Ethiek

Synodeverslagen

Signalen

Bunschoten-Spakenburg, zaterdag 14 dec.
Bezinningsdag MVEA
Immanuelkerk, Plevier 2, 10.00-15.00 uur
info: www.bezinningmvea.nl

Emmeloord, vrijdag 24 januari
'Hoe lief heb ik uw wet'
Ds. A. Bas
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

GS Meppel – Impressie 01

 

D.J. Bolt

01-04-17

 

De deputaten kerkrecht (voorheen deputaten kerkorde) hebben hun werk aan de vernieuwing van de kerkorde en de zgn. generale regelingen afgerond. Op de synode werd het bekroond met een unanieme acceptatie van al hun voorstellen!

 

Een belangrijke drijfveer om kerkelijke ordening te moderniseren is de eis van deugdelijkheid die de burgerlijke overheid aan de kerken stelt m.b.t. de regeling van het eigen recht. In ons land mogen de kerken hun eigen recht en rechtspraak voeren mits de verordeningen en bepalingen niet strijden met de burgerlijke wetgeving. Die vrijheid gunt de overheid mits dat recht dan ook goed geregeld is. Nu onze samenleving steeds meer verwereldlijkt is het zaak bij de tijd te blijven zodat het eigen recht goed blijft afgebakend van overheidsbemoeienis. Want van de laatste komt niet veel goeds heeft de geschiedenis immers laten zien.

 

Daarnaast behoefde de kerkorde ook wel enige vernieuwing. De laatste versie stamt uit 1978, dus bijna veertig jaar geleden. Een belangrijk motief was ook dat allerlei kerkelijke regelingen en voorschriften die in de loop van de lange jaren waren vastgesteld door de kerken niet gemakkelijk toegankelijk waren. Soms vergde het moeizaam zoekwerk om ze te vinden in de Acta van generale synoden. Bovendien heeft het kerkelijk leven in de GKv zich sterk ontwikkeld waardoor allerlei bepalingen nodig van een nieuw verfje moesten worden voorzien of zelfs vervangen. Denk bijvoorbeeld aan zaken als bevoegdheden van kerkelijk werkers, toegang gasten aan het avondmaal, ontslag, bevoegdheid en mobiliteit van predikanten, etc. etc.

 

Op de synodetafel lagen dus nu een hele set Generale Regelingen. Het is een groots werk geworden waar de deputaten terecht lof voor kregen toegezwaaid. Met deze regelingen kan veel onzekerheid hoe te handelen in allerlei kerkordelijke situaties worden weggenomen. En ook zal de rechtsgelijkheid toenemen: in gelijke gevallen wordt ook op dezelfde manier geoordeeld en gehandeld.

 

De kleine afgescheiden kerken kunnen o.i. van dit werk met vrucht kennisnemen en het gebruiken in hun eigen kerkelijke ordening. Dat wil niet zeggen dat zij alles klakkeloos moeten overnemen. Zeker niet, want er zit nogal wat in de regelingen dat óf niet van toepassing óf principieel niet aanvaardbaar is.

Maar toch zou iets als een set verzamelde regelingen en voorschriften ook onze kerken niet misstaan. Immers hoe vaak doen zich niet situaties voor waarin wordt afgevraagd hoe verstandig-kerkelijk te handelen. Niet zelden leidt dat tot een zoektocht in 'Rutgers', 'Bouwman' of 'Jansen'. Niks mis mee en ook leerzaam voor achtergronden maar weinig toegankelijk, regelmatig achterhaald en voor velen nauwelijks handzaam. 

Kortom, een mooie taak voor hen die kerkorde en kerkrecht een kolfje naar hun hand vinden! En misschien een mooie nieuwe opdracht van de komende synode?

