Ethiek

Rond de Schrift

Signalen

 



 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Een nieuwe koers


Ds. F.J. Bijzet

20-03-21

 

De Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) hebben in de laatste twee synoden (Meppel 2017 en Goes 2020) uitgesproken dat alle ambten in de kerk ook door vrouwen vervuld mogen worden.

Dit is maar niet een op zichzelf staande beslissing van ondergeschikt belang, alleen een praktische aanvulling op onze kerkelijke praktijk. Hiermee hebben de kerken een nieuwe manier van Bijbellezen (‘hermeneutiek’) gelegitimeerd. Ondanks de waarschuwing van een aantal hoogleraren die om advies gevraagd waren door de GS Ede 2014, en van vele buitenlandse zusterkerken die om deze reden de GKv zelfs schorsten als lid van de International Conference of Reformed Churches (ICRC).

 

1 - Een nieuwe manier van Bijbellezen

 

Wat houdt die nieuwe manier van Bijbellezen in? De ‘oude’ leesregel was: ‘Lees wat er staat, laat staan wat er staat, verklaar wat je leest’. Want de Bijbel legt zichzelf uit. De Bijbel blijft het eerste en het laatste Woord houden. Ook al kom je daardoor vierkant tegenóver de cultuur van jouw dagen te staan en word je in je eigen omgeving een “vreemdeling en bijwoner”. (zie 1 Petrus 2: 11-12 en 4:1-4)

De nieuwe manier van Bijbellezen wil meer rekening houden met het feit dat de Bijbellezer vandaag in een andere tijd, cultuur, kerkelijke situatie e.d. leeft dan de Bijbellezer/hoorder in de ontstaanstijd van de Bijbel. De Bijbellezer nu komt met andere vragen naar de Bijbel toe dan de Bijbellezer toen. Daarom zijn uitspraken van Paulus niet in elke tijd en onder alle omstandigheden toepasbaar. Paulus gaf lang geleden, in een andere tijd en cultuur en kerkelijke setting, zijn visie op vrouwelijke ambtsdragers, op homoseksuele relaties e.d. Wij kunnen daar vandaag zo niet meer mee uit de voeten en gaan zoeken naar een andere toepassing. Desnoods leggen we wat hij toen schreef naast ons neer als niet meer passend in onze cultuur. Of we vinden dat we een voorschrift dat Paulus gaf in zijn tijd en cultuur, 1 Tim. 2:13 (: géén vrouwelijke ambtsdragers!), vandaag mogen omdraaien (: wél vrouwelijke ambtsdragers).

 

Ons leven gaat dus meer en meer de boodschap van de Bijbel bepalen i.p.v. dat de Bijbel ons leven bepaalt. Want het anders gaan lezen van teksten begint niet bij nieuw inzicht in Gods Woord, maar bij het gevoel in bepaalde opzichten in onze cultuur niet meer uit de voeten te kunnen met wat we in die teksten altijd gelezen hebben. En dus gaan we de Bijbel anders benaderen.

 

2 - Voorbeelden in de besluiten M/V

 

Al wordt ontkend dat gekozen zou zijn voor deze ‘nieuwe hermeneutiek’, wie de synodestukken leest komt de bewijzen ervoor overal tegen.

Alleen al in de vreemde uitspraak van de laatste twee synoden, dat er in de Bijbel twéé tegenovergestelde lijnen voorkomen over deze zaak. En dat daarom beide lijnen recht van spreken hebben. Met andere woorden: de HERE kan dus in zijn ene woord een zaak zowel goedkeuren als verbieden.

Wat blijft er dan nog over van het gezag, de duidelijkheid en betrouwbaarheid van Gods Woord? Is de onvermijdelijke consequentie van deze uitspraak niet, dat onze Heer Jezus Christus dus toch wél iemand van ‘ja’ en ‘nee’ tegelijk is? Ondanks wat Paulus in 2 Korintiërs 1:19 schrijft?

 

Het commissierapport waarop de GS Goes 2020 haar besluiten gebaseerd heeft, levert ook in de manier van Bijbeluitleg veel bewijzen van een nieuwe manier van omgaan met de Bijbel.

 

Genesis 2

 

De eeuwen door hebben gereformeerde uitleggers het standpunt ingenomen, dat het Nieuwe Testament beslist over hoe we het Oude Testament lezen en begrijpen moeten.

Vanuit het Nieuwe testament begrijpen we bijv. dat het in de Psalmen 2, 22, 69 en 118 al over de komende Messias, Jezus Christus, gaat. En zo is wat Paulus schrijft in o.m. 1 Tim. 2:13,14 en Efez. 5:22,23 over de verhouding tussen man en vrouw ook altijd beslissend geweest voor de uitleg van Genesis 2.

 

Maar de GS Goes heeft die werkwijze losgelaten en heeft de zaak omgedraaid: (de uitleg van) Genesis 2 is beslissend gemaakt voor hoe je zulke teksten van Paulus moet lezen.

