Ethiek

Synodeverslagen

Signalen

Bunschoten-Spakenburg, zaterdag 14 dec.
Bezinningsdag MVEA
Immanuelkerk, Plevier 2, 10.00-15.00 uur
info: www.bezinningmvea.nl

Emmeloord, vrijdag 24 januari
'Hoe lief heb ik uw wet'
Ds. A. Bas
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Synodeverslag week 22 - Theologische Universiteit


 D.J. Bolt
11-06-11

De Harderwijkse synode sprak op 3 juni 2011 uitvoerig over de Theologische Universiteit (TU) in Kampen. Leden van het College van Bestuur, de Raad van Toezicht alsmede een aantal hoogleren waren daarbij aanwezig.

 

Het eerste deel van de besprekingen ging over de omstreden benoeming aan de TU van de docent dr. S. Paas. Deze bespreking werd achter gesloten deuren gevoerd. Na de bespreking verliet afgevaardigde ds. H.G. Gunnink de synode.

's Avonds werd door het synodemoderamen een verklaring opgesteld en vrijgegeven. Deze is vorige week al op deze site gepubliceerd (zie De benoeming van dr. S. Paas goedgekeurd, in de rubriekSynodeverslagen).

 

Een groot deel van de openbare vergadering werd besteed aan discussies over de toekomst van de universiteit. Er werden nogal bezorgde vragen gesteld over de lage in- en uitstroom van studenten die ook daadwerkelijk de pastorie bereiken. Veel werd ook gesproken over de kwaliteit van het instituut en hoe die mogelijk te verhogen. En de hoge kosten van de instelling in vergelijking met andere vergelijkbare instituten. Wat gaat er gedaan worden met de 1.1 miljoen euro die de Rijksoverheid bijdraagt aan Kampen?

 

Aangezien de preses ds. P. Niemeijer lid van de Raad van Toezicht is werd zijn rol in de vergadering overgenomen door assessor ds. H.J.J. Feenstra.

 

De synodecommissie Groningen bereidde de bespreking met een rapport en conceptvoorstellen voor, zie bijlage.

 

 

Theologische Universiteit

 

Preses – Ds. Feenstra

Hartelijk welkom.

 

TU/CvB -  Br. G.J. Schutte

Het rapport van de commissie Groningen is gebaseerd op het rapport van de Raad van Toezicht (RvT) en dat van het College van Bestuur (CvB). Beide rapporteren aan de synode.

Ook de commissie Groningen heeft de synode gediend met een rapport. Daar zijn we blij mee want het werk is grondig gedaan. Het is zowel indringend als constructief. We denken samen over de uitdagingen waar de Theologische Universiteit (TU) voor staat. De mogelijkheden worden ons maar niet zó in de schoot geworpen.

In een aanvullende notitie is aangegeven waar de TU over 5 jaar zal kunnen staan. [bijlage /Aanvullende notitie]. Wij kunnen ons in die notitie vinden. Het gaat daarbij om drie kritieke elementen: 

  • de schaalgrootte
  • de verbinding met de kerken en kerkelijke praktijken
  • internationale verbindingen.

Daar kan hier dus verder over worden gesproken.

 

Commissie – Br. Wezeman

Ds. Gunnink heeft ons verlaten. Hij heeft een wezenlijk aandeel gehad in het werk. Het doet verdriet dat hij er nu niet is. We hebben hem goed begrepen.

We hebben de RvT en het CvB bevraagd op hoofdlijnen van het beleid en ons niet uitgeput in details. Het punt voor de synode is of we dit pad in ontwikkeling willen en of het beleid nog steeds houdbaar is.

Uitgangspunt is geweest wat de synode Zwolle-Zuid en zijn voorgangers in werking hebben gezet. De TU moet een volwaardige wetenschappelijk instituut worden, ook naar overheid met zijn wet op het wetenschappelijk en hoger onderwijs. Uitgangspunt is dat we opleiden voor predikant- en andere masters. De relatief kleine omvang van de opleiding baart misschien wel zorgen: de instroom voor de predikantenopleiding moet wel op niveau blijven wat aantallen betreft.