 

Paradoxaal  

 

We menen het eerlijk, het is een indrukwekkend werk geworden. Er is aan heel veel zaken gedacht en er is heel veel geregeld. Maar we vragen ons wel af: past het nog wel bij de kerkgeest in de GKv? Daarin is er immers steeds meer behoefte aan vrijheid voor de lokale kerken en voor het individuele kerklid. Iedere kerk zoekt bijvoorbeeld zijn zendingsactiviteiten zelf uit. De kerkenraden hebben volstrekte vrijheid gekregen m.b.t. liederen in de erediensten. De 'creativiteit' t.a.v. de inrichting van eredienst is verbazingwekkend. Een vaste liturgische orde is een gruwel in vele ogen, 'verstarring' van het zuiverste water. Wel of niet een tweede dienst? Laat het maar over aan de plaatselijke kerk want in de zgn. leerdienst tref je alleen nog maar grijze hoofden aan…
Kerkregering wordt steeds meer naar eigen snit ingevuld. We zien 'leiderschapsteams' (MV), zelfs vrouwelijke ambtsdragers/prekers als dat zo uitkomt. En er moet ruimte zijn voor allerlei soorten voorgangers. Ze moeten ook vrij zijn in andere kerkgemeenschappen voor te gaan indien gewenst.
Deze ontwikkeling naar minder gebondenheid was ook duidelijk waarneembaar in geopperde ideeen en ingediende amendementen door m.n. de wat 'jongere garde'. Bijvoorbeeld:

  • GR Kerkdiensten art. 2: onderdelen in de eredienst' als de Tien Woorden of de Apostolische Geloofsbelijdenis of de Geloofsbelijdenis van Nicea' schrappen.
  • Aan GR Preekbevoegdheid toevoegen dat Kerkelijk Werkers ook niet-sacramentele handelingen zaken als bevestiging van ambtsdragers en laten afleggen van geloofsbelijdenis mogen verrichten.
  • Over toelating van gasten (en kinderen) aan het Avondmaal beslist de kerkenraad.

Weliswaar haalden de amendementen niet een meerderheid maar als vier à vijf synodeleden anders hadden gestemd waren ze wél aangenomen. Het laat onmiskenbaar zien dat invloed van de cultuur met een grote mate van ongebondenheid ook zijn invloed in deze kerken heeft.

 

En dan is het paradoxaal dat juist in deze kerk-culturele vrijheidsdrang er een uitbundige haast dichtgetimmerde set regels en verordeningen (door vooral een 'oude garde'(!)) wordt geïntroduceerd. Dat zal ongetwijfeld schuren en schampen.
En, wie zullen dit pakket aan voorschriften handhaven als het nu al zó moeilijk blijkt te zijn afgesproken kerkelijke omgangsvormen te handhaven, zie de voorbeelden hierboven? Kortom, hoe nuttig dit werk ook kan zijn, is het wel passend bij de ontwikkelingen op het 'grondvlak' van deze kerken? In deze cultuur?

 

Een aardige illustratie van deze impressie vormt het spreken van ds. Kramer op de synode. Hij zei

 

Moeten de Tien Woorden een vaste plek hebben? Ze zijn zeker van waarde maar tegelijk mis ik nieuwtestamentische geboden zoals in de Bergrede. Bovendien het Onze Vader leggen we liturgisch ook niet vast. Dat moeten we ook niet doen want dat werkt toch niet. Vergelijk de Psalmen, die moesten een belangrijke plek houden, maar de praktijk is steeds minder psalmen in de dienst. Regels stellen helpt hier niet voor. En deputaten zeggen wel dat we andere dingen kunnen doen, maar het staat er niet. Dat is niet handig te hanteren.

 

Zo'n illustratief voorbeeld gaf ook deputaat ds. Niemeijer zelf.
In de nieuwe KO is bepaald dat de diakenen niet meer tot de kerkenraad behoren en dus ook niet meer betrokken zijn bij het algemeen beleid en niet meebeslissen over talstelling bijvoorbeeld. Maar, verhaalt de deputaat, 'dat het zelfs schijnt te zijn voorgekomen dat een kerkenraad onder dreiging van het aftreden vanuit diakenkring eieren voor zijn geld heeft gekozen en de diakenen hun oude 'rechten' niet heeft 'ontnomen'.[1]

 

Dát gedrag bedoelen we. Vroeger werd dat independentisme genoemd, onafhankelijkheidszucht. En dachten we dat alleen de NGK er aan leed…

 

'Artikel 31'

 

Er kwam t.a.v. de Kerkorde zélf slechts één wijzigingsvoorstel aan de orde. En dat had betrekking op het gemoderniseerde 'artikel 31', F72. We hebben daar uitgebreid over geschreven in een tweetal artikelen Artikel 31 hersteld? Click hier.

