Ethiek

Kerkverband

Signalen

De bezinningsgroep Rijnsburg e.o. belegt D.V. op 26 september a.s. een voorlichtingsavond over:

Schriftgezag en hermeneutiek (Bijbeluitleg)

Spreker: dr. R.T. (Dolf) te Velde.

Plaats: kerkgebouw GKv Rijnsburg, Katwijkerweg 1a, 2231 SE Rijnsburg.
Aanvang: 20.00 uur.
Zie verder onder Nieuwe artikelen, click Schriftgezag en hermeneutiek

 


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Bezwaren deel 1.2 - Bezwaarschrift

 

D.J. Bolt

26-02-15

 

INLEIDING

 

In dit bezwaarschrift tegen de besluiten van synode van Ede beperken we ons tot volgende kernzaken:

  1. Schriftgezag en Schriftvisie
  2. Vrouw in het ambt
  3. Eenheid met NGK
  4. Kerkorde/bindingsformulier
  5. Benoeming docent TU

Het gaat veelal om omvangrijke zaken. Om ons bezwaarschrift toegankelijk en leesbaar te houden hebben we het als volgt ingedeeld:

 

Deel 1- Bezwaarschrift

1.1 Introductiebrief

1.2 Bezwaarschrift (dit document).

  • Beschrijving van de zaak waarom het gaat
  • Gerelateerde synodebesluiten, nummering voorlopige Acta/gkv.nl, dec. 2014
  • Onze bezwaren
  • Verzoeken aan de kerkenraad

Deel 2 – Bijlagen

2.1 Buitenlandse vermaningen

2.2 Bespreking buitenlandse vermaningen

2.3 Details en Discussies

 

We hebben getracht in Deel 1 de onderwerpen, bezwaren en verzoeken zo beknopt mogelijk weer te geven, en daarbij als doel gesteld dat de beschrijvingen voldoende duidelijk zijn zonder de uitgebreide informatie in Deel 2 te hoeven lezen.
Deel 2 bevat gedetailleerde informatie die de basis heeft gevormd voor Deel 1. Degene die zich verder wil verdiepen in de materie kan hier terecht. Ook wordt een lijst met links geboden naar eerdere publieke discussies die kunnen helpen de zaken waar het om gaat te verhelderen.

Hoewel onze weergave wat zakelijk en soms misschien 'juridisch' kan overkomen willen we benadrukken dat de zaken waarom het gaat direct met ons geloof en leven voor de Here te maken hebben. Zij raken niet alleen ons gereformeerde denken maar ook en vooral ons hart.

 

Om dit Word-document te downloaden: click hier.

 

1 - SCHRIFTGEZAG EN SCHRIFTVISIE

 

Onze kerken staan of vallen bij het vasthouden aan het gezag van de Schrift als het betrouwbare en onfeilbare Woord van God. Daarom is het van groot belang alert te zijn op wat in de kerken en haar theologische universiteit aan gedachten leven en welke leer wordt verkondigd. Op dit punt leven er diepe zorgen en grote bezwaren bij broeders en zusters in zusterkerken over de hele wereld. Deze zusterkerken hebben zich in vermaanbrieven tot de generale synode gewend en concreet gevraagd terug te keren van schadelijke ontwikkelingen in de kerken:

  1. Free Reformed Churches of Australia, synode te Armadale 2012/22-04-2013;
  2. Canadian Reformed Churches, synode te Carman 2013/21-05-2013;
  3. Vrije Gereformeerde Kerke in Suid-Afrika 30-04-2014
  4. Reformed Churches in the United States, 05-06-2013;
  5. Evangelical Presbyterian Church in England and Wales, 06-12-2013;
  6. Evangelical Presbyterian Church of Ireland, 12-12-2013;
  7. United Reformed Churches in North America, Committee for Ecumenical Contact with Churches Abroad, 15-01-2014;

We delen de bezwaren die in de buitenlandse brieven naar voren zijn gebracht en zullen hier alleen aan de meest extreme afwijkingen van de gereformeerde Schriftleer aandacht geven. Enerzijds om het nog enigszins overzichtelijk te houden, anderzijds omdat de selectie de kern van onze bezwaren voldoende illustreert. Bovendien hebben we tegen andere zaken reeds eerder bezwaren bij u ingediend.

 

Onderstaande samenvattingen van bezwaren zijn van ons. Om kennis te nemen van de eerste vier oorspronkelijke brieven van de buitenlandse zusterkerken, click de gewenste brief in bovenstaande lijst. Het is de moeite waard om ze in hun geheel te lezen. De eerste 4 brieven kunnen ook gevonden worden in Deel 2/Bijlagen 1-4.

 

Prof. dr. S. Paas

 

Volgens dr. Paas is het volk Israël voortgekomen uit een Kanaänitisch volk. De bijbelse verhalen zijn voor een belangrijk deel 'theologische reflecties', ideaaldenkbeelden van latere profeten over hoe de geschiedenis van Israël had kunnen gebeuren. Het Oude Testament geeft verslag van het geloof van een bepaalde groep in Israël die keuzen uit heidense opvattingen maakte en zich zo ontwikkelde. Onjuiste weergaven van feiten in de Bijbel kunnen worden verklaard doordat profeten op een tendentieuze manier bepaalde praktijken veroordeelden.
Het volk van 'boeren en zwervers' vereerde aanvankelijk niet Jahwe maar andere goden m.n. de oergod en levensgod Atum of Re. Israël kende de absolute scheppingsmacht van deze god ook toe aan Jahwe. En af en toe zag het geen verschil tussen deze god en God. Later in Palestina kan het volk nog wat meer hebben toegevoegd aan het beeld van een verheven en almachtige God. Volgens Paas heeft het bijbelse scheppingsgeloof dus Kanaänitische wortels en is mogelijk beïnvloed door Egyptische religievoorstellingen. Pas vrij laat is Israël één God gaan vereren. Paas' indruk is dat het volk het bestaan van andere goden erkende.

 

Genesis 1-3 biedt volgens dr. Paas geen geschiedenis die zo gebeurd is. Het literaire proza daar wil niet zeggen wat God toen-en-dan en zo-en-zo gedaan heeft maar zegt iets over de zin en het fundament onder ons bestaan hier en nu. God heeft ons geschapen maar vertelt er niet hoe en wanneer. Paas weet ook niet of Israël al wist van de schepping van de wereld vóórdat het een staat was geworden want er zijn geen teksten uit die vroege periode volgens hem.

 

Dr. Paas beschouwt veel materiaal in Gen. 1-11 als mythe. Wat daar verhaald wordt staat buiten onze tijd, onze geschiedenis. Israël was geworteld in een mythisch klimaat van denken. De mythe vormt daarom misschien wel bij uitstek de grondslag van Israëls religie, poneert hij. Wat het Oude Testament aan geschiedenis biedt moet met moderne hermeneutiek (manier van bijbeluitleg) worden ontdaan van allerlei literaire vertelconventies, bepaalde gewoonten om dingen verhalend voor te stellen. Pas dan kan op basis van buitenbijbelse bronnen de historiciteit, dus wat er werkelijk is gebeurd, worden vastgesteld.

Paas stelt dat de geschiedenis van religie een geschiedenis is van religie in zijn historische manifestatie en niet een geschiedenis van God.

 

Zie Deel 2.1/Bijlagen 1-4 Vermaanbrieven buitenlandse kerken

Zie Deel 2.3/Sectie dr. S. Paas voor details

 

Bezwaren

 

Wij geloven overeenkomstig Gods Woord dat heel de Schrift van God is ingegeven. De Heilige Geest heeft mensen gedreven zijn openbaring op schrift te stellen. Dat Woord is onfeilbaar, in alle opzichten betrouwbaar, ook in zijn geschiedschrijving. We kunnen ons denken en leven er op bouwen. Als dr. Paas dan allerlei mythische elementen in m.n. in de eerste hoofdstukken van Genesis veronderstelt, is dat in strijd met onze gereformeerde confessie, NGB art. 3,5.

 

We vinden het ronduit schriftkritisch dat Paas stelt dat het bijbelse scheppingsgeloof Kanaänitische wortels zou hebben en dat het mogelijk beïnvloed is door Egyptische voorstellingen. En dat Israël pas vrij laat één God is gaan vereren. Maar het begin van de Schrift laat zien dat God als enige en almachtige Schepper zich verbond aan de eerste mensen. En dat Hij openbaarde hoe Hij gediend wilde worden. Israël is niet vanuit een veelgodendom één God gaan vereren maar het gebeurde (vaak) omgekeerd: het volk keerde zich af van de ene ware God die hen bekend was gemaakt, en ging allerlei afgoden dienen. Dr. Paas zet de zaken op de kop.

 

Datzelfde geldt voor de opvattingen van dr. Paas over het ontstaan van het volk Israël. Zijn theorieën staan haaks op de feiten zoals die in de boeken Exodus-Deuteronomium worden geboden. Daar leren we dat het volk Israël ontstaan is uit de twaalf zonen van Jacob, Gen. 46. En nadat het volk talrijk was geworden, Ex.1:20, verloste God het uit Egypte en werd het door de woestijn naar Kanaän gevoerd, Ex.13:17v, Joz.1. Paas' verhaal klopt eenvoudig niet met wat de Schrift ons vertelt. Hij trekt de betrouwbaarheid van de Schrift in twijfel. 