Maar dan komt de synode(commissie) wel met een eigen, nieuw uitleg van Gen.2. Er wordt zoveel nadruk op de gelijkheid van man en vrouw gelegd (: sámen krijgen ze van God dezelfde opdracht te vervullen, dus dragen ze ook samen dezelfde verantwoordelijkheid), dat alle verschil in taakverdeling en verantwoordelijkheid bij het vervullen van de ene opdracht gladgestreken wordt:

  • de verschillende wijze van scheppen;
  • de benaming Mannin als aanvulling op de eerstgeschapen en eerst verantwoordelijk gestelde Man;
  • de benaming ‘hulp’ voor Mannin. Dat woord zou niets zeggen over de verhouding tussen man en vrouw;
  • het feit dat de HERE na de zondeval niet Mannin – zij was toch de eerste die gehoor gaf aan de Satan en van de verboden boom at?- tot verantwoording roept, maar de Man.

De tijd van het OT

 

Dit nieuwe uitgangspunt, dat Man en Mannin vanaf hun schepping voor God in alle opzichten niet alleen maar gelijkwaardig, nee: gelijk zijn en dezelfde verantwoordelijkheid dragen, is vervolgens de leesregel gemaakt voor de rest van de Bijbel.

De nieuwe Bijbeluitleg kan niet ontkennen dat in heel de tijd van (in elk geval) het Oude Testament vrouwen een ondergeschikte positie innamen. Geen priesteressen, geen koninginnen. Sara die zich aan Abraham onderwierp ( zie 1 Petr. 3:6). Maar dit mag dus niet meer verklaard worden uit de rangorde die God vanaf de schepping van de mens Zelf al aanbracht. ‘Zij waren ( na de zondeval) daarin kinderen van hun tijd’, lezen we in het Commissierapport. Dat was ‘een culturele tendens’ waar tegenover er ook een tegenkracht zichtbaar is die voortkomt uit Gods genadige verlossing. Vrouwen worden verlost van hun ondergeschikte positie en weer naast de mannen geplaatst. Dankzij het werk van Jezus Christus en de Heilige Geest.

 

Dit klinkt Bijbels. De heilshistorische lijn. Maar het is een afwijking van hoe de kerk eeuwenlang de positie van de vrouw t.o.v. de man in de tijd van het OT heeft gezien. Het was niet alleen maar straf, vloek, maar allereerst een herstel van de in het paradijs aangebrachte orde. Calvijn schreef over Genesis 3:16: “Zo brengt God de vrouw, die onbeschaamd buiten haar perken gegaan was, tot haar orde terug. Eerder was zij ook wel aan haar man onderworpen geweest, maar die onderwerping was toen vrijwillig en in ’t geheel niet hard”. Die lijn is ook terug te vinden in de Kanttekeningen bij Gen. 3:16 in de oude Statenvertaling.

 

Bij de nieuwe manier van Bijbellezen zijn de volgende vragen te stellen:

  • Waarom zou God de vrouw eeuwenlang zo straffen en de man niet? Hij die de man het eerst ter verantwoording riep:’ Adam, waar ben je?’
  • Waarom heeft Jezus Christus niet al een eerste begin gemaakt met het herstel van de vrouw als gelijke naast de man? Waarom koos hij 12 mánnen als apostelen?
  • Waarom ging de kerk ná zijn opstanding en ná de uitstorting van de Heilige Geest nog steeds in die lijn verder? In Judas’ plaats werd wéér een man als nieuwe apostel gekozen (Hand. 1).
  • Waarom koos de gemeente in Jeruzalem o.l.v. de apostelen zeven mánnen -na een ruzie onder vrouwen in de eerste gemeente- én niet een paar wijze vróuwen?
  • Waarom bleven Paulus én Petrus schrijven dat vrouwen het gezag van hun man moeten aanvaarden?
  • Waarom had de Heilige Geest 20 eeuwen (!) nodig om de kerk te laten beseffen dat het tussen mannnen en vrouwen anders is dan altijd gedacht?

De nieuwe manier van Bijbeluitleggen heeft hierop geen antwoord. Maar maakt zich daar ook niet zo druk om. Zij kiezen deze ‘andere lijn’ in de Bijbel. Wie de oude lijn wil vasthouden, mag dat ook gerust doen. Zolang je maar niet zegt dat dít de enige lijn is.

 

Galaten 3:28

 

De nieuwe Bijbellezers denken hun uitgangspunt ook in bepaalde teksten in het Nieuwe Testament bevestigd te vinden. Staat het zo ook niet in Gal. 3:28? “Er zijn geen Joden of Grieken meer geen slaven of vrijen, mannen of vrouwen- u bent alleen één in Christus Jezus”. Maar Paulus heeft het hier helemaal niet over het wegvallen van alle ongelijkheid in het algemeen. Alsof een Jood die Jezus Christus als zijn Redder aanvaardde geen Jood meer zou zijn en een Griek geen Griek meer. Een man geen man meer en een slaaf geen slaaf meer. Ook na de verlossing in Christus blijven die verschillen er en roept God daarom nog steeds mensen tot verschillende verantwoordelijkheden. Zie 1 Korint. 7:17-24.

Paulus maakt alleen duidelijk, dat we door het geloof en de doop allemaal evenzeer kinderen van God geworden zijn, gered door Christus. Of je nu Jood of Griek, slaaf of vrije, man of vrouw bent. Ook al ontvangen niet alle kinderen precies dezelfde taken en verantwoordelijkheden.

