Ethiek

Rond de Schrift

Signalen

 



 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Hamilton en Hermeneutiek (6) – Kritiek op de Schrift

D.J. Bolt

22-03-14

 

Hoe moet de Schrift worden uitgelegd? In de loop van de laatste anderhalve eeuw zijn er veel methoden ontwikkeld die de Bijbel (zeer) kritisch benaderen. Soms bleef er van het geloof in Gods betrouwbare openbaring niet veel meer over dan een waardering voor een mooie literair geschrift uit vervlogen tijden. Het is daarom te meer boeiend te luisteren naar gereformeerde wetenschappers hoe zij de Schrift benaderen en uitleggen. En dat gebeurde in Hamilton heel concreet. In een drietal toespraken werden methoden van uitleg toegelicht en ook toegepast op een gedeelte van de Schrift.

 

De sprekers en hun onderwerpen waren: 

  • Prof. dr. C. van Dam – Emeritus-hoogleraar Oude Testament, Seminary Hamilton
    Interpreting Historical Narrative: Questioning a Methodology / Interpretatie van het historische verhaal: een methode gewogen
  • Dr. K. van Bekkum – Docent Oude Testamant, Universiteit Kampen
    Some Remarks on the Reformed Hermeneutics of Biblical Historical Narrative / Enige opmerkingen over de gereformeerde hermeneutiek van het Bijbelse historische verhaal
  • Prof.dr. J. Smith – Hoogleraar Oude Testament, Seminary Hamilton
    The Structure of Jeremiah: Confessional Integrity and Quality Control / De structuur van Jeremia: confessionele integriteit en kwaliteitsbewaking

In deze publicatie geven we uitgebreide samenvattingen van hun betogen. Degenen die voldoende Engels machtig zijn kunnen de video van de volledige toespraken vinden op de website van het Seminary, http://www.canadianreformedseminary.ca/general/conference2014.html

 

De hooggeleerde broeders gingen ook samen in discussie over hun bijdragen. Dat is een interessante aangelegenheid geworden die we graag de volgende keer willen weergeven. 

 


 

Interpretatie van het historische verhaal: een methode gewogen

 

Vrijdagmiddag 17 januari 2014

 

Toespraak prof. dr. C. van Dam

 

Sommige delen van de Schrift verhalen heel duidelijk historische gebeurtenissen. Behoudende geleerden onderscheiden daarbij waarheidsclaim en waarheidswaarde. Om de betekenis van een tekst te bepalen moet eerst de waarheidsclaim, de waarheid die het beweert te vertolken worden bepaald, en vervolgens nagegaan of de tekst ook werkelijk die waarheidswaarde bezit.

Deze methode schept problemen. Laten we het geschiedenisverhaal van Jozua tot en met Koningen in ogenschouw nemen.

 

Hoofdzaak

Door onderscheid te maken tussen waarheidsclaim en waarheidswaarde wordt gescheiden wat níet gescheiden is in de Schrift. Heel eenvoudig: alles wat in de Schrift als waar wordt aangeduid is gewoon waar. De Bijbelse geschiedenis beschrijft accuraat en consistent wat heeft plaatsgevonden. Als we scheiding aanbrengen doen we tekort aan de geloofwaardigheid van de Schrift. We suggereren dat wij de historiciteit kunnen beoordelen en dat wij wel in staat zijn de waarheid vast te stellen. Dat is niet overeenkomstig de aard van Gods Woord, zijn betrouwbaarheid, helderheid en volkomenheid. De geschiedenis heeft laten zien dat dit, ondanks goede bedoelingen, kan leiden tot een volstrekt discutabel stellen van gebeurtenissen. 

Er zijn zeker moeilijke historische vraagstukken waar we ons ook als evangelische en gereformeerde wetenschappers mee bezig moeten houden. Maar het gaat daarbij wel om de verdediging van de Schrift op basis van onze uitgangspunten.

 

Methode

Om na de waarheidsclaim de waarheidswaarde te bepalen moeten twee testen worden gedaan. Eerst moet worden bepaald of de bedachte waarheidsclaim wel in overeenstemming is met het getuigenis van tekst zelf. Daarvoor  worden o.a.  de samenhang, de consistentie en het literaire genre van de passage nagegaan. In de literaire beschouwing kunnen buitenbijbelse bronnen worden benut om onze eerdere opvattingen bij te stellen.
Vervolgens wordt gecheckt of de waarheidswaarde samengaat met andere Schriftgedeelten en ook met buitenbijbels bewijs. 
Op basis hiervan moet dan een overtuigende historische reconstructie plaatsvinden.

 

Deze manier van werken weerspiegelt de geest van de Verlichting: het autonome menselijke verstand heeft het laatste 'woord der waarheid'. Het is een hermeneutiek van 'de achterdocht', een gedeformeerde wetenschap. Het is er de oorzaak van geworden dat veel van het Oude Testament als onhistorisch en onbetrouwbaar wordt gezien.

