Ethiek

In de pers

Signalen

Zie voor nadere gegevens hierboven Nieuwe artikelen


Drie annonceringen

11 mei LOGOS

'Is de Bijbel betrouwbaar?'
Programma over schepping en evolutie.

10.00 - 16.15 uur
Apeldoorn, GKv kerkgebouw De Voorhof
Gijsbertgaarde 101


23 mei Informatieavond Mariënberg
Spreker: Ds. H.W. van Egmond
'Gereformeerd zijn is dynamisch'

20.00 uur Sionskerk, Oudeweg 22, Mariënberg

5 juni Informatieavond Zwolle
Spreker: Ds. E. Heres, DGK Dalfsen
'De kerk van Christus is katholiek'

20.00 uur De Hoeksteen, Scheldelaan 141, Zwolle

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Signalen 48

 

R. Sollie-Sleijster

29-04-17

 

Deputaten komen en gaan...

 

Waar dit jaar 8 van de 14 deputaten DKE aftredend zijn, kunnen we de uitgebreide rapporten van het huidige deputaatschap zien als verantwoording van hun adviezen aan de diverse GKv-synodes. Deputaten komen en gaan en hoeven niet langer verantwoording af te leggen. Daartegenover staan de synodes. De afgevaardigden van de kerken nemen daar de besluiten. Bij hen ligt de verantwoordelijkheid daarvoor. Niet op de gegeven adviezen, maar op de genomen besluiten zijn de kerken aanspreekbaar. Wanneer de kerken zich door deputaten op een zijspoor laten leiden, zijn de gevolgen ernstig. Waar de drie formulieren van eenheid op achterstand worden gezet en de belijdenis van Nicea op aanraden van de PKN naar voren wordt gehaald in een verlangen te komen tot het niveau van de wereldkerk, daar springen alle lichten op rood. Zijn we terug bij de open brief van 1966/67? Is het dan niet eenvoudiger dat maar te erkennen en aan te sluiten bij de NGK? Om zo vervolgens richting PKN etc. te kunnen gaan? Oecumene van het hart, we herkennen immers overal wel vormen van geloof? Deputaten laten zich in ieder geval wel in het hart kijken als het er om gaat aan te geven waar zij naar toe willen. Zie het volgende signaal.

 

De basis voor (kerkelijke) eenheid

Nader Bekeken – april 2017

 

'Als het tij verloopt verzet men de bakens – Gedachten over kerkelijke eenheid' zo luidt de titel van bijlage 5 van het rapport van deputaten Kerkelijke Eenheid (DKE) voor de GKv-synode Meppel. Deze bijlage geeft een toelichting op het inleidende visiehoofdstuk '... in eenheid van het ware geloof...'. Hoe zien deputaten hun opdracht en welk toekomstig beleid moet gevoerd worden?

Ds. Sipke Alserda toetst de overwegingen die naar voren worden gebracht.

 

Visie-hoofdstuk

 

Deputaten zien eenheid van geloof als de kern van hun werk, waarbij Christus zijn kerk bijeenbrengt in eenheid van het ware geloof. Deputaten beginnen met 'geloofsherkenning' en schakelen ongemerkt over op 'geloofseenheid'. Maar dat is niet hetzelfde, zo stelt ds. Alserda. Geloofseenheid zien deputaten over kerkmuren heen, dus ook bij (delen van) de PKN. Maar we zijn wel kerkelijk gescheiden. Vandaar dat deputaten een onderscheid maken tussen kerkelijke eenheid en kerkelijk contact. Daar vloeit dan een nieuw onderscheid uit voort, namelijk tussen eenheid in geloof bij verscheidenheid van belijden. Ook al is er geen eenheid van belijden, en dus ook niet van verkondiging, toch zeggen zij dat er nog steeds de roeping is om vorm te geven aan de eenheid in geloof door samenwerking en contact. Maar ds. Alserda wijst erop dat die eenheid er juist niet is, al zouden bepaalde vormen van samenwerking en contact misschien mogelijk zijn, maar dan juist met de roeping tot verkondiging en getuigenis.

 

Welke gemeenschappelijke belijdenis is nodig als basis voor kerkelijke eenheid of eventueel kerkelijk contact? Naast de drie formulieren van eenheid pleiten deputaten nu voor werken aan kerkelijk contact met de Geloofsbelijdenis van Nicea als uitgangspunt. Evenals het minderheidsrapport van deputaten al aangaf, wijst ook ds. Alserda op het gevaar dat Nicea minimaliserend gebruikt wordt en je zo uitkomt bij de grootste gemene deler en bij het onderscheid tussen de meer en minder fundamentele delen binnen onze confessies.

 

Waarom deze beleidswijziging?

