Ethiek

Rond de Schrift

Signalen


Capelle aan den IJssel, donderdag 17 oktober
De katholiciteit van de kerk
Zie Nieuwe artikelen,
click Persbericht - Studieavonden najaar 2019


Bleiswijk, donderdag 14 november

Heilige kerk, veilige kerk
Zie Nieuwe artikelen,
click Persbericht - Studieavonden najaar 2019

Bunschoten-Spakenburg, zaterdag 14 dec.
Bezinningsdag MVEA
Immanuelkerk, Plevier 2, 10.00-15.00 uur.
info: www.bezinningmvea.
nl
 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

De tijden onderscheiden

 

Rev. Mendel Retief

21-09-19

 

Kerkgeschiedenis kenmerkt zich de afgelopen veertig jaar als een geschiedenis van snelle deformatie. Wat daarbij opvalt is dat in zoveel verschillende landen en kerkverbanden hetzelfde patroon van deformatie werd gevolgd.

 

De stille moordenaar

 

Als we over de vrouw in het ambt horen, of over de aanvaarding van homoseksualiteit, de feitelijke betrouwbaarheid van de Schrift, het aangaan van banden met kerken waarmee wij niet dezelfde confessie delen, of zelfs ontkenning van Christus als onze enige Middelaar - dan hebben we in feite niet te maken met verschillende zaken, maar met één en dezelfde kwaal. Hoewel er veel symptomen kunnen zijn die in aanzien en ernst van elkaar verschillen, toch wordt de ziekte door één en hetzelfde virus veroorzaakt. De eerste symptomen kunnen niet zo ernstig lijken, maar ze worden wel veroorzaakt door een virus dat niet rust voordat het hele lichaam verwoest is.

 

De manier waarop kerkdeformatie zich in onze tijd ontwikkelt, heeft een bepaalde consistentie en samenhang. In het algemeen is er zelfs sprake van een vaste volgorde waarin de symptomen verschijnen en elkaar opvolgen. Als je één symptoom herkent, kun je er zeker van zijn dat het volgende er aan staat te komen, want ze maken deel uit van één en dezelfde geestelijke houding. Ik heb het over het relativisme van het postmodernisme, waardoor onze tijdgeest wordt gekenmerkt. Voor wie niet op de symptomen let, komt de dood geruisloos en snel.

 

Een beschrijving van het strijdtoneel

 

Eén van de meest prominente eigenschappen van het postmodernisme is dat het alle waarheid als relatief ziet. Het wil van geen absolute waarheid weten en al evenmin van absolute leugen. Er bestaat geen absoluut goed of verkeerd. De waarheid wordt niet langer als een statisch of vaststaand gegeven gezien. Waarheid wordt bepaald door haar relatie met veranderlijke factoren als tijd en omstandigheden. Zelfs aan tijd en omstandigheden onderworpen verklaard. Dan bestaat er niet meer zoiets als een tijdloze waarheid. Wat vandaag waar is, hoeft dat morgen niet meer te zijn. Iemand die zegt: “Ik heb de waarheid!”, wordt als naïef gezien. Voor de postmodernist is waarheid als kwik: je kunt het niet vastpakken.

 

De man die zichzelf als een postmodernist beschouwt, is trots op deze ontdekking. Hoe meer hij alle absolute zekerheid verliest, des te meer is hij onder de indruk van zijn wetenschappelijke vooruitgang. Hoe meer hij vaststaande waarheid loslaat, des te meer ziet hij zichzelf als verlicht.

En zo krijg je dit vreemde fenomeen dat mensen die steeds minder zeker zijn van de waarheid, verbazingwekkend trots zijn over hun eigen inzicht. Zij eren hun twijfels en prijzen hun onzekerheid door het wetenschappelijke nederigheid te noemen. Toch zijn deze nederige twijfelaars in feite heel trots. Want dit relativisme wordt met de denkbeelden van evolutie gecombineerd. De relatieve waarheid van vandaag is beter dan de relatieve waarheid van gisteren! We weten steeds meer en steeds beter dan degenen die ons zijn voorgegaan!

Maar het is niet nederig om de oude “verouderde” confessies van de kerk te verwerpen. Want terwijl postmodernisme zich afzet tegen de “zekerheden” van de Verlichting, is zij toch net zo trots op haar eigen verlichting en vertrouwt op haar wetenschappelijke superioriteit ten opzichte van alle voorafgaande kennis.

