Ethiek

Rond de Schrift

Signalen

Bezinningsbijeenkomsten

Rijnsburg, 26 september
Schriftgezag en hermeneutiek
Zie Nieuwe artikelen, click Rijnsburg Schriftgezag en hermeneutiek

Capelle aan den IJssel, donderdag 17 oktober
De katholiciteit van de kerk
Zie Nieuwe artikelen,
click Persbericht - Studieavonden najaar 2019


Bleiswijk, donderdag 14 november

Heilige kerk, veilige kerk
Zie Nieuwe artikelen,
click Persbericht - Studieavonden najaar 2019

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

De eeuwigheid

 

N. van Dijk

12-11-16

 

In zijn boek ‘Zie hoe alles hier verandert’ schrijft Gerard Dekker (emeritus hoogleraar godsdienstsociologie aan de VU te Amsterdam) over het verloop onder gereformeerden.

Hij constateert dat het geloof van de gereformeerden minder leerstellig is geworden. Er is een sterke verschuiving van leer naar leven.

 

“Niet de vragen rond allerlei leerstellingen zoals de waarde en waarheid van verzoening of uitverkiezing, beheersen het geloofsleven, maar de vragen hoe te leven in deze wereld en hoe om te gaan met allerlei ethische kwesties die zich in deze wereld voordoen”.

 

Onder gereformeerden richt het geloof zich steeds meer op het hier-en-nu en steeds minder op het hiernamaals.

 

“In dat licht moet ook de veranderende omgang met de bijbel gezien worden. Gods Woord wordt steeds meer gezien als het woord van mensen over Gods werkzaamheid in deze wereld. De tijd- en plaatsgebondenheid van de Bijbelteksten wordt steeds meer erkend en resulteert als het ware vanzelf in de vraag wat die oude woorden nú voor ons en in onze situatie betekenen of zouden kunnen betekenen”.

 

Dat deze ontwikkeling al langere tijd gaande is zal de meesten niet ontgaan zijn. Zo is nogal eens in de christelijke pers te lezen dat de klassieke manier waarop kerken het evangelie brengen niet meer voldoet. Gert-Jan Roest (voorganger van Via Nova, een christelijk-gereformeerde kerkplanting in Amsterdam) promoveerde aan de VU op de vraag hoe je het evangelie aan de moderne mens moet brengen. Volgens hem paste het in de tijd voor het post-modernisme nog wel om de boodschap van het evangelie individueel toe te spitsen op vergeving. In deze tijd sluit het spreken van een ziel die al of niet naar de hemel gaat niet meer aan bij de vragen en verlangens van veel christenen.

 

***
 

Schrijver en theoloog Reinier Sonneveld heeft stevige kritiek op de bekende poster over de brede en smalle weg. In een blog op de website ‘Lazarus’ schrijft hij:

 

“Als ik het geloof kapot zou willen maken, zou ik zo’n poster verspreiden. Links allemaal toffe dingen, maar aan het eind eeuwige verdoemenis. Rechts allemaal saaie dingen, maar dat loopt wel uit op eeuwige jubelzang”.

 

Volgens Sonneveld staat er in de Bijbel nergens

 

“enige suggestie dat Jezus’ uitspraken over de brede en smalle weg over een leven na de dood gaan. De enige invulling die Jezus noemt is dat de smalle weg minder vindbaar is. De poster moedigt je aan al je intuïties volledig te wantrouwen. Reuze handig van de clerus om zichzelf in het pluche te houden. Hun verhaal maakt de leken van hen afhankelijk: die hebben een principiële kennisachterstand en wie hebben ze daarbij nodig….? Je kunt deze poster ook vertalen als: luister niet naar jezelf, maar betaal liever mij, de predikant”.

 

***

 

Gerard Dekker schrijft dat het ook voor gereformeerden steeds moeilijker wordt zich een werkelijkheid voor te stellen die buiten of boven onze zichtbare en tastbare werkelijkheid zou bestaan. Het is volgens hem de vraag of het hier om geloofsverlies of om geloofsverandering gaat:  “Wat als wij - met de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer – geloven dat er maar één werkelijkheid is, omdat ‘de werkelijkheid van God in de werkelijkheid van deze wereld is ingegaan’?” Hij citeert Bonhoeffer:

 

“Zoals in Christus de werkelijkheid van God in de werkelijkheid van de wereld inging, zo bestaat het christelijke niet anders dan in het wereldlijke, het ‘bovennatuurlijke’ alleen in het natuurlijke, het heilige alleen in het profane, datgene wat overeenkomstig het geopenbaarde is alleen in het redelijke”.

 

Dekker noemt als kenmerken van hoe het geloof in de gereformeerde wereld werd en wordt vormgegeven de grote betekenis van het geloof voor het leven (sola fide), de nadruk op de betrouwbaarheid van de bijbel als het Woord van God en als richtsnoer voor geloof en leven (sola scriptura), de nadruk op de zondigheid van de mens en de noodzaak van verzoening, en de afhankelijkheid van de mens van God en het aangewezen zijn op Zijn genade (sola gratia).