 

Kwaliteit en continuïteit zijn uitgangspunten. Het document Dienstbaar en Wendbaar is uitgangspunt geweest. Het spreekt over kansen en bedreigingen. Maar het analyseert onvoldoende de zwakke en sterke punten. Toch is dat wel nodig. We moeten weten hoe we zwakheden weg kunnen houden en sterke punten benutten om de doelen te bereiken. De vraag is waar we na 5 jaar, in 2016, willen staan. Dat vraagt een zeer inhoudelijke discussie die de dingen helderder maakt dan uit Dienstbaar en Wendbaar viel af te leiden. We zijn de TU dankbaar voor het aanvullende rapport. Het is nog maar kort in ons bezit. We gaan hier nu ook niet op details in. Daarvoor zijn het CvB en de RvT. We zien wel waar het uitkomt.

 

We vinden als commissie en dat vindt ook de TU, dat we goed moeten acteren in kwaliteit en continuïteit. Er zijn andere vormen van samenwerking noodzakelijk. Maar ook daarin moeten we zo sterk mogelijk naar voren komen. Zulke verbanden nemen hun eigen moeite mee. Geslaagde fusies zijn er maar weinig. Er moet dus het nodige gebeuren op het gebied van kwaliteit. Daarmee zetten we de lijn van vorige synoden voort.

 

Sinds Zwolle-Zuid is er wel het een en ander gebeurd aan onderzoek en organisatie. Er kan echter duidelijk nog meer groeien. Van belang voor de beeldvorming en de keuze van studenten is het kwaliteitsimago. Leidinggevende docenten op het vakgebied trekken studenten aan. De synode kan daarvoor randvoorwaarden scheppen. Het vraagt om extra middelen. Voortgaande professionalisering is op alle terreinen nodig: in het reorganisatieproces, op het gebied van bestuur, in personeelszaken en op het terrein van ICT.

 

De band met de kerken vraagt om een geconcentreerde aanpak. Wetenschappelijk onderzoek zal blijven schuren met de confessionele codering. Wetenschap bedrijven verkent immers de grenzen van het kennen. De band kan wel blijven, maar vraagt om adequate procedures. De risico's moeten worden gezien en gemonitord. Dat kan misschien beter dan nu is gebeurd.

Professionalisering creëert in zichzelf een zekere afstand. Als je weet dat je met professionaliteit te maken krijgt moet je op dat niveau handelen. Daar zijn goede protocollen voor. Hoe ga je om met bezwaren, hoe ga je om met de kerken? Hier moet gewerkt worden aan een noodzakelijke verbetering.

 

Voor meer hoogleraren is een kweekvijver nodig waarin onderzoek sterke prikkels wordt geven. Er is een cultuurverandering nodig want onderzoek en onderwijs is niet hetzelfde, het zijn heel verschillende disciplines.

Het additionele rapport behelst ook internationalisering. Dat gaat precies in de richting van wat we hebben besproken en is goed voor een cultuurverandering. Daarbij kan eventueel helpen om voor een korte periode buitenlanders aan te trekken.

 

Accreditatie en visitatie moeten niet primair als bedreigend maar als een opportunity worden gezien. Samenwerking is nodig anders zullen de kerken naar andere mogelijkheden omzien.

 

In de voorstellen is aangegeven dat op korte termijn een kompleet versnellingsprogramma moet worden ontwikkeld. Anders lopen we gevaar te weinig aantrekkelijk te worden voor studenten en is een lage instroom het gevolg.

 

Laten we ons bewust zijn van de kwetsbaarheid van deze instelling. Zij kan zich maar beperkt verweren. De TU werkt hard. We hebben respect voor de mensen daar die naast hun reguliere werk ook nog heel wat klusjes moeten doen. Daarom moeten we proberen deze kwaliteitsmensen volume te laten maken en dat voldoende faciliteren.

