Ethiek

Synodeverslagen

Signalen

Bunschoten-Spakenburg, zaterdag 14 dec.
Bezinningsdag MVEA
Immanuelkerk, Plevier 2, 10.00-15.00 uur
info: www.bezinningmvea.nl

Emmeloord, vrijdag 24 januari
'Hoe lief heb ik uw wet'
Ds. A. Bas
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

GS Ede Epiloog 02 – Canada Interimrapport

 

Redactie een in waarheid
01-11-14

Verschillende broeders afgevaardigden uit onze zusterkerken in Canada, de Canadian Reformed Churches hebben bezoeken gebracht aan de vrijgemaakte generale synode te Ede 2014. Hoe zijn hun bevindingen geweest? Hoe beoordelen zij de besprekingen en genomen besluiten?  Het lijkt ons goed daarvan kennis te nemen. Immers 'vreemde ogen zien het scherpst'. De rapportage laat zien dat de verontrusten in de GKv niet tegen waanideeën vechten maar dat hun bezwaren wereldwijd worden gedeeld. Dat bemoedigt.
Bovendien bezochten de Canadese broeders ook van de vrijgemaakte kerken afgescheiden kerken. Dat maakt hun waarnemingen nog waardevoller.

Het interimrapport bezocht:

- De generale synode te Ede 2014
- De Gereformeerde Kerken (DGK)
- De Gereformeerde Kerken Nederland (GKN)

 



Verslag bezoek aan Synode Ede – buitenlandweek – 24-29 maart 2014

Interimrapport van subcommissie voor betrekkingen met kerken in Nederland

September 2014

A. De Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt)

VOORAFGAAND AAN DE SYNODE VAN EDE 2014
Als Subcommissie voor Contact met de Gereformeerde Kerken in Nederland Vrijgemaakt (GKv), hebben we met veel belangstelling naar het werk van de Synode van Ede 2014 uitgekeken. De Synode van Carman 2013 van de Canadese Gereformeerde Kerken (CanRC) had haar diepe zorg over de ontwikkelingen in Nederland uitgesproken en daarom een vermaanbrief aan de Synode van Ede gestuurd. (1) Deze brief gaf vooral uiting aan de ernstige zorgen op het vlak van wat geleerd en gepubliceerd werd aan de Theologische Universiteit van Kampen (TUK), op het vlak van het werk van de Deputaten Man/Vrouw in de Kerk, en op het vlak van de richting van de Deputaten voor Kerkelijke Eenheid met de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK), kerken die zichzelf bijna 50 jaar geleden buiten het verband van de GKv hadden geplaatst. De verontrusting die in de brief van de Synode van Carman naar voren kwam, richtte zich op de zaak van bijbelinterpretatie of hermeneutiek. We hebben eerst wat ontwikkelingen gevolgd die al vóór de Synode van Ede plaatsvonden.

Op 20 januari 2012 vond op uitnodiging van de TUK een conferentie plaats over homoseksualiteit, waarbij ook sprekers vanuit de bredere Gereformeerde gemeenschap in Nederland waren uitgenodigd. De verslagen van deze conferentie werden later in 2012 gepubliceerd in een boek met de titel Open en kwetsbaar: Christelijk debat over homoseksualiteit. Dit deel was nummer 11 in de “Bezinningsreeks”, een officiële, door de TUK gepubliceerde reeks. We konden dit boek begin 2014 recenseren. Onze conclusie was dat de sprekers op deze conferentie blijkbaar niet allen eensgezind waren, maar we merkten wel bij de gepubliceerde toespraken twee opvallende algemene trekken op. Er is heel weinig exegese of vraag naar wat de Schrift zegt en er wordt veel gesproken over de huidige cultuur en de noodzaak voor de kerk om homoseksuelen zo veel mogelijk tegemoet te komen, zodat zij zich in de kerk welkom voelen. Het is natuurlijk een gegeven dat de kerk ieder die Christus wil volgen moet verwelkomen, maar het punt hier is dat helaas Bijbelse normen niet op de voorgrond stonden, maar menselijke percepties en gevoelens.

