Ethiek

In de pers

Signalen

geen berichten



 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Signalen 09

 

R. Sollie-Sleijster

21-03-15

 

Zicht op de ouderling en zijn werk – Nader Bekeken feb.2015

Dr. A.N. Hendriks bespreekt het nieuwe Handboek voor ouderlingen en oudsten, dat onlangs is verschenen onder redactie van dr. P. van de Kamp, docent pastoraat TUK. Dr. Hendriks merkt op het boeiend te vinden, omdat het zich richt op de persoon en het werk van de ouderling. De ontdekkingen van de menswetenschappen geven een beter zicht hierop. Modern jargon vindt zijn plaats: team, teambuilding, leiderschap, intervisie en metacommuniceren.

Maar hoe kwam het dat de 'bijdehante studenten' zeiden van de laagopgeleide broeder met wie hij huisbezoek in Delft deed: Geef ons die broeder maar op huisbezoek, hij begrijpt ons en weet raad met onze vragen!?, zo vraagt dr. Hendriks zich af. Om te concluderen: Praktische wijsheid heeft de kerk eeuwen gebouwd!

De ouderling is in de eerste plaats geestelijk leider van de gemeente, hij gaat voorop en geeft richting aan, is voorbeeld. Hij is 'beheerder' van het huis van God (Tit.1:7) en zal zo als herder zorgen voor Gods kudde. Deel II gaat over de werkzaamheden, deel III over pastoraal werk en deel IV geeft aandacht aan de ouderling als persoon.

 

Waarom ouderlingen?

Al in de eerste gemeenten werden oudsten aangesteld (Hand.14:23) die zelfs een 'raad', een bestuurscollege vormden (1 Tim. 4:14). Het is niet waar dat de oudste christelijke gemeenten het deden zonder leidinggevende figuren en aanvankelijk helemaal op charisma's dreven. Van meet af aan werden bij groei oudsten  aangesteld! Dr. Hendriks waardeert het dat het handboek dit zo met nadruk stelt. Samen vormen de oudsten een team. Verschillende stijlen van leidinggeven komen aan bod, maar het gaat altijd om dienstbaar leiderschap naar het voorbeeld van de Here Jezus.

 

Geestelijk leiding geven

Bij dat leiding geven overleg je als kerkenraad over de geestelijke situatie van de gemeente, wat heeft zij nodig. Hierbij komt de collegialiteit goed in beeld. Vanuit dat overleg ga je aan het werk in de gemeente. Wees daarbij een voorbeeld voor de gemeente én voor elkaar. Alle toezien begint met : Zorg voor uzelf (Hand. 20:28).

Een inwerkperiode is raadzaam, liefst onder begeleiding van een ervaren collega.

De ouderling is niet alleen vrijwilliger, maar ook een door God geroepene. Hier mist dr. Hendriks een passage over de taak van de gemeente in het ontdekken van de bekwaamheid, het opgeven van namen, de talstelling en verkiezing, waarin uiteindelijk 'de keus van de Heilige Geest' (woorden van Bucer, de reformator van Straatsburg) aan het licht moet komen.

 

Huisbezoek

Wat dr. Hendriks waardeert zijn de goede tips voor pastorale gesprekken, maar wel tips voor gesprekken één-op-één. Met name het jaarlijkse huisbezoek aan gezinnen valt buiten de aandacht. Ook treft hij niets aan over de aanwezigheid daarbij van kinderen en jongeren. Nog ernstiger vindt dr. Hendriks dat niet de relatie wordt gezien en uitgelegd tussen de waardige viering van het avondmaal als centrum van ons gemeente en christgelovige zijn. Op de heiligheid van die geloofstafel dienen de ouderlingen toe te zien en mede daartoe gaan ze op huisbezoek.

 

Tuchtbediening

Het handboek zegt wel iets over terechtwijzen en weerleggen: 'gemeenteleden weghalen bij een niet-geestelijke manier van leven'. Maar wat als iemand koppig volhardt? Hier laat het handboek ons volledig in de steek, constateert dr. Hendriks. Bevestigingsformulieren zeggen dat ouderlingen over hen die volharden in de zonde de christelijke tucht oefenen. Maar dr. Van de Kamp laat dit moeilijke liggen, n.b. in deze handreiking voor ouderlingen. Terwijl vandaag de gemeente en vele jonge ouderlingen niet meer weten dat een kenmerk van de kerk is dat ze de tucht bedient (art.29 NGB) en waakt over de heiligheid van Christus' tafel. Terugblikkend: 'uit ervaring weet ik hoe moeilijk vermaanbezoeken zijn. Ik ging vaak weg met de gedachte: ze vinden mij geen aardige dominee, maar ik ben wel door de Here Jezus gezonden om ook het oordeel aan te zeggen aan wie zich niet van harte bekeert (vgl. antw. 84 HC en Jes. 3:11).' Vandaag staat het bedienen van de tucht op de tocht binnen onze kerken. Het handboek had hier moeten helpen, maar helaas doet het dat niet.

