Ethiek

Rond de Schrift

Signalen

De bezinningsgroep Rijnsburg e.o. belegt D.V. op 26 september a.s. een voorlichtingsavond over:

Schriftgezag en hermeneutiek (Bijbeluitleg)

Spreker: dr. R.T. (Dolf) te Velde.

Plaats: kerkgebouw GKv Rijnsburg, Katwijkerweg 1a, 2231 SE Rijnsburg.
Aanvang: 20.00 uur.
Zie verder onder Nieuwe artikelen, click Schriftgezag en hermeneutiek

 


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Een discussie over de Emmas - Ronde 3

D.J. Bolt
25-12-05


Emmaüs - de weg van het geloof

We discussiëerden hierover met dr. Stefan Paas. In de vorige weken werden deel 1 en 2 geplaatst, nu 'Ronde 3'.


RONDE 3

----- Original Message -----
From: D.J. Bolt
To: 'Stefan Paas'
Sent: Thursday, November 27, 2003 10:11 PM
Subject: Nieuwe vragen

Beste br Paas,
 
Allereerst mijn excuses dat het vrij lang geduurd heeft voordat ik met een reactie kom op uw laatste schrijven. Dat komt mede door veel drukte in mijn ambtswerk.
Bovendien wilde ik het een en ander lezen voordat ik weer reageerde. Eigenlijk ben ik daar nog niet geheel mee klaar maar wil toch niet langer wachten.
Hartelijke dank voor uw uitgebreide beantwoording van mijn voorgaande email.
Ik volg in mijn reactie de essenties van de punten die u hebt aangedragen.
 
1.
In het materiaal komen inderdaad regelmatig verwijzingen voor naar de gereformeerde belijdenisgeschriften. En dat is een goede zaak en daar ben ik blij mee. Met aanpassingen door degenen die de cursus geven is natuurlijk ook veel te ?redden?. Maar voor mij blijft het toch een moeilijk punt dat een evangelisatiecursus door de breedte van de doelgroep zijn ?fundament? zou moeten versmallen. Het ligt misschien aan mij maar ik begrijp niet dat (om het maar even scherp neer te zetten) het materiaal om de SOW doelgroep zou moeten worden aangepast. Juist in deze kerken is het verwoestende karakter van het niet meer onfeilbaar houden van de Schrift op alle punten, een oorzaak geworden van ongebreidelde schriftkritiek en massale kerkverlating. Ik blijf het teleurstellend vinden dat we blijkbaar als drie (orthodox-) gereformeerde richtingen (laat me het zo gemakshalve noemen) niet een onversneden gereformeerde evangelisatiecursus hebben kunnen ontwikkelen.
Ik denk ook dat we er misschien in deze tijd niet zelden een te hoge pet van op hebben dat voor evangelisatie enthousiaste mensen wel door hebben waar dwaling is ingeslopen. Een cursus van Emmaüs wordt/zal ook worden gebruikt om het kennis- en inzichtniveau van eigen gemeenteleden ?op te peppen?. Dan moet je eigenlijk materiaal hebben dat zich op alle punten met de Schrift en belijdenis verdraagt.
 
2.
Het verschil tussen historisch-kritisch en schriftkritisch is mij duidelijk (geworden). Ik noteer ook met dankbaarheid dat u u wilt inspannen om in de volgende druk van de Emmaüs de ideeën over het begin van de geschiedenis te laten wijzigen.
Toch heb ik nog wel vragen over uw betoog.
 