De Hamilton Hermeneutiek Conferentie werd in januari 2014 gehouden, ook voorafgaand aan de Synode van Ede. Een aantal GKv-academici verduidelijkte daar hun standpunten en dit maakte dat onze zorgen alleen maar toenamen. Hoe we de Bijbel lezen is cruciaal voor de huidige normativiteit ervan met betrekking tot bijvoorbeeld de rol van de vrouw in de kerk en hoe we als Gereformeerde Christenen moeten omgaan met homoseksuele relaties binnen de in toenemende mate seculiere cultuur van vandaag. Van de conferentie is voldoende verslag gedaan in Clarion en Christian Renewal. Binnen de Noord Amerikaanse kerken is men het er algemeen over eens dat binnen de GKv een duidelijke trend bestaat om Bijbelse interpretatie aan te passen aan moderne geologische, biologische, archeologische en sociologische theorieën door gebruik te maken van een hermeneutiek die afwijkt van de traditionele Gereformeerde methode van omgaan met het Woord van de waarheid.

We vroegen ons af wat de Deputaten 'Man/Vrouw in de Kerk' de Synode van Ede voor de GKv kerken zouden aanbevelen. Hun rapport (2) was voor ons een enorme teleurstelling. Het drong er bij de GKv op aan te verklaren dat in het licht van de nieuwe richting van Bijbelverklaring er geen Bijbelse reden is waarom vrouwen niet in alle kerkelijke ambten kunnen dienen. De introductie van dit rapport geeft aan hoe de deputaten dit zagen: 'Hoe lezen wij de Bijbel? Tegelijkertijd is dit theologische probleem mede ingegeven door sociaal-culturele verschuivingen en veranderingen in denk- en leefwijzen van kerkleden.' (3)
Het rapport stelde vast dat kerkleden in de GKv een toenemende spanning ervaren tussen de mogelijkheden die beschikbaar zijn voor vrouwen in het maatschappelijk leven en de beperkte ruimte voor de rol van vrouwen in het kerkelijk leven. De Bijbel geeft echter duidelijke richtlijnen voor de relaties tussen mannen en vrouwen in Genesis en de apostel Paulus verklaart in bepaalde teksten zoals 1 Corinthiërs 14:34-35 en 1Timotheus 2:11-14 dat vrouwen in de kerk niet mogen spreken of gezag uitoefenen. Hoe moeten wij die gedeelten lezen? Het rapport beweerde dat ten gevolge van de huidige sociaal-culturele ontwikkelingen rondom de rol van vrouwen, er een 'reële verlegenheid' is ten aanzien van de vraag hoe de Paulinische teksten over de rol van vrouwen in de kerk moeten worden gelezen. (4) Vervolgens bekeek het rapport die gedeelten opnieuw en herinterpreteerde ze op zo'n manier dat ze in plaats van normatieve voorschriften betreffende de rol van vrouwen voor alle tijden te geven, ze werden gelezen als een vereiste voor de kerk om de rol van vrouwen aan te passen aan de heersende cultuur. Anders gezegd, die gedeelten over vrouwen die niet mogen spreken en geen gezag over mannen in de kerk hebben, zouden niet normatief zijn voor vandaag. In plaats daarvan zou de bedoeling van de apostolische teksten zijn te verzekeren dat de kerk geen onnodige belemmering oplegt aan mensen in de heersende cultuur om Christus te volgen, want op die manier zou anders de voortgang van Gods Koninkrijk worden tegengestaan. (5)

