Ethiek

Kerkverband

Signalen

Drie berichten
 

DOOR EEN TECHNISCHE STORING
KON ER DE AFGELOPEN WEEK GEEN NIEUWSBRIEF VERZONDEN. DAT VINDEN WE HEEL VERVELEND.
WEL KONDEN ALLE ARTIKELEN WORDEN GEPUBLICEERD.
WE WERKEN ER HARD AAN HET PROBLEEM TE VERHELPEN.


25-01-19 Informatieavond Zuidhorn
Spreker: dr. P. Boonstra, GKv Bussum-Huizen
Kerkgebouw: De Rank, Westergast 8, Zuidhorn
20.00 uur
Organisatie GKN Studiegroep Midden-Nederland

29-03-19 Informatieavond Zuidhorn
Spreker: J.J. van der Tol, GKv Blije-Holwerd
Kerkgebouw: De Rank, Westergast 8, Zuidhorn
20.00 uur
Organisatie GKN Studiegroep Midden-Nederland


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Jeugdig samenspreken in Apeldoorn

 

D.J. Bolt

01-12-18

 

Soms moet je opruimen want anders kom je om in je eigen rommel. Daarbij hoort ook het opschudden van archieven. En zo kwam ik een inleiding tegen die ik moeilijk gelijk kon papierversnipperen. Niet omdat er indrukwekkende wijsheden in worden verkondigd maar omdat het epistel een aardig momentopname geeft inzake de verhouding tussen GKv- en CGK-jongeren.

 

De inleiding is gehouden op 21 november 1966, ruim 50 jaar geleden dus. Als jongeren van de gemengde jeugdvereniging van de GKv in Apeldoorn hadden we af en toe contact met de jeugdvereniging van een van de drie Christelijke Gereformeerde Kerken in Apeldoorn. Op een gezamenlijke avond in een zaal van de CGK aan de Barnabaslaan mocht ik een inleiding gehouden.

Waarom is dit verhaal in zekere zin interessant? Omdat toen al het onderwerp kerkelijke eenheid van m.n. GKv en CGKN, ook van jongeren, de aandacht had. En dat je kennelijk bepaalde onderwerpen haast één op één kunt overzetten op vandaag.

 

We plaatsen het verhaal als een min of meer introductie op een breder verhaal waarin ontwikkelingen in de Christelijke Gereformeerde Kerken centraal staan. Naar onze overtuiging kunnen we wat van leren van het een en ander. 

 

Grappig is ook het taalgebruik in de inleiding. Jongeren van nu (en ikzelf ook) vinden het ongetwijfeld wat 'plechtstatig', zo praten we niet meer. Maar daar valt gemakkelijk door heen te kijken.

 


 

Kerkelijke eenheid

Inleiding gehouden op een vergadering met de Christelijke Gereformeerde jeugdverenigingen te Apeldoorn, 21 november 1966.

 

D.J. Bolt

 

Voor zover mij bekend bestaat er nu reeds enige jaren een contact tussen Christelijke Gereformeerden en Vrijgemaakt Gereformeerden. De contacten bestonden voor zover ik na kan gaan, hoofdzakelijk uit het samen bespreken van onderwerpen die door één van de verenigingen waren gekozen voor een bepaalde avond.

De indruk die we krijgen wanneer we deze contactoefeningen beschouwen, is toch wel deze, namelijk dat we heel welwillend tegenover elkaar staan, laat me zeggen, het best leuk vinden om af en toe eens contact te hebben met een vereniging die niet tot onze kerkgemeenschap behoort. Het is bovendien prettig om als kleine vereniging, zo gaat het tenminste ons, af en toe eens te contacten zodat er leven blijft in de vereniging.

 

Toch zit er iets in deze contacten dat sterk onbevredigend is. Ondanks het feit dat we het contact zeer op prijs stellen, ontbreekt er toch wel iets naar onze mening.

Immers, we zullen ons moeten afvragen: wat is het doel ervan dat we samen zaken bespreken die ons zeer na aan het hart liggen? Uiteraard is het zeer nuttig en kan het mee een middel zijn om zo nu en dan eens weer scherp ertoe gedrongen te worden, eigen standpunt, eigen levensopvatting weer sterk bewust te worden. Ook kan het opbouwend werken in ons persoonlijk geloofsleven, geconfronteerd te worden met kritiek welke anders ons misschien niet zou bereiken, maar die nu eerlijk verwerkt moet worden. Het zijn allemaal zaken die het contact rechtvaardigen maar die geen aanleiding zijn nu juist een contact tussen Christelijk Gereformeerd en Vrijgemaakt te bevorderen. Het bovenstaande kan ook verwezenlijkt worden met Gereformeerd Synodalen of misschien met jeugdverenigingen van de Gereformeerde Bond uit de N.H.K.

