor een modern oecumenistische richting. We hebben het al eens eerder gesignaleerd maar doen het opnieuw: de hoeveelheid pagina's die gewijd(!) wordt aan bijvoorbeeld het 'rijke roomse leven' is groot. Maar zelden is er enige fundamentele kritiek te lezen op de roomse leer en bijbehorend leven. Zou dat niet mede verklaren waarom de overgangen van GKv naar RK toenemen, hoe beperkt ook nog?

Gereformeerden hechtten altijd aan een geestelijke eenheid van gezin, kerk en school. In dat kader paste ook een dagelijkse informatie- en voorlichtingsbron die zich liet gezeggen door Schrift en belijdenis. Maar die lijn is geheel verlaten tot grote schade van het gereformeerde leven. Die schade is niet gauw te overschatten, naar onze mening.

Het Nederlands Dagblad blad wil volop delen in de moderne cultuur. Een exponent van deze koersverlegging is de aandacht voor de film en popmuziek. Vrijwel geruisloos heeft het blad zijn intrede gedaan in de moderne filmwereld. Wekelijks worden uitgebreide recensies van films geboden met de stimulans ze te gaan zien. Niet zelden is de beschrijving er van al zodanig dat een gereformeerd mens de (warme) aanbeveling maar beter niet kan opvolgen.
Wat heeft er ook m.n. op dit terrein een revolutie plaatsgevonden! Nog maar enkele tientallen jaren terug waarschuwden predikanten op de kansel en ouderlingen op huisbezoek de bedorven wereld van 'Hollywood' te mijden. 'Heb geen deel aan haar zonden'! Behoed je ogen. Maar dat besef lijkt vrijwel geheel te zijn weggesleten.
Zou hiermee ook niet een deel van de secularisatie in de gereformeerde wereld en vrijgemaakte kerken zijn te verklaren?
 

Kerkgang


Kerkgang was voor (vrijgemaakte) gereformeerden een heel normale en vanzelfsprekende zaak. Natúurlijk ging je twee keer naar de kerk op zondag en rustte je van je dagelijks werk.
Maar sinds de synode van Leusden (1999) is de situatie langzaam maar zeker geheel veranderd. De besluiten die toen, en op volgende synoden, zijn genomen hebben hun negatieve uitwerking niet gemist. Drs. J.H. Kuiper constateert in het eerder genoemde Jaaroverzicht dat 'de middagdienst overal onder druk staat'. In minstens 7 vrijgemaakte gemeenten is er geen middagdienst meer[2]. Maar het aantal vervallen diensten is veel hoger omdat in veel plaatsen gemeenten middagdiensten met nabijgelegen kerken combineren. Voorlopig gaan de NGK (ook) daarin de vrijgemaakten nog voor. Want in 1/3 van de NGK gemeenten is al geen middagdienst meer. Dat zal zijn invloed hebben als volgend jaar de GKv besluit tot vereniging met deze kerken …

Inmiddels zijn er indicaties dat velen die de middagdienst niet meer bijwonen, ook 's morgens regelmatig het er bij laten zitten. Ieder die diensten bijwoont waar de bezetting lijkt op een gatenkaas, weet wat voor negatieve gevoelens dat oproept.[3]

Het is moeilijk te overschatten wat een seculariserende invloed dit heeft op het geestelijk en kerkelijk leven. Zonder het bijwonen van erediensten waarin de Heere zijn volk wil ontmoeten en in de levende verkondiging van het Woord zijn werk wil laten doen is de neergang van het geloofsleven vrijwel onvermijdelijk.
En dat is te zien, ook aan de cijfers.
 

De gereformeerde leer


Maar de belangrijkste factor in de teruggang van het vrijgemaakt gereformeerde kerkelijke leven is de omgang met het Woord zelf. Immers als dat Woord zijn zeggenschap en gezag heeft in de kerken en in de harten van de kerkleden dan kan er nog veel ten goede keren.
Maar ook hier zijn de veranderingen groot in deze kerken. 'We staan op Schrift en belijdenis' was een gevleugelde uitspraak die alle kritiek op haar functioneren probeerde te neutraliseren. De gereformeerde leer was er veilig, betoogde men.

