Ethiek

Uit het verleden

Signalen


Meditatie
Elke woensdagavond van 19.00 tot 19.20 uur.
Ds. M.A. Sneep en ds. H.G. Gunnink

https://kerkdienstgemist.nl/stations/788-Gereformeerde-Kerk-Groningen

Schriftoverdenking
Elke woensdagavond van 20.30 tot 20.50 uur.
Ds. C. Koster

https://dgk-lansingerland.nl/nieuws/live-kijken



 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Dominee in Dachau

 

D.J. Bolt

16-05-20

 

Om acht uur 28 augustus 1940 stonden twee SS-ers voor de deur van de pastorie van ds. J(annes) van Raalte (1894-1982). Van Raalte was sinds 1928 gereformeerd predikant in het Duitse plaatsje Laar, niet ver van Gramsbergen.

Ds. Van Raalte (foto 1932)

 

De heren hadden een bevel tot inhechtenisneming omdat de dominee een 'fanatieke tegenstander van het nationaalsocialisme' was en ook de 'deutsche Wehrmacht' had bespot. Dus 'mitkommen!'.

Ja, de predikant was een verklaard tegenstander van de nazi-ideologie en stak dat niet onder (kerk)banken en -stoelen, dus ook niet op de kansel. Publiceerde erover in zowel De Reformatie als in de regionale kerkbode van classis Emlichheim waartoe Laar behoorde. Dat bleef natuurlijk niet onopgemerkt en getolereerd in het totalitaire Hitler-Duitsland. Van Raalte wist zich al langere tijd gevolgd.

 

Nu was het dus zover! De predikant nam afscheid van vrouw en drie kinderen, en verdween in de boevenwagen. Hij zou zijn gezin pas over vijf lange jaren weer zien…  

 

Gezin Van Raalte vlnr: ds. Van Raalte, Geesje, Henk, mevr. Van Raalte en Jan. (foto 1950)

 

We willen zijn lijdensweg in grote lijnen verhalen, zonder volledig te kunnen zijn. Voor zover dat mogelijk is proberen we iets te laten voelen van het grote onrecht en diepe leed dat hij en anderen hebben ervaren.

 

Naar concentratiekampen

 

De predikant werd eerst in het Huis van Bewaring in Arnhem opgesloten, waar ook prof. K. Schilder heeft gezeten. Maar terwijl deze na een aantal maanden werd vrijgelaten ging Van Raalte op transport. Waar naartoe? Daar kreeg hij geen antwoord op.
De reis was geen pretje noch het verblijf in de gevangenissen onderweg, integendeel. Van Raalte beschrijft het verblijf in een ervan. In een cel van 2,5 bij 3,5 meter stond een 'bed' van planken dat tweederde van de cel in beslag nam. Er lagen acht mannen op! Op een bank lag een ander, er zaten ook nog twee naast hem. Een paar lagen op de vloer, een groepje zat tegen de muur gehurkt. Even was licht aan, daarna werd het weer pikdonker. De toiletemmer in de hoek moet op de tast worden gevonden, er gaat dus wel eens wat naast. En als er dan een droog plekje is gevonden om te slapen 'komt het vocht tergend langzaam maar zeker op je aangekropen'.

Gelukkig was het niet overal zo slecht.

 

Over Emmerich, Munster, Kassel, Erfurt, Weimar arriveren Van Raalte en medegevangenen na ongeveer een half jaar(!) tenslotte in concentratiekamp Buchenwald. Het is dan februari 1941 geworden.

Maar ook dat bleek geen definitieve verblijfplaats te zijn. Na een jaar en drie maanden gingen Van Raalte met 16 geestelijken weer op reis, nu eens níet in een goederenwagon. Twee dagen later arriveerden ze in concentratiekamp Dachau.

Wat zou hij moeten ondergaan in deze sinistere oorden?   

 

Welkom in de duisternis

 

De gevangenen werden ingeschreven, medisch gescreend, van al hun haar ontdaan en gefotografeerd. Ze kregen een nieuwe garderobe: een hemd zonder knopen, een veel te wijde onderbroek, een grijsblauwe te wijde zebrabroek en –jasje, een idiote muts en met ijzer beslagen schoenen. Op de kleren moesten driehoekjes worden genaaid, de kleur gaf het soort gevangene aan. Ds. Van Raalte werd met rood, als politiek gevangene gebrandmerkt. Witte strookjes vermeldden het gevangenennummer.
 