Wij menen dat dit rapport het duidelijke, normatieve spreken van de Bijbel over de rol van mannen en vrouwen in de kerk opzij heeft gezet en ingeruild voor een gekunstelde en complexe nieuwe hermeneutische techniek. Een hermeneutiek die de sociaal-culturele factoren zo benadrukte dat het resulteert in een uitleg van de Bijbelse boodschap op zo'n manier dat ze de Bijbel het tegenovergestelde laat zeggen van wat er gewoon en werkelijk staat.
Er was één deputaat die de opvattingen van zijn mededeputaten niet deelde, broeder D.A.C. Slump, van wie de kritiek op het rapport als bijlage (minderheidsrapport) was toegevoegd. Wij waren het volledig met zijn argumenten eens. Hij wees erop dat te veel gewicht aan de culturele context werd gegeven, terwijl de scheppingsordening betreffende de plaats van mannen en vrouwen onvoldoende gewicht kreeg. Nog belangrijker is dat deze deputaat ook tot de conclusie kwam dat “het rapport te weinig recht doet aan de betekenis die het Woord van God, mede gesproken door de mond van Paulus, ook voor vandaag heeft.”(6)
Dit kwam overeen met onze meest ernstige kritiek, namelijk hoe het rapport omgaat met Gods Woord. Wij geloven niet dat mensen de uiteindelijke schrijvers van de besproken Bijbelgedeelten zijn, maar dat die woorden door de Heilige Geest werden geïnspireerd. De Heilige Geest die mensen in hun omstandigheden gebruikte om op te schrijven wat Hij wilde dat zij zouden zeggen om ons geloof “daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen”, het geloof voor de kerk van alle tijden en plaatsen (NGB Art.3, 5 en 7). Het rapport lijkt echter, in zijn complexe verwerkingsproces van interpretatie in culturele contexten, zijn grip op deze waarheid te hebben verloren. Zelfs zonder dat het door de Synode was aangenomen, was het onthutsend dat deputaten (onder wie TUK-wetenschappers) zo'n benadering van de duidelijke voorschriften en richtlijnen van de Bijbel zouden aanbieden.

Een ander rapport dat door deputaten vóór de Synode van Ede werd gepubliceerd betrof de Herziene Kerkorde van de GKv. De Synode van Amersfoort 2005 benoemde al een commissie met de opdracht de Kerkorde te herzien. Nadat een aantal voorstellen door achtereenvolgende synodes opnieuw was bekeken, is het de verwachting dat de Synode van Ede 2014 dit zal afronden. Het voorstel aan de Synode van Ede bestond uit een volledige herziening van de Dordtse Kerkenordening zoals die honderden jaren binnen de Gereformeerde Kerken heeft gefunctioneerd. De algemene indruk van de Subcommissie was positief. Deze revisie van de Kerkorde blijft de wezenlijke principes van de oude Dordtse Kerkenordening weerspiegelen. De grondbeginselen van het hoofd-zijn van Christus en het gezag van de plaatselijke kerkenraad onder Christus lijken te zijn gehandhaafd en dus ook de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk.
Deze Kerkorde lijkt echter aan de ene kant meer centraliserende regelgeving te bevatten met daarbij synodes die veranderingen faciliteren, terwijl aan de andere kant (generale) regelingen  meer flexibiliteit en ruimte voor lokale experimenten lijken te bieden. Hoewel veel veranderd is, blijft de voorgestelde Kerkorde de eeuwenoude principes van Gereformeerde kerkregering weerspiegelen. De Synode 2014 kon niet alles wat met deze nieuwe kerkorde was verbonden afronden, omdat de 'Generale regelingen' er nog niet bij waren gevoegd. Het blijft te bezien hoe de nieuwe kerkorde in deze 'Regelingen' praktisch zal worden uitgewerkt en toegepast.

