Ethiek

Plaatselijke kerken

Signalen

 



 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Dalfsen - en het Vierde Gebod (2)

D.J. Bolt
27-03-10


Vorige keer hebben we gezien hoe ds. Van der Jagt met selectieve aanhalingen uit de zgn. Handreiking het tegendeel probeert aan te tonen. Maar we moesten steeds concluderen dat, zelfs als de Handreiking al terzake is, en dat is hij niet, zijn citaten niets weerleggen van de klacht van de broeders en zusters.
Maar ds. Van der Jagt heeft meer pijlen op zijn boog. Daar gaan we nu naar kijken.

Ds. Van der Jagt
Scheppingsinstelling?
Het tweede bezwaar [van de dolerenden, djb] is dat de Handreiking niet op grond van Gen. 2:2.3 spreekt over de rustdag als scheppingsinstelling van God. Hoe sterk is dit bezwaar?

Hier kan in de eerste plaats gewezen worden op zondag 38 van de catechismus. Daar legt de kerk de betekenis van het 4de gebod uit. Bij de schriftplaatsen waar zondag 38 naar verwijst wordt Gen. 2:2.3. niet genoemd. Kennelijk vond men de gedachte van de sabbat als scheppingsinstelling niet zo gewichtig om er bij het 4de gebod naar te verwijzen.

Bolt
Dit is wel een heel merkwaardige redenering. Inderdaad wordt in de Catechismus niet naar deze verzen verwezen. Maar het vierde gebod bevat toch zélf die verzen: "Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de HERE de sabbatdag en heiligde die". Die tekst is Gen. 2:2.3!
Precies hetzelfde gebeurt met bijvoorbeeld het vijfde gebod: daarin is belofte opgenomen van "het land dat Ik u zal geven". Maar onder de Zondag HC staat geen tekstverwijzing natuurlijk.

Ds. Van der Jagt
Ook werd er al voor de uitspraak van de synode van Leusden over Gen. 2 verschillend gedacht. Prof. J. Douma schrijft: 'Staat er in Genesis 2:2v wel zo duidelijk dat God de viering van de sabbat reeds in het paradijs geboden heeft? Strikt genomen staat er niet meer dan dat God op de zevende dag rustte en die dag zegende en heiligde. Er wordt dus wel over rust gesproken -en dan over de rust van de Here -maar nog niet over de
sabbat als voorgeschreven rust van de mensen. Zou het ook zo kunnen zijn dat straks bij de Sinaï teruggegrepen wordt op wat de Here zelf gedaan heeft na zijn scheppingswerk in zes dagen? Een gebeurtenis in het verleden wordt fundament voor de viering van de sabbat. In Ex. 20 is dat Gods rust op de zevende dag na zijn scheppingswerk. In Deut. 5 is dat Gods verlossing van het volk Israël uit Egypte. Wat Jahwe eens voor zichzelf deed met de zevende dag (die dag heiligen, d.w.z. een ander karakter geven dan de overige dagen) draagt Hij nu aan Israël op.'
In deze passage laat Douma twee dingen zien. Aan de ene kant wijst hij er op dat het rusten in Gen. 2 strikt genomen alleen van de Here God gezegd wordt en niet tegen de mens. Aan de andere kant houdt hij er aan vast dat de sabbat in Ex. 20 met het rusten van God verbonden wordt. Dit schreef Douma al in 1986, lang voor de synode van Leusden! Niemand maakte bezwaar tegen deze uitleg van Gen. 2. Deze opvatting kon zonder bezwaar uitgedragen worden.
Op dezelfde manier erkent het rapport 'Zondag, heerlijke dag' dat er wel verband is tussen het rusten van God op de zevende dag en de rustdag van de mens. Tegelijk wijst men erop dat de Schrift in Gen. 2 niet met zoveel woorden zegt dat de rustdag van de schepping af aan de mens werd opgedragen en door de mens werd onderhouden.
Verder kun je in het boek 'Zondag heerlijke dag' (p. 124) lezen over de zogenaamde sabbatsstrijd uit de 17e eeuw. Toen al (!) werd er in de kerken gestreden over de vraag of de rustdag een scheppingsinstelling is of niet. Het is een oud discussiepunt. Je kunt er van mening over verschillen zonder dat door de kerken wordt vastgesteld dat die éne uitleg van deze tekst de enige goede is. Dan zou je elkaar binden boven wat het Woord van God zegt.

