Ethiek

Kerkverband

Signalen

 

Tussen biblicisme en schriftkritiek

met aandacht voor de nieuwe hermeneutiek

Dr. P. Boonstra, GKv  Bussum-Huizen


31 mei 2018, 20.00 uur
Gebouw Brandpunt, Emiclaer 101, Amersfoort

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Katholieke Kerk 1

 

D.J. Bolt

28-04-18

 

Katholiek – wat betekent dat? Het begrip vormde een belangrijk onderwerp in de besprekingen tussen DGK en GKN. En wie, of beter, welke kerk mag zich katholiek noemen? De bespreking hiervan kon helaas niet worden voortgezet en afgerond om de bekende reden[1]. Maar het onderwerp is er niet minder belangrijk om. Want elke kerkgemeenschap moet zich de vraag stellen: zijn wij werkelijk katholiek? Daarom had deze vraag ook de volle aandacht op de DGK-synode Lansingerland, zaterdag 21-04-18. Er werden besluiten genomen die rechtstreeks te maken hebben met dat begrip katholiciteit, een cruciale eigenschap van Christus' kerk.

 

Voor we verdere aandacht gaan geven aan het gebeuren op die synode dag, nu eerst over de betekenis van katholiciteit. Daarover hebben de DGK-deputaten t.b.v. van de samenspreking met GKN een helder stuk geschreven. We publiceren het hier in extenso (kopjes zijn van ons).

 


 

Katholiciteit

DGK deputaten ACOBB[2]

 

Met de Geloofsbelijdenis van Nicea onderscheiden we vier eigenschappen van de kerk. De kerk is één, heilig, katholiek en apostolisch. Net zo als over de drie andere eigenschappen van de kerk valt ook over haar katholiciteit veel te zeggen. Dus voor dit gespreksdocument zullen we ons zeer beperken.

Met instemming en dankbaarheid maken we daarbij gebruik van

  • De Beknopte Gereformeerde Dogmatiek (BGD);
  • Dr. C. Trimp, Kerk in aanbouw, inzonderheid paragraaf 3.2, 3.3, 3.5
  • Dr. W.G. de Vries, prof. J. Kamphuis, ds. J.W. van der Jagt, De kerk, uit de serie Woord en wereld, nr. 27.

Kerk en katholiciteit

 

Het begrip ‘katholiek’ in de belijdenis van de katholiciteit van de kerk heeft betrekking op het universele, het wereldwijde karakter van de kerk van Christus. Dus op het geheel betrokken. Maar de katholiciteit van de kerk heeft ook een kwalitatief aspect. Het wijst ook op de volle Schriftuurlijke inhoud van de leer van de kerk. Zie wat de apostel Paulus schrijft in Efez.3: 14 e.v., over het ‘samen met alle heiligen’ en over de volheid die in Christus gegeven is. De katholieke kerk blijft in die volheid van Christus, door het Woord te bewaren (Joh. 14:15vv.)

In de vroegchristelijke kerk werd met de ‘katholiciteit van de kerk’ bedoeld: de ware kerk die tegelijk de universele kerk is, of de universele kerk, die tegelijk de ware kerk is. De katholiciteit heeft ook betrekking op ‘de hele waarheid en de volheid van het heil’ (BGD, p651).

 

De katholiciteit van de kerk is voluit Bijbels gefundeerd: zie Joh. 3:16; Matth. 28:19; Handelingen 2, 10, 11; 1 Kor. 12:13; Efeze 2:14-16; Kol. 3:11; Rom. 3:29,30; Rom. 10:11-13; 1 Tim. 2;5,6, enzovoort.

De katholiciteit van de kerk wordt beleden in belijdenisgeschriften van de kerk. In zonderheid is te noemen de formulering in vraag en antwoord 54 van de HC:

 

'Dat de Zoon van God uit het hele menselijke geslacht Zich een gemeente vergadert, van het begin van de wereld tot aan het einde (..), in de eenheid van het ware geloof.'

 

En natuurlijk in art. 27 van de NGB:

 

'Wij geloven en belijden één katholieke of algemene kerk. (..) Deze kerk is er geweest vanaf het begin van de wereld en zal er zijn tot het einde toe. (..) Deze heilige kerk is niet gevestigd in, gebonden aan, of beperkt tot een bepaalde plaats, of gebonden aan bepaalde personen. Maar zij is verbreid en verstrooid over de hele wereld. Toch is zij met hart en wil samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest, door de kracht van het geloof.'

