Ethiek

In de pers

Signalen

geen berichten



 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Signalen 14

 

R. Sollie-Sleijster

30-05-15

 

De Here wil wel degelijk offers, dagelijks – ND 25/04/2015

 

Komt de Bijbel zelf al heel vroeg met offerkritiek? We gaan met Adrian Verbree via zijn Kruimeldief nog even terug naar de bundel Cruciaal, waarin Hans Burger al in Psalm 40 kritiek op offers ziet: 'Offers en gaven verlangt U niet, brand- en reinigingsoffers vraagt U niet. Nee, U hebt mijn oren voor U geopend en nu kan ik zeggen: “Hier ben ik, over mij is in de boekrol geschreven.” Uw wil te doen, mijn God, verlang ik, diep in mij koester ik uw wet.' Deze verzen worden door Burger omgezet naar: 'God wil uiteindelijk geen offers, maar mensen die naar God luisteren'. Dat klinkt niet verkeerd, maar is dit inderdaad wat er staat? Of is het inlegkunde?

Verbree wijst op het invoegen van het woord 'uiteindelijk', dat nergens in deze psalm staat. Alleen 'offers en gaven verlangt U niet'. Toen en daar wilde God dat niet. Maar kijken we naar de context van de Psalm zelf en van het Psalmboek en de rest van het OT, dan wil de Here juist wel offers, zelfs dagelijks. Hij heeft ze zelf ingesteld en eist ze en het niet brengen ervan kan de dood tot gevolg hebben.

Maar wanneer de daden niet met de offers in overeenstemming zijn, dan walgt de Here zelfs van offers. Verbree verwijst naar Psalm 51: 'een gebroken en verbrijzeld hart zult u, God, niet verachten. Wees Sion welgezind en schenk het voorspoed, bouw de muren van Jeruzalem weer op. Dan zult u de juiste offers aanvaarden, offers in hun geheel verbrand, dan legt men stieren op uw altaar'.

Hier is cruciaal dat, zodra het weer goed is tussen Hem en zijn kinderen, de offers terugkeren en graag door de Here worden aanvaard.

Verbree beantwoordt tenslotte de vraag of Burger ons laat zien dat de Bijbel zelf al heel vroeg met offerkritiek komt, met een duidelijk Welnee!

 

De zolder van dr. Roelof Jan Dam – ND 01/05/2015

 

(Omdat mijn schoonmoeder als meisje bij dr. R.J. Dam als hulp in de huishouding heeft gewerkt (plechtig wit schortje op zwarte jurk, foto) en ik bovendien veel waardering heb voor Stoa en Litteratuur in het licht der Schrift van dr. Dam, trok dit artikel mijn aandacht. Dr. Dam was rector van het Kamper Gymnasium en sinds 1937 lector klassieke talen aan de Theologische Hogeschool aldaar. Hij werd 10 april 1945 gefusilleerd vanwege zijn verzetswerk. RSS)

 

Marc Janssens vertelt dat hij iedere donderdag als docent Grieks in het statige huis aan de Broederweg (thans onderdeel van de TU) van dr. Dam werkt. Op een van de zolderkamers bereidt hij zijn colleges voor en deze geeft hij in de huiskamer, waar destijds het verzet bijeenkwam. Dr. Dam werd wel de ziel van het verzetswerk genoemd.

Dr. Dam genoot van het lezen van klassieke Griekse teksten. De landen rond de Middellandse Zee, waar het geloof zich in de eerste eeuwen verspreidde, waren doordrenkt van het Griekse denken met filosofieën als platonisme, stoa en epicureïsme. Paulus ging met deze wijsgeren in gesprek. Vragen van toen zijn nog steeds actueel. Hoe verhouden deze gedachten zich tot de Bijbelse boodschap? Heeft het Christendom zich laten beïnvloeden door die cultuur? Van Dam wil van deze stoïcijnen niet een soort pre-christenen of semi-christenen maken. Wel wil hij het goede uit hun denken benoemen, maar tegelijk scherp het niet-christelijke in hun denken afwijzen. Hij sluit hier aan bij Paulus, die eveneens aanknoopte bij menselijke wijsheden, maar daar zijn duidelijke Christelijke boodschap corrigerend overheen legde. Als journalist bij het ND en als docent heeft Janssens veel te danken aan Dr. Dam. Zijn liefde voor de klassieken, zijn lesgeven en zijn type journalistieke vragen zijn in beginsel ontstaan door Stoa en Litteratuur. Het wekte al jong zijn interesse in de wisselwerking tussen filosofie en klassieke oudheid en tussen die beide en het christendom.

