Ethiek

Rond de Schrift

Signalen

Emmeloord, donderdag 21 november
Diaconie, een Heer-lijke dienst!
Ds. A. de Jager
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur

Bunschoten-Spakenburg, zaterdag 14 dec.
Bezinningsdag MVEA
Immanuelkerk, Plevier 2, 10.00-15.00 uur
info: www.bezinningmvea.nl

Emmeloord, vrijdag 24 januari
'Hoe lief heb ik uw wet'
Ds. A. Bas
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Waarom zingen we meestal Psalmen?

Waarom zingen we meestal Psalmen?

 

Dick Wynia (predikant in de CanRC)

 

Willen we begrijpen waarom we in onze erediensten doen wat we doen, dan is het cruciaal om God daar werkelijk de eer te geven die Hem toekomt en om tegelijk zelf gevoed te worden. Het is nodig dat elke gelovige de praktijk van de eredienst begrijpt en er ook aanspreekbaar op is.

Soms worden vragen afgevuurd over onze praktijk door die te vergelijken met wat andere gelovigen doen. Eén van die vragen is: ‘Waarom houden de Canadese Gereformeerde Kerken (CanRC) eraan vast om in hun erediensten vooral Psalmen te zingen?

 

Historisch precedent

 

Om dit in perspectief te zetten is een kort overzicht van de praktijk van andere Gereformeerde en Presbyteriaanse kerken wel handig.

In de United Reformed Churches (URC), de Free Reformed Churches (FRC), de Reformed Church in the U.S. (RCUS), de Orthodox Presbyterian Church (OPC) en de Christian Reformed Church (CRC) wordt aan Psalmen de voorkeur gegeven boven gezangen.

Dat is de historische en vrijwel universele praktijk in Gereformeerde en Presbyteriaanse kerken overal ter wereld. De woorden van Artikel 39 van de URC kerkorde geven dit door deze kerken aangenomen principe goed weer:

 

“De 150 Psalmen zullen de voornaamste plaats innemen bij het zingen in onze kerken.”

 

Historisch gezien kunnen we uitleggen dat onze praktijk onderdeel uitmaakt van het erfgoed van de Reformatie, vooral van het Calvinisme. Johannes Calvijn pleitte voor het exclusief zingen van Psalmen en hij kon op zijn beurt naar de praktijk van de vroege kerk verwijzen. [1]

Er zijn een paar Gereformeerde en Presbyteriaanse kerken die Calvijns voorkeur volgen, maar de meeste kerken, waaronder ook de CanRC, hebben naast de Psalmen ook gezangen opgenomen bij de te zingen liederen die in de eredienst zijn toegestaan.

 

Door God gegeven liederen

 

Onze praktijk hierin wordt dan wel vanuit historisch oogpunt verklaard, maar geeft nog geen antwoord op de vraag waaròm we dit zo doen. De Richtlijnen voor de eredienst van de RCUS geven dit heel duidelijk aan:

 

“Aangezien de berijmde versies van de Psalmen op Gods Woord zijn gegrond, behoren ze in de publieke eredienst vaak te worden gebruikt.”

 

In zijn introductie op het Geneefse Psalter van 1543 bracht Johannes Calvijn hetzelfde argument naar voren. Hij deed het zelfs nog krachtiger:

 

“Nu, wat Augustinus zegt is waar, namelijk dat niemand ook maar iets kan zingen wat Gode waardig is, als hij het niet van Hem heeft ontvangen. Daarom, zelfs nadat we overal zorgvuldig hebben gezocht, zullen we hiertoe geen betere of geschiktere liederen vinden dan de Psalmen van David, die door de Heilige Geest geïnspireerd zijn. En om deze reden is het dat we, als we ze zingen, ervan verzekerd zijn dat God de woorden in onze mond legt, alsof Hij zelf door ons zingt om zijn glorie te verhogen.”

 

Dat is het fundamentele verschil tussen Psalmen en gezangen [2] en de fundamentele reden waarom de Presbyteriaanse en Gereformeerde kerken meestal Psalmen zingen. Als we Psalmen zingen, zingen we woorden die door de Heilige Geest zijn geïnspireerd, als we gezangen zingen, zingen we ongeïnspireerde menselijke liederen.

