Ethiek

Kerkverband

Signalen

De bezinningsgroep Rijnsburg e.o. belegt D.V. op 26 september a.s. een voorlichtingsavond over:

Schriftgezag en hermeneutiek (Bijbeluitleg)

Spreker: dr. R.T. (Dolf) te Velde.

Plaats: kerkgebouw GKv Rijnsburg, Katwijkerweg 1a, 2231 SE Rijnsburg.
Aanvang: 20.00 uur.
Zie verder onder Nieuwe artikelen, click Schriftgezag en hermeneutiek

 


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Mening over Vermaning 2

 

Redactie één in waarheid
01-06-13

 

Er liggen inmiddels drie Vermaanbrieven op de synodetafel van de komende gereformeerd vrijgemaakte synode die te Ede zal worden gehouden. Van de Australische (FRCA), Canadese (CanRC) en Amerikaanse zusterkerken (RCUS), zie de rubriek Kerkverband op deze site.

Het is wellicht voor velen interessant om te weten hoe deze brieven in de kring van de vrijgemaakte kerken (en ook daarbuiten) zijn ontvangen. Daarom hebben we ons voorgenomen artikelen die hierover her en der in de pers verschijnen op onze site door te geven zodat ieder er kennis van kan nemen. Mochten lezers buiten de normale kerkelijke bladen en periodieken markante reacties op de Vermaanbrieven tegenkomen dan houden we ons aanbevolen. Gebruik daarvoor het emailadres info@eeninwaarheid.info.

Vandaag deel 2.

 


 

Nederlands Dagblad

Redactie kerk en religie

07-05-13

 

Officiële vermaning voor GKv

 

Armadale
De Free Reformed Churches van  Australie hebben tijdens hun synode  een (eerder aangekondigde) officiele  vermaning aan de Gereformeerde  Kerken (vrijgemaakt) opgesteld.  Een Nederlandse vertaling van de brief  is te lezen op eeninwaarheid.info, een  website waarop verontruste vrijgemaakten  over ontwikkelingen in hun  kerkverband publiceren. 

Volgens de Australische kerken, die in  de jaren vijftig vanuit de Gereformeerde  Kerken (vrijgemaakt) zijn ontstaan, is er  in hun zusterkerk sprake van ‘een vrijzinnige  wijze van Schriftverklaring’, een  ‘subjectieve benadering’ van huwelijk  en echtscheiding, te veel ruimte voor de  vrouw in het ambt. Ze constateert daarnaast  ‘valse oecumene’ in de plaatselijke  samenwerking met de Nederlands Gereformeerde  Kerken en de deelname  aan de Nationale Synode. 

Het vrijgemaakte deputaatschap Betrekkingen  Buitenlandse Kerken kritiseerde  eerder dit jaar de manier waarop  de Free Reformed Churches van  Australië kritiek leveren. Die is volgens  deputaten vaak niet gebaseerd op officiële  (synode-)stukken, maar op persoonlijke  ervaringen of informatie op  websites. 

De Australische kerken reageren daarop  in de conclusie van hun brief: ‘Wanneer  dwalingen zichtbaar worden en ze ongehinderd  kunnen voortwoekeren zonder  dat een kerkelijke vergadering ertegen  optreedt, dan worden ze als  zuurdeeg in uw midden.’   

 

 

Nederlands Dagblad

Redactie kerk en religie

17-06-13

 

Vermaning uit Canada voor Nederlandse vrijgemaakten


De druk op de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) vanuit het buitenland neemt toe. Na de Australiers trekken nu de zusterkerken uit Canada aan de bel. De synode van de Canadian and American Reformed Churches besloot afgelopen maand een officiële vermaning te sturen naar de vrijgemaakt-gereformeerden. Dat bericht webmagazine Een in Waarheid, dat vrijgemaakte veranderingen kritisch onthaalt.