 

Volgens dit relativisme kan de waarheid worden gezien vanuit talloze perspectieven; en ieder individu heeft zijn eigen perspectief op de waarheid. En ieder perspectief heeft zijn eigen waarde, want de waarheid zelf kan volgens hen veel gezichten hebben. Ook verandert ieders persoonlijke perspectief van de waarheid voortdurend, aangezien het onderworpen is aan veranderende tijden en omstandigheden en nieuwe ervaringen. En wie ben jij dan, om te zeggen dat jouw perspectief van de waarheid het enig juiste perspectief is?! Jouw zicht op de waarheid is alleen maar jouw uitleg, jouw interpretatie van de waarheid.

 

De waarheid wordt een subjectief iets. Maar juist omdat de waarheid zo subjectief is, zoekt zij één of andere vorm van “objectieve” zekerheid. De enige controle of jouw perspectief op de waarheid niet uit de lucht is gegrepen, is dat deze niet te veel botst met die van de meeste andere mensen. Op deze manier vindt men een soort zekerheid en objectiviteit in de collectieve interpretatie van eigen tijd en samenleving. Men schept of bepaalt dan gezamenlijk een eigen relatieve waarheid voor eigen tijd en omstandigheden. Als dit idee in de kerken wordt geïntroduceerd, is één van de toepassingen dat de leden van een gemeente, of kerken binnen hetzelfde verband, gezamenlijk de norm of “stijl” van geloof en christelijk leven zelf moeten bepalen.

 

Het kerklid dat het postmodernisme onderschrijft kan nog steeds de Gereformeerde confessies ondertekenen, als de Kerk dat van hem vraagt. Hij doet dit op goed geluk en daarbij hoeft hij geen spijt te voelen. Niet veel mensen realiseren zich gelijk dat hij de confessies op een andere manier heeft ondertekend. Voor hem zijn deze confessies deel van zijn geschiedenis. Hij schrijft ze een bepaalde historische waarde toe: de confessies waren in hun eigen tijd min of meer waar en het kan van academisch belang zijn om te zien wat de kerk in die tijden geloofde. En in zekere zin kan de postmodernist nog steeds een traditionele band met het verleden voelen – hoewel hij meer kritiek dan waardering kan hebben. En daarom ondertekent hij de confessies als postmodernist. Dat wil zeggen dat hij ze ondertekent als relatieve waarheid, die relevantie had binnen de tijd en omstandigheden van hun ontstaan. Maar om in zijn eigen tijd relevant te zijn meent hij dat hij ook boven de historische confessies uit moet gaan. En als de kerk door zijn nieuwe inzichten geschokt is, kan hij zelfs blijmoedig de onwetendheid van de kerk verdragen zo lang de kerk maar op weg is naar beter inzicht. Als lid van een ouderwetse kerk kan hij blijven – zolang de voortgang richting het relativisme niet te lang duurt. En hij zal voor zover mogelijk helpen om de druk op te voeren. Hij ziet zichzelf nog steeds als een Christen – een postmoderne Christen, een Christen met een andere (verlichte) manier van denken. En de kerk moet wel ruimte voor hem maken, als zij hem als lid niet wil verliezen.

 

Als postmodernisme de kerk binnenkomt, is de theologie van gisteren verouderd. En het is onmogelijk voor de postmoderne theoloog om vast te houden aan de grenzen van “oude” confessies. Vasthouden aan oude “waarheden” wordt als stagnatie gezien; het zal de kerk irrelevant voor onze eigen tijd en omstandigheden maken. En zodoende is de jacht geopend op een voortdurend veranderende relatieve waarheid, niet ter wille van de waarheid zelf, maar om relevant te blijven. Een constant alarm gaat af: als de kerk niet relevant blijft, verdwijnt zij! En zij kan alleen maar relevant blijven als zij gelijk opgaat met de voortdurend veranderende waarheid.

 

Combineer deze wijze van denken met een nieuwe benadering van de evangelische leer en het resultaat is dit: om de wereld te winnen moeten we in de ogen van de wereld relevant zijn. Het jagen naar relevantie impliceert dan ook aanpassing en het sluiten van compromissen.