 

Het reguliere principe

 

Daarom is aan het zingen van Psalmen voorrang gegeven boven het zingen van gezangen in Gereformeerde erediensten. Het is uit verlangen Gods Woord te zingen. Aan deze wens liggen twee motieven ten grondslag. Het eerste wordt samengevat in wat het Reguliere Principe van de Eredienst (Regulative Principle of Worship - RPW) wordt genoemd. Dit leidt tot een opmerkelijk verschil tussen Gereformeerde erediensten en die van vrijwel alle niet-gereformeerde kerken.

We zouden het in andere kerken min of meer gevolgde principe globaal als volgt kunnen samenvatten: “Als God het niet heeft verboden, mogen we het in de eredienst doen”.

Aan de andere kant zegt het RPW:

 

“De aanvaardbare manier om de ware God te vereren wordt door Hemzelf bepaald en is dus beperkt tot zijn eigen geopenbaarde wil. Hij mag niet worden aanbeden volgens de ideeën en ontwerpen van mensen, of de suggesties van Satan, of welke zichtbare afbeelding ook maar, of op enige andere wijze die niet in de Heilige Schrift is voorgeschreven (Ex. 20:4-6; Deut. 4:15-20; 12:32; Matt. 4:9-10; 15:9; Hand. 17:25; Col. 2:23)” (Westminster Confessie 21:1).”

 

De gereformeerde versie van dit principe, die in Europa wordt gebruikt, wordt in Antwoord 96 van de Heidelbergse Catechismus gevonden, waar we belijden dat God in het tweede gebod eist:

 

“dat we Hem op geen andere wijze vereren dan Hij in zijn Woord heeft bevolen.”

 

Gericht zijn op het vereren van God

 

Dit principe helpt ons op te komen voor de eredienst van de Heere en daarbij te vragen naar wat Hèm behaagt tegenover onze neiging om te doen wat òns aanstaat. Het gaat ervan uit dat God ons in zijn Woord zegt hoe Hij aanbeden wil worden. Alles wat wij toevoegen aan wat God in zijn Woord heeft bevolen, doet in feite af aan wat wij Hem aanbieden. Wanneer wij elementen toevoegen of veranderingen in de eredienst invoeren om zo onze smaak en voorkeur te bevredigen, keren we ons af van wat God behaagt en richten we ons op wat wijzelf wensen. Dat is wat God in het tweede gebod verbiedt, omdat het de aanbidding van de ware God perverteert en van een lofoffer aan God een gelegenheid maakt om onszelf te behagen.

 

Het bewijs dat we met Christus levend gemaakt zijn – en dat Christus in ons is gaan leven – is de aanwezigheid en de ontwikkeling van een hartelijke wens om God in alles wat we doen te behagen (Rom. 12:1-2). Dat is het wezenlijke van het heiligende werk van Christus, door de Heilige Geest (HC, Vr./Antw. 86, 90). Die wens laten we vooral nadrukkelijk in onze officiële erediensten zien op de zondag, de dag van Christus’ opstanding. We laten zien dat we zijn opgestaan tot een nieuw leven in Hem (Rom. 6:5). De wens om God te behagen regeert alles wat we doen, maar richt en motiveert ons met name in de manier waarop wij Hem vereren. En als we er bewust naar streven om God in de eredienst te behagen, principieel en in de praktijk, zullen we ook aangemoedigd worden om Hem in àlles wat we doen te behagen. Onze wijze van eredienst zet dan de toon voor onze levenswijze.

 

Daarom hebben de Gereformeerde kerken door regelingen en traditie de praktijk aanvaard om in de erediensten vooral Psalmen te zingen. Maar waar het om draait is niet of we gehoorzaam zijn aan een regel die wij hebben gemaakt of aan een overgeleverde traditie. God is niet blij met een eredienst die niet meer is dan regels gehoorzamen en tradities in acht nemen.

Hij zoekt aanbidding die uit dankbare en blijde harten voortkomt. Hij zoekt aanbidding die we Hem als lofoffers met hart en mond en hand aanbieden en die daarin bovenal Hem wil behagen. Daarom zingen we meestal Psalmen. We geloven dat we God het beste kunnen behagen, als we liederen zingen die Hijzelf ons heeft gegeven.