Bolt
Er is bijna geen leerstuk in de kerk of er leven of leefden wel verschillende ideeën onder theologen. Zo ook in de sabbatsstrijd van de 17e eeuw.9 Daar moeten we maar niet teveel argumenten aan ontlenen. Doorslaggevend is immers de Schrift zelf. Een paar opmerkingen10.

De rustdag en daarmee een zevendaags levensritme is door de Here geschapen. De schepping zelf kent dat ritme niet: geen dier b.v. rust op deze dag. Daarom verordonneert de Here zelf een rustdag: God rust op de zevende dag en heiligt en zegent die.
Betekent dit nu dat deze dag ook rustdag voor de mens is?
In de eerste plaats, de Here geeft zijn zegen aan deze afgezonderde dag. Zegen betekent Gods gunst in geestelijke of materiële zin11. Aan wie zou die anders moeten zijn geadresseerd dan aan de mens? God zegent toch nooit zichzelf?12 En hoe zou er nog sprake kunnen zijn van zegen als er na die eerste zevende dag eeuwenlang geen énkele rustdag meer gehouden zou zijn geweest: een zegen verbonden aan een niet-bestaande en niet-gevierde dag?
Daar komt bij dat Christus zich zeer uitdrukkelijk heeft uitgesproken over de oorsprong van de rustdag. In Markus 2:27 zegt Hij: De sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de sabbat. Gemaakt of gecreëerd zoals het er letterlijk staat!13 Een onmiskenbare verwijzing naar de schepping. Dáár en tóen is hij ingesteld.
Gods rustdag is een geschenk aan Adam als hoofd van de mensheid14.

Maar Jezus' uitspraak zegt toch niet 'met zoveel woorden' dat de sabbat direct aan de mens opgedragen is.15 Gaat het in Gen. 2:3 niet om Gods rustdag en niet om de sabbat(dag)? Het vierde gebod zelf kan ons hierover meer licht verschaffen:

Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; 10 maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God;(?) Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de HERE de sabbatdag en heiligde die.(Ex 20).16

In Gen. 2 wordt alleen gesproken van de zevende dag, niet van 'sabbatdag'. Maar hier schrijft de HERE zelf: "daarom zegende de HERE de sabbatdag en heiligde die". Dat deed Hij bij de voltooiing van zijn schepping. Niet maar neutraal: 'de zevende dag', maar de sabbatdag.
Hij zegende hem. Toen! Verleden tijd!17Aan het eind van de scheppingsweek. De sabbatdag bestaat dus al sinds de schepping en is kennelijk gekoppeld aan de zevende dag.

En dát de sabbatdag bekend was vóór de wetgeving op de Sinaï kan ook niemand ontkennen: in Exodus 16 wordt al onbekommerd over deze dag gesproken als een gebod en wet van de Here. Het moet opvallen dat de Here ook zelf zijn net verloste volk voorziet van zes dagen wèl en de zevende dag géén manna! In zijn eigen goddelijk ritme dus.  

Ds. Van der Jagt brengt hier toch hoegenaamd niets tegen in? Alleen het steeds maar weer herhaalde: "het is altijd een discussiepunt geweest". Laat dat zo zijn (daar kun je nog stevig over twisten ook) dan nóg is dat geen reden om dus argumenten vanuit het Woord te negeren.

Ds. Van der Jagt
Uitspraak Leusden.
Moet de uitspraak van Leusden weggenomen worden? Dat kun je overwegen. Je kunt dat nodig vinden. Uit 'Zondag heerlijke dag' blijkt dat men dit ook heeft overwogen (p.159 e.v.)

