Ethiek

Kerkverband

Signalen


Meditatie
Elke woensdagavond van 19.00 tot 19.20 uur.
Ds. M.A. Sneep en ds. H.G. Gunnink

https://kerkdienstgemist.nl/stations/788-Gereformeerde-Kerk-Groningen

Schriftoverdenking
Elke woensdagavond van 20.30 tot 20.50 uur.
Ds. C. Koster

https://dgk-lansingerland.nl/nieuws/live-kijken



 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Ontsimpelen? (3)

D.J. Bolt
09-05-09

OORSPRONKELIJKE UITGEBREIDE REACTIE / DEEL 2

 Postchristelijk tijdperk

Er zijn allerlei invloeden in onze tijd die nieuw zijn of lijken. Prof. De Bruijne neemt waar dat we in een meer en meer postchristelijke tijd terecht komen. En dat we onder invloed van de cultuur steeds individueler denken en handelen. Dat is zeker zo, we leven in deze wereld en ademen dagelijks ook haar giftige lucht in. Maar dat is niet het hoofdprobleem. Vergelijk Paulus in Rome. Hij heeft het evangelie daar mogen brengen, in die geweldige afgodische cultuurstad aan de Tiber. Wat een weergaloze indruk moet dat hebben gemaakt als we nu nóg bij slechts de brokstukkenresten en plaatjesreconstructies al zeer geïmponeerd raken. En toch hij zegt temidden van die overweldigende pracht en praal: Ik schaam mij het evangelie niet! En hij schroomt niet dat bij Romeinen en Korintiërs concreet uit te werken in het alledaagse leven. Tegendraads tegen bijna alles wat hij daar ziet en ervaart. Hetzelfde geldt voor de wereldstad Korinthe.
En wij, temidden van een groeiende aversie tegen het christendom? Bieden wij werkelijk weerstand of passen wij ons toch maar aan aan de druk die een heidense cultuur op ons uitoefent? Of nog erger, passen wij het spreken van de Schrift naar ons believen aan?
Prof. De Bruijne bedoelt het ongetwijfeld goed, maar is zijn spreken over de tucht daarvan ook niet een treffend voorbeeld?
De Bruijne constateert dat het instrument van de tucht tegenwoordig niet meer 'werkt'. Tuchtzaken eindigen zelden in bekering maar meestal in vertrek naar een andere gemeenschap. We leven veel meer als zelfstandige individuen, zo neemt hij waar, en mensen halen hun schouders op over wat voorgangers hun voorhouden. Hij schrijft:

Veel verlegenheid rond de tucht ontstaat omdat in die ver anderde context de bestaande instrumenten niet meer goed lijken te werken. Als dat verlegenheid geeft en vra gen oproept, moet je niet direct gaan roepen dat het derde kenmerk van de ware kerk bij de ander niet meer veilig is. Denk mee over het probleem en laten we samen ook voor vandaag zoeken naar een verantwoorde invulling van wat de Bijbel ons leert.

De Bruijnes opmerkingen staan in het kader van vermeende versimpeling aan onze kant. En hij roept op om mee te denken en zoeken naar een oplossing. Graag, maar hier lijken de wegen direct al aan het begin weer uiteen te gaan. Want wij willen de oplossing niet zoeken in verandering van de schriftuurlijke tucht maar in bekering van de mens. Als de tucht niet meer werkt omdat onze cultuur het 'zelfstandige individu' op een afgodisch en ongezeggelijk sokkeltje plaatst dan is het zaak om aan die positie maar eens flink met het Woord te rammelen.
En wanneer mensen zich niet laten gezeggen door hun herders en leraars die spreken, vermanen en tucht oefenen naar het Woord, dan is er niets mis met de christelijke tucht maar alleszins met het hart van de broeder of zuster. Zou in die christelijke tucht niet het uitgangspunt moeten worden gekozen om de wereld in de kerk met het Woord tegemoet te treden?
Het voert te ver om dit nu uit te werken. Maar de vraag moet gesteld worden: hebben wij al niet veel te veel toegegeven aan de tijdgeest waarin onze individuele ikken koning kraaien en het basale en eenvoudige Schriftonderwijs in tal van zaken niet meer 'werkt'?
Ja, misschien zijn we wat simpel, in die zin, dat we graag willen vasthouden in "eenvoud des harten" (1) aan het Woord van God zoals dat ons gegeven is. Bijvoorbeeld door te lezen wat er staat en te gehoorzamen, zonder de Schrift van zijn concrete betekenis te ontdoen en overal diepere complexe bedoelingen achter te zoeken. 

