Ethiek

In de pers

Signalen

Drie berichten
 

DOOR EEN TECHNISCHE STORING
KON ER DE AFGELOPEN WEEK GEEN NIEUWSBRIEF VERZONDEN. DAT VINDEN WE HEEL VERVELEND.
WEL KONDEN ALLE ARTIKELEN WORDEN GEPUBLICEERD.
WE WERKEN ER HARD AAN HET PROBLEEM TE VERHELPEN.


25-01-19 Informatieavond Zuidhorn
Spreker: dr. P. Boonstra, GKv Bussum-Huizen
Kerkgebouw: De Rank, Westergast 8, Zuidhorn
20.00 uur
Organisatie GKN Studiegroep Midden-Nederland

29-03-19 Informatieavond Zuidhorn
Spreker: J.J. van der Tol, GKv Blije-Holwerd
Kerkgebouw: De Rank, Westergast 8, Zuidhorn
20.00 uur
Organisatie GKN Studiegroep Midden-Nederland


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Vrouwen op vrijgemaakte kansels 8

D.J. Bolt
11-01-14

 

We vervolgen deze serie met informatie over het vrijgemaakte deputatenrapport Mannen en vrouwen in dienst van het evangelie en reacties daarop.

 



GKv Urk 03/12/13

 

http://www.rehobothurk.nl/index.php?page=brief-gs-ede-2014

 

Aan de Generale Synode GKv Ede 2014

 

 Urk, 3 december 2013.

 

Geachte broeders,

 

Dankbaar voor alles wat de HERE ons schenkt in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt richten wij ons tot uw vergadering met de zorgen die ons vervullen met betrekking tot onze gezamenlijke toekomst. Deze zorg wordt bij ons vooral veroorzaakt na kennisname van het deputatenrapport ‘Mannen en vrouwen in dienst van het evangelie.’

 

De Raad van de Gereformeerde Kerk op Urk is na kennisname van de inhoud van dit rapport niet overtuigd dat de conclusie gerechtvaardigd is “dat naast mannen ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen, zoals deze in dit rapport verwoord is, past binnen de bandbreedte van wat als Schriftuurlijk en gereformeerd kan worden bestempeld; en evenmin kunnen wij het rapport volgen in de conclusie dat het al dan niet functioneren van vrouwen als ambtsdragers voor de GKv geen belemmering mag vormen in de kerkelijke contacten met de CGK en NGK en evenmin bij gemeentestichtingsprojecten.”

 

Een belangrijke pijler onder dit rapport is de hypothese, dat Paulus de voorschriften m.b.t. de relatie tussen de vrouw en het ambt heeft gebaseerd op de wil dat deze geen aanstoot zouden mogen geven bij de buitenwacht en zodoende meer ingang te vinden voor het Evangelie. Wij achten de bewijsvoering voor deze aanname flinterdun en ook in strijd met het geheel van de Schrift. De doorgaande lijn in de Schrift is juist dat de HERE in Zijn vrijmachtig welbehagen met het evangelie dwars tegen de bestaande cultuur en de gangbare meningen ingaat. Zoekt het evangelie aansluiting bij de cultuur wanneer herders in de kerstnacht worden gemaakt tot getuigen van de geboorte van de Zaligmaker? En wat te denken van de vrouwen als getuigen van de opstanding? In de gangbare cultuur werkte hun getuigenis tegendraads, want zij mochten niet eens getuigen voor de rechtbank. In Zijn gesprek met de Samaritaanse vrouw laat de Here Jezus juist zien dat Hij zich Zelf soms juist tegendraads opstelt tegenover de cultuur, om ingang te vinden voor het Evangelie.

Ook menen wij dat het rapport zich te gemakkelijk afmaakt van de verhouding tussen man en vrouw, zoals deze in de zogenoemde scheppingsorde gefundeerd is. De Here Jezus Zelf heeft in zijn onderwijs over de verhouding tussen man en vrouw steeds terug verwezen naar de schepping, zie Mattheus 19.Wij willen in dit verband onze hartelijke instemming betuigen met het minderheidsrapport, dat door br. D.A.C. Slump op uw synodetafel is gelegd.

