Ethiek

Kerkverband

Signalen

Bunschoten-Spakenburg, zaterdag 14 dec.
Bezinningsdag MVEA
Immanuelkerk, Plevier 2, 10.00-15.00 uur
info: www.bezinningmvea.nl


Den Bosch, donderdag 16 januari
'Blijft de GKv een belijdende kerk?'
Ds. J. Wesseling (GKv)
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur


Emmeloord, vrijdag 24 januari
'Hoe lief heb ik uw wet'
Ds. A. Bas (GKN)
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Zo?! 5

 

D.J. Bolt

30-11-19

 

In een gesprek tussen de broeders mr. E. Bos (GKv) en J.F. de Leeuw (GKN) ging het over het recht van afscheiding. Bos memoreerde dat wijlen prof. J. Kamphuis bezwaren had tegen de afscheiding van de 'nieuwe vrijgemaakten'. Volgens hem was de 

 

'kern van het bezwaar van professor Kamphuis dat er geen kerkelijke veroordelingen waren gevallen die de afgescheiden ambtsdragers had­den getroffen. Men kan het met be­paalde kerkelijke uitspraken oneens zijn, maar wanneer er nog gesprek mogelijk is en men de vrijheid heeft andere opvattingen te hebben, kan er van 'vrijmaking' geen sprake zijn. Hij beschuldigde de nieuwe vrijge­maakten zelfs van een zeker purita­nisme, dat is een neiging tot biblicis­me. Met hun opvatting zouden zij gewetens binden.'
Deze toch wel ernstige vermaning wees onze broeder [De Leeuw, djb] van de hand. Die zou alleen de DGK (Van Gurp) gelden en niet de later opgerichte GKN, waartoe hij behoorde.'

 

'Puritanisme', toe maar. Zijn leden van die DGK, moderne biblicistische puriteinen? Moeten we als gereformeerden ons deze karakterisering aantrekken? Ons node bekeren misschien?

Laten we eerst maar eens kijken waar die term 'puritanisme' vandaan komt. Wie zijn die Puriteinen en wat stonden zij voor? [1]  

 

De puriteinen en hun strijd

 

Engeland is het land van de Puriteinen. De kerkelijk situatie in de 16de eeuw stond er niet best voor want de reformatie brak niet echt door. Reformatorisch prediking ontbrak. Er werd niet gepréékt terwijl het volk er naar hongerde. En hoewel de kerk in Engeland zich formeel losgemaakt had van Rome was er nog allerlei rooms 'zuurdesem'.

Het verzet ertegen kwam van een reformatorische beweging, de Puriteinen, 'Zuiveraars'. Zij wilden dat het Woord weer zou worden uitgelegd en toegepast. Het grote gevaar was dat de reformatie halverwege zou blijven steken doordat het leven niet werd gereformeerd.

 

Daarom stelden zij zich nog een ander groot doel, namelijk voortzetting of doorgaande reformatie. Losse zeden beschouwden ze als doodsvijandin van de reformatie.

Zo deden zij het toneel in de ban. Niet uit psychologische motieven maar omdat het zedeloosheid bevorderde. Omdat het overspel en ontrouw tot een aantrekkelijk schouwspel maakte. Een geest die dr. Abraham Kuyper tweehonderd jaar later treffend als volgt weergaf:

 

'Gelukkig mag geconstateerd dat het niet enkel onze Puriteinen zijn, die zich aan het toneel in zijn tegenwoordige gestalte ergeren. Bijna in alle landen gaat er een geroep op, om aan de zelfverlaging van het toneel paal en perk te stellen. Van smaak is geen sprake meer, wel van verdierlijking van zinnen en karakters. Het kwaad zit in de stukken die men speelt, in de speelsters en spelers, die ze uitvoeren, in het personeel van lagere orde, dat in de koren en reien optreedt, en niet het minst in de bezoekers en bezoeksters van deze spelen, die erdoor verlokt worden tot geldverspilling boven hun vermogen, tot zin in het avontuurlijke, tot genotzucht en ongevoeglijke leegheid. Men kan veilig zeggen, dat het toneel in zijn tegenwoordige vorm geen goed sticht maar kwaad'.

 

In een ander verband zegt hij:

 

'Aan veel waarmee de kunst in onheilige vorm uw zinnen wil strelen, hebt u om Christus' wil u te onthouden. En u brengt dat offer met gewilligheid.'

 

Om Christus' wil! Zoals de apostel Johannes schrijft:

 

'Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.' 1 Joh. 2: 15,16.