Als we ons op deze vraag bezinnen, is het uitermate belangrijk dat we de verleiding herkennen die op ons af komt. De verleiding namelijk dat we in de eredienst op onszelf gericht zijn, op onze voorkeuren en op wat wij ervaren. Dit is wel wat we in veel eigentijdse evangelische erediensten proeven: het gaat meer over wat wij ervaren dan over wat we God aanbieden.

 

Beschermende maatregel

 

In de tweede plaats erkennen wij als Gereformeerde gelovigen de waarheid van wat de Bijbel openbaart over de voortdurende invloed van de zonde op ons hart en verstand en op onze motieven. We moeten dat ernstig nemen als we besluiten hoe we God gaan aanbidden. De oude Latijnse uitdrukking “lex orandi, lex credenda” (in essentie: wat je zingt is wat je gelooft) herinnert ons eraan dat het kerkelijke lied “gezongen theologie” is. Wat we zingen weerspiegelt – en vormt – wat we geloven. Met het oog op dat feit hebben de Gereformeerde kerken onderkend dat het veiliger voor ons is om het geïnspireerde Woord van God te zingen dan ongeïnspireerde menselijke composities.

 

Zingen wat ongeïnspireerde mensen geschreven hebben kan verkeerde impressies introduceren en zelfs verkeerde leer in de kerk bestendigen. Soms opzettelijk, maar vaker onbedoeld, hebben mensen gezangen geschreven die niet zuiver of volledig de leer van de Schrift weergeven. De geschiedenis laat zien dat, in tegenstelling tot de door de Geest geïnspireerde Psalmen, gezangen aan bepaalde dogmatische en ethische impulsen onderworpen zijn. Dit heeft heel vaak tot te sterke nadruk op bepaalde aspecten van het persoonlijke christelijke leven geleid en tot te weinig aandacht voor het objectieve werk van God in Jezus Christus en van onze plaats in het koninkrijk van God en de gemeente van Jezus Christus. Kerkgeschiedenis wordt gekenmerkt door een patroon dat is ontstaan uit spirituele trends of theologische ontwikkelingen, die op hun beurt reacties of tegengestelde ontwikkelingen uitlokken.

 

Het risico van onbalans bij liederen

 

Zowel voor als na de Reformatie kwamen piëtisme en mystiek op als reactie op formalisme, intellectualisme en hypocrisie. De verwrongen ideeën van piëtisme en mysticisme vinden we in veel gezangen terug als subjectivisme: een te sterk accent wordt op de individuele gelovige en zijn of haar persoonlijke geestelijke ervaring gelegd.

Het gevolg is dat we de focus op objectieve Schriftuurlijke referentiepunten verliezen, zoals het verbond, de gemeente, zelfs het karakter van God zelf en de neiging om de kerkgangers aan te moedigen hun geestelijk vertrouwen te bouwen op wat zij voelen en wat zij als individuele gelovigen ervaren. Eén van de beruchtste voorbeelden van deze ongezonde en onschriftuurlijke nadruk op de spirituele ervaring van de individuele gelovige is het gezang “I Come to the Garden Alone”, waarin de zanger claimt dat hij gemeenschap met Christus ervaart “in de tuin” die “niemand ooit heeft gekend.”

Verder lijkt er vaak een vrijwel exclusieve focus op God de Zoon te liggen en in het bijzonder op zijn dood aan het kruis, meer dan op een complete aanbidding van alle drie Personen van de Drie-eenheid en erkenning van al het werk dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest voor ons doen. [3]

 

Volgens het principe lex orandi, lex credenda, kunnen deze zwakheden leiden tot zwakheden in leer en leven van gelovigen. Als je bijvoorbeeld geestelijke zekerheid zoekt in de kwaliteit van je persoonlijke spirituele ervaringen en voorwaarden, trekt dat je af van onze geloofsfocus op Gods standvastige liefde voor ons, zoals die door heel de heilsgeschiedenis en bij uitstek in Jezus Christus getoond wordt. Het zien op onze spirituele ervaring om de waarde van onze status als Gods kinderen te bepalen moet wel tot twijfel in plaats van zekerheid leiden.