Romantiek

Onze simpelheid zou ook blijken uit mijn voorbeeld-ige "haast romantische tekening van het vrijgemaakte verleden". Weliswaar kan ook prof. De Bruijne terugkijken op een "gezegende geschiedenis in de 'vrijgemaakte' traditie", maar hij weet ook, "terwijl br. Bolt zo genoot van het kerk-zijn, anderen psychisch in de problemen geraakt zijn door de atmosfeer in de gemeente". De Bruijne citeert uit het volgende gedeelte van mijn artikelreeks. De cursieve zinnen heeft hij daaruit gelicht en baseert daar zijn oordeel voor de lezers op:

Er was de liefde tot de Here. Een tere omgang met Hem en een zorgvuldige eerbiediging van zijn Woord. De liefde voor Jezus Christus wekte ook een sterke liefde voor zijn Kerk. Het was genade om daar bij te horen als Gods volk. Ook al is Gods volk onaanzienlijk en veracht toch werd sterk beseft dat het in de wereld draait om Christus en zijn kerk.
De kerk vormde het geestelijk centrum van energie voor het gezamenlijke leven. Broeders en zusters met wie je je diep verbonden wist, met wie je één was van ziel en streven. Uit die liefde tot de Here en zijn kerk bloeide ook het verdere leven op. Er was het sterke besef dat het zondagse Woord ook zijn uitwerking moest krijgen in de week. 'Leer en leven zijn één'. Het zondagse geloof belijd je ook op de maandag. Samenwerken op het vaste fundament van Schrift en belijdenis bond samen. Graag wilde je je krachten aan de uitbouw van het gereformeerde leven geven. De Here gaf geweldig veel mogelijkheden als niet-verdiende gaven waarvoor Hem de dank werd toegebracht.
Zo ontstond het rijke gereformeerde leven in tientallen jaren na de Vrijmaking.

Hier stopt prof. De Bruijne. Maar hij had voor de lezers even door moeten citeren. Want onmiddellijk aansluitend schreef ik:

Zeker, je hoeft het niet te idealiseren, moeiten genoeg. Dat zal ook altijd op deze aarde zo blijven. Want waar de mooiste christelijke gemeenschap opbloeit daar is de Satan het hardst bezig. Dat begon al in het Paradijs.
Toch: echte gezamenlijkheid, - misschien kunnen we beter spreken van gemeenschap der heiligen, waar een ieder gewillig en met vreugde zijn gaven tot nut en heil van de anderen aanwendt - ontstaan uit liefde voor de Here, zijn kerk en voor een leven dat daaruit voortkomt.

Dus wel oog voor kerkelijke narigheid. Zo sprak ik ook over "stevige robbertjes vechten" in het ND-interview. Dus zeker geen onbegrensde verheerlijking van het gereformeerde verleden van mijn kant. Maar wel een open oog voor de kostbare gaven die God ons gaf en waar we hem publiek voor dankten. Misschien mag ik een vergelijking maken.
Over de zondag verscheen een deputatenpublicatie "Zondag, HEERlijke dag". De bedoeling van de titel is duidelijk. De dag is van Christus, Hij is Heer van zijn kerk. Is er dan geen narigheid rond de invulling van de rustdag? Niemand, die dat zou willen ontkennen. En toch een heel fijne dag! Precies zo is het ook met de bloeiperiode in de gereformeerde vrijgemaakte kerken. Het was een HEERlijke tijd omdat Híj zijn geëerbiedigde gezag oefende. Zijn Woord regeerde de harten en was het eind van alle tegenspraak. Het Woord was veilig tot op generaal-synodaal niveau toe.