In hun vermaning spreken de Canadezen grote zorg uit over met name de ontwikkelingen aan de Theologische Universiteit in Kampen en de landelijke bezinning op de vrouw in het ambt. Eerder besloten de Free Reformed Churches of Australia een vermaning te sturen, die eerder dit voorjaar daadwerkelijk is vastgesteld en verstuurd.
De vrijgemaakte synode, die volgend jaar in Ede bijeenkomt, zal daarop moeten reageren.
De Canadezen noemen als voorbeelden van hun zorg de proefschriften van dr. Stefan Paas en dr. Koert van Bekkum, die beiden aan de universiteit werkzaam zijn. Ze hekelen de manier waarop zij de Schrift uitleggen en toepassen, en nemen daarbij de term Schriftkritiek in de mond. Ook de groeiende toenadering tot de Nederlands-gereformeerden baart de kerken in Canada zorgen.

Verbroken

De uiterste consequentie van de vermaningen kan zijn dat de zusterkerkrelatie verbroken wordt, zeker wanneer die in Nederland wordt verworpen of tegengesproken, zoals valt te verwachten. De zusterkerken in Australië en Canada bestaan uit Nederlandse emigranten die na de Tweede Wereldoorlog vertrokken. De kerken kennen er een geïsoleerder bestaan dan de kerken in Nederland, en huldigen doorgaans traditioneel-gereformeerde opvattingen die hier tot het eind van de jaren tachtig gangbaar waren. Door de veranderingen in Nederland is er spanning op de onderlinge relatie gekomen. Die wordt iedere synode – in Nederland en in eigen land – onder woorden gebracht, waarbij ook kerken uit Zuid-Afrika een duit in het zakje doen. Verder onderhouden deze zusterkerken in het buitenland contacten met ex-vrijgemaakten in Nederland die zich de afgelopen jaren hebben afgescheiden omdat ze vinden dat de vrijgemaakten te veel ruimte aan dwaalleer bieden.

 


 

Ds. A.H. Driest
Ingezonden Nederlands Dagblad

18-06-13

 

Geisoleerde kerken? 

De Canadese kerken (Canadian Reformed Churches) trekken aan de bel (ND 17 juni). Zij maken zich ernstig zorgen over de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).

In de verdere berichtgeving wordt de Canadese kerk als volgt getypeerd: de kerk bestaat ‘uit Nederlandse emigranten die na de Tweede Wereldoorlog vertrokken. De kerken kennen een geïsoleerder bestaan dan de kerken in Nederland.’

Het roept het beeld op dat ze vanuit het verleden op dit moment sterk op zichzelf leven. Ik meen dat deze weergave niet overeenkomt met de werkelijkheid. Zo maakt deze kerk deel uit van een verband van kerken, dat als naam NAPARC heeft. Voor veel vrijgemaakten in Nederland totaal onbekend. Deze verzamelnaam staat voor: North American Presbyterian and Reformed Churches. Het is een twaalftal kerken van presbyteriaanse en gereformeerde snit, die zich aan elkaar verbonden hebben en elkaar op conferenties ontmoeten.

Het in het ND geschetste beeld verdient ook enige aanvulling. Het is niet alleen de van huis uit Nederlandse emigrantenkerk die zich zorgen maakt over Nederland. Ook andere kerken in Noord-Amerika uiten die.

[zie inmiddels een Vermaanbrief van de Amerikaanse Reformed Churches of the United States (RCUS) op deze site opgenomen in het artikel Amerika vermaant de GKv]

 



Reformatorisch Dagblad

Redactie kerk

20-06-13


Docent TUK herkent zich niet in kritiek uit kerk Canada


Kampen. Dr. Koert van Bekkum, docent oude testament aan de Theologische Universiteit Kampen (TUK), is „best wel ondersteboven" van kritiek op zijn werk vanuit de Canadese zusterkerken van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.

Hij stelde dat dinsdag via Twitter. Afgelopen weekend werd via de Nederlandse website eeninwaarheid.info de inhoud bekend van een vermaanbrief die de Canadian Reformed Churches sturen aan de generale synode van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV). Aanleiding vormen onder anderen de benoeming van dr. S. Paas en dr. K. van Bekkum aan de TUK. De Canadese zusterkerken van de GKV menen in de dissertaties van beiden Schriftkritische elementen te bespeuren.