 

Paas voert aan dat er in wetenschappelijke theorieën geen ruimte is te werken met bovennatuurlijk ingrijpen zoals bijvoorbeeld bij de doortocht door de Rode Zee. Maar dat valt ernstig te betwijfelen. Feitenmateriaal in de Schrift is immers absoluut betrouwbaar omdat het onder leiding van de Heilige Geest gedreven is vastgelegd. Ook binnen de theologische wetenschap mag de confessie niet tussen haken worden gezet maar zal er intensief bij moeten worden betrokken. Trouwens, dr. Paas heeft zich buiten de wetenschappelijke omgeving in zijn publicaties ook niet van deze opvattingen gedistantieerd. 

 

Wij betreuren het dat de benoeming van dr. Paas aan de TU in Kampen gehandhaafd werd ondanks veel en terechte kritiek in binnen- en buitenland. Het is ons onbegrijpelijk dat de synode van Ede dr. Paas zelfs benoemde als hoogleraar aan de TUK, zelfs zonder dat de ingebrachte bezwaren inhoudelijk door haar werden beoordeeld.

 

Conclusie 1

 

Dr. Paas komt in zijn omgang met de Schrift in strijd met wat we belijden in de artikelen 2-7 van de NGB en in vraag en antwoord 19 van de Heidelbergse Catechismus en is naar ons oordeel op grond hiervan leertuchtwaardig. Van docenten aan onze 'School der Kerken' mag vooral verwacht worden dat zij betrouwbaar zijn in de leer van de Schrift en daarin voorgaan en die verdedigen.

 

Dr. K. van Bekkum

 

Dr. Van Bekkum erkent de Bijbelse historische betrouwbaarheid. Maar hij onderscheidt daarbij waarheidsclaim en waarheidswaarde van teksten. Eerst moet volgens hem de waarheidsclaim, de waarheid die een tekst beweert te vertolken worden bepaald, en vervolgens nagegaan of de tekst ook werkelijk die waarheidswaarde bezit.

Bijvoorbeeld, volgens de bijbelse geschiedenis heeft David Goliath verslagen. Dat is de waarheidsclaim. Maar volgens Van Bekkum hoeft dat niet zo te zijn. Hij vindt het een integere mogelijkheid dat niet David maar iemand anders het heeft gedaan. Want er zou sprake kunnen zijn van vertelconventies: in de bijbelse verhalen kunnen mythische fragmenten zijn verwerkt of oosterse vertelmethoden gebruikt. Zo zou om de glorie van David te vergroten, zijn overwinning op de reus aan hem toegeschreven zijn terwijl iemand anders het eigenlijk heeft gedaan. 

De bijbelse geschiedenis is dan ook niet wat wij onder geschiedenis verstaan maar 'vertelde geschiedenis', fictief dus, en kan daarom afwijken van wat wij als echte historisch werkelijkheid beschouwen.

 

Dr. Van Bekkum wil de echte feitelijke waarheid, de waarheidswaarde, achterhalen door de Bijbel te confronteren met de (nieuwste) archeologische gegevens uit het oude Nabije Oosten. Hij past dat bijvoorbeeld toe op een onderdeel van Jozua's strijd bij Gibeon. Joz. 10:13 vertelt: "En de zon stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich aan zijn vijanden had gewroken (…) De zon stond stil in het midden van de hemel en haastte zich niet om onder te gaan, ongeveer een hele dag".

Van Bekkum wil wel vasthouden aan een wonder in deze tekst maar het is dan wel een ander wonder dat de tekst claimt. Het gaat (ook) hier om (weer) een oosterse beeldspraak, de  vertelconventie. De zon en maan in de bijbeltekst zijn literaire symbolische aanduidingen van Gods hemelse hofhouding die meestrijdt. En het wonder is dat God Jozua de overwinning gaf. Om de grootsheid daarvan te onderstrepen trekt de bijbelschrijver in zijn 'vertelde historie' de dagenlange strijd samen in één dag. Die overdrijving is eigenlijk ook niet zo 'belangrijk', zo vindt Van Bekkum.

 

Hoe weet dr. Van Bekkum dat een waarheidsclaim juist is? Daarvoor vergelijkt hij de bewering van de tekst met buiten-bijbelse gegevens, bijvoorbeeld archeologische vondsten. Tussen de tekst en die vondsten moet dan een dialoog plaatsvinden. Anders is het onmogelijk de waarheid te achterhalen, leert Van Bekkum.

Zo kunnen bijvoorbeeld de bijbelse gegevens dat Israël 430 jaar in Egypte heeft gewoond, Exodus 12:40–41, en dat de bouw van de tempel 480 jaar na de uittocht uit Egypte begon, 1Kon.6:1, alléén maar wáár zijn als ze ook kloppen met archeologische gegevens. Zo nodig wordt dus de tekst van een nieuw bedachte betekenis, een nieuwe 'waarheid', voorzien.

 

De bijbelschrijver in Jozua heeft bewust elementen opgenomen die historisch niet waar kunnen zijn. Immers de ijzeren strijdwagens, Joz.17:17, bestonden in Jozua's tijd nog helemaal niet volgens dr. Van Bekkum en ook woonden er toen nog geen Filistijnen in Kanaän noch kan Jozua ooit met zijn leger in Kadesh Barnea, Joz.10:41, Baäl Gad en Misrephot, Joz.13:5,6, zijn geweest. Van Bekkum meent dat de auteur van Jozua bewust elementen in de tekst heeft opgenomen om deze een ouder en dus respectabeler aanzien te geven.

 

Zie Deel 2.1/Bijlagen 1-4 Vermaanbrieven buitenlandse kerken

Zie Deel 2.3/Sectie dr. K. van Bekkum voor details

 

Bezwaren

 

Naar onze mening wordt door het onderscheid tussen waarheidsclaim en waarheidswaarde gescheiden wat níet gescheiden mag worden in de Schrift. Alles wat in de Schrift als waar wordt aangeduid is gewoon waar. De Bijbelse geschiedenis beschrijft accuraat en consistent wat heeft plaatsgevonden. Als we de scheiding tussen claim en waarheid aanbrengen doen we tekort aan de geloofwaardigheid van de Schrift en suggereren we dat wij de historiciteit kunnen beoordelen en dat wij wel in staat zijn de waarheid vast te stellen. Dat is niet overeenkomstig de aard van Gods Woord, zijn betrouwbaarheid, helderheid en volkomenheid zoals we belijden in NGB art.7. 

 

Volgens Van Bekkum zullen bijvoorbeeld de Bijbelse gegevens in Jozua 10:12-14 niet betekenen dat de zon en de maan werkelijk hebben stilgestaan. Evenzo heeft hij het rechtstreekse historische bewijs van 1 Koningen 6:1 terzijde gelegd.

We hebben groot bezwaar tegen deze omgang met de Schrift. Want op deze wijze wordt de eenvoudige waarheid die de Schrift openbaart en als wáár(heid) presenteert voortdurend ter discussie gesteld. Alleen door extern wetenschappelijk onderzoek zou nog zijn vast te stellen wat de 'werkelijke waarheid' is. Naar onze overtuiging doet dit te kort aan het getuigenis van de Heilige Geest die ons de Schrift heeft gegeven, vergelijk 2Petr.1:21, Openb.22,18,19. Zulke opvattingen tasten het geloof in de autoriteit en de accuraatheid van Gods Woord aan.

 

Dr. Van Bekkum promoveerde cum laude op deze opvattingen aan de vrijgemaakte universiteit in Kampen en werd daar vervolgens docent (dissertatie From Conquest to Coexistence). Naar onze mening is wat hij voorstaat in strijd met het gereformeerde karakter van de opleiding, het vormt een ernstig gevaar voor de gereformeerde identiteit van de kerken die voornamelijk haar predikanten uit deze school rekruteren.

 

Conclusie 2

 

Dr. Van Bekkum doet met zijn methode van Schriftuitleg afbreuk aan de goddelijke betrouwbaarheid van de Schrift en komt daardoor in strijd met wat we belijden in de artikelen 2-7 van de NGB en in vraag en antwoord 19 van de Heidelbergse Catechismus. Met zijn benadering kan geen effectieve weerstand meer tegen de vrijzinnigheid worden geboden. Zolang hij daarvan niet terugkomt zou er voor hem als docent geen plaats aan de opleiding in Kampen moeten zijn want deze leraren moeten in de eerste plaats betrouwbaar zijn volgens de Schrift.

 

Prof. dr. E.A. de Boer

 

Prof. dr. E.A. de Boer wil ruimte voor de opvatting dat Adam en Eva niet de eerste mensen op aarde zijn geweest maar dat ze hoofden waren van een clan van zo'n 5.000 á 10.000 mensen die een primitief moreel besef moeten hebben gehad. Daarbij zouden ze zich, hoe vaag ook, bewust zijn geweest van goed en kwaad in het licht van Gods gebod. Deze ideeën ontleent hij aan de Christelijke Dogmatiek van G. van den Brink en C. van der Kooi. De Boer vindt zo'n benadering van de scheppingsgeschiedenis een "mooi voorbeeld van een gesprek tussen theologie en natuurwetenschappen" om hedendaagse vragen te beantwoorden." (De Reformatie van 28 dec. 2012, p127)

 

Bezwaren

 

Naar onze overtuiging is deze visie op de geschiedenis van de schepping in flagrante tegenspraak met wat we in Genesis 1-3, Rom.5:12,19, 1Tim.2:13,14 lezen. Hier heeft eigen ongebreidelde fantasie op basis van evolutionair denken de plaats ingenomen van eerbiedig luisteren naar de openbaring van God. Hier is niet meer sprake van verschil in uitleg van de Schrift maar van een totaal andere opvatting over het werk van de Heilige Geest in Gods openbaring. De opvatting van de hoogleraar is naar onze overtuiging in strijd met de Schrift zelf en met wat we belijden in 2Petr.1:21, Gal.1:8, Openb.22:18,19 en NGB art.7.

