Ethiek

Kerkverband

Signalen

geen berichten



 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Kerken in Canada 4

 

D.J. Bolt

28-05-16

 

De Generale Synode (GS) van de Canadian Reformed Churches (CanRC) besteedde veel aandacht aan de ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) in Nederland. Zij hebben daar grote zorgen over, zodanig zelfs dat de zusterkerkrelatie tussen de kerken in geding is. Op de 18de mei 2016 kwam de synode aan het eind van een laatste intensieve discussie na uitgebreide waarnemingen en overwegingen tot een ingrijpende beslissing. We geven daarvan de kern weer. Appendices 1 en 2 bieden het originele Engelse-talige besluit, respectievelijk een eigen vertaling daarvan in het Nederlands. We sluiten af met een persoonlijke impressie.

 

Het besluit zoals hier geciteerd staat in de provisional acts, dat betekent dat de acta al wel officieel door de synode werden goedgekeurd maar nog kleine tekstuele en layout-wijzigingen kunnen ondergaan.[1]

 

Het besluit

 

Het synodale besluit heeft de gebruikelijke structuur. Eerst worden de stukken vermeld waarop het is gebaseerd, Material, materiaal (onderdeel 1). Basis is het deputatenrapport van de Subcommittee Reformed Churches in the Netherlands, SRN. Een uitgebreid rapport waarvoor de synode haar een compliment maakte gezien het grondige werk dat ze heeft geleverd. Deze commissie is een onderdeel van het Committee Reformed Churches Abroad (CRCA), op z'n Nederlands: Buitenlandse Betrekkingen van de Kerken (BBK). De subcommissie werd speciaal ingesteld voor de moeiten die ondervonden werden in de relatie met de GKv.

Op de synode wilden sommigen deze commissie opheffen en het werk verder laten doen door een uitbreiding van de CRCA met enkele leden. Maar de synode wilde toch liever de submissie handhaven zolang als de problemen blijven bestaan.

 

Opvallend is ook het grote aantal kerken dat brieven stuurde over de relatie met de GKv, maar liefst 21, dat is ongeveer 40% van de kerken. Of deze zaak ook leeft onder het kerkvolk! We komen nog terug op de inhoud van hun reacties.

 

Waarnemingen

 

Vervolgens beschrijft het besluit de situatie m.b.t. de relatie tussen de Canadese en Nederlandse kerken in een aantal Observations - waarnemingen (onderdeel 2):
 

- Wat was de opdracht van de subcommissieleden ook al weer?

- Wat is er zoals gedaan door de CanRC in het verleden en tot nu toe?

- Hoe heeft de GKv gereageerd?

- Wat willen de CanRC kerkenraden in hun brieven?

- En wat stelt de subcommissie voor te doen?

 

Uit de verzameling Considerations / 4 - Reacties van de kerken blijkt dat in de Canadese kerken grote onrust en verdriet is over de ontwikkelingen in Nederland. Er wordt nog altijd een sterke band gevoeld met 'de moederkerk'. En dat is natuurlijk mede door de vele familiebetrekkingen die hoewel afnemend, toch nog sterk zijn. Maar dat belet niet dat sommige kerken zelfs voorstellen de band met de GKv geheel te verbreken omdat er geen bekering (nog) werd waargenomen.
Duidelijk is dat de kerken een heel duidelijk signaal willen afgeven. En dat niet alleen om te waarschuwen voor afwijking - 2Thess. 3:13-15 - maar ook ter bemoediging van hen die trouw willen blijven. Dat is ook in lijn met het rapport van de subcommissie. Want het kan niet zo doorgaan is het algemene gevoelen.

 

Zover is de tekst van het rapport 'objectief': de synode kijkt rond en neemt waar. Maar in het volgende onderdeel 3, Considerations - overwegingingen, gaat het spannend worden. Dan gaan de kerken bij monde van hun synodeafgevaardigden overwegen, amenderen, schiften, beoordelen. Telkens ging na een ronde besprekingen de adviescommissie (1, voorzitter ds. Agema) die deze zaak behandelde weer aan het werk om het besluit bij te stellen. Zo kreeg het langzamerhand zijn definitieve vorm.

 

Overwegingen

 

De synode concludeert dat er ondanks alle waarschuwingen en de officiële vermaanbrief aan de GKv-synode te Ede, 'geen blijk van terugkeer is tot het volle gezag van de Schrift', ja dat men zelfs verder gaat in 'het ondermijnen' ervan. De synode noemt een aantal onderwerpen als voorbeelden:

 

- Onderwijs aan de theologische universiteit in Kampen (TUK)

- De vrouw in het ambt

- Ongehuwd samenleven

- Homoseksuele relaties

- Relatie met de NGK

 

In genoemde zaken zijn veelal nog geen landelijke definitieve besluiten genomen maar plaatselijk is er in de praktijk veel aanvaarding en lopen gemeente voor op. In elk geval constateert de synode dat wat het gezag van de Schrift betreft, er geen verandering is in de GKv. Met 'verdriet en een bezwaard hart' ziet het de GKv op een 'deformatiekoers' liggen.

 

De deputaten van de GKv, ds. Batteau en br. Bakker drongen er op synode van Dunnville aan om af te wachten wat er besloten gaat worden op de komende vrijgemaakte synode van Meppel. In principe zou er immers daar nog een grondige koerswijziging kunnen plaatsvinden? Zou bijvoorbeeld besloten kunnen worden geen vrouwen tot de ambten toe te laten?
Maar de synode constateerde dat de Canadese kerken al heel lang geduld hebben geoefend. De Observations laten zien dat al vóór de eeuwwisseling het proces van deformatie werd gesignaleerd en waarschuwingen klonken. En ondanks de rijk gezegende gezamenlijke historie gaat de handhaving van de waarheid boven al. Ook als Gods kinderen in een God-vijandige culturele omgeving leven. Daarvan is inderdaad sprake van in Nederland maar ook, en niet minder, in Canada.