Van Bekkum stelde in een korte reactie via Twitter de vergaderstukken van de generale synode van de Canadian Reformed Churches erop te hebben nagezien. Daarin trof hij een beschrijving aan van onder meer zijn gedachtegoed waarin hij zich niet herkent. „Vreemd allerlei opvattingen omschreven te zien die zo niet zijn", aldus Van Bekkum. Hij meent dat de Canadese kerken „grote woorden" gebruiken in hun verslaglegging van ontwikkelingen in de GKV.

Behalve dat er in Canada zorgen leven over de gang van zaken bij de TUK, zijn de Canadian Reformed Churches ook niet blij met de mogelijke openstelling van de ambten in de GKV voor vrouwen in de toekomst.

Vorig jaar kondigden ook de Australische zusterkerken van de GKV, de Free Reformed Churches of Australia, aan een vermaning op te stellen voor de eerstvolgende generale synode van de GKV. Die wordt in 2014 gehouden in Ede.

 

 

Ds. J.W. van der Jagt

Nader Bekeken
juli/augustus 2013

 

Australisch vermaan


Onze lezers zullen het al wel weten: de zusterkerken in Aus­tralië hebben aan de komende generale synode een ver­maanbrief gestuurd. Dat is een bijzondere gebeurtenis. Bij mijn weten is het niet eerder voorgekomen. Je stuurt zo'n brief ook niet zomaar. Dat het nu wel gebeurt, zegt iets over de ernst van de inhoud: de zwaarwegende zorgen die er in Australië over de Gereformeerde Kerken bestaan. Daar kun je als kerken in Nederland om meer dan één reden niet zomaar aan voorbijgaan. Ik noem in deze Kroniek alleen de brief uit Australië. Maar in de Canadese zusterkerken bestaan dezelfde zorgen. Ook zij hebben inmiddels een brief ge­stuurd. Wellicht voegt ook de stem van onze Zuid-Afrikaanse zuster zich daar nog bij. Wie vermaand wordt, doet er wijs aan om goed te luisteren. Dat is altijd zo en zeker wanneer er zwaarwegende zorgen zijn. In de christelijke gemeente hoort het er helemaal bij dat je elkaar wilt bewaren bij Gods Woord. Al zijn we het in onze internationale contac­ten niet gewend omdat er lange tijd geen grote zorgen waren, waarom zou je over landsgrenzen en oceanen heen elkaar niet vermanen? Alleen daarom al moet je ernaar luisteren.


Door kerken erom gevraagd


Deze zusterkerken zijn al langer be­zorgd. Daar hebben ze met de depu­taten voor buitenlandse betrekkingen over gesproken. De laatste synode gaf aan dat een zusterkerk die bezwaren heeft over een synodebesluit over leer, kerkregering, tucht en liturgie, zich rechtstreeks tot de generale synode moet wenden (Acta CS Harderwijk,  art. 87, besluit 3). Terecht. In de synode zijn de kerken zelf aanwezig. De kerken hebben er dus zelf  om gevraagd.  Het hoort bij de in­ternationale relaties.  Het gaat, zoals de preses van de synode, ds. P. Niemeijer, na de besluitvorming zei, om 'het aanspreken van elkaar op zaken waarover we ons zorgen maken bij de ander. Dat is minder simpel dan banden onderhouden als alles pais en vree is. Juist in zulke situaties is het be­langrijk daarvoor zorgvuldige procedu­res te hebben en te onderhouden. Wij hopen dat het gesprek en de besluiten van vandaag de kwaliteit van onze con­tacten ten goede komen en het inhou­delijk onderling gesprek dienen' (Acta, pg. 142). Ik benadruk twee woorden: de kwaliteit van de relatie en het inhoude­lijke gesprek. Dan moet je, nu het ver­maan op tafel ligt, ook goed naar elkaar luisteren en serieus overwegen wat te berde wordt gebracht.


Vraag om gehoor


De Australische kerken zien het niet anders. Volgens hun regels voor relaties met zusterkerken zijn die contacten ervoor om elkaar over en weer bij te staan, te bemoedi­gen en te vermanen, en 'zorg voor elkaar te dragen ( ... ) om niet af te wijken van het gereformeerde geloof in leer, kerkrecht en liturgie'. Zusterkerk ben je ook om elkaar broederlijk te vermanen.