 

Conclusie 3

 

De opvattingen van prof. De Boer t.a.v. de scheppingsgeschiedenis zijn in strijd met Gods openbaring in o.m. Genesis 1-3. Op grond hiervan zou er voor hem, zolang hij zich niet van genoemde opvattingen distantieert, geen plaats als docent moeten zijn aan de theologische universiteit in Kampen. Alleen docenten die betrouwbaar zijn naar de Schrift behoren daarvoor in aanmerking te komen. 

 

SYNODEBESLUITEN

 

De synode van Ede is schriftelijk en mondeling intensief geconfronteerd met al deze informatie en bezwaren.  Buitenlandse zusterkerken hebben hun zorgen en bezwaren uitgebreid en gedegen verwoord in liefdevolle Vermaanbrieven zoals die boven op een aantal onderdelen beknopt werden samengevat. Bovendien werden dezelfde zaken in een Appel van 1500 broeders en zusters vergelijkbaar naar voren gebracht en in een informele bijeenkomst met de synode besproken.

Wat heeft de synode er mee gedaan?

De synode nam op 15 mei 2014 besluiten over de bezwaren m.b.t. tot de opvattingen en leringen van bovengenoemde docenten. We vermelden hier de besluiten of onderdelen die er betrekking op hebben en relevant zijn in het kader van dit onderdeel Schriftgezag en Schriftvisie. De synode sprak uit

 

Artikel 6-13/Besluit 1:

het door de Raad van Toezicht uitgeoefende toezicht op het College van Bestuur, alsmede de rapportage van Curatoren, goed te keuren en de Raad van Toezicht decharge te verlenen.

 

Artikel 6-15/Besluit:

Dr. S. Paas te benoemen tot hoogleraar missiologie.

 

Artikel 7-24/Besluit 2:

uit te spreken:

  1. dat de zorgen van deze zusterkerken gewaardeerd worden als meeleven vanuit verbondenheid in Jezus Christus;
  2. dat de Gereformeerde Kerken aanspreekbaar willen zijn en blijven op de binding aan de Schrift en de gereformeerde belijdenissen;
  3. dat de Gereformeerde Kerken van vandaag niet meer dezelfde kerken zijn als veertig jaar geleden, maar daarmee niet minder gereformeerde kerken;
  4. dat verschillen van mening met bepaalde auteurs of met (onderdelen van) rapporten van deputaten niet uitvergroot mogen worden tot bezwaren tegen ‘de Gereformeerde Kerken’.

Gronden:

  1. De Gereformeerde Kerken zijn levende kerken die bovendien opereren in een snel veranderende kerkelijke context in Nederland. De visie op contact met andere kerken, op de rol van het kerkverband (bijv. op de noodzaak van uniformiteit binnen een kerkverband), op de taak van kerken in de samenleving en de noodzaak van relevante verwoording van het evangelie voor mensen van vandaag is onmiskenbaar anders dan in de jaren tachtig van de vorige eeuw. De kerken zoeken daar een weg in die bewust in lijn is met de Schrift en de gereformeerde belijdenissen. Die weg is niet onfeilbaar en vraagt om permanente oplettendheid. In dat kader is ook de verwoording van de zorg van de zusterkerken welkom.
  2. De Gereformeerde Kerken zijn aanspreekbaar op de besluiten die zij gezamenlijk nemen, niet op allerlei meningen van personen of deputaten die de kerken niet voor hun rekening genomen hebben.

Artikel 7-24/Besluit 3:

  1. de Raad van Toezicht van de TU op te dragen de synode te dienen met een concept voor beantwoording van de door de buitenlandse zusterkerken ingebrachte kritiek op publicaties van docenten/onderzoekers aan de TU; dit antwoord moet de vorm hebben van een royale, voor breed publiek geschikte uitleg die tevens ingaat op de afzonderlijk genoemde publicaties.
  2. de Raad van Toezicht te adviseren ernaar te streven dat vanuit de TU gewerkt wordt aan voortzetting van het wetenschappelijke gesprek met theologen die verbonden zijn aan de kerken die hun bezwaren hebben kenbaar gemaakt.

Gronden:

  1. Het CvB ziet toe op het gereformeerde karakter van onderwijs en onderzoek aan de TU en is primair verantwoordelijk voor de beantwoording van hiertegen ingebrachte bezwaren (Statuut TU).
  2. Eerder ingebrachte bezwaren zijn weerlegd, maar mogelijk is deze weerlegging onvoldoende breed gecommuniceerd.
  3. Het is van belang voor de relaties met zusterkerken dat er goede uitwisseling is op theologisch gebied, zoals onlangs op de conferentie over hermeneutiek in Hamilton.

Zie Deel 2.2 – Bespreking buitenlandse vermaningen

 

ONZE BEZWAREN

 

Wij menen dat de behandeling door de synode van de al jaren bestaande bezwaren van de buitenlandse kerken, die boven kort werden samengevat, geen recht is gedaan. Zoals het gedetailleerde verslag van de betreffende synodevergadering aantoont, BEZWAREN – DEEL 2 Bijlage 2.2/Bespreking vermaningen of click hier, heeft de synode de bezwaren inhoudelijk in het geheel niet getoetst. In bovenstaande besluiten is niets te vinden van een principiële beoordeling van de gewraakte opvattingen. De synode heeft niet, zoals wel haar taak is, ondubbelzinnig afstand genomen van de boven gesignaleerde schriftkritiek. Bovendien benadrukte de synodale vergadering dat de discussies over de gewraakte opvattingen van de docenten nu een einde moeten hebben. Alleen zullen de besluiten nog zoveel mogelijk 'in de kerken gecommuniceerd' worden. Maar principieel verandert dat niets aan de zaak. Integendeel, GS Ede 'beloonde' zelfs docent S. Paas met een hoogleraarschap aan de universiteit terwijl deze docent bij ons weten nooit enige afstand van zijn standpunten heeft genomen!

Naar ons oordeel is met bovenstaande besluiten gesanctioneerd, in elk geval getolereerd wat als een ernstige aantasting van het schriftgezag moet worden gezien.

 

Onze eindconclusie is dat zo onze universiteit een invalspoort is geworden voor valse leer gesanctioneerd door synodes waarbij de gezamenlijke kerken hun confessionele taak om te waken voor de ware leer en valse leer te weren, zoals de Schrift gebiedt in o.a. 1Tim. 1:3,10; 4:16; 6:20,21;Titus 1:9; 2:1; 2:7; 2Joh.:9, hebben verzaakt. Daarmee is 'het kerk van Christus zijn' in geding en staat de kerkelijke eenheid en vrede op het spel.

 

Hoewel vergelijkbare bezwaren zijn in te brengen tegen prof. dr. A.L.Th. de Bruijne, prof. dr. G. Harinck en drs. J.J.T. Doedens en door buitenlandse kerken ook in hun vermaanbrieven werden verwoord hebben we hier ons beperkt tot bezwaren tegen deze eerder genoemde docenten. Deze illustreren naar onze mening voldoende onze moeiten.

 

VERZOEKEN

 

De Here gebiedt ons bij zijn Woord te blijven en dwalingen te bestrijden (1Kor.5:13). Gezien dat hoge belang daarvan doen wij u de volgende verzoeken:

  1. in te stemmen met de conclusies in Conclusies 1, 2 en 3;
  2. synodebesluiten in Artikel 6-13/besluit 1, Artikel 6-15/besluit, artikel 7-24/besluiten 2 en 3 te verwerpen, dus niet te ratificeren;
  3. de kansel van onze gemeente te sluiten voor dr. Van Bekkum, prof. De Boer en dr. Paas zolang zij hun schriftkritische opvattingen handhaven.
  4. uw handelwijze in dezen ter kennis te brengen aan onze gemeente, de andere kerken en de eerstvolgende generale synode.

2 - VROUW EN AMBT

 

Nooit stelde Gods volk op basis van de openbaring in OT en NT vrouwelijke ambtsdragers aan. Maar in deze tijd is de 'vrouw in het ambt' een kwestie geworden die ook in onze kerken veel beroering geeft. Op de synode van Amersfoort-Centrum 2005 kwam een voorstel van de kerk te Barneveld-Voorthuizen (via de Particuliere Synode) aan de orde om deze zaak te gaan bestuderen. Want de kerkenraad was onmachtig om in contacten met Nederlands Gereformeerden hun vragen op "eenvoudige wijze te voorzien van antwoorden". Zo kwam de bal aan het rollen en ontving uiteindelijk de synode van Ede een deputatenrapport waarin principieel vrouwelijke ambtsdragers op elk niveau verantwoord werden geacht. Het rapport vroeg de synode uit te spreken dat

  1. de visie dat behalve mannen ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen, past binnen de bandbreedte van wat als schriftuurlijk en gereformeerd kan worden bestempeld;
  2. het al dan niet functioneren van vrouwen als ambtsdrager mag voor de Gereformeerde Kerken geen belemmering vormen in de kerkelijke contacten met de Christelijke Gereformeerde en de Nederlands Gereformeerde Kerken en evenmin bij gemeentestichtingsprojecten;

Maar de synode vond de argumentatie in het deputatenrapport van onvoldoende niveau om tot deze uitspraken te komen. Wel stelde de synode twee deputaatschappen in: een deputaatschap M/V en ambt moet een nadere studie doen naar 'de ambtelijke structuur', wat de consequenties daarvan zijn en hoe zusterkerken hier over denken. Het andere deputaatschap M/V in de kerk heeft tot taak, kort gezegd, uitzoeken hoe m.n. de rol van de vrouw en het werk/ambt in de kerk in de praktijk kunnen worden geïntegreerd.
Hiermee leek deze zaak voorlopig te zijn afgesloten en zouden in de vrijgemaakte kerken geen vrouwelijke ambtsdragers de kerkbanken bevolken.