De afbraak van de zuil

De gaven - die veelal wat denigrerend in mijn ogen, de vrijgemaakte (mini)zuil worden genoemd - zijn we kwijtgeraakt. Volgens De Bruijne omdat die "onmogelijk op de vroegere manier overeind is te houden, al zou je dat willen". Hij stelt dat in het kader van de constatering dat we nu in een post-christelijke tijd leven waarin allerlei oncontroleerbare vormen van gemeenschap ontstaan dwars door klassieke verbanden heen. Kortom, de samenleving maakt(e) het ons onmogelijk.
Maar dat vind ik op mijn beurt een versimpeling van de geschiedenis. Want het afscheid van die 'zuil' is onze eigen keuze geweest. We hebben zelf de organisaties van hun confessioneel gereformeerde veren ontdaan of daartoe de mogelijkheden geschapen. Het is niet opgedrongen door een agressieve buitenwereld, nee, wij zelf, m.n. vrijgemaakte voormannen hebben dit gedreven. Zei prof.dr. Selderhuis niet eens in dit kader dat vrijgemaakten lijden aan "een ziekte, een neurotisch openstaan voor wat niet-vrijgemaakt is en een panische inspanning het eigen verleden af te keuren"? En wij dus zelf het vrijgemaakte leven veelal zonder noodzaak hebben afgebroken?
Maar toch, dit alles is niet het eigenlijke probleem. Doek het GPV op, heel jammer, had niet gemoeten, maar het zij zo. Er is nog steeds een goede mogelijkheid op een verantwoorde manier te stemmen en politiek te bedrijven. Neem gereformeerde bezinningsorganisaties weg: er vormen zich wel nieuwe. Laat een 'gereformeerd gezinsblad' een podium-krant worden. Betreurenswaardig, maar zoek (of maak) een alternatief. Enzovoort. Heel schadelijk allemaal en ook ondankbaar jegens de Gever, maar het is geen reden om richting kerkdeuren te lopen.

Kernprobleem

Wat is het dan wel? Ik citeer twee stellingen uit de 22 die dr. M.J. Arntzen op 14 maart j.l. publiceerde op één in waarheid:

De  grote zorg in de GKv is het van lieverlee loslaten van het goddelijke gezag van de Heilige Schrift en de binding aan onze gereformeerde belijdenis. (8)
Bij dit verbleken van de normativiteit van Heilige Schrift en belijdenis spelen met name meerdere docenten aan de Theologische Universiteit, Broederweg Kampen een leidende rol. (9)


Voeg dat samen met het feit dat het College van Toezicht van de TU en de generale synoden van 2005 en 2008/9 structureel geen halt aan deze ontwikkelingen willen toeroepen, dan is daarmee precies de kern van de moeiten aangegeven. Daaruit vloeit alles voort!
Gaat het hier om versimpeling?

In een artikel in het ND illustreert dr. Arntzen het tanend Bijbelgezag ook met de "eenzijdige nadruk" die aan de TU valt op de menswetenschappen waardoor "het gezag van het Woord overschaduwd en overwoekerd wordt". De Bruijne ziet echter hier een "gewone, noodzakelijke en goede correctie" en verwijt Arntzen "laster".
Alweer, dr. Arntzen kan zichzelf wel verdedigen. Maar ik wil er wel aan herinneren dat één in waarheid reeds in maart/april 2006 een viertal artikelen publiceerde waarin uitgebreid werd ingegaan op de opvattingen van prof.dr. C.J. de Ruijter over de verhouding tussen theologie en menswetenschappen (2). Daarin kwamen we ook tot inhoudelijk vergelijkbare conclusies. Prof. De Ruijter beloofde daar op te zullen reageren en onze vragen te beantwoorden op één in waarheid.
Het moet helaas nog steeds gebeuren?

Nee, er is niets op tegen om verder na te denken en "verder te ontwikkelen van wat we uit het verleden meekregen". Maar we willen wél het betrouwbare Woord van God overhouden waarop we kunnen bouwen in leven en sterven.
Dáár draait het om!