De gevangenen kregen onderricht hoe ze zich hadden te gedragen. De 'Belehrung' peperde absolute gehoorzaamheid en ontzag in. Elke afwijking werd zwaar gestraft.

Van Raalte maakte er in Buchenwald gelijk kennis mee. Hij moest zich melden bij de kampleider SS-Hauptsturmführer omdat hij een kaart aan zijn vrouw had geschreven. De kerel brulde hem toe: 'Mensch, stellen Sie sich hin!'. Van Raalte begreep dat niet, kreeg een vuistslag midden in z'n gezicht zodat hij omtuimelde. Toen hij weer stond, opnieuw: 'Mensch, stellen Sie sich hin!'. 'Wat moet ik doen?', vroeg de predikant. Opnieuw werd hij tegen de grond slagen, terwijl het onmens schreeuwde:'Gib ihm fünfundzwanzig', vijfentwintig slagen met een gummiknuppel van een meter lang, zo hard als kon op het blote zitvlak.

 

 

Na vijf slagen was het over – mogelijk omdat hij die kaart als Nederlander toch wél mocht schrijven…  Hij wankelde naar zijn barak, het 'blok', zakte in elkaar. Drie weken lang nog voelde hij de gevolgen omdat hij niet 'eerbiedig in de houding sprong' voor deze 'Ubermensch'.

 

Kampgenoten

 

Concentratiekampen werden oorspronkelijk bevolkt door Duitse ingezetenen die het naziregime kwijtwilde. Naast politieke opposanten waren dat vooral Joden, communisten en Jehova-getuigen. In de loop van de oorlog kwamen er steeds meer Polen, Tsjechen, Nederlanders, etc. bij. Een enorme toestroom van Russen ontstond na het uitbreken van de oorlog met Rusland.

Zo werd het kamp een smeltkroes van nationaliteiten, rangen en standen. Van professoren, predikanten, ingenieurs, zakenmensen, handwerkslieden en arbeiders. Hoogstaanden en misdadigers. Midden in deze wereld moest de gereformeerde predikant zijn weg vinden en proberen te overleven.

 

De Joden hadden het allerzwaarst. Van Raalte aarzelt niet hun beulen als schoften te betitelen. Ja, hij 'kan er geen zachter woord voor gebruiken: wel een harder, en dan zegt het woord nog veel te weinig'! Hun vernichtung, vernietiging, dat was het doel. Geen middel werd ervoor geschuwd.

 

Werken


Er moest gewerkt worden. En hoe! Nieuwelingen in Buchenwald kwamen vaak in steengroeven terecht waar ze zware stenen moesten dragen, in looppas! Opzichters, zgn. kapo's, met een stok er achteraan! Velen werkten zich letterlijk dood.

Joden waren het slechtst af. Zij kregen het zwaarste en vuilste werk. Van Raalte zag hen eens dikke 5 meter lange boomstammen van 50 cm diameter dragen. Met negen man, op de schouders. Voetje voor voetje voortstrompelend …

 

Werk werd uitgevoerd door commando's, groepen gevangenen die onder leiding van één of meer kapo's en SS-ers specifieke taken hadden: van grondwerken, bouwen, schoenmaken, tot kousenstoppen en transport van vuil en lijken met zelf te trekken wagens.

 

In Buchenwald werd Van Raalte ondergebracht in een blok van Poolse veldpredikers. Zij waren op de een of andere wijze 'eregevangenen' en vrijgesteld van werk! Daar deelde Van Raalte dus ook in. Afgezien van de morgen- en avondappels kon hij rustig lezen, studeren. En met Roomse 'collegae' exegetiseren, tot bleek dat hij niet te bekeren was tot het rooms-katholicisme …

 

Dat rustige leven nam een keer toen de predikant naar Dachau werd getransporteerd. Dáár moest hij een aandeel leveren in velerlei kampwerk, tot zelfs het samenstellen van Messerschmitt vliegtuigmotoren. Ook was er bij Dachau een uitgebreide tuinderij met vooral kruiden, specerijen, soepgroente e.d., de 'plantage'. Van Raaltes werk werd het gereedmaken van bestelde recepten. Medicinale thee werd duur verkocht! Treffend is wat de predikant daarbij vermeld: 'Omdat de arbeidskracht niets kostte, was het bedrijf dus zeer lucratief, en de heer Himmler is er wél bij gevaren. Het zij hem gegund. Ik zou niet met hem hebben willen ruilen, al had ik levenslang te Dachau moeten zitten'…