Dr. Dam ziet hij als een standvastige, pastorale geleerde, maar wel één die in de ogen van velen als een 'steile calvinist' werd gezien, iemand die alles principieel benaderde. Janssens vindt het mooi om in zijn spoor verder te gaan, maar beseft dat hij zelf ook door eigen tijd wordt beïnvloed en acht het goed om na te gaan of dat laatste in de juiste mate plaatsvindt.

Dr. Dam is na de oorlog herbegraven in IJsselmuiden waar we op zijn grafsteen nog kunnen lezen: 'Een trouw strijder op alle plaatsen waar de Heere hem riep'.

 

[citaat uit: Ter Inleiding (door Dr. R.J. Dam, Stoa en Litteratuur in het licht der Schrift)

Men kan de vraag stellen: waartoe in deze serie (RB) een boek over lang gestorven leraars van ijdele filosofie? Heeft God de wijsheid van deze wereld niet dwaas gemaakt? Zonder twijfel. Toch zien we verschillende motieven die de keus rechtvaardigen.

Al dadelijk: ook deze bezigheid heeft God de kinderen der mensen gegeven na te gaan, hoe hij wereldse wijsheid tot dwaasheid stempelt. Hoe een wijsbegeerte, die een (zelf reeds afvallige) religie op zij dringt, doordat ze zich voor de enige God niet buigt vervalt van dwaling tot dwaling. Stellig, ook 'het verstand der verstandigen' heeft uit dien hoofde aanspraak op onze volle belangstelling.

Er is meer. De Stoïcijnse wijsbegeerte heeft een invloed geoefend (en nog werkt ze door!) die men zonder overdrijving onmetelijk kan noemen. Zo werkte ze al vroeg ingrijpend in op het denken der oude Christelijke Kerk, die mee door contact met háár leer tot de Kerk der Middeleeuwen is verworden.]

 

Nederland kan wel wat theologie gebruiken – RD 27/05/2015

 

Dr. Arnold Huijgen, hoofddocent systematische theologie aan de TUA (Theologische Universiteit Apeldoorn), wijst op het versnipperde veld, zelfs desolate veld, dat rondom theologie en religiewetenschappen bestaat. De Verkenningscommissie Theologie en Religiewetenschappen van de KNAW (Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen) zoekt onder leiding van prof. Ed Noort naar een oplossing om tot meer coördinatie en samenwerking te komen in onderzoek gericht op vormen van 'geleefd geloof', waarbij vooral buiten de institutionele (en kerkelijke) kaders moet worden gedacht.

Maar dr. Huijgen vraagt zich af of er dan nog wel ruimte blijft voor denken vanuit Gods openbaring. Het draait dan om een beschrijving van vormen van spiritualiteit, over mensen, maar niet per se over God.

Het verschil tussen theologie en religiewetenschappen is fundamenteel. Het blijkt ook uit de studentenaantallen. Bij confessionele, klassieke theologie-opleidingen zijn ze nog redelijk, maar de aantallen elders dalen stevig.

Het advies roept op tot samenwerking van confessionele instellingen, maar ook tot aansluiten bij grotere verbanden en universiteiten. Bij dit laatste ziet dr. Huijgen problemen rijzen. Bij dergelijke verbanden is het gevaar dat er nog wel wat aan theologie wordt gedaan, maar dat het in het grote religie-wetenschappelijke verhaal nauwelijks meer tot zijn recht komt. En, zo concludeert dr. Huijgen, 'minder over God zelf spreken lijkt eerder een oorzaak van de huidige crisis in de theologie dan een oplossing daarvoor. Nederland kan wel wat theologie gebruiken.'

 

Bank Vaticaan boekt 69,3 miljoen euro winst – bron Kerknet ANP 26/05/2015

 

De Bank van het Vaticaan heeft het afgelopen jaar een netto winst geboekt van ruim 69 miljoen euro. Van dit bedrag gaat 55 miljoen naar de Heilige Stoel en de rest vult de reserves aan. Max Hohenberg van de Bank wijst op de meeropbrengst van waardepapieren en dalende bedrijfskosten. En ook worden nu alle financiële richtlijnen en standaarden in acht genomen. De bank telt nog 15.181 rekeningen met een bedrag van 6 miljard euro. De meeste klanten zijn bisdommen en religieuze ordes en congregaties.

 

Verzoening in discussie – Nader Bekeken – mei 2015

 

Ds. C. van Dijk gaat in een beperkte boekbespreking van de bundel Cruciaal in op zijn beleving en ervaring van deze bundel. Zijn reactie komt voort uit de inzet van het boekje, dat een opvallend grote aandacht geeft aan de reacties van ons en onze tijdgenoten op de kruisdood van onze Heiland. Na bespreking van een deel van deze bundel, waarin ds. Van Dijk verwijst naar de boekbespreking van dr. J. Douma op zijn site en naar de discussie met Hans Burger op deze site, blijft hij toch nog zitten met een onrustig en kriegel gevoel.