 

BESPREKING RONDE 1

 

Br. Feenstra

Vraag: Hoe gaan zij om met kritiek op de TU? Is dat wel duidelijk voor kerken en kerkleden?

 

Ik ben erkentelijk voor het rapport van de commissie.

In besluit 5 wordt gesproken van strategisch voortgaan volgens Dienstbaar en Wendbaar(D&W). Maar de notitie stelt dat D&W gedeeltelijk achterhaald is. Wat is het verschil met toen en nu? Welke punten gelden nog wel en welke niet?

 

Het is goed dat de TU bezig is met de contacten met de kerken. Ik heb een vraag over het proces om tot een kenniscentrum te komen. Er zijn wel allerlei plannen maar wat is de kwaliteit van proces er naar toe? Dit soort instituten is bijzonder moeilijk in stand te houden. En hoe waarborg je de kwaliteit?

Hoe is de stand van zaken m.b.t. samenwerking met de TUA?

 

Br. Bondt

Ik heb vraagtekens bij de verbinding die de aanvullende notitie legt tussen de kerkelijke praktijk en de investeringen in de TU. Het zijn twee lijnen maar wat is het verband er tussen? Moet de TU aan allerlei thema’s uit de praktijk gaan werken als 'vragen van ouderen', 'kerkverlating', etc.? Maar de TU moet toch theologen opleiden? Daar is het onderzoek toch voor nodig?

 

De tweede lijn is kennisdelen en -verspreiden. Maar wordt daarvoor een praktijkcentrum gevraagd? Kun je zoiets volhouden? Biedt het echt profijt voor de kerken en de TU? Dat dachten we ook van de GSA. Maar later hadden we maar last van de mensen die daar studeerden.

 

Br. Wendt

Is het "onderzoeksinstituut" van blz. 3 hetzelfde als het praktijkcentrum?

 

Er moeten maatregelen getroffen worden. Daarvoor wordt o.a. bevoegdheid gevraagd tussentijds mensen aan te stellen. Hoe gaat dat gebeuren?

 

Ds. Oostland

Ik heb heel veel waardering voor de commissie en het werk daarachter door de TU.


Een aantal punten moet versterkt moeten worden. De TU moet gesteund worden door de kerk en erin ingebed zijn. Het moet ook een aantrekkelijke instelling blijven. Je wilt bijbelgetrouw zijn en predikanten leveren, liefst meer dan nu.

 

D&W is voor een deel achterhaald. In 2012 komt er weer een rapportage. Krijgen we vervolgens ieder jaar dergelijk stukken? Is dat behapbaar voor relatief weinig mensen die dat moeten doen?

 

Meer samenwerking met het buitenland? Komt dat omdat daar meer kansen liggen?

 

Het praktijkcentrum wil ik ondersteunen. Maar ondersteunt dat de band met de kerken? Het zal jaren kosten voordat het profijt oplevert.

 

Versterken van onderzoek, daar sta ik graag achter, er is ruimte voor onderzoek nodig.

 

Hebben we de huidige ontwikkelingen met de kerken afgestemd? De vraag om een seminarie leeft hier en daar. Die slag naar de kerken moet nog wel worden gemaakt.

 

De permanente educatie mis ik hier nog. Kan dat misschien ook in het praktijkcentrum?

 

Ds. Feijen

Ik heb waardering voor het heldere commissierapport. Pag. 8 spreekt over een solide instelling met perspectieven. Maar pag.1 stelt dat die op termijn niet op eigen benen kan staan. Daar ligt een kloof tussen. Die kloof zou dan moeten worden overbrugd door voorstel 6. Maar hoe gaat het daarna?

 

Is er een overlap van het praktijkcentrum met de catechetenschool?