 

Sommige commando's waren berucht. Ze stonden onder leiding van kapo's die schreeuwend en scheldend mensen tot onmenselijke prestaties opjoegen. En als iemand neerviel omdat hij niet meer kón dan werd met schoppen voor de schenen, achterwerk of buik net zolang doorgegaan tot hij weer opkroop. Soms werd iemand 'gewoon' doodgeknuppeld. En 's avonds moesten de doodvermoeide mannen zingend(!) de doden meedragen naar het soms eindeloze appel. O wee, als de telling niet klopte, dan kon het appel uren duren, of het nu regende, sneeuwde of stormde ...

Ten hemel schreiend!

 

De gevangenen saboteerden het werk waar maar mogelijk. Als de kapo even uit zicht was, stond het werk stil. Op de plantage werd zelfs soms even geslapen tussen de planten. Iemand stond op wacht om te waarschuwen zodra een SS-er zich vertoonde!

Als je niet meer kon werken werd je als invalide aangemerkt. Vroeg of laat ging je dan op invalidentransport, of zoals heette, met Himmelfahrtscommando, hemelvaartcommando ...

 

Behandeling

 

In het algemeen was de behandeling van de gevangenen zeer slecht, er op gericht hen geestelijk en lichamelijk te vermoorden. Enkele voorbeelden uit 'de honderden' die Van Raalte 'zonder enige overdrijving' zou kunnen noemen.

Zomer 1942 was zeer koud en nat. En elke druppel regen ging door de kleren heen! Maar het was niet toegestaan iets anders aan te hebben dan uit de eigen 'garderobe'. Deed je het stiekem toch, dan regende het klappen en trappen. 

 

Als er maar iets mankeerde aan de netheid in de barak – een koffievlekje op de beker, een vingerafdruk op de kastdeur, een druppeltje water op de vloer -, dan kwam er de gummilat aan te pas!

Een predikant, in de ziekenbarak opgenomen, klaagde over de behandeling. Het kwam de leiding van zijn blok ter ore. Half hersteld teruggekeerd, werd hij dus even 'goed behandeld', en stierf enige dagen later…

 

Op een zondagmorgen moest Van Raalte met anderen mee naar een terrein op 7 á 8 km van het kamp. Na een mars van anderhalf uur kwamen ze in een bosgebied waar humus werd opgegraven. Dat moest in grote bakken naar een SS tuinencomplex gedragen. In looppas. Ook Van Raalte deed er aan mee hoewel hij als Nederlander zich had kunnen drukken.

Als het niet snel genoeg ging, sloegen de SS-ers er op los. Aan het eind van de dag waren er zeven mannen dood neergevallen. De rest moest totaal uitgeput op mars naar het kamp, op avondappel …

 

Basis van alle martelingen was: geen rust, jagen, jagen, jagen! Zelfs de zondagsrust moest worden opgeofferd aan klerenwassen, verstellen, sokkenstoppen. Aan poetsen, schrobben en geschuren tot alles glom: pannen, lepels, kasten, vloeren. 

Nadat in 1943 de Duitsers verslagen waren bij Stalingrad werd het geleidelijk wat beter in Dachau. Zag de SS een bui komen aandrijven?

 

Was in het begin de voedselvoorziening redelijk, die werd steeds slechter. De voedselpakketten van het 'thuisfront' markeerden vaak het verschil tussen leven en hongerdood. Daarbij ging het niet alleen om het eten. De zorgvuldige samenstelling van de pakketten toonde de gevangenen de liefdevolle zorg en meeleven van hun geliefden. Het gaf troost en steun: er was een andere wereld waarin liefde de boventoon voerde.
Vaak zaten zaken verpakt in kranten en tijdschriften soms zelfs brochures, zodat meeleven met de thuissituatie mogelijk was. Van Raalte bleef zélfs in Dachau goed op de hoogte van de kerkstrijd!