Maar in de praktijk zetten kerkleden steeds meer vraagtekens bij die leer. Want wat is die nou precies? En waarom zouden we ons daaraan moeten houden? Zit er toch niet veel 16de en 17de eeuwse theologie in, die in onze moderne tijd achterhaald is of tenminste 'opnieuw moet worden doordacht', zoals dat heet als men eigenlijk wil aanpassen, veranderen.

We hebben op deze site in de loop van de jaren heel vaak de ontwikkelingen kritisch gevolgd en geanalyseerd. Steeds meer kwamen we tot de conclusie dat er op tal van punten een andere niet-gereformeerde koers door de GKv werd gevaren. Het werd veelal ontkend: 'we zijn echt gereformeerd maar we verwoorden het wat moderner en gaan in op hedendaagse vragen'. Ja zelfs zouden gereformeerden van de 'versie vroeger' nogal automatisch hebben geloofd, nú was alles veel doorleefder, authentieker.

 

We zagen overtuigingen kantelen. We noemden al de opvattingen over het vierde gebod. Aan het zevende gebod werd een andere strekking gegeven. Evolutionistisch denken won veld. Toelating van de vrouw in het ambt, hier en daar al praktijk, is nog een kwestie van tijd. Homoseksuele relaties leiden in diverse gemeenten niet meer tot tucht.
Kan dit allemaal als men tegelijk een kerk wil zijn die gebonden is aan de leer zoals beleden in de gereformeerde confessies? Is het geen kwestie van kerkelijke eerlijkheid om langzamerhand er ook publiek en onomwonden maar afstand van te doen?

In elk geval, iemand doet dat.

 

Gereformeerd 2.0

 

Hoogleraar Ethiek en Spiritualiteit aan de theologische universiteit in Kampen (TUK) dr. A.L.Th. de Bruijne schrijft een maandelijkse column in het Nederlands Dagblad. Zo ook zaterdag 9 april jl. met de titel Gereformeerd 2.0. De column markeert wat ons betreft het afscheid van de gereformeerde leer en het begin van een nieuwe spirituele zoektocht van de universiteit en de kerken waaraan deze verbonden is. Geen cosmetica meer om het ingrijpende omturnen van de GKv te verhullen.

We geven het een en ander weer uit De Bruijnes column.[4] Volgens prof. De Bruijne zijn er

 

'twee soorten gereformeerden en ze kunnen moeilijk door één deur. () De eerste soort beschouwt ‘gereformeerd’ als een vastgelegde identiteit. Vooral de 16e en 17e eeuwse belijdenisgeschriften definiëren deze. Bijvoorbeeld de Nederlandse Geloofsbelijdenis of de Westminster Confessie bevatten de gezaghebbende verwoording van het geloof. Vanuit die basis denk je. Meningen van anderen leg je langs die meetlat. Wat afwijkt, tolereer je niet. Die ooit vastgelegde waarheid pas je toe op een wisselende praktijk.'

 

Laten we maar eerlijk bekennen dat we ons aardig kunnen identificeren met deze 'soort'. Evenals De Bruijne 'vroeger', zo zegt hij. Maar er is nog een ander soort ontwaart de hoogleraar waar hij zich nu beter bij thuisvoelt. Dat is de categorie gereformeerden

 

'die vaak horen bij kerken die net iets minder massief confessioneel waren en zich tooiden met vage typeringen als ‘evangelisch-gereformeerd’ of ‘open-orthodox’, gereformeerd als een verhaal dat nog niet afgelopen is. We weten niet wat er nog komt en de ontknoping is nog onbekend.'

 

Maar hoe zit het dan met de (grote) Reformatie 1517, die was toch 'terugkeer naar de Schrift'? De Bruijne:


'De Reformatie vormde slechts een fase in de kerkgeschiedenis en haar producten weerspiegelen onherroepelijk de beperkingen van hun tijd. Met deze insteek ontstaat ruimte voor kritiek en alternatieve visies. Het kost minder moeite om tekorten en eenzijdigheden in de gereformeerde manier van geloven te erkennen en waardevolle elementen uit andere tradities te honoreren.'

