Ethiek

Synodeverslagen

Signalen

DE EERSTE VROUW MAG PREKEN IN DE GKV!
GERRY BOS (60) UIT DRONTEN-ZUID heeft van classis Hattem preekconsent gekregen. Slecht ÉÉN kerk hield zich afzijdig. (ND 09-06-18)

Informatiebijeenkomst Den Bos
MAN/VROUW EN AMBT, NADER BEZIEN

Dr. P. Boonstra, predikant van de GKv Bussum-Huizen
Woensdag 20 juni 2018, 20.00 uur.
De Wederkomstkerk
Rijnstraat 20, 's-Hertogenbosch


 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

GS Meppel Verslag 14 – DKE 2/NGK

GS Meppel Verslag 14 – DKE 2/NGK

 

D.J. Bolt

11-07-17

 

Het onderwerp kerkelijke eenheid had al eerder de aandacht van de synode, zie GS Meppel Verslag 07 – DKE 1. Maar op deze zaterdagochtend, 17/06/17, ging het om de relatie met de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK).

Vijftig jaar geleden scheurde de GKv en ontstonden de buitenverbandse kerken, later dus Nederlands Gereformeerde Kerken geheten. Hoe gaat het verder nu?
Degenen die geen vreemden zijn in het Nederlandse Jeruzalem weten in elk geval dat de temperatuur van de relatie steeds hoger werd en tot tropische waarden steeg toen (één dag te voren!) de GKV met haar besluit alle ambten open te stellen voor vrouwen, de wissel had genomen en op het NGK traject daarvoor was gaan rijden. Wat zou nu nog van eenheid/fusie kunnen weerhouden?

Een gedetailleerd verslag van kerken die elkaar in de armen vallen.

 

Tenslotte besteedde de synode ook enige aandacht aan het Contact Orgaan Gereformeerde Gezindte (COGG) en de relatie met haar.

 


 

Kerkelijke eenheid met NGK

 

OPENING

 

Afgevaardigde ds. G. Oosterhuis opent de vergadering op christelijke wijze en spreekt de vergadering n.a.v. Ps. 139 toe.

 

De preses, dr. M.H. Oosterhuis heet het Deputaatschap Kerkelijke Eenheid (DKE) en de afgevaardigden van de NGK welkom.

 

Deputaten Kerkelijke Eenheid

 

ds. A. de Braak Sint Jansklooster
ds. J.M. Burger Kampen (niet aanwezig)
ds. T. Dijkema Enumatil
Mevr. H.M. Hamelink Middelburg
A.G. Hoogerduijn Dordrecht
N.M. Kramer Capelle a/d IJssel
ds. D.W.L. Krol Terneuzen (niet aanwezig)
ds. J. Luiten, secretaris Ede
ds. H.J. Messelink, voorzitter Hattem
ds. R. Prins Buitenpost (ziek)
ds. R.J. Vreugdenhil Capelle aan den IJssel
ds. J. Wesseling Veenendaal
O. Westra Zwolle
ds. A.J. van Zuijlekom Stadskanaal

 

Preses

Ik verheug op deze bijzondere dag. We zijn blij met nagenoeg een voltallige DKE. De gasten zijn ook van harte welkom.

 

Synodecommissie – Ds. G. Oosterhuis

Er is een toelichting nodig want het dossier heeft een markante voorgeschiedenis. De deputaten hebben een gezamenlijk rapport geschreven. Later verscheen een aanvullend stuk van ds. J. Wesseling, ds. A. de Braak en br. N.M. Kramer. We hebben getracht de besluitteksten zoveel mogelijk ineen te schuiven. Kort voor deze zitting ontvingen wij op de besluittekst nog opmerkingen van ds. Wesseling. Hij mag, na overleg met DKE-voorzitter ds. H.J. Messelink, daarover iets zeggen.
Eerst gaat H.J. Messelink het gezamenlijke rapport toelichten en verdedigen. Daarna mag Wesseling vertellen wat hij te zeggen heeft. Hij heeft dat schriftelijk aan jullie gedaan in een verhaal van acht kantjes dat een achtergrond geeft. Jullie kunnen het lezen in je mailbox.

De laatste variant van de besluiten 3 is sinds 24 uur beschikbaar. Het gaat om amendementen op het oorspronkelijke deputatenvoorstel. Er is geen minderheidsvoorstel maar het gaat om suggesties van de drie deputaten hoe de voorstellen aangepast zouden kunnen worden.

 

Besluiten rond de vrouw in het ambt waren niet bekend toen de voorstellen zijn gemaakt. Eén besluit was optioneel. J. Luiten heeft een alternatieve tekst al aangeleverd.

 

Deputaten – Ds. H.J. Messelink (voorzitter)

Ik kan het kort houden want alles staat in het rapport.
Sinds de beslissing van gisteren en eergisteren waarbij de ambten zijn opengesteld voor vrouwen moeten allerlei besluitteksten worden veranderd. Want dit onderwerp vormt geen belemmering meer voor de eenheid van GKv en NGK. We hoeven geen discussies meer aangaan zoals in het verleden. Afhankelijk van de implementatie van de vrouw in het ambt moet er nog het een en ander aan regelingen worden getroffen.

 

Het laatste jaar is veel tijd gestoken in de formulering van de besluiten. Helaas heeft dat niet geleid tot eenstemmigheid in het deputaatschap maar het grootste deel van DKE is het er wél mee eens. En ook de NGK.

 

De resultaten van de werkgroep WCAK [vergelijking AKS en DKO] zijn ook verwerkt. Die zaken kunnen nu dus aan de orde komen. Daarin kunnen we grote stappen zetten.

 

NGK - Ds. P. Sinia

 

Zeer geachte voorzitter, broers en zussen,

 

De kerkelijke breuk tussen de Christian Reformed Churches en Reformed Churches of America worden na 160 jaar geheeld. Kennelijk is het gemakkelijker ruzie te maken dan bij te leggen. Met herstel maken we minder haast, niet alleen in de kerkelijke wereld maar ook in menselijke relaties.

 

De Bruid van Christus is als broos vaatwerk. Wij zijn nu al 50 jaar gescheiden terwijl de zon niet over toorn mag ondergaan. Terwijl er veel zit tussen 1 dag en 160 jaar…

Wij hebben het gevoel: God heeft vuur heet gemaakt en nu moeten wij het ijzer smeden.
Drie jaar geleden deden wij een verlovingsaanzoek op uw synode. Dat ging verder dan de commissie zelf eerst had durven voorstellen.

Als NGK herhaal ik dat verlovingsverzoek niet maar vraag wel om een date. D.w.z. een officieel voorstel om in een gezamenlijke landelijke bijeenkomst concrete stappen te zetten in relatie GKv-NGK. Bij kaarslicht en lekker eten. Te organiseren door de wederzijdse moderamina tijdens de koffiepauze.

 

De NGK hebben al een vrouwelijke predikant. We hopen dat nu een belangrijke drempel tussen ons is weggenomen. Je hoeft nadrukkelijk niet voor de vrouw in het ambt te zijn maar het punt is niet kerkscheidend. Kerken en predikanten gingen bij ons hierin verschillende wegen zonder dat het ons uiteendreef. Dat willen we benadrukken. Nu strekken we onze armen uit naar de GKv in zijn volle breedte en diversiteit.

 

Er moet nu helderheid komen over besluiten van welke synoden uit het verleden. Het is belangrijk om daar met u en de LV over te spreken. Nieuwe opdrachten daarvoor moeten wel uitvoerbaar zijn. Ze moeten ons verder helpen. Het mag wel gaan om trouw aan de confessie maar we willen niet in herhaling van zetten komen. Het oriënterend gesprek over de DKO en AKS heeft positief uitgepakt. Mogelijke bezwaren konden weggenomen worden en nu willen we ook praktische stappen zetten. Wat betekent het concreet naar een gezamenlijk kerkzijn te gaan? Een heel mooie bijvangst was de ontdekking van een constructieve manier om met de belijdenis om te gaan, namelijk die van de toekomstgerichte binding aan de belijdenis. Hoe dán te committeren aan de belijdenis. Ik hoop dat u de opdracht geeft om dat toekomstgerichte te formuleren.

 

We moeten ook prioriteiten stellen en ons niet overladen. Ik hoop dat er niet zulke eisen worden gesteld dat we niet meer aan samenwerken toekomen.

 

In Ede heb ik me in de archieven mogen verdiepen. De breuk was in 19/12/67. De volgende dag werd ik geboren. Ik was mijn handen dus in onschuld [hilariteit]. Maar ergens is iets misgegaan. Ik verlang naar eenheid als persoon maar ook als kerk. Als kerk gingen we door knieën voor een verloving, nu vragen we om een date. Maar we willen niets liever dan trouwen.

 

Preses

Wij delen kostbare herinneringen. Broeders bindt hetgeen ds. Sinia heeft gezegd op het hart en neem het mee.

 

Deputaten – Ds. J. Wesseling

U hebt spelregels gesteld m.b.t. mijn spreken. Daar wil ik me aan houden, maar ze knellen wel wat.

 

Preses

De deputaten hebben één ingang in de synode. Jouw inbreng nu is een gunst van de deputaten en de synode is er in meegegaan. Verder heb je je ideeën al schriftelijk uiteengezet en geconcretiseerd in de besluitteksten.

 

Deputaten – Ds. J. Wesseling

 

[Wij hebben ds. Wesseling om zijn volledige tekst gevraagd en die ontvangen. Slechts het door hem grijs-gearceerde gedeelte heeft hij door de nogal ingeperkte spreekruimte, zo ongeveer naar voren kunnen brengen.]

 

Meneer de praeses, geachte broeders,

 

Het is mij opgevallen dat, wanneer het over het kerkelijk conflict uit de jaren ’60 van inmiddels de vorige eeuw gaat, velen eerst beginnen met de eigen, persoonlijke ervaringen. Dat verklaart hun betrokkenheid, persoonlijke pijn, verlangen om de breuk te helen of hun houding en positiekeus nu.

 

Ook ik maak van de gelegenheid gebruik daar kort op in te zoomen.

Ik sta hier als kind van de scheuring Bewust niet kind van de rekening, want zo ervaar ik dat gelukkig niet. Als zoon van een predikant kwam ik pas begin jaren ’70 echt met het kerkelijk conflict in aanraking. Mijn vader werd geschorst (wist ik als jochie van 13 veel wat dat betekende…), vanwege scheurmakerij. Hij weigerde, tegen de wil van zijn kerkenraad in, de Open Brief vanaf de preekstoel te verketteren. Daarvoor kende hij te veel van de ondertekenaars en studiegenoten persoonlijk. Niet dat hij het met de brief eens was, maar het waren veelal gereformeerde jongens.

(Uitgebreider nalezen in In Memoriam in laatste handboekje).

Toen ik ging studeren in Wageningen, bevond ik mij op een tweesprong. Wel of niet vrijgemaakt blijven? Ik had mijn buik er wel vol van. Ik voerde gesprekken, met de plaatselijke predikant, Melle Oosterhuis, met ouderlingen van de buiten-verband-gemeente, vroeg advies aan een NGK-dominee. Hij adviseerde mij maar binnen-verband te blijven. Het was een stabieler kerkgenootschap. De warme opvang in de gemeente van Wageningen, br. en zr. Van Barneveld mogen hier met ere genoemd worden, leerde mij hoe gemeente-zijn ook kon zijn. Toen ik vervolgens na twee jaar besloot in Kampen verder te gaan studeren, kwam ik daar aan met een sterk anti-Kamphuis sentiment. Om zicht te krijgen op het kerkelijk verleden en om mijn eigen verleden te kunnen plaatsen, voerde ik gesprekken met heel wat hoogleraren. Douma, Trimp, Kamphuis, Ohmann. Toen ik in 1992 een beroep naar Ede kreeg, in mijn jeugd de woonplaats van mijn grootouders, die met Roukema buiten verband waren geraakt, ben ik eerst naar hun dochter, mijn moeder gegaan, om af te tasten wat zij ervan zou vinden, wanneer ik dit beroep zou aannemen.

Ik was een kind van de scheuring en de gevolgen van dit conflict lopen als een rode draad door mijn leven heen.

 

Ik heb moeten leren om door de kruitdampen en persoonlijke emoties heen te kijken en de vraag te stellen: waar ging en waar gaat het ten diepste om?

Laat ik het mogen zeggen met een citaat van J. Douma, uit 1969. Hij memoreert dat bij elk kerkelijk conflict mensen met hun emoties een rol spelen. Maar je kunt ook een rook- en mistgordijn optrekken door het vooral daarover te hebben en aan het oog te onttrekken waar het werkelijk om ging. “We moeten niet over de misère heenlopen, maar ons er ook niet door laten verblinden.” Het ging om het verlangen daadwerkelijk gereformeerd te blijven.

 

Daarom zal ik u niet langdurig vermoeien met mijn ervaringen of mijn emoties. Die zijn er.

Ook bij anderen. Ik bespeur een soort emotioneel verlangen, bijna een eagerness, om de geslagen breuk ongedaan te maken, liefs zo snel mogelijk. Er moeten hoognodig knopen doorgehakt worden.

Maar wie de griekse geschiedenis kent, weet ook dat knopen doorhakken een verlegenheidsoplossing was, voor een bijna onontwarbaar probleem.

Wie op dit moment nog vragen stelt, komt algauw terecht in de hoek van critici, en krijgt wantrouwen op zijn bordje geschoven.