 

Efeziërs 5:21

 

Nog een tekst waarin nu de in Genesis 2 ‘gevonden’ volledige gelijkheid van man en vrouw ingelezen wordt is Efez. 5:21: “Aanvaard elkaars gezag....”. Schrijft de apostel hier niet dat gezag een zaak van wederkerigheid is? Vrouwen hoeven dus niet alleen het gezag van mannen te aanvaarden, andersom moeten mannen ook het gezag van vrouwen aanvaarden. Maar als Paulus dat écht zou bedoelen- wat stelt ‘gezag’ dan nog voor? En ‘onderwerping’? Dat de man hier in Efez. 5 het ‘hoofd’ van de vrouw genoemd wordt, verliest dan ook alle inhoud. En gaat de vergelijking met Christus en zijn kerk dan nog wel op?

 

Paulus leidt met vs 21 alleen maar een nieuwe passage in zijn brief in, waarin hij de verschillende gezagsverhoudingen waarin wij als mensen samenleven onder de loep gaat nemen: de vrouw moet aan de man onderdanig zijn, maar de man op zijn beurt aan Chri­stus. Kinderen moeten aan hun ouders onderdanig zijn, maar sommige vaders evengoed als slaven aan hun meesters.....

Uit de uitleg die de synode(commissie) nu van Efez. 5 en 6 geeft zou je moeten concluderen dat kinderen ook gezag over hun ouders hebben!

 

1 Timoteüs 2:13,14

 

De lastigste tekst was natuurlijk 1 Tim. 2:13,14. Moest wat Paulus daar schrijft niet aanleiding zijn om de nieuwe uitleg van Gen.2 nog eens kritisch te heroverwegen? Maar nee, met het nieuw gevonden uitgangspunt van de gelijkheid in Genesis móet Paulus wat daar staat wel anders bedoeld hebben dan wat wij er altijd in gelezen hebben. Dus beroept de GS Goes 2020 zich op een zuiver staaltje van de nieuwe manier van Bijbellezen. Er wordt aangenomen (te bewijzen valt het niet!) dat in de gemeente te Efeze een aantal vrijgevochten vrouwen de mannen in de gemeente willen overheersen.

 

Vervolgens wordt deze onbewezen aanname gebruikt om wat Paulus schrijft zo te lezen: dít soort zusters mogen niet gezaghebbend onderwijzen. Andere natuurlijk wel. En dan mogen we aan deze tekst dus geen gevolgen voor ónze kerkelijke praktijk ontlenen. We mogen en niets uit afleiden over vrouwelijke ambtsdragers vandaag.

Nogmaals: het is dus niet wat Paulus schreef dat aanleiding geeft tot een andere opvatting van 1 Tim. 2., maar een aanvechtbaar uitgangspunt uit Genesis 2 waarmee de uitleggers naar dit Bijbelwoord toe komen. Waarna 1 Tim. 2:13 en 14 ontkracht worden door een opnieuw aanvechtbaar argument dat Paulus een aanpassing vraagt bij de cultuur van die dagen, n.l. dat de vrouwen in die dagen een ondergeschikte positie hadden.

 

Want is dat wel zo? In Paulus’ dagen werden er naast een stel goden ook een aantal godinnen vereerd; er waren priesteressen tegen wie hemelhoog opgekeken werd, zoals het orakel van Delphi, de profetes Pythia; koningin Cleopatra van Egypte was gezien en gevreesd in die dagen, in regeringskringen in Rome speelden vrouwen een dominante rol, zoals de gevreesde moeder van keizer Nero.... En in Hand 17:4 wordt gesproken over “vrouwen uit de hogere kringen”, in andere vertalingen: “vooraanstaande vrouwen”.

Paulus gebruikt juist géén argumenten die aan de cultuur van zijn tijd ontleend zijn. Hij haalt nota bene -net als de synode(commissie), maar ook tegenover de synode(commissie)- zijn argumenten uit Genesis 2 en 3! Bovendien: als het Paulus alleen maar te doen was om het overheersen binnen de gemeente tegen te gaan, waarom dan wel de vrouwen daarop aangesproken en niet de mannen? Mogen die, als man en vrouw gelijke verantwoordelijkheid ontvangen hebben, dan wel overheersen?

 

3 - Bidden met geheven handen, slavernij, racisme, het hoedje...

 

De verdedigers van het veranderde standpunt m.b.t. vrouwelijke ambtsdragers beroepen zich er nog al eens op, dat de kerk toch de Bijbel ook anders is gaan lezen m.b.t. wat Paulus in 1 Tim. 2 éérst schrijft over het bidden met geheven handen (vs 8). En wat dacht je van slavernij, racisme, de hoed die vrouwen en meisjes zouden moeten dragen in de kerk? Maar die vergelijking gaat niet op.