Daarom wordt nu het accent gelegd op de boodschap, niet of het werkelijk gebeurd is. Dat leidt ertoe dat literaire genres van enorm belang zijn geworden, genres zoals rapportage, heldenverhaal, profetie, afscheidsrede, spreekwoorden, parabels, legendes, machtsvertoon, orakel,  etc.

 

Maar mijn vrees is dat hiermee de onderzoeker de Schrift zijn visie oplegt. Het proces is zeer subjectief en hangt sterk af van iemands vooronderstellingen. Dat maakt dat de genre bepaling niet hét gereedschap is om de Bijbelse waarheid vast te stellen. Het wordt maar al te vaak gebruikt om een Bijbelse vertelling die niet welgevallig is, te onthistoriseren.

Eén voorbeeld uit de vele is de geschiedenis van de teruggang van de schaduw als teken voor Hiskia. Het is betiteld als een profetische legende of een profetisch wonderverhaal. En dus geen feitelijke gebeurtenis. Terwijl een goede regel is dat een kleinere passage in een groter historisch geheel ook als historisch geldt tenzij er een uitzondering in de Schrift zélf wordt gemaakt.

 

Archeologische studies zijn een enorme zegen voor de studie van de Bijbel geweest. Maar tegelijk, als die gebruikt gaan worden om de waarheid van de Bijbel geldig te verklaren, moeten we heel erg voorzichtig worden. Om twee beperkingen te noemen: archeologie kan ons helpen bij de uitleg van het Oude Testament maar het kan nooit als bewijs van de Bijbel gebruikt worden.
Een andere beperking is dat de interpretatie van archeologische vondsten zeer afhankelijk is van de wetenschapper en zijn vooronderstellingen. De ene zegt bijvoorbeeld dat Israel Kanaän veroverde, de andere dat het volk het land vreedzaam infiltreerde en een derde meent dat er een revolutie heeft plaatsgevonden. En dat allemaal op basis van dezelfde archeologische vondsten!
 

Een ander probleem is dat deze methode nooit tot een definitieve conclusie en zekerheid leidt. Zo wordt het verhaal van de uittocht uit Egypte en de verovering van Kanaän die zo'n grote rol in het bewustzijn van Israel spelen ter discussie gesteld. En zelfs behoudende wetenschappers die deze methode hanteren komen daarmee niet verder dan een zekere mate van waarschijnlijkheid dat het zo is gebeurd als de Bijbel beschrijft.

Het gebrek aan zekerheid is inherent aan de methode. Menselijk redeneren kan nooit absolute bewijs leveren. Absolute zekerheid kan alleen verkregen worden door het getuigenis van de Schrift zelf in waar geloof als betrouwbaar te aanvaarden. Geen academisch redeneren maar het werk van de Heilige Geest is nodig.

 

De methode maakt bovendien ten onrechte de gewone Bijbellezer afhankelijk van specialisten en hun ideeën over de betrouwbaarheid van de Bijbel. Terwijl hij die alleen zou moeten gronden op de Bijbel zelf en niet op wetenschappelijk bewijs.
Bijbelstudies zijn beslist nooit neutraal. Daarom is een positieve hermeneutiek nodig die uitgaat van de Bijbelse waarheid en die het kerkvolk dient.

 

Verklaring van verhalen

Wetenschappelijke methodologie moet weer terugkeren naar de 'voor-kritische' praktijk. Deze  aanvaardt wat de Schrift als waarheid voorstelt en ziet dan waar exegese en verklaring uitkomen Dus het geloof zoekt het verstaan. En als feiten schijnen te conflicteren dan moeten we proberen te begrijpen wat de Bijbel bedoelt en niet ervan afdoen.

Zeker, van kritische literaire studies valt te leren. Ze kunnen ons de schoonheid van Gods Woord laten zien. Echter ook hier is geen neutraliteit en zullen onze eigen geloofsvooroordelen in acht moeten worden genomen.

 

Aard van verhalen

Als we het verhaal van Jozua tot Koningen zien als profetische literatuur dan heeft dat verscheidene gevolgen. Dat soort literatuur geeft aan dat de Bijbel geen historische beschrijving geeft die op zichzelf staat.
Maar de Schrift benadrukt God's werk, zijn plan met zijn volk. God staat erin centraal. Daarom is er ook een zekere terughoudendheid in de beschrijving van menselijke eigenschappen en ontwikkeling.

 

Om de waarheid van de Schrift te bevestigen vergelijkt men de Bijbel vaak met literatuur uit het Nabije Oosten. Maar we moeten ons realiseren dat de profetische geschiedenis van de Bijbel ook daarin uniek is. Je kunt niet simpelweg de teksten van de Bijbel en die op kleitabletten vergelijken. De kenmerken van zulke tabletten moeten grondig worden onderzocht, bijvoorbeeld op leugentjes om bestwil.

 

Bijbelse hermeneutiek

Kernelementen van een Bijbelse hermeneutiek zijn de volgende.