 

De vraag die zich aan ons opdringt is: Wat willen we? Contact oefenen zonder eind, weliswaar tot stichting der deelnemers, maar daarmee uit? Of is er nog sprake van, of laat ik zeggen, of moet er nog sprake zijn van meer? Ziedaar onzes inziens het onbevredigende van de huidige gang van zaken, nl. dat we niet scherp omlijnd ons een doel hebben gesteld, geen duidelijk antwoord kunnen geven op de vraag: wat willen we, wat is of wat moet het doel zijn waarnaar we streven. Ik geloof dat wanneer we hier een antwoord op hebben, dat er dan ook met meer ijver en enthousiasme de contacten kunnen worden beleefd. Wat wij van harte hopen is, dat we vanavond hierover het in principe eens worden, of laat mij iets bescheidener zijn, althans hierover een vruchtbare discussie zullen kunnen voeren. Graag wil ik in deze inleiding reeds een poging doen een antwoord te geven op de vraag zojuist gesteld.

 

Het feit, doet zich voor dat er (ik neem nu alleen maar even de Christelijke Gereformeerden en wij) twee groepen mensen zijn, die willen

CGK Barnabaskerk Apeldoorn

staan op en leven uit dezelfde grondslag, namelijk Schrift en Belijdenis, en dat deze beide groepen mensen tóch gescheiden zijn en op de dag des Heeren afzonderlijke bedehuizen bezoeken. Er is in deze tijd een hartstochtelijk streven waarneembaar om toch maar zo groot mogelijke eenheid te bewerken. Iedereen praat met iedereen. Roomsen en Protestanten houden gezamenlijke diensten. Alles draait om eenwording. Immers Christus heeft geboden een eenheid te vormen in deze wereld. Wat is er dan van terechtgekomen in de praktijk? Valt er niet een ontzettende verscheurdheid te constateren in de kerkwereld? Terwijl bovendien de leek moet verzuchten: wat maakt het in principe uit waar je kerkt? De grote vraag is: doet het ons werkelijk leed, dat 's Zondags de ene groep mensen kerkt aan de Canadalaan [CGK] en de andere aan de Mercuriuslaan [GKv]? Voelen we die scheur in Christus' lichaam? Doet het ons pijn? Óf hebben we genoeg aan ons eigen kerkje waar het tussen haakjes toch al druk en onrustig is, maar ook wel knus?

 

Werkelijk, wij zijn niet voor een eenheid zonder meer met iedereen. We weten maar al te goed dat Christus bad: 'Dat zij één zijn zoals Wij één zijn. Heilig hen in Uw waarheid.' Het gaat om de waarheid. Vooropstaat dat de eenheid zeker niet ten koste mag gaan van de waarheid. Willen wij ook onder dit beding werken aan die éénheid in de bewogenheid over die niet-eenheid? En vooral ook dit: als er zich de situatie voordoet dat metterdaad twee groepen mensen, willen leven naar de Schrift, zoals die beleden wordt in de Belijdenis, is er dan ook werkelijk de warmte en de energie om voor die eenheid te werken? Zijn wij dan ook bereid moeite ervoor te doen, verschillen die zich openbaren nog, door te spreken? Wanneer we werkelijk ernst maken met Christus' gebod één te zijn, dan zullen we ook met liefde en ijver ons willen geven voor deze zaak. Want, en dat is een dreigende realiteit, willen we ons onttrekken aan Christus' opdracht, dan devalueren we tot sekte. Bovendien, als we toch zien de ontwikkeling in de wereld, die toch beangstigend is: het openbaar worden van steeds grotere afval. Allerlei tekenen die steeds meer wijzen op de komst van de antichrist. Allerlei tekenen die er op wijzen dat de aardse toekomst van hen die christenen willen zijn, donker is. Ook daarom zou ik willen vragen: is het niet de hoogste tijd om te werken aan eenheid? Niet om een soort evenwicht te vormen maar om samen zoveel het mogelijk is nog te waarschuwen tegen de afval en zonde voor het te laat is. Gezien nu, deze situatie, is er een taak voor de kerken om bezig te zijn met eenwording. In hoeverre daar reeds sprake van is kunnen we nu nog wel buiten beschouwing laten. Ook voor de jeugdverenigingen, voor ons zoals we hier zitten, is er een taak, een doel.

 

Laat ik beginnen met wat we als jeugdvereniging niet als doel moeten stellen, namelijk om door onze contacten en, mag ik zeggen, 'onze samensprekingen' één te worden. Hoezeer ook op zichzelf begerenswaardig, ligt dit zeker niet op ons terrein. Veeleer ligt dit op het terrein van de gemeenten in z'n geheel en met name ook de kerkenraden. Zeker zullen we ook niet van ons doen spreken in de pers en radio communiqués, waarin wij wel zullen vertellen wat er moet gebeuren en dat de ouderen nu maar eens moeten opschieten, hoe graag we het ook zouden willen. We zullen ook geen pressiegroep kunnen vormen of een demonstratie kunnen houden, zoals dat tegenwoordig gewoon schijnt te zijn.