Persoonlijk vind ik dat niet het niveau waarop we het gesprek moeten voeren. Ik beticht degenen die een andere mening zijn toegedaan ook niet van naïviteit, kortzichtigheid of de angst om gereformeerd te zijn. Daarmee zou ik geen recht doen, maar ik zou ook motieven beoordelen. Je kwalificeert, of diskwalificeert ze.

 

Laat ik het over de inhoud hebben.

Waar gaat het om: om het verlangen daadwerkelijk confessioneel gereformeerd kerk te zijn. Waarom?

Het afgelopen jaar is bij mij naast mijn gemeente-werk grotendeels gestempeld door het deputatenwerk. Vaak stelde ik mijzelf de vraag: waar maak je je druk om?

Ik las Thomas Halik, Geduld met God. Over de kwellende vraag: hoe sla je daadwerkelijk een brug tussen geloof en scepsis, tussen christelijke zingeving en atheïstische levensoriëntatie. Heb geduld met God en geef Hem de tijd.

Ik las Mintijteer, over een tienermeisje dat haar vader door kanker verliest, terwijl ze tegen de klippen op gebeden heeft.

Ik las De stilte van God, over de vraag hoe je in je geloven de twijfel te boven komt.

Ik ging voor de spiegel staan en stelde mezelf de vraag: waarom maak je je zo druk om de gereformeerde geloofsbelijdenis?

 

Mijn antwoord: omdat de kerk in haar belijdenis het geloofsantwoord geeft op de diepste levensvragen. Niet op alle vragen, misschien ook niet altijd het volledige antwoord, maar toch…

Onlangs nog deden jongeren belijdenis van hun geloof.

Ik steek een spa dieper: omdat in de gereformeerde belijdenis wij God hebben verstaan, luisterend naar zijn openbaring. Niet uitputtend, hoe zou dat kunnen, maar wel adequaat. Hem daarin eren.

Ik ga nog een spa dieper, of hoger: omdat de gereformeerde confessie ons de diepste spirituele waarden van mens-zijn voor het aangezicht van de levende God bijbrengt. En van hoe ons te verhouden en hoe te wandelen met Hem.

Werkelijke, gereformeerde kerkelijke eenheid is daarop gebaseerd. Daar zijn we het, ook als gezamenlijke deputaten, over eens.

 

Broeders, ik sta hier voor een vergadering die aan het begin zich aan elkaar heeft verbonden door in te stemmen met de gereformeerde confessie.

Die is de moeite van het beschermen waard. Het is ook de moeite waard de gemeente van Christus daarbij te bewaren. Die aansporing krijgen in de GKv-kerken de oudsten elke keer weer mee: “let erop dat de gemeente blijft bij de zuivere leer en daar ook daadwerkelijk naar leeft!”

 

Heb je vragen, ook als ambtsdrager? Dat mag. Krijg je bezwaren? Dat kan.

Maar het belang van de gemeente gaat voorop en krijgt prioriteit. Hoe vroom je ook bent en hoe goed je het ook bedoelt en hoe geleerd je misschien ook bent. Ook in een vroom jasje kan zomaar de gemeente in verwarring worden gebracht of een dwaling binnensluipen. Daarom: art. D56!!!

Daarom: vragen? In kleine kring. Zoek het kerkelijk gesprek met je kerkenraad.

Hoe om te gaan met afwijkingen, volgehouden afwijkende ideeën? Hoe verdraagzaam moet je zijn?

Niet alleen in de NGK, net zo goed in de GKv is van alles gaande. Ook allerlei ideeën en wind van leer.

Prof. De Bruijne signaleerde onlangs in één van zijn betere columns dat diverse oude dwalingen in een nieuwe vermomming binnenkomen en onder christenen een come-back maken. Frappant genoeg komen zijn voorbeelden vooral uit onze eigen GKv. Je hoeft niks meer te doen, het woord ‘gehoorzamen' raakt in onbruik en angst voor een naderend oordeel is al helemaal niet meer nodig.

Hij waarschuwt voor een versmalde bijbel en een aangepast evangelie.

Ik zou, in het verlengde daarvan, willen waarschuwen voor een versmalde geloofsbelijdenis.

We zéggen nog wel die te beamen, maar laten dat in de praktijk van het kerkelijk leven na.

 

Daarom moeten wij ons ook distantiëren van bijlage V. Om twee redenen.

  • Belijdenis komt zelf onvoldoende tot spreken. Kenmerken van de kerk wordt niet doorvertaald naar kerkelijke praktijk van nu.
  • We raken opnieuw verzeild in de pluriformiteitsleer van Kuyper. Het krijgt een andere naam, geen pluriformiteit, maar plurifarbigkeit. Veelkleurigheid, maar met dezelfde positieve filosofie er achter.

Geen vooruitgang, progressie, maar regressie.

 

In onze brief, gisteren aan u toegezonden, leggen wij een aantal dringende vragen op tafel:

  1. Is de synode wel gerechtigd op deze wijze op revisie-verzoeken te reageren? Zouden de betrokkenen zich ook gehonoreerd voelen? B.v. het bezwaar van Vroomshoop/Mariënberg inhoudelijk is niet gehonoreerd door WCKA en besluitvorming.
  2. Hoe hartelijk is de binding, gehoord de citaten van ds. Muller? Zitten de NGK-kerken op ons te wachten?
  3. Waarom sluit de WCKA-nota Perspectieven niet wat kordater aan bij de toelichting van de deputaten kerkorde, op het nieuwe bindingsformulier? En, wanneer dat wel bedoeld is, wat vinden de NGK-kerken daar van? Bestaat er spanning tussen de Perspectieven en onze eigen regelgeving? Zo niet, impliceert dat dat de NGK die overneemt en in praktijk gaat brengen?
  4. Hoe kan de conclusie getrokken worden dat de hindernis is overwonnen, terwijl nog steeds op het cruciale moment onhelder blijft hoe we kerkelijk omgaan met voortdurende afwijking van de belijdenis en confessionele ontrouw?

Onze wijzigingsvoorstellen zijn allemaal gericht op een sterkere en helderder bescherming van de gemeente. Laten we bij kerkelijke eenwording ook eerlijk zijn over de praktijk, en geen eenzijdig beeld schetsen, ik verwijs naar NGK-deputaten rapport zelf.
Mijn aanvullingen houden in:

  • Besluit 3a is uitgebreid en gronden 4 & 5b zijn toegevoegd. Het gaat terug op signaleringen uit NGK-kring zelf.
  • De Nota Perspectieven laat open wat te doen bij volgehouden afwijking, en zelfs confessionele onbetrouwbaarheid. Het cruciale punt is niet opgehelderd. Komt niet verder dan kán schorsen en verder open gelaten, aan de wijsheid van de vergadering overgelaten. Maar bescherming van de gemeente wordt niet expliciet gemaakt. Er wordt structureel ruimte gelaten voor blijvende afwijking; en voor confessionele ontrouw. Daarom besluit 3d toegevoegd en grond 5 uitgebreid.

Broeders, de bescherming van de gemeenten bij de zuivere leer behoort tot de ruggengraat van gereformeerd kerk-zijn. In uw vergadering zijn alle kerken vertegenwoordigd. Daarom vragen wij u om heldere besluiten, waarin uw vergadering boven alle verwarring en onzekerheid over (de voortgang van ons) kerkelijk leven uit, onverkort staat voor deze ruggengraat van gereformeerd kerkelijk leven en de bijbehorende rechtsbescherming van de gemeenten. Het zijn immers niet onze kerken.

Zij zijn van Christus.

 

BESPREKING RONDE 1

 

Ds. Stolper

Ik was eerst tegen GKv-NGK eenheid. Ik had weinig met organisatorisch eenheid, we zijn toch al een?

Een tweede reden is dat ik vind dat er iets fout zit bij onszelf. Wij zijn intern verdeeld, zie de brieven. Ja, er zijn problemen in de NGK, maar in de GKv misschien nog wel meer. Is het dan wel wijs om nu een te worden? En hoe wordt die confessionele binding concreet handen en voeten gegeven?

Maar ik ben veranderd en hel nu over naar voren. We moeten bescheiden zijn. We hebben minder recht van spreken over binding. Het is ook een kwestie van vertrouwen. Het zal de komende drie jaren wel duidelijk worden in de stappen naar de trouwdag. Als alles perfect moet zijn is het wachten tot in de eeuwigheid.

 

Hebben we recht gedaan met alle brieven? Wat moet ik mij bij besluit 4b voorstellen?

Zijn er nog verschillen tussen NGK en GKv die vragen oproepen? Bijvoorbeeld t.a.v. homoseksualiteit? Nemen wij als GKv hun standpunten over?

 

Ds. Basoski

Ik heb de breuk niet meegemaakt maar kom wel uit zo'n geslacht. Mijn vader vroeg om samenspreking met de NGK in Wezep opdat eenheid concreet gestalte zou krijgen.

Ik ondersteun de voorstellen. We moeten elkaar in vertrouwen omarmen.

 

Br. Van Arkel

Gezien de gronden onder besluit 3: moeten we nog wachten? Er zijn wel aarzelingen ook binnen onze eigen kerk. Wij zijn bijvoorbeeld niet even groot in omvang. Hebben niet altijd hetzelfde geduld. Er moet nog veel geregeld worden. We moeten we ons realiseren: ook als alles OK is dan nog zijn er spanningen en aarzelingen.

De vraag is waar we het nog eens over moeten worden. Wat kunnen we niet van elkaar dragen? Welke echte hobbels zijn er nog? Indien niet, moeten we dan niet uitspreken dat we een zijn? Daarbij gaat het niet over organisatie, fusie etc.

 

Ds. Waterval

Ik was van oorsprong rooms maar ben gereformeerd geworden. Daarom voel ik een zekere afstandelijkheid bij mij. Wel heb ik veel verdriet geproefd en ben ongelooflijk blij met deze dag, met de conceptbesluiten.
Het hartelijke verlangen mist wat in de besluiten. Daar ga ik mijn best voor doen. Want als je besluit 4a leest kan het nog lang duren. Ik mis de stip op de horizon. Zie ook besluit 3/grond 8: 'duidelijkheid' bij iedereen, zelfs bij gemeenteleden. Wie gaat dat meten? Het is geen begaanbare weg. Je moet op hoofdlijnen aangeven waar je aan toe bent.

 

Besluit 4b straalt wantrouwen uit. Laat het zoeken naar punten die frustreren. Er moet sprake zijn van heilige hunkering. We moeten aangeven dat er geen belemmeringen meer zijn voor hereniging. Ik zal daar een amendement voor indienen.

 

We zijn teveel een meningenkerk. Vergelijk dat eens met een huwelijk: je bent het niet helemaal eens maar vertrouwt elkaar wel.

 

Ds. Roth

Ik sluiten me aan bij Waterval. Samen met hem en Poutsma zullen we een amendement indienen.


Wat willen we communiceren? We willen openlijk erkennen dat we samen kerken van Christus zijn en gaan samenwerken. Dan met elkaar je dingen vastleggen en goed regelen. Maar dat voedt wel zomaar wantrouwen in plaats van een liefhebben dat stimuleert. Daarom moeten we de taal van de liefde gaan spreken.

 

Gebroken huwelijken herstellen is uitzonderlijk. Dat is voorspelbaar en voorstelbaar. Ik heb het stuk van Wesseling c.s. niet gelezen omdat ik zo vol zat van de MV-besluiten. Maar als we zo bezig gaan als hij dan gaat het weer om scheiding, om voeden van wantrouwen. Ik denk dat te merken in de praktijk.

 

De vraag is: Wat is er aan de hand met ons? Hebben we elkaar echt lief? Dan moeten we dat in taal treffen. Het is een door God geschonken liefde. Dat betekent niet holderdebolder trouwen. Maar wel die bron meer naar voren laten komen.

We willen Christus delen onder elkaar en voor de stad. Het gaat om de eer van God. En thuis openen we de wederzijdse kansels voor elkaar en eerbiedigen elkaars gewoonten.

 

Br. Feenstra

Ik heb de moeiten in zestiger jaren bewust meegemaakt. In Amsterdam met ds. Schoep. Thuis sprak oom Jaap Kamphuis met bezwaarden. Er zat pijn aan beide kanten. We hebben elkaar beschadigd. Ruziemaken is makkelijker dan herstellen want vaak verharden de standpunten. Nooit is er zoveel op een ongezonde manier over de kerk gesproken.

Is het niet ontzettend belangrijk initiatieven voor verzoening te ondersteunen en dan zo het proces van eenwording te beleven?

Ik ben blij met de toespraak van Sinia. Een speeddate is misschien nog beter op weg naar het huwelijk. De liefde van Christus moet centraal staan in het vinden van elkaar.

 

Besluit 1: Krijgen de kerken ook antwoord of is dit het?

Besluit 3/grond 1. Hebben nu alle predikanten het ondertekening formulier ondertekend of niet? Ik krijg toch weer een melding dat er zijn die dat níet gedaan hebben. En hoe ligt het nou precies t.a.v. de generale regeling: als iemand niet ondertekent wat dan? Hoe ligt het nou precies? Zijn er die het willens en wetens niet doen? Hoe kun je daar verder mee?

 

Ds. Messelink

Oecumene is een succesverhaal: één Herder, één kudde. Joh. 17: Dat ze allen een zijn. In dat licht is het een drama als kerken scheuren. Christus wil wereldwijde eenheid. Nu we besloten hebben tot de vrouw in het ambt is er geen enkele belemmering meer voor hereniging. Dat is ook belangrijk voor het Nederland van nu.