 

Na al deze waarnemingen en overwegingen, is de grote vraag waarvoor de synode zich gesteld zag, hoe het nu verder moest met de Ecclesiastical Fellowship (EF), de zusterkerkrelatie tussen Canada en Nederland. Ging de synode mee met het voorstel van de subcommissie SRN om deze relatie als verbroken te beschouwen als er in 2016 op de synode van Meppel geen verandering zou kunnen worden geconstateerd? Deze brandende vraag vroeg om een goed onderbouwd antwoord waarvoor de synode veel tijd nam.

 

Besluit

 

De synode besloot (nog) niet de EF te verbreken. Máár, gezien de situatie in de GKv is er wel een forse beperking in het kerkelijk verkeer aangebracht en wel op twee punten: de werking van de regels 4 en 5 van de zusterkerkrelatie worden geschorst. Deze regels zijn:
 

  1. De kerken zullen elkaars attestaties of getuigenissen van goed gedrag aanvaarden, wat ook betekent dat op vertoon van die attestatie of dat getuigenis leden van de respectievelijke kerken toegang tot de sacramenten hebben.
     
  2. De kerken zullen hun kansels voor elkaars predikanten openstellen in overeenstemming met de regels die daarvoor in hun respectievelijke kerken zijn aangenomen.
     

Dat is nogal wat! Het betekent dat er geen vrij kerkelijk verkeer meer is tussen beide kerkengroepen. Voortaan zal er aan Canadese zijde onderzoek plaatsvinden naar leer en leven van degenen die uit Nederland in Canada kerkelijke gemeenschap zoeken.


Nog met meer nadruk gaan de Canadese kerken aandacht schenken aan de ontwikkelingen aan de TUK. Daarbij worden naast de al aangegeven onderwerpen concreet de opvattingen van dr. J.M. Burger (m.b.t. 'verzoening tot voldoening') genoemd. De Canadese kerk van Hamilton-Blessing had namelijk geklaagd dat dr. Burger onvoldoende zou zijn gehoord door de subcommissie.[2]

 

De synode gaat dus niet zover dat ze nu al besluit tot een conditionele beëindiging van de zusterkerkrelatie per 2017. Maar de waarschuwing aan het adres van de Nederlandse kerken is er niet minder ernstig om.

 

Ernst

 

Die ernst blijkt ook uit het feit dat de synode unaniem het besluit nam. Preses Aasmen verwoordde de zwaarte ervan:


'Het is een historisch en ernstig besluit. Het gaat om de moederkerk waaruit wij voor een deel zijn voortgekomen. We zijn nu gekomen tot het punt waarbij we onze zusterkerkrelatie moeten beperken. Een zeer droevig moment. Ik denk dat het goed is om dit voor de Here te brengen in gebed.

 

In dit diep aangrijpende moment ging ds. Agema voor en baden we samen:

 

Here God, Almachtige, we komen tot u in onze vergadering nu we een beslissing hebben genomen over onze relatie met onze zusterkerken in Nederland. U hebt onze besprekingen gehoord. U kent onze beslissing.
U weet Vader de zorgen die we hebben over onze broeders en zusters in Nederland. De liefde die we voor hen hebben. En de dankbaarheid voor de vele zegeningen die we door hen hebben ontvangen. En het verdriet dat we hebben nu we zien dat daar een denken wordt getolereerd dat tegen uw Woord en zijn gezag ingaat.
Vader, we realiseren ons ook onze eigen tekortkomingen in spreken en denken. Vergeef ons onze zonden als we dingen zeiden die verkeerd waren. We vragen u, Vader, wilt u zegenen wat we gedaan hebben.

We bidden voor onze zusterkerken in Nederland. Zij leven in een situatie waarin de verleidingen en de druk zo groot zijn  En het moeilijk wordt om standvastig te blijven in de trouw aan het Evangelie. Vader, we bidden geef hen dat zij willen vasthouden aan uw Woord, om zo een licht in de wereld te zijn.

Vader, wees hen en ons barmhartig. Zegen alles wat we hebben besloten en gebruik het waar we op hopen en voor bidden. Dat er een verandering komt zodat we elkaars woorden en attestaties weer kunnen aanvaarden.
Vader, we leggen dit voor u neer, en bidden het in de naam van onze Here Jezus Christus, het Hoofd van de Kerk.

Amen.

 

Hoe verder?

 

Enige discussie was er over de manier waarop het besluit kenbaar moest worden gemaakt aan de Nederlandse kerken. Uiteindelijk besloot de synode het op twee 'niveaus' te doen: een brief aan de komende GKv-synode te Meppel en een brief met het besluit aan alle kerkenraden van het vrijgemaakte kerkverband. Hoewel dat ongebruikelijk is lijkt het ons beslist een goede zaak. Alle gemeenten worden zo direct geconfronteerd met en betrokken bij de dreigende breuk tussen de kerken.

Daarnaast is er natuurlijk de subcommissie SRN die haar werk moet voortzetten en intensiveren gezien haar opdracht.
 

De Canadese kerken willen de internationale broederschap mobiliseren voor zover dat al niet gebeurde. Want ook in een heel aantal andere kerken, en niet alleen in de 'immigranten-kerken', is onrust en zorg over de GKv. Dat beklemtoont en verzwaart de waarschuwing aan de vrijgemaakte kerken. En, vragen wij ons af, wat kan de ICRC, the International Councel of Reformed Churches hierin betekenen?

 

Als voorbeeld van de betrokkenheid vanuit een ander werelddeel een fragment uit de toespraak van dr. P. Witten van de Free Reformed Churches of Australia, de FRCA:

 
… Terwijl twee nieuwe zusterkerkrelaties veel vreugde brengen, kan hetzelfde niet gezegd worden van onze relatie met de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKv). Diep verdriet wordt gevoeld over het besluit de zusterkerkrelatie met hen te schorsen, een schorsing die verlies van bepaalde voorrechten tot gevolg heeft. Waar voorheen kansel en avondmaalstafel voor bezoekende GKv-predikanten, broeders en zusters open stonden, is er nu een situatie ontstaan waarin zorgvuldige afweging en beperkingen nodig zijn. De voortdurende tolerantie van Schriftuurlijke en confessionele afwijkingen bedreigen wat eens een mooie zusterkerkrelatie was.