In de eerste plaats zou ik graag verduidelijking willen hebben over de veel door u gebruikte term ?exact-historisch?.
Ergens schrijft u ?Nergens in het E-materiaal wordt ontkend dat Adam en Eva historische personen waren of dat God de wereld geschapen heeft. Als ik het goed begrijp, wordt niet het 'dat' ontkend, maar wil men zich niet te zeer uitspreken over het 'hoe'. Met andere woorden, in het materiaal zult u niet tegenkomen dat Gen 1-11 een letterlijke en exact-historische beschrijving geven van de toedracht van het beschrevene?.
Kennelijk is er een verschil tussen ?historisch? en ?exact-historisch?. Eerlijk bezegd begrijp ik dat niet goed. Laat me vragendervorm proberen mijn onbegrip toe te lichten.
Als Adam en Eva historisch personen zijn geweest, waren het dan personen, als u en ik, die hen daar zoveel duizenden jaren, zeg 10.000, geleden hadden kunnen ontmoeten en waarmee we hadden kunnen praten en vreugde bedrijven? Daar in de prachtige omgeving van het goudland Chawilla, omsloten tussen de rivieren Euphraat, Tigris, Pison en Gichon? Zouden wij op een gezamenlijke wandeling door de hof de kennisboom van goed en kwaad hebben kunnen bewonderen? Misschien een sprekende slang hebben kunnen horen? Of is dit te exact-historisch
En, als ?historisch? zo iets betekent als dat het paradijsverhaal wel gebeurd is maar het geen feiten zijn dan heb ik grote behoefte aan een nadere uitleg van de onbekommerde referenties van de Here Jezus en Paulus aan historische (in de klassieke betekenis) personen en feiten in Genesis. Hebben zij zich vergist of was hun dit onderscheid tussen verschillende typen geschiedschrijvingen ook al bekend en maakte ze daar gewoon gebruik van?
Daar zit bij mij wel een grote moeite. Het heeft ook bepaald invloed op mijn geloof. Want een centraal punt in het begin van Genesis is de zondeval. Zonder zondeval is de bijbel niet te begrijpen, valt de bodem uit het evangelie en ook mijn geloof. Kan ik hierin uit de voeten met het onderscheid tussen historisch en exact-historisch? Ik vrees van niet. Want een zondeval die niet-feitelijk gebeurd is doet mij (opgevoed in logica als ik ben) vermoeden dat uiteindelijk ook van het lijden, sterven en de opstanding van onze Heiland zou kunnen worden gezegd: wel gebeurt maar geen feit, niet exacte historie. En zoals u natuurlijk ook weet zijn er gevierde predikanten die dat zich permitteren te leren?
 
3.
Graag wil ik nog een tweede vraag stellen in dit verband.
U stelt ergens: ? Het punt is dat de Evangeliën heel andere teksten zijn dan Gen 1-11. We kunnen daarom niet zomaar de lijn doortrekken. In de Evangeliën zijn de gebeurtenissen dateerbaar, er worden historische personen en plaatsen genoemd, de locatie is duidelijk, er worden getuigen aangehaald, Lukas zegt dat hij het goed onderzocht heeft enz. De bedoeling van de Evangeliën is duidelijk een betrouwbaar historisch beeld te geven van wie Jezus was en wat Hij deed?.
Ik verwoord mijn onbegrip maar weer in vragen als u het goed vindt:
 
?         Wat is precies het verschil in karakter tussen beide teksten en waar moet dat uit blijken? Waarom is een dag in Genesis een andere dan in het NT? Waarom zou de beschrijving van de paradijslokatie met namen van rivieren die we nog kennen van minder historisch gehalte zijn dan de plaatsaanduidingen in het NT? Zijn de Genesis geslachtsregisters (in de eerste tien hoofdstukken) kwalitatief minder waard dan die van de Here Jezus in Mattheüs en Lukas? Op grond waarvan? Er worden daar toch ook historische (in de klassieke betekenis) namen en plaatsen genoemd?
?         ? De bedoeling van de Evangeliën is duidelijk een betrouwbaar historisch beeld te geven?, schrijft u. Mee eens, hoewel ik een beetje kriebels voel bij 'beeld'. Accoord, als we er mee bedoelen dat natuurlijk niet alles uit het leven van de Here Jezus kan worden beschreven want er zijn daarvoor geen boeken genoeg in de wereld. Dus beeld, zoals ik van een overledene een aantal feiten, eerlijk en onverzonnen, adequaat, niet overdreven noch onderbelicht, naar voren breng om zijn leven te typeren. Dus ook geen uitputtend verslag als van vaderlandse geschiedenis waarin alle feiten aan de orde en tot hun recht komen (bestaat dat trouwens en is dat wel geschiedschrijving?). 
?         Als ik nu in bovenstaand ontboezemingen ?Evangeliën? door ?Boeken van Mozes? vervang waar gaat het dan fout?
 