 

Wesseling ziet nog belemmeringen: worden gemeenten wel voldoende beschermd tegen afwijkingen van de belijdenis. Als dat gebeurt moet de situatie gewogen worden. Maar hoe doe je dat gezien de discrepanties tussen de kerkordes? Want we zitten in een gedeelde praktijk.
Echter dit is een zaak die voortdúrende aandacht moet hebben. We leven vaak bij een smalle Bijbel. HC Zondag 21 is een te weinig doorleefde werkelijkheid bij velen.

 

We hebben nog maar een klein begin van gehoorzaamheid, maar willen ons toch toekomstgericht committeren aan de belijdenis. En daar wordt aan gewerkt. Gezien alles wat er al op dit moment is bereikt, pleit ik ervoor voort te gaan op deze weg.

 

Br. Van der Eijk

Het gaat vooral om het gebeuren op plaatselijk niveau. Het gaat van beneden naar boven. Wij als synode ondersteunen dat met onze bijdragen aan plaatselijke kerken. Daarbij eerst spreken over wat we samen in Christus hebben.

We worstelen met dezelfde dingen als in de NGK. Rond verschillen moeten we inzoomen op wat bindt.

 

We moeten controleren of onze besluiten als antwoorden op de revisieverzoeken kloppen.

 

M.b.t. tot de openstelling van de ambten voor vrouwen is het belangrijk de formuleringen vast te houden en gebruiken zoals we die hebben besproken en vastgesteld.

 

Br. Bouma

Ik voel me ongemakkelijk bij dit onderwerp omdat er geen NGK in Zeeland is. De scheuring heeft narigheid op geleverd. Bijvoorbeeld, afspraken over 'wie groeten we wel en wie niet'. Onze kerk was de enige ware kerk, daar buiten was er niets. Maar prof. J. Douma signaleerde in de Reformatie dat als we naar het buitenland reizen, we daar wél naar de plaatselijke kerk gaan. Daardoor ben ik heel anders gaan denken.

 

Pas op voor een lange verlovingstijd, daarom zonder verloving trouwen.

 

Er wordt gevraagd hoe hartelijk de binding in de NGK aan de belijdenis is. Maar hoe is dat bij ons? Gaat het hier niet om de balk en de splinter?

 

Bescheidenheid is nodig. Denk aan de volgende generatie. Daarom niet teveel regels, timmer niet alles dicht. Het gaat om een casco waarin we gaan samenwonen. Niet als een geregistreerd partnerschap maar volop getrouwd onder de zegen van de Heere.

 

Ds. Harmannij

Ik ben een man van de regelingen en ben daar ook erg voor. Het is makkelijk om te zeggen dat we één zijn. Maar met goede regelingen voorkom je dat je om elkaar heen blijft draaien. We zitten nu in de fase van meters maken. Besluiten zijn nog een beetje behoedzaam. Daarom veel liever: 'wij gaan op weg naar eenheid, maak het huis maar klaar'. Dan duurt het nog steeds zes jaar. Er zijn mensen die op de rem gaan staan, maar nu doorpakken. Wittebroodsweken zijn zo voorbij en daarna komen de problemen. Dus regelen om goed met elkaar om te blijven gaan.

 

Preses

Hoe groei je naar elkaar toe? Dan moet je niet gaan millimeteren. Dat hebben we geleerd van de breuk van het verleden, en alle ellende die dat heeft meegemaakt. We moeten de ander uitnemender zien dan onszelf.

Ga er maar werk van maken op het grondvlak. De breuk voelt als een amputatie van het lichaam van Christus. De hele arm moet weer bij het lichaam. De engelen zullen er hartelijk om juichen.

 

[Pauze.]

 

Preses

Ik heb verzuimd Van der Tol het woord te geven, daar krijgt hij later gelegenheid voor.

Want eerst moeten we de besluiten t.a.v. het COGG behandelen omdat br. I.A. Koole van het COGG beperkt aanwezig kan zijn.

 

Contactorgaan Gereformeerde Gezindte (COGG)

 

COGG - Br. I.A. Koole

Ik ben lid van een Gereformeerde Gemeente kerk. Ik ben blij met de genade die ik daar meekrijg. Wel ben ik wat ruimer van opvattingen. Er kan samen zoveel worden gedaan als je ziet wat de Heere ook in andere kerkgemeenschappen geeft.

 

Sinds 2003 heeft de GKv waarnemers in de COGG. Ds. Minnema zit in het dagelijks bestuur.

 

De Gereformeerde Gemeenten vinden het COGG te ruim. Daarom zit ik er op persoonlijke titel in. Allerlei kerken hebben inmiddels hun waarnemerschap beëindigd en zijn lid geworden.

We vergaderen in de TUA en organiseren één keer paar jaar een conferentie. Het onderwerp is nu onderwijsvrijheid, wat doen we als kerken daarvoor. Hoe is de relatie met wat God in zijn Woord daarover zegt?

 

We zijn geroepen om de eenheid van de kerken te zoeken in gehoorzaamheid aan het Woord. Het gaat om de gemeenschap der heiligen in de Bijbel, zie Ef. 4:3. Het is bedroevend dat wij allerlei kerken hebben laten scheuren en er een pijnlijke verdeeldheid is ontstaan. Maar zie de belijdenis van Nicea die vraagt om concrete gehoorzaamheid om een te worden. Zodat de wereld gelooft dat Christus ons liefheeft.

Dus onze missie is: bevordering van de eenheid van kerken.

 

Sinds 2013 hebben we ook elk jaar een conferentie met studenten theologie. Deze vrijdag zal het gaan over catechese. De studenten mogen zelf docenten aantrekken, wij leveren alleen ondersteuning. Studenten willen niet alleen over eenheid en kerk praten. Ook bijvoorbeeld over onderwerpen als 'in Christus volmaakt', over verslaving.

Het zou goed zijn dit werk zoveel mogelijk te stimuleren in de GKv. Het aantal vrijgemaakten kan nog groter zijn.

 

In het bestuur vindt ook bezinning plaats. We zijn bijvoorbeeld betrokken bij de opzet van de GTU en hopen dat CGK er ook vóór zal zijn. Want het is fijn om samen te zijn, elkaar te zoeken en op te scherpen. Dat is ook onze opdracht. Daarbij hebben wij mannen maar een beperkt zicht, vrouwen erbij is waardevol.

 

Hoe dragen wij ons christen-zijn uit? Laat in kerk, school en gezin weten dat de dienst aan de Heer een geweldige toekomst heeft. Dat is ook het perspectief van uw werk. Ik wens u Gods zegen op uw werk.

 

Preses

Dank u wel. Vroeger had ik aarzelingen over het COGG, een vage besluiteloze club die de kole en de geit spaart. [hilariteit] Maar één ding is zeker: u doet prachtig werk. Het is op een basaal niveau werken aan de eenheid in Christus waarin we ook willen participeren.

 

Kerkelijke eenheid met NGK, vervolg

 

Br. Van der Tol

Ik was 14 jaar toen ik de Open Brief las. Moesten we ons daar druk om maken?

Van mijn (groot)ouders heb ik geleerd mensen niet te veroordelen. Het gaat om iets anders. Dat heb ik geleerd uit o.a. het optreden van ds. Borgdorff, van het boek van ds. K. Doornbos Kerk zijn, en van prof. Schilder 'dat Christus ook zijn bloed voor het kerkverband heeft gegeven'.

 

Zo gaat het in het laatste stuk van Wesseling om de bescherming van de gemeente. We moeten leren niet mensen veroordelen maar op de inhoud te letten. De binding aan de Schrift en belijdenis moet eerlijk en onbekrompen zijn. Elkaar aanspreken op grond van Gods Woord en de belijdenis.

 

We moeten serieus naar de belemmeringen voor eenheid van GKv en NGK kijken, en daarbij ook naar onszelf. De toevoegingen van Wesseling c.s. zijn heel goed. Mogelijk kunnen we die in alle bescheidenheid via amendementen aan de besluiten toevoegen.

 

Wat de vrouw in het ambt betreft, ook hier weer die onhelderheid in de motieven. De gronden bieden hier opnieuw weer een variant. Het zicht mist wat de Bijbel er van zegt.

 

Bij eenwording zou we ook de CGK moeten betrekken.

 

Als Van der Eijk: Hebben de mensen echt antwoord wel gekregen?

 

Commissie - Ds. G. Oosterhuis

We hebben de revisieverzoeken zo serieus mogelijk willen behandelen en in overeenstemming met de genomen besluiten.

Je hebt te maken met een inconsequentie van Ede: niet de vrouw in het ambt willen maar wel verder met de NGK. En, hoe kan er overeenstemming zijn over hermeneutiek als de ambten zijn opengesteld voor vrouwen in de NGK? Dat zit in veel revisieverzoeken.

Een ander punt is de zorg over de binding aan de belijdenis. Die zou tot nu toe onvoldoende gewaarborgd zijn. Is dat terecht van tafel gehaald door GS Ede?

 

Revisieverzoekers hebben gelegenheid gehad gehoord te worden. Daaraan hebben maar twee gehoorgegeven.

 

Er is een timingsprobleem. Hermeneutiek was in Ede geen belemmering meer. Dat was een niveau hoger dan onze besluiten t.a.v. de vrouw in het ambt nu. Maar als het Edese hermeneutiek besluit nietig wordt verklaard waar hebben we het dan nog over?

Ons voorstel is de 'zorg' opnieuw meenemen op deze synode en mee laten wegen in de besluiten: is er echt sprake van een andere hermeneutiek? .

 

We menen zo het meeste recht te doen aan de revisieverzoekers. Want anders wordt het allemaal onwezenlijk omdat het proces van Ede is doorgezet. En we hebben nu de zorg weg kunnen nemen dat er onvoldoende borging is van de binding aan de belijdenis.

 

In het synodeproces is bewezen dat het kale feit dat we een ander besluit hebben genomen t.a.v. de vrouw in het ambt, niet betekent dat de Gods Woord niet serieus hebben genomen. En dat is een breed gedragen gevoelen. Met elkaar zijn we in zeer grote meerderheid gekomen tot Schriftgetrouwe besluiten. We denken niet anders over het gezag van de Schrift.

 

Het is belangrijk voor een communicatie de besluitteksten woordelijk over te nemen. Er is nog een timingsprobleem met de besluitenreeks voor vandaag. De implementatievoorstellen voor de vrouw in het ambt moeten er eerst komen en gesynchroniseerd worden met definitieve besluiten van ons.

 

Deputaten - Ds. H.J. Messelink

Ef 4:15 laat zien dat aan de combinatie van liefde en waarheid rechtgedaan moet worden.

Ik spreek namens grote meerderheid van de deputaten. We hebben enorm veel tijd besteed om te proberen iedereen mee te krijgen. En dat met de nodige voorzichtigheid. Maar het is niet helemaal gelukt.

 

Gesprekken over regelingen gebeuren niet uit wantrouwen maar om gezamenlijk werken aan bepaalde punten. Bijvoorbeeld, vroeger gingen we t.a.v. homoseksualiteit een eigen traject in. Maar dat zal toch niet wéér gebeuren. Het gaat dus om een breed en ruim mandaat zodat vanuit het verlangen bij elkaar te komen, we over allerlei punten kunnen gaan spreken.

 

Moet iedereen op elke niveau dezelfde kant op kijken? Nee dat kan niet. Maar de plaatselijke kerken moeten er wel mee bezig. Mensen moeten het begrijpen en er geestdriftig voor gemaakt worden. Dus moet er wel op alle niveaus mee bezig worden gegaan.

 

Misschien is er nieuwe informatie over de ondertekening van het ondertekeningsformulier. In elk geval hebben alle predikanten die nu functioneren wel ondertekend. Ik weet niet of dat voor de emeriti geldt.

Er is een ontwerp regeling voor de binding aan de belijdenis overgenomen door de werkgroep Convergentie. Dat kan wat ons betreft ook.

 

De voorstellen moeten nog aangepast worden m.b.t. de vrouw in het ambt.

 

De bescherming van de gemeente blijkt ook onze zorg. Maar de vraag is wel op welke manier dat te waarborgen. Het is uitgebreid beschreven maar niet dichtgetimmerd. Zo is het voldoende. Bescherming staat ook hoog in ons vaandel maar het is niet af te dekken met een regeling. De vraag is hoe je er in de praktijk mee omgaat.

 

Br. Van Arkel

Wat scheidt ons nog, welke verschillen kunnen we niet dragen?

 

Deputaten - Ds. H.J. Messelink

De meerderheid van deputaten zegt: nee, er zijn niet zulke verschillen. Wel zaken waar we elkaar over willen spreken. In de werkgroep Convergentie over de AKS en KO komen prachtige dingen naar voren. Maar de gesprekken moeten doorgaan.

 

AMENDEMENTEN

 

Br. Van der Tol

Ik wil de aangegeven blauwe tekst van Wesseling c.s. als amendement [bijlage 4] indienen.

 

[Wordt niet gesteund.]

 

Br. Van Arkel

Er zijn geen inhoudelijke verschillen maar er is nog wel een heleboel te regelen. Als dat zo is wil ik in het oude besluit 4 aanpassen met '… dat wij met dankbaarheid constateren dat wij feitelijk in staat van vereniging verkeren…' . Daarop moet opdracht a aangepast worden - mandaat blijft staan -, b kan vervallen en c blijft staan.

