Ethiek

Plaatselijke kerken

Signalen

geen berichten



 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Drachten - en het Heilig Avondmaal (1)

D.J. Bolt
17-04-10


 Uiteindelijk reageerden twee kerkenraden: Drachten-ZuidWest (onze eigen kerkenraad) en Drachten-Nijega. Het antwoord op de artikelenreeks over de preek zou de redactie van één in waarheid kunnen vinden in het antwoord op onze bezwaren dat ons eerder was toegestuurd door de kerkenraad van Drachten-ZuidWest1.

We willen in een aantal afleveringen laten zien hoe er in deze plaats is omgegaan met de synodebesluiten van Zwolle-Zuid en de bezwaren die door verontrusten zijn ingebracht. Nadrukkelijk wijzen we er (nog) eens op dat het ons niet gaat om personen in deze zaak. Integendeel, het gaat om de koers van de kerken en hoe die uitwerkt en bevestigd wordt in de praktijk.
We willen nu aandacht vragen voor de manier waarop in deze plaats gehandeld is met (gasten aan) het Avondmaal.

Onze verzoeken aan ZuidWest2

 Heilig Avondmaal

De generale synode van Amersfoort 2005 nam een besluit om het Heilige Avondmaal open te stellen voor leden van kerken waarmee geen zusterkerkrelatie bestaat. Het besluit is te lezen in artikel 50 van de Acta:

B. ten aanzien van leden van kerken waarmee geen zusterkerkrelatie bestaat, te antwoorden dat een kerkenraad iemand als gast aan het avondmaal kan toelaten, wanneer de kerkenraad zich ervan overtuigd heeft dat betrokkene:

a. een aanvaardbare reden heeft het avondmaal in de gemeente te vieren en zijn deelname dienstbaar is aan de opbouw van het lichaam van Christus;

b. in de eigen kerk tot het avondmaal is toegelaten, niet onder tucht staat, instemt met de gereformeerde belijdenis en godvrezend leeft, zoals bedoeld in art. 60 KO;

c. met het oog op deelname aan het avondmaal bereid is zich te onderwerpen aan de onderlinge aansporing in de gemeente en aan het toezicht van de kerkenraad. De wijze waarop de kerkenraad gasten hiervan in kennis stelt moet duidelijk zijn voor zowel gasten als de eigen gemeente.

De synode motiveerde haar besluit o.m. met verwijzingen naar: een uitspraak van de generale synode van Leeuwarden 1920; de regeling met betrekking tot asielzoekers (Acta Amersfoort 2005, artikel 40); en de landelijk en/of plaatselijk door gereformeerde kerken erkende kerken (Acta Amersfoort 2005, artikel 132).

Onze bezwaren

Tegen het besluit Amersfoort-Centrum zijn revisieverzoeken bij de generale synode van Zwolle-Zuid ingediend. De belangrijkste (niet enige) bezwaren, die ook de onze zijn, laten we hier volgen.

Art. 60 van Kerkorde zegt dat "alleen zij die belijdenis van het geloof naar de gereformeerde leer hebben gedaan en godvrezend leven" kunnen worden toegelaten. Dat geldt ook voor hen die "een goede attestatie" van een zusterkerk kunnen overleggen.
De synode heeft echter ten onrechte dit artikel van zijn (ook historische) betekenis ontdaan. De synode was van oordeel dat dit artikel niets bepaalde over toelating van mensen die geen lid zijn van de gereformeerde kerken (Zie Rapport van de commissie Overijssel). Zij achtte daarom de weg vrij voor een regeling voor het toelaten van gasten aan het Avondmaal uit niet-gereformeerde kerken. Artikel 60 KO beperkt echter wel degelijk de toegang tot de avondmaalstafel tot belijdende leden van de gereformeerde kerken. Ook een blik in de geschiedenis van artikel 60 van de KO maakt dit duidelijk.