 

Het is van belang om op dit punt wat voorbehoud te maken. Allereerst is dit artikel niet geschreven om tegen het zingen van gezangen op zich te waarschuwen, maar het gaat om de mogelijke gevaren van het voornamelijk zingen van gezangen. Als kerken erkennen we dat er gezonde Schriftuurlijke gezangen zijn die tot eer van God en stichting van de gemeente kunnen worden gezongen.

In de tweede plaats kan het zijn dat mogelijke gevaren van gezangen niet duidelijk blijken als we afzonderlijke gezangen onder de loep nemen. De mogelijke gevaren, verbonden met het zingen van gezangen, hebben meer te maken met een soort cumulatief effect of de impact die het voornamelijk zingen van gezangen op ons geloof en leven kan hebben.

 

De perfecte balans van de Psalmen

 

Het is waar dat de Psalmen het hele scala van onze ervaringen als gelovigen weergeven.

Luther schreef:

 

“… de Psalmen zijn het Boek van alle heiligen en iedereen, in welke situatie hij ook verkeert, vindt in die situatie toepasselijke Psalmen en woorden, die hem passen alsof ze daar omwille van hem waren opgeschreven, zodat hij het zelf niet beter had kunnen zeggen, of iets had kunnen bedenken of wensen dat beter was.”

 

Calvijn heeft gezegd:

 

“Niet zonder goede gronden moet ik dit boek wel een anatomie van alle delen van de ziel noemen, omdat niemand emoties kan ervaren, waarvan hij de weerkaatsing in deze spiegel niet ziet.

Ja, de Heilige Geest heeft op de meest levendige manier voorbeelden neergezet van pijn, aandoening, vrees, twijfel, hoop, zorg, bezorgdheid en turbulente emotie, waardoor een mensenhart kan worden verontrust.” [4]

 

Maar de Heilige Geest heeft niet alleen maar “alle soorten van … turbulente emotie” in de psalmen geschilderd. Hij heeft ook gezorgd voor voeding en instructie voor ons geloof door ons op de grondslag van ons geloof te wijzen: de standvastige liefde van God, die in al zijn machtige reddingswerken geopenbaard wordt. Daarom hebben Gereformeerde en Presbyteriaanse kerken altijd het principe van voornamelijk Psalmen zingen in de publieke erediensten aanvaard.

 

NOTEN

[1] Hughes Oliphant Old, Worship: Reformed According to Scripture (Louisville, KY: Westminster John Knox Press 2002), p. 45; 163

[2] Gereformeerde en Presbyteriaanse kerken hebben Oudtestamentische “Psalmen” altijd als gezangen gezongen, zoals het Lied van Mozes, het lied van Deborah, evenals Nieuwtestamentische “Psalmen” zoals de lofzang van Maria, Zacharias en Simeon. Er zijn ook gezangen die lofzangen (canticles) genoemd worden. Dit zijn in feite op muziek gezette teksten (niet de Psalmen) uit de Schrift. Gezien het doel van dit artikel gebruik ik echter de term “gezangen” alleen om naar christelijke gewijde liederen te verwijzen, die niet rechtstreeks op een Schriftgedeelte zijn gebaseerd.

[3] F. van Deursen, Psalmen II in De Voorzeide Leer (Barendrecht, NL: Drukkerij Liebeek en Hooijmeijer, 1978), pp 353-384. In het essay: ‘Een vergelijking van psalmen met gezangen’ gaat Van Deursen de ontwikkeling na van piëtistische en mystieke gezangen in de middeleeuwse periode en het opnieuw verschijnen van zulke gezangen in de tijd na de Reformatie, vooral onder de Duitse piëtisten (bijv. August Hermann Francke, Nicholas von Zinzendorf), maar ook onder de Methodisten (bijv. John Wesley). Hij geeft verscheidene voorbeelden van gezangen die piëtistische en mystieke invloeden weerspiegelen. De middeleeuwse fascinatie met de fysieke aspecten van het lijden van Christus wordt weergegeven in een gezang als: ‘O Sacred Head, Now Wounded’, gebaseerd op een compositie die wordt toegeschreven aan de mystieke monnik Bernard van Clairvaux.