 

Echter, dat veranderde in het kader van de samensprekingen met de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) die al sinds 2004 op basis van het zgn. VOP-rapport (Vrouwelijke Ouderlingen en Predikanten) alle ambten openstelden voor vrouwen. En dat is ook praktijk. Tot nu toe vormde (o.a.) dit voor vorige vrijgemaakte synodes een onoverkomelijke barrière om de weg naar eenheid met deze kerken in te slaan. Maar de synode van Ede besloot op voorslag van de Deputaten Kerkelijke Eenheid (DKE) dat de vrouw in het NGK-ambt géén belemmering meer zou zijn om over te gaan tot 'samensprekingen met het oog op kerkelijke eenheid'.

 

Inmiddels zijn op basis van dit besluit reeds drie GKv gemeenten tot erkenning van de plaatselijke NGK met vrouwelijke ambtsdragers overgegaan. Vrouwelijke (NGK) ambtsdragers nemen bijvoorbeeld in Nunspeet en Maastricht actief deel aan gemeenschappelijke kerkdiensten met de GKv.

 

SYNODEBESLUITEN

 

Zoals boven vermeld verwierp de synode het deputatenvoorstel omdat het onvoldoende basis vormde voor de openstelling van de ambten maar besloot wel na heel veel discussie:

 

Artikel 3-22/Besluit 2

  1. niet in te stemmen met de onderbouwing van de conclusie van de deputaten M/V in de kerk dat het past binnen de bandbreedte van wat als schriftuurlijk en gereformeerd kan worden bestempeld wanneer naast mannen ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen.
  2. de visie dat behalve mannen ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen moet vrij bespreekbaar zijn zolang er vanuit de Schrift geargumenteerd wordt.

Grond:

het doorlopend spreken van de Schrift laat twee lijnen zien. De ene lijn is die van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw – de andere die van het verschil in verantwoordelijkheid die God aan man en vrouw heeft gegeven; deze beide lijnen dienen verdisconteerd te worden.

 

Vervolgens besloot de synode tot het instellen van de eerdergenoemde twee deputaatschappen, Artikel 3-22/Besluit 3 en Besluit 4. Hoewel we zeker bedenkingen hebben bij verschillende elementen van deze opdrachten aan de deputaten laten we die rusten om de omvang van dit bezwaarschrift te beperken.

De synode besloot t.a.v. de Nederlands Gereformeerde Kerken

 

Artikel 7-13/Besluit 3

uit te spreken dat door de overeenstemming in de gesprekken over hermeneutiek de belemmering die er lag vanwege het besluit van de NGK om de ambten voor de zusters der gemeente open te stellen, is weggenomen.

Grond:

ondanks het verschil in praktische uitkomsten ten aanzien van de vrouw in het ambt, is gebleken dat we als kerken elkaar vertrouwen kunnen geven inzake de erkenning en aanvaarding van het gezag van de Heilige Schrift.

 

Artikel 7-13/Besluit 4

de contacten met de NGK voort te zetten en over te gaan van gesprekken naar samensprekingen met het oog op kerkelijke eenheid.

Grond:

nu de belangrijkste belemmering is weggenomen, ligt de weg naar samensprekingen over daadwerkelijke kerkelijke eenheid open.

 

BEZWAREN

 

We hebben grote bezwaren tegen de gang van zaken en de besluiten t.a.v. de vrouw in het ambt.

 

1 De Schrift

 

Het duidelijke onderwijs van de Schrift leert dat de ambten bediend moeten worden door trouwe mannen die gekozen zijn in overeenstemming met de instructies die daarvoor door de heilige Geest gegeven zijn door de apostel Paulus (1 Tim. 2:11-14, 1 Kor. 14:33-35). Dat zien we beleden worden in de gereformeerde belijdenisgeschriften: artikel 30 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, terugverwijzende naar de regel die de apostel Paulus gaf aan Timotheüs, stelt dat personen (in de oorspronkelijke Latijnse tekst staat: mannen) die trouw zijn deze ambten zullen bedienen. Wij laken het dat de synode heeft nagelaten deze bijbelse leer te verdedigen.

 

2 Geen vrije kwestie

 

Naar onze overtuiging had de synode moeten vasthouden aan de gereformeerde schriftuurlijke standaard dat alleen mannen tot het ambt zijn geroepen, zolang niet het tegendeel is bewezen. De kerkenraad van Barneveld-Voorhuizen had zélf het bewijs moeten leveren dat het eeuwenoude naspreken van en handelen naar de Schrift op dit punt zou moeten worden gewijzigd. Dus gewoon had moeten doorstuderen.

 

Nu is de synode zelf met haar (studie)deputaten de zaak gaan trekken als een vrije kwestie waar je op voorhand verschillend over mag denken; 'de visie dat behalve mannen ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen moet vrij bespreekbaar zijn zolang er vanuit de Schrift geargumenteerd wordt', zegt Artikel 3-22/Besluit 2b. Dat lijkt vroom maar geeft een onaanvaardbare ruimte aan allerlei ketterij. Vervang als voorbeeld maar eens het onderwerp ' M/V en ambt' door 'Drie-eenheid'. Afwijkingen van de leer en daarop gegronde praktijk in de kerken dienen geen 'vrij bespreekbare kwesties' te zijn maar moeten met argumenten omkleed eerst ter beoordeling aan kerkelijke vergaderingen worden voorgelegd, vergelijk het vigerende ondertekeningsformulier:

 

Voor het geval wij ooit een bedenking tegen deze leer of een afwijkende mening zouden krijgen, beloven wij dat wij die niet openlijk noch anderszins zullen uiteenzetten, leren of verdedigen, hetzij mondeling of schriftelijk, maar dat wij ons gevoelen in de kerkelijke weg aan de kerkelijke vergaderingen voor onderzoek zullen voorleggen.

 

Daarom is Artikel 3-22/Besluit 2b niet te handhaven.

 

3 Feitelijke openstelling

 

Deputaten Kerkelijke Eenheid (DKE) menen dat door de overeenstemming in de gesprekken over hermeneutiek de belemmering die er lag vanwege het besluit van de NGK om de ambten voor de zusters der gemeente open te stellen, is weggenomen. Men vertrouwt elkaar nu wordt voortdurend gezegd. Op basis daarvan kan de weg naar eenheid worden ingeslagen.
 

Maar vertrouwen mag niet in tegenspraak met de feiten zijn. Het onschriftuurlijke VOP-rapport op basis waarvan de NGK de ambten heeft opengesteld is nog steeds niet verworpen, noch is er door deze kerken een besluit genomen tot beëindiging van de toelating van de vrouw tot het ambt. En de DKE heeft aangegeven er niet aan te dénken deze zaak nog weer aanhangig in de NGK te maken[1].
 

Zo heeft men in feite de principiële zaak van de vrouw in het ambt gedegradeerd tot een praktische kwestie waar je verschillend over kunt denken én handelen. Dat is in strijd met wat de Schrift en de belijdenis hierover zegt, zoals we hiervoor hebben aangegeven.

Om deze reden moeten de Artikel 7-13/Besluiten 3 en 4 naar onze overtuiging worden verworpen.

 

VERZOEKEN

 

Wij menen dat de synode op het punt van 'de vrouw in het ambt' een weg is gegaan die afvoert van de Schrift en de belijdenis. We verzoeken u daarom  

  1. uit te spreken dat u vasthoudt aan de leer van de Schrift dat de ambten voorbehoudt aan broeders.
  2. synodebesluiten in Artikel 3-22/besluit 2b, Artikel 7-13/Besluit 3 en 4 te verwerpen, dus niet te ratificeren;
  3. uw handelwijze in dezen ter kennis te brengen aan onze gemeente, de andere kerken en de eerstvolgende generale synode.

3 – EENHEID MET DE NGK

 

In de verhouding GKv en Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) gaat het m.n. om de opvatting m.b.t. de binding aan de belijdenis, hoe te handelen bij afwijking daarvan en de vrouw in het ambt.

 

Verschillende Nederlands gereformeerde predikanten hebben zich niet via het ondertekeningsformulier aan de gereformeerde belijdenis verbonden. Ondertekening wordt wél verwacht maar is niet verplicht. Een kerkenraad kan genoegen nemen met een verklaring er over (Akkoord van Kerkelijk Samenleven (AKS), art. 17). De AKS verklaart dat 'het al of niet aanvaarden van het akkoord "geen oorzaak van breuk of verwijdering mag zijn tussen gemeenten die één zijn in geloof en belijden".

 

In de NGK mag geleerd worden dat gestorven gelovigen niets weten. Het 'van stonde aan tot Christus opgenomen' zou de 'oudste leugen van de satan' zijn, zo werd wel gezegd[2]. Eens schreef drs. H. de Jong dat deze zaak de lossere binding aan de belijdenis zoals t.a.v. Zondag 22 HC de identiteit van de NGK kenmerkt. Hij heeft ook problemen met de Dordtse Leerregels[3].