 

[Voldoende steun.]

 

Ds. Waterval

 

In besluit 3/grond 8 'onmisbaar' vervangen door 'belangrijk' en de volgende zin weglaten.

Verder een andere tekst voor besluit 4:


Besluit 4

  1. met diepe vreugde op te merken dat God ons het geschenk van hernieuwde geestelijke eenheid geeft met onze broers en zussen van de NGK;
  2. de uitnodiging van de NGK voor een gezamenlijke vergadering van deze synode met de Landelijke Vergadering, gericht op hereniging, te aanvaarden;
  3. deputaten op te dragen om alles te doen wat nodig is om een zo spoedig mogelijke hereniging voor te bereiden en in samenwerking met de CCS, waar mogelijk en gewenst, het proces van herstel en verzoening op plaatselijk niveau te stimuleren en te ondersteunen.

Gronden:

  1. Op het punt van hermeneutiek en binding aan de belijdenis zijn er geen wezenlijke verschillen meer tussen onze kerkverbanden.
  2. Het gebed van onze Heer om eenheid (Joh. 17) beweegt ons om hereniging niet langer dan nodig uit te stellen.

In besluit 6a 'voldoende waarborg' weg.

 

Ds. Waterval

Van Arkel trekt zijn amendement in.

 

[Deputaten nemen de teksten over. Besluiten worden samengesteld]

 

BESPREKING
 

Br. Van der Eijk

In de plaatselijke kerken moet het gebeuren. We moeten niet het gevoel creëren te ver voor de muziek uit te lopen.

 

De verwerking van de besluiten over vrouw in ambt in deze besluiten kan politiek overkomen want daar moeten de kerken nog mee bezig. Daarbij zijn er nog allerlei vraagstukken. Zijn we uit bestuurlijk oogpunt wel goed en wijs bezig?

 

Br. Heij

Ik denk in de lijn van Van der Eijk en geef een soort stemverklaring nu. Je hoort veel over vreugde en in liefde elkaar aanvaarden. Een koerswijziging t.a.v. 1967 wordt gesuggereerd. Maar ik wil toch iets persoonlijks noemen.
Mijn vader is er als afgevaardigde zelf bij geweest. Ik heb hem nooit op een liefdeloze wijze horen spreken. We moeten oppassen voor deze beeldvorming. Niet weer in de fout van grote woorden vervallen.

Liefde werd destijds getoond door elkaar aan te vallen. Maar de GKV is veranderd. Nu is er meer oog voor waarde van diversiteit binnen de gemeente. We hoeven het niet in alles eens zijn.

We gaan nu ons gezamenlijk huis klaarmaken en streven naar vereniging in 2020. Net als gisteren zal er daarbij naar tegenstemmen gehoord en geluisterd moeten worden. We moeten voorzichtig zijn in de bewoordingen m.b.t. vereniging NGK, elkaars onzekerheden van gisteren de ruimte geven. En niet in een soort juichstemming die vereniging formuleren. Dus de oorspronkelijke deputatenvoorstellen zijn beter. Ook als het gaat om schuldbelijdenis. Ik zal dus niet voor de amendementen stemmen.

 

Ds. Basoski

Ik ben ook tegen. Met de amendementen gaat het te snel. De deputaten geven in wijsheid de goede richting aan.

 

Br. Van den Berg

Het is mijn hartelijke wens dat beide synoden samenspreken. Nu ligt daar zo'n voorstel, 50 jaar na dato. Dat moeten we hartelijk omarmen.
Er valt nog veel te bespreken op weg naar kerkelijke eenheid, maar we hebben nu de kans om een grote stap te zetten. Laten we luisteren naar de hartelijke oproep van Sinia en niet meer vertragen. We hebben iets uit te leggen, maar dat is een mooi taak.

 

In de pers is het doen van schuldbelijdenis duidelijk naar voren gekomen. Daar ligt een behoefte want er is veel pijn geleden, en nog. Daarom mijn hartelijke oproep dat mee te nemen. Hoe invullen kunnen we aan de deputaten overlaten. Als we deze stap doen zal er in de hemel gejuicht en gezongen gaan worden.

 

Deputaten - Ds. H.J. Messelink

We zijn blij met de geest van dit voorstel, zullen er van harte uitvoering aan geven. Wel nog wat formuleringen aanpassen.

'.. hernieuwde geest …' suggereert dat die er niet was, die was er al wél. Het is een beetje een open deur. Moeten we nog over nadenken.

 

Die gezamenlijke vergadering, OK. En dan gericht op verootmoediging en snelle vereniging. Schuldbelijdenis is een lastig onderwerp. Er is al veel aandacht aan gegeven. Op deputatenniveau is het al nadrukkelijk aan de orde geweest, en ook in veel plaatsen. We kunnen er niet eindeloos mee bezig blijven en steeds achteromkijken. We moeten ons misschien meer richten op de toekomst.

 

Preses

We moeten het overlaten aan de spontaneïteit in de samenkomsten. En hier suggereren we dat het door alle kerken gedragen wordt.

 

Deputaten – Ds. H.J. Messelink

Er staat druk op het tempo. Ook wij willen snel. Maar er zijn plaatselijke kerken waar nog geen samensprekingen zijn. Daar moeten wij van onder af aan aan werken om ze mee te krijgen. We gaan gesprekken voeren. Daarvoor is tijd nodig. Nu komt er een algemene uitspraak zonder dat kerken zich voor het blok gezet moeten voelen. Er moet een zekere voorzichtigheid worden ingebouwd. Dat is van heel groot belang. Anders lopen we risico.

Wij willen ook snel maar wel zorgvuldig. Kerken moeten in het proces kunnen participeren en meedenken. Er is in elk geval blijdschap over de richting waarin we gaan.

 

Deputaten - Ds. Vreugdenhil

Besluit 3 geeft opdracht om deze zaken onder aandacht van de kerken te brengen. We moeten kerken meenemen, niet overrulen.

 

Ds. Waterval

We moeten het gevoel van momentum ons niet laten afnemen. We zouden de kerken moeten 'meenemen' maar we zitten hier als kerken. Waarom zou dit voorstel dan in de weg moeten zitten? Het is toch ook een steun in de rug? Laten we het 'vieren' goed verwoorden, we zijn daarvoor creatief genoeg.

 

Referenties aan de vrouw in het ambt kunnen weg.

 

Schuldbelijdenis staat er niet in, hier alleen verootmoediging. Kunnen we eventueel laten vallen.

 

Hernieuwde geestelijke eenheid. Hernieuwde is voldoende. Nog niet uitspreken dat God dit geeft.

Laten staan.

 

STEMMING

 

V18T12O01. Voorstel 4/Waterval aanvaard.

 

Preses

Moment van stilte. Daarna Smouter om iets te zeggen.

 

[Stiltemoment.]

 

NGK - Ds. W. Smouter

Het moment van stilte is me uit het hart gegrepen. Ik ben dankbaar voor de wil elkaar nader te ontmoeten en verdere stappen te zetten. Die gezamenlijke vergadering was al een voorstel van ons maar we wilden het niet blijven vragen. De bal ligt nu bij de GKv. Moderamina kunnen het regelen op korte termijn.

 

Preses

Laten we zingen Samen in de naam van Jezus. In canon en op verhoogde toon (Harmannij).

En daarna dankgebed door ds. Koster.

 

[Zingen Samen in de naam van Jezus.]

 

Moderamen - Ds. Harmannij

Er is weinig tijd meer voor DKE want we moeten nog over implementatie van de besluiten t.a.v. de vrouw in het ambt praten. Het amendement heeft gevolgen voor de rest van de besluiten. Samen met deputaten gaan we daaraan werken. Over twee weken gaan we daar verder over spreken. Anders wordt het een haastklus.

 

Preses

Alleen besluit 4 is nog genomen.

Hartelijk dank voor werk van DKE.

 


 

Bijlagen

 

Bijlage 1 – Algemene besluiten/COGG

 

DKE (Algemeen) 17 juni

 

Contacten met het Contact Orgaan Gereformeerde Gezindte

 

Materiaal:

rapport deputaten kerkelijke eenheid (19-10-2016)

 

Besluit 1:
te blijven participeren in het Contact Orgaan voor de Gereformeerde Gezindte op basis van de doelen die de GS Zuidhorn 2002-2003 heeft vastgesteld (Acta, art. 130-2).

 

Besluit 2:

door contactoefening mee te werken aan begrip voor elkaar en vertrouwen in elkaars confessionele trouw. Daarnaast zullen contacten de uitbouw en verdieping op het gebied van het gemeenschappelijk geloof en belijden bevorderen.

 

Besluit 3:

studenten aan de TU in Kampen op te roepen om contact met studenten van gereformeerd belijden uit andere kerkgenootschappen te zoeken.

 

Besluit 4:
de deelname aan het COGG in de periode tot de volgende synode te evalueren en daarover te rapporteren aan de synode.

 

Bijlage 2 – Deputaten conceptbesluiten NGK

 

Materiaal:

  1. beleidsrapport deputaten kerkelijke eenheid (19-10-2016);
  2. aanvullend rapport van deputaten kerkelijke eenheid (24-01-2017);
  3. rapport “Perspectieven” van de Werkgroep Convergentie Kerkorde en AKS;
  4. brief van de GK Haren (19-09-2016) met het verzoek tot revisie van artikel 89, besluit 3 en 4 van de GS Ede. In een eerdere brief (20-06-2015) wordt aangegeven dat het niet helder is welke “overeenstemming” er is tussen GKv en NGK over de hermeneutiek. Deze vermeende overeenstemming laat immers onverlet dat NGK en GKv verschillende standpunten hebben ingenomen t.a.v. van vrouwelijk ouderlingen en predikanten;
  5. brief van de GK Sint Jansklooster-Kadoelen (25-08-2016) met het verzoek tot revisie van artikel 89, besluit 3 en 4 van de GS Ede. De overeenstemming in hermeneutiek die de GS Ede constateert is volgens deze kerk niet werkelijk aanwezig, gezien de uitwerkingen in de praktijk in de NGK waar wel vrouwelijk ambtsdragers voorkomen en homostellen aan het HA worden toegelaten. Zolang hierover geen duidelijkheid komt, is praten over kerkelijke eenheid een brug te ver. Ook vindt men het niet correct dat de opdracht van vorige synodes om te onderzoeken hoe binnen de NGK de binding aan de belijdenis functioneert, niet serieus wordt genomen door de GS Ede;
  6. brief van de GK Heemse (23-09-2016) met het verzoek tot revisie van artikel 89, besluit 2 t/m 4 van de GS Ede. Ze vindt het tegenstrijdig om enerzijds vrouwelijk ambtsdragers af te wijzen als GKv, en wel de weg te openen naar kerkelijke samenspreking/eenheid met de NGK die wel vrouwelijk ambtsdragers kent;
  7. brief van de GK Vlaardingen (10-01-2017) waarin ze haar eerdere verzoek (mei 2016) tot revisie van artikel 89, besluit 3 van de GS Ede, handhaaft. Ze meent dat nog steeds moet worden doorgesproken over het NGK-besluit inzake vrouwelijke ambtsdragers en over de wijze waarop in de plaatselijke kerken vorm wordt gegeven aan de binding aan de belijdenis;
  8. brief van de GK Vroomshoop en de GK Mariënberg (11-01-2017) met het verzoek tot revisie van artikel 89, besluit 2 t/m 4 van de GS Ede. In de brief wordt betoogd dat de NGK onvoldoende werk maken van hun binding aan de belijdenis. Zulks werd geconstateerd door de GS 2008 en de GS 2011, maar de GS Ede neemt genoegen met de onveranderde stand van zaken, waarbij het AKS (art.17) ruimte geeft aan ongebondenheid. DKE hebben m.a.w. de opdrachten uit 2008 en 2011 niet uitgevoerd, maar zijn daarop niet aangesproken door de GS Ede. Tweede bezwaar betreft de vermeende overeenstemming in hermeneutiek. De GS Ede kan niet én zeggen dat GKv en NGK op dit punt overeenstemming hebben én zelf –op Bijbelse gronden- vrouwen uit de ambten weren (of homostellen van het Avondmaal). Je praat dan niet meer over een verschil in praktische uitwerking, maar over een principieel verschil in Schriftgezag. In de NGK is er ruimte voor Schriftkritiek en als GKv moeten we dat blijven zien als belemmering voor verdere samenwerking;
  9. brief van de GK Katwijk (21-01-2017) met het verzoek tot revisie van artikel 89, besluit 3 en 4 van de GS Ede. Ze heeft blijvend bezwaar tegen de Schriftuurlijke onderbouwing van vrouwelijke ambtsdragers in de NGK en concludeert dat GKv en NGK wel degelijk een andere hermeneutiek hanteren;
  10. brief van de GK Gramsbergen (09-01-2017) met het verzoek tot revisie van artikel 89, besluit 2 t/m 4 van de GS Ede. Ze betuigt adhesie aan het revisieverzoek van de GK Heemse (zie boven) en dringt er tevens op aan dat in nadere besprekingen met de NGK scherp wordt gelet op de binding aan de belijdenis;
  11. brief van de GK Marum (29-11-2016) met het verzoek tot revisie van artikel 89, besluit 3 en 4 van de GS Ede. Ze ziet in dat een dergelijke revisie niet kan wegwassen dat er sinds de GS Ede door DKE voortvarend is gewerkt aan verdere samensprekingen. Ze verzoekt derhalve dat de GS Meppel pas verdere stappen zet op weg naar kerkelijke eenheid wanneer de door de GS 2008 en de GS 2011 geformuleerde belemmeringen daadwerkelijk zijn weggenomen;
  12. brief van de GK Kornhorn (december 2016) met het verzoek tot revisie van artikel 89, besluit 3 en 4 van de GS Ede. De inhoud van de brief is identiek aan die van de GK Marum;
  13. brief van de GK Den Helder (21-01-2017) met het verzoek tot revisie van artikel 89, besluit 3 en 4 van de GS Ede. Ze vindt het tegenstrijdig om enerzijds vrouwelijke ambtsdragers af te wijzen als GKv, en wel de weg te openen naar kerkelijke samenspreking/eenheid met de NGK die wel vrouwelijke ambtsdragers kent. Ook is de binding aan de belijdenis binnen de NGK nog niet zo strikt als door eerdere synodes werd gewenst.