Onze kritiek was kort samengevat:

 

Als een meerdere vergadering een besluit neemt dat naar de overtuiging van een kerkenraad in strijd is met Gods Woord kan hij daar revisie van vragen.
Maar! Zolang die niet is gehonoreerd moet de kerkenraad het besluit uitvoeren.
Dat is pure hiërarchie!

 

Ja, de kerkenraad kan in zijn gewetensnood een beroep doen op de classis (daar ging het wijzigingsvoorstel over) en om raad vragen. Maar in het aangenomen voorstel bepaalt de classis definitief met advies en aanwijzing hoe de kerkenraad dient te handelen. De raad heeft zijn principiële bezwaren maar in te slikken en zich te conformeren!

Triest dat dit besloten werd in een kerk die vroeger met ere de geuzennaam Gereformeerde Kerken onderhoudende art. 31 KO, in de volksmond Artikeltjeskerk, voerde.

 

Slecht één afgevaardigde, br. J.J. van der Tol, verhief zijn stem. Maar helaas was zijn bijdrage formeel niet op zijn plaats en sneuvelde daarom. In elk geval ging zo de aantasting van een hoeksteen van het gereformeerde kerkrecht niet ongemerkt voorbij.

 

Slechts 'tekstueel'…

 

In een Generale Regeling (GR) is voorgeschreven dat wijziging van de kerkorde in twee stappen, 'lezingen' gebeurt: de ene synode beslist tot wijziging, de volgende maakt de wijziging definitief indien er een meerderheid voor blijft. Dus zou ook deze wijziging van 'art. 31' pas op de volgende synode van kracht kunnen worden.

Maar de deputaten leken haast te willen maken. En dus was hun truc, we kunnen het niet anders zien, de wijziging als een tekstuele aanpassing te bestempelen! Want daarvoor bepaalt de GR dat die door de synode die het tekstvoorstel aanneemt definitief wordt gemaakt…  

 

We begrijpen niet hoe de synode hierin klakkeloos is meegegaan. Je vraagt je af of men wel werkelijk weet waarover het gaat. Of zou het te maken hebben met wat dr. H. Geertsema ter synode opmerkte

 

Kennis van kerkrecht gaat ontbreken bij het middenkader van ouderlingen en diakenen. Men begrijpt het belang niet meer en kan het kerkrecht niet toepassen; vraagt zich af, wat we moeten met een kerkverband? Plaatselijke regelingen zijn toch voldoende? Kennis verdwijnt ook door snelle wisselingen van ambtsdragers.

 

Bewijs

 

Nu kan de vraag bij onze lezers rijzen of we de zaak niet wat al te zwaar aanzetten. Er is toch maar een heel deputaatschap van (oude) wijze mannen die deze voorstellen hebben gedaan en een synode die ze met algemene stemmen en applaus heeft begroet?

We gaan niet wanhopig nog eens alle argumenten op een rij zetten maar citeren oud-rechter mr. Emo Bos die een verhaal over o.a. het werk van de kerkorde deputaten schreef in de vrijgemaakte Gereformeerde Kerkbode van het Midden (24 maart 2017,  p12). Bos die vanaf 1967 tot 2009 officier van justitie, kantonrechter, rechter en raadsheer-plaatsvervanger in Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht en Den Haag was, een man dus met een stevige juridische staat van dienst, concludeert m.b.t. de wijzigingen van 'art.31':

 

Een kerkenraad kan revisie vragen maar moet zich in de tussentijd wel aan het synodebesluit houden. Wel kan de classis in overleg met de betreffende kerkenraad een regeling of advies geven om de zaak draaglijk te houden.

 

Precies: moet zich in de tussentijd wel aan het synodebesluit houden. Voor dit hiërarchisch afgedwongen gedrag in de nieuwe vrijgemaakte kerkorde vroegen wij al jaren aandacht. Stelselmatig werd geprobeerd het te ontkennen maar nu horen we het ook eens van een ander. Een juridische professional, die er overigens geen bezwaar tegen lijkt te hebben.

 

De kerkelijk gevolgen zullen wel blijken …

 

NOTEN

[1] Ds. P. Niemeijer in Nader Bekeken, 2 februari 2017.