Het vermaan is ook broederlijk. De brief is geschreven 'vanuit een diepe liefde voor de kerken waaruit wij vanaf de jaren '50 van de vorige eeuw zijn ontstaan, en wier predikanten wij in onze kerken hebben ontvangen en met wie wij nog steeds veel persoonlijke contacten hebben. We hebben door de jaren heen heel veel van u ontvangen en wij erkennen dit met dankbaarheid: Ze hebben oog voor onze strijd in gesecu­lariseerd Nederland en erkennen dat zij daar ook steeds meer mee worden geconfronteerd. Daarom vinden zij het noodzakelijk om 'met de broeders en zusters over de hele wereld eenstem­mig het geloof te belijden en één te zijn in een trouw getuigenis van het goede nieuws van het evangelie'. Dat vereist een 'wederzijdse binding aan de gehele waarheid van de Schrift, zoals die is sa­mengevat in onze belijdenissen, en aan de rijke gezamenlijke erfenis'.  


Ik geef hier aandacht aan - en er zou uit deze brief meer te noemen zijn ­om te laten zien dat we door onze zus- terkerken broederlijk vermaand wor­den, zeg maar in de stijl van Galaten 6:1. Een reden te meer om geduldig te luisteren. Of, om het anders te zeggen: laten we waken voor afweermecha­nismen die zomaar in werking treden wanneer wij, mensen, vermaand wor­den. Ook als kerkmensen zijn we daar niet vanzelf vrij van. Het is immers beter dat je openlijk terechtgewezen wordt dan dat je uit liefde wordt ge­spaard (Spr. 27:5).


Zo'n afweermechanisme zou kunnen zijn dat je wijst op wat de Australiërs zelf mogelijke tekortkomingen noemen. Wat ze zeggen, kan scherp overkomen. De bedoeling is misschien niet duide­lijk onder woorden gebracht. Het kan zijn dat zaken die zij noemen, kerkelijk nog niet af­gehandeld zijn. Dergelijke zaken zijn eenvoudig aan te wijzen. Het biedt allemaal mogelijkheden om je aan het vermaan te onttrekken. Maar vermaan uit liefde vraagt om een geduldig gesprek waarin je probeert om niet te struikelen over andermans tekort. En: om niet te struikelen over elkaars tekort, want het geldt per slot van rekening over en weer.


Zeven zorgen


Een reden om naar het vermaan te luisteren ligt ook in de inhoud van de brief: de zorgen die men in Australië heeft. Ze­ven zorgen. Ik ga die hier niet uitvoerig bespreken. Dat is aan de generale synode, die DV volgend jaar in Ede samenkomt. Maar omdat we er uiteraard in betrokken zijn, geef ik wel een indruk van wat 'down under' zorgen baart.

De zorgen gaan over verschillende za­ken: vier over hoe we omgaan met de Schrift, twee van de zeven gaan over de kerk, de zevende betreft wat we zingen in de kerk.


Over de Schrift


De eerste vier zorgen gaan over de uit­leg en de toepassing van Gods Woord in onze tijd. De Australische broeders vinden dat we in Nederland het gezag en de duidelijke bedoeling van de Schrift niet handha­ven. Om deze zorg te staven wijzen ze naar verschillende publicaties van docenten aan de Theologische Universiteit: de proefschriften van dr. K. van Bekkum en dr. S. Paas, en een artikel van dr. A.L.Th. de Bruijne in Woord op Schrift. (In het rijtje wordt ook ds. J.J.T. Doedens ge­noemd, hoewel hij geen docent aan de universiteit is.) Volgens Australië stel­len zij 'de duidelijke bedoeling van de Schrift ter discussie'.  Ook stelt de brief de generale synodes in gebreke. Zij hebben op kerkrechte­lijke gronden bezwaren niet behan­deld.


De tweede zorg sluit hierbij aan. De kerken in Nederland handhaven de vol­komenheid van Gods Woord niet. Daar­voor verwijst men naar de hermeneu­tische overeenstemming die deputaten Kerkelijke Eenheid met de deputaten van de Nederlands Gereformeerde Ker­ken bereikten, en die in Harderwijk op de synodetafel lag.  In het verlengde hiervan ligt zorg num­mer drie: Wat de kerken over huwelijk en echtscheiding besloten, maakt een subjectieve omgang met bijbelse nor­men mogelijk. Daardoor kan de kerk gronden voor scheiding toevoegen aan de twee die de Bijbel noemt (echtbreuk en opzettelijke verlating).