Wij weten dat u, broeders, ook bedroefd bent door deze zorgen. Moge de Here onze gebeden horen om in zijn genade nieuwe trouw te wekken in de GKv-kerken. Graag zouden wij met u eendrachtig een beroep op deze kerken willen doen zich te bekeren.

 

Tegelijk kan het verdriet ons aansporen tot nadenken over onze eigen kerken en ons eigen kerkverband. Worden ook wij niet door de trends in en de filosofie van de wereld om ons heen beïnvloed? Passen wij de evangelieboodschap aan door 'de Rots van ergernis' eruit weg te laten? Morrelen wij aan de beschutting van onze confessies en rekken we de grenzen van de kerkorde op om ze relevanter voor onze cultuur te maken en makkelijker te verteren voor onze kerkleden? Het gebed om meer trouw in de GKv eist dat ook wij voortdurend waakzaam zijn voor de aanvallen van de duivel op de leer en het leven van onze kerkleden…[3]

 

Impressie

 

We geven nog enige persoonlijke indrukken.

 

We hebben niets van een hoogmoedige zelfverheffing in de besprekingen op de synode gemerkt. Integendeel. In de vele gesprekken en besprekingen is steeds weer oprecht verdriet en welgemeende zorg om de GKv te merken. Er is een sterk verlangen en intensief gebed dat de GKv terugkeert naar 'de aloude paden'. En men beseft ook dat de losgeslagen tijdgeest die de GKv teistert zich niet beperkt tot het territorium Nederland.
Hoe ver staan inmiddels de Canadese kerken van de Nederlandse. We hebben het kunnen constateren uit eigen waarneming in erediensten en verder kerkelijk leven. Niet dat het 'een geheel zwart-wit plaatje' is. In Nederland zijn er ook gemeenten waar je trouw aan de Schrift en de belijdenis kunt vinden. En in Canada zijn er ook de nodige zorgen, zo hebben we inmiddels gemerkt. Later hopen we daar meer over te kunnen zeggen.
Maar er is een wezenlijk diep principieel verschil, dat laat de inhoud van dit synodebesluit duidelijk zien. M.n. als het gaat om het gezag van de Schrift in de uitwerking daarvan in tal van zaken in het gereformeerde leven. Een treffend uitvloeisel daarvan kan als voorbeeld de kloof tussen de beide kerkengroepen illustreren: Canada wil geen vrouwelijke deputaten uit Nederland op haar synode zien; in Nederland heeft inmiddels de eerste vrouw op de kansel gestaan (Haulerwijk) …

 

Naar onze mening is het ook een verdedigbare zaak dat met dit allerlaatste appel de besluiten van de vrijgemaakte synode van Meppel 2017 nog wordt afgewacht. Want ook voor de kerkgeschiedenis is het van belang dat zaken op landelijke kerkverbandniveau volstrekt duidelijk worden. Het vergt een expliciete beslissing een kerkelijke verbintenis te verbreken, vergelijk het kerkenraadsbesluit m.b.t. het afsnijden van een lid van een plaatselijke gemeente.

Naast biddende verwachting en hoop is er ook enige nuchterheid op zijn plaats. In de GKv zijn allerlei zaken zo verstrengeld dat een echte terugkeer menselijkerwijs heel moeilijk is geworden. Als bijvoorbeeld de synode in Meppel zou besluiten het eenheidsproces met de NGK te beëindigen zou dat ongetwijfeld een scheuring in de GKv teweegbrengen.


Het baart ons wel zorgen dat pas over drie jaar, de volgende synode van de CanRC, een beslissing zal vallen over de verhouding met de GKv. Is er niet een vervroegde synode nodig en mogelijk na Meppel?, vragen we ons af. De zaak is er belangrijk genoeg voor.

 

Laten we blijven bidden om terugkeer van de Nederlandse broeders en zusters die ons lief blijven en dat de banden tussen de kerken weer geheel hersteld kunnen worden.

 

Wordt vervolgd

 

Vertalingen: R. Sollie-Sleijster



[1] In onze weergave hebben we om technische redenen afgezien van het type opsommingsteken dat de synode gebruikt: geen 'gepunte' 2.1.1 aanduiding bijvoorbeeld. Verder hebben we in BIJLAGE 2 om verwarring te voorkomen de afkorting GKN gewijzigd in GKv (zoals ook in de inmiddels Final Version van de Acta).

[2] Voor wie meer wil weten over dr. Burger en zijn opvattingen, click hier ???

[3] Zie voor de hele (Engelse) toespraak Kerken in Canada 5 E in deze serie. De Nederlandse vertaling hopen we in later instantie te geven.

 


 

BIJLAGE 1 - Uit de Acta van de synode van Dunnville 2016

Nederlandse vertaling

 

Article 104 – GKv (Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in Nederland)

 

1. Materiaal

  1. CRCA Subcommissie voor Contact met Gereformeerde Kerken in Nederland (CRCA-SRN) (8.2.3.1), inclusief de volgende bijlagen (8.2.3.2-7)
     
  2. Brieven van de volgende Canadese Gereformeerde Kerken (CanRC)
  • Burlington-Rehoboth (8.3.1.1.1),
  • Smithers (8.3.1.1.2),
  • Chatham (8.3.1.1.3),
  • Grand Valley (8.3.1.1.4),
  • Langley (8.3.1.1.5),
  • Ancaster (8.3.1.1.6)
  • Fergus-North (8.3.1.1.7),
  • Edmonton-Immanuel (8.3.1.1.8),
  • Fergus Maranatha (8.3.1.1.9),
  • Glanbrook-Trinity (8.3.1.1.10),
  • Grand Rapids (8.3.1.1.11),
  • Taber (8.3.1.1.12)
  • Abbotsford (8.3.1.1.13
  • Grassie-Covenant (8.3.1.1.14)
  • Cloverdale (8.3.1.1.15),
  • Brampton (8.3.1.1.16),
  • Elora (8.3.1.1.17),
  • Burlington-Ebenezer (8.3.1.1.18)
  • Toronto-Bethel (8.3.1.1.19),
  • Hamilton-Blessings (8.3.1.5),
  • en Lincoln-Vineyard (8.3.1.7)