 

Bidden met geheven handen

 

Dat beroep op die geheven handen is meteen al een staaltje van wel heel slordige exegese. Alleen vanuit de huidige nieuwe Bijbelvertaling. Daarin lijkt Paulus inderdaad een voorschrift te geven over onze gebedshouding: niet de handen vouwen, maar ze eerbiedig naar de hemel opheffen. De 1951-vertaling bleef veel dichter bij het oorspronkelijke Grieks en vertaalde: “Ik wil dan dat de mannen bidden met opheffing van heilige handen, zonder toorn en twist”.

 

Hier blijkt waarom het Paulus te doen was. Er zijn in de Bijbel meerdere gebedshoudingen te vinden. Geknield. Maar ook vaak staande met naar de hemel geheven handen, zoals Salomo bad bij de inwijding van de tempel (1 Kon. 8:22). Die gewoonte kwam blijkbaar in Paulus’ dagen nog veel voor. Nu gaat het Paulus niet om wat je met je handen dóet tijdens het bidden, maar om hoe het met je handen zít als je gaat bidden. Heb je heilige, schone handen? Niet vuil gemaakt in hoe je omging met andere mensen? Díe vraag komt uit 1 Tim. 2:8 nog steeds indringend naar ons vandaag toe.

 

Slavernij

 

Ook al zijn er in het verleden ook door christenen met een beroep op de Bijbel afschuwelijke onmenselijke vormen van slavernij gepraktiseerd, toch wordt nergens in Gods Woord een gebod tot slavernij gegeven. Een gebod dat nog steeds in de Bijbel staat, maar dat wij in onze cultuur nu anders zijn gaan lezen.

De Bijbel kent wel vormen van slavernij. Het woord ‘slaaf’ roept bij ons dan direkt beelden op van geketende, vernederde, uitgebuite, gemartelde mensen. Maar in de oorspronkelijke talen van de Bijbel betekent het niet meer dan: knecht, werknemer. Abraham overwoog nota bene om, als de beloofde zoon van hem en Sarai er toch niet zou komen, zijn dienaar (andere vertalingen: slaaf) Eliëzer erfgenaam van zijn bezittingen te maken: Gen. 15:3. En hij stuurde een van zijn slaven naar Haran om een vrouw voor Izaak te zoeken: Gen. 24:2,3. En Jozef was al een soort ‘onderkoning’ in het huis van Potifar, voordat hij dat werd over heel Egypte: Gen. 39:3, 4.

Slaven kozen er vaak zelf voor zich in dienst van iemand te stellen. Zo schrijft Paulus erover in Rom. 6:16. Vergelijk ook Deut. 28:68 slot. En Paulus roept in 1 Korint. 7:21-24 slaven op om dat maar gewoon te blijven.

 

Gods Woord weet ook van onmenselijke vormen van slavernij. Maar die worden in geen enkel opzicht goedgekeurd of zelfs maar toegelaten. Wel liet God de Israëlieten de ruimte om slaven uit de buitenlandse volken te kopen. Maar daarbij gaf Hij tegelijk diverse voorschriften voor een menselijke behandeling, en in bepaalde gevallen ook vrijlating van slaven: Deut. 5:14; 12:12; 16:11; Exod. 21:20, 26, 27, Deut. 23:15, 16; Efez. 6:9. Waarbij de apostel Paulus aansluit in Efez. 6:9, Kol. 4:1 en zijn brief aan Filemon:15-17.

 

Racisme

 

Nergens in Gods Woord wordt racisme gepropageerd. God plaatst niet het ene ras boven het andere. Hij heeft alleen het volk Israël een tijdlang boven de andere volken uitgekozen om in dit volk de weg naar de redding van de hele mensheid open te houden. Maar racisme is dit niet, integendeel: Hij maakte ook duidelijk dat Israel die positie niet aan zichzelf te danken had. En dat zij deze positie ook door ongehoorzaamheid konden verspelen: Amos 9:7. Daarbij bleef God naar de dag toe werken waarop alle volken zonder onderscheid in de zegen voor Abraham zouden delen. Er komt een dag dat alle rassen en volken en stammen en talen als één volk voor Gods troon zullen staan.

En: alle volken zouden straks mogen delen in de zegen voor Abraham. Ons wordt een toekomst beloofd waarin alle rassen en volken en talen als één volk voor Gods troon zullen staan.

 

Christenen hebben wel met een verkeerd beroep op Gen. 9: 25, waarbij ervan uitgegaan wordt dat Noach’s kleinzoon Kanaän de stamvader van het zwarte ras was, rassenongelijkheid gepredikt. De Apartheidspolitiek in Zuid-Afrika is daar een schrijnend voorbeeld van. Maar we kunnen dus niet zeggen dat dit gebeurde met een beroep op Bijbelwoorden die nog steeds zo in de Schriften staan en die ook geruime tijd zo toegepast mochten worden, maar waaraan wij nu een andere uitleg geven.

 

Hoedjes

 

Maar Paulus’ voorschrift dat vrouwen tijdens een eredienst hun hoofd moeten bedekken (1 Korint 11:4-6) is toch wél een duidelijk voorbeeld dat we niet alle voorschriften van Paulus vandaag meer toepassen? Hebben we dit voorschrift ook niet als tijd- en cultuurgebonden aan de kant gelegd? Nee, dit is niet het geval. Het laat juist goed het verschil zien tussen de nieuwe en de oude hermeneutiek.

