Ethiek

In de pers

Signalen

geen berichten



 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

7keer7

 

N. van Dijk

01-11-14

 

Enkele maanden geleden trokken een aantal christenen (Herman Wegter, Karel Smouter, Otto Kamsteeg en Reinier Sonneveld) zeven weken het land door en stelden aan verschillende mensen de vraag: Stel, je zou opnieuw beginnen met het christendom. Wat zou je dan meenemen en wat laat je achter?

Op 7 juli werden in Hilversum enkele conclusies getrokken:

  • Als christenen de goede kanten van religie nieuw leven willen inblazen moeten ze stoppen met geloven, met gastvrij zijn, met de kerk, met het aanprijzen van het geloof, met de ‘show’, met de hemel en met bluffen.
  • Wat ze wel moeten doen: leerling worden, gast worden, elkaar ontmoeten, radicaal eerlijk worden, stil worden, begin iets moois te bouwen en ga vertrouwen (ND 9 – 07).

Volgens Wegter (EO-presentator) was de zoektocht heel inspirerend:
 

“Een aantal zaken rond geloven zit christenen en buitenstaanders dwars. Het meest genoemde probleem was het ‘oordelen’. Dat christenen elkaar de maat nemen en mensen die anders geloven buitensluiten. Veel mensen hebben juist het verlangen met open armen de wereld in te gaan, net zoals Jezus deed. Verder hebben christenen behoefte aan mystiek en mensen willen minder show, nieuwe heiligdommen zijn bv. een kroeg of de straat, plekken van ontmoeting. Verder merkten we dat mensen geen mooie woorden willen horen, maar dat ze anderen willen dienen”.

 

Er waren wel wat bedenkingen bij dit project. In het ND van 11 juli zegt Hendro Munsterman (docent dogmatische theologie en godsdienstwetenschappen aan de Université Catholique de Lyon) de openheid en oprechtheid van het project te waarderen:

“de rooms-katholieke traditie heeft de ‘stem des volks’ eeuwenlang te zeer buiten de deur weten te houden”. Maar er kleven volgens hem wel gevaren aan dit soort processen:

 

“De kerk van Christus kan natuurlijk geen simpele of simplistische democratie worden waar de mooiste prater of de grootste schreeuwer te gemakkelijk zijn of haar gelijk dreigt te krijgen. Deze processen moeten begeleid en theologisch onderbouwd worden. Een ander gevaar is dat het één grote warboel van meningen en uiteenlopende opvattingen wordt, waar nauwelijks nog een gezamenlijke noemer is te vinden”.

 

Naar zijn mening is de protestantse traditie wellicht doorgeschoten in het zijn van een ‘sprekende’ traditie,

 

“Maar wanneer ik dan in alle geboden en verboden die uit die zeven avonden zijn gedistilleerd, niet één enkele keer een verwijzing naar de Bijbel lees, dan vrees ik dat men het kind met het badwater heeft weggegooid. Het lezen van de Schrift is soms lastig voor ons als moderne mensen. Maar de Schrift is onze enige toegang tot Christus. ‘De Schriften niet kennen is Christus niet kennen’, zei de kerkvader Hieronymus. Dat gold toen, maar ook nu”.

 

In een ander artikel (ND 16 juli) valt het Jos Strengholt (anglicaans voorganger in Caïro) op dat er steeds oneigenlijke tegenstellingen worden geschapen, bv. tussen ‘geloven’ en ‘leerling van Jezus’ zijn, maar ook tussen de inhoud van geloven en de daad van geloven. Maar een christendom zonder dogma’s, zonder helder omlijnde geloofsinhoud over de wezenlijke zaken, is ten dode gedoemd. Ook de mening dat het kerkgebouw niet zo belangrijk is omdat het immers om de mensen gaat, deugt niet. Elke gemeenschap heeft een organisatie nodig. Het is een vergissing om te zeggen dat ‘een kerk er is voor de gemeenschap met elkaar, niet voor informatieoverdracht’. De kerk is immers zelf de gemeenschap van de heiligen, waar de verkondiging en bespreking van de geloofsinhoud van groot belang zijn. Jezus en de apostelen zijn het fundament van de kerk, van hen moeten we leren. En door als kerk het postmodernisme te omarmen (zoals één van de conclusies was) waaien we volgens Strengholt met alle winden mee.

 

“Ons wordt nu geadviseerd ons aan de tijdgeest over te geven. Alsof we als christenen geen eigen wereldbeeld hebben. We hebben een Bijbel, een traditie, een geschiedenis, dogma’s, een wereldwijde gemeenschap van het geloof en we hebben een drie-enige God. Die vraagt van ons bovenal dat we Hem trouw zijn. Door de kerk-zoals-die-is te verwerpen doen we dat wellicht impliciet ook wel met de Heer, die zijn kerk twintig eeuwen lang leidde en vulde met zichzelf, en die deze kerk gebruikte om mensen te trekken”.

 

En, hoe verrassend, in een reactie op de kritiek van diverse kanten geven de initiatiefnemers alle critici gelijk! In een reactie in het ND schrijven zij: “De publieke brainstorm 7keer7 is fantastisch uit de hand gelopen”. Ze hadden niet durven dromen dat er zoveel reactie en interesse was. Voor de duidelijkheid meldden ze nog dat het niet om de particuliere mening van vier toevallige heren ging, maar het was een gezamenlijke brainstorm over de toekomst van het christendom in Nederland. Zelf waren ze het met gerust de helft van de bijdragen niet eens.