In de vierde plaats baart de studieop­dracht zorgen, die de laatste synode gaf over de vrouw in het ambt. Die opdracht bevestigt namelijk niet de duidelijke leer van de Schrift dat het bijzondere ambt aan mannen voorbe­houden is.


Deze vier zorgen zijn het voornaamste wat de Australiërs beweegt om hun zuster te vermanen: 'een vrijzinnige wijze van schriftverklaring'. Volgens hen worden er vragen gesteld die ruimte bieden aan een hermeneutiek die geen recht doet aan Gods volle openbaring. 


Over de kerk


Ook maken de Australische kerken zich zorgen om een valse oecumene. Met de geldende regels voor samenwerking kunnen kerken zich vermengen met Nederlands gereformeerde gemeen­ten. Dat kerkverband kent vrouwelijke ambtsdragers. Het bezint zich op de vraag of homoseksueel samenle­vende leden ambtsdrager kunnen zijn en kent een lossere binding aan de belijdenis. Volledig samengaan met gemeentes uit dat kerkverband heeft ondermijning van het schriftgezag tot gevolg.


Valse oecumene is ook de deelname aan de Nationale Synode. Veel kerken die daarin meedoen, zijn niet trouw aan het gereformeerde geloof. De een­heid in deze synode is niet gegrond op de Schrift en is niet de eenheid die we in de confessie belijden.


Over de zang


De laatste zorg betreft de gemeen­tezang. De kerken hebben een grote hoeveelheid liederen geaccepteerd. Dat leidt af van de psalmen en van gezangen die rechtstreeks op de Schrift zijn gebaseerd. Ook zijn veel liedboeklie­deren niet ondubbelzinnig bijbels en gereformeerd.


De voornaamste zorg betreft dus het gezag, de duidelijkheid en volkomen­heid van Gods Woord. In Australië ziet men het Sola Scriptura van de Reformatie in het geding. Dat is een fundamentele zorg. Wat willen we an­ders dan leven bij het Woord van God alleen?


Alle reden dus om aandachtig te luis­teren en goed te overwegen wat men tegen ons zegt.


Maak de duidelijkheid duidelijk


Een aantal van de zeven zorgen is in de loop van de tijd ook in ons blad kritisch besproken. Ik denk bijvoorbeeld aan de benoeming van dr. Paas, het proef­schrift van dr. Van Bekkum en de gang naar de zogenoemde Nationale Synode. Ook prof. J. Douma liet zich kritisch over deze zaken uit. Hij verbaast zich erover dat er niet op wordt gereageerd. Hij hoopt dat de Australische kerken hun zorg duidelijk verwoorden, zodat er geluisterd wordt. Dat lees ik in zijn 'Kort Commentaar' 64 op de website www.gereformeerdekerkblijven.nl. En wie zou niet graag luisteren als men opkomt voor het gezag van het Woord van God?


Is daarmee alles gezegd? Ik denk het niet. Neem de zorg over de duidelijk­heid van Gods Woord. Wat bedoelt men daarmee? Daar moet wel naar gevraagd worden om elkaar in de zor­gen goed te verstaan. Want wat is het geval?


De broeders uit Australië verwijzen voor hun zorg over de duidelijkheid van Gods Woord onder meer naar de pu­blicatie van ds. Doedens. Volgens hem wordt in Genesis over de schepping verteld in het kader van de sabbats­week. In Australië vindt men dat dus in strijd met de duidelijkheid van Gods Woord.


Douma hoopt dat deze kritiek wordt gehoord. Nu schreef hij zelf in 2004: 'Het zal altijd moeilijk blijven Gen. 1 op een manier uit te leggen die alle gelovigen kan overtuigen. De kaderopvatting van Genesis "die ik hier volg, is zeker ook voor kritiek vatbaar. Maar zij is in mijn ogen de meest bevredigende opvatting en heeft oude papieren" (Genesis, p, 42). Hij schreef dat onder andere met een beroep op de bijdrage van Doedens.
Nu kan er mijns inziens geen enkele twijfel zijn of Douma wil staan voor de duidelijkheid van het Woord van God. Toch kan het niet anders of hij valt, samen met Doedens, onder de Australi­sche kritiek!