 

Ook richtten de Puriteinen hun pijlen op het ruwe vermaak op de zondag. Een dagboek uit 1643 noteert dat iemand die de  'doemwaardige ontheiliging van de sabbat wil tegengaan onmiddellijk als een Puritein wordt aangemerkt'(!). Hoe sterk de ontheiliging van de rustdag was en gestimuleerd werd, blijkt bijvoorbeeld uit de Declaration of Sports die koning Jacobus I uitvaardigde waarbij het volk werd toegestaan zondag na de kerkdienst te gaan sporten en dansen. Deze verklaring moest op bevel van de koning van de kansels worden voorgelezen!

 

Vaak wordt voorgesteld dat het Puritanisme een bijmengsel van de Reformatie is. Maar Calvijn had in Geneve dezelfde hevige strijd te voeren tegen de Libertijnen in Genève. Daarom is het historisch volkomen misplaatst wanneer gesuggereerd wordt dat het Calvinisme van huis uit deze 'puriteinse trekken zou missen'. Integendeel!

 

We laten de boeiende geestelijke en daarmee verweven politieke strijd in Engeland nu voor wat die is. Maar het is bewijsbaar hoe zeer de strijd van de Puriteinen een grote en zuiverende invloed heeft gehad op het Engelse volksleven en wetgeving. Eén voorbeeld daarvan nog.

Na de tweede wereldoorlog heeft men getracht de strenge wetten op het gebied van de zondagsrust af te zwakken. Maar het is zo opmerkelijk dat zowel de Conservatieven als Labour (socialisten) zich daartegen verzetten. Zij het dat daar van de oorspronkelijk christelijke motivatie niets meer merkbaar was.

Maar toch: nawerking van de strijd van de Puriteinen!

 

Nadere Reformatie

 

De puriteinse strijd kent een Nederlandse pendant. Want de situatie in ons land was niet veel beter dan die in Engeland. Ook hier moest het leven gereformeerd worden. De strijd daarvoor wordt aangeduid met Nadere Reformatie. Het is nu niet de tijd en de plaats om daar breed over uit te wijden. Maar om een indruk te geven nemen we ook hier als voorbeeld met name de heiliging van de sabbat, de zondag.

 

Midden in het rampjaar 1672(!), waarin Frankrijk, Engeland, Munster en Keulen onze 'Zeven Provinciën' besprongen, nam de classis Franeker de volgende besluiten:

  1. Aangaande de prediking:
    1. dat men twee diensten zou houden des zondags;
    2. niet altoos hetzelfde daarbij te voorschijn zou brengen;
    3. niet teveel tot bloemetjes en menselijke welsprekendheid de toevlucht zou nemen; 
    4. meer dan op het kerkelijk jaar, op de actuele behoefte der ge­meente zou letten;
    5. niet alleen formuliergebeden zou gebruiken.
       
  2. Aangaande de tucht:
    1. dat men voor hen die belijdenis des geloofs wilden afleggen, bijzondere catechisaties zou houden;
    2. bij het onderzoeken der allereenvoudigsten eenzelfde gedragslijn zou volgen;
    3. bij de verkiezing der kerkeraadsleden meer zou letten op kennis en godzaligheid dan op politieke kwaliteiten;
    4. in 't algemeen ernstige censuur zou houden.
       
  3. Inzake het huisbezoek:
    1. dat men dat weer trouwer ter hand zou nemen;
    2. er geen buurpraatje van zou maken, maar 't werkelijk een on­derzoek naar het toe- of afnemen der genade zou doen wezen.
       
  4. Inzake de levenshouding der predikanten:
    1. dat zij niet te veel voor hun genoegen van huis zouden gaan;
    2. door ijdele woorden geen ergernis zouden geven;
    3. dat zij zich met vrouwen en kinderen in eerbare kleding zouden vertonen.

Daar kunnen we dus wel het een en ander van leren! Er was dus duidelijk nogal wat mis. En bovenaan staat de heiliging van de zondag! We citeren Willem Teellinck (een 'Zeeuwse puritein') over de situatie op zondag:

 

"dat er op de Christelijke Rustdag () het allermeest onchristelijke onrust en zondige herrie is. Want er is - onvergelijkbaar met andere dagen van de week - uitbundige uitgelatenheid, overdaad, pracht en praal, geklets, dronkenschap, tuysscherije [twist?], vechten, hoereren, straatschenderij en andere kwalijke zaken. Grove zonden en werken van duisternis op de heilige dag van de Heere, onze Christelijke Rustdag, zodat deze werkelijk een zondedag en heilloze dag van de duivel wordt".

(in hedendaags Nederlands weergegeven, djb]

 

Soms was het onmogelijk door de herrie op het kerkplein zondagsmiddags een catechismuspreek te houden (zoals 'Dordt' wilde)!