2. Waarnemingen

  1. GS 2013 (Art. 148) besloot tot herbenoeming van de CRCA-SRN met het volgende mandaat
      
    1. Om contact te onderhouden met BBK [1] van de GKv en de CanRC op de volgende synode van de GKv te vertegenwoordigen. Zo mogelijk moet de CRCA subcommissie aanwezig zijn wanneer deze synodebrief door de volgende GKv synode wordt behandeld;
       
    2. Om de BBK te informeren over ons besluit ten aanzien van vrouwelijke afgevaardigden;
       
    3. Om voort te gaan met het volgen van de ontwikkelingen aan de TUK [2];
       
    4. Het werk van Deputaten betreffende de Rol van de Vrouw in de Kerk te volgen en hun rapport te beoordelen evenals de besluiten van de volgende Synode van de GKv over dat rapport;
       
    5. De voortgaande samensprekingen tussen de GKv en de NGK [3] te volgen en de besluiten van de volgende GKv Synode over eenheid met de NGK te onderzoeken;
       
    6. De resultaten van de herziening van de GKv Kerkorde te onderzoeken;
       
    7. De resultaten van de GKv betrekkingen met de “Nationale Synode”te volgen;
       
    8. De ontwikkelingen met betrekking tot de toepassing van Artikel 67 van de GKv Kerkorde te volgen;
       
    9. Om te werken in overleg met de deputaten FRCA en OPC;
       
    10. Zes maanden voor de Generale Synode 2016 aan de kerken te rapporteren met bijzondere aandacht voor de vraag of we al dan niet de zusterkerkrelatie voortzetten.
       
  2. Zorgen over de GKv zijn de laatste decennia door onze synodes geuit.
      
    1. 1998: De Synode stemde in met de zorgen die geuit werden over de binding aan het gezag van Schrift en belijdenissen, afwijkingen aangaande de leer van Christus' lijden en een artikel dat handelt over homoseksualiteit (GS 1998 (CanRC), Art. 40, 63 Overwegingen III.6; Rec. IV.G).
       
    2. 2001: De Synode wees op zorgen over het recent door GS 1999 (GKv) aangenomen huwelijksformulier en droeg de CRCA op de veranderingen met de Nederlandse deputaten te bespreken (GS 2001 (CanRC), Art. 80, Rec. 5.3.2.). De Synode droeg de CRCA ook op om de zorgen die waren geuit over de GKv te bestuderen om te zien of het punt bereikt is dat een waarschuwing nodig is dat de GKv bezig zijn af te wijken van de Gereformeerde grondslag in Schrift en de Gereformeerde confessies (GS 2001 (CanRC), Art. 80, Rec. 5.3.3.).
       
    3. 2004: Ook deze Synode uitte zorgen. Daarbij verklaarde zij: “De brieven van de kerken laten zien dat er zorgen binnen onze kerken bestaan over de situatie in de GKv. Het is belangrijk te bedenken dat wij de GKv niet moeten beoordelen op basis van wat we weten uit persoonlijke waarnemingen, van horen zeggen, uit artikelen in bladen (74), maar op basis van haar officiële documenten.” (GS 2004 (CanRC), Art. 44, Overw. 4.9).
       
    4. 2007: De Synode handhaafde dat er genoeg reden was de situatie in Nederland te volgen. Verder verklaarde zij: “Een kerkverband moet tijd gegeven worden om de onderwerpen waar het mee geconfronteerd wordt, door te werken. Als er afwijking is, zal dat uiteindelijk in de officiële besluiten van de kerken tot uiting komen. Door het zorgvuldig volgen van de ontwikkelingen in de GKv betreffende zaken die door de verschillende deputaten en in Rapporten worden behandeld, moet het voor de commissie mogelijk zijn een vinger aan de pols van de GKv te houden. Terwijl de commissie aangemoedigd kan worden meer dan alleen maar de officiële documenten te lezen om een gevoel te krijgen van wat er aan de gang is, moeten oordelen over situaties op officiële documenten gebaseerd zijn.” (GS 2007 (CanRC), Art. 133, Overwegingen 4.9)
       
    5. 2010: De zorgen namen zodanig toe dat een afzonderlijke subcommissie werd benoemd. Deze commissie werd opgedragen ernstige zorgen te uiten over het onderwijs aan de TUK en over een verandering in het functioneren van Bijbelse hermeneutiek in de GKv (GS 2010 (CanRC), 87 Art. 86, Rec. 4.4).
       
    6. 2013: De Synode besloot vanwege steeds maar groeiende zorgen (GS 2013 (CanRC), Art. 165) een vermaanbrief rechtstreeks aan de GS 2014 (GKv) te sturen (89).
       
  3. GS 2014 (GKv) antwoordde per brief op de CanRC vermaanbrief.

    GS 2014 (GKv) uitte waardering voor de vermaanbrief als een uitdrukking van liefde, maar verdedigde de positie van de GKv met betrekking tot de zaken in onze vermaanbrief genoemd.
     
  4. Reacties van de kerken:
      
    1. Verscheidene kerken geven algemene steun aan de richting die de commissie voorstelt. Een paar van de onderwerpen die door de kerken worden genoemd, zijn:
      1. veel waarschuwingen zijn in het verleden door onze synodes afgegeven;
         
      2. het zendt een krachtig signaal naar de GKv en voegt nog een duidelijke waarschuwing toe;
         
      3. de aanbeveling onze zusterkerkrelatie te beperken zal een aanmoediging voor de trouwe GKv leden zijn.
         
    2. Verscheidene kerken stellen specifieke veranderingen voor om aanbeveling 2. zo aan te passen dat de volgende generale synode een besluit neemt over het beëindigen van onze zusterkerkrelatie.
       
    3. Langley stelt voor de zusterkerkrelatie met de GKv liever te schorsen dan te beperken.
       
    4. Cloverdale is het niet eens met de aanbeveling de zusterkerkrelatie te beperken en stelt voor in plaats daarvan bericht te sturen aan de GKv dat de zusterkerkrelatie beëindigd zal worden op de GS 2019 (CanRC), tenzij er een inhoudelijk duidelijke verandering in de richting van de GKv is. Zij merken op dat de voorgestelde beperking een nieuwe klasse van zusterkerkrelaties zou introduceren en “bezoekers zou straffen voor de zonden van de meerdere vergaderingen.”
       