 

Samenvattend: leerzaam wat betreft samen optrekken, visie op de gemeente, gespreksvoering enz. Toch mist veel van wat voor de gereformeerde ouderling belangrijk is. In de literatuurbijlage ontbreken de voortreffelijke boeken van J. Kamphuis, De heiligheid van de gemeente (1986) en C. Trimp, Zorgen voor de gemeente (1982). Dr. Hendriks acht dit een teken aan de wand. Het ontlokt hem de verzuchting: 'Ach, dr. Peter van de Kamp, wat had dit handboek meer body gekregen met deze klassiekers!'

 

Ingezonden ND 04/03/2015

Coby Woerdenbag uit Den Haag heeft zich verbaasd over de woorden van Melle Oosterhuis en Herman Veenhof in het ND van 28/02/15 die schrijven over het geduld van God in geval van Jona en in het geval van ISIS. Zij schreven: 'Wat opvalt is altijd weer het geduld van God, Zijn liefdevolle en bijkans oneindige therapie, dat is de Heer.'

Maar, zo schrijft zij: in Nahum (1:2,3 – Godspraak over Nineve) staat: 'De HEER is een wrekende God, Hij duldt niemand naast zich. De HEER is een woedende wreker, de HEER wreekt zich op Zijn tegenstanders. Hij richt Zijn toorn op Zijn vijanden. De Heer is geduldig, maar zeer sterk, Hij laat nooit iets ongestraft.' En in Openbaring 6 over de zielen van al degenen die geslacht waren vanwege hun getuigenis: 'O heilige en betrouwbare Heer, wanneer zult U de mensen die op aarde leven eindelijk straffen en ons bloed op hen wreken?' Zij, de vervolgden, krijgen woorden van God om te roepen om wraak of om bekering en vergeving. Wij kunnen alleen maar bidden voor onze vervolgde broeders en zusters en voor hun vervolgers.

 

Een religieus conflict RD 14/02/2015

Over het religieuze conflict in het Midden-Oosten schrijft de hervormde theoloog prof. dr. Hans Jansen (niet te verwarren met de gelijknamige Arabist). Op de vraag 'waarom mag Israël niet bestaan' gaat Jansen in in zijn jongste boek: 'Waarom mag Israël niet bestaan in het Midden-Oosten?'

Het antwoord: Geen enkele moslim zal ooit definitief afstand doen van grondgebied (bijv. Palestina) dat ooit werd toegevoegd aan het rijk van de Islam. En dat gebeurde in 638, want Allah zelf schonk Palestina toen aan de moslims, gelet op een uitlating van Mohammed in 628: 'Het land behoort aan Allah en zijn gezondene.'

 

Waarom mag Israël wel blijven bestaan? Jansen: In 1948 is Israël uitgeroepen als staat en het heeft zijn bestaansrecht bewezen. Israël mag er zijn, ook als land met een geweldige democratie. En als je dan dat kleine rode puntje op de kaarten ziet staan, denk je waarom mag dit land niet bestaan? Dat iemand als Arafat destijds de Nobelprijs voor de vrede kreeg, heeft me ook werkelijk perplex doen staan.

 

U bent er 'trots' op dat er nog een stroming in Nederland is, met name in kringen die teruggaan op Calvijn en de Nadere Reformatie, die Israël nog altijd een warm hart toedraagt? Jansen: Dat vind ik nog. Voor iemand als Roger van Oordt van Christenen van Israël heb ik diep respect. En datzelfde geldt voor jullie krant.

Jansen tenslotte: Het Joodse volk heeft juist nu onze steun nodig – zeker ook in het licht van wat we op ons geweten hebben. Wat in 40-45 gebeurd is, kan nu nog gebeuren.

 

Ingevoegd kader:

Hoodstuk 14 van de studie van dr. Jansen geeft een overzicht van wat Palestijnse kinderen op school leren:

De Palestijnse schoolboeken onderwijzen dat de strijd tegen Israël een religieuze oorlog met de islam is. In plaats van toekomstige generaties op te voeden om in vrede met Israël te leven, leren de nieuwste schoolboeken de jongeren om Israël te haten, zijn bestaan te ontkennen en alle vormen van terreur te verheerlijken.

De jihad en het martelaarschap, de 'shahada', komen ook aan bod. We mogen de martelaren niet beschouwen als doden, maar als levenden in het Paradijs, waar zij zich verheugen in een bruiloft als een moslim echt verlangt om als martelaar voor Allah te sterven. Dat is het mooiste en hoogste dat hij als gelovige moslim kan bereiken. Deze schoolboeken zijn niet eens ontwikkeld door onderwijsdeskundigen van Hamas, maar van Fatah. Jansen: Dat is een zeer verontrustende ontwikkeling, waarvan politici en diplomaten zich nauwelijks bewust zijn!