Even verder dan bovenstaande aanhaling schrijft u i.v.m. wat vragen over o.a. de tempelreiniging: ?Blijkbaar veroorloofden de evangelisten zich wel enige vrijheden om datgene wat zij wilden zeggen over Jezus duidelijker naar voren te brengen. Dit hoeft niet in strijd te zijn met de betrouwbaarheid van het geschrevene, maar het betekent wel dat wij er erg voor moeten oppassen ons idee van wat een historisch correct verslag is te projecteren op de Bijbel?.
Ik heb een poos tegen deze zinnen aangekeken en word er onrustig van. ?Zich vrijheden veroorloven? klinkt niet positief, doet denken aan tekort aan de integriteit ondanks de ongetwijfeld goede bedoelingen van de schrijvers. Zich vrijheden veroorloven en toch betrouwbaar zijn? En waar moeten we nu precies erg voor oppassen? Voor ons onterechte begrip van wat een historisch verslag moet zijn of moeten we oppassen voor de aanname dat feiten in het NT ook (altijd) feiten zijn?
 
Wat ik eigenlijk in onze gedachtenwisseling hoe langer hoe meer ga missen is ons geloof in de goddelijke onfeilbaarheid en de geïnspireerdheid van de Schrift. Ik denk daarbij aan de bekende verzen uit 2Petr 1:20, 21 en Openb 22: 18, 19, vergelijk ook Matt 5: 17-19. Het is toch zoals wij in onze gereformeerde kerken leren de Heilige Geest die de Schrift heeft laten schrijven. Is dan niet de kernvraag: Waar halen wij de argumenten vandaan om feiten, als historie gepresenteerd, ter discussie te stellen?
Ging het m.n. ook niet daarom in 1926? Om te laten staan wat er staat en geen andere interpretatie toe te laten dan die zich bedient van argumenten uit de Schrift zelf? Tenminste dat heb ik er van over gehouden.
 
Het is waar dat Darwin onze discussie heeft verlevendigd. Niet zelden in gesprekken met ongelovige collega?s komt de schepping aan de orde. Stel ik de schepping aan de orde. Want ook heidenen kunnen Gods eeuwige kracht en goddelijkheid zien in zijn schepping zodat hun elke verontschuldiging zal worden ontnomen (tussen haakjes, kijk eens naar http://heritage.stsci.edu/gallery/galindex.html: ongelooflijk!!). Dan kun je Gods majesteit van het sprekend (?Hij sprak en het was er!?) zetten tegenover het ongelooflijk kronkelen van menselijke logica om maar vast te houden aan big bang en evolutie. Wat biedt een plaatje van een minuskule bombardeerkever, waarvan er een op mijn kamer hangt een getuigenis van de grootheid van God! Ik kan eerlijk gezegd in zulke situaties maar moeilijk uit de voeten met vage verhalen over historiciteit, eigenlijk. Moet ik voordat ik mijn collega?s vertel hoe het nu zit met ?die Adam, Eva en de appel? eerst Apeldoorn of Kampen bellen hoe het nu precies wetenschappelijk in elkaar steekt met dat begin van de bijbel? Daar wringt iets.
 
Waarom zouden we ons als gereformeerde christenen niet gewoon bevrijden van eindeloze discussies over historiciteit van de Schrift met name in Genesis, en de machtige Schepper samen onbekommerd gaan loven over het Zijn werk bij de dageraad van de schepping zoals Hij dat heeft geopenbaard?
 
Met vriendelijke groet,
 
D.J. Bolt
 
PS: Graag wil ik proberen Augustinus op dit punt te lezen. Waar kan ik het citaat vinden?
 

-----Oorspronkelijk bericht-----
Van: Stefan Paas [mailto:s.paas@cgk.nl]
Verzonden: dinsdag 2 december 2003 12:22
Aan: D.J. Bolt
Onderwerp: Re: Nieuwe vragen

Beste broeder Bolt,
 
Graag ga ik kort in op uw nieuwe brief. Een en ander lezend vraag ik me af of we elkaar niet beter eens kunnen ontmoeten, in plaats van te schrijven, maar dat laat ik graag aan u over.
 