[4] Beide aanhalingen gevonden op de website: http://www.cprf.co.uk/quotes/glorysufficiencypsalms.htm#.XDOdds1OmM9

 

Ds. Dick Wynia is predikant van de Vineyard Canadian Reformed Church te Lincoln, Ontario.

Ds. Wynia heeft voorheen deel uitgemaakt van het Songbook Committee van de URCNA en is momenteel lid van de commissie voor het Book of Praise van de CanRC.

 

Dit artikel is overgenomen uit Clarion - Reformed Magazine - CanRC – juli 2019.

 


 

Bezwaren tegen het zingen van Psalmen

 

Peter Holtvluwer (predikant in de CanRC)

 

In recente nummers van Clarion zijn stevige Bijbelse redenen naar voren gebracht waarom we in de eredienst, op school en thuis meer Psalmen dan gezangen moeten zingen. [1] Toch is nog niet iedereen overtuigd. Sommige mensen geloven dat we meer gezangen dan Psalmen moeten zingen en zij hebben bezwaar gemaakt tegen het voornamelijk zingen van Psalmen. Ik denk dat het de moeite waard is om de drie meest geuite bezwaren te onderzoeken en te zien of ze stand houden.

 

1. De naam van Jezus mist

 

Volgelingen van Jezus willen over Jezus zingen (natuurlijk genoeg), maar de Psalmen noemen zijn naam nooit. Daarom zeggen sommigen dat, hoewel het goed is de Psalmen van tijd tot tijd te gebruiken om Gods lof te zingen, het christenen er vooral om moet gaan lof te zingen die rechtstreeks naar Jezus gaat of liederen over Jezus. We hebben liederen nodig die na de eerste komst van Jezus zijn geschreven.

 

Dit klinkt ten eerste als een sterk argument, maar wat als we dit op de gezangen toepassen?

Noemen alle Bijbelgetrouwe liederen, die voor de kerkelijke eredienst geschikt zijn, inderdaad de naam Jezus? Het zal je verbazen hoeveel liederen dat niet doen, ook niet de vanouds bekende lievelingsliederen, zoals Abide With Me, Amazing Grace, Be Thou My Vision, Crown Him with Many Crowns, It is Well With My Soul, Loving Shepherd of Thy Sheep, O Worship the King, Rock of Ages en Take my Life and Let it Be. Al deze gezangen worden in het Trinity Psalter Hymnal (TPH) gevonden, een liedboek dat de beste liederen uit de OPC en de URC/CRC tradities heeft verzameld.

 

Ik keek verder en nam de eerste dertig liederen van het TPH, maar kon slechts zeven liederen vinden die de naam Jezus noemen. De waarheid is, los van de legitimiteit en het belang van het zingen van liederen tot God de Vader, de Heilige Geest en de Drie-eenheid, dat veel mooie liederen wel kunnen spreken van Jezus met allerlei andere namen of zelfs metaforen: Christus, God, Zoon, Heere, Koning, Almachtige, Redder, Herder, Rots, Waarheid en Licht, om maar een paar te noemen. Maar niemand vraagt of dit echt christelijke liederen over Jezus zijn. En als het volstrekt acceptabel is over Jezus te zingen met andere namen in onze gezangen, waarom dan niet in de Bijbelse Psalmen?

 

Want de Psalmen spreken werkelijk van Jezus met andere namen. Laat me ze opsommen:

  • Jezus is de Gezalfde (letterlijk “Christus”).
    Psalm 2, 18, 20, 28, 45, 89 en 132 spreken van de Gezalfde van de Heere, de Koning, vaak als eerste verwijzend naar David, maar uiteindelijk naar Jezus.
     
  • Jezus is God (Col. 1:15-19).
    Wanneer de naam “God” in de psalmen verschijnt, zoals zo vaak het geval is, zingen we, tenzij de context een bepaalde persoon van de Drie-eenheid noemt, niet alleen over de Vader of de Geest, maar ook over Jezus (bijv. Ps. 3, 4, 5, 7, enz. Zie ook Psalm 45:6 en hoe dit direct op Jezus betrekking heeft in Heb. 1:8).
     