Dat heeft natuurlijk consequenties voor de relaties tussen kerken. Prof. De Bruijne ziet een toenadering tussen gereformeerd, of 'wat minder gereformeerde' kerken om zich heen. Dat heeft te maken met 'christelijke liefde', denkt hij, en met 'minder hoog opgetrokken kerkmuren'.
Toch is hij niet met deze eigen verklaring tevreden. Er is iets anders aan de hand: 'een verschuiving naar een andere manier van gereformeerd-zijn'.
Het lijkt ons een terechte conclusie die (eindelijk) nu ook eens publiek erkend wordt door een vooraanstaande representant van de kerken en de TUK.

Maar het is natuurlijk nodig om te weten waar het oude gereformeerd-zijn naartoe is geschoven. Ook daar is De Bruijne helder over. Hij knoopt zijn analyse vast aan de kerkstrijd van de 60-ger jaren, de tijd dat de NGK ontstonden omdat zij bewust afweken van de gereformeerde belijdenis en de gereformeerde kerkorde. De Bruijne:
 

'Toen leidde dat nog tot een fel conflict, omdat de vrijgemaakten nog van de eerste soort waren. Dus betrokken deze de wacht bij punten uit de belijdenisgeschriften waarvan sommigen min of meer afweken.'
'Volgens mij zijn de nederlands gereformeerden sindsdien niet echt veranderd. De nieuwe toenadering werd juist mogelijk doordat ook de andere gereformeerden in hun richting gingen bewegen. Vandaag klinken bijvoorbeeld in de vrijgemaakte kerken opvattingen over rechtvaardiging en heiliging, de plaats van de wet, of het karakter van God die niet echt soepel passen bij de belijdenis.'

Precies! Hoe vaak dachten we niet dat ook te signaleren en probeerden we dat aan te tonen. Waarbij we niet zelden de kerkwind van voren kregen. Maar hier wordt het 'gewoon eerlijk' erkend: zie bijvoorbeeld over Rechtvaardiging en heiliging[5] in Cruciaal, en over de Tien Geboden Woord op schrift[6].

De Bruijne en zijn 'gereformeerden' zijn wat hij noemt, contextueel en cultureel gevoelig geworden. Ze denken
 

'over van alles, maar starten daarbij vaker niet dan wel bij de belijdenisgeschriften'. En massieve zekerheden maken plaats voor het besef dat veel geloofsinzichten beperkt en voorlopig blijven. Geluiden uit andere tradities zijn meer dan welkom.'


De eerlijkheid van prof. De Bruijne is winst. Want we weten nu (nog) beter waar we staan met elkaar. Dat horen verontruste vrijgemaakte kerkleden nu ook vanuit onverdachte zijde. Brengt dat hen in beweging? De Bruijne constateert


Ook wie zich hierover zorgen maken, tolereren het wel. Dat alles bewijst volgens mij dat ook wij inmiddels op weg zijn naar die tweede manier van gereformeerd-zijn.


Inderdaad valt te constateren dat er wel veel gezucht en geklaag is maar weinig bereidheid om de strijd daadwerkelijk aan te gaan of nog verder, consequenties te trekken. Ook daarvan spreken de cijfers en aantallen die we gaven in het eerste artikel boekdelen.
 

De druppel


'De gestadige druppel holt de steen uit', zegt een spreekwoord. Voortdurende beïnvloeding door bepaalde ongereformeerde prediking, opgeleukte erediensten, onverantwoorde voorlichting in boek en blad maken de geesten rijp voor een gereformeerdendom 2.0. De ideeën die ontwikkeld worden in de academische wereld sijpelen door in de wereld van 'de gewone kerkmens'. We willen tot slot daarvan een voorbeeld geven.