Bolt
Wat voor geest spreekt hier toch uit! Drie generale synoden lang hebben honderden broeders en zusters getracht die beroerde onschriftuurlijke uitspraak van de synode van Leusden over de leer dat de zondag als rustdag niet gegrond is op een goddelijk gebod, van tafel te krijgen! Hier zegt een predikant bijna achteloos: nu ja, och dat is een mogelijkheid, had gekund wellicht. Maar maak je niet zo dik want daar hebben we ook wel aan gedacht, hoor!
Nee, drie synoden piekerden er niet over om dat besluit weg te nemen want men wilde koste wat het kost níet erkennen dat het besluit van Leusden fout, d.w.z. niet Schriftuurlijk was! Kijk maar:

Generale synode Zuidhorn:

"De nieuwe argumenten die de indieners van de revisieverzoeken aandragen, zijn niet van dien aard dat overgegaan moet worden tot herziening van de besluiten van Leusden; zij bevestigen het bestaan van meerdere visies op de betekenis van het vierde gebod, maar leveren (nog altijd) niet het onomstotelijke bewijs dat de door de Generale Synode Leusden 1999 getoetste opvatting in strijd is met Schrift en belijdenis;" 18

Generale synode Amersfoort:

De synode wil niet voldoen aan de ingebrachte bezwaren want:
"? indieners van de verzoeken dragen geen nieuwe argumenten aan die door vorige synodes nog niet zijn gewogen."

Deze synode weigerde zelfs een vraag om verduidelijking van o.a. de kerkenraad van Dalfsen(!)19 want ze redeneert o.m.:

Het is beter om een vroeger besluit te laten bestaan zoals het genomen is, en bij het constateren van onvolkomenheden of onduidelijkheden en bij voortschrijdend inzicht een nieuwe uitspraak te doen die de vorige hetzij wegneemt hetzij aanvult;

Die "nieuwe uitspraak" is ondanks vele, vele smeekbeden niet gedaan! Leusden was 'volmaakt': er zijn geen onvolkomenheden, onduidelijkheden of voortschrijdend inzicht?
En, is Ds. Van der Jagt even vergeten dat zijn kerkenraad toen blijkbaar moeite had met het beruchte besluit en wegneming, of in elk geval verduidelijking wilde? Het kan verkeren!

kan het besluit ook niet meer worden weggenomen, er is geen enkele revisie kerkelijk meer mogelijk. De synode van Zwolle-Zuid heeft zelfs geweigerd inhoudelijke argumenten vanuit de Schrift te willen wegen!
Misschien is het wel Gods oordeel over onze kerken: Jullie hebben niet anders gewild, nu zul je ook de gevolgen dragen dat je Mijn Dag als jullie dag hebben geannexeerd!

Ds. Van der Jagt
Toch heeft men daar om verschillende redenen niet voor gekozen. Dat heeft er ook mee te maken dat er rond de uitspraak van Leusden een verkeerde beeldvorming is ontstaan. Daar wijst de synode van Zuidhorn al op als ze de opdracht geeft om studie naar het vierde gebod en de zondag te doen.

Bolt
Ook hier wordt weer een rookgordijn gelegd. Want wat was die zgn. "verkeerde beeldvorming"? Dit, dat er mensen waren die het durfden te bestaan sinds Leusden over de Zondag als máár een menselijk instelling te praten. Dat werd gevoeld als staan op zere tenen. Want het ging niet om een maar-menselijk besluit maar om een kerkelijk besluit. Pas op!
Hoe is het mogelijk dat men wel heel bezorgd was over verkeerde beeldvorming van eigen kerkelijke beslissingen maar niet wakker lag van verkeerde beeldvorming t.a.v. de Schrift en Gods geboden? Moet dat niet verklaard worden uit menselijk hoogmoed en waan die zichzelf meer gezag en autoriteit aanmeet dan buigen voor het gezag van het Woord?
Daar ligt de kern van de problematiek in onze kerken, die trouwens veel wijder is dan het vierde gebod. Je kunt die zien in hoe er met het zevende gebod is omgesprongen, hoe er met Genesis 1 wordt gehannest. Hoe gaan we om met de Heilige Schrift? Dat is de vraag die ten diepste (ook) in Dalfsen aan de orde is.