  • Jezus is Heere (Heb. Yahweh).
    Veel mensen denken misschien dat dit alleen naar God de Vader verwijst, maar het Nieuwe Testament laat zien dat Jezus Jahweh in het vlees is (zie bijv. Rom 10:13 en Heb. 1:10-12). Paulus zegt ons dat Jezus de naam boven alle naam waard is, voor wie iedere knie zich zal buigen, wat precies is wat Jesaja van de Heere zei (Fil. 2:9; vergelijk Jesaja 45:23). De context van een Psalm geeft misschien aan dat de Vader in beeld is (bijv. Ps. 110), maar heel vaak wordt God de Zoon erbij ingesloten, zoals Hij dat regelmatig is wanneer de naam “God” wordt gebruikt. Probeer aan Jezus te denken als je de lof van de Heere zingt met de Psalmen 29, 33, 35, 84, 100, 115, enzovoort en zie hoe goed dat past.
     
  • Jezus is Heere (Heb. Adonai).
    Dit wordt in veel Psalmen gevonden (Ps. 8, 12, 16, 22, enz. Vergelijk vooral Ps. 110:1 met Matt. 22:42-45). “Heere” wordt vaak in het NT gebruik voor Jezus. “Jezus is Heere” werd een miniconfessie voor de vroege kerk (1 Cor. 12:3).
     
  • Jezus is Koning.
    Veel Psalmen spreken van de menselijke koning over Gods volk (Ps. 45, 61, 63, 72, 89, enz.) en veel andere beschrijven God als de hoogste Koning (Ps. 10, 47, 84, 93-99, 145, enz.). Jezus past in beide beschrijvingen. Als volmaakt God en volmaakt mens, als Zoon van God en Zoon van David, is Hij van nature de goddelijke Koning en Hij is door roeping de menselijke Christus-Koning die zit op Davids troon (Lucas 1:32-33).

Als je dit tot je laat doordringen en denkt aan al die namen voor God die in de Psalmen worden gevonden en hoe ze alle volledig bij Jezus passen (net als bij de Vader en de Geest), dan realiseer je je dat alle lofzangen in de Psalmen evenveel op Jezus zijn gericht als op de andere leden van de Drie-eenheid. Het betekent ook dat al de machtige werken van de Heere God en al zijn gezegende eigenschappen, waarover in die Psalmen wordt gezongen, ook over Jezus worden gezongen.

 

Maar het wordt nog beter: al het menselijk lijden dat in de Psalmen wordt beschreven is het lijden van Jezus. Dit is uniek voor Jezus als de Zoon des Mensen (noch de Vader, noch de Geest werd ooit mens), de Man van Smarten.

Ook zijn alle menselijke hoop en verwachtingen, vreugden en jubelzangen, door geïnspireerde dichters opgeschreven, uitdrukkingen van de hoop en verwachtingen van Jezus, van zijn vreugden en jubelzangen tijdens zijn aardse ambtsdienst. De Psalmen laten ons iets van Jezus zien wat zelfs het NT niet onthult en iets wat geen ongeïnspireerd lied ooit bekend zou kunnen maken: zijn innigste gedachten en emoties gedurende zijn leven onder de last van onze zonde. Lees Psalm 13 of 22 of 40 of 71 of 109 of 118 maar en zie hoe Jezus de “Ik” is van deze en alle andere Psalmen. Voel iets van zijn pijn en angst mee en van zijn overvloedige vreugde in zijn God, de Vader. Je kunt echt zeggen dat je onmogelijk meer over Jezus kunt zingen dan wanneer je de Psalmen zingt, want alleen in deze liederen krijg je een kijkje in het eigen hart van Jezus. We moeten gewoon onze ogen goed open doen, onze mouwen opstropen en ons wat meer inspannen om de Heere Jezus door iedere Psalm heen te leren zien.

 

2. De Psalmen zijn Joods

 

Wat met dit bezwaar wordt bedoeld is dat de Psalmen door Joden uit de Oudtestamentische periode werden geschreven en dat we nu liederen nodig hebben die door christenen uit de Nieuwtestamentische periode zijn geschreven. Het kan zijn dat de Psalmen over Jezus schaduwachtig en figuurlijk spreken, maar wat de kerk vandaag nodig heeft zijn liederen die van Jezus spreken met de duidelijke leer van het Nieuwe Testament.

