Ethiek

In de pers

Signalen

geen berichten



 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Signalen 40

 

R. Sollie-Sleijster

10-12-2016

 

Maling aan het kerkverband

Nader Bekeken 11/11/16

 

Ds. Perry L. Storm zet in zijn persrevue een paar ontwikkelingen van de laatste tijd naast elkaar.

De predikant begint bij de GKv Utrecht-Noord/West, waar binnenkort vrouwelijke gemeenteleden als ambtsdrager worden bevestigd.

Hij vervolgt met de NGK kerken van Groningen en Utrecht, waar homoseksuele gemeenteleden met een relatie 'in liefde en trouw' ambtsdragers kunnen worden. Ondanks verweer van resp. classiskerken en synode vanuit de GKv en van de Landelijke Vergadering bij de NGK zetten deze kerken hun koers voort, waarbij geen rekening met afspraken binnen het kerkverband wordt gehouden.

Ds. Storm vervolgt met de GKv Zwolle-Noord, waar ds. Jaap Ophoff homo's wel of niet met een relatie hartelijk welkom heet binnen zijn gemeente. Ds. Ophoff: “Geen synode houdt dat tegen” en “de enige boodschap die ertoe doet is: welkom bij de Vader”. Hij memoreert dat al in 2008 een samenlevend homoseksueel gemeentelid aan het avondmaal werd toegelaten, waarbij hij niet vermeldt dat de GS-Harderwijk 2011 nog geprobeerd heeft de kerkenraad op dit besluit terug te laten komen. Ophoff vervolgt dat in 2014 de deur door de kerkenraad werd opengezet met de mededeling: “Homofiele broeders en zusters die samenleven in een relatie van liefde en trouw zijn welkom aan de avondmaalsdis”

 

Het gemak en eigenlijk de bravoure waarmee kerken in beide kerkverbanden “gewoon” hun gang gaan, is voor ds. Storm reden tot ernstige kritiek:

 

“Alsof het niet tot je eigen verantwoordelijkheid behoort als gemeente dat je betrouwbaar bent in wat je met anderen afgesproken hebt over wat je tot je gezamenlijke verantwoordelijkheid hebt gemaakt (bijv. in hoe je zult omgaan met gezamenlijke besluiten)? ...Je ja zal ja en je nee nee zijn. En daarom de kop boven dit stukje”.

 

Ds. Storm vraagt zich af wat voor toekomst een kerkverband nog heeft, wanneer je niet meer op elkaar aan kunt. Bovendien merkt hij op dat je als kerken niet kunt volstaan met je er maar bij neerleggen dat je op elkaars betrouwbaarheid niet meer kunt rekenen.

 

Kort commentaar:

Inderdaad, wat voor toekomst heb je als kerkverband, GKv en/of NGK, dan nog?

Zie ook de volgende ontboezeming.

 

Ds. Jos Douma over zijn zoeken naar het DNA van de kerk

RD 24/11/16

 

Obstakel

Niet alleen het kerkverband staat onder druk, maar ook de plaatselijke kerk. In de GKv Zwolle-Centrum ziet ds. Jos Douma de kerk zelf als obstakel om een brug te slaan tussen de Bijbel en de moderne samenleving. In zijn net verschenen boek Verlangen naar het goede leven pleit hij voor samenkomsten met lezen, delen en bidden, al dan niet op zondag. De predikant zoekt zich een weg “vanuit de rationele vrijgemaakte theologie naar de lectio divina” (een spirituele monnikenpraktijk uit de middeleeuwen). Deze heeft hij nog diezelfde morgen met een groep voorgangers beoefend:

 

“We hebben tien minuten gemediteerd over een Bijbeltekst en er vervolgens samen over gesproken. Dan krijg je heel andere inzichten dan wanneer je vooral kijkt in welk verband de tekst staat.”

“Ik ben mede geïnspireerd door Rikko Voorberg met zijn pop-up kerk in Amsterdam. Andere inspiratiebronnen zijn bijv. Tim Keller, de Engelse theoloog Tom Wright (zie artikelen over deze twee op deze site) en de monnik Benoît Standaert”.

 

Informeel

Wat is het DNA van wat er op zondagmorgen gebeurt? Dat zijn het Woord en de sacramenten.