 

Dit jagen naar relevantie vindt een eigen toepassing voor de theoloog die aan een theologisch seminarie of universiteit werkt. Om zijn academische prestige te behouden moet hij theologie beoefenen op een manier die in de ogen van de wereld accreditatie verkrijgt; of anders heeft hij geen academische relevantie. Maar hij moet ook theologie beoefenen op een wijze die relevant in een veranderende kerk blijft. Daarom lijkt het voor de postmoderne theoloog onmogelijk om zijn beroep uit te oefenen indien hij aan een set oude waarheden gebonden blijft. Als hij alle absolute waarheden loslaat, mag zelfs de Schrift de regels voor het beoefenen van theologie niet bepalen. Theologie zelf wordt dan onderworpen gemaakt aan die menselijke, in de ogen van de wereld geaccrediteerde wetenschap en aan de relevantie van een door een nieuwe generatie ervaren eigen waarheid. Theologie wordt dan een wetenschappelijk spel met het jagen naar relevantie als uiteindelijk doel. Om het spel leuk te houden en vrije vooruitgang te boeken wordt ruimte gevraagd om met de waarheid buiten de grenzen van vaststaande confessies te experimenteren.

 

Postmodernisme en met name het relativisme ervan is een gemeenschappelijke noemer geworden in bijna alle hedendaagse ketterijen – tenminste in die ketterijen die nu in de mode zijn.

 

Postmodernisme heeft door een nieuwe hermeneutiek ingang in de kerk gevonden. Hermeneutiek (de wijze waarop we de Schrift interpreteren) is de belangrijkste sleutel in de strijd geworden. Als je de exacte woorden van de Schrift aanhaalt, mag je nog steeds zeggen: “Zo zei de HEERE”, maar om te zeggen “Zo zegt de HEERE” is naïeve arrogantie geworden. Er wordt een grote kloof verondersteld tussen wat God zei en wat het voor ons vandaag betekent – een kloof die door de inspanningen van menselijke interpretatie moet worden overbrugd. Wat God gezegd heeft kan waar zijn; maar wat Hij werkelijk bedoelt, is onduidelijk geworden.

 

Hoe werkt deze nieuwe hermeneutiek? Het is een combinatie van een taaltheorie en postmodern relativisme. Woorden op zichzelf hebben geen betekenis; het zijn slechts symbolen die gebruikt worden om een betekenis, een bedoeling te communiceren – een bedoeling die alleen maar een ogenblik binnen een bepaalde tijd en context bestaat. Die bedoeling ligt niet vast in de woorden, maar in de tijd en omstandigheden. Om de oorspronkelijke (voorbijgegane) bedoeling achter de woorden van de Schrift te ontdekken moet de exegeet een hypothetische reconstructie van tijd en omstandigheden maken. Hoe nauwkeuriger deze reconstructie is gedaan, des te dichter kun je bij de oorspronkelijke bedoeling komen – maar natuurlijk missen sommige historische feiten en dat maakt het dan onmogelijk om absoluut zeker van de oorspronkelijke bedoeling te zijn. Bovendien bevat elk deel en aspect van deze veronderstelde reconstructie interpretatie en alle menselijke interpretatie is feilbaar.

 

Dit wordt zelfs nog erger wanneer de nieuwe hermeneutiek de focus verlegt van de auteur naar de ontvanger, van de spreker naar de hoorder. De eigen interpretatie van de ontvanger van de woorden wordt de boodschap die is overgedragen. Indien je de bedoeling van een tekst wilt bepalen, moet je niet langer vragen: “Wat zei God”, maar eerder: “Wat hoorde de ontvanger?” Wat de eerste ontvanger werkelijk hoorde kan niet uit de exacte woorden van de tekst worden bepaald. De hypothetische reconstructie van zijn tijd en omstandigheden moet dat bepalen.

 

Dan volgt de volgende stap. Nadat de exegeet de oorspronkelijke boodschap van zijn tekst door een gecompliceerd proces van interpretatie en herinterpretatie heeft gereconstrueerd, moet de boodschap aan de hedendaagse ontvanger worden gecommuniceerd. Maar dat vereist een tweede reconstructie, omdat de focus nu moet worden verlegd naar de nieuwe ontvanger. Hoe zal de nieuwe ontvanger in zijn tijd en omstandigheden de boodschap ontvangen? Wat zal hij horen? Om er zeker van te zijn dat de boodschap een gelijkwaardig effect op de nieuwe ontvanger heeft, zal die moeten worden gereconstrueerd in overeenstemming met de nieuwe tijd en omstandigheden. Pas nadat het hele proces is afgerond kan de exegeet met een plausibele suggestie van wat God ons misschien zegt komen.

 

Graag illustreer ik dit met een voorbeeld.

