Ethiek

Rond de Schrift

Signalen

De bezinningsgroep Rijnsburg e.o. belegt D.V. op 26 september a.s. een voorlichtingsavond over:

Schriftgezag en hermeneutiek (Bijbeluitleg)

Spreker: dr. R.T. (Dolf) te Velde.

Plaats: kerkgebouw GKv Rijnsburg, Katwijkerweg 1a, 2231 SE Rijnsburg.
Aanvang: 20.00 uur.
Zie verder onder Nieuwe artikelen, click Schriftgezag en hermeneutiek

 


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Een gesprek op het Kerkplein (deel 2)

D.J. Bolt
09-06-06

We ontmoetten de evangelisch-charismatische meneer Pinkster. Er ontspon zich een aardig gesprek tussen een stralende evangelicaal en een vierkante calvinist.We willen de essenties daarvan met u delen en wel op de volgende manier.Eerst geven we weer wat meneer Pinkster te berde brengt. Daarna openen we de Schrift.Tenslotte geven we onze opponent een gereformeerd antwoord. Die antwoorden moeten overigens niet worden opgevat en beoordeeld als strakke dogmatische bewijzen van gereformeerde opvattingen. Over niet al te lange tijd hopen we andere publicaties het licht laten zien waarin dieper op charismatische en evangelische leringen zal worden ingegaan. Onderstaande dialoogjes zijn meer 'uit het leven gegrepen' gesprekjes zoals je die zomaar moet voeren in familie- of kerkelijke omgeving. Ze proberen de essenties te geven van waar het in ons gereformeerde geloof en leven om draait in de confrontatie met pinster-gedachtengoed. Misschien kunnen ze worden gebruikt als basis voor nadere bijbelstudie.

Meneer Pinkster:

Toevallig was er ook Avondmaal die keer toen ik bij jullie was. Tjonge, tjonge, wat een sombere gezichten. Als de Heilige Geest in de gemeente werkt dan is er toch altijd blijdschap? Paulus zegt in Fil 4:4 Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u! En in 1Thes 5:16 Verblijdt u te allen tijde. Je kunt dat bij ons zien: de mensen klappen in de handen, zingen enthousiast, de kinderen hebben hun eigen inbreng met een toneelspel of ludieke actie. Dat is toch het ware leven door de Geest? Ik zou niet willen ruilen!

De bijbel open:

  • Er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, Prediker 3.
  • Wie met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien, Ps 126:5.
  • Jezus huilde en was boos en ontroerd, Joh 11.
  • Jezus had dodelijke angst, Luc 22:39-46.
  • Jezus was met ontferming bewogen, Mat 14:14.
    Paulus en Timotheus zuchten en zuchten. Maar ondanks alle verdrukking en ellende is er ook een heerlijkheid die alles overtreft, 2 Cor 4:7-5:10.
  • De Corinthiers treuren en zijn bedroefd door Paulus en hij is er blij om, 2 Cor 7:2-16.
  • Paulus zelf treurt om de zonde van anderen, 2 Cor 12: 11-21.
  • De Here ziet het hart aan, 1 Sam 16:7.
  • De Here Jezus haat uiterlijke vrome waarop mensen zich laten voorstaan, om geprezen te worden, Mat 23:25-39.
  • Een zoon eert zijn vader en een knecht zijn heer. Indien Ik nu een vader ben, waar is de eerbied voor Mij? en indien Ik een heer ben, waar is de vrees voor Mij? zegt de Here der heerscharen tot u, o priesters, die mijn naam veracht. En dan zegt gij: Waarmee verachten wij uw naam? Mal 1:6.
  • Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag, Heb 12:28.
  • ?dat de stromen in de handen klappen, de bergen tezamen jubelen, Ps 98:8.
  • Heft uw handen op naar het heiligdom en prijst de Here, Ps 134:2.
  • Laat mijn gebed als reukoffer voor uw aangezicht staan, het opheffen van mijn handen als avondoffer, Ps 141:2.
  • Ik strek mijn handen tot U uit, mijn ziel smacht naar U als een dorstig land, Ps 143:6.
  • Hoor naar mijn luide smekingen, als ik tot U roep om hulp, en mijn handen ophef naar uw binnenste heiligdom, Ps 28:2.
  • Alle gij volken, klapt in de handen, juicht Gode toe met jubelgeroep, Ps 47:1.
  • Zo wil ik U prijzen mijn leven lang, in uw naam mijn handen opheffen, Ps 63:4.
  • Mijn oog kwijnt van ellende; dagelijks roep ik U aan, o Here, ik breid mijn handen naar U uit, Ps 88:9.
  • Ik wil dan, dat de mannen op iedere plaats bidden met opheffing van heilige handen, zonder toorn en twist, 1Tim 2:8 .