 

De eeuwen door heeft de kerk in de meest brede zin van het woord zich gebaseerd op wat de HERE door Zijn Geest bij monde van Paulus heeft laten weten, dat aan de vrouw geen plaats toekomt in het leer- of regeerambt. Wij dringen er bij u op aan te blijven staan in die Apostolische en Schriftuurlijke overtuiging, die zijn sporen heeft nagelaten in de traditie van de Heilige Algemene Christelijke Kerk tot op de dag van vandaag.

 

Daar komt nog iets bij. Gezien onze oecumenische contacten in het binnenland en wereldwijd zijn wij van mening dat u niet tot een dergelijke ingrijpende koerswijziging kunt besluiten zonder overleg met deze kerkelijke contacten. Allereerst denken wij daarbij aan onze geliefde zusterkerken in Nederland, de Christelijke Gereformeerde Kerken. Toen de Nederlands Gereformeerde Kerken destijds het VOP rapport publiceerden, hebben wij het die kerken bij monde van de G.S. van Amersfoort kwalijk genomen dat ze deze aangelegen kwestie niet eerst besproken hadden in de driehoek CGK / GKv / NGK. Nu dreigen wij in diezelfde fout te vervallen. Diezelfde G.S. van Amersfoort sprak nog uit, dat wij de hermeneutiek van het VOP-rapport niet konden volgen en dat dit een ernstige belemmering vormde voor wederzijdse erkenning als ware kerken van de HERE. Het komt ons als volstrekt ongeloofwaardig voor, dat wij in zes jaren tijd een ommezwaai van 180 graden hebben gemaakt en een denklijn omarmen die we recentelijk nog hebben afgewezen. Zou het juist daarom ook niet belangrijk zijn onze internationale contacten te consulteren en aan hen te vragen hoe zij aankijken tegen de nieuwe hermeneutische sleutel, die nu in het slot gestoken wordt? Wij kunnen ons voorstellen dat binnen de kring van de ICRC grote vragen leven over de benadering, waarvoor gekozen wordt in het rapport dat dient op uw Synode. Ook baart het ons zorgen, welk effect deze nieuwe hermeneutische benadering voor gevolgen zal hebben voor andere uitspraken, die in de Heilige Schrift worden gedaan inzake ethische kwesties zoals (homo)huwelijk en seksualiteit, levensbeëindiging en de visie op de kinderdoop.

 

Tenslotte dit. Terugkijkend op de verdrietige breuk in de zestiger jaren klinkt in onze tijd vaak de oproep dat we het als een gemeenschappelijke schuld en zonde voor de HERE moeten brengen dat wij toen niet in staat gebleken zijn elkaar vast te houden. Wat hebben wij daarvan geleerd, broeders? Is het niet van groot belang nu geen besluiten door te zetten, waarvan wij bij voorbaat weten, dat een belangrijk deel van het kerkverband dit niet dragen kan? Daarbij willen wij u vragen niet slechts te kijken naar het aantal brieven dat u uit het land van kerkenraden ontvangt, of het aantal handtekeningen onder welke petitie dan ook. Het is nog niet zo lang geleden, dat er een enquête is gehouden in ons midden, waaruit bleek dat ongeveer 85 % van de ondervraagden geen voorstander was van de vrouw in het leer- of regeerambt. Hoe serieus nemen we de resultaten van zo’n onderzoek? Maar, al zou 85% er vóór zijn, dan nog is de kerkenraad op Urk van mening, dat er tegen de achtergrond van de duidelijke uitspraken van de Schrift in 1 Korintiërs 14:33-39, 1 Timotheus 2:11-15 en Titus 1:5 geen plaats kan zijn voor vrouwen in het leer- of regeerambt, en dat dit daarom ook niet als denklijn binnen de kerken mag worden aanvaard omdat dit niet valt binnen de bandbreedte van wat Schriftuurlijk en Gereformeerd mag heten

 

Wij bidden u en uw vergadering van harte de wijsheid van boven toe bij uw beraadslagingen in deze uiterst gevoelige materie.