Om bij het slot van uw brief te beginnen: dat is me uit het hart gegrepen. Deze zinnen over het loven van de Schepper, zijn nu precies waarop Emmaüs inzet. We kunnen ons wat mij betreft inderdaad bevrijden van eindeloze discussies. Deze leiden in het algemeen slechts tot hete hoofden.
 
Iets verder terug in uw brief spreekt u over de goddelijke onfeilbaarheid en de inspiratie van de Schrift. U meent dat te missen in onze gedachtenwisseling. Maar, houd mij ten goede, dat is toch juist het uitgangspunt en de drijfveer van ons gesprek? Anders was deze briefwisseling in het geheel niet nodig en in het beste geval een dialoog tussen doven. Als ik niet van mening was dat de Schrift onfeilbaar en geïnspireerd is, kon ik uw brief afdoen met een enkele zin: "Beste broeder, u gelooft blijkbaar dat de Bijbel onfeilbaar is en ik geloof dat niet". Dan hadden we onze posities bepaald en waren we er klaar mee. Onze kwestie is nu juist dat wij beiden van harte geloven in de onfeilbaarheid van de Schrift. Ons verschil van mening (als ik het zo moet zeggen) gaat niet over de vraag of de Schrift wel met goddelijk gezag spreekt, maar over de vraag wat de Schrift precies wel wil zeggen en wat niet. Met andere woorden: waarover gaat die onfeilbaarheid precies?
Onze belijdenis spreekt van de onfeilbaarheid van de Schrift. Art. 2 van de NGB zegt dat God zich in zijn Woord aan ons te kennen geeft, "voorzover dit in ons leven nodig is tot zijn eer en tot heil van de zijnen". Art. 5 zegt dat wij ons geloof naar de Schriften richten, het daarop gronden en het geloof daarmee bevestigen. Wij geloven "alles wat de Schriften bevatten". Art. 7 ten slotte zegt dat de Schrift alles volkomen bevat wat nodig is voor ons behoud.
Nu, wat mij betreft over al deze zaken geen twijfel. Maar, zoals al vaak opgemerkt, laten deze artikelen wel ruimte voor uitleg. Wat de Schriften precies bevatten, zullen we moeten onderzoeken, voordat we het kunnen kennen.
 
In de rest van uw brief staan twee zaken centraal: (1) wat is het verschil tussen 'historisch' en 'exact-historisch'? en (2) wat is het verschil tussen Gen 1-11 en de Evangeliën?
Ik geef meteen toe dat de terminologie 'historisch/exact-historisch' wat onnauwkeurig is. Wat ik met 'historisch' bedoel is dat een tekst wel degelijk informatie bevat over een tijd in het verleden, zonder dat direct vaststaat hoeveel informatie dat is, vanuit welke visie die informatie gegeven wordt enz. Dat zal onderzocht moeten worden, door nauwkeurig te lezen en te vergelijken. 'Exact-historisch' gaat verder: deze leeswijze gaat er van uit dat er al een antwoord is gegeven op de vraag op welke manier een tekst historisch is. Dat is namelijk zo exact en feitelijk mogelijk. Daarmee zet je een schriftvisie op hetzelfde niveau als de Schrift zelf.
Wat ik wilde duidelijk maken is dat we kunnen zeggen dat Gen 1-11 'historisch' zijn, d.w.z. ze zijn niet louter verbeelding. Maar op welke manier ze historisch zijn, zal nader onderzocht moeten worden. U geeft zelf ook aan dat uitputtende en exacte geschiedschrijving misschien helemaal niet tot de mogelijkheden behoort. Ik denk inderdaad dat dit een 19e-eeuwse mythe is, die terug te voeren is op filosofen als von Ranke en Troeltsch. Zij stelden dat geschiedschrijving moet zeggen 'hoe het eigenlijk geweest is' en dat die ons in aanraking moet brengen met de blote feiten, onbevooroordeeld en objectief. Tegenwoordig weten we (en daarvoor wisten ze het ook) dat dit een onmogelijke en zelfs onwenselijke eis is. Geschiedschrijving is altijd selectie en kleuring. En is dat erg? Zolang er niet gelogen, gedraaid en verdoezeld wordt, is het toch niet erg dat een schrijver een bepaalde visie wil overdragen door de feiten te kleuren en op een bepaalde manier te rangschikken? Zeker niet als die schrijver uiteindelijk de Heilige Geest is. Dan hebben wij zelfs extra goed te kijken hoe een geschiedenis of verhaal verteld wordt en leiden wij onszelf misschien wel weg van de boodschap door te eisen dat het wel allemaal 'exact' zo gebeurd moet zijn.
 
