Ethiek

Rond de Schrift

Nieuwe artikelen
Signalen

 



 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

De juiste wapens

Een reactie op de recensie 'Als kaf verdwijnen'

 

D.J. Bolt

29-05-21

 

In de twee vorige edities van EIW gaven een samenvatting en een recensie van het boek De vijand rukt vast aan van ds. M. van Reenen. Daarop ontvingen we deze week een reactie waarin hij enkele zaken verduidelijkt en ook aangeeft waar we dingen verschillend taxeren.

We zijn er blij mee. Ook al zal mogelijk blijken – we gaan eerst nadenken over wat de predikant schreef - dat we niet in alle opzichten het met elkaar eens zijn toch bevat zijn verhaal op veel punten verblijdend veel herkenning. Het helpt ons zeker elkaar meer te begrijpen en óók van elkaar te leren als 'hersteld gereformeerden' en 'hersteld hervormden'. Dat is in onze sterk seculariserende samenleving die allerlei kenmerken van 'de laatste dagen' meer en meer gaat vertonen, van groot belang.

 

Hieronder laten we ds. Van Reenens ingezonden in extenso volgen.

 


 

De juiste wapens tegen de aanrukkende vijand

 

Ds. M. van Reenen

 

Het is mooi als je boek gelezen en besproken wordt door iemand uit eigen kring. Het is leerzamer als dit gebeurt door iemand 'van de buren'. Als reformatorische predikant voel ik mij verwant aan de redactie van www.eeninwaarheid.nl, maar er zijn onmiskenbaar wat verschillen.

Daarom ontving ik met waardering het bericht van dhr. D.J. Bolt, dat hij op deze website een recensie van mijn boek De vijand rukt vast aan had geplaatst. Het doet mij goed, dat hij zo uitvoerig en correct de inhoud ervan heeft weergegeven. Ook heeft hij op een integere wijze verschillende kritische kanttekeningen geplaatst. Zij gaven mij te denken en riepen om een antwoord. Graag maak ik van de gelegenheid die ik daarvoor kreeg gebruik.

 

Er sprong voor mij vooral één punt uit. Juist het al genoemde: dat mijn boek uit bevindelijk-gereformeerde traditie gelezen is door iemand uit vrijgemaakt-gereformeerde traditie. We hebben veel raakvlakken, maar staan toch ook wat verschillend in het leven. Wat is het dan goed om elkaar daarop te bevragen, om elkaar te kunnen helpen in de grote vragen die vanuit de snel veranderende cultuur op Bijbelgetrouwe kerken af komen. Mijn reactie zal daarom in hoofdzaak zich richten op de vraag: 'Hoe staat een christen in deze cultuur?' Maar eerst ga ik kort in op enkele secundaire zaken uit de boekbespreking.

 

Voorbereiding

 

Eerst een kleinigheidje. Dhr. Bolt vraagt zich af waarom ik in mijn boek niet de Herziene Statenvertaling heb gebruikt. Best een begrijpelijke vraag vanuit zijn perspectief, maar de Statenvertaling is nu eenmaal in 'onze' kerken volstrekt de norm. Het zou vreemd zijn als ik daarvan af week! Wel voelde ik al bij het schrijven een stukje pijn dat het hierdoor voor lezers van buiten ‘eigen’ kring wat lastiger zou zijn. Des te meer deed het me goed, dat een andere vertaling het lezen niet in de weg hoeft te staan.

Het eerste inhoudelijke punt waar dhr. Bolt op wijst is, dat ik stel dat een christen de komst van Christus aan kan zien komen. Volgens hem doe ik de gelijkenis van de vijf wijze en vijf dwaze meisjes geen recht. De Bijbel zou namelijk leren, dat de Heere Jezus ieder (willekeurig) ogenblik zou kunnen terugkomen (al nuanceert hij dit later met zijn voorbeeld van donder en bliksem wel weer). Ik ben het met hem eens, dat we geen kalender van de laatste fase van de wereldgeschiedenis kunnen opstellen, geen datum prikken waarop de Heere Jezus terug zal komen. Dat betekent echter niet, dat je niet kunt zien in welke fase de kerk zich bevindt! Ik geloof stellig, dat de wederkomst niet morgen kan plaatsvinden. Daarvoor moet er nog te veel vooraf gebeuren. Paulus maakt dit punt ondubbelzinnig in 2 Thessalonicenzen 2:1. Ik geloof bijna even stellig, dat we kunnen merken dat we de laatste fase zijn ingegaan. Daar wijst alles op, en wel in het bijzonder de verbreiding van het Evangelie. Hiervoor verwijs ik verder graag naar mijn boek.