De één belijdt dus dat Gods Woord duidelijk is en ziet ruimte voor de ka­dertheorie. De ander wijst die theorie af als in strijd met de duidelijkheid van Gods Woord. Maar hoe ziet ieder dan de duidelijkheid van de Schrift? Nu kan iemand natuurlijk roepen: 'Douma is inconsequent.' Dat lijkt mij te oppervlakkig. Het lijkt mij meer ter zake om dit verschil te zien als een aanwijzing dat het niet duidelijk is wat men met de duidelijkheid van de Schrift bedoelt en wat dat voor de praktijk van de schriftuitleg betekent. Dat wordt dan een lastig gesprek. Reden om ter sy­node aandachtig en geduldig te luiste­ren naar elkaar.


Een geduldig en inhoudelijk gesprek over de Australische zorgen is niet alleen nodig om wat er in de brief staat. Mis­schien nog wel meer om wat er niet in staat. Er worden grote zorgen geuit. Dan mag er ook een goede onderbouwing - dat is toch ook broederlijk? - worden gevraagd. Daar had ik wel wat van verwacht! Bij lezen en herlezen stelt de brief toch te­leur. Ik zeg het niet om de brief daarmee af te doen, maar om ruimte te vragen voor nadere onderbouwing. Ik noem drie voorbeelden.


Metafoor


Een van de zorgen wordt ingegeven door wat dr. De Bruijne schreef over de metaforen in de Schrift. Volgens de brief is zijn opvatting 'dat er meer tek­sten in de Schrift staan die metaforisch kunnen of moeten worden opgevat, waarbij hij verwijst naar Genesis 1'. Zo is de indruk dat Genesis, volgens De Bruijne metaforisch opgevat moet wor­den. Is dat wat hij met zijn verwijzing naar Genesis, beweert?


Een citaat van De Bruijne geldt als be­wijs. Dat luidt: 'De (exegetische) ruimte die bij Genesis 2 en 3 werd afgewezen, heeft bij Genesis 1 wel bestaan. Het woord "dag" bijvoorbeeld hoefde niet per se letterlijk te worden opgevat, al deden velen dit wel. Voor zover daar­voor literaire argumenten werden aan­gedragen, moesten deze echter Gene­sis, een eigen en ander karakter geven dan Genesis 2 en 3' (Woord op Schrift, p. '56). Dit éne citaat is in de brief het hele bewijs dat De Bruijne de duidelijk­heid van Gods Woord aantast! Maar, broeders, met alle respect, dat kan zo toch niet?


Natuurlijk kan een aanvechtbare me­ning die iemand uitdraagt, in één ci­taat kernachtig naar voren komen. Dan kun je daarnaar verwijzen. Maar heb­ben we hier een dergelijk citaat?
Wie het leest, ontdekt dat De Bruijne in het bewuste deel niet zijn eigen me­ning over Genesis 1 geeft. Hij beschrijft hoe ánderen Genesis 1 uitlegden. Ook zegt hij in het directe vervolg (dat de Australische brief weg laat) over die uit­leg dat het kunstmatig is om Genesis 1 een ander genre te noemen dan Gene­sis 2 en 3. Ik moet zeggen: hier stelt de bewijsvoering voor de gróte zorg erg teleur.


Buiten het Woord om


Een tweede voorbeeld. De Nederlandse kerken zouden accepteren dat de Heilige Geest buiten Gods Woord om spreekt, zonder dat het op duidelijke bijbelse voorschriften is gebaseerd. Dat wordt aangewezen in de volgende pas­sage uit het al genoemde document over de hermeneutische overeenstem­ming: 'Maar vanuit de vernieuwing die het sterven en opstaan van Christus bewerken, mogen Gods kinderen ver­volgens ook wandelen door de Geest en zo kunnen ze, ook zonder concrete bijbelse voorschriften voor alle situa­ties en levensterreinen, helder leren onderscheiden tussen de werken van het vlees en de vrucht van de Geest. Zo zoeken Gods kinderen met elkaar, met de inzet van de hun geschonken gaven, voortdurend luisterend naar Gods Woord en naar elkaar, in een voortdu­rende omgang met de levende God zelf, om de wil van God voor hun leven te verstaan'