 

Katholiciteit en sekten

 

De belijdenis van de katholiciteit, zoals geformuleerd in art. 27 NGB is een afwijzing van de Roomse visie op de katholiciteit. Bij Rome is sprake van een wettische binding van de kerk aan plaatsen, personen (de paus) en instellingen (de hiërarchie). In de BGD wordt de Roomse opvatting over katholiciteit afgewezen en ook terecht afstand genomen van de sektarische opvatting (653). Wij zullen op onze hoede moeten zijn voor sektarische tendensen in het kerkelijke leven.

Daarbij valt te denken aan groepsvorming, met verabsolutering van (een) bepaalde opvatting(en), ten koste van het geheel van de Schriftuurlijke leer. Als sektarische opvatting over de kerk noemen we hier de leer van ds. Joh. Hoorn over art. 28 NGB. De Generale Synode van Heemse 1984 heeft de opvattingen van ds. Hoorn terecht afgewezen als zijnde in strijd met Schrift en belijdenis.

 

(On)zichtbare kerk

 

Het is onjuist om de katholieke kerk, zoals wij die belijden in art. 27 van de NGB, te zien als een ‘mystiek lichaam’ van Christus. Ook zou het onjuist zijn om bij de katholiciteit van de kerk te denken aan één ‘onzichtbare kerk’, die dan zou bestaan uit het geheel van de uitverkorenen.

Calvijn heeft wel over onzichtbaar en zichtbaar gesproken. Maar dan niet om twee kerken te onderscheiden, een zichtbare en een onzichtbare, maar om in de éne kerk twee zijden te onderscheiden (W.G. de Vries, p14). Art. 27 begínt te spreken over één kerk. Maar in het slot van het artikel wordt in meervoud gesproken: er zijn over heel de wereld verbreide en verstrooide kerken.

Echter er is geen tegenstelling tussen het enkelvoud van het begin en het meervoud van het slot van het artikel. Het geheim bestaat hierin, dat de ene katholieke kerk van Christus zichzelf presenteert in die vaak onooglijke plaatselijke gemeente (C. Trimp, p61). Wij houden dan ook stellig vast aan de overtuiging dat het in de artikelen 28 en 29 NGB gaat over dezélfde kerk als in artikel 27 NGB.

 

Afscheiden

 

Van die éne katholieke of algemene kerk mag niemand zich afscheiden. Het kan zover komen dat de gelovigen zich moeten afscheiden van een kerkinstituut. Dan moeten zij, zegt art. 28 NGB, zich afscheiden ‘van hen die niet bij de kerk horen’. Die roeping tot afscheiding geldt als in het kerkinstituut de leer van Christus wordt losgelaten, de orde van de kerk wordt ontwricht en de eredienst (sacramenten) wordt vervalst. Afscheiding is dán nodig, als deze vereist is om katholieke kerk van Christus te blíjven (C. Trimp, p68).

Maar, die éne katholieke kerk is niet hetzelfde als de volmaakte kerk. Joh. Calvijn heeft zich sterk gekeerd tegen het perfectionisme van de doperse radicalen. De Dopersen streefden naar een kerk waarop niets aan te merken viel. Calvijn zag heel wat gebreken in de kerken die tot Reformatie gekomen waren, maar hij liep niet in de fuik van Doperse drijverij. Gebreken mogen niet verdoezeld worden. Echter de ene katholieke kerk van Christus, oftewel de wettige kerkvergadering, mag niet verlaten worden om de reden dat daar ‘geen volkomen zuiverheid en ongeschondenheid des levens is’ (W.G. de Vries, p18). In dit verband verwijzen we ook naar wat K. Schilder in zijn collegedictaat ‘De Kerk’ zegt over wettigheid en zuiverheid van de kerk:

 

‘Wettigheid is het eerste, zuiverheid is secundair’.

‘De Gereformeerde kerk kan verbasteren, maar zolang ze de ‘janboel’ niet officieel ijkt, is ze wettig, ondanks haar onzuiverheid’.

‘De wettigheid vraagt naar de papieren van de kerk’ (p143).