 

De nieuwe hermeneutiek geeft een omgekeerde toepassing aan wat er in Gods Woord staat. Bijvoorbeeld in Tim. 2:13, 14: in onze tijd en cultuur moeten we vrouwen juist wél in alle ambten toelaten.

De oude hermeneutiek laat staan wat er staat en vraagt naar de toepassing daarvan vandaag, nog steeds. Zo ook in 1 Kor. 11. In dit hoofdstuk begint Paulus niet bij wat de vrouw op haar hoofd hééft, maar bij hem die haar hoofd ís: de man. En in dát verband schrijft hij ook iets over een hoofdbedekking voor vrouwen.

Dan mag je wel vragen stellen als:

  • Wat hield die hoofdbedekking destijds precies in? Een soort sjaal of sluier?
  • Waarom vond de apostel die hoofdbedekking belangrijk? Het was blijkbaar een teken van vrouwelijke onderdanigheid, maar waarom? Wilden ze ‘showen’ met hun mooie haardracht, zoals Calvijn veronderstelt?
  • Waarom was het nodig vrouwen daarop aan te spreken? Blijkbaar waren er die bewust de hoofdbedekking weglieten.
  • Wat betekent het dat Paulus het alleen betrekt op het bidden en profeteren?

En pas dan komt de vraag hoe wij vandaag dat toepassen moeten (en dat is NIET: aan de kant leggen of precies omdraaien). Op sommige van die vragen kunnen de exegeten dan misschien tot verschillende conclusies komen, maar de hoofdlijn van wat Paulus schreef blijft overeind: ook in hun optreden in de kerk moeten vrouwen en mannen de hun door God toegewezen plaats uitstralen. En moet de vrouw het hoofd-zijn van de man respecteren.

 

4 - Onvermijdelijke gevolgen

 

De nieuwe manier van Bijbellezen krijgt ook op allerlei andere onderdelen onvermijdelijk gevolgen. Meer nog, die gevolgen zijn al in heel wat kerken in het GKv-kerkverband aan te wijzen.

 

Homoseksualiteit

 

Bijvoorbeeld met betrekking tot homoseksuele relaties. Er zijn duidelijke Bijbelteksten waarin we lezen dat zo’n relatie voor God verwerpelijk is. Paulus noemt zulke seks in Romeinen 1 ‘onnatuurlijk’.

En nog moeilijker dan bij de kwestie man/vrouw is hier in Gods Woord ook een tweede lijn aan te wijzen. Toch wordt dat wel gedaan. In de cultuur van toen kenden ze nog geen homorelatie ’in liefde en trouw’, zoals wij nu wel, is dan het argument.

 

Ook de andere manier van lezen van Genesis 2 wordt toegepast om homoseksuele relaties goed te praten. Man en vrouw zijn toch gelijk? Dan kan er naast de relatie van één man en één vrouw toch ook die van twee mannen of twee vrouwen bestaan? (Zie

(‘Vriendschap voor christen-homo’s’, in De Bruijne, Open en kwetsbaar, p68).

  • Prof. Dr. A.L.Th. de Bruijne schreef in 2019 m.b.t. homoseksualiteit: ‘Tegenwoordig shopt ieder zijn uitleg en toepassing bij elkaar. Er is een stortvloed van alternatieve exegeses, redeneerstappen en uitkomsten. Dat leidt tot vergaande relativering en pluralisering.’ De Bijbel geeft volgens De Bruijne géén rechtstreeks ant­woord op de moderne homoseksuele zelfervaring. Daarom wil hij via die bredere ethische aanvliegroute zoeken naar een positieve bedoeling van God met de homoseksuele gerichtheid, in het perspectief van het komende koninkrijk.
     
  • De Bruijne schreef ook dat “de nieuwe gemeenschap in Christus uitgaat boven de man-vrouwrelatie, en niet aan de ketting ligt van statische scheppingsstructuren”.
     
  • Ds. K. De Vries (GKv Amsterdam-Zuid-West) schreef dat de eenheid tussen twee ménsen voor hem de basis vormt voor een bruiloft. ‘De kerk staat voor die “bruiloft” als een heilige en veilige start, maar houdt de vorm variabel”.
     
  • G.H. Hutten (was predikant in de GKv Arnhem) schreef m.b.t. discussies of kerkleden die in een homorelatie samenleven het heilig avondmaal mogen meevieren, trouwen mogen e.d.: “De belangrijkste vraag is dan ook of het goed is tussen jou en Jezus. Niet of je homo bent of wat dan ook. Alles draait om Jezus en de rest is vuilnis”.
     
  • Ds. M.J. Haak (GKv Dordrecht) pleitte vurig voor het welkom heten van homoseksuele leden, met of zonder relatie, in de gemeente en aan het avondmaal “Over verschillen tussen homo’s en hetero’s hoef je je in deze Heer niet druk te maken”.
     
  • De kerk te Spakenburg-Zuid verwelkomde in haar kerkblad hartelijk twee vrouwen die elk eerst in een heteroseksuele relatie getrouwd waren, daarin kinderen kregen maar toen op elkaar verliefd raakten. Ze verbraken de trouwbelofte aan hun man en sloten een lesbisch 'huwelijk'. En voegden zich toen bij de kerk te Spakenburg-Zuid. Waar ze als leden in volle rechten toegelaten werden.
     