 

Met hartelijke broedergroet,

Verbonden in Christus.

 

Namens de Kerkenraad met diakenen,

 

Ds. A. van Houdt, preses,

Br. D.L. Eschbach, scriba.

 

Harry de Groot, GKv Zuidlaren

 

ND 04/01/14 Ingezonden

 

In een ingezonden reageert De Groot op B. Leijenhorst (ND 28 december) waarin deze stelt dat er binnen de kerk altijd vrijheid geweest om genuanceerd over verschillen te denken zoals de vrouw in het ambt en homoseksualiteit, en synode-uitspraken en kerkorderegels te relativeren. De Groot is blij met de imagoverbetering door meer openheid en de waardering voor andersgelovigen in de GKv. Maar, zegt hij, als we extreme leervrijheid krijgen binnen de kerk, dan is het wel zaak de Schrift het laatste woord te gunnen. Over exegese kun je twisten maar het verstaan van de Schrift (hermeneutiek) kan moeilijkheden opleveren.
"Het sein gaat bij mij op ‘rood’ als we de tekst (bijvoorbeeld 1 Korintiërs 14) het omgekeerde willen laten zeggen van wat er staat. Dit onder het mom van: we leven in andere tijden, de cultuur is nu anders dan vroeger. Allemaal waar. Maar als cultuur en tijdgeest over de Schrift gaan regeren, dan eindigen we in een moeras. Vandaar mijn advies: ruimte is prima, maar wel begrensd."

 

Ds. K. van Hoek, GKv Nieuwleusen

 

ND 24/12/13 Ingezonden

 

De predikant bekruipt het gevoel dat veel leerlingen van Jezus het bij navolging vooral om de liefde gaat, en minder om trouw aan zijn woord. Hij vraagt zich af  hoe kan het anders dat er steeds meer mensen ontbreken in middag- of avond(leer!)diensten. En het houden van Gods geboden op b.v. het vlak van relaties steeds meer een optie wordt, in plaats van gehoorzaamheid en je kruis dragen om Christus’ wil. Hoe kan het dat een rapport over vrouwen in het ambt in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), met theologische steun van de universiteit in Kampen, wil breken met de eeuwenlange overeenstemming van het overgrote deel van de wereldkerk dat de Heer ons leert dat vrouwen niet tot alle ambten mogen worden toegelaten, maar dat zij hun gaven wel op andere wijze mogen inzetten ten bate van de gemeente?
Van Hoek is niet tegen vernieuwingen maar vindt dit niet Bijbels verantwoord. En bij twijfel moet je het niet doen. Uit liefde voor het onderwijs van onze Heer en Leraar heeft ds. Van Hoek daarom ook het Appel mede ondertekend om zo duidelijkheid te vragen over de binding aan de gereformeerde belijdenisgeschriften, over het Schriftgezag in relatie tot historiciteit, vrouw en ambt, oecumenische contacten, erediensten en catechismusprediking, en handhaving van de tucht.

 

Prof.dr. A.L.Th. de Bruijne

 

14-12-13 Column

 

De vrijgemaakte hoogleraar gaat een lastig stukje schrijven, zegt hij, vooral voor hemzelf. Want eerst gaat hij uitleggen waarom hij geen problemen heeft met vrouwelijke ambtsdragers en dan adviseert hij die toch nog maar niet in te voeren. Teleurstellend voor beide kampen dus.

Sommigen vinden dat er geen gezagsrelaties tussen man en vrouw is omdat die er ook niet in de drie-enige God is. En Paulus past zich aan de cultuur aan met zijn uitspraken. Drogredenen, tegen beter weten in, vindt de prof. In zekere zin staat de Zoon wél onder de Vader. En geen Israëliet las uit het scheppingsverhaal dat de gezagverhouding tussen hem en zijn vrouw eigenlijk niet goed was. Bij Paulus kon zijn hogere waardering voor vrouwen prima samengaan met een gezagsverhouding. Het is ons probleem dat we er moeite mee hebben.

