Ethiek

Plaatselijke kerken

Signalen

 



 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Dalfsen - en het witwasschema

D.J. Bolt
03-04-10

1

In de afgelopen weken bespraken we hier de manier waarop ds. J.W. van der Jagt trachtte de zgn. Handreiking over het Vierde Gebod voor zijn karretje te spannen. Deze synodale uitgave zou volgens hem bewijzen dat de synoden van de laatste jaren nog wel het rusten van het dagelijkse werk op de rustdag, koppelen aan het Vierde Gebod. We toonden echter aan dat de predikant de plank ernstig mis slaat. Nog steeds staat ongeschokt en onherroepen dat in onze kerken geleerd mag worden dat de rustdag een menselijke instelling is en dat het nalaten van dagelijkse werkzaamheden in onze nieuw-testamentisch tijd niet meer door het Vierde Gebod wordt geboden.

In de gemeentevergaderingen is door M.E. Hoekzema, lid van GKv Dalfsen en voormalig docent aan de theologische universiteit, een uitgebreide algemene typering gegeven van wat er eigenlijk aan de hand was in Dalfsen. Een typering die duidelijk zou maken "wat er in het algemeen speelt, wat er eigenlijk op de achtergrond aan de hand is". Dat zou bij "vrijwel alle onderwerpen een rol spelen".
Dit is natuurlijk van heel groot belang. Als je op deze wijze in één klap al de argumenten van de dolerende broeders en zusters van tafel kunt neutraliseren ben je in één grote stap snel thuis. Het interessante is dat br. Hoekzema zijn typering ook loslaat op de problemen rond het Vierde Gebod. Daarmee probeert hij zijn typering te onderbouwen, zo van: zie wel, dat is er typisch aan de hand. We willen proberen dit te volgen en ook te vergelijken met het betoog van ds. J.W. van der Jagt in de voorgaande publicatie van het kerkblad. Volgens ons spoort het verhaal van de predikant en dat van Hoekzema niet erg met elkaar en worden de Dalfsenaren weer behoorlijk op verkeerde benen gezet.

De clou

De GKv-kerkenraad van Dalfsen wilde graag voorkomen dat de broeders en zusters na zijn voorlichting blijven tobben met de vraag: wie heeft er nu gelijk: de kerkenraad of de dolerenden? Want de documenten van de dolerenden klinken toch wel "degelijk en overtuigend". Hoe komen we hier uit?
Wel, de oplossing die Hoekzema namens de kerkenraad biedt is simpel: het is allemaal een kwestie van verschil in benadering! Van vrijwel alle problemen en moeiten in het GKv-kerkverband!

Het schema

Hoekzema probeert een en ander te verhelderen met een schema2:

A.
De Heilige Schrift (A1)
De belijdenissen (A2)

B.
Meningen
Opvattingen
Overtuigingen

C.
De praktijk van kerkelijk en persoonlijk leven

Hoekzema legt in een aantal toelichtingspunten uit hoe dit schema in de praktijk werkt.

  1. In de Schrift en de belijdenis, A dus, hebben we direct te maken met de normen voor ons leven met de Here. De Bijbel schrijft voor, er is geen discussie meer nodig. De relatie met de praktijk, C, is direct.
  2. Met de zaken onder B is dat anders. Heel vaak spreekt de Schrift helemaal niet direct over bepaalde onderwerpen. Ieder moet dan een mening vormen, proberen aanwijzingen te vinden in de Schrift of de belijdenis. Maar het blijft iets persoonlijks. De relatie met A is dus indirect.
  3. En als er ergens (bijna) helemaal niets over in de Bijbel staat dan heb je "dus vrije keuze". Wel probeer je ook dan "zo mogelijk nog een relatie te leggen met de Schrift".
  4. Maar het wordt "nog ingewikkelder" want je kunt ook nog verschillen over A, dus over de uitleg van de Bijbel zelf. Meerdere meningen "kunnen onderbouwd worden met een beroep op de Schrift".
  5. Hoekzema ziet nog een complicatie. Want hoe sterk is het verband tussen A en C, dus tussen de Schrift en de praktijk? Als je die als heel direct beschouwd is "alles even principieel en is ook geen discussie meer mogelijk over andere standpunten".
    Maar als je dat verband als "geleidelijk afnemend" ziet dan "zijn de onderwerpen meer of minder principiëel en kun je tot verschillende conclusies komen.? 
De conclusie