 

Maakt dit een mens lijdelijk (niet-waakzaam)? Dat kan wel gebeuren: elke waarheid kan misbruikt worden. Als je echter het Bijbelse spreken écht volgt, kun je niet lijdelijk zijn. Al is het alleen maar hier om: vandaag kan de dag zijn waarop wij voor Gods rechterstoel komen. We moeten ieder ogenblik bereid zijn om Hem te ontmoeten. Een ware christen zal bovendien innig daarnaar verlangen. En ten slotte: ook al zal de wederkomst nog even op zich laten wachten, er zijn al genoeg ontwikkelingen die onze directe waakzaamheid vragen! Wij moeten altijd voorbereid zijn, zowel om Christus te ontmoeten als om de vijand te onderkennen. Wie niet de aard van de vijand kent, weet ook niet hoe en waarmee hij strijden moet.

 

Geestelijke wapens

 

Dit laatste punt maakt ook dhr. Bolt. Pijlen baten niet tegen tanks, zo zegt hij. Hij bedoelt hiermee, als ik hem goed begrijp, dat hij de indruk heeft dat ik te veel aandacht vraag voor uitwendige vervolging en te weinig oog heb voor de geestelijke, innerlijke (nog gevaarlijkere) kant daarvan. Wat accent betreft zou dat waar kunnen zijn. Wat deels te maken heeft met het doel van mijn boekje (al ontbreekt de aandacht voor die innerlijk-seculariserende krachten niet, zeker ook niet in het ‘vervolg’ Méér dan corona). Hoe dat ook zij, het blijkt wel dat christenen elkaar hard nodig hebben om elkaar aan te vullen in het signaleren van de vijand, nadenken over de fronten en zoeken naar de juiste wapens!

 

Het schijnt dhr. Bolt toe, dat ik 'verdrukking' vooral zie als uitwendige, gewelddadige onderdrukking – zoals in de landen van de Ranglijst van Open Doors het geval is. Ik geloof zeker dat dit steeds meer in beeld komt, maar ik ben het met hem eens dat dit (in elk geval nu) niet de hoofdzaak is. De kerk komt al in sterke mate innerlijk in het nauw, in ademnood. Dat is een geestelijke zaak, inderdaad. Die heeft echter niet louter inwendige oorzaken! Sterker nog, ik meen dat de technische manier waarop de samenleving geordend is en wordt, grote invloed heeft op onze manier van denken en onze vrijheid van leven. Het gaat mij dus, zowel in De vijand rukt vast aan als in Méér dan corona, om de innerlijke invloed van uiterlijke middelen. Daar ben ik bijzonder ongerust over. Dhr. Bolt vindt dit ongenuanceerd, en daar komt naar mijn idee vooral ons verschil in kerkelijke traditie naar voren.

 

Waardering van de cultuur

 

Als telg van een bevindelijk-gereformeerde familie ben ik gebakerd in een houding van wereldmijding. De tegenstelling tussen 'kerk' en 'wereld', tussen zuil en samenleving, wordt in reformatorische kring weliswaar steeds minder maar toch nog steeds behoorlijk gevoeld. Als de kerk zich te veel met de wereld in laat, dan zal de wereld een negatieve invloed op de kerk uitoefenen, zo is de gedachte.

Anders ligt dat bij dhr. Bolt, die groot geworden is in de lijn van Kuyper en Schilder, die meer oog hadden voor de algemene genade en het cultuurmandaat. Volgens de denklijn alhier gaat het juist andersom. Als de kerk haar plaats in de wereld inneemt, kan ze deze wellicht voor Christus winnen. En in elk geval de verworvenheden van de wereld inschakelen in de dienst van de Heere.