In het bijgevoegde artikel, dat ooit werd gepubliceerd in Wapenveld en in Bijbel & Wetenschap (nu Ellips) ga ik wat nader in op deze kwesties. Misschien verheldert het wat. Ik neem aan dat het ook het e.e.a. duidelijk maakt over het verschil tussen Gen 1-11 en de Evangeliën. Zo niet, dan moeten we het daar misschien nog eens over hebben. Een van de belangrijkste verschillen vind ik, hoe dan ook, dat de Evangeliën getuigenverslagen zijn en dat kunnen we niet zeggen van de eerste hoofdstukken van Gen. Er was niemand bij de schepping.
 
Ten slotte: wat de verwijzingen betreft van Jezus en Paulus naar het OT. Volgens mij hebben die geen betrekking op de door ons gevoerde discussie. Deze verwijzingen beslissen niet over het verschil tussen 'historisch' en 'exact-historisch'. Overigens zijn er verschillende manieren denkbaar waarop zij kunnen verwijzen naar personen en plaatsen in Genesis, zonder dat dit meteen moet betekenen dat ook alles wat er in Gen over deze persoon gezegd wordt precies zo gebeurd is. Voor christenen zou er alleen een moeilijkheid zijn wanneer Jezus en Paulus wisten dat het anders was, maar niettemin bewust de waarheid verdraaiden. Maar dat is niet het geval. Een paar mogelijkheden:
1. Als ik zeg: "Ik voel me precies zoals Roodkapje zich voelde in dat donkere bos", betekent dat niet dat Roodkapje dus een historische persoon is. Met andere woorden, dergelijke verwijzingen kunnen best betrekking hebben op fictieve personen.
2. Jezus (als mens) en Paulus wisten niet alles. Jezus geeft zelf aan dat Hij niet weet wanneer Hij terug zal komen. Dat weet alleen de Vader. Paulus wist niet meer precies wie hij gedoopt had (1 Kor 1). Zijn goddelijke inspiratie strekte zich niet uit over elk aspect van zijn kennen, maar alleen over die zaken waarvan God het nodig vond. Ik verwijs naar de citaten uit de NGB hierboven: de Schrift geeft genoegzame en onfeilbare informatie voor onze zaligheid, maar dat betekent niet dat elk feitje in de Schrift daarmee op hetzelfde niveau komt. De Bijbel spreekt van herkauwende hazen, van een platte wereld met een hemelkoepel erboven en wateren eronder enz. Dat is allemaal informatie die toendertijd als correct gold, maar nu niet meer. Op onze zaligheid heeft dergelijke informatie geen invloed.
3. Als Jezus en Paulus wel door God waren geïnspireerd met alle informatie over de bovenstaande zaken (dus up to date waren gebracht met de modernste natuurkundige inzichten, precies alles wisten over auteurschap van alle bijbelboeken enz. enz.), dan kunnen zij zich aangepast hebben aan de kennis van hun toehoorders. Sterker nog, we weten dat zij dat deden. Jezus legde zijn heerlijkheid af en werd de mensen gelijk. Paulus wilde alles worden voor allen om er enigen te winnen. Als dit ook geldt in deze opzichten, maken zij duidelijk dat het blijkbaar niet van het grootste belang was in verband met hun missie dat mensen deze dingen allemaal zouden weten.
 
Volgens mij zijn al deze mogelijkheden te verzoenen met het geloof in de onfeilbaarheid en goddelijke inspiratie van de Schrift.
 
Het citaat van Augustinus was een eigen vertaling uit zijn boek De genesis ad litteram. Er is geen Nederlandse vertaling in de handel, wel een Engelse: St. Augustine, The Literal Meaning of Genesis, translated and annotated by John Hammond Taylor, S.J., 2 vols. (New York: Newman Press, 1982).
 
Met vriendelijke groet en hoogachting,
Stefan Paas        

(wordt vervolgd)