Onderscheid tussen Christus als fundament van de kerk en zaken uit de belijdenis die het fundament niet raken wordt nog steeds gepropageerd. Zo kon publiekelijk een dubbele dooppraktijk (kinder- en volwassendoop naar keuze) worden gepropageerd door ds. J.M. Mudde[4].

In de NGK zijn alle ambten opengesteld voor vrouwen en is dat ook praktijk.

Praktiserende homo's en lesbiennes worden toegelaten aan het Avondmaal. Een studiecommissie moet de vraag beantwoorden of zij ook de ambten kunnen vervullen. Drs. H. de Jong, voormalig docent aan de predikantenopleiding wijkt af van de Dordtse Leerregels en bepleit meer ruimte voor schriftkritiek[5].

 

De deputaten DKE hebben de opdracht van de vorige synode om onderzoek te doen in hoeverre de NGK daadwerkelijk zich nog binden aan de belijdenis, niet uitgevoerd. Wel schreven zij een rapport Tweede overeenstemming over hermeneutische uitgangspunten.

Zij concluderen daarin dat de NGK eerbied voor de Schrift toont en geen schriftkritische intenties heeft als zij tegelijk in de Schrift een lijn vóór en een lijn tégen de vrouw in het ambt zien. Vrouwelijke ambtsdragers is daarom een zaak van de praktijk, niet een principiële aangelegenheid. Daarom besloot de synode te Ede over te gaan tot officiële kerkelijke samensprekingen met de NGK die gericht zijn op kerkelijke eenheid.

 

SYNODEBESLUITEN

 

De synode besloot t.a.v. de Nederlands Gereformeerde Kerken

 

Artikel 7-13/Besluit 3

uit te spreken dat door de overeenstemming in de gesprekken over hermeneutiek de belemmering die er lag vanwege het besluit van de NGK om de ambten voor de zusters der gemeente open te stellen, is weggenomen.

Grond:

ondanks het verschil in praktische uitkomsten ten aanzien van de vrouw in het ambt, is gebleken dat we als kerken elkaar vertrouwen kunnen geven inzake de erkenning en aanvaarding van het gezag van de Heilige Schrift.

 

Artikel 7-13/Besluit 4

de contacten met de NGK voort te zetten en over te gaan van gesprekken naar samensprekingen met het oog op kerkelijke eenheid.

Grond:

nu de belangrijkste belemmering is weggenomen, ligt de weg naar samensprekingen over daadwerkelijke kerkelijke eenheid open.

 

BEZWAREN

 

We hebben grote bezwaren tegen de beoogde eenwording met de Nederlands Gereformeerde Kerken. Voorgaande synodes zagen altijd fundamentele belemmeringen in het beperkt functioneren van de binding aan de belijdenis en de vrouw in het ambt in deze kerken. Gezien de rapportages van de deputaten DKE zijn is de NGK op deze punten niets veranderd. Het is naar onze overtuiging volstrekt onvoldoende om positieve intenties als een goede en voldoende basis te beschouwen. Goede intenties moeten ook waargemaakt worden in de praktijk van het kerkelijke leven en daar schort het nog steeds aan. Immers, op alle genoemde punten is in de NGK niets teruggenomen noch is er een positieve ontwikkeling te zien.

 

Het is o.i. te laken dat DKE de opdracht van de synode te Harderwijk om ook het functioneren van binding in de praktijk te toetsen niet heeft uitgevoerd terwijl dat van wezenlijk belang is. Die opdracht luidde namelijk: Het gesprek dient zich vooral te richten op de zaak van de vrouw in het ambt en de wijze waarop in de plaatselijke kerken aan de binding aan de belijdenis vorm wordt gegeven.

Er is geen enkele indicatie dat de binding aan de belijdenis in de NGK beter is gaan functioneren. Nog steeds wordt niet van elke ambtsdrager geëist de belijdenis zonder voorbehoud te ondertekenen waardoor gemeenten onvoldoende beschermd zijn tegen dwalingen en schriftkritiek.

 

Afwijkingen van de belijdenis worden in de praktijk in hoge mate getolereerd. Bijvoorbeeld mag in afwijking van HC Zondag 22 (nog steeds) geleerd worden, dat de zielen van gestorvenen van niet 'terstond' tot Christus worden opgenomen. Hetzelfde geldt voor de leer van de kinderdoop: in strijd met onze belijdenis in HC v/a 74 wordt deze min of meer als 'een vrije kwestie' beschouwd. Het pleidooi van drs. H. de Jong voor meer schriftkritiek wordt ten onrechte getolereerd.

 

Aanvaarding van homoseksueel samenleven in de NGK is in strijd met het zevende gebod en tuchtwaardig bij geen bekering. Maar deze kerken tolereren dit samenleven en achten nu zelfs de vraag legitiem of praktiserende homo's en lesbiennes ook de ambten kunnen vervullen en zij hebben daarvoor een studiecommissie aan het werk.

 

Onze bezwaren worden door verschillende buitenlandse zusterkerken gedeeld en zijn met hun vermaanbrieven onder de aandacht van de synode gebracht. Maar deze heeft niet willen luisteren en de lijn die deputaten DKE hadden uitgezet met de grootste mogelijke meerderheid ten onrechte gevolgd.

 

VERZOEKEN

 

Wij menen dat de synode ten onrecht besloten heeft weg naar eenheid met de NGK in te slaan omdat daarmee een verbondenheid zal ontstaan die niet geworteld is in de eenheid van het ware geloof en die niet beschermd wordt door een hartelijke binding aan de Schrift en de belijdenis. We verzoeken u daarom 

  1. uit te spreken dat de deputaten DKE ten onrechte hun taak, opdragen door de synode van Harderwijk zoals boven aangegeven, niet hebben uitgevoerd.
  2. synodeartikelen Artikel 7-13/Besluit 3 en Artikel 7-13/Besluit 4 te verwerpen, dus niet te ratificeren;
  3. geen voorgangers uit de NGK toe te laten tot de kansel van onze gemeente.
  4. uw handelwijze in dezen ter kennis te brengen aan onze gemeente, de andere kerken en de eerstvolgende generale synode.

4 – HERZIENE KERKORDE

 

De synode besloot onze gereformeerde Dordtse Kerkorde (DKO) te vervangen door een nieuwe: de Herziene Kerkorde (HKO). De herziening omvat ook een hele set generale regelingen waarin de artikelen van de HKO zijn uitgewerkt voor praktische hantering.

Er zijn twee principiële zaken waar we ons m.b.t. onze bezwaren nu toe willen beperken: het ratificatierecht en het bindingsformulier.

 

Herziene Kerkorde artikelen F71-78

 

In de nieuwe kerkorde zijn 'de besluitvorming en de rechtsmiddelen' geregeld in de artikelen F71-78. We laten hier de belangrijkste onderdelen volgen die te maken hebben met onze bezwaren.

 

F71.2 Besluiten worden bij meerderheid van stemmen genomen.

 

F72.1 Een besluit van een kerkelijke vergadering heeft bindende rechtskracht.
F72.2 Een besluit treedt direct in werking, tenzij het besluit zelf een andere termijn vermeldt.
F72.3 De kerkenraden dragen zorg voor de uitvoering van de besluiten van de meerdere vergaderingen.
F72.4 De uitvoering van een besluit kan niet van iemand worden verlangd, als dit hem persoonlijk in zijn geweten in strijd brengt met Gods Woord. De betrokkene dient bereid te zijn zich te verantwoorden volgens art. F73, F76 en F77.

 

F73.1 Tegen een besluit van de kerkenraad staat bezwaar open bij de kerkenraad voor een gemeentelid en voor degene die persoonlijk belanghebbende is bij het besluit, indien de betrokkene van oordeel is dat het besluit:

a. in strijd is met het Woord van God of het kerkelijk recht, of
b. de opbouw van de gemeente schaadt, of
c. hem persoonlijk onrecht aandoe
t waarin hij niet kan berusten.

 

F76.1 Tegen een beslissing op bezwaar van de kerkenraad staat beroep open op de classis op de gronden als vermeld in art. F73.1 voor het gemeentelid dat bezwaar heeft ingesteld en voor degene die persoonlijk belanghebbende is bij de beslissing.
F76.3 Het beroep wordt schriftelijk ingesteld binnen zes weken na verzending van de beslissing op bezwaar en heeft geen opschortende werking.
F76.4 De uitspraak van de classis respectievelijk particuliere synode is bindend voor partijen.

 

F77.1 Indien de betrokkene of de kerkenraad niet kan berusten in de uitspraak in beroep van de classis respectievelijk particuliere synode, staat hoger beroep open op de generale synode op de gronden als vermeld in art. F73.1.
F77.2 Het hoger beroep wordt schriftelijk ingesteld binnen zes weken na verzending van de uitspraak in beroep en heeft geen opschortende werking.
F77.3 De uitspraak van de generale synode is bindend voor partijen.

 

F78.1 Herziening van een uitspraak in hoger beroep van de generale synode is slechts mogelijk:
a. op verzoek van een partij in het geschil dat bij de uitspraak is beslist; en
b. indien er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, die dateren van vóór de uitspraak en die, waren zij bij de synode bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
F78.2 De herzieningsuitspraak is bindend voor partijen.