 

Ik vind dat een nobel doel. Ik denk ook dat dit in sommige gevallen werkelijk wat moois heeft opgeleverd. Daarom valt er voor mij (ons) op dit punt best wel wat te leren. Een christen die zich vooral nog in laat met binnenkerkelijke of zelfs binnenmenselijke vragen, mist kansen en lijdt aan blikvernauwing. Het kan je ook wat ontspannener maken, als je niet achter ieder modern technisch voorwerp een dreigend gevaar ziet. Als Christus, Die ons aller Soeverein is, op elke vierkante centimeter beslag legt, dan hoef je je in dat opzicht ook nooit bedreigd te voelen.

Hier echter gaat in mijn ogen ook zomaar wat mis. Ten principale is alles van Christus. In de praktijk echter is veel aan Hem onttrokken. In principe zou dat alles voor Hem teruggewonnen moeten kunnen worden. In de praktijk echter is de kerk een kleine kudde, die geen grote pretenties kan hebben. De werkelijkheid toont ons het beeld van een wereld die werkelijk God uitbant. Het is niet alleen zo dat veel techniek van Hem los gekomen is, het is zelfs zo dat veel techniek gebruikt wordt om nog meer van Hem los te komen!

 

Techniek als dwingende macht

 

Af en toe heb ik met de gedachte gespeeld, of ik niet al te sceptisch ben over moderne techniek. Maar met het jaar zie ik voor die gedachte minder reden. Al maar meer wordt ik bevestigd in de overtuiging, dat de manier waarop de techniek in onze westerse samenleving functioneert dodelijk is voor het geestelijk leven.

Let wel, het kán anders (lees daarvoor bijvoorbeeld E. Schuurman, Techiek: Middel of Moloch?). Met vrijmoedigheid integreer ik enige techniek in mijn leven; van jongs af aan heeft techniek mij geboeid. Paulus zegt dat alle dingen hem geoorloofd zijn, dat betreft ook techniek (die toen nog zeer beperkt was). Hij zegt er echter tegelijk bij, dat hij zich niet onder de macht van één van die dingen zal stellen. En precies op dat punt gaat het grandioos mis. De westerse samenleving liggen wél onder de heerschappij van (natuur)wetenschap en techniek. We moeten even beducht zijn voor een vertechniseerd wereldbeeld als voor een evolutionistisch wereldbeeld. Even bang voor een wetenschap die de verschillen tussen man en vrouw uitwist als voor een digitale techniek die de contacten van mens tot mens verstoort.

 

Dhr. Bolt vergelijkt de huidige digitale techniek met de boekdrukkunst – een vergelijking die vaak getrokken wordt maar naar mijn stellige overtuiging mank gaat. De snelheid waarmee de ontwikkelingen elkaar opvolgen, maakt dat wij op geen enkele manier in de positie zijn om deze te beheersen. Jaarlijks worden we er meer door ingepalmd. Steeds meer worden techniek en mens ineen geschoven. Angstwekkend dichtbij komt daardoor het moment dat C.S. Lewis noemde 'de afschaffing van de mens'. Dat gebeurt niet alleen door digitale techniek overigens, maar ook door genetische technieken en de ontkenning van de geschapen werkelijkheid. Maar de digitale techniek is wel dat wat ons het dichtst op de huid zit en zelfs onder onze huid kruipt. Wie meegaat met de ontwikkelingen heeft niet in de gaten hoezeer zijn hele leven en denken hierdoor veranderd wordt. Afstand nemen en houden is onmisbaar voor wie niet ingepalmd wil worden in de linies van de vijand. En ja, bij dat afstand houden heeft een bevindelijke enige voorsprong. Dat is iets anders dan dat hij daarom altijd gelijk heeft. Ik hoop alleen, dat ik door de (soms wat ongenuanceerde) wereldmijdende houding die ik van huis uit mee kreeg, mij in de positie bracht om tijdig een alarmkreet te slaken.

 

Alarm

 

Daarbij heeft dhr. Bolt trouwens ook nog een begrijpelijke kanttekening. Ik zei, dat je beter tien keer te vaak dan één keer te weinig alarm kunt slaan. Terecht reageerde hij: als het negen keer vals alarm was, dan luistert er de tiende keer niemand. Ik had dit wat duidelijker kunnen zeggen. Mijn punt was: het zou kunnen zijn, dat ik ten onrechte zeg dat de komende decennia de tijd zal zijn van de openbaring van de antichrist – maar dan nog zeg ik niet ten onrechte dat hier sterke antichristelijke machten naar voren komen. Dat gold vergelijkbaar voor christenen in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen van hen zagen Adolf Hitler als dé antichrist. Dat was hij niet, maar wel een antichrist! Wie in hem dé antichrist zag, zat dichter bij de waarheid dan wie over hem de schouders ophaalde.

