Ethiek

Rond de Schrift

Signalen

 



 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Verbond (2)

 

N. van Dijk
18-05-13

 

In deze tijd, waarin steeds minder aandacht is voor wat de Bijbel zegt over het verbond, willen we een aantal artikelen van ds. W.M. van der Linden (HHK) onder de aandacht brengen. Hij schreef ze in het kerkblad van de Hersteld Hervormde Kerk. Hij constateert een toenemende individualisering in onze tijd, met als gevolg dat er minder aandacht is voor de geschiedenis en het individu en zijn beleving centraal staan. De keuze van de mens is leidend, zo kiezen we ook een gemeente waar we ons prettig voelen. Het ontbreekt aan besef dat de Heere je een plek gaf in een gemeente. Toch heeft het verbond een grote plaats in Gods Woord, het loopt als een rode draad door de Schrift:

 

“Een juiste visie op de waarde en vastheid van het verbond van God moet bewaren voor de grillen van menselijke keuzes en de waan van de dag van de huidige belevingscultuur. De kerk wordt niet gedragen door onze keuzes, maar door het verbondsmatige handelen van God door de eeuwen heen. Alleen zo houden we ook zicht op de breedte van de gemeente. Dan horen ook die mensen erbij, die ikzelf niet direct zou hebben uitgekozen, maar toch door God in het gezin van de gemeente zijn geplaatst”.

 

In het Oude Testament staat steeds het verbond van God centraal. Hij gaat met de mensen om door met hen in een verbond te treden. Adam, als vertegenwoordiger van de mensheid, stond in een verbondsrelatie tot zijn Schepper. Bij de verbondssluiting met Noach lezen we voor het eerst ook het woord ‘verbond’. God verbindt zich met mensen, met zondaren. De leer van Gods verbond met mensen brengt ons bij het hart van het Evangelie:

 

“Welk groter feit heeft er in de wereld ooit plaatsgehad, dan dat God, de Schepper van het heelal, Zich door middel van een verbond met ellendige en door de zonde verdorven stervelingen verbonden heeft?”

 

In de Bijbel komt het woord ‘verbond’ vele malen voor. Heel het samenleven in Israël wordt eigenlijk door de verbondsgedachte bepaald. Een verbond is ten diepste onverbreekbaar en verbondsafspraken gaan door in de geslachten. In de Bijbel zien we vaak verdragen tussen gelijkwaardige partners. Maar bij het sluiten van een verbond tussen God en de mensen gaat het niet om een verdrag tussen gelijkwaardige partners. Hier gaat de verbondssluiting van God uit en niet van de mens. Het komt tot eenzijdig tot stand door Gods eenzijdige verkiezende liefde. Het heil heeft niets met onze prestaties te maken maar alles met Gods welbehagen. Wel wordt de mens  verplicht tot gehoorzaamheid aan de voorschriften die binnen het verbond zijn gegeven. Het verbond bevat de schatten van vergeving van zonden, levensheiliging. We ontvangen deze zegeningen niet als een automatisme maar als “arme, verlegen zondaren”. Het vraagt bekering en geloof en het zoeken van de genade in Christus.

 

“Als psalm 103 spreekt over Gods verbondstrouw tot in het late nageslacht, dan wordt daarbij gezegd: aan degenen, die Zijn verbond houden, en die aan Zijn bevelen denken, om die te doen. Aan die zaken verbindt de HEERE dus Zijn verbondszegen”.

 

We lezen vaak dat Israël het verbond niet houdt door ontrouw en ongehoorzaam te zijn, dikwijls wordt gekozen voor de goden van de heidenvolkeren. Als Israël niet gehoorzaamt, treedt de vloek van het verbond in werking. Richters en profeten kondigen dit aan maar steeds blijft er de mogelijkheid van terugkeer. Zo zal bij het oordeel van de ballingschap een rest van het volk van God terugkeren “vanwege de belofte, vanwege de Messias, de Knecht des HEEREN”. De HEERE gaat zelf voor de gehoorzaamheid zorg dragen, Hij vernieuwt het verbond:

 

“Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken (Jer. 31:33-34)”.

 

Deze profetie komt in Jezus Christus in vervulling,

 

“Hier schittert Zijn genade, door Zijn werk komt er een nieuwe verhouding tussen God en zondige mensen. Dit nieuwe verbond is vast in Zijn bloed. De Heere Jezus is de Middelaar van het verbond. Het is door Zijn verdienste dat de zegeningen van het heil, zoals de vergeving van zonden en een nieuw leven, kunnen worden uitgekeerd aan zondige mensen. Waar dat door de Heilige Geest gebeurt, gaan we Gods verbond houden met ons hele hart”.