  • Met dit synodebesluit worden gasten toegelaten van wie door de gereformeerde kerken voorheen altijd gezegd is dat zij zich conform artikel 28 NGB dienden te voegen bij de één van de gereformeerde kerken. Die oproep is door dit synodebesluit weggevallen, waardoor op dit punt strijdigheid ontstaat met wat we in artikel 28 NGB belijden.
  • Artikel 35 van de NGB zegt dat het Heilige Avondmaal "? er is voor hen, die Hij opnieuw geboren deed worden en in zijn huisgezin, dat is zijn kerk, heeft ingelijfd." Het synodebesluit zoals dat nu luidt staat ook met dit artikel uit onze geloofsbelijdenis op gespannen voet.
  • Het heilig houden van de avondmaalstafel, zoals de Schrift dat van ons vraagt (vgl artikel 76 KO), is met dit besluit niet uit te voeren in de praktijk. Er is immers geen toezicht op leer en leven mogelijk van mensen die buiten de gereformeerde kerken leven.
  • De gast mag niet onder tucht staan in eigen gemeente, schrijft het besluit voor. Maar dat is een formele conditie zonder inhoud, omdat in veel kerken om ons heen de tucht niet meer naar de Schrift wordt bediend.
  • Het besluit spreekt van een "aanvaardbare reden van de gast". Maar wat is aanvaardbaar? Het is tegenstrijdig dat gasten niet de regelmatige Woordverkondiging willen bijwonen, maar tegelijk wel het teken bij dat Woord willen genieten.
  • Met dit besluit wordt ook het vermaan van broeders en zusters die de eigen kerkdiensten verzuimen en aangaan aan avondmaalstafels in niet-gereformeerde kerken sterk bemoeilijkt, zo niet onmogelijk gemaakt.  
Synode Zwolle-Zuid

De synode Zwolle-Zuid heeft in haar vergadering van 5 september 2008 alle revisieverzoeken waarin onder meer de hiervoor samengevatte bezwaren naar voren werden gebracht geheel afgewezen zonder bovenstaande bezwaren inhoudelijk te wegen naar de Schrift, de belijdenis en de KO. De synode meent dat al deze argumenten voldoende aan de orde zijn geweest in Amersfoort-Centrum (art. 22/besluit 1). In art. 22/besluit 2, waar de synode een aantal bezwaren uit revisieverzoeken de revue laat passeren, komt ze ook niet veel verder dan dat de indieners "niet hebben aangetoond?" en dat de praktijk in de kerken met gasten aan het Avondmaal "al langere tijd verschillend werd omgegaan". Daarmee heeft zij de regeling die Amersfoort-Centrum 2005 vaststelde met betrekking tot het toelaten van gasten aan het Heilige Avondmaal uit andere kerkgemeenschappen geheel gehandhaafd en bevestigd.

De synode Zwolle-Zuid is nog een stap verder gegaan. De synode Amersfoort-Centrum 2005 sprak nog van de noodzaak dat de gast "instemt met de gereformeerde belijdenis". Dat is veranderd in art.22/besluit 3. Nu wordt het voldoende geacht dat instemming gevraagd wordt met "de leer van het Oude en Nieuwe Testament, die in de Apostolische Geloofsbelijdenis is samengevat en hier in de christelijke kerk geleerd wordt".
Helaas werd tijdens de bespreking duidelijk dat de synode bewust geen uitspraak wilde doen of dat betekent instemming met de gereformeerde belijdenis óf slechts instemming met de Apostolische geloofsbelijdenis.

Met deze besluiten van Zwolle-Zuid blijft de onschriftuurlijke lijn van een verkeerde gastvrijheid m.b.t. toelaten van gasten aan het avondmaal zoals Amerfoort die vaststelde geheel gehandhaafd en wordt de betekenis van de gereformeerde belijdenis verder gemarginaliseerd. De Schrift en belijdenis (onder meer artikel 35 NGB) spreken duidelijk uit dat tot het vieren van avondmaal slechts gerechtigd zijn zij die lid zijn van de kerk van Christus.

Verzoek

Deze besluiten, art. 22/besluiten 1, 2, 3, zijn niet in overeenstemming met de Schrift, de belijdenis en de kerkorde. Wij verzoeken u daarom ze niet te ratificeren (of daarvan terug te komen) en te blijven bij de betekenis van art. 60 KO en dus alleen belijdende leden van de gereformeerde kerken toe te laten tot het Heilige Avondmaal.

Antwoord van ZuidWest en Nijega

Uw bezwaar
Volgens u zijn de besluiten 1, 2, 3 van artikel 22 niet in overeenstemming met de Schrift, de belijdenis en de kerkorde.