F81.1 Revisie kan worden verzocht van besluiten van de generale synode, voor zover het niet betreft uitspraken in hoger beroep.
F81.2 Kerkenraad en classis kunnen revisie verzoeken met betrekking tot elk besluit van de generale synode.
F81.3 Kerkleden kunnen alleen revisie verzoeken van besluiten van de generale synode waardoor zij rechtstreeks in hun eigen belang zijn getroffen.

 

Bindingsformulier

 

De synode te Ede besloot op voorstel van de deputaten herziene kerkorde tot een nieuw ondertekeningsformulier voor ambtsdragers, nu bindingsformulier genoemd. Het formulier luidt:

 

“Wij, ondergetekenden, verklaren van harte in te stemmen met de leer van de Bijbel, zoals die door de Gereformeerde Kerken in Nederland wordt beleden in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels. Wij beloven de gemeente voor te gaan in het spreken en leven vanuit dit ene evangelie. Wij beloven de waarheid van Gods woord openlijk uit te dragen, en te handhaven tegenover misleidende denkbeelden die binnen de kerk of uit de wereld opkomen.

Wanneer wij op enig onderdeel van de leer verschil ervaren tussen de leer van de Bijbel en de inhoud van de genoemde belijdenisgeschriften, zullen we dit op gepaste wijze aan de orde stellen.

Wanneer er vragen rijzen rondom onze eigen opvattingen of gedragingen, zijn we altijd bereid om ons daarover te verantwoorden.

In beide gevallen zullen we ons houden aan de aanwijzingen van de bevoegde kerkelijke vergaderingen.”

 

SYNODEBESLUITEN

 

De synode te Ede nam op 15 januari 2015 met algemene stemmen het volgende besluit:

 

Artikel 3-12/Besluit 2: (de kerkorde)

a. vast te stellen de definitieve tekst van de kerkorde van de Gereformeerde Kerken in Nederland, (hierna te noemen: kerkorde 2014) zoals opgenomen in bijlage 3-11 bij dit besluit;

b. te bepalen dat deze kerkorde 2014 in werking zal treden op 1 juli 2015;

c. in te trekken de kerkorde van de Gereformeerde Kerken in Nederland, zoals deze is vastgesteld door de Generale Synode van Groningen-Zuid (1978) en nadien gewijzigd, met ingang van 1 juli 2015.

 

In dezelfde sessie besprak de synode ook een nieuwe versie van het bindingsformulier. Al in de vergadering van 24 mei 2014 was dit formulier onderwerp van bespreking geweest maar de bespreking kon toen niet worden afgerond omdat er nogal ingrijpende kritiek was. Na bespreking aanvaardde de synode nu met algemene stemmen het volgende conceptvoorstel van de deputaten HKO (alleen relevante onderdelen geven we hier weer).

  1. in te stemmen met de tekst van het bindingsformulier als bedoeld in artikel B7 van de kerkorde (2014):
    “Wij, ondergetekenden, verklaren van harte in te stemmen met de leer van de Bijbel, zoals die door de Gereformeerde Kerken in Nederland wordt beleden in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels. Wij beloven de gemeente voor te gaan in het spreken en leven vanuit dit ene evangelie. Wij beloven de waarheid van Gods woord openlijk uit te dragen, en te handhaven tegenover misleidende denkbeelden die binnen de kerk of uit de wereld opkomen.
    Wanneer wij op een onderdeel van de leer verschil ervaren tussen de leer van de Bijbel en de inhoud van de genoemde belijdenisgeschriften, en onze moeite niet kan worden weggenomen, zullen wij onze bezwaren ter beoordeling voorleggen aan de kerkelijke vergaderingen.
    Wanneer er vragen rijzen over onze eigen opvattingen of gedragingen, zijn wij eveneens bereid om ons tegenover de kerkelijke vergaderingen te verantwoorden.
    Wij zullen ons in beide gevallen houden aan de aanwijzingen van de kerkelijke vergaderingen.”
  2. te bepalen dat dit bindingsformulier binnen de kerken zal worden ingevoerd met ingang van 1 juli 2015 en dat zij die op dat moment een ambt vervullen gebonden blijven aan het door hun ondertekende formulier als bedoeld in artikel 53 en 54 van de kerkorde 1978 (overgangsrecht);
  3. een tijdelijk deputaatschap voor advies en bijstand aan classes in te stellen;

Artikel 7-14/Besluit 2

  1. vanuit de verbondenheid in Jezus Christus over de onder 2. weergegeven zorgen en bezwaren uit te spreken:
  1. het bezwaar over het wegvallen van artikel 31 KO uitgaat van een lezing van dat artikel die al onder de Kerkorde editie 1978 niet meer van kracht was; voor de uitzonderingssituatie waarin kerkenraden synodale besluiten niet menen te kunnen uitvoeren is daarvoor de normale weg die van verantwoording aan de classis.
    Grond:
    De lezing van artikel KO in het kader van het zg. ratificatie-recht, zoals bijv. verdedigd door P. Deddens in zijn De ratificeering der besluiten van meerdere vergaderingen (1946) is bestreden door J. Kamphuis in zijn Kerkelijke besluitvaardigheid (1970) en wordt niet meer gevolgd in de Gereformeerde Kerken. De vaststelling van de Kerkorde editie 2015 heeft daarin geen verandering gebracht.

BEZWAREN

 

In de (huidige) DKO staat art. 31. Het tweede lid zegt:

De uitspraak die bij meerderheid van stemmen gedaan is, zal als bindend worden aanvaard tenzij bewezen wordt dat zij in strijd is met het Woord van God of met de kerkorde.

 

Op grond van dit artikel is het in gereformeerde kerken altijd mogelijk geweest bezwaren in te dienen bij kerkelijke vergaderingen als deze tegen het Woord ingingen of tegen de KO. En dat niet alleen als kerkenraad doch ook als individueel kerklid.

Kerkenraden namen de besluiten voor hun rekening door ze te aanvaarden, te ratificeren. En dat alléén nadat ze er van overtuigd waren dat deze niet in strijd waren met de Schrift of de kerkorde en dat ook bewezen.

 

Bezwaar 1- Uitsluiting individuele kerkleden

 

In de HKO kan een individueel kerklid alleen bezwaar maken tegen besluiten van zijn kerkenraad, zoals blijkt uit art. F73.1. Ook kan hij in (hoger) beroep gaan tegen een kerkenraadsbesluit bij meerdere vergaderingen, art. F76, F77.
Echter revisie vragen aan de synode van bijvoorbeeld ketterse besluiten is uitgesloten, art. F81.2. Dat kan ook niet via (de omweg van) zijn kerkenraad zo bleek uit de bespreking op de synode. Alléén als een kerklid in zijn rechtstreekse persoonlijke belang, bijvoorbeeld financieel, wordt getroffen, is zijn revisieverzoek daar ontvankelijk.

We menen dat dit een onschriftuurlijke inperking van de plicht van kerkleden is om voor hun deel toe te zien op de handhaving van de zuivere leer van de kerk, Joh.14:15; Ef.4:14,15,25; 1Joh.4:1; Judas:3. Altijd is er in het gereformeerde kerkrecht gelegenheid geweest principiële bezwaren tegen het handelen van meerdere vergadering in te dienen:

 

In elk geval is het recht van appèl door de kerken nimmer beperkt tot de gevallen van persoonlijke rechtskrenking of verongelijking, Dr. H. Bouwman, Gereformeerd Kerkrecht II/p41.

 

Dat recht van individuele kerkleden is ten onrechte niet door deze HKO vastgelegd.

Het zijn onze zusterkerken in Australië die in hun Vermaanbrief de synodeogen hebben willen openen voor deze fundamentele beperking in het gereformeerde kerkrecht, zie GS Ede Verslag 08-420/Buitenlandse Vermaning:

 

"De Synode van Zwolle-Zuid 2008 heeft ook bepaald dat het voor kerkleden niet mogelijk is om op basis van artikel 31 van de Kerkorde bezwaren tegen twijfelachtige leringen van predikanten/docenten van andere gemeentes in te dienen.[17]"


Maar de synodes en de deputaten HKO hebben ten onrechte niet willen luisteren.

 

Bezwaar 2 – Hiërarchie

 

Een kerkenraad kan wél revisie vragen van (ketterse) besluiten van een synode. Maar er is een groot verschil met de werking van het oude artikel 31. Want was het daarmee mogelijk om een besluit niet uit te voeren als het tegen Gods Woord inging, onder de nieuwe kerkorde is dat onmogelijk gemaakt! Revisie vragen bij een synode kan, maar het besluit moet wel direct uitgevoerd worden: de indiening van een revisieverzoek heeft geen opschortende werking, zoals dat juridisch heet. Ook al is een kerkenraad nog zo duidelijk er van overtuigd dat een besluit tegen de Schrift of de belijdenis ingaat, hij het wél onverwijld moet uitvoeren.

Met de vervanging van de oude DKO door de HKO is dus het ratificatierecht om zeep geholpen

 

En dat bewust, want het punt is aan de orde geweest op de synode, Synodeverslag week 1237 – Werkorde 3/E F. Afgevaardigde ds. F.J. Bijzet vroeg op de synode van Harderwijk 2011 of een kerkenraad die principieel meent een (synode)besluit te moeten afwijzen, een beroep kan doen op 'het persoonlijk geweten' zoals in art. F72.4 voor individuele kerkleden is bepaald. Het antwoord van het deputaatschap sneed die mogelijkheid rigoureus af:

 

Hier [F72.4] gaat het om de persoonlijke uitvoering van een besluit en we maken daarbij een uitzondering voor iemand die dit in zijn geweten niet kan verantwoorden. Dat zat ook al in art. 31: niet tegen geweten in binden.