 

De Bijbel zou hier op aandringen. Efeze 4 en 1 Korintiërs 3 worden genoemd, resp. de versterking van de band met Christus en de zorg om bij de zuivere leer te blijven. Deputaten concluderen dat wat in geloof één is, gebouwd op het fundament Christus, kerkelijk niet altijd één kan zijn, maar wel op een andere wijze vorm kan krijgen.

Vervolgens wordt gewezen op de veranderingen binnen de GKv. Uiteenlopende meningen over kerkelijke eenheid worden gehoord, maar dit kan volgens ds. Alserda geen reden zijn tot beleidswijziging. We hebben ons te houden aan wat we kerkelijk belijden en hebben afgesproken.

Als derde reden voor de wijziging geven deputaten aan dat mede door de Nationale Synode andere kerken en groepen in beeld zijn gekomen bij de GKv. Gesprekken met de PKN worden gevoerd en zij zien dat 'de Geest soms ongekende wegen gaat, waarvan we niet weten waar we uitkomen. Maar Christus is voor ons rijker geworden en heeft nog meer te bieden dan wat we in eigen kerk tot nu toe ontvingen'. Hier ziet ds. Alserda dat deputaten tegemoet komen aan het PKN-voorstel om niet met de drie formulieren, maar met Nicea verder te gaan. Dus toch minimaliserend en het heeft te maken met het onderscheid tussen meer of minder fundamenteel, zo constateert hij.

 

Als het tij verloopt...

 

Al is deze toelichting van één van de deputaten, toch hebben deputaten gezamenlijk geen afstand van dit stuk genomen. De notitie constateert dat eenheid in de lucht zit en dat jongeren zich al helemaal niet meer bezig houden met onze vragen. Maar de vraag of dit met secularisatie (binnen de kerk) te maken kan hebben, wordt niet gesteld. Allerlei tekstgedeelten uit het Oude en Nieuwe Testament worden aangehaald, maar ds. Alserda acht ze zeer eenzijdig en soms ook duidelijk onjuist. Deputaten: verschillen moeten overbrugd worden, zowel accent- als inhoudelijke verschillen, maar wat betekent 'overbruggen'? Dat verschillen naast elkaar mogen blijven bestaan, we moeten eenheid op een hoger niveau zoeken. En zo concludeert de notitie: 'kleinere of grotere verschillen mogen wij benoemen en kritisch vergelijken om ze vervolgens te overbruggen of weg te nemen, en altijd elkaar te aanvaarden' (p. 69). Gemist worden woorden die waarschuwen: Matt. 7:21-23:(niet ieder die Heer, Heer zegt...), of een broeder/zuster aanspreken en bij weigering om te luisteren en volharding in het kwaad, hem/haar als heiden of tollenaar behandelen (Matt. 18:15-18). Of wie kwaad doet, uit uw midden verwijderen (1 Kor. 5:13).

 

Basis voor eenheid

 

Notitie en rapport verwijzen naar Christus als het fundament. Dat is doorslaggevend. Door dat geloof zijn we één met God en met elkaar. Gewezen wordt op grote verschillen die bestonden, naar  de Sadduceeën bijvoorbeeld, met hun afwijkende ideeën over opstanding en engelen, zij zaten toch in het Sanhedrin. De notitie zegt dat de Joden dit verschil blijkbaar niet op de spits dreven. Maar Paulus wel, zo reageert ds. Alserda. En ook Jezus zelf, die hen aansprak op die dwaling (Matt.22).

Via een verwijzing naar de brieven van Johannes komt de notitie tot de conclusie dat wanneer de zuivere leer over Christus wordt aangetast, dwaalleer gevaarlijk en dreigend wordt. Andere dwaling niet, niet fundamenteel?, zo vraagt ds. Alserda.

Een tweede ijkpunt is te vinden in de kerkgeschiedenis. Alleen als het gaat om de drie-eenheid en de twee naturen van Christus, dan is dwaalleer niet te overbruggen.

En Luther wilde de kerk niet verlaten, hij werd gedwongen. Dus dwalingen zijn te dragen tot je eruit wordt gezét. Over de vrijmaking blijft de notitie hier vaag.

 

Als basis voor eenheid moeten we Nicea nemen, anders 'doen we geen recht aan de veelkleurigheid van God. Lutheranen, Anglicanen, Rooms-katholieken en baptisten – om niet meer te noemen – hebben op hun wijze iets van Gods veelkleurige licht opgevangen, verwoord en verwerkt. (–) De gereformeerde traditie is veelzijdig, kleurig en krachtig, maar tegen de achtergrond van Efeze 3 is zij ook beperkt en in zekere zin eenzijdig te noemen (p. 74).' De notitie vraagt hoe het kader van de drie formulieren van eenheid zich verhoudt tot Gods wereldwijde kerk (p. 75). Om daarna op te merken: 'Vijftig jaar geleden konden en durfden wij dit zo niet tegen elkaar zeggen. Onze blikrichting was beperkt en wij lazen de gereformeerde belijdenis te smal, te vrijgemaakt'. Gelukkig is het klimaat veranderd...(p. 76).