 

“Anderen hebben, toen zij met dit typisch gereformeerde aspect van het hun geleerde geloof geen raad meer wisten, het achter zich gelaten zónder naar hun eigen zeggen ongelovig te worden. Hun geloof is in de loop van hun leven duidelijk veranderd. In het algemeen moet gezegd worden dat veel veranderingen in het persoonlijk geloofsleven door de gevestigde kerken negatief worden beoordeeld”.

 

Dekker vindt dit logisch omdat het een aantasting van hun identiteit is. Tegelijk komt dit volgens hem omdat de kerken zich nog te weinig realiseren dat het wereldbeeld van de mensen sterk aan het veranderen is. De kerken zouden onvoldoende de noodzaak inzien om met de veranderende visie op de werkelijkheid ook de vormgeving van het christelijk geloof te veranderen. Volgens Dekker kan men hier niet zonder meer van secularisatie in de zin van een toenemende ongodsdienstigheid spreken. Hij verduidelijkt zijn mening weer aan de hand van wat Bonhoeffer hierover zegt.

Bonhoeffer had een afkeer van de negatieve, veroordelende klank van de uitdrukking “secularisatie” voor de moderne ontwikkeling van de wereld. Hij verving de term door ‘de mondig geworden wereld’.

 

“Die mondig-wording van mens en wereld was geen ontwikkeling die in strijd was met het godsdienstig leven; die mondige wereld en die mondige mens kwamen niet tegenover God te staan, nee, die mondig-wording was juist de bedoeling van God met mens en wereld. Bonhoeffer schrijft in ‘Verzet en overgave’: ‘Zo brengt onze mondigheid ons tot de waarachtige kennis van onze situatie tegenover God. God doet ons weten dat wij moeten leven als diegenen die hun leven inrichten zonder God. (…) Voor en met God leven wij zonder God’. In de lijn van deze gedachtegang ligt een wereldlijk optreden, waarbij niet expliciet een beroep op God wordt gedaan. Maar het is wel een leven vanuit het geloof; immers voor en met God leven wij zonder God”.

 

Dekker meent dat veel gereformeerden in deze geest zijn veranderd. Volgens hem is het begrijpelijk dat door een groot deel van de gereformeerde wereld deze verandering als secularisatie in de zin van afnemende godsdienstigheid wordt bestempeld.

 

“Dat is begrijpelijk omdat in deze gedachtegang de almacht van God en de nietigheid van de mens worden ontkend. Maar het gaat hier om een verwereldlijking in de positieve zin des woords: een zich richten op de wereld omdat het God om deze wereld gaat. Dat wil zeggen een andere vorm van godsdienstigheid, een ander geloofsleven”.

 

***

 

Het Reformatorisch Dagblad van 12 augustus besteedt aandacht aan twee publicaties die gaan over de ernst van de eeuwigheid: ‘De laatste ernst’ van ds. J. Belder en ‘Bestemming bereikt’ van ds. P. den Butter.

In zijn publicatie ‘De laatste ernst’ wijst ds. Belder erop dat hel en hemel voor de moderne mens hebben afgedaan.

 

“Toch blijft de vraag of het bestaan na de dood ophoudt de ontkerstende mens bezetten. Ds. Belder wijst erop dat uit enquetes duidelijk geworden is dat velen hun eigen hemel in elkaar ‘knutselen’. Van kerkelijk betrokkenen gelooft slechts 58 procent in het bestaan van de hel, terwijl 88 procent gelooft dat er een hemel is. Van de bevindelijk gereformeerden verklaart 93 procent te geloven dat de hel bestaat”.

 

Ds. Belder noemt de invloed van de filosoof Immanuel Kant en ook van de gereformeerde theoloog Harry Kuitert, door wie de kritische houding tegenover Gods openbaring in Zijn Woord is doorgedrongen tot het protestantse erf. Kuitert is van oordeel dat al het spreken over Boven van beneden komt. In de Bijbel is te lezen hoe mensen vroeger over God hebben gedacht.

Ook noemt ds. Belder de 19e eeuwse filosoof Friedrich Nietzsche.

 

Ds. Belder maakt daarentegen duidelijk dat de Schrift met de diepste ernst spreekt over het komende oordeel en de werkelijkheid van hemel en hel. Dat is al te vinden in het Oude Testament, terwijl in het Nieuwe Testament het volle licht erover opgaat. Niemand heeft zo indringend gesproken over hemel en hel als juist Jezus, omdat Hij het behoud van zondaren zocht. Ds. Belder zegt dat wie niet of eenzijdig spreekt over de hel, daarmee te kennen geeft het werk van Christus ernstig te onderschatten. Voor wie het boek van ds. Belder leest, wordt duidelijk dat hier belangrijke wortels liggen van de huidige ontkerstening, die dwars door alle kerken heen gaat.

Oorzaak ervan van het meer en meer verdwijnen van de verwachting van de eeuwigheid is onder meer het feit dat de mens van de 21e eeuw te veel gericht is op het leven op aarde. Deze mentaliteit houdt geen halt bij de kerkdeuren.

 

Den Butter wijst erop dat Christus wel degelijk spreekt over een brede weg naar het verderf en een smalle weg naar de eeuwige zaligheid. “Liefde tot en bewogenheid met zielen zal de getrouwe dienaar aansporen tot eerlijk spreken over deze zaken”.