 

Er zit een verborgen aanname in deze eis dat het Oude Testament een inferieure openbaring is vergeleken met het Nieuwe Testament. Maar dit is een valse aanname. Gods hele openbaring is van gelijke waarde en “Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid” (2 Tim. 3:16 HSV).

Bovendien impliceert deze aanname een scheiding tussen “Oudtestamentisch Joods geloof” en “Nieuwtestamentisch christelijke geloof”, terwijl de Bijbel leert dat er maar één Heere en één geloof is (Ef. 4:5). Abraham, Mozes, David of welke gelovige dan ook maar van het Oude Testament stelde zijn vertrouwen op Christus, evenals iedere gelovige van het Nieuwe Testament (Heb. 11).

Zeker, God heeft na de vleeswording aanvullende informatie over de Heiland geopenbaard, maar dat doet niets af aan het belang van de eerdere openbaring. Zoals gezegd openbaren de Psalmen dingen over Jezus die het NT niet zo openbaart (zijn innerlijke strijd) en dus zijn de Psalmen van even vitaal belang voor het leren kennen van en geloven in Jezus.

Het is ook waar dat God veranderingen heeft aangebracht in de bediening van zijn Verbond, toen hij de geschiedenis over de eerste komst van Christus heen leidde, maar het blijft hetzelfde Verbond, alleen nieuw gemaakt of vernieuwd.

 

Met dat in het achterhoofd is het geen verrassing dat Jezus en zijn apostelen doorgingen met het zingen van de Psalmen en dat ze hun volgelingen leerden hetzelfde te doen (Mat. 16:30). Het valt op dat noch Jezus, noch zijn apostelen ooit hebben bevolen dat er liederen over Hem moesten worden geschreven. De Heilige Geest had al 150 liederen die van Christus spraken gegeven en die gebruikten zij met blijdschap (Col. 3:16, Ef. 5:18,19). Het boek van de Psalmen is het meest geciteerde Oudtestamentische boek in het Nieuwe Testament en het wordt veelvuldig aangehaald om iets over Christus te openbaren (bijv. Joh. 13:18; Hand. 2:25-28; Heb. 1:5-13). De schaduwachtige wijze waarop Jezus in de Psalmen werd geopenbaard, was geen struikelblok, maar die oude liederen werden juist nieuw door de toegevoegde openbaring in het Nieuwe Testament. Ze werden nieuw, als het ware fris en vol. Net zoals we met Nieuwtestamentische ogen vollediger kunnen begrijpen hoe Christus in de boeken van Mozes of die van Samuel of Koningen wordt geopenbaard, zo kunnen we ook de diepte en nuances van Christus in de Psalmen op waarde schatten.

 

3. Ons wordt bevolen nieuwe liederen te zingen

 

De Psalmen zelf bevelen ons een ‘nieuw lied’ te zingen (bijv. Ps. 33:3, 40:3, 96:1) en daarom wordt gezegd dat gelovigen voortdurend nieuwe composities moeten schrijven om in de kerk te zingen.

 

Dit lijkt op het eerste gezicht ook een overtuigend argument, maar merk op dat hier geen bevel staat om een nieuw lied te “schrijven”, maar alleen om een nieuw lied te zingen. Bovendien staat de uitdrukking nooit in het meervoud, maar altijd in het enkelvoud: zing een nieuw lied. Dat is suggestief en leidt tot de vraag: wat bedoelt de Heilige Geest met “een nieuw lied”? Werd van de gewone Israëliet verwacht dat hij steeds nieuwe liederen zong? Is dit hoe Christus en de apostelen dit gebod zagen en is dit wat ze aanmoedigden?

 

Als we wat nauwkeuriger naar deze verwijzingen kijken, laten ze in de eerste plaats zien dat “een nieuw lied” een lied is dat de Heilige Geest als openbaring aan David of één van zijn medewerkers heeft gegeven. Dit blijkt uit Psalm 40:4: “Hij legde mij een nieuw lied in de mond, een lofzang voor onze God.” (vgl. Op. 14:3). Psalm 40 is zelf het “nieuwe lied” waarvan wordt gesproken. Dit lijkt ook het geval te zijn in de Psalmen 33, 96, 98 en 149, waar elk van deze psalmen het zingen van een nieuw lied in de openingsverzen aankondigt. De speciale focus van elk van deze door God gegeven liederen is om God te loven en te danken voor een recente daad van verlossing.