Hoekzema concludeert met zijn schema in de hand dat "ds. Heres en ook de broeders en zusters soms een andere Schriftuitleg hebben; soms hebben zij andere opvattingen en soms willen zij een andere praktijk". Meerdere keren is geconstateerd dat er verschillen zijn tussen de opvattingen van de dolerende broeders en de kerkenraad in navolging van de synoden. En dat kan en mag ook volgens de kerkenraad.
Maar het probleem dat Hoekzema meldt, is "dat de bezwaarde broeders en zusters menen in al die gevallen dat hun opvatting de enig juiste is. Ja nog belangrijker: de enig principiële, dus volgens Schrift en belijdenis".
En dát kan niet want "dan zouden de opvattingen van de anderen (kerkenraad, synodes, kerkverband) dus onjuist moeten zijn en moeten worden afgewezen".
"Dat is het probleem", concludeert Hoekzema, en "wij zullen dat bij veel onderwerpen laten zien".

Tot zover de algemene 'aanpak' van de bezwaren en bezwaarden in Dalfsen.

Postmodern

Wat het geïntroduceerde schema betreft, dat lijkt toch eigenlijk heel logisch? Er zíjn toch zaken die je niet zo direct uit de Schrift kunt halen? Broeders en zusters kunnen toch verschillen over de uitleg van de Schrift en op basis daarvan hun levenspraktijk verschillend invullen? Het kost toch ook vaak heel wat 'denkwerk' en biddend overleg om tot Schriftuurlijk verantwoorde opvattingen en beslissingen te komen?
We stemmen dat toe. Door de zonde is ons begrijpen van de Schrift verduisterd en zullen er tot aan de jongste dag verschillen blijven in Bijbeluitleg en -toepassing.
Maar in de benadering van de kerkenraad van Hoekzema is er iets anders aan de hand. Op basis van een ingewikkeld schema worden de broeders en zusters bij voorbaat in de verdachte hoek van de 'gelijkhebbers' gezet. Ze hebben volgens Hoekzema en zijn kerkenraad best ideeën die 'kunnen' en die misschien ook nog wel op de Bijbel zijn te baseren, maar het probleem is dat ze vervolgens ook gelijk willen hebben en krijgen.

Het lijkt me dat dit een tamelijk onethische inleiding is op de behandeling van bezwaren en moeiten. Want op voorhand worden de broeders en zusters hiermee gediskwalificeerd. De zaken worden getrokken in het vlak van "opvattingen", "meningen" en "ideeën", B in het Hoekzema-schema, waar je toch in vrede met elkaar over moet kunnen verschillen? Wat ze ook aan argumenten naar voren brengen, ze blijven staan in het licht van betweters, gelijk-willen-hebbers. Hun haan moet koning kraaien nog wel tegen de "overgrote meerderheid van de kerkenraad, de synode en het kerkverband" in.

Is dit eigenlijk niet een typisch voorbeeld van een postmoderne benadering? Problemen van principiële aard (het gaat toch niet minder om bijvoorbeeld om zaken als de geboden van de Here, de viering van het Heilig Avondmaal?!) worden getrokken in het vlak van 'wij vinden'. Daar wordt dan wel heel ruimhartig over gedaan. Ik vind, jij vindt, en misschien vinden we ook nog iets samen. Prima allemaal. Maar waag het niet dat laatste noodzakelijk te vinden. Want dan kom je aan persoonlijke opvattingen en ruimte! Dat zou betekenen dat jouw opvattingen als "onjuist" of "ongereformeerd" afgewezen zouden moeten worden. Dát 'vindt' men "het eigenlijke probleem", volgens Hoekzema's artikel.
Stuiten we daar niet op de belangrijkste reden waarom we elkaar niet meer kunnen bereiken? Dat hoeft immers in het postmodernisme ook niet meer?