Vertrouwen?

Prof. De Bruijne roept tenslotte op tot vertrouwen. Want mensen die je versimpeld in "het andere kamp had geplaatst zijn bij nader inzien toch je vertrouwen waard". Allerlei veranderingen van opvatting in de kerken moeten niet negatief worden geduid. Dat zijn geen "typische eigentijdse ontsporingen". Als je dat vindt komt "dat voort uit pure onkunde en bekrompen idealisering en verabsolutering van een stukje eigen verleden". Het betreft gewoon hedendaagse bezinning waarbij misschien de kennis van de verontrusten zélf niet helemaal toereikend is.

Al eens eerder werd vertrouwen gevraagd van het kerkvolk. Dat was na 'de kwestie Harinck' (3). In de gezamenlijk afsluitende verklaring werd dat als volgt verwoord:

?We hopen dat we () met meer onderlinge eensgezindheid zullen optrekken in onze concrete taken ten dienste van kerk en samenleving. Dat voornemen hebben we met zoveel woorden tegenover elkaar uitgesproken. En we spreken het ook uit naar de kerken. We vragen hen ons daarvoor het vertrouwen te willen geven

Nu dus weer een vraag aan ons om vertrouwen. Zelfs om mee te doen in een gezamenlijke diagnose en remedie van ons zieke kerkverband. Dat is toch ook wat we altijd hartstochtelijk hebben gewild? Niet maar onze moeiten, maar de problemen waar we als kerken in zijn verzeild, eerlijk doorspreken?
Toch heb ik heel tegenstrijdige gevoelens bij deze toenadering nu. Laat me proberen die duidelijk te maken.
We hebben als verontruste gereformeerden de afgelopen drieeneenhalf jaar ongeveer 500 artikelen gepubliceerd en daarin breedvoerig en geargumenteerd onze bezwaren tegen tal van 'nieuwe leer' gegeven. Maar het aantal inhoudelijke discussies tussen ons, verontruste predikanten en hen die, naar ons oordeel, niet-gereformeerde opvattingen de kerk indroegen is op de vingers van twee handen te tellen.
Ondertussen is de kerkelijke karavaan doorgedenderd. Alle ingebrachte bezwaren op cruciale punten heeft de synode van Zwolle-Zuid niet inhoudelijk willen behandelen. Voor een aantal punten geldt dat er nog verderstrekkende besluiten zijn genomen (o.a. ten aanzien van niet-gereformeerde gasten aan het Heilig Avondmaal en huwelijksbevestiging na hertrouwen van gescheidenen).
Kortom, de meeste zaken waar we het tot in het diepst van onze zielen moeilijk mee hebben, zijn beklonken (4). Uitgebeiteld in rotsvaste synodebesluiten. Zonder enige mogelijkheid van aanpassing meer.
Ja, want zo kun je het wel zeggen. Want het appelrecht naar art. 31, de hoeksteen van het gereformeerde kerkrecht, is veranderd. Het is verontrusten vrijwel onmogelijk gemaakt om nog bezwaren tegen dwalingen in de kerken in te brengen. De kerkelijke weg is daarvoor vrijwel geblokkeerd.

Dat is de trieste stand van zaken.
Praten is altijd goed. Maar de vraag is of het nog zinvol is. De kaarten zijn geschud immers? Praten is hooguit napraten geworden. We hebben de strijd gestreden maar, zoals het er nu uitziet, geheel verloren. Op geen enkel punt is er blijk gegeven van bezinning of inkeer. Voortaan kan de drift van vernieuwers (zoals dr. Arntzen ze noemt) uitgeleefd worden vrijwel zonder correctie met middelen uit gereformeerd kerkrecht.
Het Woord is niet meer veilig in onze kerken, dat is onze trieste conclusie. Het vormt de kern van de misère waarin we verkeren.