In de Nadere Reformatie ging het om de ziel van het volk. De strijd moest worden gevoerd tegen 'de wereld' en zijn heidens vermaak, het ging er om het hele leven onder het beslag van het Evangelie te brengen. Dat was de inzet van beiden, de Puriteinen en Nadere-Reformatoren.
 

Vaak wordt de zondag en zijn rust en heiliging afgedaan als een kerkelijke instelling, weliswaar heel zinvol, maar niet in de Schrift gegrond. Men beroept zich daarvoor graag op Calvijn maar vergeet dan dat Calvijn later (commentaar Genesis) van opvatting is veranderd!

Ging de strijd daarover ook niet de GKv in 1999 (synode Leusden) en 2002 (synode Zuidhorn)…?

 

Excessen

 

Soms ontaardde de strijd in wetticisme, zeker. Namelijk als men elk geval precies in kaart wilde brengen, onderscheiden en formuleren met z'n oplossing gestempeld met goed- en afkeuring. Dan werd bijvoorbeeld het gebruik van een schaar op zondag als fout aangemerkt[2]. En mocht een bed wel recht gelegd maar niet geschud. Of was een samenspraak toelaatbaar maar een toneelstukje niet. Het kon (en kan!) gebod op gebod en regel op regel worden.

 

Niet het aanvankelijke puritanisme is te veroordelen, maar de excessen en daarmee de secten/groepen/kerken die daar weer uit voortkwamen. Dus het latere puritanisme in zijn gehavende vorm. Helaas is die (wan)klank verbonden met 'puriteinen'. Het zijn te rigoureuze mensen, die de kant van doperse dwaalleer en bevindelijkheid zijn opgegaan.

Met deze laatste vorm willen DGK niet vereenzelvigd worden en ook GKN niet. Maar met de oorspronkelijke inzet van de puriteinen om secularisering in kerk en samenleving tegen te gaan, kunnen zowel DGK als GKN zich moeiteloos verenigen. Hun strijd ging er om dat Christus Jezus volledig beslag zou leggen op het hart én het leven. Dat blijkt uit het ontstaan van DGK. En ook de GKN met haar wortels in DGK, namen om dezelfde redenen afscheid van de GKv.

 

Zijn wij Puriteinen?

 

Laat me voor mijzelf spreken: ik ben een Puritein. In de afscheiding van de GKv speelde een doorslaggevende rol het Schriftgezag zoals concreet aan de orde komt in het gehoorzamen aan Gods geboden, m.n. het vierde en zevende gebod. En daarnaast de eerbiediging van de geschiedenis van de schepping door God geopenbaard in Genesis 1 en 2. Zoals ook het Schriftgezag bepalend is voor afwijzing van homoseksuele relaties die in onze tijd in toenemende mate 'norm-aal' worden gevonden, zie actuele artikelen op deze site.  

 

De onchristelijke levensstijl waartegen de Puriteinen streden is in vele opzichten vergelijkbaar met die van onze moderne samenleving. Zo verdwijnt in toenemende mate de rustdag als geheiligd aan de dienst van de Heere en komen sport en uitgaan daarvoor in de plaats. In hoeveel gemeenten is de tweede dienst in de GKv al niet verdwenen of staat onder grote druk omdat er vrijwel alleen nog 'grijze koppen' komen?

 

We leven in een samenleving die spot met het Zevende Gebod. De beschrijving van toneel die we hierboven van Kuyper citeerden is haast een op een van toepassing op het toneel nu, met dit praktische verschil dat we nu thuis onder handbereik onze 'zinnen kunnen strelen'. Denk aan 'De Villa' en Temptation Island', afgelopen week in groot nieuws.

Losbandigheid die toen de samenleving kenmerkte herkennen we in tal van zaken in onze moderne tijd. Door de moderne media en de welvaart is die wellicht nog ingrijpender.

 

Ik voel mij dus verwant met de Puriteinen en de mannen van de Nadere Reformatie. En  ik denk dat ook br. De Leeuw een 'puritein' is. Immers ook hij vertrok uit de GKv vanwege de bovengenoemde punten (o.a. zondagsheiliging, is het een menselijke of een goddelijke instelling?).

 

Ik stel voor samen hier over van gedachten te wisselen. Bij dezen nodig ik br. De Leeuw graag daarvoor uit.

 

NOTEN

[1] We ontlenen het een en ander m.n. aan H. Algra, Het wonder van de 19de eeuw.

[2] Ik weet dat ook zelf van vroeger. Toch had dat bij ons wel een speciale achtergrond. De schaar was een gereedschap dat vooral in het dagelijks werk veel werd gebruikt. Het gebruik op zondag deed voelen alsof je toch bezig was met een stukje dagelijkse arbeid. Van dat soort gevoelens hebben we tegenwoordig geen last meer. Maar of de rustdag daardoor meer geheiligd wordt…?