Is De Bruijne dus tegen vrouwen in de ambten? Nee.

Want (1) onderwijs geven is vandaag geen kwestie meer van gezag uitoefenen à Paulus.

Dat geldt (2) ook voor ambtsdragers. Zijn taak is vooral ‘meeleven’, ‘geestelijk zorgen’, ‘aansporen’ en ‘instrueren’ geworden. Gezag bestaat alleen op het niveau van de kerkenraad. Daarin kunnen vrouwen prima meedoen.  

Bovendien (3) hebben wij volstrekt vrijwillig allang geaccepteerd dat vrouwen gezag over mannen uitoefenen: in het bedrijfsleven en de politiek, in christelijke scholen en organisaties. En zo afscheid genomen van het Bijbelse verhoudingsmodel tussen man en vrouw. De suggestie dat het roer pas omgaat bij de vrouw in het ambt is verstoppertje spelen.

 

Waarom dan nu toch nog niet invoeren? We moeten daarvoor Paulus’ onderwijs over sterken en zwakken ter harte nemen, maant De Bruijne. Doorzetten zou de zwakken die er nog zonde in zien, frontaal tegen hun geweten er min of meer in meeslepen. Vrouwelijke ambtsdragers zullen gewetensproblemen bij kerkleden veroorzaken. Dus moeten we bereid zijn er voorlopig van af te zien.

En het is ook weer niet zó belangrijk dat die prijs onvermijdelijk is. Dus moeten vrouwen uit liefde en om de eenheid afzien van dit recht. "Waarschijnlijk zal de vrouw in het ambt er vroeg of laat wel komen".

 

Arend van Herwijnen, Zwolle

 

ND 20/12/13 Ingezonden

 

Ad de Bruijne geeft drie redenen om in principe toch in te stemmen met vrouwelijke ambtsdragers (ND 14 december): ‘onderwijs geven wordt niet meer ervaren als gezagsuitoefening’; ‘dat geldt ook voor het ambtsdrager-zijn als zodanig’ en ‘in de samenleving hebben wij allang geaccepteerd dat christelijke vrouwen gezag uitoefenen over mannen’. Maar Van Herwijnen vindt dat geen Bijbelse, maar ‘ervaringsargumenten’. In de Bijbel komen in allerlei verbanden ook vrouwen in leidinggevende functies voor, zoals koningen, rechters, profeten, diakenen en pastoraal medewerkers maar nooit geestelijke ambtsdragers als priesters, apostelen, oudsten of herders en leraars.
Van Herwijnen wil daarom geen vrouwelijke ouderlingen/predikanten maar wel vrouwelijke diakenen.

 

Ina Huisman

 

ND 23/12/13 Ingezonden

 

In een column gaf prof. A.L.Th. de Bruijne als reden om op dit moment geen vrouwelijke ambtsdragers te benoemen: "Als het doorzetten van jouw visie hen (de tegenstanders van de vrouw in het ambt) zou meeslepen in iets wat frontaal tegen hun geweten ingaat, moet je bereid zijn daarvan af te zien."
Huisman is er niet gelukkig mee. Ze reageert: "Oftewel: de mánnen (op de synode) gaan straks, onder meer om deze reden, beslissen dat vrouwen moeten afzien van het ambt. De Bruijne schrijft dat hij voor- en tegenstanders gaat teleurstellen; bij mij is dat in elk geval gelukt."