Als je dit neerschrijft vraag je je vertwijfeld af hoe deze revolutie zich in zo korte tijd heeft kunnen voltrekken. Hoe kan het dat "meerdere leden van de GKv die vroeger zeer principieel waren, op het zelotische af, nu zo gemakkelijk instemmen met nieuwe ontwikkelingen". Is het omdat: "Belijden als iedereen het doet, is niet moeilijk, de trouw blijkt als men op zijn post is, als het belijden weersproken wordt (Groen van Prinsterer, W.Aalders)"? Aldus Arntzen, stelling 21.

Concrete vragen

Nog een laatste waarneming.
Heb ik het mis als ik stel dat de reactie van prof. De Bruijne gekenmerkt wordt door een nogal sterke menswetenschappelijke, sociologische/psychologische/filosofische benadering van de problemen? Die wordt immers sterk gekleurd door beschouwingen over groepen en fronten, over menselijke houdingen en gesteldheden, cultuur en repeterend verleden, etc.?
Maar de brandende vraag die ik in de artikelreeks Waarom eigenlijk nog vrijgemaakt aan het eind stelde was: Is de GKv nog een ware kerk zoals onze belijdenis daar over spreekt?
Maar even heel concreet. Als deze kerkgemeenschap o.a. aanvaardt of tolereert dat er geleerd wordt:

  • dat wij van 'preformaties', voorlopers van mens en orang oetan afstammen (5)
  • dat de verhalen van de uittocht en intocht in Egypte 'theologische reflecties' zijn (6)
  • dat mogelijk Israël aanvankelijk een Kanaänitisch volk was en dus niet persé afstamde van Abraham, Isaäk en Jakob (7)
  • dat t.a.v. vrouwelijke ambtsdragers de zgn. zwijgteksten nietszeggend zijn of geheel cultuurgebonden en dus de ambten voor hen dienen te worden opengesteld (8)
  • dat echtscheiding ook om (vele) andere reden dan overspel of kwaadwillige verlating mag worden toegestaan evenals ook hertrouwen na echtscheiding, veelal zonder oefening van kerkelijke tucht,
  • dat de zondagse rustdag een menselijke instelling is.

 

Maakten wij ons werkelijk schuldig aan "versimpeling" als wij tegen deze opvattingen nu al jarenlang hebben geprotesteerd? Is het echt te simpel om dit in verband te brengen met het eerste kenmerk van de ware kerk zoals we die samen belijden in de NGB?
En tenslotte: is het vreemd als wij, zonder dat wij hierop antwoorden uit de Schrift ontvangen, ons vertrouwen niet kunnen geven?

Zou u, prof. De Bruijne, daar ons eens op willen antwoorden?

Noten

 

1 Hand. 2:46 en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten.

Zie ook Efe 6:5 Slaven, weest uw heren naar het vlees gehoorzaam met vreze en beven, in eenvoud uws harten, als aan Christus; en Col 3:22 Slaven, gehoorzaamt uw heren naar het vlees in alles, niet als mensenbehagers om hen naar de ogen te zien, maar met eenvoud des harten in de vreze des Heren.

2 Normen en Praktische Theologie I/II en Een wissel overgehaald ½, rubriek TU Kampen.

3 Hoofdpunten daarin waren: het spreken over de betekenis van Christus' kruis en verzoening, het bezoek aan RK-kerkdiensten en deelname aan de mis, homoseksuele relaties en de vrouw in het ambt.

4 Terwijl ik dit schrijf komt het bericht binnen dat alle bezwaren van de kerkenraad en zijn predikant ds. E. Hoogendoorn zijn afgewezen en daarmee de gereformeerde kerk van Kampen-Noord (Ichthus) definitief buiten het verband van de vrijgemaakte kerken is komen te staan.

5 Dr. J. Douma, Genesis, p47,48.

6 Docent dr. S. Paas, docent aan de vrijgemaakt TU Kampen, Theologia Reformata, p314. Zie

www.gereformeerdblijven.nl , Artikelen 2, Benoeming dr. Paas; Een onbegrijpelijke benoeming, Nader Bekeken februari 2009.

7 idem.

8 Ds. W. Wierenga Overwegingen bij enkele bijbelse uitspraken over de relatie man-vrouw in kerk en samenleving, vijf artikelen in De Reformatie waarvan de laatste verscheen op 13 december 2008.