Als 1 Tim. 2:11-13 door het proces van deze hermeneutiek is gegaan, zal een typisch resultaat dit zijn: In Paulus’ tijd was het in de seculiere samenleving niet acceptabel dat een vrouw gezag over een man oefende. Om de kerk geen aanstoot te laten geven aan de wereld leert Paulus de vrouwen om zich aan de standpunten van de maatschappij aan te passen. Wat is dan de boodschap voor vandaag? In onze maatschappij hebben we te maken met een tegenovergestelde situatie. Vandaag zal het de wereld aanstoot geven als we de vrouw niet tot het ambt toelaten. Dus wat Paulus ons vandaag leert is dat we vrouwen in het ambt moeten benoemen en ons aan de maatschappij aanpassen. Dat is het meest waarschijnlijke dat God ons in 1 Tim. 2:11-13 wil zeggen!

 

Zonder deze nieuwe hermeneutiek is het voor een kerk onmogelijk vrouwen in de ambten te benoemen, omdat de Schrift zelf duidelijk zegt dat het niet is toegestaan. Alle kerken die vrouwen in de ambten hebben toegestaan, hebben dat via deze nieuwe (postmoderne) hermeneutiek gedaan. Op het moment dat een kerkverband de vrouw in het ambt toestaat, heeft zij officieel goedkeuring aan deze nieuwe hermeneutiek gegeven!

 

Met deze nieuwe hermeneutiek is de exegeet in staat 'geweldige' dingen met de Schrift te doen. De mogelijkheden zijn oneindig. Neem bijvoorbeeld Rom. 1:26,27. Eerst een hypothetische reconstructie van tijd en omstandigheden:

 

In de tijd van Paulus ondervonden homoseksuelen gewelddadige praktijken die vaak onderdeel uitmaakten van de rituelen van afgodendienaren.
De volgende stap (de oorspronkelijke boodschap achter de woorden): Het schandelijke dat Paulus veroordeelt, is niet homoseksualiteit zelf, maar de afgodendienst van de heidenen en de gewelddadige manier waarop zij homoseksualiteit praktiseerden. Wat de oorspronkelijke ontvanger “hoorde” in Rom. 1:26,27 was: God geeft afgodendienaars over aan schandelijk geweld.
De volgende stap (nieuwe tijd en omstandigheden): Tegenwoordig kunnen wereldse mensen homoseksualiteit nog steeds op een gewelddadige manier praktiseren, en geweld is schandelijk.

Volgende stap (boodschap voor vandaag): Homoseksualiteit moet op een liefdevolle manier in praktijk worden gebracht.

Volgende stap (plausibele toepassing): Laten we de wereld laten zien hoe een Christen homoseksualiteit in liefde en trouw kan praktiseren!

 

Met zulke hermeneutiek kunnen we de Bijbel precies laten zeggen wat we willen dat die zegt, zo lang we maar 'nederig' blijven over onze plausibele suggesties.

 

Maar natuurlijk zal de echte postmodernist zich niet al te druk maken over welke Bijbelverzen dan ook maar. De leer is voor hem niet populair, want er bestaat niet zoiets als eeuwige waarheden. Ook Gods wet is voor hem relatief geworden en moet opnieuw geïnterpreteerd worden. Voor de postmodernist is Gods wil een mystiek concept. De postmoderne theoloog zal je zeggen: Vergeet de details van de wet. Vergeet de uitgebreide regels. Volg alleen Jezus! Of: Doe alleen wat jij denkt en voelt dat Jezus zou doen. Leef in de 'stijl van het koninkrijk'. De Heilige Geest moet ons leiden zonder duidelijke instructies. En de predikanten van het Woord zullen met plausibele suggesties komen hoe dit in z’n werk kan gaan.

 

In nog geen veertig jaar zagen we duizenden kerken een totale u-bocht maken. De vijand valt aan met de bajonet. De bajonet is deze nieuwe hermeneutiek. Als de kerk van een duidelijke Bijbel wordt beroofd, moet er wel ketterij volgen. Het komt onze kant op. Hier en daar verschijnen al symptomen van de ziekte.

 

Wat zullen wij doen? Laten we “ernstig strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is” (Judas 1:3). Laten we onze nek samen buigen onder het gezag van Gods Woord. Laten we onderscheiden tussen wat waar is en wat vals, tussen goed en verkeerd. Laten we de Heere bidden om ware reformatie, zodat de kerken mogen terugkeren tot de Heere en zijn Woord en laten we erop voorbereid zijn ons af te scheiden van degenen die de Heere niet naar zijn Woord dienen. Laten we in nederige afhankelijkheid van de Heere vrijmoedig onze Gereformeerde confessie belijden met een open Bijbel en belijden:

Zo zegt de HEERE ook tot ons en tot onze kinderen.

 


 

Dit artikel verscheen 24 juni 24 2013 op defenceofthetruth.com.

 

Vertaling: R. Sollie-Sleijster