  • Lees en verklaar de Bijbel met een gelovig hart om te onderscheiden waarop het aankomt.
  • Laat Bijbelse vooronderstellingen benadering van de Schrift bepalen. Schrift moet Schrift verklaren. Teksten moeten in hun verband worden beschouwd. Zo kan op een schriftuurlijke wijze nagegaan worden wat de tekst werkelijk zegt.
  • We moeten werken met de tekst zoals God die de kerk heeft gegeven. Hij vraagt ons níet achter de tekst te gaan zoeken naar feiten, tradities etc. Dus we aanvaarden de canonieke context  en de eigen verklaring door de Schrift zelf. Bijvoorbeeld, als Christus spreekt over Jona als een historische persoon die in de buik van een vis is geweest, aanvaarden we dat gewoon als een historische gebeurtenis. Net zo als de sprekende ezel, zie 2Petr. 2.
  • Het genre van de tekst moet worden bepaald zoals al eerder is aangegeven.
  • We behoeven gevoeligheid voor het profetisch karakter van de geschiedenis.
  • We aanvaarden als historisch betrouwbaar al wat de Schrift ook maar naar voren brengt. Waar geloof zoekt te begrijpen.
  • We moeten streven naar een begrijpen dat in overeenstemming is met de inhoud van een Schriftgedeelte. Veel hedendaagse literatuur vindt de theologische bedoeling van de tekst zo buitengewoon belangrijk, dat de vermelde feiten er niet meer toedoen, of zelfs geacht worden nooit te hebben plaatsgevonden. Maar dan ben je gewoon verkeerd bezig.
  • Luister naar de boodschap van de tekst! De Schriften zijn er voor ons onderricht. We moeten er in wonen, als het ware plaats nemen naast de ouden in hun wereld om te horen wat God tegen hen zei.

Conclusie

 

De postmoderne cultuur beweert dat er géén waarheid is, alleen maar waarheidsclaims. Daardoor moeten wij ons niet laten intimideren. De epistemologie en het imperialisme van de kritische wetenschap moeten worden weerstaan!

De geschiedenis heeft laten zien dat toegeven aan de voorwaarden van de kritische wetenschap fataal is omdat het betekent dat alleen logische argumenten gebaseerd op de huidige beschikbare bronnen mogelijk zijn. Een beroep op het geloof is onmogelijk. Het gevolg is dat het Oude Testament steeds maar minder historisch betrouwbaar wordt geacht.

 

Soms zeggen geleerden van bepaalde feiten dat je er niet omheen kunt, men móet er iets mee doen. Maar wat beschouwen academici precies als een feit? Veelal is het een opinie op basis van zekere waarnemingen die betwist kan worden.
Met onze visie kunnen er óók moeiten zijn om de Schrift te verstaan. Maar dan zullen we moeten wachten op meer licht en de Schrift laten staan.

 

Het is opmerkelijk dat de gewone christen in de kerkbank na eeuwen van schriftkritiek op universiteiten en seminaries het houdt bij de basale historische feiten van de Schrift en niet is aangetast door de academische twijfel. Het is duidelijk dat de heldere bedoeling van de Schrift meer overtuigt dan de beweringen van de wetenschap. Hier herkennen we het werk van de Heilige Geest in.
Laten we in deze verwarrende tijd erop bedacht zijn ons niet te laten hersenspoelen en meeslepen door het moderne denken met zijn vooronderstellingen en methoden die ons vervreemden van de volkomenheid en vastheid van de Schrift.

 


 

Enige opmerkingen over de gereformeerde hermeneutiek van het Bijbelse historische verhaal

 

Vrijdagmiddag 17 januari 2014


Toespraak dr. K. van Bekkum

 

Het eerste deel van mijn bijdrage aan het onderwerp heeft dezelfde boodschap als die van prof. Van Dam. In deze toespraak wil ik daarom nu aandacht geven aan 1Kon. 13.

 

Het lezen van verhalen over Adam, Abraham, Mozes, Jozua en David in relatie tot onze leven is als het binnengaan van een arena. Want altijd is er overal discussie over verklaringen, methoden, tradities en wereldbeschouwingen. Ten diepste gaat het om de strijd tussen de Heilige Geest en Satan. In deze arena komen christelijke wetenschappers drie soorten verhalen en primaire informatie tegen. 

  1. De Bijbel zoals die door eeuwen van geloof heen als een eenheid is overgeleverd.
  2. De oude teksten in het Nabije Oosten van de laatste twee eeuwen.
  3. Ander sedert eind 19de eeuw opgegraven materiaal uit de zuidelijke Levant en aanliggende gebieden.  

 In het historisch lezen van de Bijbel kunnen drie niveaus van debat worden onderscheiden: 

  1. Discussie tussen vakmensen over de juiste verklaring van teksten en cultuurmateriaal.
  2. Vergelijking van en strijd over inscripties, en de betekenis van originele artefacten en moderne reconstructies.
  3. Debat tussen politieke, filosofische en vooral religieuze wereldvisies, en de wijze waarop het verband tussen de bronnen wordt gedefinieerd.