De lijst in besluit 8 is korter dan in het rapport. Dienst & Recht is weg, maar daarvoor komt een vervanging, deputaatschap probleemhantering. Dit zou in het universiteitsberaad moeten worden opgenomen.

 

Br. Judels

Ik heb heel veel waardering voor de visie en de durf. Het zijn ambitieuze plannen. Het resultaat zal heel erg afhangen hoe ze worden ingevuld.

Ik hecht veel waarde aan een intensievere communicatie met de kerken. Op welke wijze en op welke termijn gaat dat gebeuren? Ook b.v. door regionale avonden in Brabant en Zuid-Holland?

 

Besluit 3 vraagt de financiën goed te keuren. Maar de resultaten over 2009 en 2010 hebben we nog niet gezien van F&B.

 

Extra 342.000 euro als impuls per jaar, hoeveel jaren blijft dit nodig? Hoe wordt dit op de langere termijn gefinancierd?

 

Ds. Van Dijk

Ik heb waardering voor de commissie. In besluit 5 wordt bij samenwerking gesproken over confessionele verbondenheid. In het kader van internationalisering zal met 'bredere' instituten moeten worden samengewerkt. Wordt hierbij ook aan de Canadese zusterkerken gedacht?

 

N.a.v. pag. 10 van de aanvullende notitie, veroorzaakt het praktijkcentrum niet een grotere afstand tussen TU en de kerken omdat er daarmee iets tussenkomt?

Het gaat in de werkvelden vooral om veldonderzoek dat door HBO-studenten wordt gedaan. Nu is sociologisch onderzoek interessant, maar er is toch ook vanuit theologisch oogpunt een normatieve insteek nodig?

 

Commissie – Br. Wezeman

We waren nog een punt vergeten. Afgelopen woensdag is met F&B gesproken over financiële consequenties van internationalisering. En hoe het komt dat er nu ineens door het aanvullend verhaal een groot extra bedrag aan de TU hangt.

We spraken met de RvT en het CvB over waar we staan en waar we naar toe gaan. Dat is een diep en indringend gesprek geweest. Waar willen we in 2016 staan? Voorschrijdend inzicht in financiële consequenties was daarvan een gevolg. Wíj vinden dit noodzakelijk. Een nadere uitwerking komt nog, maar nu is het wel zaak in principe te weten of er middelen zijn.

 

F&B – Br. Post

Ik kan de verwondering begrijpen dat u hier minder dan week geleden mee werd geconfronteerd. Woensdag hebben op een goede manier met elkaar gesproken en werd de meerjaren begroting goedgekeurd. En nu ineens die 3,5 ton extra per jaar aan lasten. Waar is de boot gemist?
We hebben gesproken over het proces, hoe de aanvullende notitie is ontstaan. Afgesproken is dat we de komende jaren er goed naar kijken, zoals F&B dat altijd doet. Op deze procedurekwestie komende we dus in deze maand juni nog terug.

 

F&B gaat dus meekijken. Ook hoe het zit met de relatie met de begrotingen van andere deputaten als OOG bijvoorbeeld. We zullen daar extra aandacht aan besteden. We hebben afgesproken elkaar de ruimte te geven om dat open en eerlijk te doen in adviezen en rapportages. Zo gaan we dit proces in.

 

Br. Ziedses des Plantes

Je houdt een sterk gevoel van urgentie over bij het rapport Groningen. Dat is er niet minder op geworden in deze bespreking.

Op pag. 1 onderaan staat dat de huidige TU niet eigen benen kan staan. En in besluit 5bd staat iets over samenwerking met andere instellingen. Kan dat iets meer geconcretiseerd worden?

 

Als hoogleraren werkzaamheden als management doen, die hun eigenlijk taak om onderwijs te geven belemmeren dan moet dat toch te ondervangen zijn?

 

Kampen als vestigingsplaats van onderwijs en bedrijvigheid loopt wat leeg. Daar moet aandacht aan worden gegeven.