 

De nadruk ligt in de uitdrukking niet op steeds maar weer nieuw materiaal maken. Zoals iemand het verwoordt: “In Bijbels Hebreeuws is een nieuw lied niet zonder meer een lied dat recent was geschreven. Het gezegde is idioom voor een bepaald soort loflied.” [2] Het woord “nieuw” in de Schrift betekent niet altijd spiksplinternieuw, nooit eerder gebruikt. Het kan vaak “vernieuwd” of “opnieuw” betekenen. Zo is de “nieuwe maan” dezelfde maan die elke maand opnieuw verschijnt. Als Jeremia ons zegt dat de barmhartigheden van de Heere elke morgen “nieuw” zijn, dan bedoelt hij dat we iedere morgen dezelfde barmhartigheden steeds opnieuw ervaren (Klaagl. 3:22-23). We weten dat de “nieuwe” hemel en aarde dezelfde hemel en aarde van nu zullen zijn, vernieuwd door het zuiverend vuur van God (2 Petrus 3:10-13). Op dezelfde manier kunnen de “nieuwe liederen”, vooral die in de Psalmen gegeven worden, steeds weer als frisse lofuitingen aan God dienen in de andere of zelfs totaal nieuwe situatie van verlossing.

 

Het blijft gewoon een feit dat van de doorsnee Israëliet niet werd geëist nieuwe liederen voor de tempeldienst te schrijven. Alleen David en zijn gezalfden – ieder door de Heilige Geest geïnspireerd tot het componeren van liederen voor de tempeldienst – kregen ooit toestemming zulke liederen te schrijven (1 Kron. 16:4-7). We geloven niet in een doorgaande openbaring en daarom kan geen musicus vandaag – ongeacht hoe bekwaam of godvruchtig hij of zij is – door de Heilige Geest worden geïnspireerd het soort “nieuwe lied” te schrijven waar de Bijbel van spreekt. En ook hebben noch Jezus, noch de apostelen Nieuwtestamentische gelovigen bevolen, laat staan aangemoedigd, om hun eigen “nieuwe liederen” te schrijven. Hun voorbeeld wijst veel meer op het gebruiken van de oude Psalmen als ongeëvenaarde, door de Geest gegeven liederen om de Vader, Zoon en Heilige Geest steeds opnieuw te loven.

 

Dit artikel is niet geschreven tegen gezangen of om het schrijven van nieuwe liederen voor de eredienst tegen te gaan. Maar ik ben er wel voor dat gezangen in de eredienst de tweede plaats innemen, nà de Psalmen. Psalmen zijn de enige liederen die door de Geest van God zijn geïnspireerd. Ze spreken alle van Christus en zijn voluit christelijk. De Psalmen hebben ons als Gods openbaring zoveel te leren over onze Heiland, zelfs als we ze gebruiken om onze klaagzangen en lof en dank aan onze God te zingen. Ze zijn bedoeld om onze gedachten te vormen als we over onze God en onszelf nadenken en over onze relatie met Hem. En God beveelt ze ons. Laten we God eren, allereerst door zijn liederen, de Psalmen, te zingen.

 

 

NOTEN

[1] Met “Psalmen”bedoel ik de 150 Bijbelse Psalmen. Met “gezangen” bedoel ik alle andere liederen die voor de christelijke eredienst bedoeld zijn.

[2] Joel R. Beeke en Antony T. Selvaggio, red.: Sing a New Song: Recovering Psalm-Singing for the Twenty-First Century (Grand Rapids: Reformation Heritage Books, 2010), ix.

 


 

Ds. Peter Holtvluwer is predikant van de Spring Creek Canadian Reformed Church te Tintern, Ontario. Dit artikel werd op 23 augustus 2019 in Clarion gepubliceerd en is hier overgenomen via de website https://defenceofthetruth.com/en/2019/09/objections-to-psalm-singing/

 

Vertaling: R. Sollie-Sleijster