Als een kerkenraad een besluit niet wil uitvoeren heeft dat een veel bredere scope, een veel bredere strekking. Dan is er gevaar voor independentisme. Als een kerkenraad in de ultieme eindprocedure een besluit niet kan uitvoeren dan moet deze naar classis gaan met het probleem. Misschien kan er een modus vivendi worden gevonden. Maar dat moet hier niet geregeld worden. Hier gaat het dus om een persoonlijke zaak. Het andere probleem hoort op kerkelijke vergaderingen thuis.


Kortom, de kerkenraad die meent dat een besluit in strijd is met de Schrift of de belijdenis moet eerst maar eens naar de classis om te vragen of hij dat besluit alstublieft niet hoeft uit te voeren.

Maar dat is de zaak op de kop! Hier wordt een puur synodocratisch hiërarchisch systeem van kerkregering ingevoerd, principieel vergelijkbaar met dat van de vroegere syn. gereformeerde kerken en de huidige PKN. Terwijl in de gereformeerde kerkelijke samenleving het de kerkenraad is die rechtstreeks onder Christus functioneert en aan Hem verantwoording schuldig is en niets zal doen dat tegen de Schrift in gaat, heeft in de nieuwe kerkorde de classis het laatste woord. Daarmee is de kerkenraad ondergeschikt geworden aan synode en classis.

 

Het deputaatschap heeft de synode misleid met het argument dat dit rechtssysteem al sinds 1978 in de kerken geldig zou zijn. En prof. J. Kamphuis zou in een discussie in 1970 duidelijk gemaakt hebben dat zó de art. 31 DKO moet worden geïnterpreteerd. Maar Kamphuis nooit het ratificatierecht van kerkenraden ter discussie gesteld of willen afschaffen. Kerkenraden blijven altijd de laatste instantie die in rechtstreekse verantwoordelijkheid onder hun Hoofd Jezus Christus beslissen over de uitvoering van gemeenschappelijk genomen besluiten en niet een classis of synode[6].

 

Tenslotte twee voorbeelden waaruit kan blijken dat het nieuwe kerkrecht ook hele grote consequenties kan hebben in de praktijk van de plaatselijke gemeente.

Als de volgende synode besluit tot integrale openstelling van de ambten voor vrouwen, is er voor kerkenraden geen ontwijken meer aan: ingediende revisieverzoeken schorten immers de uitvoering van het synodebesluit niet op volgens de HKO; en het is zeer de vraag of veel classes coulance zullen hebben met 'achtergebleven' kerkenraden. Bovendien zullen vrouwelijke ambtsdragers in de classis, -visitatoren, -consulenten, - voorgangers op de preekbeurtenlijst, niet meer kunnen worden geweerd.

 

Ander voorbeeld. De synode besluit dat kerkelijke goederen binnen het verband moeten blijven als een kerkenraad besluit zich los te maken uit het verband. Alweer: opschorting van het besluit is niet mogelijk, en de kans is niet gering dat een kerkenraad nul op z'n request krijgt op de classis. Weg kerkgebouw, weg financiële bezittingen.

Enzovoort.
De Hersteld Hervormden kunnen er dramatische verhalen over vertellen …

 

Onze conclusie dat deze HKO onschriftuurlijk en levensgevaarlijk is voor een gereformeerd presbyteriaans kerkverband en zó niet moet worden ingevoerd. Er is NU nog gelegenheid op basis de huidige DKO nee te zeggen tegen de invoering ervan zodat de gemeente en zijn kerkenraad 'baas in eigen gemeente' blijft. Met het aanvaarden van de HKO is dat per 1 juli 2015 definitief voorbij!

 

Bezwaar 3 – Bindingsformulier

 

Het oude ondertekeningsformulier bond de ondertekenaar aan de leer van de Bijbel zoals die samengevat is in de gereformeerde belijdenissen. Het nieuwe 'bindingsformulier' (BF) heeft dat 'samengevat' vervangen door 'beleden in'.

Ons bezwaar is dat dit laatste minder eenduidig is dan 'samengevat'. Ons belijden in de belijdenis kan ook zó worden geïnterpreteerd dat wat wij belijden ook in meer of mindere mate in de belijdenis te vinden is. Misschien wordt ons actuele belijden in de tijd wel minder dan er veel omvattend in de confessies wordt beleden. Naar onze overtuiging is met deze verwoording een rand van onzekerheid gecreëerd die eenvoudig had kunnen worden voorkomen met het woord 'samengevat'.

 

Het formulier bepaalt:

 

Wanneer wij op een onderdeel van de leer verschil ervaren tussen de leer van de Bijbel en de inhoud van de genoemde belijdenisgeschriften, en onze moeite niet kan worden weggenomen, zullen wij onze bezwaren ter beoordeling voorleggen aan de kerkelijke vergaderingen.

 

Wij hebben groot bezwaar tegen de tussenzin 'en onze moeite niet kan worden weggenomen'. Afwijkingen kunnen kennelijk een eigen onbepaald lang leven gaan leiden tot degene zijn moeite eindelijk niet meer ervaart of bereid is deze voor te leggen aan kerkelijke vergaderingen. Daarom moet naar onze overtuiging deze zin vervallen: afwijkingen van de leer van de kerk behoren bij het ontstaan en vóór het publiek etaleren ervan ter beoordeling aan de kerkelijke vergaderingen te worden voorgelegd.

 

Tenslotte is ons bezwaar dat de sancties uit het formulier zijn verdwenen. Weliswaar zijn er sancties te vinden in de HKO maar bij de aanvaarding van een ambt is het naar onze mening het juiste moment om instemming te vragen met vermelding van strafbepalingen mocht de ondertekenaar zich in leer of leven misgaan. De Schrift gaat ons daarin voor door op vele plaatsen expliciet strafbepalingen te vermelden, niet het minst door de Here zelf.  Ook bij het doen van openbare belijdenis en bij de bevestiging van ambtsdragers laat de kerk beloven zich te onderwerpen aan kerkelijke vermaning en tucht.

 

De conclusie is dat het nieuwe formulier dat volgens de opdracht aan de deputaten alléén een tekstuele modernisering zou ondergaan, inhoudelijk op een niet verantwoorde en niet aanvaardbare manier blijkt te zijn veranderd en aangepast.

 

VERZOEKEN

 

We willen met de meeste nadruk wijzen op de grote impact die het aanvaarding van de nieuwe kerkorde kan hebben en naar wat wij verwachten zal hebben op het leven van de gemeente zowel in geestelijk als in materieel opzicht.

Daarom verzoeken wij u:

  1. Artikel 3-12/Besluit 2 te verwerpen, dus de nieuwe kerkorde HKO (kerkorde 2014) niet te aanvaarden en daarmee te blijven bij de gereformeerde kerkregering.
  2. Artikel 7-14/Besluit 2/Onderdeel/Lid g te verwerpen als in strijd met de vigerende principiële betekenis van het huidige kerkrecht.
  3. Het nieuwe bindingsformulier te verwerpen als onvoldoende bescherming van de leer van de kerk, en het oude ondertekeningsformulier te gebruiken zolang dat niet taalkundig is gemoderniseerd.
  4. Zusterkerken in het kerkverband op te roepen ook de nieuwe kerkorde te verwerpen.
  5. Contact op te nemen met gelijkgestemde gemeenten om tot een gezamenlijk beleid te komen om zo de impasse die er zal ontstaan het hoofd te bieden.

5 – Benoeming docent TU

 

De synode te Ede ging op 16 januari 2015 akkoord met het voorstel van het College van Bestuur van de universiteit om de heren dr. J.M. Burger en dr. D. te Velde te benoemen in de vacature prof. B. Kamphuis, hoogleraar Systematische Theologie.

In het persbericht dat onmiddellijk na het besluit van de synode werd uitgegeven wordt ook het boek Cruciaal, De verrassende betekenis van Jezus' kruisiging genoemd, recent gepubliceerd onder de redactie van dr. Burger en R. Sonneveld. Het boek bevat ook een  hoofdstuk waarin dr. Burger afstand neemt van de gereformeerde leer van Christus verzoening door zijn offer aan het kruis, kort samengevat, de leer van verzoening door voldoening.

Burgers opvattingen kunnen kort en puntsgewijs zo worden weergeven, (..) geeft de vindplaats in genoemd boek:

  • Wij begrijpen een bloederig offer ook niet meer, het wekt negatieve gevoelens bij moderne mensen (51).
  • In strikte zin is Jezus' dood ook geen slachtoffer, bij zijn dood was immers geen Levitische priester betrokken en hij werd niet gedood in de tempel (54).
  • God is geen god die zo bloeddorstig is dat Hij bloed wil zien en daarvoor zijn Zoon slachtoffert. Zo'n god zou een nare, immorele god zijn (64).
  • Betaling van onze schuld door een bloedig offer getuigt van middeleeuws denken waarvan ook Calvijn niet vrij was (9,10,54).
  • De gedachtegang: 'Jezus brengt een offer door plaatsvervangend onze straf te dragen als betaling van onze schuld en zo de geëiste genoegdoening aan God te verwerven voor ons heil' is niet in het Nieuwe Testament te vinden (54).
  • We moeten het offer van Jezus positief duiden: het offer is de volkomen toewijding tot God, gehoorzaamheid tot de dood als het moet (60).
  • Met dát offer van gehele toewijding heeft Hij onze relatie met God hersteld en kunnen ook wij ons geheel aan God wijden, worden we nieuw en heilig (65).