Waarom dit type vragen zoveel gewicht geven? Want de boodschap van de gekruisigde Christus is toch aanstootgevend en dwaas voor de mens? Ook voor de mens van vandaag. Bij Burger zijn veel woorden nodig om aan te geven dat we ons niet verontrust hoeven te voelen. Ergens is ds. Van Dijk er nog niet helemaal gerust op.

En wie een evangelie wil brengen dat van aanstoot ontdaan is, houdt geen evangelie over. De vervreemding naar buiten die de auteurs willen wegnemen, roept nieuwe vervreemding op, namelijk binnen de kerk. Die kerk die al eeuwenlang haar belijdenis heeft en daarin Gods Woord naspreekt. Wel kan dat misschien soms nog nauwkeuriger of genuanceerder. Spreek daar vrij over. Maar laten we niet de illusie hebben dat we de ergernis van het evangelie kunnen verminderen of wegnemen. Ds. Van Dijk sluit af met de wens dat verwondering in plaats van problematisering mag komen en verwijst daarbij naar 1 en 2 Korintiërs: Geen: 'ja maar...', maar: 'nee maar...'.

 

Tom Wright en schriftgezag – Nader Bekeken – mei 2015

 

Ds. M.O. ten Brink neemt in een volgend artikel N.T. Wright wat meer onder de loep. Wat zegt Tom Wright over het gezag van de Bijbel? Is het alleen maar een soort papieren paus bij hem? Of is het ons richtsnoer, onze Tomtom, voor heel ons leven? Het gezag van de Bijbel is afgeleid gezag volgens Wright. God zelf delegeert zijn gezag aan mensen die daarvoor gezalfd en bekwaam gemaakt werden. Denk aan de profeten en de apostelen. Maar volgens Wright is het vandaag de gemeente waaraan God zijn gezag heeft gedelegeerd. Gewapend met het Woord mogen zij in het vijfde bedrijf met gezag in deze wereld spreken en overal de macht van Jezus verkondigen. Dat vijfde bedrijf begint met het Nieuwe Testament en dit bedrijf moeten wij zelf invullen, aansluitend weliswaar en passend bij de eerste vier bedrijven: schepping, zondeval, Israël en Jezus.

 

Ds. Ten Brink ziet min of meer een parallel in de benadering door Wright van het Schriftgezag en de benadering daarvan destijds door dr. H.M. Kuitert. Dr. C. Trimp waarschuwde hier tegen in Betwist Schriftgezag. Ook Kuitert zag wel de goede bedoelingen van de reformatoren, maar oefende kritiek op hun visie om 'waarheid' gelijk te stellen met 'de Bijbel'.

Ds. Ten Brink vraagt zich af of God de menselijke auteurs van de Bijbel en de gelovige acteurs van het vijfde bedrijf wel werkelijk op dezelfde manier met gezag bekleedt. Als de inspiratieleer zou vervallen, dan zou het ook met het gezag van de Schrift zijn gedaan, zo schreef Herman Bavinck al. Wreekt zich dit ook niet in de visie van Tom Wright?

 

Deze vragen leiden naar de volgende vraag: Als die waarborg (inspiratieleer) er niet is, laat de visie van Wright dan niet te veel ruimte voor een gevaarlijk subjectivisme, waarbij mensen hun eigen waarheden over hun ervaringen met God vertolken, in plaats van dat zij zich onderwerpen aan Gods waarheid?

En hoe voorkom je met de visie van Wright dat de rollen worden omgedraaid en de mens in het bepalen van wat waarheid is, hoofdrolspeler wordt in plaats van God?

Waar Wright lijkt te rekenen met een afgesloten canon, lijkt hij aan de andere kant dat toch niet te doen. Het vijfde bedrijf is onvoltooid en opgenomen in het grote verhaal. Kunnen mensen dus zelf aan dat verhaal ook hun eigen draai geven?

En nog even doordenkend merkt ds. Ten Brink op: Wie zegt ons dan dat dit in de voorgaande vier bedrijven ook niet is gebeurd? En maak je dan van de hele Bijbel toch uiteindelijk niet slechts één van de vele vertolkingen van mensen over hun ervaringen met God?

 

Ds. Ten Brink sluit af met de indringende vraag of Wright niet te kritiekloos wordt overgenomen en gecombineerd met de inzichten van de Reformatie en de gereformeerde schriftleer.