  • De classis Hardenberg heeft aan de GS Goes de vraag voorgelegd of er ruimte is voor een volwaardige plaats, in volle rechten en plichten, voor homoseksueel samenlevende broeders en zusters. Waarom? “De Bijbel lijkt de homoseksueel die de Here oprecht liefheeft en in liefde en trouw wil leven niet te kennen. Wij weten tegenwoordig dat die wel bestaat”. Ook deze vraag laat duidelijk de nieuwe benadering van de Bijbel zien: onze cultuur vandaag vraagt om een nieuwe benadering van Gods Woord op dit punt.

(Voor de eerste bullet: De Bruijne, Open en kwetsbaar, ‘Vriendschap voor christen-homo’s’, p68. De volgende  bullets: zie het boek Het onfeilbare Woord, deel IIB in de serie Semper Reformanda, De Banier 2020.)

 

Huwelijk en echtscheiding

 

Ook bij huwelijk en echtscheiding heeft de nieuwe manier van Bijbellezen een sterke invloed binnen de GKv. Ambtsdragers durven geen stelling meer te nemen, geen richting meer te geven, geen tucht meer toe te passen in deze tijd, waarin samenwonen, trouwen met een ongelovige en scheiden de gewoonste zaak is geworden.

 

Samenwonen zonder huwelijk wordt toegelaten. “We praten er wel over met de betrokkenen” is het enige wat ter verontschuldiging aangevoerd wordt. Alsof dat vroeger niet gedaan werd! Een huwelijk aangaan met een ongelovige wordt niet meer als zonde bestempeld, ondanks Bijbelwoorden als 1 Kor. 7:39 slot en 2 Kor. 6:14-16. De eerste, door velen verwelkomde, vrouwelijke predikant binnen de GKv, zr. Almatine Leene, schreef zelfs in het blad Dienst, een instructieblad voor ambtsdragers, met enige trots dat zij het huwelijk had bevestigd van een gemeentelid met een atheïst; en daarbij had voldaan aan de voorwaarde van het bruidspaar om Gods naam in heel die dienst niet te noemen.

 

Niemand kan er omheen dat Gods Woord echtscheiding verbiedt (behoudens overspel). Christus Zelf doet dat in Matt 19 juist mét een beroep op Genesis 2, hét uitgangspunt voor de nieuwe hermeneutiek. Paulus noemt ook nog de uitzonderingssituatie waarin de ene partner tot geloof komt, de ander niet en dat die ander geen ruimte geeft voor een leven als christen (1 Kor. 7:12-15). Toch passen steeds minder kerkenraden dat Woord van Christus nog toe. Reden: ‘Dat kunnen we in deze tijd toch niet meer maken?”

 

Schepping of evolutie

 

Terwijl de nieuwe Bijbeluitleg in de zaak M/V nadrukkelijk het begin van de Bijbel als uitgangspunt wil nemen, wordt dat uitgangspunt tegelijk door velen losgelaten als het gaat over de vraag naar het ontstaan van deze wereld en de eerste mensen.

Misschien waren Adam en Eva niet het eerste mensenpaar, maar waren er daarvoor al heel lang een soort mensen, prae-adamieten. En is God, toen ze ver genoeg geëvolueerd waren, wel met twee van hen een eigen weg gaan lopen. Lees het boekje Oer. Dat dit vergaande consequenties heeft voor hoe je bijv. Rom. 5:12 moet lezen, wordt niet beseft of weggeredeneerd.

 

Ook hier: hoe wij het begin van het OT lezen wordt niet beslist door wat er staat, maar door wat de wetenschap als hypothesen aandraagt. En ons veranderde lezen van het OT beslist over wat we nog heel laten van het NT.

 

5 - Invloed vanuit de TU Kampen

 

Ook al spreken we over een ‘nieuwe’ hermeneutiek, zo heel nieuw is deze manier van Bijbellezen nu ook weer niet. Ze was jaren terug in de toen nog Gereformeerde Kerken (synodaal) al gangbaar. Met als gevolg dat vergaande dwaalleer daar vrijspel kreeg. De Nederlands Gereformeerde Kerken pasten de nieuwe hermeneutiek in 1995 al toe om alle ambten voor vrouwen open te stellen. In de Christelijke Gereformeerde Kerken is er al jaren een stroming die zich erop beroept. En in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) kwam die om te hoek kijken in het rapport dat deputaten M/V al in de GS Ede 2014-2015 verdedigden, omdat docenten aan de TU Kampen er meer en meer voor capituleerden. Zoals de hoogleraren P.H.R. Van Houwelingen, A.A.Th. De Bruijne, E.A. De Boer, J.H.F. Schaeffer.

 

En vergeet niet de boeken van een sterke propagandist van deze nieuwe manier van Bijbellezen, Tom Wright! Steeds meer predikanten verslonden die en nemen die in hun preken mee. Deze theoloog is ook als een geziene gast ontvangen aan de TU en uitgenodigd om zijn visie op hoe we de Bijbel moeten lezen in een aantal colleges uiteen te zetten.