Ds. Van der Jagt
Als de kerken over onjuiste beeldvorming spreken en er daarna een
uitvoerig rapport met een Handreiking gegeven wordt, kun je de uitspraak van Leusden natuurlijk niet meer lezen alsof die studie en die Handreiking er niet zijn. In het licht van die studie en die Handreiking is het duidelijk dat de moeite die bezwaarden met de uitspraak van Leusden hebben niet terecht is. Het kan zeker geen reden meer zijn om de eenheid van de kerk te verbreken omdat er op dit punt sprake van ernstige dwaling zou zijn.

Bolt
Ds. Van der Jagt suggereert hier dat met de Handreiking de uitspraak van Leusden - de leer dat de zondag als rustdag niet gegrond is op een goddelijk gebod, is niet te veroordelen - eigenlijk achterhaald zou zijn. Maar niets is minder waar.
Op de synode van Zwolle-Zuid 2008/9 was ook Ds. Van der Jagt afgevaardigde. Hij was aanwezig bij de besprekingen van de laatste bezwaren tegen de uitspraak van Leusden en deed daar actief aan mee. Hij stemde in met de afwijzing van de bezwaren. Lees van art. 15, besluit 1, waarmee alle ingediende bezwaren werden afgewezen, grond 3 en 5:

de GS Amersfoort-C 2005 heeft - in overeenstemming met besluiten van eerdere synodes geen expliciete uitspraak willen doen over de grond waarop de zondagsrust is gebaseerd (); de GS Amersfoort-C 2005 stelde bewust die handreiking niet als bindend besluit maar als getuigenis in deze tijd aan de kerken ter beschikking.

"Géén uitspraak willen doen"! Zó staat officieel-kerkelijk de vlag erbij. Niks dus een Handreiking die een andere koers zou wijzen of de dwaling zou willen neutraliseren. Leusden staat nog steeds als een rots overeind en is niet meer te verwrikken. Dat slaat toch alle argumentatie ds. Van der Jagt uit handen?
Zo is de situatie van vandaag!

Ds. Van der Jagt
Vrijblijvend?
Een bezwaar is ook dat de Handreiking te vrijblijvend is. Het is 'maar' een handreiking en geen kerkelijke uitspraak. Hoe zwaar weegt dit bezwaar?
Er zijn wel meer zaken waar geen kerkelijke uitspraak over bestaat. Zo was er geen kerkelijke uitspraak over echtscheiding. Die is er ook niet over homoseksualiteit.

Bolt
Zwolle-Zuid deed toch wél een uitspraak? Deze:

Duidelijk uitgangspunt voor de synode is dat seksueel verkeer tussen mensen van hetzelfde geslacht in het licht van Gods liefdewet onaanvaardbaar is.

Ds. Van der Jagt was daar toch zelf bij?
En er liggen toch inmiddels heel wat kerkelijke uitspraken over huwelijk en echtscheiding. Bijvoorbeeld dat 'Echtscheiding is nooit goed' (behalve in een heel aantal zelf kerkelijk gedefinieerde uitzonderingsituaties) compleet met uitgebreide uitgangspunten en richtlijnen?
Hoezo, geen uitspraken over belangrijke ethische zaken?

Ds. Van der Jagt
Over M/V in de kerk evenmin. Wat de kerken vroeger over de zondag hebben uitgesproken ging eigenlijk niet over de fundering van de zondag, maar over de manier waarop de zondagsrust onderhouden moest worden.