 

Besluit 1:
de brieven genoemd onder Materiaal 4 tot 13 te honoreren als bijdragen in het kerkelijk gesprek over de contacten met de NGK, en via de navolgende besluiten te beantwoorden.

 

Grond:

De briefschrijvende kerken reageren op een langlopend proces, dat ook in deze synode wordt voortgezet. De bijdrage van de kerken komt meer tot haar recht wanneer ze wordt meegenomen in nieuwe besluitvorming, dan wanneer ze enkel mag dienen om de besluiten van eerdere synodes te beoordelen.

 

Besluit 2:

in te stemmen met de omschrijving van de betekenis van het besluit van GS Ede 2014-2015 in Acta art. 89 besluit 3 en 4 zoals deputaten die in hun rapport hebben weergegeven:

  1. De belemmering was een belemmering om van gesprekken over te gaan tot daadwerkelijke samensprekingen;
  2. In de gesprekken met het oog op kerkelijke eenheid blijft er een belangrijk verschil in de kerkelijke praktijk ten aanzien van vrouwelijke ambtsdragers;
  3. Uitgaande van de consensus met betrekking tot de hermeneutiek, waarin we samen willen buigen voor het Woord van God, zal met het oog op kerkelijke eenheid in onderling vertrouwen het gesprek over dit onderwerp worden voortgezet.

Grond:

Na de synode bleek dat de formulering van dit besluit vatbaar was voor misverstand, alsof toelating van vrouwen tot de ambten nu geen belemmering voor kerkelijke eenheid meer zou zijn; de bereikte overeenstemming op het punt van het schriftverstaan gaf een uitgangspunt om in het kader van samensprekingen juist verder te spreken over schriftuitleg en toepassing daarvan.

 

Besluit 3:

  1. in lijn met de synoden van Zwolle 2008 en volgende dankbaar te constateren dat de NGK als landelijk verband zich van harte binden aan de gereformeerde belijdenis;
  2. dankbaar de verheugende tendens te constateren dat de afzonderlijke NGK-kerken meer belang hechten aan de binding aan deze confessie door de ambtsdragers;
  3. met instemming kennis te nemen van het rapport Perspectieven van de Werkgroep Convergentie Kerkorde en AKS, met name het gedeelte ‘Eenheid in belijden’ over de manier waarop de binding aan de belijdenis kerkelijk vorm krijgt, en dankbaar te constateren dat op dit punt overeenstemming bereikt is tussen DKE en CCS;
  4. uit te spreken dat met deze overeenstemming, wanneer zij ook geaccordeerd wordt door de Landelijke Vergadering van de NGK, de hindernissen zijn overwonnen die de GS Zwolle 2008 nog aanwees met betrekking tot de binding aan de belijdenis;
  5. deputaten op te dragen om deze voorlopige uitspraak onder de aandacht van de kerken te brengen, eventuele reacties van de kerken te verwerken en de eerstvolgende synode te dienen met een zo mogelijk afrondend rapport hierover;
  6. deputaten op te dragen in samenwerking met CCS te werken aan een gedeelde kerkrechtelijke vormgeving.

Gronden:

  1. Alle predikanten bij de NGK hebben voor zover bekend het ondertekeningsformulier ondertekend; voor kandidaten behoort dit tot de standaardprocedure.
  2. Ook ouderlingen en diakenen in de NGK ondertekenen in toenemende mate het ondertekeningsformulier; de regiovergaderingen zien er in toenemende mate op toe dat dit gebeurt.
  3. De praktijk van ondertekening van de belijdenis en het toezicht daarop is in de NGK vrijwel gelijk geworden aan die in de GKv; nieuwe regelingen m.b.t. de toelating van predikers vermelden niet meer de mogelijkheid om ondertekening te weigeren.
  4. Deze praktijk bevestigt de overeenstemming over de aard van de binding aan de belijdenis waarvan eerder de synodes van Zwolle 2008 en Harderwijk 2011 dankbaar kennisnamen.
  5. Uit het rapport Perspectieven van de WCKA blijkt dat er nu ook overeenstemming is over wat door de synode van Zwolle 2008 nog als hindernissen genoemd werd, namelijk de kaders waarin bij de NGK de ondertekening functioneert, te weten de Preambule en art. 17 en 34 AKS, alsmede voor de manier waarop in het verleden het onderscheid tussen Christus als fundament en zaken in de belijdenis die het fundament niet raken, werd gebruikt.
  6. De loyale en onbekrompen binding aan de leer van de Schrift zoals beleden in de gereformeerde belijdenissen, en een goede kerkelijke inbedding ervan, blijven wezenlijk voor de eenheid en identiteit van gereformeerde kerken. Als gezamenlijk belang, vooral ter wille van de bescherming van de gemeenten, blijft dat alle aandacht waard; dat geldt niet alleen voor deputaten, maar ook voor kerkenraden en classes/regio’s.
  7. Vanwege dit belang, en omdat het rapport Perspectieven nog niet aan de kerken kon worden toegezonden, is het wijs om de kerken alsnog op de inhoud van dit rapport te wijzen en de gelegenheid te geven zich de conclusies eigen te maken en/of er op te reageren.
  8. Met het oog op verdere groei naar eenheid van NGK en GKv is een gedeelde kerkrechtelijke vormgeving onmisbaar. Voor ambtsdragers, kerkenraden en classes/regio’s, maar ook voor gemeenteleden, moet helder zijn welke afspraken geldig zijn en hoe, in voorkomende gevallen, betrokkenen aan die afspraken gehouden worden.

Besluit 4:

  1. de samensprekingen met de NGK met het oog op landelijke kerkelijke eenheid voort te zetten en deputaten hier de opdracht voor te geven;
  2. deputaten mandaat te geven voor het anticiperen op ontwikkelingen in de NGK en besluiten van hun LV om zodoende mogelijke nieuwe belemmeringen te voorkomen en eenheid op termijn voor te bereiden;
  3. deputaten opdracht te geven om in samenwerking met CCS, waar mogelijk en gewenst, het proces van herstel en verzoening op plaatselijk niveau te stimuleren en te ondersteunen.

Gronden:

  1. De begonnen samensprekingen zijn hoopgevend en vragen om een vervolg.
  2. De voortgang van de samensprekingen vraagt om tijdig anticiperen, zoals deputaten in hun aanvullingsbrief hebben duidelijk gemaakt en zoals zij dit onder andere al vormgegeven hebben in de instelling van de Werkgroep Convergentie Kerkorde en AKS.
  3. Het helen van de breuk van 50 jaar geleden kan niet zonder goede zorg voor de wonden die destijds zijn geslagen. De verzoening in Christus geeft ruimte om de geschiedenis eerlijk onder ogen te zien.

Besluit 5:

deputaten op te dragen in het kader van de samensprekingen met de NGK met het oog op landelijke kerkelijke eenheid:

  1. uitgaande van de consensus over de hermeneutiek verder te spreken over de vraag wat de schriftuurlijke onderbouwing is voor het toelaten van vrouwen tot de ambten in de NGK;
  2. hierbij te onderzoeken
  1. in hoeverre NGK en GKv hier overeenstemming over kunnen bereiken;
  2. in hoeverre er bij blijvend verschil van inzicht een vorm van tolerantie mogelijk is.

Gronden:

  1. duidelijkheid over schriftuurlijke argumentatie om vrouwen tot het ambt toe te laten, is nodig voor de voortgang van de samensprekingen en staat ten dienste van de kerken in hun meeleven en medeverantwoordelijkheid;
  2. vanuit de bereikte overeenstemming op het punt van het schriftverstaan en aan de hand van het te verwachten besluit van de synode op de rapporten van deputaten M/V, dienen we ons in te spannen om samen met de NGK over de vragen rond vrouw en ambt te proberen het nu eens te worden;
  3. het verlangen naar kerkelijke eenheid dringt ons om, als het onverhoopt niet lukt het over de vragen rond vrouw en ambt eens te worden, samen met de NGK na te gaan en te overleggen in hoeverre we verschillen op dit punt van elkaar kunnen verdragen.

Het voorstel van besluit 5 is voorlopig; een dergelijk besluit immers heeft pas zin, nadat de synode m.b.t. de rapporten van deputaten M/V een besluit heeft genomen.

 

Besluit 6:

  1. uit te spreken dat de bereikte overeenstemming voldoende waarborg en vertrouwen geeft om, in afwachting van landelijke eenheid, plaatselijk verdere samenwerking mogelijk te maken, in de vorm van het toelaten van elkaars predikanten om voor te gaan in de erediensten, en het aanvaarden van elkaars leden;
  2. daartoe de volgende regeling te aanvaarden:

 

GENERALE REGELING VOOR PLAATSELIJK CONTACT EN SAMENWERKING MET EEN NEDERLANDS GEREFORMEERDE KERK

Ingevolge artikel E69.2 KO

 

Zowel de landelijke als de plaatselijke contacten worden gedreven door het verlangen van onze Heiland, verwoord tegenover zijn hemelse Vader: "laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden", Joh. 17:21. De contacten richten zich daarbij op de belofte die Jezus Christus gaf in Joh. 10:16: "zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder". Vanuit deze gehoorzaamheid werken de kerken zowel landelijk als plaatselijk aan kerkelijke eenheid die confessioneel is verankerd en waar mogelijk zichtbaar vorm krijgt. Ze zullen bij eventuele contacten ook andere kerken aanspreken op deze goddelijke roeping en belofte.

 

Als kader voor plaatselijk contact en samenwerking met kerken uit het verband van de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) gelden de volgende afspraken:

  1. In principe ligt voor alle plaatselijke kerken de mogelijkheid open ongecensureerde belijdende leden van een NGK-gemeente toe te laten tot de viering van het avondmaal.
  2. Leden uit een NGK-gemeente die zich willen aansluiten bij de plaatselijke GKv-gemeente, worden alleen ontvangen na goed overleg tussen de betrokken kerkenraden. Wanneer een gemeentelid verhuist en zich elders wenst aan te sluiten bij een NGK-gemeente wordt artikel C44 KO toegepast.
  3. Elke predikant van de NGK is bevoegd tot de bediening van Woord en sacramenten, tot de dienst van de gebeden, en tot de bevestiging van ambtsdragers, het afnemen van openbare geloofsbelijdenis en de kerkelijke bevestiging van een huwelijk in een kerkdienst van een GKv-gemeente, mits op uitnodiging van de kerkenraad van die gemeente en mits hij zich door ondertekening heeft gebonden aan de leer van de bijbel, zoals samengevat in de belijdenisgeschriften van de Gereformeerde Kerken; hierbij worden de generaal-synodale besluiten m.b.t. ‘man/vrouw en ambt’ in acht genomen.
  4. Een GKv-predikant die door een NGK-kerkenraad wordt uitgenodigd voor te gaan in een kerkdienst behoeft eveneens de bewilliging van zijn eigen kerkenraad.
  5. Het is een roeping voor elke kerkenraad om, waar mogelijk, contact te zoeken en te onderhouden met de plaatselijke NGK met het oog op kerkelijke samenwerking. Daarbij zal gebruik gemaakt worden van wat in de landelijke besprekingen is bereikt. De kerkenraad informeert de gemeente hierover. De gemeente wordt daadwerkelijk bij de contactoefening en de voorbereiding van de te nemen beslissingen betrokken. De kerkenraad werkt eraan dat voor deze beslissingen in de gemeente steeds voldoende draagvlak bestaat.
  6. De kerken houden elkaar in classicaal verband regelmatig op de hoogte ten aanzien van activiteiten en ontwikkelingen in het contact en de samenwerking als in deze regels bedoeld. Ze raadplegen en adviseren elkaar hierover, in het bijzonder via de jaarlijkse kerkvisitatie. Ze zien op elkaar toe wat betreft het nakomen van landelijke afspraken over kerkelijke samenwerking.
  7. Wanneer de kerkenraad de tijd gekomen acht voor gezamenlijke kerkdiensten, vraagt hij daarvoor de instemming van de gemeente en de goedkeuring van de classis. Vooraf vraagt de kerkenraad een schriftelijk advies van de deputaten voor kerkelijke eenheid van de generale synode.
  8. Wanneer de kerkenraad het voornemen heeft om over te gaan tot de vorming van een zgn. ‘samenwerkingsgemeente’, volgt hij de bepalingen van de desbetreffende regeling.
  9. Zolang beide kerkverbanden afzonderlijk van elkaar bestaan blijft plaatselijke samenwerking beperkt. Er is geen mogelijkheid tot volledige fusie van een plaatselijke GKv met een NGK.
  10. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet vraagt de kerkenraad advies bij de deputaten kerkelijke eenheid van de generale synode. De kerkenraad handelt in ieder geval zo veel mogelijk naar analogie van bovenstaande regels.