Ons antwoord
In het bezwaarschrift wordt ten onrechte ervan uitgegaan dat de Gereformeerde Kerken in het verleden de deur altijd op slot hielden voor gasten - die het avondmaal mee wilden vieren - uit kerken die niet bij het kerkverband behoorden.
U schrijft dat de synode ten onrechte artikel 60 van zijn historische betekenis heeft ontdaan en dat artikel 60 KO wel degelijk de toegang beperkt tot belijdende leden van de Gereformeerde Kerken. In uw bezwaarschrift vonden we geen argumenten die deze stelling bewijzen.

Artikel 60 KO (voorheen art. 61) spreekt over de interne toelating. Wie de geschiedenis van dit artikel bestudeert, zal ontdekken dat in het commentaar bij dit artikel wel telkens aandacht is geweest voor de vraag hoe om te gaan met leden van kerken uit een ander kerkverband, maar ook dat er altijd ruimte is geweest om op grond van nader persoonlijk onderzoek een broeder of zuster die lid is van een kerk van een ander kerkverband toe te laten tot het avondmaal.
Wij citeren:
?De vader van deze bepaling (art 61) is Calvijn. Calvijn was van oordeel dat, zou het kerkelijk leven te Genève goed geregeld worden, er meer moest gedaan worden dan prediken. Al was ook het pausdom afgeschaft, de kerk had nog niet de rechte gestalte, welke voor de rechte oefening van het ambt noodig was. Daartoe moest een belijdenis worden opgesteld en aanvaard, en deze belijdenis, in November 1536 aan den raad van Genève aangeboden, eischt niet alleen de invoering van het psalm­gezang, van het onderwijs in den catechismus, maar ook een avondmaals- en tuchtorde. Het avondmaal, dat door de geheele gemeente moet worden gebruikt, is alleen voor de geloovigen, voor hen, die als zoodanig erkend zijn (?comme approuvez membres de Jésucrist"), en niet voor groote zondaren, die duidelijk toonen, dat zij Christus niet toebehooren. Daarvoor zijn twee dingen noodig; allereerst moet de in het pausdom bedorven Bijbelsche tucht worden hersteld, en in de tweede plaats moeten overheid en onderdaan de belijdenis aanvaarden. Calvijn sloot zich aan bij de H. Schrift en bij de oude kerk, dat de kinderen of de aankomende jongelieden eerst werden onderwezen, opdat zij voor de gemeente rekenschap van hun geloof konden geven vóór zij tot de tafel des Heeren werden toegelaten. Hij beschouwde de geloofsbelijdenis in onmiddellijk verband met het avondmaal. Indien de jonge leden voldoende kennis der waarheid hadden verkregen, moesten, blijkens de Ordonnances van 1541, de jeugdigen, die voor het eerst ten avondmaal zouden gaan, zich des Zondags vóór de avondmaalsbediening in de kerk vereenigen om hun geloof volgens den catechismus uit te spreken.?
(H. Bouwman, Gereformeerd Kerkrecht II, blz. 389-390)

De GS is geen nieuwe weg ingeslagen door ook leden van kerken van een ander kerkverband onder bepaalde voorwaarden toe te laten als gasten aan de avondmaalstafel.
Wij citeren:
??Gasten? heeft de kerk altijd toegelaten, mits zij in der waarheid ?gasten? zijn, d.w.z. leden van andere christelijke kerken, wier belijdenis met de hare genoegzaam overeenstemde, en voor wie eene wettige verhindering bestond om het avondmaal in eigen kerk te gebruiken. Zoo kwam het eertijds met name voor ten opzichte van de Lutherschen, die zich ophielden in plaatsen, waar geen Luthersche doch wel eene Gereformeerde kerk was, en ook omgekeerd, dat Gereformeerden kwamen in eene plaats, waar geen Gereformeerde en wel eene Luthersche kerk was. Maar de kerken hebben altijd noodig geacht, dat in zulke gevallen het noodige toezicht tot zijn recht kwam. In Nederland, waar men altoos gelegenheid heeft zich bij een der Gereformeerde kerken aan te sluiten, is het opzicht te meer dringend noodig, opdat genoegzaam blijke, dat de aanvrager een onberispelijk lid der gemeente is, en tot het avondmaal is toegelaten. Wanneer uit een betrouwbaar getuigenis blijkt, dat dit in orde is, pleegt men tegen de toelating geen bezwaar te maken.?
(H. Bouwman, Gereformeerd Kerkrecht II, blz. 391-392)

Bouwman maakt er melding van dat de kerken altijd het nodige toezicht nodig hebben geacht. Dat Bouwman stelt dat dit toezicht in Nederland extra dringend is omdat men zich in Nederland altijd aan kan sluiten bij een gereformeerde kerk, laat overduidelijk zien dat dit toezicht juist bedoeld is voor hen die van die mogelijkheid (om zich aan te sluiten bij een gereformeerde kerk) geen of nog geen gebruik hebben gemaakt.
Aan de door Bouwman bepleite noodzaak om extra goed toe te zien op hen die lid zijn van een kerk van een ander kerkverband wordt o.i. ruimschoots voldaan door de voorwaarden die de GS heeft geformuleerd.