Even tussendoor.
Het is die denkwijze waarmee onze samenleving vergiftigd is. Je mag allerlei opvattingen hebben over ethische zaken als bijvoorbeeld abortus, euthanasie, homoseksualiteit. En volgens 'jouw geloof' mag jij tegen al die zaken zijn, maar accepteer ook dat de ander er 'anders tegen aankijkt' en 'jouw visie' niet deelt. En geef hem daarvoor de ruimte, tolereer ook zíjn opvatting. Waag het niet om 'jouw mening' te verabsoluteren! Ieder die kennisneemt van actualiteitsrubrieken en discussiepanels als Eén vandaag en Pauw en Witteman herkent dat. 

Laten we nu eens kijken hoe br. Hoekzema zijn "het verschil in benadering" uitwerkt. Want het aardige is dat hij ook gelijk twee voorbeelden bij de kop pakt om zijn schema te demonstreren: het vierde gebod en de zondag, en de kwestie Kampen-Noord. In deze reeks artikelen willen we aandacht geven aan het eerste onderwerp. Hoe past Hoekzema zijn schema hierop toe?

Het vierde gebod en de zondag

Dit onderwerp is "een mooie illustratie" bij het schema, schrijft Hoekzema. We volgen daarom zijn betoog op de voet en zetten ons commentaar ertussen.

Hoekzema
Ds. Heres is van mening, dat de sabbat een 'scheppingsordinantie' is, dat wil zeggen dat God de sabbat al bij de schepping heeft ingesteld.
En dat in verband daarmee ook in de tijd van het Nieuwe Testament nog volledig het rustgebod geldt in de zin van: geen arbeid verrichten.

Bolt
Het vierde gebod zegt ten aanzien van het rusten letterlijk

? zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen(). Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de HERE de sabbatdag en heiligde die.

De Here geeft dus een gebod: zes dagen werken en één dag rust, én een motivatie: Hij rustte zelf op de zevende dag. Hij schreef dit met zijn eigen vinger3 in steen en verwees dus Zelf naar zijn instelling bij de schepping4.
Dat is dus maar geen "mening van ds. Heres" maar zo wordt het ons nog steeds elke zondagmorgen voorgehouden (voorzover men zich nog houdt aan de tekst van de Tien Geboden).

In Hoekzema's schema zou dit gebod in de Schrift moeten vallen in categorie A. Immers in toelichtingspunt 1 schrijft hij:

"In de Schrift en de belijdenis, A dus, hebben we direct te maken met de normen voor ons leven met de Here. De Bijbel schrijft voor, er is geen discussie meer nodig. De relatie met de praktijk, C, is direct."

Onze belijdenis in Zondag 38 HC spreekt over "wat God gebiedt in het vierde gebod". Als je onbevangen dit gebod leest zoals het ons is overgeleverd dan kan er toch moeilijker een "directer relatie" tussen de norm (A1, de Schrift) en de praktijk (C), worden gevonden!

Let nu op welke manier Hoekzema toepast om hieronder uit te komen. Gaat hij naar de Schrift en toont hij daaruit aan dat het gebod niet letterlijk moet worden genomen? Of bewijst hij daaruit dat het in het nieuwe-testament niet meer zou gelden? Want om te bepalen of iets behoort tot A (de Schrift) of B (een mening) moeten we natuurlijk wel weer naar de Schrift zélf terug!