Het is een bondige passage die in kort bestek veel zegt. De cursief gedrukte woorden worden door de Australische kerken benadrukt. Die springen er voor hen kennelijk uit als bewijs voor hun zorg. Als je deze woorden op zichzelf leest, zou je hun zorg inderdaad bewe­zen achten. Maar is het werkelijk waar?
Ik wijs op twee dingen.
Het citaat gaat evident niet over keuzes die buiten Gods Woord om gemaakt worden. Je maakt ze volgens het citaat immers '… voortdurend luisterend naar Gods Woord …'
De woorden waarover Australië strui­kelt, hebben kennelijk een andere spits. Het gaat om concrete voorschriften die de Bijbel niet voor alle situaties van het leven geeft. We weten toch aan beide zijden van de oceaan dat Gods Woord niet voor elke situatie voorschriften geeft? Zeggen de gewraakte woorden eigenlijk iets anders dan wat J. Douma over het schriftberoep in de ethiek schrijft? 'Lang niet altijd kunnen we ons zo direct op de Schrift beroepen. Maar ook als dat niet kan, is beroep op de Schrift mogelijk' (Grondslagen, p, 97). Hij brengt beide zaken bij elkaar: Enerzijds is het beroep op concrete bijbelse voorschriften niet altijd mo­gelijk. Anderzijds luister je evengoed naar Gods Woord. Het verschil tussen Douma en het bewuste citaat is, dat hij dit luisteren ook 'beroep op Gods Woord' noemt en op verschillende ma­nieren uitwerkt. Het document waaruit de Australische kerken citeren, spreekt over 'voortdurend luisterend naar Gods Woord' en werkt het niet uit. Maar dat verschil kan natuurlijk geen grond zijn voor de zorg die men heeft.


Ook hier stelt de onderbouwing van de zorg erg teleur. Die vraagt om méér dan wat in de brief gegeven wordt. Al is het alleen maar omdat het toch merkwaar­dig is dat iets wat altijd als gerefor­meerd is geaccepteerd, nu twijfel doet rijzen over de trouw aan Gods Woord.


Niet struikelen


Wat ik signaleer, zijn maar voorbeel­den. Er zijn er meer, maar het gaat me er niet om de zeven zorgen hier te bespreken. Ik schaar het onder de noemer van wat de Australische kerken mogelijke tekortkomingen noemen. Laten we daar niet over struikelen. Het is broederlijker om goed te luisteren en gelegenheid te geven tekorten weg te werken. Ik vraag me wel af of de gangbare vergaderstijl van een synode daarin voorziet. Maar de broeders zijn mans genoeg om daarvoor een goede vorm te vinden.




Opbouw

Drs. M. Biewenga
03-08-13


Vooruit, nog één keer een Pers­schouw over onze vrijgemaakte broe­ders en zusters. In de beide vorige nummers heb ik aandacht gegeven aan de ontwikkelingen in die kerken op twee punten: de binding aan de be­lijdenis en de vrouw in het ambt. Niet iedereen juicht deze ontwikkelingen toe. In eigen kring klinken er geregeld verontruste stemmen, en ook in het buitenland is er veel zorg. Dat heeft de GKv nu tweemaal een officiële verma­ning opgeleverd, eerst van de Austra­lische zusterkerken en recent ook van de Canadian Reformed Churches.
In de Gereformeerde Kerkbode van 28 juni schrijft ds. Jan Kuiper:


In de acta van de Canadese synode kun je de punten terugvinden waar het om gaat. Ik noem er een paar:

  • Een andere omgang met de Bijbel. Zelfs het woord schriftkritiek valt. 0 In het algemeen: zorg rond de Theo­logische Universiteit te Kampen.
  • Contact met de Nederlands Gerefor­meerde Kerken, die zich niet volledig binden aan de belijdenissen en in een aantal kerken vrouwelijke ambtsdra­gers kennen.
  • De discussie over de vrouw in het ambt, met als bijkomend punt de vraag hoe om te gaan met vrouwe­lijke deputaten vanuit Nederland op de eigen synode.
  • Het meedoen aan de Nationale Sy­node met veel andere protestantse kerken. Zet je daarmee de belijdenis rond de ware en valse kerk niet bui­tenspel?
  • Vrijbuiterij rond artikel 67 van de kerkorde (die afspraken bevat over de liturgie).