Wat was het uitermate pijnlijk te zien hoe vuile SS-vingers graaiden in je pakket, dingen verscheurden, vernielden! Grof-brutale indringers tussen jou en je geliefden!

 

In latere tijd werden steeds meer verbindingen gebombardeerd waardoor de voedselvoorziening in de knel kwam. De mensen werden wandelende geraamten. Zo groot werd de honger dat Van Raalte soms klaverbloemen, kool- en voederbietbladeren at. Zelfs dát moest ongemerkt want anders: straf. Een kapelaan die er op betrapt werd, kostte het drie dagen inhouding van een halve snee brood…
Onvoorstelbaar.  

 

Straffen

 

We zagen al iets van de meedogenloosheid van de kampleiding. Maar het kon nog erger.

Van Raalte onderscheidt groeps- en persoonlijke straffen. Het kamp onderging een groepsstraf bijvoorbeeld als iemand gevlucht was. De hele kampbevolking moest dan uren en uren op de appelplaats blijven staan tot de vluchteling gevonden was. Of niet, en dan was het niet zelden middernacht geworden, ongeacht het weer. Of het hele kamp had een dag 'nichts zu fressen'. Terwijl de voedselvoorziening al zó problematisch was.

Ook het hupfen was berucht. Gevangenen moest met vooruitgestrekte armen, op de hurken zittend als kikkers rondspringen, bijvoorbeeld omdat er niet goed gemarcheerd was of niet goed gezongen bij een mars of op het appel.

 

Maar nog zwaarder was de boete als een persoonlijke 'misdaad' werd begaan: enkele broodkruimels niet had weggeveegd bijvoorbeeld. De genoemde fünfundzwanzig auf den Bock werden soms verhoogd tot 50 of zelfs 75 slagen die de ongelukkige hardop tellend moest bijhouden. Tot hij geheel aan flarden was gebeukt. 

Baumhangen heette een andere onmenselijke straf. De handen van de man werden met een touw op de rug gebonden, het andere eind over een balk of boomtak geslagen. Het krukje waarop de man stond werd vervolgens omgetrapt. Afschuwelijk wreed! Niet zelden werden de slachtoffers, als ze het overleefden voor hun leven invalide.

Ook de Stehbunker was zó zwaar. Iemand werd opgesloten in een heel nauwe cel waar het onmogelijk was te gaan zitten, voor dagen. Soms werden zelfs twee, drie mannen erin gepropt, geslagen. Sommigen overleefden dat niet…

 

 

 

 

Van Raalte verhaalt er nog meer gruwelijkheden. Maar het bovenstaande is genoeg om het peilloze diepe lijden te beseffen in de kampen. Het vervult met afgrijzen.

 

Revier

 

In zo'n samenleven kan het niet anders dat er velen ziek werden en ziekten rondwaarden. Maar er was een Häftlingskrankenbau, een kamphospitaal, in Dachau zelfs met een röntgenkamer, door bewoners Revier genoemd. Verlichtte dat het lijden?

Het was uiterst moeilijk om opgenomen te worden. Na het avondappel kon je het vragen aan SS-ers en verplegers. Van Raalte vertelt dat hij, als een strompelende geraamte, met dikke benen en diarrhee, opname vroeg. Het lukte pas bij de vierde(!) poging. Zijn barakgenoten verwachtten: 'nog een paar dagen dan is hij dood'. Maar Van Raalte overleefde het, ternauwernood!

 

Weinig middelen waren er in het overvolle revier en dan ook nog van slechte kwaliteit. Vaak was het personeel onbekwaam en de behandeling ruw, mede om de SS tevreden te houden. Gelukkig waren er ook 'goeden' in de verpleging. Begin 1945 lagen ongeveer 4000 patiënten in het revier! En in de barakken crepeerden nog hetzelfde aantal dat had moeten worden opgenomen.
De sterfte was groot. Dagelijks bracht het lijkwagencommando een of meerdere keren een kar met hoog opgestapelde lijken naar het crematorium.
 

Het ziekenhuis had een 'malariastation' waar testen op mensen werden gedaan. Men wilde bijvoorbeeld weten hoe een in zee neergestorte vlieger weer was bij te brengen. Daartoe werd een naakte man tot z'n hals in een ijskoud bad gezet. Men trachtte de (soms bewusteloze) man weer op temperatuur te krijgen door wrijven met doeken, in een warm bassin zetten of tussen twee warme mensen te leggen.