De juiste vooronderstellingen op het laatstgenoemde niveau leiden niet automatisch tot de juiste interpretatie, bijvoorbeeld als de juiste vakkennis van de talen ontbreekt. Tegelijk is er een krachtige beïnvloeding van ons lezen door wereldvisies en relaties tussen de bronnen.

 

Gereformeerde theologie aanvaardt de Schrift als het Woord van God en wil rechtdoen aan de bijzondere en algemene openbaring. Zij belijdt dat de heilshistorie begint met de schepping van alles wat we kennen. Een gereformeerde wetenschapper bestudeert de historische Bijbelse verhalen voor zijn zielenheil maar ook om het handelen van God waarin Hij zichzelf openbaart te leren kennen. De verhalen vormen het kader voor onze levens en het gehele universum. Ze raken onze ervaring, onze hoop en vrees. 

 

Gereformeerde wetenschappers moeten eerste klas vakmensen zíjn op het gebied van talen en archeologie. Alleen zó zijn ze in staat allerlei suggesties m.b.t. de betekenis van Bijbelse teksten te beoordelen.
Dit streven naar bekwaamheid geldt ook het tweede niveau. Wetenschappers moeten een juist gebruik kunnen maken van historisch materiaal en gegevens en zich bewust zijn van hun beperkingen. Te vaak wordt gesteld dat de Bijbel het fout heeft terwijl Bijbelse en niet-Bijbelse perspectieven elkaar juist aanvullen. Zo is archeologie bijvoorbeeld eenvoudigweg niet in staat een theologische inschatting te maken op basis van het materiaal.

 

Nog belangrijker is op het tweede en derde niveau van het debat de relatie tussen de verschillende bronnen te definiëren. Voor gereformeerde geleerden geldt het Sola Scriptura als een levende standaard. Maar het is ongewenst en ook onmogelijk om een hermeneutisch fundament te formuleren dat geheel vrij is van niet-Bijbelse invloeden. De bijzondere en algemene openbaring zijn gerelateerd, de Bijbel is zowel goddelijk als menselijk. Dat moet worden erkend en niet ontkend.

Tegelijk mag geen paus, menselijke redenatie, gangbare mening, belijdenis of invloedrijke theoloog op voorhand onze exegese bepalen: de Bijbelse tekst moet voor zichzelf spreken. En onze exegetische mogelijkheden en methoden moeten rechtdoen aan de hele Schrift.

 

De goddelijke openbaring van Genesis tot Koningen, Kronieken, Ezra en Jeremia wordt opnieuw verteld, toegelicht en toegepast en bouwt zo een brug tussen het verleden en haar toehoorders.  Drie elementen vormen daarbij 'de driehoek van het Bijbelse historische verhaal': de handelende God, de goddelijk geïnspireerde tekst en de door het verleden beïnvloede toehoorders. Zij horen bij elkaar maar vaak hangt het van de exegeet af welk element de meeste aandacht krijgt. Gereformeerden bijvoorbeeld nemen eenvoudigweg aan dat God handelt in de geschiedenis terwijl het humanisme allereerst de aandacht richtte op de tekst met zijn historische effecten. En met de Verlichting en het Modernisme kwam het idee van een handelende God onder vuur.
Zo verschoof ook de aandacht naar het verleden. Kritiek op de Schrift in allerlei vormen maakte dat uiteindelijk de door mensen gereconstrueerde visies op de historie het exegetische kader bepaalde waarop de Bijbel moest worden gelezen. Zowel de presbyteriaanse als neo-calvinistische Schriftverklaring werd erdoor beïnvloed. 

 

In het huidige postmodernisme richt de aandacht zich vooral op de toehoorders. Het Bijbelse historische verhaal wordt dan ahistorisch gelezen. Dat betekent dat de tekst niet als een weerspiegeling van een zekere ideologische groepsvisie uit het verleden behoeft te worden begrepen.

 

Ook wij zijn kinderen van onze tijd en ook onze theologie wordt beïnvloed door de cultuur waarin we leven. Maar de Schrift en de traditie leren ons de tekst, de historie en de toehoorders bij elkaar te houden. Daarom moeten we het beste van de vroege moderne en postmoderne interpretatie van historische Bijbelse verhalen verbinden. En weerstand bieden tegen een sceptische naturalistische interpretatie van de Schrift en tegen het idee dat het in het historische verhaal slechts om een kunstwerk gaat. Want de norma normans [de absolute norm waarvan alle ander normen zijn afgeleid, djb], de normatieve regel in de theologie, wordt gevonden in het Bijbelse historische verhaal zelf, in de tekst als de levende stem van God, en niet in onze perceptie van de Bijbelse geschiedenis. De tekst zelf bepaalt hoe die refereert aan het verleden.
Zo is het noodzakelijk dat we de traditionele grammaticale benadering verder ontwikkelen om onze verstaan van de geschiedenis verder te verfijnen. Daarbij kan ook een juist gebruik van de nadruk op postmoderne literaire gereedschappen ons helpen.

