Ethiek

Vraag & Antwoord

Signalen

Bunschoten-Spakenburg, zaterdag 14 dec.
Bezinningsdag MVEA
Immanuelkerk, Plevier 2, 10.00-15.00 uur
info: www.bezinningmvea.nl

Emmeloord, vrijdag 24 januari
'Hoe lief heb ik uw wet'
Ds. A. Bas
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Ouderling, coach of herder?

 

N. van Dijk

11-02-12

 

In het maandblad 'Nader Bekeken' van januari schrijft dr. A.N. Hendriks een artikel met als titel: 'De ouderling, coach of herder?'

Het artikel begint met de uitkomst van een onderzoek onder ouderlingen, dat ds. S. Greving deed in het kader van zijn masterstudie aan de TU in Kampen.

Het onderzoek had als belangrijke vraag: hoe denken de ouderlingen zelf over hun taak en speelt de missionaire opdracht van de gemeente daarin een rol?

Dr. Hendriks vond de uitkomst zorgelijk, er bleek geen eenstemmigheid over het profiel van de ouderling. De ambtsopvatting van de GKv-ouderling is behoorlijk in beweging. Dit doet ds. Greving pleiten voor een grondige herziening van het bevestigingsformulier. Hij schrijft:

 

"De oorspronkelijke kernfunctie van de ouderling, 'heiliging' staat onder sterke druk. Was het huisbezoek eeuwenlang sterk gekoppeld aan het avondmaal, die band is steeds meer losgeraakt. De vraag is of de opzichtsfunctie in de huidige ambtspraktijk nog wel functioneert. De metaforen 'kwaliteitscontroleur' en 'heiligheidsbewaker' werden door de ondervraagde ouderlingen sterk afgewezen".

 

Uit de metaforen die ds. Greving voorlegde werd het meest gekozen voor die van speler-coach, het activeren van de gemeente wordt als belangrijkste taak genoemd. Ds. Greving stelt: "Past het wel bij onze tijd om het werk van een ouderling zo te bestempelen als herderswerk?"

N.a.v. dit onderzoek merkt dr. Hendriks op dat kerkenraden wakker moeten worden en zich de vraag moeten stellen:

 

"Nemen wij wat eeuwenlang in het bevestigingsformulier uit en naar de Schrift over de taak van de ouderling is gezegd, nog wel serieus? Is het verantwoord dat er zich een praktijk ontwikkelt die afwijkt van wat de kerken te bevestigen broeders voorhouden? Kunnen we ons stilhouden na wat het onderzoek van Greving zo ontdekkend in kaart brengt? Gaat het goed wanneer de eeuwenlange 'kernfunctie' van de ouderling: het opzicht, op de tocht komt te staan?"

 

Er mag volgens Hendriks over de wezenlijke taak van de ouderling weinig verschil van mening bestaan. De taak van de ouderling mag niet versmald worden tot het activeren van de gemeente. Typerend voor de ouderling is het 'opziener zijn'.

Hij vervolgt:

 

"Eeuwenlang is het huisbezoek middel bij uitstek geweest om het 'opzicht' over de gemeente uit te oefenen. Ouderlingen gaan de huizen in om de gemeenteleden persoonlijk te ontmoeten en komen daar waar hun leven geleefd wordt. Daarbij is het in het voetspoor van Calvijn, dat het huisbezoek met name in het teken staat van de waardige viering van het avondmaal. Juist daar wordt zichtbaar wat de gemeente is en behoort te zijn: een volk dat leeft uit Christus en Hem eert als Degene bij wie alles voor dit leven en de toekomst te zoeken en te vinden is. Ik begrijp dan ook niet dat de metafoor 'heiligheidsbewaker' door de door Greving ondervraagde ouderlingen 'sterk' werd afgewezen met de motivering 'dat de kwaliteit van het geloofsleven niet mag, niet kan, niet hoeft gepeild te worden'. Bij die motivering heb ik mijn ogen uitgewreven. Ik heb altijd gedacht dat ouderlingen op huisbezoek gaan juist om te waken over uw zielen (Heb. 13:17)".

 

Ook benadrukt Hendriks het ambtelijk karakter van het huisbezoek: "Op het huisbezoek ontmoet je broeders die heel bijzonder door Christus geroepen zijn om naar je om te zien en pastoraal opzicht over je te hebben, op huisbezoek zijn zij er dan ook om hun herderschap concreet gestalte te geven".

 

Uit het onderzoek van Greving bleek nergens dat ouderlingen toe hebben te zien op leer en leven van de dienaren des Woords, wat het bevestigingsformulier als derde taak noemt. Er mag geen dwaalleer verkondigd worden.

Greving constateert dat de ouderling weinig besef heeft van de heiligheid van de gemeente en vraagt zich af wat er over is van de oorspronkelijke kerndimensie van het ouderlingenambt: het opzicht.

Dr Hendriks toont zich zeer bezorgd over de evaluatie, en noemt in dit opzicht ook de zgn. 'huiskringen' die de pastorale zorg krijgen toevertrouwd. Onderling pastoraat mag niet de verantwoordelijkheid van de oudsten voor de heiligheid van de gemeente vervangen.

Aan het slot van zijn artikel schrijft Hendriks:

 

"Greving ziet m.i. terecht een link tussen het op de achtergrond raken van de 'kerndimensie' van het ouderlingenambt, het opzicht, en het besef van de heiligheid van de gemeente. We praten zo druk over haar missionaire taak en haar zichtbaarheid in de buurt, dat we misschien aan het vergeten zijn dat de gemeente allereerst heilig behoort te zijn: aan God toegewijd en niet van de wereld. Juist hier heeft de ouderling een taak te onderwijzen, versterken, terechtwijzen en als het nodig is, het toesluiten en uitsluiten".

 

Al met al genoeg reden voor dr. Hendriks om op te roepen de ouderling opnieuw bij zijn ambt te bepalen.