Zeer gevaarlijk waren de proeven met typhus- en flegmone-serum, een soort bloedvergiftiging. Ds. Tunderman (Helpman) overleed aan de laatste test. 

Als één van de velen…

  

Hel en hemel

 

De hel van Dachau, ds. Van Raalte acht die uitdrukking volkomen terecht:
 

Gezien moet je het hebben, dat iemand daar geslagen en getrapt wordt en geraffineerd dood gemaakt, en de pijn daarvan voelen, niet in je eigen lichaam, maar in je ziel. Gezien de duivelse grijnslach van de SS-ers en de gevangenen, die daarin hun helpers waren. Gezien de stomme ellende op het gelaat van de mensen, die zich als wrakken voortsleepten met toch nog het verlangen in de ogen, om er door te komen en met het vooruitzicht van te moeten ondergaan, terwijl je er maar niets aan kunt doen.
Als je dat ziet, dan komt wel eens een ogenblik in je op, wat in een Psalmvers staat:

 

'O, Babylon, wij zien eerlang u straffen

Gelukkig hij, die u zal loon verschaffen!'
 

En dan nog te bedenken dat Dachau het beste concentratiekamp was.'

 

Was men daar niet van God verlaten?, zo vraagt de predikant zich af. Om dan beslist te belijden:

 

En toch was men dat niet. Ook daar is niemand van Gods kinderen een haar van zijn hoofd gevallen zonder de wil van hun hemelse Vader!

 

Zo diep gaat het christelijk geloof! Het evangelie was ook daar! Hoewel je in Dachau geen Bijbel of religieus boek mocht hebben had Van Raalte beide. Als door een wonder kreeg de predikant de kans zijn Bijbeltje naar binnen te smokkelen. Niemand van de meer dan duizend pastoors en predikanten had zoiets, hij wél. Het lag openlijk in zijn kast, nooit is er zelfs maar een opmerking over gemaakt. Kwam het door een stempeltje  erin van het Buchenwalds SS-ontvangstcomité?

 

Godsdienstoefeningen waren niet mogelijk. Wel kwamen 's avonds Nederlanders en Polen samen om afwisselend kort samen te bidden. Maar plotseling veranderde de situatie toen Nederlandse en Czechische geestelijken naar de barak van Duitse geestelijken moesten verhuizen. Daar was zelfs een 'kapel', een afgeschutte hoek in de barak! Met crucifix, Mariabeeld, altaar, orgeltje en een lessenaar als 'preekstoel'.

Iedere morgen hielden Roomsen een mis, protestanten een ochtendwijding. 's Avonds werd een dagsluiting in de slaapzaal gehouden. Na de zondagse hoogmis belegden protestanten een dienst. De Duitse Lutherse broeders regelden alles. Zij beschouwden zich als een 'wettige Kerk'.

 

Dat gaf wel de nodige discussie! De vraag was: 'of we de Dachausche gemeenschap als 'Kerk' te beschouwen hadden, of niet. De Hervormde broeders dachten daarover niet gelijk en wij Gereformeerden evenmin', zo verhaalt Van Raalte. Daarmee hing nauw samen de vraag of Avondmaal gevierd kon worden. Want dat doen in een religieuze kring en zonder toezicht past niet. Het ging er niet om, zegt Van Raalte nadrukkelijk

 

..of we als Gereformeerden Avondmaal konden houden met de Luthersen. Ik heb nooit gemerkt, dat dit ook maar voor één van ons een bezwaar is geweest. () Neen, het ging er slechts over, of we Kerk waren, en dus bevoegd tot de viering van het Heilige Avondmaal.

 

De broeders kwamen er niet uit.
De preken waren heel verschillend van niveau maar soms ook 'zeer goed', zo herinnert Van Raalte zich. Af en toe werden Nederlandse diensten belegd.

De diensten mochten uitsluitend in de 'geestelijkenbarak' worden gehouden en niet door anderen worden bijgewoond. Maar dat gebeurde toch stiekem!