Bolt
Ja, dat is zo. Maar dat argument keert zich nu precies tegen Ds. Van der Jagt. Men ging juist uit van het vierde gebod voor het rusten van het dagelijkse werk. Dát was niet in discussie. Vervolgens kwamen vanuit de praktijk allerlei moeiten op, bijvoorbeeld of het te dulden was dat ambtdragers niet-noodzakelijk werk op de zondag verrichten. Het antwoord was: nee, dat is niet aanvaardbaar.
Leg daar nu maar eens de uitspraak van Leusden naast! Die ondermijnt het fundament van de zondagrust. Zie hiervoor de serie artikelen die ds. J.M. Goedhart juist deze weken op onze site plaatste: Kerkelijke misleiding, rubriek Rond de Schrift.

Ds. Van der Jagt
Toch hebben de kerken zonder zo'n uitspraak hun weg altijd gevonden. Waarom moet een Handreiking dan nu ineens de status van een 'kerkelijke uitspraak krijgen? Dat kun je van mening zijn. Je kunt ook proberen de kerken zo ver te krijgen dat ze een leeruitspraak doen.

Bolt
Nee, de bezwaarden willen helemaal niet deze Handreiking de status van kerkelijk uitspraak geven ondanks dat er inderdaad ook veel goede dingen in staan. Dat mag na bovenstaande kritiek wel duidelijk zijn geworden. Dat de bezwaarden op zijn 'status' attenderen doen ze alleen omdat ze willen aangeven dat de Handreiking als niet-kerkelijke-uitspraak niet kan worden gebruikt om een wel-kerkelijke-uitspraak te vervangen.
Want de kerken hébben wel een kerkelijke (leer)uitspraak! Het is opvallend dat de uitspraak van Leusden in de Acta is ondergebracht in de rubriek Leer, evenals andere synoden. Zo werd het toen ook beleefd. En terecht. Je kunt toch niet volhouden dat deze kerkelijke vastlegging van een ontkenning van het rustgebod van de Here niets met de leer van de kerk te maken heeft?
Latere synoden hebben de bezwaren en hun behandeling ondergebracht in de acta-rubriek Appelzaken. Maar dat doet niets af van het feit dat Leusden een uitspreek deed over een essentieel deel van de leer voor ons geloof en leven.

Ds. Van der Jagt
Iets anders is de vraag of de kerk tegen het Woord van God in gaat als ze geen kerkelijke uitspraak doet. Dat kan geen mens volhouden.
Maar dan kun je ook moeilijk om die reden met de kerk breken.

Bolt
Ik weet niet of zo'n algemene stelling kan worden volgehouden, er zijn situaties waarin de kerk behoort te spreken. Maar afgezien hiervan, niemand van de broeders en zusters in Dalfsen is gaan doleren (is niet breken-met-de-kerk) over het niet-doen van een kerkelijke uitspraak. Ook hier schaatst ds. Van der Jagt weer buiten de baan. Want het gaat de broeders er om dat een kerkelijke uitspraak in Leusden die wél werd gedaan, niet naar Gods Woord is en dus moet vervallen.

Ds. Van der Jagt
Daar komt nog iets bij: de Handreiking geeft onderwijs uit het geheel van het Woord van God. Het gaat ten diepste natuurlijk om de vraag of dit onderwijs schriftuurlijk is. Als dat zo is, wat voegt een kerkelijke uitspraak dan toe aan het gezag van Gods Woord? Zo'n uitspraak geeft een kerkelijke binding. Dat is waar. Dat is ook niet onbelangrijk. Maar ook bij een kerkelijke uitspraak gaat het toch om het gezag van Gods Woord dat nagesproken wordt? Aan Gods Woord zijn we in de eerste plaats gebonden. Hoe vrijblijvend is het Woord van God dat door de kerk onderwezen wordt?