 

Voor de toelichting wil ik gebruikmaken van de geschiedenis als verhaald in 1Koningen 13. Het is een vreemd verhaal, met hoofdrolspelers, een prachtige plot, herhalingen en signaalwoorden.

Bijvoorbeeld wordt het Woord van de Here negen keer gebruikt, en veertien keer een woord als terugkeer, omkeer, bekering, etc.

We kunnen nu gezien de beperkte tijd slechts een aantal treffende elementen nader bekijken.

 

Het hoofdstuk staat op een kruispunt in het boek Koningen. Salomo begon zo goed maar het ging verkeerd nadat zijn vele vrouwen hem tot afgodendienst hadden verleid. Omliggende landen kwamen in opstand. Bij zijn dood liet hij een volk achter onder een hoge belastingdruk.
Jerobeam werd de koning van het Noordelijke Rijk. Als hij trouw was als David, zou de Here met hem zijn. Maar Jerobeam negeerde Gods Woord door de profeet Ahia gebracht. De koning creëerde een nieuwe cultus met offerplaatsen 'voor de Here' in Dan en Bethel.

Op de openingsceremonie in Bethel komt een Judese Godsman en spreekt tegen het nieuwe altaar. Maar Jerobeam bekeert zich niet. Hij en ook later de oude profeet, trachten de goddelijke uitspraak te ontdoen van de consequenties, door de Godsman te bewegen met hen te gaan eten. Want samen eten betekende toen 'elkaar geen kwaad doen'. De Godsman doet het en hij wordt gedood omdat 'het woord van God zeker zal geschieden'.
 

Deze geschiedenis gaat over meer dan over een oordeel, zoals de meeste uitleggers menen. Want waarom wordt de goede Godsman gedood en blijft de slechterik leven? En wat is de functie van de ezel en de leeuw?
Kern van de zaak is vs 20vv. De oude profeet spreekt het woord van God aan het adres van de ongehoorzame Godsman en bevestigt dat met een teken: hij zal niet begraven worden bij zijn voorvaderen. Gods woord hangt niet af van mensen en kan niet tot zwijgen worden gebracht.  Zelfs het instinct van de dieren blijkt daaraan onderworpen te zijn, ze eten niet en lopen niet weg. De toekomst van Israel is afhankelijk van het woord van de Here over David,de tempel en Jeruzalem, en niet van het heiligdom te Bethel.

 

De geschiedenis is heel treurig en bedreigend als we deze lezen in het perspectief van de ballingschap: het is het begin van het einde. De voortdurende waarschuwingen van de Here blijven niet zonder gevolg: het heiligdom in Bethel wordt vernield, uiteindelijk ook Jeruzalem verwoest en Juda naar Babylon gevoerd. Wie zou de Here niet vrezen?

 

Profeten in Koningen verschijnen individueel en worden bij name genoemd. Dat geldt niet voor deze twee. Weliswaar zijn zij historische personen maar zij representeren meer dan alleen zichzelf. De Godsman uit Juda vertegenwoordigt Juda en de oude profeet uit Bethel Israel. Israel wijkt af van Gods weg en wordt daarop aangesproken door Juda. Maar uiteindelijk zal ook Juda niet ontsnappen aan het oordeel.

 

Wat de dieren betreft, de ezel naast de dode Godsman doet denken aan koning Jerobeam die naast Bethels altaar stond. De koning handelde weerspannig als een ezel, vergelijk vs 33.

En de leeuw komt bij de profeten steeds voor als het gaat om Gods oordeel. Die leeuw is de Here zelf. Zijn hart gaat uit naar zijn volk maar uiteindelijk aarzelt Hij niet, om zelfs het oordeel over Juda te vellen.

 

Ondanks alles is er toch respect voor de Judese Godsman. Koning Josia beveelt later zijn beenderen en dat van de oude profeet met rust te laten, 2Kon. 23:17,18. Daaruit blijkt toch weer Gods barmhartigheid.

 

Kern is dus hier: de Here doet wat Hij zegt en maakt zo geschiedenis. Dat geldt ook t.a.v. dat andere motief in Koningen: de komst van de Messias die voor altijd Koning zal zijn. De boodschap van barmhartigheid in deze geschiedenis is ook bestemd voor Israel in ballingschap. Zij zijn het bewijs van de waarheid van Gods woord. En als dat waar is zal ook de Messias niet falen! Het woord van God zal zeker geschieden.

 

Dit verhaal toont aan dat literaire middelen méér zijn dan alleen maar versieringen. Door God geïnspireerde schrijvers hebben ze gebruikt om licht te werpen op de historie en hun boodschap te formuleren. 1Koningen 13 beschrijft wat er werkelijk gebeurde maar de literaire versieringen scheppen tegelijk enige afstand. De focus ligt op de bedoeling van wat gebeurde en de verreikende consequenties voor Israel en Juda, zie vs 32. Omri, Achab en Izebel stelden een afschuwelijke Baäl afgoderij in die uiteindelijk ook Juda aantastte.