Ds. Alserda rondt af: 'Als we als kerken werkelijk deze nieuwe koers gaan varen, zal het verlies groter blijken dan de winst!

 

M/V en ambt 1

Nader Bekeken – april 2017

 

Drie scribenten uiten in dit nummer van Nader Bekeken hun zorgen over het rapport M/V en ambt.

De eerste twee, de predikanten Pieter Boonstra en Henk Room, plaatsen kritische noten bij het deputatenrapport 'Samen Dienen'. Hoe verhoudt dit rapport zich tot het gezag van de Schrift?

De derde scribent, emeritus-predikant dr. A.N. Hendriks, komt met een oproep aan de synode Meppel om nog geen uitspraak te doen in de M/V kwestie.

We willen hier nog kort enige aandacht aan geven.

 

Ook nu: sola Scriptura

Ds. Pieter Boonstra kreeg reacties en vragen op zijn artikel over M/V en ambt, waarin hij stelde dat het 'sola Scriptura' in het geding was. Hij geeft een toelichting.

 

Tijdloos of tijdgebonden?

 

Bij 'M/V en ambt', maar ook bij '' huwelijk en samenwonen' of 'homoseksualiteit' vormen sommige teksten een obstakel voor wat wij graag zouden willen. De 'oplossing' is dan om zulke teksten tijdgebonden te verklaren. Hoe weet je wanneer een voorschrift tijdgebonden is?

Meestal door nuchter de Bijbel te lezen, de tekst zelf, de context van het Bijbelboek of van heel de Bijbel. Dit werkt de predikant verder uit met concrete tekstgegevens.

 

Pogingen tot ontkrachten

 

In de loop van de tijd zijn er 'onnoemelijk veel pogingen' gedaan om de voorschriften van Paulus te ontkrachten. De predikant noemt er vijf:

  • de tijd van de tekst
  • de bedoeling van de auteur
  • redeneren vanuit het nu
  • redeneren vanuit een andere tekst
  • retorisch argument.

Bij dit laatste wordt bedoeld dat een andere exegese kan worden gebruikt. Maar er kan altijd worden onderscheiden tussen een goede en een slechte exegese. Vrijheid van exegese betekent niet dat elke exegese de toets van kritiek kan doorstaan. We zullen niet alleen in de politiek, maar ook in de kerk aan 'fact checking' moeten doen. Klopt de uitleg met de tekst en is het daarmee te rijmen? Worden valide argumenten gegeven om de algemene geldigheid te ontkrachten?

 

Wat staat er op het spel?

 

Waarom is de manier van Bijbellezen zo belangrijk? Ds. Boonstra wijst op het modernisme dat in de vorige eeuw z'n duizenden versloeg. Omdat we die geest in andere kerken zagen binnensluipen, is er strijd gevoerd. Het bleek een geleidelijk en niet te stoppen proces (de beide dominees Ter Linden zijn een duidelijk voorbeeld, of Harry Kuitert). Nu hebben we te strijden tegen de geest van het postmodernisme. Die geest begint daar waar we de Bijbel ánders gaan lezen. Met de argumenten die tot nu toe door deputaten gegeven worden 'wordt de deur wagenwijd opengezet' voor vrijzinnigheid. Een kerk die haar uitgangspunt neemt in de Schrift en het 'sola Scriptura' belijdt, kan een voorschrift van Paulus, die door Christus zelf is aangesteld, niet negeren, zonder haar eigen uitgangspunt te ondergraven. Daarom ook nu: sola Scriptura! Juist nu!, zo benadrukt de predikant.

 

M/V en ambt 2

Nader Bekeken – april 2017

 

Rapport Samen dienen en eenheid en gezag van de Schrift

 

Ds. Henk Room zoomt in op de manier van omgang met de Bijbel in het rapport 'Samen dienen'. Drie vragen dienen volgens hem beantwoord te worden:

  • Klopt het beeld dat deputaten schetsen van vrouwen wel met de Bijbelgegevens?
  • Is dit beeld bruikbaar om recht te doen aan alle relevante Schriftgegevens?
  • Welke gevolgen heeft dit ontworpen beeld voor de eenheid en het gezag van de Schrift en slagen deputaten in hun verlangen recht te doen aan heel de Schrift?