Hoekzema
Dicht bij het standpunt van ds. Heres ligt de opvatting van de Westminster Confessie (1647): God heeft bij het begin van de wereld het sabbatsgebod al ingesteld. En dus geldt ook nu nog volledig het gebod van niet te mogen werken: '... een altijd geldend gebod dat alle mensen in alle eeuwen bindt. '

Maar Calvijn vond dit veel minder duidelijk. Hij benadrukte heel andere kanten van het 4e gebod. Hij vat het 'rusten' in dit gebod voor onze tijd vooral geestelijk op: je moet rusten van je slechte werken (en dat niet alleen op de zondag!) en ook rust nemen om God te ontmoeten door samen te komen en Gods Woord te gaan horen. De zondag is voor hem dus allereerst een dag om naar de kerk te gaan om God te eren en naar Zijn Woord te luisteren.
Datzelfde standpunt van Calvijn zie je in onze Heidelbergse Catechismus. Lees vraag en antwoord 103 er maar op na: -trouw tot Gods gemeente komen om Gods Woord te horen, enz. ..-al de dagen van mijn leven mijn slechte werken nalaat... enz.

Bolt
Even een onderbreking. Over de opvatting van Calvijn valt heel veel te zeggen.5 Op deze plaats beperken we ons tot Calvijns commentaar op Genesis 2:2,3 die hij aan het eind van zijn leven schreef (1563) (cursief djb):

"God heiligde den zevenden dag, ter wijl Hij dien voortreffelijk maakte opdat deze door een bijzonder recht uit zou steken onder de andere. ...Want Hij heeft een dag (van de andere afgenomen) tot dit bijzondere gebruik gedesti neerd? Zoo heeft God dan eerstelijk gerust, daarna heeft Hij die rust gezegend, opdat deze onder de menschen in alle eeuwen heilig zou zijn, ".. want God heeft niet simpel de mens geboden, elke zevende dag" van het werk te rusten, alsof Hij lust had in ledigheid; maar opdat de mensen, van alle bezigheden losgemaakt, hun harten tot de Schepper der wereld zouden op heffen, men moet weten, dat deze oefening niet alleen voor een eeuw of volk, maar voor het ganse menselijk geslacht gemeen is. Daarna is in de wet een nieuw gebod van de Sabbat gegeven, hetwelk de Joden, en dat voor een tijd, eigen zou zijn; want het is een wettische ceremonie geworden, afschaduwende de geestelijke rust, waarvan de waarheid verschenen is in Chris tus. Derhalve wanneer wij horen, dat de Sabbat door Christus' komst is afgeschaft geworden, moeten wij een distinc tie maken, onderscheidende wat behoort tot de gedurige regering van het mensenleven, en wat eigenlijk past op de oude scha duw die teniet is gedaan, toen de waarheid is vervuld geworden".

Je ziet hier hoe Calvijn beide elementen in het Vierde Gebod onderscheidt: daadwerkelijk "losmaken van alle bezigheden" en de geestelijke rust die we in Christus vinden.
Het is dus nogal te simpel wat Hoekzema stelt om geen andere woorden te gebruiken.
En verder wordt hier m.i. op een onbehoorlijke manier de Catechismus voor het schemakarretje gespannen. Want inderdaad stemmen we in met wat Hoekzema's citaat maar waarom laat hij die ene cruciale zinsnede uit het catechismusantwoord weg?:

"Wat gebiedt God in het vierde gebod? ?dat ik op de sabbat, dat is op de rustdag", etc.

Daarbij belijden we toch nadrukkelijk de koppeling van Vierde Gebod met de sabbat en onze rustdag? Iedere onbevangen lezer en belijder kan dat toch moeilijk anders lezen? Dus geen 'momentjes rust' om naar kerkdiensten te gaan maar een rustdag.
Als je deze catechismus frase onbevangen leest wijst die een "directe relatie" tussen de norm (A2, de belijdenis) en de praktijk (C) aan!

Hoekzema
Wat is nu het geval? Al eeuwen erkennen wij de Westminster confessie als een gereformeerde belijdenis. Wij hebben als kerken hier en daar andere standpunten en zijn als kerken niet aan die belijdenis gebonden. Maar we erkennen wel, dat de ingenomen standpunten mogelijk zijn en niet aantoonbaar boven de Schrift uitgaan.