Wij werden onaangenaam verrast door de manier waarop de zorgen, geuit in het rapport van onze subcommissie aan de Synode van Carman 2013 en de besluiten van de Synode van Carman met de bijbehorende vermaanbrief betreffende de GKv, getypeerd werden in het Rapport van Deputaten Betrekkingen met Buitenlandse Kerken (BBK) aan de Synode van Ede 2014.
Het rapport vermeldde dat 'veel van deze bezwaren gebaseerd zijn op eigen waarnemingen in onze kerken en niet op de documenten op basis waarvan onze kerken gezamenlijk aanspreekbaar zijn.' (7)
Wij hadden ons bijzonder ingespannen om ons uitgebreide rapport aan de Synode van Carman 2013 uitsluitend op de officiële documenten van de GKv-synodes én op de officiële TUK-publicaties te baseren. Het is een feit dat, toen rechtstreeks door de voorzitter van de Synode van Carman werd gevraagd of de feiten van het rapport van de subcommissie juist waren, de broeders afgevaardigden van de GKv aangaven dat dat inderdaad het geval was, hoewel zij het niet eens waren met onze  omgang met die feiten. (8)
Wij kunnen slechts concluderen dat de besluiten en de vermaning van onze kerken samen werden genomen met die van andere kerken en over één kam geschoren. Helaas had dit tot gevolg  dat de zorgen van de CanRC niet zo serieus  door BBK werden genomen als we hadden gehoopt.

Dr. K. van Bekkum heeft eindelijk in een brief geantwoord op de kritiek van de CanRC en anderen op bepaalde beweringen die hij in 2010 geuit had in zijn dissertatie  aan de TUK, getiteld 'From Conquest to Coexistence'. Hij verklaarde dat hij van de kritiek had geleerd, maar dat hij zich nog steeds verkeerd begrepen voelde, omdat er weinig aandacht voor de academische context van zijn thesis geweest is. Hij houdt er ook aan vast dat hij niet goed is weergegeven, bijvoorbeeld  zijn uitlatingen over de zon die stil staat in Jozua 10, en als gevolg daarvan te scherp is bekritiseerd.
We waren teleurgesteld dat voor zover wij het kunnen begrijpen, hij nog steeds vasthoudt aan zijn verklaringen, die nog steeds als Schriftkritische uitingen klinken.

OP DE SYNODE VAN EDE 2014 (9)
De synode van Ede werd op 31 januari 2014 geopend. Anders dan bij onze synodes waar afgevaardigden van zusterkerken uitgenodigd worden om gedurende de hele looptijd dat de synode samenkomt, aanwezig te zijn en te spreken en ook deel te nemen aan discussies, organiseren de GKv een 'buitenlandweek' waar afgevaardigden van buitenlandse zusterkerken en waarnemers van andere kerken voor een paar geselecteerde zittingen worden uitgenodigd en waar zij groeten kunnen overbrengen. Broeder Gerard Nordeman heeft deelgenomen aan deze buitenlandweek die van 22 tot 29 maart 2014 was georganiseerd. Over zijn bevindingen heeft hij in een vorig nummer van Clarion verslag gedaan. In zijn toespraak tot de Synode van Ede heeft hij de CanRC geïntroduceerd en de zorgen van de CanRC over de veranderingen in de methode van Bijbeluitleg in de GKv naar voren gebracht. Hij was niet de enige buitenlandse afgevaardigde die zulke zorgen onder woorden bracht. Broeder Nordeman heeft de Synode van Ede ernstig gewaarschuwd dat als het rapport van de Deputaten M/V in de kerk niet werd verworpen, de CanRC geen weg zouden zien om de zusterkerkrelatie met de GKv voort te zetten.

Als Subcommissie waren we ook uitgenodigd om de Synodezitting van 16 en 17 mei bij te wonen. Op 16 mei zouden de vermaanbrieven van de verschillende buitenlandse kerken worden behandeld en de afgevaardigden van die kerken werd meegedeeld dat zij slechts 10 minuten hadden om hun bezwaren toe te lichten. Het plan was dat de Synode de dag daarop het Rapport van de Deputaten M/V in de kerk zou bespreken, maar er zou voor de afgevaardigden geen gelegenheid zijn om dan over dat onderwerp te spreken.  Het gaf ons het verdrietige gevoel dat met deze maatregelen de Synode van Ede ons eenvoudig tot de status van waarnemers reduceerde.