Bolt
Wat een vreemde en warrige redenering! Want in de eerste plaats hebben we hierboven aangetoond dat de Handreiking op hét kardinale punt niet Gods Woord naspreekt. In de tweede plaats, inderdaad is Gods Woord in alle situaties beslissend, zelfs als de hele wereld inclusief vele vrijgemaakte synoden en talloze handreikingen daartegen zouden zijn20. Maar het punt is dat er een uitspraak ligt die zich niet verdraagt met Gods Woord. Dat mag een gereformeerde synode niet negeren. Daarmee wordt Gods volk misleid en gebonden boven het Woord. Zo'n uitspraak moet verworpen worden. We belijden immers samen dat 'regeerders van de kerk'

" ?. zich er toch voor moeten wachten af te wijken van wat Christus, onze enige Meester, ons geboden heeft.
Daarom verwerpen wij alle menselijke bedenksels en alle wetten die men zou willen invoeren om God te dienen en daardoor het geweten te binden en te dwingen, op welke wijze dan ook. Wij aanvaarden dus alleen wat kan dienen om eendracht en eenheid te bevorderen en te bewaren, en allen te doen blijven bij de gehoorzaamheid aan God?"
(NBG art. 31).

Zo geloven wij!

Ds. Van der Jagt
Slot.
Er is natuurlijk best meer over deze zaak te schrijven. Het bovenstaande lijkt mij de kern waar het in de bezwaren om gaat. De beschuldiging dat de kerken geen gebod van God meer zien om zondag als rustdag te houden is eenvoudig niet waar.
Hier is geen ernstige dwaling. Wel zijn er rond dit onderwerp zaken waar je verschillend over kunt denken en waar ook altijd verschillend over gedacht is. Niemand heeft daar ooit reden in gezien om de eenheid van de kerk te verbreken.

Bolt
Het zal duidelijk zijn geworden dat ds. Van der Jagt hier ernstig dwaalt en niet de waarheid spreekt. Op z'n best wordt de gereformeerde leer over het rusten op de Dag des Heren getolereerd.
De Here zal oordelen. Dat heeft Hij talloze malen laten zien in de geschiedenis van zijn volk, niet het minst als het ging om zijn dag. Zien we daarvan al niet iets in de groeiende moeite om de middagkerkdiensten te handhaven? Je kunt niet een deel van het vierde gebod amputeren en dan verwachten dat de rest zal standhouden. Alleen de Dag des Heren houdt stand, geen menselijke instelling.

Evaluatie

In Dalfsen probeert een predikant het beeld overeind te houden van gereformeerde rechtzinnigheid m.b.t. het vierde gebod. Maar het zal duidelijk zijn dat dat niet lukt. Het zou dan ook eerlijk zijn om dat maar te erkennen en het kerkvolk geen knollen voor citroenen meer te verkopen. Trouwens, de kerkmensen in Dalfsen zien hier toch doorheen?

Kerkenraden van Drachten zijn op dit punt oprechter. Zij willen niet meer beloven dat er op de kansel alleen geleerd zal worden dat onze rustdag op het vierde gebod is gebaseerd en zeggen dat desgevraagd dan ook. Uiteraard blijft de toelating van deze dwaling er niet minder ernstig om.

De kerken hebben dus samen uitgesproken dat de opvatting dat de zondag als rustdag niet gegrond is op een goddelijk gebod, niet te veroordelen is. Onwrikbaar ondanks honderden bezwaren van broeders en zusters. Niemand kan daar meer om heen.

In Dalfsen is nu een kleine gereformeerde kerk die dit synodale juk heeft afgeworpen en (ook) voor deze dwaling geen verantwoordelijkheid meer wil dragen.
Klein inderdaad, maar haar kracht ligt niet in haar grootte, in een mooi kerkgebouw of een indrukwekkend orgel. De logo van hun website (www.gereformeerdekerkdalfsen.nl) laat zien waar ze het zoekt:

?Want gij hebt kleine kracht, maar gij hebt mijn woord bewaard en mijn naam niet verloochend?

Daar gaat het om!