 

Ds. Ter Beek

Is het praktijkcentrum bedacht om een connectie te maken met het grondvlak?

 

Internationalisering staat nu weer bovenaan, maar stond daar al jaren, gefeliciteerd. Mijn suggestie is ook te spreken van uitwisseling van kennis. Daar kun je contracten voor sluiten. Wat hebben wij voor bijzonders in huis van onze TU? Geschiedenis want daar val je geen buil aan. De afgelopen veertien dagen was er ongeveer een promotie per dag. We kunnen iets aanbieden als de geschiedenis van exegese sinds 1892, geschiedenis van confessionele ontwikkeling. Levert 10 studiepunten op.

 

Mijn pet af voor het vele werk door de TU en de inzet van de docenten daar.

 

Br. Van Dixhoorn

De focus ligt op de predikantenopleiding. Daarom: is die extra kwaliteitsslag nodig en goed voor het opleiden van predikanten? Levert die ook meer instroom van studenten op?

 

Ds. Leeftink

We stellen nu weer een kenniscentrum in maar we hebben er ook al twee: OOG 600.000 en GDD 1.000.000 euro. Zou er bij besluit 6.6 ook geen afstemming met OOG en GDD in 2012 moeten worden opgenomen?

Gaan we de financiële kaders die we 8 april hebben vastgelegd weer intrekken en daar in 2012 opnieuw over spreken?

 

Br. Aartsma

Ik heb waardering voor het rapport, het is heel helder. De TU en zijn medewerkers zijn een groot geschenk van God. Ze vormen een van de hoekstenen van onze kerken die altijd een grote rol heeft gespeeld, groter dan we vaak denken.

De bestaanszekerheid moet buiten kijf staan. Er zijn uitdagingen. We moeten moed hebben, het geld mag niet het probleem zijn. Daarom: de voorstellen van de commissie zo snel mogelijk doorvoeren. Het is uiteindelijk een uitvloeisel van D&W.

 

Het gevolg van de rijkssubsidie is verlaging van het quotum. Die kan ook gezien worden als een sluimerende reserve. Kunnen we die niet gebruiken voor de voorstellen?

 

Br. Greving

Ik heb bijzonder grote waardering voor het werk aan de TU. Het is een buitengewoon kostbaar bezit, waar we trots en zuinig op moeten zijn. Dank ook aan het CvB en de CvT voor de heldere rapportage en dank voor het commissie Groningen rapport.

 

Toch heb ik wat kritische vragen. Een impuls geven? Dat gaat iets te snel. Ik heb zorg over de output van onze TU. We moeten wel reëel zijn en met de benen op de grond blijven. En niet zo maar impulsen.

De vorige synode hebben we het gehad over verbreding van de instroom. Maar het aantal studenten dat naar de pastorie gaat stelt teleur. Uit pag. 13 van het rapport van CvB blijkt dat er de afgelopen drie jaren drie predikanten de pastorie in zijn gegaan. Dat is gemiddeld 1 per jaar. Gelukkig zijn er zij-instromers, de oogst daarvan is 6 in 3 jaar. Dus de afgelopen drie jaar 9 predikanten naar de pastorie. Waar hebben we het over? Dit is zorgelijk.

Wetenschappelijk gebeurt er heel veel. Er zijn 9 promoties geweest in diezelfde periode. Maar het probleem lossen we niet op met het voorstel van Groningen. We moeten ons intern beraden waarom er zo weinig studenten kiezen voor deze opleiding tot predikant. En daarbij ook heel goed naar onszelf kijken. Waar zien ze tegen op? Dit is niet op te lossen door internationalisering en een zak geld. Daar wil ik voor waarschuwen. We moeten ook dit instituut niet tot iedere prijs in stand willen houden.