Bolt
Wat bedoelt Hoekzema nu toch eigenlijk te zeggen? Hij noemt de Westminster confessie gereformeerd. Alleen ten aanzien van het Vierde Gebod hebben we "een ander standpunt". Het Westminster "standpunt" is ook "mogelijk" en gaat "niet aantoonbaar boven de Schrift uit" maar we zijn er "niet aan gebonden". Gereformeerd en toch niet aan gebonden?
M.i. wordt hier een typisch staaltje van met-twee-monden-spreken vertoond:

Westminster:
God heeft bij het begin van de wereld het sabbatsgebod al ingesteld. En dus geldt ook nu nog volledig het gebod van niet te mogen werken: '... een altijd geldend gebod dat alle mensen in alle eeuwen bindt. '
Is al eeuwen erkend gereformeerd, volgens Hoekzema.

Synode van Leusden:
Van het vierde gebod (over de sabbatsrust) mag geleerd worden dat dit in de nieuw- testamentische tijd geen gebod van de Here is.
Ook gereformeerd, volgens Hoekzema.

Wie kan dit rijmen met elkaar? Kunnen we werkelijk op dit soort redeneringen (mede) ons geloof bouwen? Wat voor kerkelijke 'voorlichting' is dit?

Hoekzema
Maar wat nu onze Gereformeerde kerken in Nederland betreft: al sinds de Nationale Synode van Dordrecht (1618 -1619) bestaat er op dit punt 'exegetische ruimte', dat wil zeggen dat beide opvattingen verdedigd mogen worden.

Bolt
Het is vermoeiend dat dit soort verhalen blijft rondzingen. Het valt in br. Hoekzema te laken dat hij nog weer met zo'n verhaaltje komt. Hij zat toch ook zelf op de synode van Zwolle-Zuid en heeft moeten kennisnemen van het onderzoek van ds. J.M. Goedhart over de handhaving van het Vierde Gebod door alle gereformeerde synoden sinds 1618/19? Heeft hij Goedharts werk dan niet gelezen misschien?
We gaan hier nu niet breedvoerig op in, het onderzoek is op deze site verschenen zodat daar kortheidshalve naar kan worden verwezen6. Slechts één aanhaling (uit vele):

"De gemeenten zullen ernstiglijk vermaand worden tot getrouwe heiliging van den dag des Heeren, op welken dag, zoo dikwijls als zulks tot stichting noodig bevonden wordt, de gemeenten hare onderlinge bijeenkomsten zullen houden.
Buiten de werken der barmhartigheid, liefdadigheid en noodzakelijkheid, zullen alsdan de wekelijksche arbeid en nering stilstaan; opdat niet de toorn des Heeren over Zijne gemeente grootelijks ontsteke, wegens de schending van den Sabbath.".
(Synode van Utrecht 1837, Handelingen art. 109)

Het zal de lezer hieruit duidelijk zijn welke 'opvatting' de gereformeerde kerken huldigden in de eeuwen achter ons: in elk geval niet die van Leusden en in navolging daarvan die van de GKv-kerkenraad in Dalfsen.

Hoekzema
Maar wat doen nu ds. Heres en de beide diakenen? Zij kiezen voor één standpunt en vinden dat de synode van Amersfoort-C, die terecht beide standpunten open laat, 'geen halt heeft toegeroepen aan de geest van dwaling die de kracht van Gods geboden ondermijnt en de Schriftuurlijke prediking en oefening van opzicht en tucht ontkracht.
Dus: bij dit exegetische verschil dat al eeuwen bekend is (A in het schema) wordt het eigen standpunt (B in het schema) rechtstreeks voor Schriftuurlijk verklaard en het andere standpunt als on-Bijbels. En de praktijk in de kerk zou zich daarbij moeten aanpassen (de tucht; C in het schema) .

Bolt
Deze 'conclusie' en veroordeling die Hoekzema en zijn kerkenraad trekken zal de lezer na het bovenstaande niet meer verrassen. Het zou slechts over een 'exegetisch verschil' en een 'mening' gaan. Ds. Heres en zijn volgelingen verklaren 'hun standpunt' voor "rechtstreeks Schriftuurlijk" en het andere als onbijbels. Dat kan natuurlijk niet.
Het moet daarbij iedere oplettende lezer zijn opgevallen dat de Schrift zélf in dit betoog van Hoekzema dicht bleef?