 

Plaats en tijd

 

De katholieke eigenschap van de kerk vraagt dat m.b.t. kerken in andere werelddelen er rekening mee gehouden wordt dat Christus Zijn kerkvergadering doet plaatsvinden in de historie van die landen en volken

 

‘zodat de kerken een eigen historie hebben, naar de aard van volk en land en hun strijd tegen dwaling en verdrukking, die zich weerspiegelt in de wijze waarop de waarheid Gods in eigen confessies met eigen onvolkomenheid beleden hebben. Zo kunnen er tussen de particuliere kerken van verschillende plaatsen en landen ingrijpende verschillen zijn in inrichting, liturgische gebruiken (vergelijk artikel 47 KO), terwijl men toch wezenlijk samenstemt in het belijden van de waarheid Gods en het handhaven van de ware leer en het bedienen van de sacramenten. Al zijn er andere afspraken inzake het kerkelijk leven, erkent men toch Jezus Christus als het enige Hoofd, terwijl men niet wil afwijken van wat Hij verordend heeft’.

 

Dit wat langere citaat komt uit een Commissierapport dat gediend heeft op de GS van Groningen-Zuid, 1978. Van de inhoud van dit rapport is door het kerkverband van DGK geen afstand genomen. De wijze van spreken over de katholiciteit van de kerk, zoals dat gebeurt in dit rapport heeft ertoe geleid dat de Westminster Confessie door gereformeerde synodes (Amersfoort-West 1967) getypeerd kon worden als een belijdenis naar het Woord, een gereformeerde confessie. Dat neemt niet weg dat kritiek te oefenen valt op enkele onderdelen van de Westminster Confessie. Ook is het terecht dat wordt nagegaan hoe buitenlandse kerken in de praktijk omgaan met deze belijdenis.

 

Grenzen

 

De katholiciteit van de kerk heeft een duidelijke begrenzing. De verschillende eigenschappen van de kerk mogen niet tegen elkaar uitgespeeld worden. De katholiciteit kan niet ten koste gaan van de eenheid van Christus’ kerk. Enerzijds: Het stichten van verdeeldheid en scheurmakerij zijn niet voor niets zonden, die ambtsdragers afzettingswaardig maken (zie art. 80. KO). En anderzijds: Als blijkt dat er kerkelijke gemeenschappen naast elkaar bestaan, die zich voluit willen houden aan de Schrift en aan de Schriftuurlijke belijdenis, dan drijft het Woord van de Here tot kerkelijke eenheid (Efeze 4:1–6; Joh. 17). Als het ‘oecumenisch willen’ ontbreekt, dan is de katholiciteit van de kerk in geding. Dan kan niet volstaan worden met het beleven van geestelijke eenheid over de ‘kerkmuren’ heen. Kerkverbandelijke eenheid en het zich houden aan kerkverbandelijke afspraken is ook met deze Schriftuurlijke opdracht tot eenheid gegeven (Openbaring 1 – 3).

 

Vanzelfsprekend kan de katholiciteit van de kerk ook niet ten koste gaan van de apostoliciteit van de kerk, dat is het vasthouden aan de leer van Christus, de Schriftuurlijke leer.

De katholiciteit van de kerk is in geding als niet de woorden van Christus, het onderwijs van apostelen en profeten, fundament en norm zijn, maar (bijvoorbeeld) de eigenheid, de eigen specialiteit, ligging of traditie (J.W. van der Jagt, p81). Vervolgens: Pluriformiteit is geen synoniem voor katholiciteit.

Hét kenmerk van de katholieke kerk is

 

'dat men zich richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd (art. 29 NGB).[3]

 


 

Nu we weten wat katholiciteit is kan de vraag gesteld worden of De Gereformeerde Kerken (hersteld) katholiek zijn. Om maar gelijk met de deur in kerkhuis te vallen, hoe staan deze kerken tegenover kerken die een ándere belijdenis, m.n. de Westminster Confessie hebben? En hoe taxeren zij nu hun verhouding tot de Liberated Reformed Church at Abbotsford (Canada) in dit licht?
De generale synode sprak er uitgebreid over op zaterdag 21-04-18. Een aantal besluiten werd genomen. We willen er in volgende artikelen aandacht aan geven.

 

Wordt vervolgd

 

NOTEN

[1] Click hier.

[2] Gespreksdocument van DGK m.b.t. katholiciteit in de samensprekingen met GKN.

[3] Officieel: Gespreksdocument over de katholiciteit van de kerk, t.b.v. van het contact DGK–GKN, 04-12-17.