Ds. J. De Gelder heeft op 16 mei zijn dank uitgesproken voor de gelegenheid om de zorgen van de CanRC toe te lichten. Hij heeft benadrukt dat onze bezorgdheid en vrees niet alleen maar draaiden om de zaak van de vrouw in het ambt, maar vooral om hoe met de Bijbeluitleg wordt omgegaan. Het is niet te ontkennen dat de GKv bezig zijn een methode van uitleg aan te nemen die afwijkt van de methode zoals eeuwenlang werd toegepast. Onze zorg is dat de bedoeling van de Schrift nu aangepast wordt om aan te sluiten bij de druk vanuit een steeds meer seculier en postmodern wordende maatschappij. Dr. C. Van Dam benadrukte dat de GKv de dragers zijn geweest van een rijke, Gereformeerde erfenis van Bijbelinterpretatie en het zou ongelukkig zijn als die erfenis nu zou worden verkwanseld door veranderlijke onbijbelse theorieën.

De Synode verklaarde de vermaanbrieven van de verschillende kerken ontvankelijk en gooide ze op één hoop. De Synode verklaarde dat de zorgen van de zusterkerken blijk geven van onze betrokkenheid bij de GKv in Christus, en dat zij aanspreekbaar wensten te blijven op de binding aan de Schrift en de confessies. Maar zij merkten tevens op dat de GKv ongetwijfeld niet langer dezelfde kerken zijn als ze 40 jaar geleden waren. Ook werd aangegeven dat de meningsverschillen tussen schrijvers of in rapporten niet zodanig moeten worden vergroot dat ze zouden leiden tot bezwaren tegen de GKv. De kerken zijn alleen aanspreekbaar op besluiten die op vergaderingen worden genomen. Vandaar dat voorbij gegaan werd aan het verzoek in onze vermaanbrief om aan te geven dat de opvattingen van Dr. S. Paas, in zijn dissertatie niet in overeenstemming zijn met Gods Woord. Eveneens werd totaal niet ingegaan op onze zorgen over de methode van kritische Bijbeluitleg door Dr. K. van Bekkum in zijn dissertatie.
Samengevat: er werd niet specifiek ingegaan op de actuele inhoud van de brief van de Synode van Carman 2013. We kunnen slechts concluderen dat het antwoord van de Synode van Ede niet veel echt begrip liet zien voor de diepe verontrusting zoals door onze kerken geuit.

Met verslagenheid merken we op dat de zorg zoals in de vermaanbrief van de Synode van Carman werd geuit met betrekking tot de zaak van de vrouw in het ambt in de GKv niet veel werkelijke invloed op die ontwikkelingen heeft gehad. Op 17 mei kwam het Rapport van Deputaten M/V in de kerk in behandeling. We merkten dat de benadering in het rapport door veel synodeafgevaardigden als te radicaal afwijkend en te complex werd geacht. Ondanks dat gevoelen werd echter ook door enige afgevaardigden naar de Synode van Ede gezegd dat het cultureel gezien onvermijdelijk is dat vrouwen in de toekomst ook ambten in de kerken zullen bekleden, en dat dus nog steeds een exegese nodig is die aanvaardbaar is voor het grote publiek van de leden van de GKv.

De bespreking over de rol van de vrouw in de kerk werd op 20 mei voortgezet en tenslotte op 5 juni afgesloten. De Synode besloot dat zij de argumentatie van het Deputatenrapport Mannen en Vrouwen in de Kerk niet kon aanvaarden. Echter hoewel het rapport niet werd aanvaard, bleef de zaak of vrouwen in alle kerkelijke ambten mogen dienen een open vraag. De Synode zag twee lijnen in de Schrift: de lijn van gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen en de lijn van verschillende taken aan mannen en vrouwen gegeven. Die twee lijnen moeten worden opgelost. De Synode besloot een nieuw deputaatschap M/V en ambt te benoemen om in kaart te brengen:

hoe de ambtelijke structuur zo kan worden ingevuld dat vrouwen zich daar binnen kunnen inzetten voor Gods koninkrijk; dit met inachtneming van de onder besluit 2. genoemde grond;
wat de consequenties van een dergelijke structuur zijn met betrekking tot de in gebruik zijnde formulieren en de kerkorde;
hoe binnen de zusterkerken wordt gedacht over de invulling van de ambten van predikant, ouderling en diaken; dit met het oog op het onderhouden van de katholiciteit van de kerk.

