Ethiek

In de pers

Nieuwe artikelen
Signalen

 



 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Signalen 119

 

R. Sollie-Sleijster

20-02-21

 

Wat wij in de toeslagenaffaire kunnen leren van Tocqueville

RD 12-2-2021

 

De grote denker over de moderne democratie Alexis de Tocqueville (1805-1859), de aristocraat die de democratie in Amerika bestudeerde en uitgebreid verslag van zijn reis daarheen deed, zag twee structurele kenmerken van de democratie. Hij zag in zijn tijd al de kenmerken die kunnen leiden tot debacles als de toeslagenaffaire. Meer openheid en de menselijke maat komen onder druk te staan. Het is haast onvermijdelijk in een democratie. Ook de Tweede Kamer droeg bij aan het proces dat tot het debacle leidde. Democratie is gebaseerd op het principe dat de meerderheid beslist. Hoe de wet tot uitvoering komt, is minder interessant. Het beleid wordt vooraf in regeerakkoorden vastgelegd en imperfecties bij de uitvoering ervan worden liever opgelost met meer beleid. Ook de kortetermijnhorizon van verkiezingen werken hierin mee.

 

Naast vrijheid is het tweede kenmerk van democratie gelijkheid. In het spanningsveld tussen die twee wint de gelijkheid al snel, zo zag Tocqueville. Naast de hoge materiële verwachtingen die burgers van de overheid hebben, mee op basis van in verkiezingstijd gedane beloften, ontstaat een sterke drang tot nivellering.  Een complexe wetgeving is het onvermijdelijke gevolg.

Verbetering en meer openheid is bereikbaar door een sterkere scheiding van machten. Daarbij is een onafhankelijker positie van de Tweede Kamer ten opzichte van de regering van veel belang, zodat er meer oog komt voor uitvoeringsproblemen, overgangsrecht in invoeringstermijnen. Een minderheidskabinet is zeker niet verkeerd in dit opzicht.

 

Controleren en balanceren, hoe behouden we het evenwicht tussen de verschillende machten, de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht?

Waar Tocqueville in zijn tijd nog vanuit kon gaan was het persoonlijke ethos van het grootste deel van de bevolking. Het christelijk geloof met bijbehorende ethische waarden was algemeen aanvaard. Dit legde een stevige basis onder de democratie. Tegenwoordig hebben we het over integriteit, maar dat is heel vaak niet meer op christelijke geloofswaarden gebaseerd. Het moet dus gecultiveerd worden.

 

Kort commentaar:

De vaste en duidelijke basis van Gods Woord is helaas voor velen zoek en wat wel of niet integer handelen is wordt een discutabel iets. De helft plus één heeft het niet altijd bij het rechte eind en waar het christelijk geloof wegvalt of aan invloed inboet zijn brokken te verwachten, juist in een democratie. Vrijheid, gelijkheid en broederschap, Liberté, Egalité et Fraternité, de basis van de Franse Revolutie, werken door, waarbij de Fraternité vaak het onderspit delft (en wie het er niet meer eens is: kop eraf - de guillotine – Charles Dickens in één van zijn werken). En juist dat is het hoofdprincipe van het christelijk geloof: God liefhebben boven alles en uw naaste, uw broeder en zuster, als uzelf. Democratie schreeuwt als het ware om die onmisbare waarden, pas dan kan ze zich min of meer goed ontplooien. Ook dat zag Tocqueville in zijn tijd al.

 

Bonders verbonden in verscheidenheid

RD 28-1-2021

 

De Elburger predikant ds. A.J. Mensink gaf de voorzittershamer van de Gereformeerde Bond binnen de PKN door aan zijn opvolger ds. J.A.W. Verhoeven. Na acht jaar overheerst bij ds. Mensink een gevoel van dankbaarheid. Ook al is de praktijk weerbarstig, toch zien beiden hoopvol omhoog. Als ‘protestbeweging’ wil de Gereformeerde Bond binnen de PKN staan. Vanuit Schrift en Belijdenis willen zij hun klassieke getuigenis geven.

 

Wat staat de komende tijd op de agenda?

Ds. Mensink wijst op de vraag hoe we aankijken tegen de ambten, waarin het steeds moeilijker wordt te voorzien. En ds. Verhoeven wijst op de enorme kerkverlating. Het model van volkskerk is losgelaten en de nadruk ligt steeds meer op kerkplekken. Maar wat is gemeente-zijn? Hoe houden wij de verkondiging van het Evangelie in stand? Corona legt open wat in een onderstroom al langer speelt.

Ds. Verhoeven ziet in de 3 procent jaarlijkse daling van kerkleden een botsing tussen de geest van het Evangelie en de geest van de Verlichting. De laatste dringt onze kerken en gemeenten binnen. De confrontatie moet daarmee worden aangegaan. De cultuur bepaalt niet onze agenda, maar de Bijbel. Ds. Mensink voegt toe dat er ook binnen de gereformeerde gezindte een vorm van onzichtbare secularisatie is. Het valt op voor hoeveel mensen het geloven beperkt is tot het hier en nu. Hoe komen we uit de coronacrisis en wat kunnen we straks weer doen? De vragen van de eeuwigheid verdwijnen naar de achtergrond.