Wij begrijpen uw bezwaar en stemmen toe dat vele jaren de leden van de gereformeerde kerken artikel 60 hebben uitgelegd en begrepen zoals u in uw bezwaarschrift doet. Wij menen echter dat door de besluiten van de GS inzake het toelaten van gasten aan het avondmaal teruggegaan wordt naar de praktijk zoals die gangbaar was in de gereformeerde kerken van weleer, waarmee we ons verbonden voelen door Gods Woord.

Conclusie
Derhalve mag duidelijk zijn dat we aan uw verzoek

?Deze besluiten, art. 22/besluiten 1, 2, 3, zijn niet in overeenstemming zijn met de Schrift, de belijdenis en de kerkorde. Wij verzoeken u daarom ze niet te ratificeren (of daarvan terug te komen) en te blijven bij de betekenis van art. 60 KO en dus alleen belijdende leden van de gereformeerde kerken toe te laten tot het Heilige Avondmaal.?

niet kunnen en willen voldoen.

Onze reactie aan ZuidWest en Nijega3

Algemeen

Het is opvallend dat u in uw antwoord veelal niet onze vragen beantwoordt maar uw eigen probleemstelling bespreekt. Daar begint uw antwoord ook mee:

In het bezwaarschrift wordt ten onrechte ervan uitgegaan dat de Gereformeerde Kerken in het verleden de deur altijd op slot hielden voor gasten - die het avondmaal mee wilden vieren - uit kerken die niet bij het kerkverband behoorden.

Wij gingen er niet van uit dat de kerken "altijd in het verleden de deur op slot hielden voor gasten". Dat schuift u ons in de schoenen. Wij weten en verdisconteren allang de uitspraken van o.a. de synode van Leeuwarden 1920 met een regeling voor mensen in verpleeghuizen waarvoor geen gelegenheid bestond het Avondmaal te gebruiken in de kerk waarvan zij zelf lid waren.
Vervolgens probeert uw eigen probleemstelling te ontzenuwen met uitgebreide citaten uit 'Gereformeerd Kerkrecht' van dr. H. Bouwman. U komt dan tot de conclusie dat u en de kerken 'gewoon' weer teruggaan naar de praktijk van de gereformeerde kerken zoals Bouwman die beschrijft en waarmee art. 60 niets van doen heeft. Dat art. 60 zou alleen maar over eigen leden gaan.

Deze gang van zaken lijkt ons niet correct. Het lijkt erop alsof u denkt dat de GSs Amerfoort-C en Zwolle-Z uw Bouwman-citaten uit pagina 390-391 tot besluit hebben verheven. Echter, wij voerden een aantal bezwaren aan tegen de werkelijke besluiten. Maar daarop bent u in essentie niet ingegaan.

De historie

Omdat uw citaten van Bouwman wel onze bezwaren raken willen we daar graag op reageren. Uw voornaamste bewering is dat "art. 60 KO spreekt over interne toelating." En dat dat altijd al zou zijn geweest.
Maar de huidige tekst van de KO is nog niet zo oud, namelijk van 1978. Daarvóór heeft eeuwenlang een andere formulering gegolden:

?Men zal niemand ten Avondmaal des Heeren toelaten, dan die naar de gewoonheid der Kerk, tot dewelke hij zich voegt, belijdenis der Gereformeerde religie gedaan heeft, mitsgaders hebbende getuigenis eens vromen wandels, zonder welke ook degenen, die uit andere Kerken komen, niet zullen toegelaten worden.?3 [vet, djb]

Deze tekst laat in elk geval zien dat 'Avondmaal vieren' en 'zich voegen bij de Kerk' bij elkaar horen: als je je bij de Kerk voegt dan moet je daar belijdenis gedaan hebben alvorens je tot het Avondmaal kunt worden toegelaten. Het valt dus niet te ontkennen dat het in art. 60 niet alléén om "interne toelating" ging bij deze eeuwenoude tekst.
Daar gaat het nu nog niet alleen om. Want bij de modernisering van de KO-taal is er geen sprake geweest van 'beleidsverandering' als het gaat om de toelating tot het Heilige Avondmaal, zo blijk uit de voorstellen en behandeling van dit artikel.