Wordt vervolgd

NOTEN
____________________________________________________________

9 Die er meer over wil weten leze het boek Dr. H.B. Visser, De geschiedenis van de sabbatstrijd onder de gereformeerden in de zeventiende eeuw.(1939). In een aantal artikelen onder de titel Rustdag, rust zacht?, rubriek Ethiek, is daar aandacht aan gegeven.
10 Zie voor een uitgebreider bewijs Brief aan Generale Synode, rubriek Ethiek.
11 Bijbelse kernwoorden, 1980, pag 152. Gods zegen kan zowel geestelijke als materiële welvaart betekenen.
12 Wel wordt God soms gezegend door mensen, b.v. in Ef 1:3. Daar komen beide betekenissen tegelijk voor. Prof.J. van Bruggen in CNT Efeze: "In het eerste geval wordt met zegenen 'prijzen' bedoeld en in het tweede geval is zegenen 'doen delen in weldaden'."
13 Prof.J. van Bruggen zegt in CNT Markus hiervan: "Dit vers wordt wel eens opgevat als een algemene uitspraak (zo in de Groot Nieuws Vertaling: "De sabbat is er voor de mensen en niet omgekeerd"). Dit is echter niet mogelijk. Jezus spreekt niet over de aard van de sabbat, maar over de instelling ervan. Hij herinnert aan de tijd dat de sabbat werd gemaakt (egeneto). De sabbat kwam er 'om de mens': er staat nadrukkelijk een enkelvoud. Gedacht is aan de mens die God schiep op de zesde dag. Nadat de HERE de mens, man en vrouw, had gevormd, rustte Hij op de zevende dag. De HERE heeft de mens niet geschapen als stoffering voor de rustdag, maar omgekeerd. Op welke wijze dit ook na de zondeval gerea liseerd kon worden, is nader aangegeven in de wetten van Mozes. Men kan vers 27 niet lezen als een soort breekijzer in die wetten, alsof dit vers een gebruiksbeperkende regel was bij de wetten van de HERE. Die wetten ble ven in ere in vers 26 ("niet geoorloofd"). En in vers 28 volgt geen algemene conclusie voor het relativeren van de wetten over de sabbat. Er komt een speciale conclusie met betrekking tot Jezus. Deze speciale conclusie komt in de lucht te hangen, wanneer vers 27 een algemene stelregel zou zijn (is dan ieder mens ook 'heer over de sabbat'?). Zij sluit alleen aan bij vers 27, wanneer wij dit vers blijven lezen als een herinnering aan de schepping. Uit eindelijk was de sabbat een geschenk voor Adam. En nu komt Jezus als 'de zoon van de mens', als de tweede Adam. Als zodanig heeft Hij ook weer het vrije gebruiksrecht over die sabbat, vrij als Adam en niet gebracht on der de wet die vanwege de zonde er bij moest komen voor Adams nakome lingen.
14 R. van Kooten, Heiligt mijn Naam en Mijn dag, p148: "Christus heeft het over de instelling van de sabbat. Wanneer en waarom heeft God de sabbat gemaakt? Dit gebeurde na de zesde dag, na de schepping van Adam en Eva. Aan die mens gaf God de sabbat. God liet de mens delen in Zijn sabbat. Zo bedoelt God met de gaven van de sabbat de mens te laten delen in Zijn zegen. (?) Christus (ziet) de sabbat als gave van God aan de mens. Adam is dé mens, maar Adam is ook de vader van de mensheid. Gods dag is gave aan héél de mensheid, aan Jood en Griek."
15 Dit is in lijn met wat de deputaten eerder publiceerden in allerlei kerkbladen.
16 Vergelijk ook Ex. 31:10-17.
17 Weliswaar bestaat de verleden tijd niet in het Hebreeuws, echter uit de context is duidelijk dat gerefereerd wordt aan een gebeurtenis in het verleden. Vertalingen van de bijbel in (voor ons) vreemde talen laten dan ook steeds de verleden tijd zien.
18 Acta GS Zuidhorn Art. 52, besluit 2, grond 1.
19 "Brief van de kerk te Dalfsen d.d. 29 maart 2005 met het verzoek om te overwegen of de uitspraak van de GS Leusden heroverwogen c.q. gepreciseerd moet worden."
20 NGB art. 7.