 

RD 19/12/13

 

19/12/13

 

Op de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle had een symposium plaats over het denken over de drie-enige God. Ook Almatine Leene, docent dogmatiek aan de Academie Theologie van de Gereformeerde Hogeschool mocht daar een bijdrage leveren. Volgens haar lijkt het denken over God ver weg te staan van het dagelijks leven, maar dat hoeft niet zo te zijn”. In haar promotiestudie schetst ze een beeld van de Drie-eenheid van God, van drie Personen die elkaar vasthouden. Die lijn trekt ze door naar mannen en vrouwen, als beelddragers van God. „We ontkomen er niet aan dat we raken aan het debat over de positie van de vrouw in de kerk”, concludeerde forumleider dr. Henk Geertsema, „maar daarvoor zijn we hier niet bijeen.”

Matthijs Haak, Delft

 

ND 18/12/13 Ingezonden

 

Haak reageert op een column van prof. De Bruijne. De hoogleraar draagt alleen cultuurargumenten aan vóór de vrouw als ambtsdrager (ND 14 december). Dit bevestigt het bange vermoeden van veel ‘zwakke’ christenen dat je dan (toch) gewoon doet wat de Schrift verbiedt.
Maar Haak vindt dat die ‘zwakken’ van Paulus niet te pas en onpas moeten worden opgevoerd. Want De Bruijne maakt glashelder dat vrijgemaakten allang niet meer geloven in het ‘mannelijke ambtsmodel’ maar nog niet de consequenties hebben getrokken. Echter de kerken bleven ‘vasthouden aan de Schrift’.
Steeds duidelijker wordt dat we niet om onszelf en onze tijd heen kunnen. Daarom is het ronduit kwalijk dat diegenen die de switch van De Bruijne niet meemaken, als zwak worden aangeduid. De echte pijn komt door de vreemde manier van omgaan met de Schrift. Als er onzekere christenen zijn dan moeten we elkaar (ver)dragen maar anders kunnen vrouwen volop ambtsdrager zijn, volgens Haak.

 

B.P. Hagens, Soest

 

ND 18/12/13 Ingezonden

 

Hagens reageert ook op prof. De Bruijne. Volgens de hoogleraar hebben we in het dagelijks leven al lang afscheid genomen van het Bijbelse verhoudingsmodel tussen man en vrouw, dus moeten we kerkelijk niet moeilijk doen over vrouwelijke ambtsdragers. Wie A zegt, moet ook B zeggen – zo begrijpt Hagens hem.

Maar het is De Bruijne geen schisma waard. Liefde voor medechristenen en de eenheid van de gemeente wegen zwaarder. Wanneer de tijd daarvoor rijp is, zal de vrouw in het ambt er (uiteindelijk) toch wel komen.
Kan Hagens nu opgelucht zijn nu de koers vastligt en er alleen maar nog gepraat moet worden over het tempo? Hagens vraagt zich af waarom we als gereformeerden toch zo bang voor een confrontatie met de tijdgeest zijn.

J. Sneep-Oorbeek, Woerden

ND 19/12/13 Ingezonden

 

Ad de Bruijne pleit ervoor vrouwen nog niet toe te laten tot de ambten omdat de tijd is er nog niet rijp voor zou zijn en de plaats van vrouwen in de kerk ook op andere manieren meer is te honoreren. Maar vraagt Sneep zich af, als een vrouw theologie heeft gestudeerd en (goed) kan en graag wil preken? Zo'n gave van God mogen dan heel wat vrouwen in GKv en CGK niet in praktijk brengen. Daarom wijken ze, soms met pijn in hun hart, uit naar een ander kerkgenootschap waar het wel mag. Net als Sneep zelf in volle overtuiging heeft gedaan. Want God heeft toch geen vergissing gemaakt met die gave?, zo motiveert ze.

 

Gereformeerde Kerk Blijven

 

December 2013

 

Ds. J.R. Visser van Dronten overweegt de vraag wat te doen als de synode van Ede het Appel als zodanig en/of al de bezwaren er in, afwijst. De bezwaren komen so wie so wel in behandeling via andere agendapunten, denkt hij. Maar we moeten eerst afwachten wat de synode beslist voor we een antwoord op deze vraag geven. Tegelijk geeft gereformeerdekerkblijven geen garantie in de kerk te blijven, zo serieus zijn de bezwaren wel. En een 'gereformeerde bond' vormen is geen optie.