Op basis daarvan kun je de geloofspraktijk verbreden. De cultuur verandert en dan moet je mee veranderen en een informele manier van kerk zijn zoeken, zo stelt Douma. Niet alleen de stropdas af en in plaats van de preekstoel een podium, maar ook de catechisatie moet anders. Geen 'bak informatie' over de jongeren uitstorten, wat hij deed, maar een Bijbelboek lezen en zo proberen bij de basis van het geloof te komen.

Doop- en avondmaalsformulieren gebruikt Douma vrijwel niet meer. De zondagse kerkdienst hoeft van hem niet te stoppen, maar deze kan vervangen worden door Woordverkondiging, doop en avondmaal op verschillende plaatsen. Alles minder formeel, zeven dagen per week samen lezen, delen en eten.

 

Anders Bijbel lezen

Ds. Matthijs Haak zei onlangs in zijn blog dat vrijgemaakten de Bijbel anders zijn gaan lezen.

Is dat voor Douma herkenbaar? Hij bevestigt:

 

“Ik lees niet alleen de Bijbel anders dan vroeger, maar ook de Heidelbergse Catechismus.”

 

Wel bouwt hij zijn boek op vanuit vraag 65 HC: “waar komt het geloof vandaan?”. Douma wil het antwoord handhaven, namelijk van de Heilige Geest door de Woordverkondiging en sacramenten, maar de strikte koppeling tussen die elementen en de zondagse eredienst wil hij loslaten. Meer dan naar de nieuwe hermeneutiek gaat zijn interesse uit naar 'spirituele hermeneutiek': Wat wil de Heilige Geest ons zeggen en christen zijn is ons hart delen met anderen, en waar kan dit mooier dan rond eetmomenten?

 

Avondmaal

Douma zegt dat hij 'vrij groot' over de genade van God denkt en daarom vindt hij het merkwaardig dat kinderen niet aan het avondmaal mogen. Maar begrijpen zij dan waarom het gaat bij het avondmaal? Dat weten volgens Douma veel volwassenen niet eens, het blijft een mysterie.

Maar zaagt de predikant zo niet de poten onder de kerk vandaan?

Douma:

 

“De kerk is niet van jou, maar van de Heer. Je kunt niet alles en iedereen in de kerk bij elkaar houden. Ook als je niets verandert, vertrekken er mensen. Het doel van de kerk is mensen bij de Heer te bewaren, niet om de boel bij elkaar te houden.”

 

Kort commentaar:

Niet alleen maling hebben aan het kerkverband, maar ook aan de kerk. Hoe kunnen we nog bidden om bescherming, bewaring en vermeerdering van de kerk, waar die feitelijk verwordt tot een samenkomen van ongebonden gelovigen, individualistisch op basis van persoonlijke en veranderlijke voorkeuren?

 

Nou breekt m'n knoop: wat gaat GKv betekenen?

blog: Knoop 26 door ds. Dick de Jong 23/11/16 (zie: www.bijbelknopendoos.nl)

 

In het verlengde van de naar mystiek neigende 'lectio divina' die in Zwolle gepropageerd wordt, ligt de gnostiek, waar ds. De Jong in zijn blog voor waarschuwt (zie ook zijn Knoop 25).

Hij ziet in het rapport van deputaten M/V en ambt het dualisme van de gnostiek weer de kop opsteken. Dit dualisme van de gnostiek (zgn. diepere kennis) gaat ervan uit dat er twee soorten gelovigen zijn en twee manieren om de Bijbel te lezen:

 

De gewone kerkleden houden zich aan wat ze in de tekst lezen, maar er zijn ook christenen met hogere of diepere, innerlijke kennis. Die leren dat je niet bij de uiterlijke tekst moet blijven staan, maar naar de diepere laag, een dieper innerlijk/geestelijk niveau moet.

 

Onder schoonklinkende woorden als “pastorale ruimte” en een zoeken naar “diepere lagen” en “verschillende lagen” in het Woord die niet met elkaar te verzoenen zijn, wordt afgeweken van wat de Bijbelse grondlijn is. We zien dit bijv. in zaken van het huwelijk en het ambt in de kerk.