In de vermaning geven zij aan dat er een grens bereikt is. En dan is de sy­node nog gematigder dan veel plaatse­lijke kerken, die aangaven dat het voor hen nu al ophoudt.


Inderdaad, in het oude vaderland is echt wel iets veranderd. Kuiper:


Wat opvalt in de acta van de synode is de stelligheid waarmee een en ander gezegd wordt. Neem de vraag naar de vrouw in het ambt. Als de Nederlandse kerken daar opening voor gaan bieden is dat een punt waarop de correspondentie met Canada stuk gaat lopen. Nu is het rapport van het speciale deputaatschap daarover nog niet gepubliceerd. Dat hoeft ook nog niet, dat komt in het najaar. Maar je zou toch een zekere nieuwsgierigheid verwachten. Stel dat zij gaan voorstel­len om de mogelijkheid te openen voor vrouwelijke ambtsdragers, dan gaat het toch om de vraag of je dat vanuit de Bijbel kunt onderbouwen? ()
Ooit gaf een synode in een ander kerk­verband (Kuiper doelt op de CGK, MB) de opdracht aan een deputaat­schap om vanuit de Bijbel duidelijk te maken dat vrouwelijke ambtsdragers niet kunnen. Onze synode gaf die op­dracht niet. Kan die openheid? ()
Een ander punt is de manier waarop we omgaan met andere kerken in Ne­derland. De Canadese kerken leggen er de vinger bij dat het onderscheid waar-vals (zie hierover de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27-29) niet meer zo gehanteerd wordt als vroeger. Zij doen dat nog wel ().
Je kunt niet ontkennen dat de belijde­nis van de kerk anders gehanteerd wordt dan dertig jaar geleden. ()
Je kunt je wel afvragen of die ver­anderende opstelling in de praktijk voldoende onderbouwd is. Ik ken wel publicaties over de omgang met de Bij­bel, maar weinig of geen over de kerk en de manier waarop je in deze tijd ware kerk van Christus bent, in onder­scheid van gemeenschappen die ook die naam dragen, maar van Christus weinig laten zien.
Tijden veranderen, en wij in hen, is een oud gezegde. De Canadese kerken hebben er oog voor dat wij hier in Ne­derland in een sterk geseculariseerde samenleving kerk zijn. Ze hebben ook oog voor de vele goede dingen in ons kerkverband. Ik merk in onze kerken de worsteling om het geloof vandaag handen en voeten te geven. Het gege­ven dat we nu twee officiële vermanin­gen hebben, moet aanleiding zijn tot zelfonderzoek: veranderingen zijn on­vermijdelijk, maar beweeg je je daarbij naar de Bijbel toe of ga je er misschien verder van af?


Zelfonderzoek dus. Maar hoe moet je dat doen? Je zou je in feite moeten losmaken uit de concrete sociaal-cul­turele context waarbinnen je kerk van Christus bent; een haast onmogelijke opgave.
De buitenlandse zusterkerken ver­vullen intussen wel een soort gewe­tensfunctie voor de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. In beide gevallen gaat het om kerken die ontstaan zijn door emigratie vanuit Nederland. Ze staan daarmee ook voor het eigen ver­leden van deze kerken; de standpun­ten die nu overzee worden gehuldigd werden een paar decennia geleden hier in Nederland met evenveel vuur verdedigd. Terecht zegt Kuiper dat de veranderingen in de GKv doorgaans niet expliciet en zeker niet royaal ver­antwoord zijn.
Al met al geeft de GKv zich in de afgelopen decennia ontwikkeld tot een 'gewoon' kerkgenootschap. En daarmee bedoel ik niet in de laatste plaats dat zij, net als andere kerken, afhankelijk zijn van de leiding en de bescherming van de Goede Herder.