Gronden:

  1. In de NGK geldt op gelijke wijze als in de GKv de instemming met de gereformeerde belijdenis als voorwaarde voor het toegelaten worden als predikant.
  2. De bereikte overeenstemming over de binding aan de belijdenis geeft het vertrouwen dat de NGK als geheel zich binden aan de belijdenis en dat dit ook uitwerking vindt in de toelating van predikanten. Op dit punt kan aan de NGK hetzelfde vertrouwen gegeven worden als aan de CGK.
  3. De GKv geven geen ruimte aan vrouwelijke voorgangers in de kerkdienst of aan voorgangers die de belijdenis niet hebben ondertekend.

Bijlage 3 – Gewijzigd conceptbesluit 4

 

Besluit 4: (besluit 5 wordt besluit 4)

  1. te constateren dat door de besluiten over de toelating van vrouwen tot het ambt een belangrijk verschil tussen NGK en GKv is weggenomen, zodat er op dat punt geen belemmering meer is voor de voortgang van de samensprekingen;
  2. deputaten op te dragen, uitgaande van de consensus over de hermeneutiek en in aansluiting bij de genoemde besluiten, samen met CCS:
    1. aandacht te geven aan de voor de dienst van vrouwen in het ambt wederzijds gebruikte uitgangspunten en argumenten;
    2. af te stemmen hoe de toelating van vrouwen tot het ambt in de praktijk verloopt.

T.a.v. besluit 6: dit hangt ervan af of het besluit over vrouwelijke predikanten meteen al in praktijk gebracht zal worden. Zo ja, dan kan de laatste regel van nummer 3 vervallen, en het eerste zinsdeel van grond 3.

Als de invoering later plaatsvindt, kan nummer 3 blijven staan, en kan grond 3 wellicht gewijzigd in: de GKv geven op dit moment nog geen onbeperkte ruimte aan vrouwelijke voorgangers...

 

Bijlage 4 – Conceptbesluiten Wesseling c.s./Amendementen Van der Tol

 

[De blauwe vet-cursieve teksten vormen aanpassingen aan het originele deputatenvoorstel met hetzelfde nummer.]

 

Besluit 3:

  1. in lijn met de synoden van Zwolle 2008 en volgende dankbaar te constateren dat de NGK als landelijk verband zich van harte willen binden aan de gereformeerde belijdenis, maar dat dit plaatselijk nog niet altijd evident is.
  2. dankbaar de verheugende tendens te constateren dat de afzonderlijke NGK-kerken meer belang hechten aan de binding aan deze confessie door de ambtsdragers;
  3. kennis te nemen van het rapport Perspectieven van de Werkgroep Convergentie Kerkorde en AKS, met name van het gedeelte ‘Eenheid in belijden’ over de manier waarop de binding aan de belijdenis kerkelijk vorm krijgt, en te constateren dat op onderdelen overeenstemming bereikt is tussen DKE en CCS;
  4. uit te spreken dat nog onvoldoende helder is gebleven hoe omgegaan behoort te worden met concrete en voortgaande afwijking van de belijdenis bij ambtsdragers en hoe de gemeente bij vastgestelde confessionele onbetrouwbaarheid daartegen in bescherming wordt genomen.
  5. deputaten op te dragen daarover helderheid te scheppen en de eerstvolgende synode te rapporteren welke kerkelijke overeenstemming is bereikt.
  6. uit te spreken dat wanneer ook daarover overeenstemming is bereikt en deze ook door de Landelijke Vergadering van de NGK is geaccordeerd, de hindernissen zijn overwonnen die de GS Zwolle 2008 nog aanwees met betrekking tot de binding aan de belijdenis;
  7. deputaten op te dragen bij gebleken overeenstemming ook op dit punt in samenwerking met CCS te werken aan een gedeelde kerkrechtelijke vormgeving.

Gronden (nieuwe versie):

  1. Alle predikanten bij de NGK hebben voor zover bekend het ondertekeningsformulier ondertekend; voor kandidaten behoort dit tot de standaardprocedure.
  2. Ook ouderlingen en diakenen in de NGK ondertekenen in toenemende mate het ondertekeningsformulier; de regiovergaderingen zien er in toenemende mate op toe dat dit gebeurt.
  3. De praktijk van ondertekening van de belijdenis en het toezicht daarop is in de NGK formeel vrijwel gelijk geworden aan die in de GKv; nieuwe regelingen m.b.t. de toelating van predikers vermelden niet meer de mogelijkheid om ondertekening te weigeren.
  4. Tegelijk laat, ondanks deze positieve ontwikkelingen, de beleving en naleving van de ondertekening plaatselijk nog te wensen over en is er binnen de NGK, naar eigen zeggen, een groeiende pluriformiteit.
  5. Enerzijds bevestigt dus deze praktijk de overeenstemming over de aard van de binding aan de belijdenis waarvan eerder de synodes van Zwolle 2008 en Harderwijk 2011 dankbaar kennisnamen, anderzijds bevestigt de kerkelijke praktijk ook de zorg die Zwolle destijds, in lijn met voorgaande synoden, al uitsprak.
  6. Uit het rapport Perspectieven van de WCKA blijkt dat er verregaande overeenstemming is over wat door de synode van Zwolle 2008 nog als hindernissen genoemd werd, namelijk de kaders waarin bij de NGK de ondertekening functioneert, te weten de Preambule en art. 17 en 34 AKS, alsmede voor de manier waarop in het verleden het onderscheid tussen Christus als fundament en zaken in de belijdenis die het fundament niet raken, werd gebruikt. Onhelder blijft evenwel onder welke voorwaarden voortgaande afwijking te verdragen valt en hoe de gemeente afdoende in bescherming wordt genomen tegen deze afwijkingen bij een ambtsdrager en tegen wat het rapport Perspectieven ‘confessionele onbetrouwbaarheid’ noemt.
  7. De loyale en onbekrompen binding aan de leer van de Schrift zoals beleden in de gereformeerde belijdenissen, en een goede kerkelijke inbedding ervan, blijven wezenlijk voor de eenheid en identiteit van gereformeerde kerken. Als gezamenlijk belang, vooral ter wille van de bescherming van de gemeenten, blijft dat alle aandacht waard; dat geldt niet alleen voor deputaten, maar ook voor kerkenraden en classes/regio’s.
  8. Vanwege dit belang, en omdat het rapport Perspectieven nog niet aan de kerken kon worden toegezonden, is het wijs om de kerken alsnog op de inhoud van dit rapport te wijzen en de gelegenheid te geven zich de conclusies eigen te maken en/of er op te reageren.
  9. Met het oog op verdere groei naar eenheid van NGK en GKv is een gedeelde kerkrechtelijke vormgeving onmisbaar. Voor ambtsdragers, kerkenraden en classes/regio’s, maar ook voor gemeenteleden, moet helder zijn welke afspraken geldig zijn en hoe, in voorkomende gevallen, betrokkenen aan die afspraken gehouden worden.

Bijlage 5 – Schriftelijke bijdragen aan de besprekingen
Deputaten N.M. Kramer en ds. J. Wesseling 

 

Brief van deputaten N.M. Kramer en J. Wesseling inzake de conceptvoorstellen m.b.t. de NGK.

 

Geachte synode, beste afgevaardigden,

 

Op uw tafel liggen deze week de voorstellen m.b.t. de Nederlands Gereformeerde Kerken. Opnieuw wend ik me als deputaat afzonderlijk tot u, met instemming en bijval van br. N.M. Kramer.

Wij zijn van mening dat er over de voorliggende voorstellen wel wat op te merken valt. Dat is mede een gevolg van onvoldoende diepgaand doorspreken over de achter regelgeving aan de orde zijnde vragen. Want het gaat  opnieuw nadrukkelijk om de vraag op welke wijze we confessioneel-gereformeerd kerk willen zijn in de nabije toekomst. Hoeveel valt er te verdragen aan van de gereformeerde confessie afwijkende opvattingen? Is er in de kerken ruimte voor ambtsdragers, die (zoals het WCKA-rapport dat noemt) confessioneel onbetrouwbaar zijn?

Uiteraard gaat het dan om het belang van de gemeente, die van Christus is. Het is een bijbelse opdracht dat ambtsdragers haar beschermen ‘door zich te houden aan het betrouwbare woord, in overeenstemming met de leer, zodat hij bij machte is anderen te bemoedigen op grond van de gezonde leer en tegensprekers te weerleggen’ (Titus 1:9). Zij dienen erop toe te zien dat de gemeente blijft bij de zuivere leer en daar ook daadwerkelijk naar leeft. Dwaalleer mag de kudde van Christus niet infecteren (zie bevestigingsformulier voor ouderlingen).

 

Wij hebben grote twijfels of deze kerntaak van ambtsdragers in de voorliggende concept-voorstellen (m.n. onder 3c en 3d) wel voldoende profiel krijgt.

Ook betwijfelen wij of de voorstellen recht doen aan door diverse kerken ingebrachte bezwaren en de daaruit voortvloeiende revisie-verzoeken (concept-besluit 3a).

Om die reden hebben wij onze steun aan deze voorstellen onthouden en schrijven wij aan u in het onderstaande. Wij doen dat allerminst uit tegendraadsheid. Het gaat ons om de zaak in geding: is door middel van deze overeenstemming de hindernis van Zwolle wel werkelijk overwonnen en waarborgt deze benadering de bescherming van de gemeente wel voldoende?

 

Wij vragen hieronder uw aandacht voor het volgende:

  1. De procesgang (m.b.t. concept-besluit 1).
  2. De hartelijke binding aan de belijdenis (m.b.t. concept-besluit 3a).
  3. De bereikte overeenstemming (m.b.t. 3c).
  4. De al dan niet overwonnen hindernis (m.b.t. 3d).

a - De procesgang

 

Reeds de opsomming onder het materiaal bij de conceptbesluiten maakt duidelijk dat er een fors aantal revisie-verzoeken liggen. Een deel daarvan betreft de uitspraken van Ede ten aanzien van de NGK. Veelal spitsen die revisie-verzoeken zich toe op de vraag hoe om te gaan met concrete en voortgaande afwijking van de gereformeerde confessie.

Zoals ons uitvoerige overzicht in het Aanvullende rapport van drie deputaten ook laat zien, hebben deputaten het gesprek daarover, reeds opgedragen door de GS van Zwolle en gehandhaafd door de GS van Harderwijk, in al die jaren niet gevoerd. Daarmee hebben ze hun opdracht ook niet naar behoren uitgevoerd. Evenwel wordt daar aan de GS van Ede niet over gerapporteerd en in de besluitvorming is het (hetgeen wij zeer hebben betreurd) niet teruggekeerd. 

 

Binnen het deputaatschap is na GS Ede bij herhaling gezegd dat de synode besluitvorming niet meer nodig vond, omdat er over de binding aan de belijdenis van beide zijden voldoende helderheid en vertrouwen zou zijn. Ook in de reacties naar kerken met vragen of bezwaren werd dat als argument aangevoerd. Ons inziens gleed dat langs de zaak in geding heen.

 

(In een eerdere concept-reactie op de ingebrachte bezwaren formuleerde de synode-commissie dan ook: 

 

“De GS Ede 2014 heeft geoordeeld dat er voldoende besproken was om met vertrouwen het gesprek met de NGK voort te zetten, gericht op kerkelijke eenheid. De synode heeft niet uitgesproken dat de genoemde onderwerpen al als afgerond beschouwd konden worden, maar de bespreking ervan in handen van DKE gelegd.”

 

Kortom, ook de synode-commissie wilde half mei 2017 nog voorstellen uit te spreken dat deze zaken niet al als afgerond konden worden beschouwd.)

 

Ten aanzien van de revisieverzoeken op dit punt zijn wij van mening dat die niet alleen begrijpelijk, maar ook gegrond zijn. Niet alleen het verloop van het proces sinds 2008 laat dat zien, óók het feit dat de commissie WCKA deze materie alsnog in bespreking heeft genomen, illustreert dat. Blijkbaar was deze zaak rond hoe om te gaan met afwijking van de gereformeerde belijdenis nog niet afdoende doorgesproken en opgehelderd.

 

Alsnog, schreven we. Immers, in het binnen het deputaatschap na GS 2014 opgestelde ‘Groeidocument’ kwam deze zaak niet meer terug. Na aanhoudend aandringen van onze kant is die uiteindelijk alsnog bij de commissie WCKA neergelegd.

Deze commissie rapporteert op 16 december 2016 in het aanvullende rapport van deputaten (uitgebracht 6 maart 2017) het volgende:

 

“Nog niet alle onderwerpen konden worden uitgewerkt. Daarbij is ook één onderwerp dat in het laatste rapport van DKE, aan de synode Meppel 2017, genoemd wordt als belangrijk bespreekpunt: de kerkrechtelijke kaders waarbinnen de binding aan de belijdenis functioneert. Om praktische redenen is over dat onderwerp nog niet gesproken.”

 

Een overzichtstabel op p. 9 van dit rapport laat zien dat dit onderwerp nog in voorbereiding is, maar dat die voorbereiding nog niet is afgerond en besproken.