Een antwoord:

Meneer Pinkster, uit vele, vele plaatsen laat de Bijbel zien dat er in een christenmens allerlei diepe emoties kunnen zijn: vreugde maar ook verdriet, vol vertrouwen maar ook angst etc. Dat kan voortkomen uit verlies van geliefden, gezondheid maar ook door zonden. Tegelijkertijd is en mag er ook altijd weer de blijdschap van het geloof zijn. Alle show daarmee of uiterlijk vertoon is uit de boze. De Bijbel is er heel duidelijk over dat in ons altijd weer vreugde en verdriet tegelijkertijd hun plaats (mogen) hebben.

Op zichzelf is er niets tegen als mensen op opgeheven handen bidden. Dat is zelfs mooi. Maar er is ook niets tegen dat we met gevouwen handen eerbiedig God aanroepen. Dat is een vorm. Norm is eerbied en ontzag. Zo worden gereformeerde erediensten ingericht, zodat je voelt: wij zijn hier bijeen en de Here, die grote majesteit die tegelijkertijd onze Vader wil zijn, is in ons midden. Dat betekent ook grote blijdschap want wij zijn verloste kinderen. Met berouw en na bekering van onze zonden mogen we weer vrijuit gaan.

Dus er is alle ruimte voor het brengen van Gods lof in psalmen en gezangen. 150 authentieke bijbelse psalmen, meneer Pinkster, door de Heilige Geest geïnspireerd! Die zingen we, uit volle borst. Prachtig om door de Heilige Geest geïnspireerde liederen te zingen voor alle situaties in een mensenleven. Daarbij willen we ook graag gezangen zingen waarin op nieuwtestamentische wijze het heil wordt bezongen. Die gezangen moeten wel echte kerkliederen zijn. Want daaraan moeten liederen in een gereformeerde kerkdienst voldoen. Vergelijkbaar met de dichterlijke eigenschappen van de psalmen. Dus geen oppervlakkige liederen waarin eindeloos hetzelfde herhaald wordt, maar echt liederen met inhoud.

U mist bij ons blijdschap en ziet alleen maar sombere gezichten. Dat vinden wij maar een oppervlakkig en zwart-wit oordeel. Bij u zou altijd maar blijdschap zijn. Wij weten echter van mensen uit uw kring, dat niet zelden de getoonde blijdschap dwangmatig is. Want blij, blij, blij-zijn móet.
Dat is inderdaad bij ons niet zo. Mensen komen aan het Heilig Avondmaal bijvoorbeeld, met hun 'hele hebben en houden'. Met hun moeiten, zonden, noden en met blijdschap en vreugde om de vergeving en het nieuwe begin. Levensecht want voor de Levende is niets verborgen. Daarom kan enthousiast gezongen worden maar ook gehuild. Daarom mag er frank en vrij aangegaan worden maar ook met schroom en in ootmoed.
Als u nog eens iets aardigs wilt lezen over wat er in die "sombere" hoofden omgaat moet u es het boekje van Ewoud Gosker lezen: "Avondsmaalgangers". U hebt dan vast een ander oordeel.

De vreugde is er: in de diepte. Misschien zou je het met een huwelijk kunnen vergelijken. In de periode van verliefdheid kun je aan de buitenkant zien dat die twee mensen bij elkaar horen en intensief op elkaar betrokken zijn. Torteltjes! Maar als er 25 huwelijksjaren voorbij zijn zie je dat niet meer zo. Integendeel we zouden het zelfs een beetje vreemd vinden als een echtpaar op leeftijd zo met elkaar omging. Betekent dat dat de liefde minder is geworden? In een goed huwelijk: integendeel! Er is een band ontstaan die veel en veel sterker is geworden, de liefde is verdiept. Dat merk je ook als buitenstaander, zonder allerlei demonstratieve uitbundigheid. Zo gaat het ook met een levend geloof.

Meneer Pinkster:

Bij ons gelooft iedereen bewust. Je doet belijdenis van je geloof en dan word je gedoopt. Zo staat het ook echt letterlijk in de Bijbel, in Markus 16:16: o.a: Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn die zal zalig worden. Kinderen kunnen het geloof toch nog niet aanvaarden? Je moet het toch uit overtuiging doen?
Nergens in de Bijbel staat dat je kleine kinderen moet dopen. Integendeel. Pas als je zelf bewust uit vrije wil het evangelie aanvaardt, kun je worden gedoopt. Zo staat het in de bijbel b.v. Rom 10:10: Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis. Nou dan?!