    5. Glanbrook-Trinity geeft aan dat een synode geen kerkenraden behoort te adviseren over hun rol in het adviseren van hun leden die naar Nederland reizen.
       
    6. Hamilton-Blessings betreurt het dat door de CRCA geen contact met ds. dr. Hans Burger werd opgenomen en wijst erop dat zijn gezichtspunten onjuist in het synoderapport zijn weergegeven. Zij stellen voor dat de synode dit publiek erkent.
       
    7. Flamborough merkt op dat de CRCA aan haar opdracht om nauw samen te werken met deputaten FRCA en OPC heeft voldaan.
       
    8. Grand Rapids ondersteunt de beperking van de zusterkerkrelatie als een minimum, maar ziet nu reeds reden tot volledige schorsing. Zij geven aan dat, indien de situatie in Nederland niet is verbeterd, de zusterkerkrelatie in ieder geval door de GS 2019 (CanRC) moet worden beëindigd.
       
    9. Burlington-Ebenezer ondersteunt beide aanbevelingen van de CRCA en geeft 2 Thess. 3:13-15 als leidraad.
       
  5. De CRCA-SRN adviseert de zusterkerkrelatie met de GKv te beperken.

    Deze meer beperkte relatie moet als volgt worden verstaan:
    1. Regel 4 en 5 van de zusterkerkrelatie die handelen over de vanzelfsprekende aanvaarding van attestaties van de GKv en het recht op de kansel van GKv predikanten moeten van nul en generlei waarde worden geacht. Kerkenraden wordt dringend aangeraden naarstig toe te zien om er zeker van te zijn dat zij die toegelaten worden met attestaties vanuit de GKv gezond in leer en leven zijn. Mocht een kerk een beroep op een GKv predikant wensen uit te brengen, dan is positief advies van de classis vereist voordat zo'n beroep uitgebracht wordt. In het geval van bezoekende predikanten vanuit de GKv wordt kerkenraden dringend aangeraden zorgvuldigheid  te betrachten en zich geheel te verzekeren van de gezonde leer en het godvruchtig leven van de betrokken predikant. Bovendien moeten kerkenraden hun leden, die naar Nederland reizen,  adviseren zich niet automatisch bij een GKv gemeente te voegen, maar te onderscheiden waar zij naar de erediensten gaan.
       
    2. Indien GS 2017 (GKv) duidelijk verklaart dat deze kerken terugkeren naar de erkenning van het volle gezag van de Schrift en die binding laten zien door alsnog te handelen op onze zorgen in de vermaanbrief van de GS 2013 (CanRC) betreffende de TUK, de vrouw in het ambt en andere zaken zoals homoseksualiteit, als genoemd in onze rapporten, dan zal de normale zusterkerkrelatie hervat worden. Indien echter GS 2017 (GKv) de huidige koers van deformatie handhaaft, dan zal door dat feit op zich deze Synode de relatie van de GKv met de CanRC verbreken en de CanRC zullen de zusterkerkrelatie als geëindigd beschouwen.

3 Overwegingen

  1. Uit het rapport van de commissie kan worden geconcludeerd dat de commissie haar opdracht heeft vervuld. De commissie is te prijzen voor de hoeveelheid werk die zij heeft gedaan en de helderheid waarmee zij haar bevindingen heeft gepresenteerd.
     
  2. Het rapport geeft aan dat, ondanks waarschuwingen van onze deputaten en de vermaanbrief aan de GS 2014 (GKv), er geen blijk van terugkeer tot het volle gezag van de Schrift is voor wat betreft de onderwerpen in de brief genoemd; bijvoorbeeld het onderwijs aan de TUK, de vrouw in het ambt, betrekkingen met de NGK. Dit wordt ook ondersteund door de officiële brief van de GS 2014 (GKv). In feite laat het rapport van de CRCA-SRN zien dat de GKv verder is gegaan in het ondermijnen van het volle gezag van de Schrift. Het rapport spreekt van een “deformatiekoers”. Wij merken dit op met verdriet en een bezwaard hart.
     
  3. De GKv afgevaardigden naar de GS 2016 (CanRC) wezen erop dat de GKv de zorgen van de CanRC begrijpen, maar het gevoel hebben dat de aanbevelingen van de subcommissie voortijdig zijn (zie toespraak, Bijlage #). Zij drongen er bij deze synode op aan tot de volgende synode van de GKv te wachten. Het is waar dat de zaak van de vrouw in het ambt bijvoorbeeld, nog niet in de kerkelijke vergaderingen van de GKv tot afsluiting is gekomen. Het is belangrijk voor onze deputaten deze ontwikkeling te volgen, ook in het licht van het verzoek van de GKv om inbreng door de zusterkerken. Wat betreft het belangrijkste bezwaar van de CanRC, het blijkbaar tekort doen aan het gezag van de Schrift, hier is geen aanwijzing van verandering sinds GS 2013 (CanRC).
     
  4. De hierboven beschreven geschiedenis (zie Waarnemingen 2.2), evenals de eerste reden van het rapport van de subcommissie (blz. 68), laten zien dat de CanRC deze zorgen gedurende een langere tijdsperiode hebben aangegeven. Het overzicht laat ook zien dat de CanRC geduld hebben geoefend in het volgen van de voorgeschreven procedure.
     
  5. De CanRC hebben een diepe en rijke gemeenschappelijke geschiedenis met de GKv. Vele jaren lang hebben we samengewerkt en we erkennen de band die we met veel trouwe broeders en zusters in de GKv hebben. We werken ook samen in verschillende missionaire projecten. Maar de Bijbel roept ons ook op de waarheid in liefde te spreken als we zorgen hebben en we zijn verplicht die in overeenstemming met onze zusterkerkregels naar voren te brengen.
     
  6. De Synode erkent dat de GKv met veel uitdagingen in haar Nederlandse context wordt geconfronteerd. Tot op zekere hoogte leven wij allen echter in een culturele context die vijandig aan Gods Woord is. Niettemin overstijgt het gezag van de Schrift de cultuur en moet in iedere culturele context gehandhaafd blijven.
     