De benoemde deputaten werd ook opgedragen om de binnen- en buitenlandse zusterkerken op de hoogte te stellen van dit besluit 3. en hen te verzoeken om advies.

De Synode van Ede heeft ook besloten nóg een commissie M/V in de Kerk te benoemen die tot taak heeft te werken aan de integratie van het Bijbels onderwijs, de confessionele normen en de praktijk in de Gereformeerde Kerken met betrekking tot de rollen en functies van vrouwen en mannen in hun onderlinge samenhang, door:

actief te beschrijven hoe en op grond waarvan in Gereformeerde Kerken in verschillende situaties mannen en vrouwen hun gaven inzetten in de gemeente;
daarbij ontwikkelingen, sterke punten, 'best practices', maar ook knelpunten en discussiepunten te signaleren, van een eerste afweging te voorzien en die te communiceren met de kerken;
over waarnemingen en afwegingen in gesprek te gaan en te blijven met m.n. de medewerkers aan de Theologische Universiteit en aan het Praktijkcentrum;
het gesprek over de roeping en het recht van vrouwen ook hun gaven in te zetten en de kerken te stimuleren en te ondersteunen met het oog op een praktijk die het veelkleurig spreken van de Schrift weerspiegelt, waarbij er bijzondere aandacht is voor:
Schriftgetrouw en gehoorzaam Bijbel lezen;
de invloed van de maatschappij op het denken en handelen van Christenen;
de bijzondere en aanvullende verschillen tussen man en vrouw.
bij alle hiervoor genoemde activiteiten gericht te vragen naar de diverse ervaringen en overtuigingen van vrouwen;

Deze tweede commissie kreeg ook als taak om wanneer er in de kerken ontwikkelingen zijn op dit punt die voldoende convergeren en waarvan het verantwoord is om er gemeenschappelijke afspraken over te maken, daarover aan de dan eerstvolgende generale Synode voorstellen te doen. Bovendien moeten zij voorstellen die daar aanleiding toe geven tijdig via de contactcommissies (DKE en BBK) doorgeven aan de zusterkerken, zowel nationaal als internationaal.
In de ogen van de Subcommissie werd hier helaas een conclusie getrokken vóórdat daarvoor een Bijbelse basis was geleverd.
Dat dit het geval is, wordt bevestigd door het besluit van de Synode van Ede betreffende samensprekingen met de NGK. De brief van de Synode van Carman merkte op dat deze samensprekingen door de jaren heen warmer zijn geworden, voornamelijk doordat de GKv zijn opgeschoven in de richting van de NGK voor wat betreft de methode van Bijbeluitleg en een lossere ondertekening van de belijdenissen in die kerken. Maar de Synode van Ede ging verder met de relatie met de NGK. Twee van de besluiten van de Synode van Ede betreffende het contact met de NGK zijn als volgt:

uit te spreken dat door de overeenstemming in de gesprekken over hermeneutiek de belemmering die er lag vanwege het besluit van de NGK om de ambten voor de zusters der gemeente open te stellen, is weggenomen; (Besluit 3)
de contacten met de NGK voort te zetten en over te gaan van gesprekken naar samensprekingen met het oog op kerkelijke eenheid. (Besluit 4)

Wat deze besluiten ons duidelijk lieten zien is dat de hermeneutiek zoals door de NGK gebruikt om alle kerkelijke ambten voor vrouwen te openen, in principe al als geldig is geaccepteerd door de Synode van Ede. Zodoende zouden we kunnen zeggen dat de zaak van de vrouw in het ambt de GKv al is binnengekomen via de besluiten betreffende eenheidsgesprekken met de NGK als het “paard van Troje”.