 

Die heiligdommen en hoogten in Samaria waren er nog niet in de tijd van Jerobeam. Dat levert de vraag op of de Godsman letterlijk refereerde aan deze stad. Dat kan niet worden uitgesloten maar het is logischer dat, geïnspireerd door de Heilige Geest, de schrijvers van Koningen dit toevoegden omdat ze de verreikende gevolgen van het oordeel over Israels cultus wilden laten zien: Kijk wat er  is gebeurd en je zult belijden: het woord van God zal zeker geschieden.

 


 

De structuur van Jeremia: confessionele integriteit en kwaliteitsbewaking

 

Vrijdagmiddag 17 januari 2014

 

Toespraak prof. dr. J. Smith

 

Mijn verhaal bestaat uit drie delen: 

  1. Een hypothese voor de structuur van het boek Jeremia
  2. Een introductie en toepassing van kritische methoden om de hypothese te testen
  3. Voor- en nadelen van dit soort methoden en goed gebruik ervan.

1. Een hypothese voor de structuur van het boek Jeremia

 

De structuur van het boek Jeremia lijkt niet chronologisch en samenhangend opgezet. Het boek is ook een tweede versie want het eerste werd verbrand en een deel weggegooid (h36, h51). Hoofdstuk 52 kan als een soort appendix worden beschouwd. Wie het schreef is niet duidelijk Ook zijn er twee versies van het boek: een Masoretische en een Septuagintische vertaling waarbij de volgorde van de hoofdstukken verschillend is.
In dit verhaal beperk ik me hoofdzakelijk tot de Masoretische versie.

 

Mijn hypothese kan samengevat worden in drie punten: 

  1. Jeremia richt zich als profeet met godspraken en verhalen tot zijn volk (2-45)  en met godspraken tot alle naties (46-51).
  2. De vorm waarin dit gebeurt is die van een rechtspraak in het kader van een verbond.
  3. Het boek gaat vrij om met chronologie maar toch is er heel veel aandacht voor specifieke historische details en soms lijkt materiaal bewust niet-chronologisch te zijn weergegeven. 

Mijn hypothese is dat het materiaal van Jeremia 2-45 gerangschikt is naar de volgorde van de Tien Geboden om daarop een rechtzaak te baseren tegen het volk dat Gods verbond verbrak en zijn gunst verspeelde.
De reeks hoofdstukken kan ingedeeld worden in perikopen met zonden tegen opeenvolgende geboden. Maar dan kan niet één op één. Aan sommige zonden wordt ook in andere delen gerefereerd. Wel relateert elke perikoop een zonde tegen tenminste dat overeenkomstige gebod.

 

Gebod 1 / h2-h4

Dit gedeelte geeft de zonde van afgoderij uitgebreid weer. Na herinnering aan vroegere toewijding aan God dringt Jeremia er op aan de gruwelen voor Gods aangezicht weg te doen. H4:1 is een echo van het eerste gebod en veel termen herinneren aan dat gebod, bijvoorbeeld, de bron van levend water vervangen door gebroken bakken, gedrag als geestelijke hoer, hout benoemen als vader en verwekker, enz.

 

Gebod 2 / h5-h12:13

Er is al een lange nog voortgaande discussie of het verbod op het maken van beelden behoort bij het eerste dan wel het tweede gebod. Maar in dit gedeelte zinspeelt een aantal termen als 'bezoeken aan', beeld, 'neerbuigen en dienen met liefde', 'verboden' onmiskenbaar op het tweede gebod.

 

Gebod 3 / h12:14-h17:18

In vergelijking met andere geboden is de referentie in dit gedeelte aan het derde gebod zwak. Maar omdat in de aangrenzende passages duidelijk naar het tweede en vierde gebod wordt verwezen moet dit gedeelte wel verbonden zijn met het derde. De uitdrukking 'ijdel gebruik van iemands naam' komt hier niet voor maar die wordt ook alleen in de Tien Geboden zélf gevonden. Misschien zinspeelt de metafoor van de riem in h13:11 nog het meest op het gebod dat verbiedt Gods naam ijdel te gebruiken.

 

Gebod 4 / h17:19-h20

Gelijk al in het begin van dit gedeelte wordt aangedrongen op gehoorzaamheid aan het vierde gebod, met de belofte van welbevinden of de dreiging met rampen. In latere hoofdstukken komen de consequenties van ongehoorzaamheid dan verder aan de orde en roept Jeremia gepassioneerd Gods oordeel in.

 

Gebod 5 / h21-h25:14

De boodschap in h21-h25:14 is dat Juda's laatste koningen hun land zullen kwijtraken als ze hun vader Josia niet gehoorzamen. Zij zullen gevangen genomen worden en weggevoerd naar een ver land en nooit meer terugkeren. M.a.w. de zegen 'opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HERE, uw God, u geven zal' staat op het spel.
Het gedeelte eindigt met de profetie dat het land zeventig jaar woest zal liggen waarna de HERE Babylon zal oordelen.