De praktijk

U voert prof. H. Bouwman aan en laat met een paar citaten zien dat de kerk gasten aan het Avondmaal heeft toegelaten. Correct. Maar laten we uit het geheel van die paragraaf waaruit u citaten knipt, eens op een rij zetten wat zijn toelatingskader daarvoor is:

  • De regel is: alleen leden van de kerk kunnen aan het avondmaal deelnemen.
  • Zij die zich willen aansluiten bij de kerk kunnen in bepaalde gevallen ook verlof ontvangen.
  • Zij moeten zich beslist onder opzicht en tucht van de kerkenraad stellen omdat anders het recht en de roeping het avondmaal heilig te houden vervalt.
  • Hun belijdenis moet voldoende overeenstemmen met de gereformeerde belijdenis.
  • Er moet een wettige verhindering zijn om het avondmaal in eigen kerk te gebruiken.

Dat is het kader van Bouwman. Maar de synode heeft een ander kader geschapen, zoals u weet!

Laten we ook nog eens een andere kerkrechtdeskundige aan het woord laten, prof. F.L. Rutgers4. Ook hij adviseert in speciale situaties gasten aan het Avondmaal toe te laten. Maar daarbij heeft hij buitenlandse gasten op het oog. Ten aanzien van mensen in eigen land die eenmalig ergens aan het Avondmaal wensen aan te gaan is hij heel duidelijk: alleen als zij zich bij de gereformeerde kerken aansluiten:

"Als men anders handelt, wordt de toelating tot het Avondmaal aan willekeur en wanorde prijs gegeven, en wordt een gedragslijn gevolgd, bij welke het eenige middel om het Avondmaal heilig te houden aan den kerkeraad ontvalt"

Het gedrag van de kerkenraad van Drachten-Zuidwest staat hier haaks op. Zoals dat ook in de praktijk bleek bij de Avondmaalviering vorig jaar waarbij zelfs niet-gereformeerden voor een keertje werden toegelaten zonder dat er bij deze gasten sprake was van enige intentie lid te worden van de kerk.

Onze conclusie is dat zowel Bouwman en Rutgers deze handelwijze volstrekt zouden afkeuren.

Verzoek

Maar het gaat er tenslotte niet om wat kerkrechtdeskundigen zeggen en hoe precies de kerken in het verleden hebben gehandeld. Hoe belangrijk dat ook is en hoeveel we daarvan kunnen leren. Het gaat erom of de huidige geldende regels van Amersfoort-C, en gewijzigd door Zwolle-Zuid - ook Drachten is daaraan gebonden! - naar de Schrift verantwoord zijn. Daar hadden wij onze vragen bij. Kan met die regels de heiligheid van het Heilig Avondmaal worden gewaarborgd zoals het de roeping is van de kerkenraad, zie Bouwman.
U stelt:

"Aan de door Bouwman bepleite noodzaak om extra goed toe te zien op hen die lid zijn van een kerk van een ander kerkverband wordt o.i. ruimschoots voldaan door de voorwaarden die de GS heeft geformuleerd".

Maar daar zit nu juist precies het punt: wij hebben bezwaren ingebracht tegen de regels die niet dat toezicht op de heiligheid van het Avondmaal naar de Schrift en onze belijdenis waarborgen. Dat is voor ons een zwaarwegende moeite die te maken heeft met het tweede kenmerk van Christus' kerk.

Daarom vragen wij u concreet:

- Wilt u ons vanuit de Schrift antwoorden op onze bezwaren die wij u eerder stuurden?
- Wilt u uw ratificatie op dit punt heroverwegen?

Wordt vervolgd.

 

NOTEN
____________________________________________________________

1 Zie Preken die breken - Onrust in Drachten (5), rubriek Liturgie en Eredienst.
2 We gebruiken kortheidshalve vaak de ZuidWest en Nijega om daarmee de respectieve kerkenraden van GKv Drachten aan te duiden.
3 Joh. Jansen, Korte verklaring van de Kerkenordening, pag. 270.
4 Prof. F.L. Rutgers, Kerkelijke Adviezen.