 

Kortom, in de eerste maanden van 2017, lopende deze synode, is er wel werk gemaakt van de bespreking van dit onderwerp. Met als resultaat dat het nu op de synode-tafel ligt en gaat meewegen in de besluitvorming. Sterker, van de synode wordt instemming gevraagd om op de ingeslagen weg voort te gaan.

Kennelijk is er haast gemaakt. En moest blijkbaar ook haast geboden zijn.

 

Wij signaleren dat lopende de synode deputaten een nieuwe rapportage uitbrengen, op een al tientallen jaren lang essentieel onderwerp, zonder dat de kerken daar kennis van hebben kunnen nemen. Ook wordt in de voorliggende concept-besluiten de synode reeds om instemming gevraagd.

Wel kunnen de kerken achteraf hun mening er over geven, maar dan hangt er al een ‘waardering’ aan van de generale synode. En deze reacties gaan door het filter van de desbetreffende deputaten.

Wij leggen de vraag in uw midden of dat kerkelijk wel een zuivere en zorgvuldige gang van zaken is. Dat klemt temeer omdat wij van mening zijn dat de inhoud van de overeenstemming grote vragen oproept.

 

Met betrekking tot de revisie-verzoeken wordt de synode gevraagd uit te spreken deze verzoeken te honoreren als bijdragen in het kerkelijk  gesprek over de NGK.

Wij vragen ons af of dat op deze manier kan. De synode is als meeste vergadering geroepen recht te doen.

Geeft het reglement van de generale synode ruimte om revisieverzoeken op deze wijze af te handelen? De typering ‘bijdrage aan het kerkelijk gesprek’ klinkt vriendelijk en waarderend, maar ontwijkt de vraag of de bezwaarden terecht bezwaar aantekenen. Over dát punt dient deze synode zich toch uit te spreken?

Ook de aangevoerde grond is sterk subjectief gekleurd. Wie bepaalt of de aangevoerde bezwaren, bij deze andere honorering meer tot hun recht komen in de nieuwe besluitvorming? En … wat waren die bezwaren dan? Daarop komen we hieronder nog terug.

 

b - De hartelijkheid van de binding

 

Wij kunnen er (met pijn in ons hart) niet onderuit aan te geven dat wij moeite blijven houden met de forse beweringen onder concept-besluit 3a. Is die bewering niet te sterk? Zijn wij wel in staat tot zo’n overweldigend positief oordeel over de kerken van de NGK.

Enerzijds willen wij voluit honoreren dat er een beweging merkbaar is, waarbij de NGK zich hechter wil verbinden aan de gereformeerde confessie. De overeenstemming, reeds verwoord in 2006, waar de GS van Zwolle al met dankbaarheid kennis van nam, stemt ook ons dankbaar, geeft herkenning en bemoedigt om met elkaar van hart tot hart door te spreken.

 

Evenwel: het is niet het volledige beeld. Hoe verhoudt zich het landelijk verband zich tot de plaatselijke kerken. Reeds in onze beantwoording van de aan ons gestelde vragen hebben wij de synode ook andere zaken onder ogen gebracht. M.n. bij vraag 49 gaven wij concrete situaties aan. Met schroom, zeiden we, omdat eer teer is. En om de schijn van bevooroordeeldheid te vermijden, verwezen wij naar opmerkingen uit eigen NGK-kring.

 

Wij citeerden daarom ds. Kor Muller, die op ons aanvullend rapport publiek in het Nederlands Dagblad reageerde (6 febr. 2017) door aan te geven dat

 

".. de instemming met de gereformeerde belijdenis binnen de NGK rammelt. Laat in  de pre-ambule helder staan dat de NGK-kerken verklaren dat in dat belijden van de waarheid van de Heilige Schrift, zoals in de drie Formulieren van eenheid is uitgedrukt, haar eenheid en de grond voor haar samengaan te vinden.  Maar wie geen vreemdeling in de NGK is, weet ook dat dit niet overal zo beleefd en beleden wordt. (Hoe zou dat eigenlijk in de Gkv zijn, vraagt ik mij (Muller) zich af?)” (einde citaat).

 

In het blad Onderweg van 16 april 2016 meldt hij dat er reden is om de intern toegenomen pluriformiteit in de NGK kerkrechtelijk een plek te geven. Zo zou het aanvaarden van elkaars predikanten slechts ‘in principe’ moeten plaatsvinden, waardoor kerkenraden het recht krijgen om predikanten te weren.

Desgevraagd verwoordde Muller ook het gevoelen bij diverse NGK-kerken t.a.v. een mogelijke eenwording, dat er angst was om de verworven vrijheid te moeten inleveren. Ook waren er kerken die zich van landelijke besluitvorming weinig zouden aantrekken.

 

Wij voegen nog daarbij dat een voorganger publiekelijk aangaf dat alle zaken die ‘Christus als fundament’ niet raken, niet principieel van aard zijn, maar praktisch. Dezelfde voorganger pleit voor een dubbele dooppraktijk.

 

Met grote schroom menen wij dit te moeten melden. Het roept de vraag op wat daarom ‘als geheel hartelijk binden’ in de praktijk inhoudt. En wat gaat dit - zonder nadere inkadering - concreet voor de kerken bij een verdergaande eenwording?

 

c - De bereikte overeenstemming

 

In concept-besluit 3c wordt gemeld dat er overeenstemming is bereikt.

Dat klinkt verheugend. En inderdaad, in het gedeelte ‘Eenheid in belijden’ staan mooie en verheugende dingen. Zo stemt het vreugdevol dat er grote eenstemmigheid bestaat over de waarde en functie van de gereformeerde belijdenis. Mooi is ook om te lezen wat de aard van de leer is voor o.a. de prediking: “voor de prediker is die leer, samen beleden en geformuleerd, een hulpmiddel om die prediking in overeenstemming te laten zijn met de Schrift. De belijdenis beschermt tegen dwaalleer en onevenwichtigheid. Zo wordt recht gedaan aan de Heer en wordt de gemeente toegerust voor de geloofsband met Hem.”

Het doet ons ook heel goed dat afstand genomen wordt van het onderscheid tussen fundamentele en niet-fundamentele delen van het belijden. En het nieuwe bindingsformulier van de GKv brengt goed onder woorden wat een ambtsdrager verklaart en belooft bij het begin van zijn ambtsdienst.

Opzienbarend is dat er een optimistisch idealisme gesignaleerd wordt achter het independentisme.

 

“Independentisme laat je in de steek als het moeilijk wordt. Het idealisme is van het type van: ‘als het goed is, dan…’. Maar de vraag blijft onbeantwoord wat er moet gebeuren als het níet goed is. Het is een christelijke vorm van bescheidenheid om, vóór het eventueel niet goed gaat, uit vrije wil aan te geven dat anderen hebben in te grijpen, en bij voorbaat te beloven dat dan ook te zullen accepteren. Het kerkrecht dient daarvoor wegen te wijzen.”

 

Maar bij al die verheugende elementen blijft de vraag welke overeenstemming er dan bereikt is op het heikele punt, t.w. hoe om te gaan met concrete en voortgaande afwijking van de gereformeerde confessie? Dát punt ligt al tientallen jaren als verschil tussen de NGK en de GKv. Treffend verwoord al in de Overeenstemming de zgn. Balans, van 2006:

 

"Een ander verschil betreft het omgaan met concrete en voortgaande afwijking van de belijdenis. Van de kant van de NGK wordt benadrukt dat een ambtsdrager niet gauw geschorst zal worden, wanneer geen sprake is van aantasting van het ene fundament, Jezus Christus, of als de afwijking het bouwen op dit ene fundament niet verhindert. Van de kant van de GKV wordt erkend dat nimmer snel tot schorsing overgegaan zal worden, maar ligt tegelijk meer accent op de bescherming van de gemeente tegen dwaalleer."

 

Het gaat dus om de ruimte die een oprecht en gelovig ambtsdrager krijgt om ambtsdrager te blijven bij van de gereformeerde confessie afwijkende opvattingen. En welke ruimte heeft een ambtsdrager om zijn afwijkende mening te bespreken en/of te ventileren?

Hoe wordt dit al tientallen jaren lang bestaande verschil in het rapport WCKA overbrugd?

 

Dan vallen een paar dingen ons op.

 

1.

Allereerst dat aangegeven wordt dat bij een goede kerkrechtelijke regeling niet de vrijheid van exegese en theologie wordt weggenomen.

 

“De belofte ‘niets te leren wat afwijkt van de leer van de kerk’ betekent niet dat een predikant in een publicatie geen kritische vragen mag stellen. Het is ook niet de bedoeling dat zulke vragen bij de belijdenis, vanuit de Schrift, alleen gesteld mogen worden in een kerkenraadsstuk (omdat we ‘dit gevoelen zullen voorleggen aan de kerkenraad’). Dan zou er geen brede discussie mogelijk zijn, terwijl het juist waardevol is dat ook anderen mee kunnen denken. Het betekent wel dat de kerken een veilige plek moeten zijn. Ambtsdragers mogen er hardop vragen stellen, en er wordt samen gezocht naar antwoorden. Tegelijk doen ze dat zo dat het voor de gemeente ook veilig is.”

 

Hier lijkt alle ruimte geboden te worden voor het stellen van vragen, voor een gemeente-breed (of land-breed) gesprek. Zo’n brede discussie is waardevol, mits het veilig gedaan wordt en de gemeente / kerk veilig is.

 

Wij signaleren dat het gaat om kritische vragen, die door een ambtsdrager breed aan de orde gesteld mogen worden. Een brede discussie is waardevol.

Wij signaleren ook dat deze benadering anders getoonzet is dan in de Overeenstemming van 2006, waar het belang van de gemeente van beide kanten zwaarder meewoog: 

 

Bij de bezinning op de inhoud van de belijdenis dient altijd het belang van de gemeente een centrale plaats in te nemen. Waar sprake is van kritiek op essentiële onderdelen van de belijdenis zijn de kerkelijke vergaderingen de natuurlijke plaats om deze kritiek te bespreken, dit met het oog op de gemeente. De in de GKV en NGK gebruikte ondertekeningsformulieren wijzen daarvoor de weg.

Tegelijk is duidelijk, dat niet elke kritiek op de belijdenis uitsluitend op kerkelijke vergaderingen besproken dient te worden. Een pleidooi voor een cosmetische verandering kan vrijuit gehouden worden in boek of blad. En ook waar een meer dan cosmetische verandering bepleit wordt, hoeft dat niet noodzakelijkerwijs op een kerkelijke vergadering te gebeuren. Waar het gaat om de inhoud van de confessie, zal van ambtsdragers respect voor de leer verwacht mogen worden, dit ter wille van

de gemeente. Zo wordt dat ook beklemtoond in de beide genoemde ondertekeningsformulieren.”

 

Kortom, het belang van de gemeente om bewaard te worden bij de zuivere leer komt onvoldoende duidelijk in beeld.

 

2

Uiteraard kan en mag ook een ambtsdrager in alle oprechtheid vragen, zelfs kritische krijgen bij de gereformeerde belijdenis. Dat moge duidelijk zijn. De nota WCKA doordenkt dat in par. D3. Uiteindelijk spitst de nota zich ook toe op een situatie waarbij de confessionele betrouwbaarheid in geding is.

 

2a - In welke kring mag hij dat aan de orde stellen?

 

Deputaten herziening kerkorde schreven daarover bij het ontwerp van een herzien bindingsformulier in 2014 het volgende (Acta Ede 2104 p. 262).  Wij geven hieronder een en ander daaruit weer.

 

12. Voor wantrouwen was aan het begin van de 17e eeuw wel reden. Voorgangers die sympathiseerden met de Remonstrantse beweging, waagden het om ondertekening van de NGB en HC te combineren met een prediking die daar in feite van afweek. Tegelijk genoten zij meermalen bescherming van de overheid, die meende met deze tolerantie kerkelijke twisten te kunnen voorkomen, maar met het afdwingen van tolerantie de zaak juist op de spits dreef. De kerken zagen zich in deze situatie genoodzaakt tot scherpere formuleringen in het ondertekeningsformulier.

 

“10. Wellicht is het beter om in het formulier af te zien van procedurele bepalingen. Voor de ondertekenende ambtsdragers komt het erop aan om waar te maken wat blijft: stem geven aan de gereformeerde belijdenis. Voor de kerkenraad en andere kerkelijke vergaderingen geeft het ruimte om op adequate wijze werk te maken van het toezicht op de leer. Daadwerkelijke trouw aan de belijdenis vraagt vóór alles om levende aandacht van de toeziende ouderlingen.

 

30. Een belangrijk motief was en is dat naar onze mening de acceptatie van de belijdenisgeschriften wordt gediend wanneer er ruimte bestaat om eventuele vragen of bedenkingen te kunnen bespreken. Deze bespreking moet wel zodanig vorm krijgen dat het andere kerkleden niet in verwarring brengt. Dat vraagt op zijn minst om loyaliteit ten opzichte van de belijdenis. De binding daaraan staat niet ter discussie, maar is juist reden voor gesprek: we nemen de tekst van de belijdenis serieus.

 

31. Het blijkt echter lastig om hier vaste procedures voor te ontwerpen. Niet elk onderdeel van de belijdenis is even gewichtig of ligt even gevoelig. Ook kunnen de vragen van verschillend kaliber zijn. Verder is van belang in welke kring iemand zijn vragen aan de orde stelt. Er is duidelijk verschil tussen een vertrouwelijk gesprek onder vier ogen en een openbare preek. Zoals er ook verschil is tussen het schrijven van een mail die slechts door enkele geadresseerden wordt gelezen, of het schrijven van een weblog die voor ieder toegankelijk is.