Onze zorgen blijven bestaan  want de twijfels in de vermaanbrief van de Synode van Carman  over de dissertaties van Dr. Paas en Dr. Van Bekkum hebben op geen enkele wijze tot verandering of actie geleid. In plaats daarvan is Dr. Paas door de Synode van Ede benoemd tot professor Missiologie aan de TUK en Dr. Van Bekkum blijft daar assistent professor Oude Testament zonder dat één van beiden ook maar één enkel woord van hun Schriftkritische uitlatingen heeft teruggenomen.

OVERWEGINGEN NA DE SYNODE
De Synode van Carman 2013 gaf te kennen dat wij onze zorgen aan de Synode van Ede 2014 van de GKv over zouden brengen “ín nederigheid en met het hartelijk verlangen dat u aandacht zou geven aan de zaken die we voor u neerleggen. Onze regels voor zusterkerkrelaties zeggen dat 'de kerken elkaar zullen bijstaan in de handhaving, verdediging en bevordering van het Gereformeerde geloof in leer, kerkregering, tucht en liturgie,' en zullen 'waken tegen afwijkingen'. In deze context van kerkelijke aanspreekbaarheid richten wij onze vermaningen tot u.”
Op dit punt moeten wij met droefheid concluderen dat tot heden onze vermaningen niet zijn aanvaard in de geest waarin ze werden gegeven. Wat dit betreft kunnen we alleen maar zeggen dat dit niet veel goeds belooft voor de zusterkerkrelatie van de CanRC met de GKv.

B. De Gereformeerde Kerken (hersteld) (thans DGKh)

De subcommissie kreeg op 15 mei 2014 de gelegenheid om vier Deputaten BBK van de DGKh in Hasselt, Nederland, te ontmoeten. Een aantal zaken van zorg van de respectievelijke kerken kwam onder de aandacht. We konden over deze wat moeilijke kwesties broederlijk spreken. We vroegen de broeders of de DGKh de CanRC nog steeds beschouwen als kerken die op het verkeerde pad zijn en waarover Gereformeerde gelovigen zich zorgen moeten maken. De DGKh broeders gaven uiting aan hun teleurstelling dat de Synode van Carman 2013 niet was ingegaan op hun brief aan die vergadering. Tegelijkertijd waren zij blij te merken dat er nu meer begrip bestaat voor de DGKh en voor hun strijd die geleid heeft tot de vrijmaking van de GKv. Als echter de CanRC hun verklaring handhaven dat de DGKh niet ver af zijn van schismatiek handelen, dan zouden zij het moeilijk vinden om enig nut te zien in het moeten verdedigen en uitleggen van de gronden voor hun vrijmaking in 2003. We waren in staat om uit te leggen dat de mening van de Synode voornamelijk is gebaseerd op het feit dat de DGKh een zusterkerkrelatie heeft met de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerk in Abbotsford. Deze zaak kreeg ruime aandacht, maar we konden niet tot overeenstemming komen. Zo lang met name deze zaak een rol speelt is er weinig hoop op dat de CanRC dichter tot de DGKh komen.

Sinds onze vorige bijeenkomst met de broeders van de DGKh hebben verscheidene ontwikkelingen plaats gevonden. Ds. E. Heres en zijn gemeente te Dalfsen (ongeveer 90 leden) hebben zich bij het verband van de DGKh kerken aangesloten. Ook is er een Opleidingsprogramma om tot predikant te worden opgeleid. Ds. C. Koster is nu predikant. Br. M. Dijkstra is net geslaagd en is door de voorbereidende examens heen gekomen. Broeder M. Sneep vervolgt zijn theologische studies. Het verband bestaat uit 12 gemeenten met 4 predikanten, 1 kandidaat en 1 student. Pogingen om aan anderen de hand te reiken gaan door. In verschillende plaatsen zijn gesprekken met de GKN. Bovendien worden informatieve avonden georganiseerd voor de verontrusten binnen de GKV.