Vaak kon tijdens het werk met elkaar gepraat en gebeden worden. Een zekere ds. Guillaume wijdde zich zelfs aan evangelisatie(!) en zielszorg, sprak mensen in het Revier, hield bijna elke zondagavond op straat een toespraak. Als dan een verdacht iemand in de buurt kwam, ging de bijeenkomst snel over in 'een gesprek' …

Zelfs tijdens het diepste punt van pijn en lijden (1942) kon Van Raalte belijden

 

'Je op God kunt rekenen en dat Hij je niet met lege handen laat staan, als je bidt!

Niet alles gaf Hij.
BIJNA alles!

Het duurde wel eens een poos, zodat je dacht: 'God geeft het niet', en dan kwam het toch nog!'

 

Van Raalte noemt 'één voorbeeld uit vele'.
Iemand had een pakket gekregen. Maar de SS had zich er over 'ontfermd'. Maar het was desgevraagd 'absoluut onmogelijk' om er maar iets van te krijgen. De hongerenden baden volhardend want 'GOD kon het absoluut onmogelijke toch mogelijk maken'? Een week later werd een deel van het pakket gekregen! Een voorbeeld uit 'vele tientallen', memoreert de predikant, 'we hebben meermalen beschaamd gestaan door Gods trouw in kleine en grote dingen'.

Het leven is 'bitter' geweest. De predikant kan 'geen woorden vinden hoe erg het soms wel was'. En hij begrijpt ook niet dat de Heere zoveel heeft toegelaten maar zijn laatste geloofswoord is toch

 

GOD heeft ook dat beschikt.

Waarom?

Gij weet het niet en ik weet het niet.

Maar Hij weet wel, waarom Hij het zoo leidde. ()

Het was een kamp der ellende, maar het was eveneens een kamp van genade,

Zoals we dat voorheen nimmer hebben ondervonden.
 

Bevrijd!

 

Het hartstochtelijk wachten op bevrijders duurde zó lang. De honger nam toe. De  dringend noodzakelijke voedselpakketten kwamen ook niet meer door verbroken verbindingen. Daarbij kwam de onzekerheid door allerlei nepnieuws. Pure verzinsels van Duitse gevangenen die nog steeds droomden over een machtig Duits rijk, anderen met fantastische verhalen over grote geallieerde overwinningen. En de SS verspreidde geruchten over nazioverwinningen om de geest in de (kamp)fles te houden.

Wachten, wachten…

 

Dan gaan de Amerikanen op weg naar München. Maar dan moeten ze over Dachau!

Spannend! De SS begon zenuwachtig met vernietiging van bezwarend materiaal, wegvoeren van waardevolle spullen en levensmiddelen, én aan evacuatie van gevangenen. Een groot aantal pas gearriveerde Hongaarse Joden werd in een trein gezet om weg te voeren. Maar er kwam niets meer van, ze werden 'vergeten'. Later werden ze vrijwel allemaal dood weer gevonden …   

Gelukkig kwam het niet tot een grootscheepse evacuatie door het vertrek van veel SS-ers die het hazenpad kozen. Wel bleven zo'n 80 SS-ers op de wachttorens rond het kamp.

 

Dan op, 29 mei 1945 wappert de witte vlag van de hoofdpoort! De volgende dag, zondags om twee uur, arriveren de Amerikanen! Ze hebben al veel gezien maar zijn tot het diepst van hun ziel getroffen door wat ze zien. Naast de Joodse lijken in de trein vinden meer dan twee duizend lijken bij de crematoria. De bevrijders kennen geen pardon: alle SS-ers worden 'als rechtvaardige vergelding' standrechtelijk geëxecuteerd.

De gevangenen waren vrij!

 

 

Feest

 

Allerlei nationale vlaggen werden gehesen op een officiële bijeenkomst op de appelplaats. En er werd gezongen, merkwaardigerwijs niet het Wilhelmus maar Waar de blanke top er duinen…Was er een wat antikoningshuis sentiment?

Op de appelplaats verrees een groots altaar met in het middel een geweldig kruis van wel twintig meter hoog! Aan de zijden wapperden vlaggen van verschillende nationaliteiten. En bovenop het kruis was een krans van lampen aangebracht. Van Raalte:

 

Een machtig gezicht. Het heeft er gestaan als een Symbool van het eens door Christus gesproken Woord:
'De poorten der hel zullen haar niet overweldigen'.

Zo heeft te Dachau toch het Kruis overwonnen.

Het Kruis  van Dachau.
We hebben te Dachau ons kruis gedragen.
Ons zware kruis, waaronder velen zijn bezweken.