  7. Omdat de situatie binnen de GKv op plaatselijk niveau “vloeibaar” is en er tussen de kerken veel praktijkverschillen bestaan als het gaat om bijvoorbeeld ongehuwd samenwonen, praktiserende homoseksuelen en de vrouw in het ambt, kunnen de CanRC niet langer vanzelfsprekend verklaringen van plaatselijke kerkenraden van de GKv aanvaarden. Om deze reden zou het van voorzichtigheid getuigen tijdelijk de werking van de regels 4 en 5 van de zusterkerkrelatie te schorsen. Deze regels zijn:
    1. De kerken zullen elkaars attestaties of getuigenissen van goed gedrag aanvaarden, wat ook betekent dat op vertoon van die attesttie of dat getuigenis leden van de respectievelijke kerken toegang tot de sacramenten hebben.
       
    2. De kerken zullen hun kansels voor elkaars predikanten openstellen in overeenstemming met de regels die daarvoor in hun respectievelijke kerken zijn aangenomen.

De Synode is het eens met de aanbeveling van de SRN dat “kerkenraden dringend wordt aangeraden naarstig toe te zien om er zeker van te zijn dat zij die met attestaties vanuit de GKv worden toegelaten gezond zijn in leer en leven.”

  1. Het moet duidelijk zijn dat de schorsing van deze twee regels niet betekent dat de zusterkerkrelatie beëindigd is, maar meer dat die onder druk staat. Dit is een tijdelijke situatie in de hoop dat, onder Gods genade, deze schorsing ongedaan kan worden gemaakt, als er blijk van verandering binnen de GKv kerken is.
     
  2. De Synode is het niet eens met het voorstel van de commissie dat indien GS 2017 (GKv) de huidige koers van deformatie vasthoudt, deze GKv synode door dat feit op zich de zusterkerkrelatie zal verbreken. De Synode is het eens met de kerken die hierop hebben gewezen. Wat betreft het voorstel van verscheidene kerken dat de Synode aan GS 2019 opdracht geeft een besluit te nemen over het beëindigen van onze zusterkerkrelatie met de GKv: het ligt niet binnen de jurisdictie van deze synode een toekomstige synode op te dragen dit te doen. Onze hoop en ons gebed is dat het verbreken van de zusterkerkrelatie niet nodig zal zijn.
     
  3. Het rapport van de SRN wijst op meerdere ernstige zorgen naar aanleiding van een artikel door ds. dr. Burger, docent systematische theologie aan de TUK. Hamilton-Blessings zet vraagtekens bij de bevindingen van het rapport. Het zou voor de SRN belangrijk zijn deze zorgen verder te onderzoeken. De brief van Hamilton-Blessings moet aan de SRN worden doorgegeven.

Aanbevelingen

 

Dat de Synode besluit:

  1. Dankbaarheid uit te spreken voor de Subcommissie voor Gereformeerde kerken in Nederland van de Commissie voor Betrekkingen met Buitenlandse Kerken (CRCA-SRN) voor hun werk;
     
  2. Dankbaarheid en blijdschap aan de Here uit te spreken voor veel getrouwheid in de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKv), maar ook verdriet en verontrusting over het tolereren van afwijkingen van Schrift en belijdenis;
     
  3. De zusterkerkrelatie met de GKv voort te zetten, met de tijdelijke schorsing van de werking van de regels 4 en 5 van de zusterkerkrelatie;
     
  4. De commissie CRCA-SRN op te dragen:
    1. Contact te blijven onderhouden met de Commissie voor Betrekkingen met Buitenlandse Kerken (BBK) van de GKv en de CanRC op de volgende GKv Synode te vertegenwoordigen;
       
    2. De volgende synode van de GKv schriftelijk in kennis te stellen van het besluit van de GS 2016;
       
    3. Een exemplaar van deze acta van de GS 2016 aan elk van de GKv kerken te sturen met een begeleidende brief;
       
    4. Het werk van de commissie “Man/Vrouw en Ambt” te volgen, evenals de besluiten van de volgende GKv Synode over dit onderwerp;
       
    5. De voortgaande besprekingen tussen de GKv en de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) te volgen;
       
    6. Door te gaan met het waarnemen van de ontwikkelingen aan de Theologische Universiteit van de GKv in Kampen (TUK) en hierbij aandacht aan het artikel van ds. dr. Burger te schenken;
       
    7. De resultaten te volgen van de betrokkenheid van de GKv bij de Nationale Synode;
       
    8. In overleg samen te werken met de deputaten van onze andere zusterkerken;
       
    9. Zes maanden voor de GS 2019 te rapporteren en daarbij speciale aandacht te geven aan de vraag of we al dan niet de zusterkerkrelatie moeten voortzetten.

AANGENOMEN

 

Noten


1. BBK: Commissie voor Betrekkingen met Buitenlandse Kerken van de GKv

2. TUK: Theologische Universiteit Kampen van de GKv

3. NGK: de Nederlands Gereformeerde Kerken

 


 

BIJLAGE 2 - From the Acts of the synode of Dunnville 2016


Article 104 – GKv (Reformed Churches in The Netherlands (= RCN))

 

Advisory Committee 1 presented its report. The report was discussed. During discussion the following amendments were moved and seconded:

 

Amendment 1

To replace  “To inform the GKv via the BBK of our decision”

With 
“To inform the next synod of the GKv in writing of GS 2016’s decision”

 

ADOPTED


Amendment 2

To insert between 4.4.2 and 4.4.3 

“To send a copy of this act of GS 2016 to each of the GKv churches accompanied by a cover letter.”