 

“Wat ons betreft is elke stem van een criticus een bijdrage aan die vele stemmen die we al hebben gehoord. Daarom zijn we er blij mee, want het gesprek gaat blijkbaar verder en daar was het ons om begonnen."

 

De kritiek van m.n. Strengholt raakte hen echter wel. Hij beweerde dat ze God, Jezus of de Bijbel niet hebben laten spreken. Deze kritiek werd weggewuifd:

 

“Elke speech tijdens de tour, elke bijdrage op de conclusieavond elk van de zeven punten in ons filmpje noemde God, Jezus of de Bijbel en vond daarin motivatie. Misschien indirect, misschien in andere woorden dan je gewend bent, maar 7keer7 was er vol van”.

 

Maar als er op een dergelijke manier gebrainstormd moet worden over God, Jezus, de Bijbel of de Kerk, moeten we dan niet concluderen dat er erg veel aan de toevallige meningen van deelnemers wordt overgelaten? In een column ‘Gemiste kans’ in het kerkblad van de Hersteld Hervormde Kerk, schrijft B. J. van der Vlies (oud-parlementariër en ouderling in de HHK) over de kans die je hebt tegenover atheïsten om

 

“een goed woord te rechter tijd te spreken en te getuigen van Hem op Wie je hoop gevestigd mag zijn, zelfs als het heel erg tegenloopt, en Die dan niet beschaamt. Zou die gelegenheid wezenlijk onbenut blijven, dan is er sprake van een gemiste kans, en dat is dan nog uiterst zwak uitgedrukt”.

 

Van der Vlies schreef de column n.a.v. het 400-jarig bestaan van de Rijksuniversiteit Groningen, waar aan willekeurige burgers de gelegenheid werd geboden om vragen te stellen. Een 7-jarige jongen, Anco Visser, greep deze mogelijkheid aan en vroeg: ‘Bestaat God?’ Een Groningse hoogleraar sterrenkunde raadpleegde hierop enkele theologen, te weten C. ter Linden, K. Hendrikse en H. Kuitert. In een brief aan de jongen antwoordt hij dan ook:

 

“Nee God bestaat niet als een persoon die ver weg in de hemel woont. Hij bestaat in hoe jij en ik leven. Als iemand jou erg blij maakt, dan is die iemand een beetje God”.

 

De brief werd in het dagblad ‘Trouw’ gepubliceerd in de katern Verdieping. Van der Vlies noemt dit een gemiste kans, jammer en verdrietig.

En is een brainstorm als 7keer7 ook geen gemiste kans als het blijft hangen in allerlei vaagheden, relativeringen en twijfels?

Aan het eind van zijn column schrijft Van der Vlies:

 

“De Bijbel is er duidelijk over. Het is een dwaas die zegt dat er geen God is. Sla daar bv. Psalm 53 maar op na. Als dergelijke gedachten in ons opborrelen, dient dat diep beschaamd te maken. Een zonde die het aangrijpende gevolg is van onze diepe val in Adam. Alleen in het volbrachte werk van de ‘Tweede Adam’, Jezus Christus, is er voor verloren zondaren, die altijd door maar fundamenteel aan het twijfelen zijn of het allemaal wel echt en waar is, redding mogelijk. Thomas, de twijfelmoedige, kreeg heel persoonlijk van de opgestane Heere en Zaligmaker de gelegenheid om te zien op de doorboorde handen en de doorstoken zijde, maar had dat uiteindelijk niet echt nodig om tot de gelovige erkenning te komen: ‘Mijn Heere en mijn God!’ Thomas had, om zo te zeggen, toen Anco echt wel een ander antwoord gegeven. De discipelen op wie de Heilige Geest was uitgestort, gaven een rijk getuigenis. Toch niet voor te stellen, dat zij op de vraag ‘Wat zullen wij doen, mannenbroeders?’ zouden hebben geantwoord: een beetje lief zijn voor elkaar, en dergelijke op zichzelf best nuttige wenken.

Nee, bekering, belijden van zonde en schuld, vergeving van zonden, verzoening door de voldoening van de Borg en Middelaar op Golgotha, behoudenis door de toerekening van de door Christus verworven gerechtigheid. De oprechte, heel persoonlijke belijdenis van het geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is. Zo zijn de (eerste) christengemeenten gevormd. Zo gaat dat heden ten dage nog, als het God belieft. Echt een ander verhaal of antwoord”.

 

Herman Wegter kijkt tevreden terug op het initiatief 7keer7, de zoektocht die hij met z’n drie vrienden begon. Er waren totaal verschillende antwoorden, van niet-gelovigen, theologen, moslims. Met ongeveer de helft waren ze het niet eens, maar ze wilden er open ingaan. Wegter heeft geen idee of er nog een vervolg komt, ‘Of er nu een punt komt, een komma of een puntkomma dat weten we nog niet. Ons doel was: inspiratie opdoen voor de toekomst van het christendom. Dat is gelukt’.

Maar als de 7keer7 suggestie ‘Kan God ook eens zonder woordvoerders van zich laten horen?’ blijft rondzingen en geen vervolg krijgt met antwoorden vanuit Gods Woord, dan lijkt dit initiatief ook een gemiste kans.