 

Zo geldt het naar mijn overtuiging ook voor de digitale techniek. Het zou kunnen dat ik een groter gevaar zie dan er is (al ben ik eerder bang dat ik te weinig alert ben...). Maar dan nog geloof ik dat je beter iets te waakzaam kunt zijn dan dat je ook maar enigszins te gemakkelijk meegaat in een beweging die bedwelmend werkt. Niemand die zich niet laat meenemen in de digitalisering zet daarmee zijn zaligheid op het spel, en evenmin verliest hij noodzakelijkerwijs de mogelijkheden om anderen over Christus te vertellen. Velen die wél zich daarin laten meenemen raken echter hoe langer hoe meer het eenvoudige leven met de Heere kwijt.

 

Ik gebruikte in dit kader het voorbeeld van een kievit die een kat wegjaagt. Kijk, als zo'n kievit zou reageren op iedere steen in het weiland, dan hield het beest geen energie meer over om voor de jongen te zorgen en om te strijden als er een écht roofbeest kwam. Als echter zo'n kievit reageert op een langslopende kat ook als die niet van voornemen was om eieren te gaan roven, dan heeft de vogel daarmee niets verloren. Immers, door aan te slaan op iedere kat wordt het beest niet minder waakzaam voor de echte rover, maar juist meer! Iedere reactie op een kat, zorgt ervoor dat zo’n vogel zijn signalement goed ingeprent houdt.

 

Coronacrisis

 

Toch kan het gevoel anders zijn. Iemand die erop gericht is gevaren te signaleren, kan op een gegeven moment ook in álles een gevaar zien. Zo zie ik dat in de coronacrisis, en dhr. Bolt stelt dat ik daarin overdreven heb. De invoeging van een vierde hoofdstuk, over de manier waarop de samenleving met corona omgaat, heeft naar zijn indruk mijn boek verzwakt. Zie ik inderdaad achter iedere hoek een (antichristelijke) vijand?

Hier wil ik niet uitvoerig op in gaan. Zoals hier boven reeds genoemd, heb ik een afzonderlijk boek geschreven over mijn evaluatie van de coronacrisis. Dus ieder die benieuwd is naar meer onderbouwing en verdieping van dit hoofdstuk uit De vijand rukt vast aan verwijs ik graag naar Méér dan corona.

 

Toch wil ik er op deze plaats wel enkele woorden aan wijden. Wat maakt nu, dat ik de manier waarop er met corona wordt omgegaan vind passen in het beeld van het komende rijk van de antichrist?

Dat heeft te maken met wat ik hierboven al benoemd heb. Het is niet voor niets, dat de kerken die meer dan 30 bezoekers toelaten bijna allemaal in reformatorische, en soms in evangelische, hoek te vinden zijn. Een neiging tot wereldmijding kan bijdragen aan een bij voorbaat wat sceptische houding. Dat herken ik in elk geval bij mijzelf. Mijn intuïtie zei, dat het onmogelijk kan dat een samenleving die steeds individualistischer wordt ineens echt gericht is op naastenliefde. Dat een overheid die op geen enkele manier rekent met God volstrekt wijze beslissingen zou nemen. Immers, 'de vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid'.

 

Natuurlijk heeft dit iets weg van een vooroordeel. Overigens, die heeft iedereen! Bij onze vooroordelen moeten we ons twee vragen stellen: komen ze voort uit een goed geestelijk inschattingsvermogen én zijn we daarin corrigeerbaar. Nu, ik heb mijn best gedaan om altijd bereid te zijn om mijn inschattingen te laten corrigeren. Mij scheen het echter toe, dat in plaats van dat het meeviel het vaak nog tegenviel. Veel van mijn bange vermoedens werden bewaarheid, veel van de besluiten die ik als dwaas zag werden bestendigd, bij de tweede golf heeft men maar nauwelijks lering getrokken van de kwaden uit de eerste golf en de samenleving is door een jaar coronacrisis bepaald niet meer 'samen' geworden. Hier zou veel over te zeggen zijn, maar ik beperk mij tot twee dingen.