 

TUA heeft ook gekeken naar de werkdruk en concludeerden dat het zo niet verder kon. Daarom hebben zij 100.000 euro begroot om taakverlichting te krijgen voor de docenten. Kijk ook naar andere gegevens in vergelijking met onze school. TUA 112 studenten, 1,3 miljoen rijksbijdrage, wij 1,1. De verhouding hoogleraren/studenten 1:12. Dat is 1:20 in de algemene wetenschappelijke wereld. Wij zitten op 1:10. Er is een gigantische staf aan de TU, maar het leidt niet tot meer predikanten in de pastorie.

 

Om te voldoen aan overheidseisen is 200.000 euro nodig. We geven 12,70 euro per ziel per jaar aan de TU. De TUA ging in 2010 van 5,60 naar 6,95 door die ton ondersteuning. Als wij de commissie Groningen volgen, en dan nog zonder die extra man in CvB dan gaan we van 12,70 naar meer dan 15 euro. Is er dan iets mis met de opleiding aan de TUA? Hoe kunnen we dit uitleggen?

 

Ander punt. De vraag is gesteld: kunnen we nog zelfstandig verder? Maar ik zie hier niets over een samenwerking met de TUA, terwijl zíj heel positief over samenwerking zijn. Waarom staat daarover niets in de voorstellen van de commissie?

Als we rendement willen halen uit samenwerking kan dat niet door dubbelen van hoogleraren en met een CvB van vier man. Fusie met de TUA gaat straks echt niet als wij op meer dan 15 euro per ziel per jaar betalen en zij maar 7. Dan kost samenwerking hun straks nog meer.

We moeten prioriteiten stellen. En geen kenniscentrum met weer een aparte directeur oprichten. Daar lopen we in vast. Laten we beginnen met meer predikanten naar de pastorie te krijgen.

17 juni wordt de zaak met F&B afgehecht, maar het geld moet wel gevonden worden.

 

Er moet ook goed naar de procedure voor bezwaren tegen docenten en hun publicaties worden gekeken.

 

In besluit 8 zou het niet misstaan als daar ook DAO en F&B bij zouden worden betrokken, zodat een compleet beeld van de ontwikkeling kan ontstaan.

 

Br. Knepper

Mijn vragen zijn al gesteld.

 

Br. Mollema

Ik ken het gevoel om je staande te houden in de harde realiteit en concurrentie van de wetenschappelijke wereld. Dat is moeilijk. Bij een kleine zelfstandige instelling moet de kwaliteit van het onderzoek en het onderwijs het doen. Daarbij is internationalisering nodig. Want anders krijg je geen studenten, die selecteren op kwaliteit. Dat is de grote bedreiging van de TU.

 

Het is moeilijk, want het predikantsambt is zwaar, zie de losmakingen. Zie ook het imago van de TU. De manier waarop Douma daarover schrijft is dodelijk. Je zou uitgekotst worden in andere omgevingen als je dit deed. Daarom moet er gewerkt worden aan een goed imago van u [bedoeld is hier: imago van de TU, DJB]. Maar dat helpt niet als het kapot wordt geschreven en werkt niet als allerlei vermeende theologen vallen over de docenten.

We moeten het komende jaar nog eens goed kijken naar de core business. F&B en wij zitten in een spanningveld maar laten we maar botsen zodat de waarheid boven komt.

 

Ds. Harmannij

In besluit 6 staat bij het eerste streepje dat in 2012 gerapporteerd zal worden over de CvB bestaande uit drie personen. Wat wordt bedoeld?

 

In besluit 12 gaat het over een "gewijzigd begroting". Welke begroting wordt hier bedoeld? Waar komt het uiteindelijk op uit?

 

Kwalitatief versterken van de TU wordt gezocht in internationalisatie. Kan het wel? Is dat geen spagaat waarmee we vastlopen?