 

Gebod 6 / h25:15-28

Het tweede gedeelte van h25 laat de naties drinken uit de beker van Gods wraak. Hierin verschillen trouwens de Septuagint en de Masoretische tekst. De laatste plaatst dit gedeelte aan het eind van het boek en gaat hier verder met zaken die verband houden met het zesde gebod.
In h26 wordt de profeet van een halsmisdaad beschuldigd maar hij waarschuwt geen onschuldig bloed te vergieten. Dus eigenlijk gaat het om (voorgenomen) moord. Ook lezen we van de moord op de profeet Uria en de dood van de valse profeet Hananja.

Het gedeelte toont ook aan dat het verhaal niet chronologisch maar thematisch is opgezet (vergelijk h26:1 en h27:1).
 

Gebod 7 / h29-h31

Dit gedeelte kan gemakkelijk aan het zevende gebod worden gerelateerd. De uitdrukking 'overspel plegen' valt. En Jeremia spreekt over trouwen en ten huwelijk geven. Van valse profeten wordt gezegd dat ze overspel hebben gepleegd. Het spreken over de maagd Israel en huwelijkstrouw doet ook denken aan het zevende gebod. En tenslotte gewaagt God van zijn blijvende trouw aan zijn volk.

 

Gebod 8 / h32-h33

Ook het achtste gebod is een zwakke schakel in de ketting van de indeling. Het woord 'stelen' komt wel in Jeremia voor maar niet in dit gedeelte. Wellicht komt het gebod het best uit in het godvruchtig gedrag van de profeet als hij een akker koopt. Het vormt een pleidooi om in toekomstig zakendoen overeenkomstig te handelen.

 

Gebod 9 / h34-h38

Op het negende gebod wordt duidelijk gezinspeeld. In h34 komt men terug op eens gegeven beloften rond vrijlating van slaven. De Rechabieten worden als toonbeelden van loyaliteit en eerlijkheid gegeven. Meerdere keren wordt een vals getuigenis over Jeremia gegeven: van dubbelhartigheid en verraad. Maar Jeremia waarschuwt juist tegen bedriegerij. En de Here vervult zijn door Jeremia gesproken woord met de komst van de Babyloniërs.

Het gedeelte eindigt zoals het begon: met de onbetrouwbaarheid van het volk. Zij houden zich niet aan hun beloften en eden. Oprechte en eerlijke mensen zijn zeldzaam. Maar Jonadab, Achimelech en Baruch ontvangen Gods gunst en bescherming.

 

Gebod 10

Er is geen gedeelte dat correspondeert met het tiende gebod. Het woord 'begeren' komt niet in het boek Jeremia voor. Maar dat is niet zo verrassend. Bij 'begeren' gaat het om een houding, een intentie. In een concrete rechtszaak tegen het volk is dat moeilijk hard te maken. Maar begeerte gaat aan zonde vooraf en dus is bij concrete zonden ook het tiende gebod al betrokken.

 

Het laatste deel van Jeremia biedt profetische godsspraken over de volken. Zijn zijn vroeger gedateerd dan de verwoesting van Jeruzalem. Dat ondersteunt de hypothese van een samensteller die werkte met een thematische volgorde.

Al in h25:30 leveren godsspraken materiaal aan voor een rechtszaak. In de Septuaginta loopt dat door tot h32, de Masoretische tekst plaatst dit gedeelte aan het eind van het boek maar dat heeft geen invloed op de hypothese.

 

Als oud-testamentische onderzoeker aan een kerkelijk seminarie ben ik niet tevreden met een hypothese. Ik ga deze testen door er kritische vragen aan te stellen en met een verantwoorde methodologie het werkmodel verder te onderzoeken. En dan dit ofwel te verwerpen of bij te stellen.

Van de vele vragen die aan mijn hypothese kunnen worden gesteld, noem ik er drie: 

  1. Was er een samensteller die het boek heeft geordend overeenkomstig de decaloog?
  2. Loopt de in h2 begonnen rechtszaak door tot h45, en is die vanaf h25 bedoeld voor de volkeren? Of hebben beide betrekking op hun onmiddellijke context?
  3. Is de voorgestelde indeling naar de geboden te verdedigen?

 2. Een introductie en toepassing van kritische methoden om de hypothese te testen

 

Al anderhalve eeuw is met allerlei middelen als vormkritiek, historische kritiek, tekstkritiek enz.  getracht deze vragen te beantwoorden. Men focuste zich vooral op de mondelinge en schriftelijke overlevering achter de tekst. Maar hedendaagse schriftkritiek richt zich meer op de feitelijke tekst, zijn structuur, de ontvangers en zijn geïnterpreteerde geschiedenis. Het is niet vanzelfsprekend dat een gereformeerde oud-testamentische wetenschapper deze gebruikt. Want het woord kritiek is een sluiproute geworden naar tientallen verschillende hermeneutische benaderingen zodat het woord bijna synoniem is met leesstrategie. Echter de zgn. retorische kritiek kan een bruikbaar middel zijn om mijn hypothese te testen.  