De bijbel open:

  • Gen 17:7 Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn.
  • Gen 17:10 Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde;
  • Gen 17:12 Wie acht dagen oud is, zal bij u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in uw huis geboren is, als wie van enige vreemdeling voor geld is gekocht, doch niet van uw nageslacht is.
  • Rom 4:11 En het teken der besnijdenis ontving hij als het zegel der gerechtigheid van dat geloof, dat hij in zijn onbesneden staat bezat. Zo kon hij een vader zijn van alle onbesneden gelovigen, opdat hun de gerechtigheid zou worden toegerekend,
    Rom 4:12 en een vader van de besnedenen, voor hen namelijk, die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar die ook treden in het voetspoor van het geloof, dat onze vader Abraham in zijn onbesneden staat bezat.
  • Col 2:11 In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook medeopgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt.
  • 1Joh 4:10 Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden.
  • Hand 2:39 Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal.
  • Hand 16:14 En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster uit de stad Tyatira, die God vereerde, hoorde toe, en de Here opende haar hart, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen door Paulus gezegd werd. En toen zij gedoopt was en haar huis, nodigde zij ons, zeggende: Indien gij van oordeel zijt, dat ik de Here getrouw ben, neemt dan uw intrek in mijn huis. En zij drong ons ertoe.
  • Rom 4:16 Daarom is het [alles] uit geloof, opdat het zou zijn naar genade, en dus de belofte zou gelden voor al het nageslacht, niet alleen voor wie uit de wet, maar ook voor wie uit het geloof van Abraham zijn, die de vader van ons allen is,
  • Rom 9:6 Maar het is niet mogelijk, dat het woord Gods zou vervallen zijn. Want niet allen, die van Israel afstammen, zijn Israël, en zij zijn ook niet allen kinderen, omdat zij nageslacht van Abraham zijn, maar: Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken.
  • 1 Kor. 1:16 Ook heb ik het gezin van Stefanas gedoopt;
  • Rom 11:15 Want, indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden? Zijn de eerstelingen heilig, dan ook het deeg, en is de wortel heilig, dan ook de takken. Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot daartussen geent zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen,
  • Gal 3:7 Gij bemerkt dus, dat zij, die uit het geloof zijn, kinderen van Abraham zijn. En de Schrift, die tevoren zag, dat God de heidenen uit geloof rechtvaardigt, heeft tevoren aan Abraham het evangelie verkondigd: In u zullen alle volken gezegend worden.
  • Kol. 2:11 In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensen handen is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Chirstus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop.
  • 1Petr 2:9 Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht

Een antwoord:

Het lijkt er sterk op, meneer Pinkster, dat u gelijk hebt met de teksten die u aanhaalt. Maar er staat meer in de Bijbel.
Als gereformeerden geloven we dat God zich maar niet losse individuen maar een volk verkiest. Met Abraham sloot God een verbond om hem tot een groot volk te maken. En als teken daarvan stelde de Here de besnijdenis is. Alleen voor Abraham? Nee, alle jongens-babies moesten ook worden besneden. Als teken en verzegeling van de beloften aan Abraham gegeven. Dat moet u tot nadenken stemmen want het teken van het verbond was ook een zegel van de gerechtigheid van Abrahams geloof! Toch moesten die kleine kinderen die nog niet geloofden worden besneden!

Maar, zult u misschien zeggen, dat was het Oude Testament en daar hebben we op dit punt niets meer mee te maken. Echter, we hebben uit de Schrift geciteerd dat wij ook kinderen van Abraham zijn, behoren bij het volk van Abraham. Nog sterker wij mogen ons tot het volk Israël rekenen. Dus alweer niet maar individuele mensen maar een volk, een heilige natie, een volk als Gods eigendom. Zou het verbond nu ineens niet meer bestaan? Dat zou wel heel vreemd zijn?

Het teken van het verbond is wel veranderd. Dat is heel eenvoudig omdat in het OT bloed moest vloeien als symbool van het nog komende lijden en sterven van Jezus Christus voor de zonden. Na zijn opstanding is die bloedstorting niet maar nodig maar mogen we leven uit de afwassing van de zonde door het bloed van Christus dat gesymboliseerd wordt door het doopwater.
Dat hebben wij maar niet verzonnen, dat geeft Paulus ook aan als hij spreekt over de doop als de besnijdenis van Christus. Ook bij ons gaat de belijdenis van het geloof vooraf aan de doop. Echter in de situatie van de overgang vanuit het heidendom naar het volk van God. Precies als in de situaties van het NT waarin volwassen heidenen tot het geloof komen!

Eigenlijk is het merkwaardig dat wij verdedigen moeten dat onze kinderen bij het verbond behoren en dus gedoopt behoren te zijn. U zou moeten aantonen dat er een kloof ligt tussen het oud- en het nieuw-testamentische verbond. Naar onze mening is er niets dat deze kloof rechtvaardigd. Integendeel wij voelen ons blij elke keer als er weer een babytje gedoopt mag worden en de drie-enige God verklaart dat Hij Vader ook van dit kind wil zijn, de Here Jezus het zijn zonden wil verzoenen en de Heilige Geest in het wil wonen. Prachtig!