C. De Gereformeerde Kerken Nederland (GKN)

De subcommissie had eveneens gelegenheid om op 14 mei 2014 in Ede de vier deputaten BBK van de GKN te ontmoeten. Om ons te helpen dit verband beter te leren kennen gaven deze afgevaardigden ons een Presentatie, waarin zij gedetailleerde informatie over de Bijbelse en Confessionele fundering, samenstelling en geschiedenis van hun kerken lieten zien. Deze presentatie is ook beschikbaar op hun website (http://www.gereformeerdekerkennederland.nl) in het Nederlands. Hieruit citeren wij: “De Gereformeerde Kerken Nederland (GKN), zonder het tussenvoegsel 'ín' en zonder verdere postaanduiding of informele toevoeging, is de naam van het verband, zoals besloten is op 26 november 2009. Een verband van plaatselijke Gereformeerde kerken, die vanaf de Protestantse Reformatie, via de afscheiding van de Nederlands Hervormde Kerk in 1834, de Doleantie in 1886, de Vereniging van 1892 en de Vrijmaking in 1944, 2003 en volgende jaren in 2013 alleen maar volgens de Heilige Schrift willen leven.” Vanwege haar kleine omvang en de daaruit voortkomende beperkingen in de kerkenordening, werd het verband in eerste instantie een voorlopig verband genoemd. Maar door een niet correcte associatie van het woord 'voorlopig' met 'tijdelijk' is deze term verouderd en niet langer in gebruik.

Namens de GKN waren aanwezig Ds. E. Hoogendoorn, Ds. L. Heres, br. J. de Bruine en br. J. van Wijk. Ds Heres is onlangs als derde predikant in dit kleine kerkverband bevestigd. Het bestaat thans uit negen gemeenten. Eén gemeente (Kampen, Ds. Hoogendoorn) had zich van de GKv afgescheiden en twee gemeenten zijn afkomstig uit de GKv. De andere gemeenten ontstonden door plaatselijke ontwikkelingen van individueel verontruste leden vanuit de GKv. In het algemeen was de ontmoeting een positieve ervaring. De broeders van de GKN antwoordden vrijmoedig op de vragen die hun werden gesteld en bevestigden dat in het verleden niet zonder meer alles op de kerkrechtelijk goede manier was gedaan. Een nieuw kerkelijk blad, De Weerklank, werd onlangs gelanceerd. Zij gaven aan te zoeken naar samenwerking met de DGKh - zo zij dat willen – om tot eenheid met hen te komen. Momenteel lijken er nog wat struikelblokken te zijn, die vaak te wijten zijn aan kibbelarijen. De broeders lieten ons weten dat gesprekken met deputaten van de Gereformeerde Kerken in Australië (FRCA) en Zuid-Afrika (FRCSA) hebben plaats gevonden. De GKN hebben de VGKSA gevraagd dit contact voor te zetten. De GKN verzoeken ook de CanRC positief te zijn over het handhaven van een vorm van contact.

Ds. J. DeGelder
Ds. J. Moesker
Gerard Nordeman
Dr. C. VanDam

Noten



(1) Acta Generale Synode 2013  Can.RC, Art.165, blz.212.
(2)GKv Rapporten in Engels beschikbaar op http://www.gkv.nl/kerkplein/english-materials/
(3) Rapport van Deputaten M/V in de kerk voor de Synode Ede 2014, blz.5
(4) Rapport idem, blz.8
(5) Rapport idem, blz.23
(6) Rapport idem, blz.41
(7) Rapport van Deputaten BBK, blz.5
(8) Acta Gen.Synode Carman 2013 van de CanRC, Art.148,3.15, blz. 180
(9) Basisbesluiten van de Synode Ede beschikbaar op
http://www.gkv.nl/organisatie/generale-synode/besluiten-gs-2014