 

6 - Een nieuwe, maar funeste koers

 

We noemden de keuze voor deze nu door twee synoden geaccepteerde en gelegitimeerde manier van Bijbellezen: een ‘nieuwe koers’. Door de GS hierin te volgen is de kerkenraad door een wissel gegaan die afvoert van het gereformeerde spoor.

 

In maart 2005 werd in een interview in het Reformatorisch Dagblad aan (nu Prof.) Dr. E.A. de Boer gevraagd: “Stel, we zijn tien jaar verder. Dan kennen de GKv nog altijd níet de vrouw in het ambt? En worden homoseksuele relaties nog steeds níet erkend? ”Het antwoord was: “Nee, beslist niet. Dan zouden wij geen gereformeerde kerken meer zijn”.

 

Tien jaar later schreef Prof. Dr. J. van Bruggen in een gevraagd advies aan de GS Ede:

 

“Wellicht hebben sommigen de illusie dat we alleen maar voor het onderwerp man/vrouw even afscheid kunnen nemen van enkele paulinische teksten. Meer niet, denkt u misschien. Maar dat is zeer ondoordacht. Er liggen minstens twee grote scheepswrakken op het strand die ons een baken in zee moesten zijn. Toen de (synodaal) Gereformeerde Kerken alle ambten openstelden voor de vrouw met een bijna vergelijkbare redenering als van uw deputaten, had men echt niet de bedoeling om daarmee de Schriftkritiek in te voeren of de Bijbel buiten werking te stellen. De verontwaardiging was dan ook groot toen Prof. Dr. H.M.Kuitert direct verklaarde dat zijn synode nu de Schriftkritiek had gelegaliseerd. Toch heeft hij gelijk gekregen: wat ondoordacht gedaan werd, heeft later velen berouwd. Ditzelfde proces heeft zich herhaald bij de Christian Reformed Churches (voortgekomen uit de synodaal gebonden kerken). Ik weiger aan te nemen dat iemand van deputaten of van de synodeleden dit wil. Maar ik zeg wel: kijk naar die bakens en denk nog eens goed na! Dit wilt u toch niet?”

 

Binding aan de belijdenis

 

Vanaf 1618 waren de drie formulieren van eenheid een samenvatting van de hoofdlijn van Gods Woord. Daarbuiten mochten we op onderdelen van mening verschillen, maar aan deze hoofdlijn bonden we elkaar. En bonden speciaal de ambtsdragers zich door het plaatsen van een handtekening. Zo hielden gereformeerde kerken zichzelf en elkaar, in steeds meer landen ook, vast bij het gezag van het Woord. Zo werd de eenheid van wat we geloven bewaard. Zo werd dwaalleer ontmaskerd en aangepakt.

Vandaag is wat we geloven een stuk vrijer en persoonlijker geworden. We zien de gevolgen binnen de GKv:

  • We mogen geloven dat 2 tegenovergestelde(!)standpunten allebei waar zijn. We kunnen elkaar niet meer met een beroep op Gods Woord aanspreken met: “Maar dít zegt de Heer toch?”.
     
  • Meedoen aan een nationale synode met daarin ook vertegenwoordigers van uitgesproken vrijzinnige kerken;
     
  • De ingezette hereniging met de NGK waar de binding aan een gemeenschappelijke geloofsbelijdenis allang veel losser en vrijblijvender is. Tenminste 2 NGK-gemeenten hebben laten weten alléén de Apostolische Geloofsbelijdenis bindend te vinden.

De Gkv kozen een koers naar een vrijblijvender en ongebondener wijze van kerkzijn.

Wat goed voelt en wat we aan de wereld om ons heen verkopen kunnen… wordt steeds meer doorslaggevend i.p.v. Gods Woord.

In deze lijn past het dat de laatste synode aansluiting zoekt bij de Raad van Kerken in Nederland met een bonte verzameling van in heel wat gevallen vrijzinnige ‘kerken’.

En dan… via dat tussenstation op weg is naar de Wereldraad van kerken, zoals te lezen valt in een van de deputatenrapporten.

 

7 - Meerderheid en de leiding van Gods Geest

 

Zij die de laatste synodebesluiten aanvaarden beroepen zich er nogal eens op dat de besluiten met een heel grote meerderheid genomen werden. Maar wat zegt dat?

Bij de Afscheiding 1834, de Doleantie 1886 en de Vrijmaking 1944 namen synoden met gróte meerderheid slechte besluiten.

Of, ander voorbeeld: de ICRC besloot met een grote meerderheid van stemmen, de GKv als lid te schorsen. Waarom wordt dát dan niet als zwaarwegend punt aangedragen?

Dat er in de laatste twee synoden nauwelijks meer tegenstemmen waren en de indringende tegenstemmen die vanuit de buitenlandse kerken geen gehoor vonden, onderstreept alleen maar dat de GKv al in volle vaart de wissel voorbij zijn.

Waarschuwt de HERE Zelf ook niet dat we ons níet door de meerderheid ertoe moeten laten overhalen iets verkeerds te doen (Exod. 23)?

Niet het aantal stemmen telt. Maar de argumenten moeten beslissend zijn.