 

Retorische kritiek is een middel dat structurele en stilistische trekken van Bijbelse teksten zoals die zijn samengesteld, kan ontdekken. Het laat zien hoe deze literaire eenheden zijn vormgegeven en dat kan de bedoeling van de schrijver verhelderen.

Daartoe wordt de tekst eerst in literaire eenheden verdeeld, gebaseerd op zgn. Hebreeuwse paragraafmarkeringen, opschriften, berichtenformules ('zo zegt de Here' bijvoorbeeld), overgangen van poëzie naar proza en omgekeerd, enzovoort.

Het instrument kan op een methodisch verantwoorde manier bevestigen of de indeling die ik gesuggereerd heb klopt. Daarbij spelen de paragraafmarkeringen die overeenkomen met ruimten in tekst van de Dode Zeerollen een grote rol.   

Maar de toepassing van deze kritiek op mijn voorstel leidt nog niet tot een geheel eenduidig resultaat. Er is verdere studie nodig naar onder andere chiasmen en inclusio's [zie voor deze begrippen Noot 1, djb] om mijn hypothese voldoende te ondersteunen.

 

Een ander nut van de retorische kritiek is dat het stimuleert tot verdere studie. Bijvoorbeeld de studie van kernwoorden en herhaalde formules die de delen van een boek verbinden. Bijvoorbeeld woorden als: uitroeien, afbreken, verwoesten, bouwen en planten, enzovoort. Deze komen steeds weer voor in bepaalde samenstellingen maar zijn niet in overeenstemming met mijn indeling.
Deze kritiek kan zo als een soort kwaliteitsbewaking worden gebruikt, zij het dat het niet zonder risico is want de kritiek bouwt wel vaak voort op resultaten van de historische kritiek.

 

3. Voor- en nadelen van deze methoden en goed gebruik ervan

 

Wat de handhaving van de confessionele integriteit betreft wil ik vier stellingen poneren.

 

1 – Confessionele hermeneutiek sluit níet a priori een kritische benadering van de Schrift uit. Een verantwoorde kritiek kan vruchtbaar zijn als kwaliteitsbewaking van onderzoek zodat wetenschappers hun theorieën kunnen verifiëren en falsifiëren.

 

2 – Een van de nadelen van schriftkritiek is dat het kan leiden tot een ondragelijk klerikalisme. Alleen de intellectuele elite zou nog de Bijbel kunnen uitleggen. Dat is tegen de geest van de Reformatie die het volk de Bijbel weer teruggaf. Tegelijk moet ik wel als hoogleraar leiding geven aan de kerken, onderbouwd uitleggen hoe ik denk dat het boek Jeremia in elkaar steekt en hoe er uit gepreekt kan worden.

 

3 – De snelle verspreiding van kritische methoden kan verleiden tot het ontwikkelen van  eigen instrumenten om de Bijbel te lezen op basis van persoonlijke opvattingen. Daarom is het beter geen eigengemaakte maar bestaande methoden te gebruiken om een hypothese objectief te testen.

 

4 – Een van de gevaren van de retorische kritiek is dat de wetenschapper het zicht op de Bijbel als openbaring verliest. Deze kritiek mag niet een doel in zichzelf zijn maar alleen gebruikt worden om beter te begrijpen wat God in zijn Woord tot de kerken zegt.

 

Conclusie

 

Mijn presentatie was niet zo zeer bedoeld om het probleem van de structuur van Jeremia op te lossen maar de hypothese diende om te laten zien hoe een gereformeerde oud-testamenticus kan deelnemen aan een discussie waarin daarmee geworsteld wordt. Ook om de moeilijkheden en gevaren te laten zien van een kritische wetenschap. Voor deze discussie is nodig in een gezelschap van betrouwbare partners. Ik ben dankbaar dat ik mijn onderzoek kan doen in een kerkelijk seminarie in nauwe verbondenheid met godvruchtige collega's. Zo ontstaat er een voortdurende interactie tussen de disciplines, begrensd door de confessie. En dat te midden van  krachtig levende gemeenten, die ons geworteld houden in het geloof van genade, ware kennis en gebed.
 

Noot 1

 

Een chiasme, chiasma of kruisstelling (vergelijk de Griekse letter chi: X) is een stijlfiguur waarin overeenkomstige termen van twee formuleringen in omgekeerde volgorde worden geplaatst. Voorbeeld:

A - Je moet niet leven

B - om te eten

B - maar eten

A - om te leven.

 

Een inclusio is een kenmerkend woord dat aan het begin en aan het eind van een paragraaf wordt gezet. Hiermee wordt de tekst ingedeeld. 

 

Verwerking: R. Sollie-Sleijster