Griezelige hermeneutiek


In het vrijgemaakte Kerkblad van midden-Nederland heeft Heerco Walinga zijn vaste column. Hij heeft waargenomen dat in de warwinkel van discussies het begrip hermeneutiek steeds weer opduikt[7]. Dat is een wonderlijk tool:

"Wat vroeger klaar als een klontje was, zoals de onmogelijkheid van de vrouwelijke dominee, lijkt die nu door de hermeneutiek opeens mogelijk of op zijn minst bespreekbaar te zijn."


"Griezelig?", vraagt hij zich af. Nou nee, we moeten ons maar rustig toevertrouwen aan hun die er voor geleerd hebben:


Voor u en mij, de niet-gestudeerde gelovigen, geldt dan: er is een originele tekst van een door de Geest geleide bijbelschrijver, en 2000 jaar later lezen wij die tekst, om een richtsnoer voor ons leven te hebben..() Om zeker te weten of een zuster ook ouderling mag worden, of een broeder met homoseksuele geaardheid ook een relatie met een andere man mag aangaan, of enkele gezangen in de eredienst thuishoren, of... noemt u maar een actueel thema, en ik kan u verzekeren, het heeft met uitlegkunde (hermeneutiek) te maken.
En u en ik, eenvoudige gelovigen, zijn dan afhankelijk van de mannen die 'ervoor gestudeerd hebben'. Als die zeggen 'Ja, Paulus schrijft dat wel, maar dat moeten we uitleggen als een boodschap aan mensen van toen en daar, maar niet als een gebod voor nu en hier, ja, dan weten we het als gelovigen opeens niet meer zo goed. Of denken we: 'Ja, die theoloog zegt dat nou wel, maar is het ook waar?'

Dat lijkt ons een terechte onrustig-makende vraag. Als gereformeerden waren we gewend om dan naar de Schrift zelf terug te gaan en het Woord aan het woord te laten. Maar niet zo Walinga. Het is een kwestie van vertrouwen, meent hij. Eerst op Gods Geest die ook theologisch in ons bezig is. En dus ook "een kwestie van vertrouwen op de opdracht aan zijn dienaren".


Komt dit eigenlijk toch weer niet neer op een verschuiving van trouw aan het Woord naar vertrouwen op de theoloog en zijn -logie? Dus naast de Schrift ook iets hebben waarop de mens zijn vertrouwen stelt, iets dat zijn levenspraktijk bepaalt? Is het misschien mede een neerslagje van overvloedige rijke roomse ratio in eerder genoemde dagblad?

De statistieken in de handboeken liegen niet.

 

NOTEN


[1] Vergelijk bijvoorbeeld dat het ingezonden van ds. K. Folkersma niet werd geplaatst. En die ervaring staat niet op zichzelf.

[2] Uit de kerkboden: Amstelveen, Amsterdam-Centrum, Assen-Kloosterveen (veertiendaags), Blokzijl, Helpman, Maastricht, Tilburg, Venlo.

[3] Dr. H. Geertsema, Praktijkcentrum GKv: "'Ik was verheugd, toen men mij zei: laat ons naar ‘t huis des HEREN gaan’. () In ieder geval zongen we het met enige regelmaat. Nu is dat wel anders. De afgelopen 25 jaar, ongeveer vanaf de val van de Berlijnse Muur, lijkt de blijdschap in het naar de kerk gaan langzaam maar zeker afgenomen te zijn. In ieder geval als je de mate van blijdschap mag afleiden uit de frequentie van het kerkbezoek. En dan gaat het niet alleen over het bezoek aan de tweede kerkdienst, maar ook aan de eerste. En het gaat niet alleen over jongere generaties, maar ook over oudere." OnderWeg 22/11/15.

[4] Dit artikel werd al eerder geschreven. Inmiddels heeft ds. K. Folkersma ook al op deze column gereageerd, Naar Gereformeerd 2.0?, evenals zr. R. Sollie-Sleijster, Signalen 28

[5] Zie publicaties van dr. J.M. Burger in Cruciaal, click hier.

[6] Zie publicaties van prof. De Bruijne in Woord op schrift, click hier.

[7] GKv Kerkbode Midden-Nederland 01/04/16.