Evaluatie

Het is fijn dat br. Hoekzema en zijn kerkenraad "ds. Heres en de andere broeders voluit gereformeerd" [cursief Hoekzema] noemen. Daar zijn we het in elk geval over eens.
Toch wringt hier iets. Hoe kun je broeders waarvan je vindt dat die boven de Schrift willen binden en daaruit ook daadwerkelijk consequenties trekken "voluit gereformeerd" noemen? Hen gereformeerd noemt en tegelijk geen ruimte laat daarnaar te handelen, zelfs hun ambt ontneemt?

Het lijkt allemaal zo lief: wij GKv-kerkenraad in Dalfsen veroordelen niemand, hoor!
Eerlijk gezegd zouden we liever hebben gehad dat men gewoon ronduit en oprecht had gezegd: Inderdaad br. Heres en volgelingen, jullie standpunt is niet naar de Schrift, daar mag dus niet aan gebonden worden. En: wij zullen jullie dat ook vanuit de Schrift bewijzen. Dan blijft het gesprek mogelijk.
Maar Hoekzema's verhaal is op een heel andere leest geschoeid. Het komt voort uit een dubbeldenken waarbij waarheid en leugen gelijke rechten hebben in de kerk. Dan blijkt altijd weer dat men uiteindelijk niet accepteert dat mensen zeggen: Zo zegt de Schrift. Want men claimt ruimte, breedheid en respect voor elkaars opvattingen. En vooral niet 'verketteren'.
Dat is echter wat anders dan gehoorzamen aan het Woord. Aan het Vierde Gebod.

Er is trouwens nog iets opmerkelijks.
We hebben in de vorige twee artikelen gezien hoe de Dalfser predikant Van der Jagt zijn uiterste best deed om toch maar uit de Handreiking te peuren dat daadwerkelijk rusten op onze rustdag naar het Vierde Gebod nog steeds de leer in onze kerken zou zijn.
Maar wat br. Hoekzema doet staat daar eigenlijk haaks op. Hij verdedigt dat je beide leringen (de rustdag is naar Gods gebod én die dag is een menselijke instelling) naast elkaar moet laten staan. Beide zijn te verdedigen en gaan "niet-aantoonbaar" uit boven de Schrift. Zijn B-zaken dus.
Toont heel deze 'witwas' operatie van illegaal verworven Gkv-opvattingen niet aan hoe pluraal onze kerken zijn geworden?

De Dalfser gemeenschap zal moeten kiezen tussen de rustdag als menselijke instelling naar de Ophoff-doctrine en geijkt door synoden, óf de rustdag als Dag des Heren die we dankbaar ontvangen en eerbiedigen naar het goddelijke Vierde Gebod.
Eén van beide.

 

NOTEN
____________________________________________________________

1 Zie Een breuk en zijn oorzaak, rubriek Kerkverband.
2 Voor wie het boek Meewerken met God van Hoekzema's (oud)collega prof.dr. C.J. de Ruijter heeft gelezen zal het gedachtengoed dat met dit schema wordt gepresenteerd niet onbekend voorkomen. Lees m.n. hoofdstuk 6 Praktijk en norm. We hebben hier uitgebreid aandacht aangegeven in een aantal artikelen op deze site: Een wissel overgehaald, en Normen en Praktische Theologie/Antwoorden aan prof. dr. C.J. de Ruijter, in de rubriek TU-Kampen. Wie zich even snel wil oriënteren waarom het gaat, leze Flits 4: Meewerken met God, rubriek In de pers. De Dalfser reactie vormt een markant voorbeeld hoe theorieën ontwikkeld aan onze universiteit diep doorwerken in het ook alledaagse leven van gelovigen!
3 Ex. 31:18; Deut 9:10.
4 Zie voor een uitvoeriger onderbouwing het vorige artikel (2).
5 Zie Wierenga en het vierde Woord en Rustdag, rust zacht, in de rubriek Ethiek.
6 Zie Kerkelijke misleiding, rubriek Ethiek.