BEZWAREN

 

Naar onze overtuiging is dr. Burgers opvatting in strijd met de Schrift en wijkt hij er mee af van de gereformeerde belijdenis. Voor de weerlegging van zijn opvattingen beperken we ons op deze plaats tot citaten uit de brief aan de Hebreeën (HSV).

 

Hij [Jezus Christus] heeft het niet nodig, zoals de hogepriesters, elke dag eerst voor zijn eigen zonden slachtoffers te brengen en pas daarna voor die van het volk. Want dat heeft Hij voor eens en altijd gedaan, toen Hij Zichzelf offerde. (Hebr.7:27)

 

Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed voor eens en altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht. Want als het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe, op de verontreinigden gesprenkeld, hen heiligt tot reinheid van het vlees, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen! En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe verbond, opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verzoening van de overtredingen die er onder het eerste verbond waren, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen (Hebr.9:6-15)

 

Slachtoffer en graanoffer en brandoffers en offers voor de zonde hebt U niet gewild en zij hebben U niet behaagd, hoewel zij overeenkomstig de wet worden gebracht. Daarna sprak Hij: Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste weg om het tweede daarvoor in de plaats te zetten.

Op grond van die wil zijn wij geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus, voor eens en altijd gebracht.

En iedere priester stond wel dagelijks te dienen en bracht vaak dezelfde slachtoffers, die de zonden toch nooit zouden kunnen wegnemen, maar deze Priester is, nadat Hij één slachtoffer voor de zonden geofferd had, tot in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand van God.

Verder wacht Hij op het tijdstip dat Zijn vijanden tot een voetbank voor Zijn voeten gemaakt worden. Want met één offer heeft Hij hen die geheiligd worden, tot in eeuwigheid volmaakt. (Hebr.10:8-14)

 

Als iemand de wet van Mozes tenietgedaan heeft, moet hij sterven zonder barmhartigheid, op het woord van twee of drie getuigen. Hoeveel te zwaarder straf, denkt u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God vertrapt heeft en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft? (Hebr.10:28-29)

 

Wij hebben een Altaar waarvan zij die in de tabernakel dienen, niet bevoegd zijn te eten. Want van de dieren waarvan het bloed als verzoening voor de zonde door de hogepriester het heiligdom werd binnengedragen, werden de lichamen buiten de legerplaats verbrand. Daarom heeft Jezus, om door Zijn eigen bloed het volk te heiligen, buiten de poort geleden. (Hebr.13:10-12)

 

De God nu van de vrede, Die de grote Herder van de schapen, onze Heere Jezus Christus, uit de doden heeft teruggebracht, op grond van het bloed van het eeuwige verbond, moge u toerusten tot elk goed werk om Zijn wil te doen, en in u werken wat in Zijn ogen welbehaaglijk is, door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen. (Hebr.13:20-21)

 

We belijden in Heidelbergse Catechismus:

 

Hoe wordt u in het heilig avondmaal onderwezen en ervan verzekerd, dat u aan het enige offer van Christus, aan het kruis volbracht, en aan al zijn schatten deel hebt?

Antwoord:

Christus heeft mij en alle gelovigen een bevel en daarbij ook een belofte gegeven.

Hij heeft bevolen tot zijn gedachtenis van dit gebroken brood te eten en uit deze beker te drinken. Hij heeft daarbij ten eerste beloofd, dat zijn lichaam voor mij aan het kruis geofferd en zijn bloed voor mij vergoten is. Dit is even zeker als ik met de ogen zie dat het brood des Heren voor mii gebroken en de beker mij gegeven wordt.
Ten tweede heeft Hij beloofd, dat Hij zelf mijn ziel met zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed tot het eeuwige leven voedt en verkwikt. Dit is even zeker als ik het brood en de wijn, als betrouwbare tekenen van Christus' lichaam en bloed, uit hand van de dienaar ontvang en met de mond geniet'. (v/a 75)

 

Wat is het verschil tussen het avondmaal van de Here en de pauselijke mis?

Antwoord:

Het avondmaal van de Here verzekert ons ervan:

ten eerste dat wij volkomen vergeving van onze zonden hebben door het enige offer van Jezus Christus, dat Hij zelf éénmaal aan het kruis heeft volbracht,

ten tweede dat wij door de Heilige Geest ingelijfd worden bij Christus, die nu naar zijn menselijke natuur niet op de aarde is, maar in de hemel aan de rechterhand van God zijn Vader en daar door ons wil worden aangebeden. (etc. v/a80)

 

We kunnen ook nog wijzen op wat de kerk belijdt in NGB art. 26 en in de Dordtse Leerregels hoofdstuk 2. Het lijkt ons voldoende onderbouwing om dr. Burgers opvattingen in Cruciaal verwoord af te wijzen als volstrekt in strijd met de Schrift en de gereformeerde belijdenis.

Daarom hebben wij er groot bezwaar tegen dat dr. Burger is benoemd aan de theologische universiteit als docent Systematische Theologie waarvan soteriologie, de leer van het heil, een onderdeel is! Burgers opvatting betekent treft het hart van het evangelie aan: het verzoenende offer van onze Jezus Christus aan het kruis.

Op z'n minst had de synode de opvattingen van Burger kennend (zie persbericht) een nader onderzoek dienen in te stellen vóórdat zijn benoeming werd goedgekeurd en hij als docent kon worden aangesteld.[7]

 

Naar onze overtuiging is dit het meest ingrijpende besluit dat de synode heeft genomen. Als bijeenkomst van de gezamenlijke kerken heeft zij toegelaten dat het hart van het evangelie wordt aangerand op de meest centrale plaats van het onderwijs in onze kerken.

 

Onze conclusie is dat deze benoeming en aanstelling niet hadden mogen plaatsvinden.
 

VERZOEKEN

 

Wij verzoeken u:

  1. met ons de opvattingen van dr. Burger af te wijzen als in strijd met de Schrift en de gereformeerde belijdenis.
  2. met spoed bezwaren tegen dr. Burger als docent in te dienen bij het College van Bestuur en de Raad van Toezicht van de theologische universiteit te Kampen.
  3. het College van Bestuur te verzoeken onderzoek te doen naar de opvattingen van dr. Burger en zolang zijn werkzaamheden als docent op te schorten.
  4. het besluit van de synode te Ede dat deze benoeming goedkeurt (identificatie nog niet bekend) te verwerpen, dus niet te ratificeren.
  5. De kansel van onze gemeente te sluiten voor dr. Burger zolang hij zijn opvattingen handhaaft en zijn boek niet terugneemt.

 

NOTEN


[1] DKE deputaat ds. H.J. Messelink op de synode te Ede dd 14-06-14:

"De Landelijke Vergadering van de NGK heeft het rapport van de CCS aanvaard. Het is niet goed om dat nog eens weer aan de Landelijke Vergadering te vragen met de suggestie dat het VOP rapport nog weer op de schop moet. Het heeft dáár de grond gevormd, dus niet voor ons."

[2] O.a. ds. C. Vonk van Schiedam die de leer dat gelovigen die in de Here sterven onmiddellijk naar de hemel gaan "de oudste van de Satan" noemde.

[3] Een paar citaten uit zijn boek 'Van oud naar nieuw':

"De Dordtse overnadruk op de eeuwig-definitieve voorbeschikking heeft veel geloofsongelukken tot gevolg gehad" (p280).

Het " 'in Christus' komt in Dordt te laat aan bod. Nog voordat Hij op het appèl verschijnt is de koop al gesloten" (p322). 

Christus heeft zijn leven voor de schapen gegeven. Maar volgens De Jong is daar in de Dordtse Leerregels zo mee omgegaan dat "daardoor er alle troost uit wegliep". De Leerregels maken op dit punt "wat in de Schrift beweeglijk is star" (p322). 

Hij heeft ook bezwaar tegen de Leerregels als die zeggen dat God (verkondigers van) zijn evangelie zendt 'tot wie Hij wil en wanneer Hij wil'. Hij wil "deze zin liever in de verleden tijd zien staan" (p329). En dat maakt natuurlijk nogal wat verschil.

De Dordtse vaderen hebben de verkiezing op basis van (vooruitgezien) geloof verworpen. Zij noemden dat "een uitvinding van het menselijke brein, die buiten de Schrift om verzonnen is'. Maar De Jong "voelt zich in zijn opvatting niet aangesproken", (p333).

[4] De Reformatie(!), 22-02-2013, p234 vv.

[5]Er is in het gezag van de Schrift een 'gelaagdheid', een 'gradatie' van gezaghebbendheid. En daarom moeten we ook wat "vrijer over Schriftkritiek gaan denken". Brochure De Weg. Tien stellingen over de Bijbel, mei 2010.

[6] Zie J. Kamphuis, Kerkelijke besluitvaardigheid, p61v.

[7] Voor een publieke discussie met dr. Burger naar aanleiding van onze kritiek, click hier1 en hier2. We hebben dr. Burger uitgenodigd publiek te antwoorden op onze vragen in de tweede publicatie (hier2). Inmiddels (26-02-15) hij ons een (laatste) reactie gestuurd die we binnenkort hopen te publiceren. Desgevraagd gaf dr. Burger al wel te kennen dat hij geen afstand zal nemen van zijn opvattingen in het boek Cruciaal omdat die zijn overtuiging correct weergeven.