Ons kruis, waaronder gebogen, toch ons oog was gericht op het Kruis van Golgotha; ook het oog van velen dergenen, die onder hun kruis naar het lichaam zijn ondergegaan.
En wanneer we dan nog eens denken aan dat daar opgerichte Kruisteken, waarmee Dachau is geëindigd – al was het maar een symbool – dat verachte Kruis, dat daar prijkte in heerlijke pracht, dan heffen wij het hart en het hoofd omhoog en zeggen, ook als we daarbij aan onze eigen kruis terugdenken:

'In dit alles zijn we meer dan overwinnaars door Hem, Die ons liefgehad heeft!'

 

Voorwaarts, Christen-strijders!

Volgt uws Konings spoor!

Met Zijn heilge Kruisvaan

Gaat ons Jezus voor!

 

Hij heeft overwonnen,

Heerst op 's Vaders troon;

Strijdt, volhardt ten einde,

't Geldt Zijn eer, uw kroon!

 

Thuis

Op 29 mei 1945 staat vader Van Raalte opeens in de deur van zijn huis in Ermelo. Waar dochter Geesje samen met haar broertje Jan elke dag Ps 146 zongen: Zalig hij die in dit leven, Jakobs God ter hulp heeft. Na bijna vijf jaar bange jaren van groot verlangen naar elkaar, weer verenigd!

 

 

Ds. Van Raalte (foto eind 1970)

 

Nawoord

 

Bijna een jaar na zijn thuiskomst nam Van Raalte een beroep aan naar GKv Neede-Eibergen (14 april 1946). Andere gemeenten volgden, tot hij in 1965 met emeritaat ging. Zo hebben ook wij hem gehoord als hij af en toe in de GKv Apeldoorn voorging. We zien het nog vóór ons, een man klein van stuk beklom rustig de kansel om helder het Woord verkondigen.

 

Denk aan uw voorgangers, die het Woord van God tot u gesproken hebben. Let op de uitkomst van hun levenswandel, en volg hun geloof na,

 

zegt Paulus in Hebreeën 10. Deze voorganger mogen we gedenken, een kind van God dat in zware beproevingen door de genade van het Kruis helse machten mocht overwinnen. Zijn levensgeschiedenis bemoedigt ons in een tijd waarin de wereld op een, zij het heel andere wijze, op z'n kop staat door een virus. Want daar komen ook wíj doorheen als we, net als Jannes van Raalte, zijn vrouw Margje en hun kinderen, het oog gericht houden op het Kruis en zo samen moedig voorwaarts gaan als Christen-strijders!

 

Uit dit ontroerende stuk levensgeschiedenis moest ter wille van de ruimte tal van bijzonderheden worden weggelaten. Maar het oude boek In het concentratiekamp dat de predikant al in 1945 uitgaf krijgt 'een nieuw leven'! Dr. Harm Veldman is bezig een nieuwe uitgave ervan te verzorgen die deze maand zou moeten uitkomen. Wij kunnen het alleen maar van harte aanbevelen.    

 

De tekeningen die in dit verhaal zijn verwerkt zijn van Broeder Raphaél Tijhuis, Ordiis Carmelitorum, die zijn in het kamp Dachau na de bevrijding heeft gemaakt en die hij belangeloos voor Van Raaltes boek heeft afgestaan.

 

Gevangenenmonument in Dachau

 

Dit verhaal staat ook in de bevrijdingsspecial van het familieblad De Bazuin (mei 2020).

 

NOTEN

 

John A Hordyk 
May we remind you that ds,Knoop  from Rotterdam also spend two years in Dachau?

(Ds. Knoop verbleef ook twee jaren in Dachau).

 

Sander van Ackooij

In Bad Arolsen in Duitsland is een groot archief met gegevens over de tweede wereldoorlog

Daaruit zijn documenten te downloaden van ds. J. van Raalte als gevangene in Buchenwald en in Dachau.

De site daarvoor is https://collections.arolsen-archives.org/search/

 

Het Verzetsmuseum Amsterdam heeft een aantal jaren geleden samen met de herdenkingscentra Kamp Amersfoort en Kamp Vught aandacht gegeven aan gevangenen in Dachau. Zie https://www.verzetsmuseum.org/dachau/jannes-van-raalte