Zo wijst ds. De Jong naar 1 Petrus 3:1-7. Deputaten halen met vers 7 de eerste zes verzen onderuit, ze zouden niet meer gelden. Ds. De Jong:

 

“Vers 7 ondermijnt als met dynamiet het gebod van God als slechts een heidense culturele gewoonte. Hier komt de diepere gnostische laag tevoorschijn, waarmee Gods gebod verkracht wordt en zo van kracht beroofd.”

 

De volgende door Deputaten met dynamiet gevulde 'bouwsteen' is 1 Kor. 7:4, welk vers in contrast wordt gezet met 1 Tim. 2:9-11. Het wordt misbruikt om Paulus' op de schepping gebaseerde verbod voor vrouwen om met Geestelijk gezag mannen te onderrichten te ondermijnen.

En zo, constateert de predikant, is de weg geplaveid voor de volgende paragraaf en wat daar verder volgt: Vrouwen, tot een ambt geroepen. Als de GS 2017 hiermee akkoord gaat is de teerling geworpen:

 

Dan kan het woord Gereformeerde in de afkorting GKv vervangen worden door Gnostische.

 

Nederland is in heel veel opzichten een onbeschaafd landje

RD 28/11/16

 

In een column leven we mee met dr. Ewald Mackay op zijn treinreis naar Dordrecht. Samen met vier ouders en vier kinderen zit hij in een coupé. De vier kinderen maken zoveel lawaai dat de ramen er bijna uit vliegen. “De ouders, twee facebookende, trendy moeders en twee twitterende gatenspijkerbroekdragende vaders, keken af en toe op van hun apparaten om hun lieftallig kroost enkele pedagogische “alles-moet-kunnen-want-wij-doen-niet-moeilijk”-blikken toe te werpen.”

 

Mackay had die dag een oud-studente gesproken, een 'kei van een juf', 25 jaar. Haar 32 kinderen hadden een spanningsboog van hoogstens 5 minuten en na de leswisselingen duurde het lang voor het weer stil was. Ze zat tegen een burn-out aan.

 

“Word ik nu een mopperende ouwe schoolmeester in een midlifecrisis dat ik hiervan zo somber word, óf is hier echt iets aan de hand?”, zo vraag Mackay zich af. Hij denkt het laatste! Op buitenlandse stages, wereldwijd, kwamen zijn pabostudenten tot hun verbazing rust, concentratie en beleefdheid tegen. Waardoor is het in ons land zo uit de hand gelopen en waardoor is deze kwaal veroorzaakt? Mackay probeert het te verklaren.

 

In de moderne Europese wereld waait een sterk autonome tijdgeest. We zijn assertiever en een kind moet zich autonoom kunnen ontplooien, waarbij wij zelf, ook al vrij opgevoed, ons kind niet in de weg moeten lopen. Hij is de prins en wij zijn zijn butler. Ook de voorschoolse opvang leert hen al vroeg voor zichzelf op te komen. In Nederland is dit veel sterker dan in landen om ons heen. In Zuid-Nederland sturen ouders hun kinderen zo mogelijk naar Belgische scholen. In plaats van deze “permissieve pedagogiek” hebben ze daar nog algemene voorkomendheid en laten ze elkaar uitpraten. Zelfs onze politici doen dit laatste niet en spelen tijdens het kamerdebat met hun mobiel. Waarom zou je dat ding als leerling dan in je tas stoppen of waarom eerst naar een ander luisteren?

 

Al deze prinsjes komen de scholen binnen en de leraren mogen ze min of meer beschaving bijbrengen. En komen we de prinsjes te na, dan roepen de assertieve ouders ons wel tot de orde.

 

Mackay is ervan overtuigd dat

 

.. tussen de oude pedagogiek, waarbij het kind zweeg en de opvoeder sprak en de hedendaagse permissieve pedagogiek, waarin het kind spreekt en de opvoeder zwijgt, zich een smal midden bevindt: de pedagogiek van de liefdevolle gestrengheid.

 

Hij roept op om dat als ouders, leraren en overheid samen te gaan beoefenen, want zo waarschuwt hij:

 

“anders gaan onze kinderen naar de haaien!”