 

Het moeizame contact met de reformatorische kerken

Voor ds. Mensink is dit een verdriet, maar zo zegt hij: “Ik ben tot in mijn haarwortels hervormd en heb geen afgescheiden bloed. Als ik me verdiep in de Afscheiding, krijg ik daar steeds meer moeite mee. Ik vind het een teleurstelling dat een kerkelijke scheiding uit de 19de eeuw zo onverbiddelijk is, dat die ons nog steeds blokkeert in ons werken.”  

Ds. Verhoeven vult aan: “Ik sta hier blanco in. Die teleurstellingen herken ik nog niet zo. (…) De Protestantse Kerk is niet beter dan andere kerken. Maar ze is geen belijdeniskerk, waarmee je van de ene scheiding in de andere valt. De verdeeldheid komt bij ons vandaan, de eenheid bij Christus. De kerk bestaat niet uit gelijkgezinden, maar uit gelijkbeminden.”

 

Plaatselijke of landelijke uitbreiding van de gereformeerde oecumene, waar begint die?

Ds. Mensink ziet ze als aanvulling van elkaar. Plaatselijk werden gezamenlijke diensten gehouden tijdens corona en ze vonden elkaar. Over het contact met een oud-gereformeerde collega: “Als ik hem over Christus hoorde spreken, gebeurde er iets. Dan was er verbondenheid.”

De Bond heeft zijn wortels in het Réveil. Die stroming wilde niet politiek zijn, maar verlangde vanuit een geestelijk hart naar een opwekking in de kerk. Zo vindt ook ds. Mensink het prima dat er gereformeerde bonders op de synode vertegenwoordigd zijn, maar het gaat om de Heilige Schrift als norm en bron van de verkondiging en de belijdenis van de Reformatie. Ook niet-bonders hebben in die geest gestaan.

En ds. Verhoeven voegt toe: “Ook degenen die nieuwe predikanten opleiden aan de Protestantse Theologische Universiteit hoeven niet allemaal lid te zijn van de Bond. Als het klassieke, geleefde geloof maar aan de orde komt. Wij verzetten ons tegen de gedachte dat we een kleurtje zijn in een grote ‘regenboogkerk’. De hele kerk is gebonden aan het eigen belijden. Dan is er veelkleurigheid. Maar we zijn geen parlement.”

 

Ook onder leden van de GB is de verscheidenheid de afgelopen jaren toegenomen.

Ds. Verhoeven vindt dat wel moeilijk. Hij wil zoeken naar verbondenheid en die ontstaat bij wat in de Reformatie is doorgegeven. Volgens hem zal er wel scheiding van geesten ontstaan, maar in de beproeving zal blijken wat overeind blijft, zo stelt hij.

En ds. Mensink filosofeert over wat onopgeefbaar is. Het trinitarische en dat we de Schrift van a tot z zien als een openbaring van de levende God. Hij heeft geleerd zich minder druk te maken om verscheidenheid op ander gebied.

 

Bijna tachtig predikanten tekenen brief CGK

RD 18-2-2021

 

79 van de in totaal 203 predikanten (incl. emeriti, excl.  hoogleraren en emeriti van de TUA) hebben gevolg gegeven aan de oproep door de zes opstellers gedaan tot ondertekening van een brief over hun zorgen dat de eenheid binnen de CGK onder druk staat. De belangrijkste splijtzwam, de vrouw in het ambt, wordt in de brief niet genoemd. De brief doet “een dringend beroep op ons allen om alles in het werk te stellen een weg te vinden om de geschonken eenheid in Christus te bewaren en waar nodig te herstellen. Wij willen ons in afhankelijkheid van de Koning van de Kerk blijven inzetten voor alles wat het heil van de kerken dient waaraan wij ons samen verbonden weten.”

De schrijvers geven aan te merken “dat de eenheid van de CGK onder druk staat.” Ze zijn “ernstig bezorgd dat de huidige spanningen tot een scheuring leiden.” Ze vinden dat de kerken elkaar ruimte voor verscheidenheid moeten gunnen. Dat is “van vitaal belang”, zo stellen zij.

De “vrijheid van exegese” achten zij “onopgeefbaar”.

 

De reeds gepubliceerde brief wordt aan alle kerkenraden en de synode gestuurd. Het moderamen heeft al aangegeven niet te zullen reageren, omdat de brief niet aan het moderamen is gericht.

 

De behoudende christelijke gereformeerde stichting Bewaar het Pand riep onlangs dringend op de brief in te trekken, die zou “de eenheid in de waarheid” niet bevorderen, maar juist “ernstig kunnen schaden”. Aan deze oproep wordt kennelijk geen gehoor gegeven.

 

Bewaar het Pand vraagt zich af wat de schrijvers bedoelen met de “vrijheid van exegese” en het “doorgaande werk van de Heilige Geest.“ “Dat bijvoorbeeld vrouwen wel in het ambt kunnen dienen, terwijl ons voorgeslacht dat anders zag?” Met de missionaire roeping om te getuigen naar de wereld om ons heen stemt Bewaar het Pand in, maar: “De missionaire roeping van de kerk mag er nimmer toe leiden dat verkeerde praktijken binnen de kerken daarmee worden gerelativeerd.” De stichting pleit voor “eenheid in waarheid” op basis van de Schrift, de daarop gegronde belijdenisgeschriften en de kerkorde.

 

Later dit jaar zal de GGK synode zich uitspreken over de kwestie vrouw en ambt.