 

ADOPTED

 

1. Material 

  1. CRCA Subcommittee for Contact with Reformed Churches in The Netherlands (CRCASRN) (8.2.3.1), including the appendices (8.2.3.2-7)
     
  2. Letters from the following CanRC:
  • Burlington-Rehoboth (8.3.1.1.1),
  • Smithers (8.3.1.1.2),
  • Chatham (8.3.1.1.3),
  • Grand Valley (8.3.1.1.4),
  • Langley (8.3.1.1.5),
  • Ancaster (8.3.1.1.6),
  • Fergus-North (8.3.1.1.7),
  • Edmonton-Immanuel (8.3.1.1.8),
  • Fergus Maranatha (8.3.1.1.9),
  • Glanbrook-Trinity (8.3.1.1.10),
  • Grand Rapids (8.3.1.1.11),
  • Taber (8.3.1.1.12),
  • Abbotsford (8.3.1.1.13),
  • Grassie-Covenant (8.3.1.1.14),
  • Cloverdale (8.3.1.1.15),
  • Brampton (8.3.1.1.16),
  • Elora (8.3.1.1.17),
  • Burlington-Ebenezer (8.3.1.1.18),
  • Toronto-Bethel (8.3.1.1.19),
  • Hamilton-Blessings (8.3.1.5),
  • and Lincoln-Vineyard (8.3.1.7)

2. Observations

  1. GS 2013 (Art. 148) decided to reappoint the CRCA-SRN with the following mandate:
    1. To maintain contact with BBK[1] of the RCN and represent the CanRC at the next synod of the RCN. If possible, the CRCA subcommittee should be present when this Synod’s letter is dealt with by the next Synod of the RCN;
    2. To inform BBK of our decision concerning female delegates;
    3. To continue to observe developments at the TUK[2];
    4. To monitor the work of the Deputies concerning the Role of Women in the Church and assess their report as well as the decisions of the next Synod of the RCN regarding that report;
    5. To monitor the ongoing unity discussions between the RCN and the NRC3 and to review the decisions of the next Synod of the RCN regarding unity with the NRC;
    6. To review the results of the revision of the RCN Church Order;
    7. To monitor the results of the RCN’s involvement with the “National Synod”;
    8. To monitor the developments regarding the application of Article 67 of the RCN Church Order;
    9. To work in consultation with the deputies FRCA and OPC;
    10. To report to the churches six months prior to General Synod 2016 giving special attention to the question whether or not we continue in EF.
         
  2. Concerns about the GKv have been expressed by our synods over the past few decades.
    1. 1998: Synod agreed with the concerns expressed regarding commitment to the authority of Scripture and confessions, deviations regarding the doctrine of Christ’s suffering, and an article dealing with homosexuality (GS 1998 (CanRC), Art. 40, 63 Cons. III.6; Rec. IV.G).
    2. 2001: Synod noted concerns about the marriage form recently adopted by GS 1999 (GKv) and mandated the CRCA to discuss the changes with the Dutch deputies (GS 2001 (CanRC), Art. 80, Rec. 5.3.2). Synod also mandated the CRCA to study the concerns expressed about the GKv to see whether the point has been reached that a warning is needed that the GKv are deviating from the Reformed basis in Scripture and the Reformed confessions (GS 2001 (CanRC), Art. 80, Rec. 5.3.3). 
    3. 2004: Synod expressed concerns as well. In addition, it stated: “The letters from the churches show that there is concern within our churches about the situation in the GKv. It is important to keep in mind that we should not judge the GKv on the basis of what we know from personal observations, hearsay, or from articles in papers, 74 but on the basis of its official documents.” (GS 2004 (CanRC), Art. 44, Cons. 4.9).
    4. 2007: Synod maintained that there was enough reason to monitor the situation in the Netherlands. Further, it stated, “A church federation must be given time to work through the issues confronting it. If deviation is present, it will manifest itself eventually in the official decisions of churches. By carefully following the developments in the GKv in terms of the issues being dealt with by various deputies and in Reports, the committee should be able to keep a finger on the pulse of the GKv. While the committee can be encouraged to read more than just the official documents to get a sense of what is happening, judgments about situations must be based on the official documents.” (GS 2007 (CanRC), Art. 133, Cons. 4.9)
    5. 2010: The concerns increased to the extent that a separate subcommittee was set up. It was charged to express grave concerns about the teaching at the TUK and about a change in how biblical hermeneutics are functioning the GKv (GS 2010 (CanRC), 87 Art. 86, Rec. 4.4).
    6. 2013: Synod decided to send a letter of admonition directly to GS 2014 (GKv) because of continued growing concerns (GS 2013 (CanRC), Art. 165).
         
  3. GS 2014 (GKv) responded by letter to the CanRC letter of admonition. GS 2014 (GKv) expressed appreciation for the letter as an expression of love but defended the position of the GKv with regard to the matters mentioned in our letter of admonition.
        
  4. Reactions from the churches:
    1. Several churches indicate general support for the direction the committee proposes. Some of the items mentioned by the churches are:
      • many warnings have been issued by our past synods; 
      • it sends a strong signal to the GKv and adds a further clear warning; 
      • the recommendation to restrict our EF will be an encouragement to faithful members of the GKv.
    2. Several churches propose specific changes to amend recommendation 2 to the extent that the next general synod will make a decision about terminating our EF.
    3. Langley proposes to suspend EF with the GKv rather than restrict it.
    4. Cloverdale disagrees with the recommendation to restrict EF and instead proposes notice be given to the GKv that the EF will be terminated at GS 2019 (CanRC) unless there is meaningful change in the direction of the GKv. They note that the proposed restriction would create a new class of EF and “would punish visitors for the sins of the broader assemblies.”
    5. Glanbrook-Trinity indicates that a synod should not be advising consistories as to their role in advising their members who are travelling to the Netherlands.
    6. Hamilton-Blessings regrets that the Rev. Dr. Hans Burger was not contacted by the CRCA and indicates that his views are misrepresented in the report to synod. They propose that synod acknowledge this publicly.
    7. Flamborough observes that the CRCA met its mandate to work closely with the deputies of the FRCA and the OPC.
    8. Grand Rapids supports the EF restriction as a minimum, but sees the case for complete suspension at this time. They indicate that in any case the EF should be terminated by GS 2019 (CanRC) if the situation in The Netherlands has not improved.
    9. Burlington-Ebenezer supports both recommendations of the CRCA and gives 2 Thess. 3:13-15 as guidance.
         