Wat we wel kunnen doen is praten met elkander over concrete zaken die tussen ons liggen. Laten we elkander maar eens precies vertellen waarom we Christelijk Gereformeerd of Vrijgemaakt zijn. Laten we eens proberen de werkelijke geschilpunten op te zoeken en proberen hierop het eens te worden. Het geeft vruchten dat is zeker. Op deze wijze heeft samen vergaderen zin.

Het heeft zin omdat we in de eerste plaats ons weer eens realiseren het waarom van het Christelijk Gereformeerd- en Vrijgemaakt-zijn, en in de tweede plaats maar niet minder belangrijke plaats, omdat we op deze wijze elkanders taal zullen leren begrijpen. Want uit tal van samenspreken is toch wel gebleken dat dát juist vaak het grote struikelblok vormt. Zou het niet van groot belang zijn dat wanneer we later elkaar ooit eens ontmoeten bij officiële samensprekingen, wij elkaar reeds hebben leren verstaan?

Ik ben mij ervan bewust dat al dit werk nog zo'n klein begin is van wat er werkelijk moet gaan gebeuren, gezien ook de bijvoorbeeld zeer lange duur voor er eindelijk sprake kan zijn van eenheid zoals in Eindhoven??, maar zou het desniettegenstaande rijk gezegend kunnen worden?

 

Maar zouden we maar niet eens beginnen, heel gewoon beginnen nu? Mag ik een paar ideeën lanceren?

We kunnen broeders van beide kerken uitnodigen om voor ons te spreken. Bijvoorbeeld broeders uit Eindhoven een referaat laten houden over de gang van zaken daar. Komen we ergens niet uit waarom zouden we niet de hulp in roepen van wederzijdse predikanten?

Ook, maar dat zeg ik nog maar heel zachtjes, zou het misschien mogelijk zijn om behalve eigen kerkdienst ook eens een andere kerkdienst mee te maken zonder verzuim van eigen kerkdiensten overigens?

Maar in de eerste plaats: spreken met elkaar over allerlei concreet op het doel gerichte zaken en problemen. Zouden we zo ook niet komen in het straatje van de eis eenheid van onder af?

 

Tenslotte, wij zijn ook er van overtuigd dat het allemaal zo gemakkelijk niet is als het hier op 8 velletjes staat. Wij weten ook heel goed dat onze kracht klein is en bovendien nog verdeeld ook, maar mag dat ons beletten om te werken aan door Christus' geboden eenheid? Ik dacht het niet.
Daarom is ook de belangrijkste vraag die we jullie Christelijke Gereformeerde jongeren kunnen en moeten stellen: Willen jullie medewerken aan dit doel namelijk de eenheid van Christus' kerk? Daarvoor ook samen met ons in liefde bewogenheid werken?

 


 

Bespiegeling

 

Voor zover ik me herinner is er van verdere 'samensprekingen' tussen de jeugdverenigingen niet veel terecht gekomen. In de inleiding is tussen de regels door iets te merken van de kerkelijke moeilijkheden binnen de GKv die in Apeldoorn in 1969 tot een breuk leidde.

 

Toch zijn er in deze momentopname een aantal zaken aan te wijzen die zo herkenbaar zijn in de huidige tijd. Ik noem er een aantal.

  • Het verlangen onder de jongeren (en trouwens ook ouderen!) van GKv naar eenheid met CGK was onmiskenbaar.
     
  • Jongeren herkenden in de CGK een groep mensen die 'willen staan op en leven uit dezelfde grondslag: Schrift en Belijdenis'.
     
  • Ook toen al 'praatte iedereen met iedereen'. Dat zien we in onze tijd in verhoogde mate het geval. Vergelijk de gesprekken tussen RK en PKN, en ook bijvoorbeeld de roomse invloed in het Nederlands Dagblad.
     
  • De jongeren waren zich bewust van 'de ontzettende verscheurdheid van de kerkwereld'. Maar doet het werkelijke pijn, vroegen we ons toen al (en ook nu) af? Is de verdeeldheid niet alleen maar erger geworden? Zelfs een eenwording als die van synodalen en hervormden heeft geleid tot een nieuwe kerkgemeenschap (HHK). En afscheid van de GKv leidde tot twee (straks drie?) kerkgemeenschappen.
     
  • Kerkelijke onverschilligheid, neemt in onze dagen hand over hand toe: 'wat maakte het in principe uit waar je kerkt?' Je moet je er lekker voelen is voor velen hét criterium.
     
  • De brandend actuele vraag was toen en ook nu: willen we werkelijk onze verschillen doorpraten en opruimen?
     
  • Concreet peinsden de jongeren al van een 'eenheid van onderaf', over kerkshoppen, zij het zonder verzuim van eigen kerkdienst.

In een volgend artikel waarin, zoals gezegd, de ontwikkelingen in de CGK centraal zullen staan, hopen we op diverse aspecten terug te komen.