  1. Verpleeghuizen
    Dhr. Bolt gelooft dat het goed is dat zij (nagenoeg) gesloten waren. Ik denk echter, dat je dit slechts kunt zeggen bij een eendimensionale visie op mens-zijn. Veel ouderen zijn nu al meer dan een jaar afgesloten van de samenleving. Velen kwijnen weg in eenzaamheid. Zaken die hun leven invulling gaven (een wandeling, bezoek aan de kinderen, een zanguur) zijn weggevallen. En dan te bedenken, dat tegenwoordig de gemiddelde tijd die mensen nog in een verpleeghuis hebben minder dan drie jaar is. Van die paar laatste jaren in hun leven is dus meer dan een derde verarmd en vermagerd. Met daarbij de vraag, hoe lang het nog gaat duren en wat de gevolgen zijn (mensen die de 'loop' naar het verpleeghuis kwijt zijn, vrijwilligers die niet meer op komen dagen, kleinkinderen die videobellen ook wel genoeg vinden). En als het dan nog maar zo was, dat sluiting van verpleeghuizen corona buiten de deur hield. Echter, ook in tijden van lockdown joeg de ziekte soms de tehuizen door. Kortom: ik ben ook een jaar nadat ik het boek De vijand rukt vast aan schreef nog steeds zeer van mening dat de balans ver te zoeken is.
     
  2. Digitalisering
    Dhr. Bolt zegt terecht, dat er goede aspecten zijn aan bijvoorbeeld videovergaderen. Je kunt heel praktisch een vergadering tussendoor plannen om in een uur enkele zakelijke punten af te handelen. Zo zou het kunnen dienen tot versterking van de gewone ontmoetingen, die daardoor meer diepgang kunnen krijgen. In de praktijk echter functioneert digitaal contact vaak ter vervanging. En dan is het een wezenlijke verarming. Dan zien wij elkaar steeds minder als mens met alle fysieke, geestelijke, emotionele en sociale aspecten die daartoe behoren. Dhr. Bolt stelt, dat we dankzij de digitale techniek toch nog wat contact konden houden. Ik ben er echter van overtuigd: zonder digitale techniek was er geen lockdown geweest (met alle dramatische gevolgen van dien). Kerkgangers zouden het niet uitgehouden hebben om zondag aan zondag thuis te zitten zonder uitzending. Dan zouden de kerkdiensten dus wél doorgegaan zijn. Wellicht (maar dat is nog zo zeker niet!) met meer gezondheidsrisico. Maar in elk geval met minder schade voor het geestelijk en sociaal bestaan van de mens. Het zou mooi zijn als het ons lukte de digitale middelen (die in potentie geweldig zijn!) puur goed konden gebruiken. Het drama is echter, dat ze ons verder uit elkaar drijven. En, daar ben ik van overtuigd, God meer uit beeld doen raken. Ze lijken meer op de toren van Babel dan op de tempel van Salomo.

Ten slotte

 

Zo heb ik een poging gedaan om niet alleen te reageren op kritiek van dhr. Bolt op mijn boek, maar om ook nog wat verder te kijken naar wat er nu áchter mijn andere inschatting ligt. Graag wil ik hen die uit een wat andere traditie afkomstig zijn uitdagen om kritisch te kijken naar een al te optimistisch omgaan met de verworvenheden van onze tijd.

Aan de andere kant wil ik mij graag laten corrigeren als ik mij vergist heb. In elk geval zullen we elkaar hard nodig hebben om de vinger te leggen bij de zere plek, om tijdig te signaleren waar de vijand zich bevindt, om scherp te zien welke wapens daar tegen nodig zijn en vooral om gezamenlijk de Heere aan te roepen om Zijn genadige hulp. Want 'bij ons is geen kracht tegen deze grote menigte, maar onze ogen zijn op U!' En vanuit die houding mag er de zekere verwachting zijn, dat Hij Zijn Kerk niet aan haar lot overlaat. Dat Hij haar zal bewaren, ook als zij zich wel eens vergist in haar inschatting van de vijand. En ook als zij wel eens faalt in het gebruik van de geestelijke wapens. ‘De vijand rukt vast aan’ maar ‘ons staat een sterke Held terzij’. Als wij dan maar aan Zijn kant staan!