 

32. In een eerste concept  van een nieuw bindingsformulier stond de zin: Wanneer wij op enig onderdeel van de leer verschil ervaren tussen de leer van de Bijbel en de inhoud van de genoemde belijdenisgeschrif-ten, zullen we dit op gepaste wijze aan de orde stellen. Daar kwam nogal wat commentaar op.

Deputaten schrijven dan: “De uitdrukking “op gepaste wijze” was bedoeld om de ondertekenaars van het formulier bewust te maken van hun verantwoordelijkheid in dezen. Maar gelet op de bespreking in de synode is het de vraag of de ondertekenaars het ook zo zullen opvatten en toepassen. Een meer expliciete formulering kan hier dienstig zijn.”

Die meer expliciete formulering is geworden: “Wanneer wij op een onderdeel van de leer verschil ervaren tussen de leer van de Bijbel en de inhoud van de genoemde belijdenisgeschriften, en onze moeite niet kan worden weggenomen, zullen wij onze bezwaren ter beoordeling voorleggen aan de kerkelijke vergade-ringen.”

Conclusie: de ‘gepaste wijze’ wordt met blijvende bezwaren de kerkelijke vergaderingen zoeken.

 

36. Deputaten schrijven dan: “De tussenzin over de moeite die “niet kan worden weggenomen” honoreert dat niet elke bedenking hoeft te leiden tot een formeel bezwaar. De betrokken ambtsdrager kan zijn vragen voor zich houden. Of hij kan zijn bedenkingen in kleine kring bespreken en daarbij genoegzaam beantwoord worden. Maar wanneer zijn vragen uitgroeien tot bezwaren, en ook zodanig dat ze ergens neergelegd moeten worden, vermeldt het formulier nu een duidelijk adres: de kerkelijke vergaderingen.”

 

Kortom:

  • Ondertekenende ambtsdragers geven stem aan de belijdenis en zijn daar loyaal aan.
  • Vragen mag je ook voor je houden; bespreking van vragen mag kerkleden niet in verwarring brengen.
  • De kring waarin je vragen aan de orde stelt, is daarom van belang.
  • Groeien vragen door naar bezwaren, dan is het niet toereikend om die ‘op gepaste wijze’ aan de orde te stellen. De GS van 2014 nam welbewust de kerkelijke vergaderingen op als het aangewezen adres.

Dus ruimte voor vragen, maar de gemeente is geen vrij gesprekspodium.

Het mag niet ten koste gaan van de bescherming van de gemeente en de eensgezindheid in de leer.

 

Wij menen hier spanning te signaleren tussen de brede ruimte voor een gesprek/discussie in de WCKA-nota én de benadering van de GKv-kerken middels hun bindingsformulier.

 

2b - Wat te doen met confessionele onbetrouwbaarheid?

 

Die typering komt uit de WCKA-nota en is wel van belang. Een ambtsdrager wordt niet automatisch geschorst. (Daar zit wel veel pijn uit de 60-er jaren).

Maar er is al gesprek geweest, kerkelijke vergaderingen hebben zich er over gebogen en zijn tot een oordeel gekomen: afwijking van de confessie en confessioneel onbetrouwbaar. (Dat laatste is niet hetzelfde als onoprecht of ongelovig!).

Een ambtsdrager geeft (op een concreet punt) geen stem aan de confessie, blijkt niet loyaal te zijn en is niet in staat de gemeente daarin het goede spoor te wijzen.

Hier spitst de vraag zich toe: wat te doen met concrete en (ook na gesprekken en vergaderen) voortgaande afwijking van de belijdenis?

 

En híer komt ons inziens de zwakke plek van het WCKA-rapport naar voren.

Een kerkenraad, die ook van mening is dat de confessionele betrouwbaarheid in geding is, kán zo’n ambtsdrager schorsen.  Het kán, maar hoeft niet. Bijvoorbeeld vanwege pastorale redenen.

Wat dan wel te doen? Dat blijft open.

 

Wij vragen ons af of hier dan kan gaan meespelen wat in de Balans al als verschil in praktijk werd opgemerkt: dat een ambtsdrager niet  gauw geschorst zal worden, wanneer geen sprake is van aantasting van het ene fundament, Jezus Christus, of als de afwijking het bouwen op dit ene fundament niet verhindert.

En laat juist op dit cruciale moment de nota ons niet in de steek en speelt er een vergelijkbaar idealisme mee als bij independentisme? Het regelt niet wanneer het níet goed is.

 

Ook kan de situatie zich voordoen dat de raad niet instemt met een meerdere vergadering, ondanks diens mening dat er sprake is van confessionele onbetrouwbaarheid.

Dan kán, in het uiterste geval (wanneer daar geen goede redenen voor zijn, wanneer er geen beroepsmogelijkheid is én wanneer de zaak zo zwaar weegt dat die niet verdragen kan worden) zo’n plaatselijke gemeente buiten het kerkelijk verband gesloten worden.

Het kán, in het uiterste geval, maar hoeft niet….

 

Alweer: het blijft op het cruciale moment open.

Uiteraard begrijpen wij dat zo’n kerkelijke handeling een zwaarwegend middel is en uiterst ingrijpend. Niettemin roept het de vraag of in hoeverre er binnen het verband van kerken ruimte is voor confessionele onbetrouwbaarheid (de term komt uit de nota-WCKA zelf). Wie bepaalt wat wanneer nog te verdragen valt? En gaat daar onwillekeurig niet in meespelen dat een ambtsdrager niet gauw geschorst zal worden, wanneer geen sprake is van aantasting van het ene fundament, Jezus Christus, of als de afwijking het bouwen op dit ene fundament niet verhindert? Wat te doen wanneer plaatselijke ambtsdragers hun ambt verzaken, hun handtekening niet nakomen en een gemeente in gevaar is?

Ons inziens lijdt de nota hier aan hetzelfde idealisme, waar eerder voor gewaarschuwd werd. Uiteindelijk wordt niet duidelijk hoe om te gaan met concrete en voortgaande afwijking van de belijdenis. 

Welk probleem is er opgelost?

 

2c - Spanning met eigen kerkorde?

 

Wie het WCKA-rapport doorneemt, zal geneigd zijn in eerste instantie de inventarisatie van de van belang zijnde artikelen voor kennisgeving aan te nemen. Bij ons kwam pas naderhand het besef dat daarin twee belangwekkende artikelen mankeerden, t.w. B28.1 en D56. Dat is wel hoogst opmerkelijk, te meer omdat juist in art. D56 de kerkelijke verdraagzaamheid zo helder wordt omschreven én begrensd.

 

We geven van beide artikelen hieronder de ter zake doende bepalingen weer.

 

B28 schorsing en afzetting ouderlingen en diakenen
B28.1 Een ouderling of diaken die een openbare of in ander opzicht ernstige zonde begaat, zijn ambt verwaarloost of misbruikt, in strijd handelt met het bindingsformulier dan wel de kerkelijke vermaning hardnekkig verwerpt, wordt door de kerkenraad geschorst.
B28.3 Een schorsing geldt voor ten hoogste een periode van vier maanden.
B28.4 De kerkenraad beslist of na de schorsing afzetting moet volgen.

 

D56 afwijkende opvattingen
D56 Wanneer er bij iemand sprake is van opvattingen die afwijken van de gezonde bijbelse leer, kan de kerkenraad besluiten hem in zijn overtuiging te verdragen onder de volgende voorwaarden:
a. hij is bereid om zich te verantwoorden tegenover de Heilige Schrift en zich daaruit te laten onderwijzen;
b. hij voert geen propaganda voor zijn opvattingen;
c. hij houdt zich aan eventuele aanwijzingen van de kerkenraad.

 

D54 wijze van optreden
 

Een paar dingen vallen op

  • In de WCKA-rapportage kan schorsing het gevolg zijn van het feit dat de confessionele betrouwbaarheid in geding is en de uitlatingen van de ambtsdrager in strijd zijn met Gods Woord (wie moet dat aantonen?). Blijkens de GKv-kerkorde kan een schorsing een bredere aanleiding hebben: het in strijd met het  bindingsformulier handelen. Dan gaat het om meer dan alleen de uitlatingen, lijkt ons.
  • Hoezeer de gereformeerde kerken de bescherming van de gemeente op het oog gehad hebben en de gezamenlijke leer daarbij in bescherming genomen werd, blijkt ook wel uit art. D56. Deze synodale bepaling uit 1914 is in 2014 in der kerkorde opgenomen, om de gemeente niet te laten infecteren door dwaling en te bewaren bij de gezonde leer. Zelfs voor een gemeentelid is er een beperkte ruimte, onder bepaalde voorwaarden.

De vraag was in hoeverre afwijkende opvattingen bij een gemeentelid verdragen kon worden. De kerken hebben toen een grens getrokken. Dat is geen vrijgemaakte specialiteit. Dit kerkelijke principe is ontstaan in de tijd van de remonstranten en sinds 1914 kerkelijk geijkt (zie ook ons Aanvullend rapport).

Wanneer een gemeentelid al niet de ruimte krijgt om voor zijn afwijkende opvattingen propaganda te voeren en aan bepaalde voorwaarden wordt gebonden, zou een ambtsdrager dan wel na zijn handtekening gezet te hebben, zijn ideeën vrijuit in de gemeente mogen ventileren?

In gereformeerde kerken is er altijd voor gekozen dat afwijkende opvattingen in de gemeente verdragen worden, maar slechts onder heldere voorwaarden. Daarbij krijgen de bescherming van de gezonde leer én de bescherming van de gemeente prioriteit. Dát is de bedoeling van art. D56 KO.

Die heldere voorwaarden ontbreken in de WCKA-nota.

 

Wij leggen daarom de vraag in uw midden of de grotere en minder begrensde ruimte, die in het WCKA-rapport gegund wordt aan ambtsdragers met afwijkende opvattingen,  zich wel verdraagt met eigen kerkelijke orde in de GKv.

En is de synode wel gerechtigd instemming te betuigen met een opzet, waarbij structureel ruimte gelaten wordt voor de mogelijkheid van ‘confessionele onbetrouwbaarheid’, en die op gespannen voet staat met de eigen kerkelijke bepalingen?

Wanneer we deze ruimte als kerken niet wensen, dan zal dat toch echt explicieter en concreter duidelijk gemaakt moeten worden.

 

2d - De hindernis overwonnen?

 

Alles bij elkaar rijst de vraag of, bij alle toenadering en groeiend vertrouwen, de hindernis wel daadwerkelijk is overwonnen. Wat voor eenheid gaat dit in de praktijk opleveren?

Om maar wat voorbeelden te noemen:

  • Wat te doen wanneer een gemeente onder leiding van de voorganger/ambtsdragers in evangelisch – charismatisch vaarwater komt?
  • Wat te doen wanneer een ambtsdrager de in de Dordtse Leerregels beleden leer van de eeuwige uitverkiezing niet meer kan onderschrijven?
  • Wat te doen wanneer zich een hernieuwd remonstrantisme voordoet bij een voorganger?
  • Wat te doen wanneer het onderscheid tussen fundamenteel – niet-fundamenteel in de praktijk door een ambtsdrager toch publiekelijk gehanteerd wordt?
  • Wat te doen wanneer als basis voor eenheid niet de drie formulieren van eenheid worden gezien.

Voor ons gevoel loopt deze instemming een behoorlijk risico van contactverlies met de reële kerkelijke praktijk van dit moment. Concreet betekent dit dat er een eenheid wordt ‘geregeld’, zonder dat de praktijk in de kerken daarmee spoort. Het lijkt er sterk op dat toenadering tot de NGK op dit punt slechts bereikt kan worden door zich te verwijderen van de eigen regelgeving en de daarin beoogde kerkelijke praktijk.

Daarbij staat de bescherming van de gemeente van Christus, die al eeuwenlang kenmerkend is voor werkelijk gereformeerde kerken en recent opnieuw is vastgelegd in onze kerkelijke orde, onder druk.

 

Beslissend is daarbij de zaak van de tolerantie. Wij wezen daar in ons aanvullend rapport al uitvoerig op.

Met tolerantie bedoelen wij een christelijke verdraagzaamheid van afwijkende meningen, zonder dat de gemeente daardoor geïnfecteerd wordt en van de gezonde leer afgevoerd. Een verdraagzaamheid, die er niet toe leidt dat in de praktijk van het kerkelijk leven een dubbele boekhouding ontstaat: enerzijds onderschrijven we gezamenlijk de gereformeerde belijdenis, maar in de praktijk is er ruimte voor allerlei wind van leer en inzichten van enkelingen.

 

Aan het eind van ons aanvullend rapport stelden wij de vraag:

Zullen de kerken blijven bij de schriftuurlijke tolerantie, uit eerbied voor God en zijn openbaring, ter wille van de bewaring van de eenheid in de leer van zijn evangelie en ter bescherming van de gemeenten? Of zullen we die inruilen voor een meer op de mens gericht concept, waarbij het gelovige individu meer ruimte en vrijheid krijgt, ten koste van de gemeente van Christus?

 

De door het aanvullend rapport aangewezen route laat op het cruciale moment de vraag onbeantwoord.

Het woord ‘overwonnen’ in concept-besluit 3d klinkt wat ons betreft te triomfantelijk en is ongepast.