 

Heel wat kerken maakten, beargumenteerd, bij de GS Goes bezwaar tegen de besluiten die de GS Meppel 2017 nam. Maar de commissie die de bezwaren moest wegen is níet ingegaan op de argumentatie van de bezwaarde kerken. Men gaf wel een samenvatting van de “klassieke” uitwerking. Maar dát is wat anders dan de bezwaren van de herziening vragende kerken wegen en eventueel weerleggen.

De correcte gang van zaken zou zijn geweest: aantonen dat de bezwaren van de kerken onvoldoende zijn om het besluit van Meppel terug te draaien en waar de kerken aangaven dat de argumentatie te mager is, daar een aanvulling op geven.
Er is later door de commissie wel een tweede rapport geschreven waarin geclaimd wordt dat nu wel op de bezwaren ingegaan wordt. Maar voor de onderbouwing van de afwijzingen wordt steeds naar dat eerste rapport verwezen.

Er blijkt dus bewust voor gekozen te zijn om eerst, met behulp van de nieuwe hermeneutiek, een eigen visie te ontwikkelen en van daaruit de bezwaren af te wijzen.

 

Maar heeft het ons dan niets te zeggen dat de GS Goes de leiding van de Heilige Geest ervoer toen het eenstemmig tot deze besluiten kwam? Niet zondermeer. Een beroep daarop kan zelfs manipulatief zijn. Want Gods Geest werkt door en met Gods Woord. Daarom vinden we in onze belijdenisgeschriften nogal eens de combinatie ”Woord en Geest” (of andersom): Heidelbergse Catechismus: Zondag 12, 21,48; Dordtse Leerregels I,7.

In het NT wordt meermalen op de Heilige Geest gewezen wanneer een vroeger Bijbelwoord aangehaald wordt: “De Geest zegt/geeft getuigenis....” Dus niet eens: “....hééft gezegd....” (Hebr 3:7, Hebr 10:15, Openb 2:7,11,17,29). Waarom durven de apostelen en de oudste in Jeruzalem na een vergadering aan de uit bekeerde heidenen ontstane gemeenten schrijven: “In overeenstemming met de Heilige Geest hebben wij besloten...” (Hand. 15:28) ? Omdat ze door de leiding door de Heilige Geest iets wat er níet staat waren gaan inlezen in bepaalde Bijbelteksten? Of Bijbelgedeelten het omgekeerde van wat er staat lieten zeggen, omdat dat in hun situatie beter paste? Omdat ze twee tegenoverelkaar staande standpunten allebei Bijbels vonden? Nee, maar omdat de Heilige Geest hen herinnerde aan wat de Heer Jezus Zelf duidelijk aan Petrus gezegd had in een visioen (Hand 10:9-20, 15:7-11). En omdat de Geest hun liet inzien wat er stáát in duidelijke Bijbelteksten: Amos 9:1vv, Lev. 17 en 18. De gedachte dat de Heilige Geest ons vandaag leidt tot nieuwe inzichten die verder gaan dan, ja, zelfs kunnen ingaan tegen wat er in Gods Woord geschreven staat, is een typisch voorbeeld van de nieuwe hermeneutiek.

 

8 - Hoe verder

 

Wij schreven dit document om daarmee duidelijk te maken dat en waarom wij in deze koers niet mee kunnen en willen. De GS Goes overtuigde ons niet dat het nieuwe Bijbellezen legitiem is. Dat is onze grootste en primaire zorg: mogen we Gods Woord lezen, zoals de GS bepaald heeft? De andere zaken komen hier uit voort.

 

Uit ons schrijven blijkt dat voor ons de drie kenmerken van de ware kerk (art. 29 NGB) in geding zijn. De GS Meppel van 2017 is daar al voor gewaarschuwd.

Misschien kan het voorgaande bijdragen bij het zoeken naar wat ons nu te doen staat.

 

Bijlage

 

Uit het kerkblad van GKv Spakenburg-Zuid, februari 2020:

 

Bijzonder welkom

'In dat kader willen we deze zondag NN als nieuwe leden van onze gemeente

verwelkomen. Helemaal nieuw zijn ze niet, want beider wortels liggen in de Maranathakerk - al werd NN later Ne­derlands gereformeerd. Beiden hebben een huwelijk met een man achter zich, waarin ook kinderen geboren zijn. Op latere leeftijd kwamen ze 'uit de kast', zoals dat heet, wat psychisch enorm zwaar voor hen is geweest. Dat had zeker ook te maken met Bijbelteksten waarin de homoseksuele leefwijze per definitie als goddeloos lijkt te worden bestempeld. Uiteindelijk hebben ze deze strijd niet kunnen winnen, hoezeer ze ook gewor­steld hebben. Inmiddels zijn ze ruim dertien jaar getrouwd. In hen ontmoeten we dankbaar twee oprechte medechristenen die een steeds sterker wordend verlangen hebben om weer samen met ons in de Maranathakerk het avondmaal te vieren. We roepen u en jullie op om deze zusters in liefde te ontvangen in ons midden. Ze zijn ook te allen tijde bereid om over eventuele vragen met u in gesprek te gaan'.