  5. The CRCA-SRN recommends to restrict our sister relationship with the GKv. This more limited relationship should be understood as follows:
    1. Rules 4 and 5 for EF which deal with the automatic acceptance of attestations from the GKv and the privilege of the pulpit for GKv ministers are to be considered null and void. Consistories are urged to exercise due diligence to ensure that those whose attestations from the GKv are accepted are sound in doctrine and conduct. Should a church desire to call a minister from the GKv, the concurring advice of classis is required before such a call is issued. In the case of visiting ministers from the GKv, consistories are urged to exercise careful diligence and should be fully assured of the sound doctrine and the godly life of the minister involved. Furthermore, consistories should advise their members who are travelling to The Netherlands not to automatically join a GKv congregation but to be discerning where they worship.
    2. If GS 2017 (GKv) makes a clear statement indicating that these churches are returning to acknowledging the full authority of Scripture and show that commitment by as yet acting on our concerns expressed in the letter of admonition from GS 2013 (CanRC) regarding the TUK, women in office, and other matters such as homosexuality mentioned in our reports, the normal sister relationship will resume. If, however, GS 2017 (GKv) maintains the present course of deformation then by that very fact this Synod will break the relationship of the GKv with the CanRC and the CanRC will consider the sister relationship to have ended.

3. Considerations

  1. From the report of the committee it can be concluded that the committee fulfilled its mandate. The committee is to be commended for the amount of work it did and the clarity with which they presented their findings.
  2. The report indicates that, in spite of the warnings by our deputies and the letter of admonition to GS 2014 (GKv), there is no evidence of returning to the full authority of Scripture regarding the items mentioned in the letter; for example, the teachings at the TUK, women in office, relations with the NGK. This is also supported by the official letter from the GS 2014 (GKv). In fact, the report from the CRCA-SRN shows that the GKv has gone further in challenging the full authority of Scripture. The report speaks of a “course of deformation.” We note this with sad and heavy hearts.
  3. The GKv delegates to the GS 2016 (CanRC) indicated that the GKv understand the concerns of the CanRC but feel that the recommendations of the sub-committee are premature (see address, Appendix #). They urged this synod to wait till the next synod of the GKv. It is true that the matter of women in office for example, has not yet been concluded in the ecclesiastical assemblies of the GKv. It will be important for our deputies to monitor this development, also in light of the request of the GKv for input by the sister churches. In regard to the main concern of the CanRC, the apparent lack of authority of Scripture, there is no indication of change since GS 2013 (CanRC).
  4. The above outlined history (see Obs. 2.2), as well as the first reason of the subcommittee report (p. 68), show that the CanRC have addressed these concerns over a prolonged period of time. The overview also shows that the CanRC have exercised patience in following due process.
  5. The CanRC have a deep and rich, common history with the GKv. Over many years we have worked together and we recognize the bond we have with many faithful brothers and sisters in the GKv. We also share in several mission projects. The Bible, however, also calls us to speak the truth in love when we have concerns and we are required to address them in accordance with our rules of EF. 
  6. Synod recognizes that the GKv is facing many challenges in its Dutch context. To one degree or another, however, we all live in a cultural context that is hostile to God’s Word. Nevertheless, the authority of Scripture transcends culture and needs to be maintained in any cultural context.
  7. Because the situation within the GKv at the local level is “fluid” and there are many differences in practice between local churches when it comes to, for example, living common law, practicing homosexuals, and women in office, the CanRC can no longer automatically accept statements made by local consistories of the GKv. For this reason, it would be prudent to temporarily suspend the operation of the EF rules 4 and 5. These rules are:
    1. The churches shall accept one another’s attestations or certificates of good standing, which also means admitting members of the respective churches to the sacraments upon presentation of that attestation or certificate.
    2. The churches shall open their pulpits for each other’s ministers in agreement with the rules adopted in their respective churches.
      Synod agrees with the SRN recommendation that “consistories are urged to exercise due diligence to ensure that those whose attestations from the GKv are accepted are sound in doctrine and conduct.”
  8. It must be clear that this suspension of these two rules does not mean that EF with the GKv has ended but rather is under strain. This is a temporary situation in the hope that, under God’s grace, this suspension can be undone when there is evidence of change within the GKv churches.
  9. Synod is not in agreement with the committee’s suggestion that if GS 2017 (GKv) maintains the present course of deformation, then, by that very fact, this GKv synod will break the EF. Synod agrees with the churches which have pointed this out. As to the suggestion of several churches that Synod mandate GS 2019 (CanRC) to make a decision about terminating our EF with the GKv, it is not within the jurisdiction of this synod to mandate a future synod to do this. It is our hope and prayer that breaking EF will not be necessary.
  10. The report of the SRN identifies several serious concerns regarding an article by the Rev. Dr. Burger, lecturer of systematic theology at the TUK. Hamilton-Blessings questions the findings of the report. It would be important for the SRN to further investigate these concerns. The letter of Hamilton-Blessings should be forwarded to the SRN.

Recommendations

 

That Synod decide:
 

To express thankfulness for the Subcommittee for Reformed churches in The Netherlands of the Committee for Relations with Churches Abroad (CRCA-SRN) for their work;

  1. To express thankfulness and joy to the Lord for much faithfulness in the Reformed Churches in The Netherlands (GKv) as well as grief and disquiet over tolerance of deviations from Scripture and confession;
  2. To continue EF with the GKv, with the temporary suspension of the operation of EF rules 4 and 5;
  3. To mandate the CRCA-SRN:
    1. To maintain contact with the Committee for Relations with Churches Abroad (BBK) of the GKv and represent the CanRC at the next GKv Synod;
    2. To inform the next synod of the GKv in writing of GS 2016’s decision;
    3. To send a copy of this act of GS 2016 to each of the GKv churches accompanied by a cover letter;
    4. To monitor the work of the committee “Males / Females and Office” as well as the decisions of the next GKv Synod regarding this matter;
    5. To monitor the ongoing discussions between the GKv and the Netherlands Reformed Churches (NGK);
    6. To continue to observe developments at the Theological University of the GKv in Kampen (TUK), this includes paying attention to the article by the Rev. Dr. Burger;
    7. To monitor the results of the GKv’s involvement with the National Synod;
    8. To work in consultation with the deputies of our other sister churches;
    9. To report to the churches six months prior to GS 2019 giving special attention to the question whether or not we continue in EF.

ADOPTED

 

Notes


[1] The Committee for Relations with Churches Abroad of the RCN

[2] The Theological University of the RCN at Kampen. 3 The Netherlands Reformed Churches (NGK)