Op de synode ligt het voorstel om kerken vrijheid te geven de ambten voor de vrouw open te stellen. En ook een voorstel voor een minder sterke binding aan de belijdenisgeschriften voor ambtsdragers. Ds. Visser vindt dat vreemd. Juist die twee punten vormden onze bezwaren tegen de NGK. Als we deze voorstellen aannemen zullen we onze grote woorden moeten inslikken, schuldbelijdenis doen en ons aansluiten bij de NGK, oordeelt Visser. Niet dat hij dat wil, integendeel hij "zal dat zelf niet meemaken".

 

Ds. H.J. Boiten

 

Nader Bekeken 12/13
 

Ds. H.J. Boiten geeft aandacht aan de bespreking van Myriam Klinker van de tekst 'Ik sta haar dus niet toe dat ze zelf on­derwijst of gezag over mannen heeft (... ) En niet Adam werd misleid, maar de vrouw; zij overtrad Gods gebod. Ze zal worden gered doordat ze kinderen baart, als ze tenminste volhardt in ge­loof, de liefde en een heilige, ingetogen levenswijze' (1 Tim. 2:12-15). De bespreking is te vinden in het boek Ongemakkelijke teksten van Paulus (Rob van Houwelingen en Reinier Sonneveld (red.)).
Mw. Klinker ziet een eigenaardigheid in de tekst namelijk een onver­wachte overgang van het enkelvoud naar het meervoud: ze zal worden gered, als ze tenminste volharden in geloof. Het is Eva die wordt gered door baren, terwijl haar dochters moeten volharden in geloof. Ds. Boiten vindt deze exegese boeiend, heilshistorisch.
Maar mw. Klinker schrijft ook dat heel Paulus' gedachte over de on­derschikking van de vrouw sterk inge­bed is in de visie op de man-vrouwver­houding in de oudheid. Paulus verlangt van christelijke vrouwen dat ze zich in het publiek en in de publieke ere­diensten 'sociaal wenselijk' opstellen. De vraag is dus: wat is 'sociaal wenselijk' vandaag en wat zou Paulus daarvan zeggen?
Maar Boiten vindt 'sociaal wen­selijk' als hermeneutische sleutel voor Paulus' opdrachten "lastig". Want die sleutel verandert met de tijd en misschien wel per volk. Mogen we dus nu zelf beslissen? En wie doet dat dan? Moeten we een tekst als Romeinen 1:26-27 ook maar 'sociaal wenselijk' gaan uitleggen?, vraagt Boiten zich af.

 

Ds. H.J. Siegers

 

GKv kerkbode midden 21/12/13

 

Onder de titel Gods koninkrijk komt besteedt de predikant ook enige aandacht ook de zaak van M/V in de kerk. Hij zegt onder meer:
"Onze kerken hebben een rustig (?) jaar achter de rug. We bereiden ons wel weer voor op een synode het ko­mend jaar. Hoe belangrijk zal die zijn? Er staan zaken op de agenda die de moeite waard zijn: het nieuwe Lied­boek, de kerkorde, hoe gaan we om met de vrouw in het ambt? Allemaal zaken die discussie oproepen. Over dit soort zaken zijn zusterkerken in het buitenland verontrust en ze schrijven waarschuwende brieven aan ons dat we wel gereformeerd moeten blijven. We worden trouwens intern ook opgeroepen door de men­sen achter 'gereformeerdblijven' [bedoeld zal zijn gereformeerdekerkblijven, red. EIW], om in te stemmen met een brief die een appel doet op de komende synode om een schriftuurlijke koers te gaan (bijv. rond de vrouw in het ambt). Het punt 'vrouwen ambt' zal een gewel­dig discussiepunt zijn het komende jaar, de stellingen zijn al betrokken. Er is haast geen goed gesprek meer over mogelijk, want het staat meteen onder de druk van 'ben je nog wel goed gereformeerd?'"