Alle drie vragen beantwoordt de predikant met 'nee!'. Hij beperkt zich tot hoofdstuk 2 'Bijbelse bouwstenen' van het rapport (p. 7-26), met name Bouwsteen 1 (p. 8-15). Hoe vat ds. Room zijn beoordeling samen en wat is zijn evaluatie ervan?

 

Een Bijbels beeld van vrouwen?

 

Het rapport tekent niet een beeld dat uit de Schrift zelf naar voren komt. Deputaten geven een eigen reconstructie op basis van zelfgekozen Bijbelgegevens. Zij gaan uit van vier tekstlagen in de Bijbel:

 

Laag 1: Schepping;

Laag 2: Gebroken realiteit;

Laag 3: Bevrijdend herstel en tenslotte

Laag 4: Fundamentele vernieuwing.

 

Het rapport brengt naar voren dat er sprake is van doorwerking van de zonde in de verhouding tussen mannen en vrouwen, maar dat er ook door Gods genade een genezende werking is. Maar het is onjuist deze elementen in het frame van een historische ontwikkeling te persen. Doe je dat wel, dan krijg je dat mensen eerst door de fase van hun zonden heen moeten om vervolgens te komen tot de fase van genade. Tenslotte komen ze in de fase van vernieuwing door de Geest. Alsof je geen zonde meer doet als je in een andere fase bent gekomen. Hier krijg je 'kortsluiting' door het na elkaar plaatsen van de verschillende elementen in je leven, in plaats van oog te hebben voor het samen opgaan daarvan.

 

Is het ontworpen beeld van vrouwen bruikbaar?

 

Het beeld is niet geschikt om recht te doen aan alle relevante Bijbelgegevens met betrekking tot de verhouding man-vrouw. Het rapport tekent een geconstrueerde gelaagdheid in de Bijbeltekst als een ontwikkeling in de openbaring. Daarbij staan de uitspraken die horen bij de vierde laag het dichtst bij de door God gewenste situatie. De lijn van de ongelijkheid in positie hoort bij de lagen 2 en 3. De uitspraken over deze lijn zijn cultureel bepaald en zijn door laag 4 ingehaald. En moeten ook worden ingehaald. Hierdoor verdwijnt de tweede lijn, ongelijkheid, achter de eerste lijn en krijgt geen plek in de uiteindelijke schets van het Bijbels kader (p. 26).

 

Gevolgen voor eenheid en gezag van de Schriftgedeelten

 

Doordat Bijbelgedeelten over de tekstlagen worden verdeeld, botsen ze op elkaar. Dit tast de eenheid van de Schrift aan. Aan sommige gedeelten wordt gezag voor vandaag ontzegd, wanneer ze in botsing komen met andere. De keuze voor dergelijke Bijbelgedeelten komt niet op uit de Schrift, maar uit de eigen reconstructie.

Ds. Room weigert te geloven dat de makers van dit rapport impliciete legalisering van Schriftkritiek willen. Maar als deze onderbouwing door de GS wordt gevolgd, gebeurt dat wel. Het rapport geeft geen Bijbelse onderbouwing die Schriftuurlijk kan worden genoemd.

 

M/V en ambt 3

Nader Bekeken – april 2017

 

Synode doe geen uitspraak

Dr. A.N. Hendriks doet een dringende oproep aan de synode Meppel om geen uitspraak in de kwestie man-vrouw te doen. De predikant is bang voor grote commotie in de kerken vanwege de ontbrekende consensus over de toelating van de vrouw tot het ambt van predikant en ouderling. Dit te meer omdat de tegenstanders zich op Gods Woord beroepen. Dr. Hendriks ziet de eenheid op het spel staan, wanneer de synode nu een uitspraak doet.

 

Kort commentaar:

Inderdaad heeft consensus altijd hoog in het vaandel van de Gereformeerde Kerken gestaan, dit om zo de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede (Ef. 4:3).

Maar we vragen ons af of hier nog eenheid van de Geest heerst en of de wegen al niet uiteengegaan zijn. Velen hebben de vrijgemaakte kerken al verlaten. Zij zagen de binding aan het gezag van de Schrift losser worden. Ook in de rapporten van DKE en in deze kwestie van de vrouw in het ambt zien we dit. Zie bovenstaande signalen!

Geen uitspraak is ook een uitspraak, namelijk dat de Schrift onduidelijk is en daardoor ruimte geeft om beide meningen naast elkaar te laten bestaan. Zo komt het sola Scriptura opnieuw in het nauw. Wel beleden, maar niet geleefd? Leer en leven zijn toch één?

Juist van dr. Hendriks hadden we een andere waarschuwing verwacht.