Er is teruglopende meelevendheid en wil om bij te dragen. Er moet meer aandacht besteed worden aan de geestelijke verbondenheid met de kerken, want die is er. Als het slecht gaat in de kerken, dan is dat te merken aan de TU. De sfeer daar is dan ook min of meer vergelijkbaar. Daartegen helpt niet hoogwaardige onderwijs maar alleen als het Woord het belangrijkste is in de geestelijke verbondenheid. Het voorgestelde centrum is ook weer eenzijdig benadering. Idee: zou het niet beter zijn dat de kerken zelf hun predikanten naar Kampen sturen om daar het een en ander te vertellen? Je moet ze niet uit de pastorie halen maar vandaar uit gemeenschappelijke projecten laten uitvoeren. Zodat kerken meeleven. Net als 'vertel het je kinderen', zo ook op de universiteit.

 

Br. Judels

Ik ben heel benieuwd naar de mening en het advies van F&B en hoop dat we nu straks op tijd informatie hebben om over deze zaken te kunnen beslissen.

 

TU/RvT - Br. Schutte

Dank voor de vele vragen en adviezen. Er is weinig over het gevoerde beleid gevraagd maar wel veel over de toekomst, m.n. 2016. Eerst vragen over de RvT.

 

We zijn er wel mee bezig geweest maar voor de RvT zijn geen secundi gevonden. Het werkt ook niet goed tegelijk goede mensen te zoeken en een aantal te 'reserveren'. Dat wordt ook zelden zo gedaan, het werkt ook niet, zo'n wachtlijst. Ons voorstel is: nu leden benoemen. Wel de realiteit onder ogen zien dat bij vacatures daar voorshands in mag worden voorzien, dus vóór een eerstkomende synode. Maar dit moet wel zo worden afgesproken.

 

Steeds met nieuwe rapporten komen geeft inderdaad veel onrust. Maar er is veel in beweging, in de wetgeving, in de studenten wereld. Daarom kun je niet wachten tot over drie jaar, dan kan het te laat zijn. Soms moet je tussendoor wel oplossingen vinden.

 

Br. Greving vraagt naar de rechtsingang voor bezwaren tegen publicaties van docenten. Met bezwaren wordt zorgvuldig omgegaan. Als het om de inhoud van publicaties of uitspraken van docenten gaat dan is het curatorium daar het adres voor. Vorig jaar is deze werkwijze tegen het licht gehouden. Bezwaren horen structureel onder ogen van het curatorium worden gebracht. Daar hoort het. Daarbij wordt eerst nagaan of de publicatie of uitspraak goed begrepen is.

 

Bij een CvB van drie personen is geen wijziging van het statuut nodig omdat dat daar gesproken wordt van ten hoogste drie personen. Zeer recent is de CvB samenstelling nog eens tegen het licht gehouden bij de benoeming van br. De Jong.

Het zijn partime taken, dus het gaat om meer tijd van dezelfde mensen of om meer mensen met minder uren. Dat moeten we bekijken. Vraag is, geef ons de ruimte om dat te regelen. Invulling van een bestuursmodel is niet altijd standaard, er zijn altijd wel verschillende argumenten aan te voeren.

 

Ik wil iets meer zeggen over de relatie tussen wetenschap en de primaire functie van de TU tegen achtergrond van de eisen van de overheid.

De TU is al sinds lang geleden een erkende wetenschappelijke instelling. Dat is belangrijk voor diploma’s en promoties. Zonder erkenning zijn die niet mogelijk. Een wetenschappelijke opleiding is ook nodig voor de kerken zelf. Want die hebben behoefte aan goed opgeleide predikanten, die gesprekken op niveau kunnen voeren.

Primair is geestelijke verbondenheid, maar dat mag ons niet weerhouden om de randvoorwaarden ook goed in te vullen. We hebben nu niet voor het eerst, door de subsidie, te maken met eisen van de overheid. Die eisen waren er al lang. De WHW heeft vorig jaar de contouren van het onderwijs vastgesteld. Maar wij geven zelf de richting van ons onderwijs aan.

 

Het was een klein artikeltje bij de wet dat bepaalde dat Kampen wordt bekostigd door het rijk. Ik was oorspronkelijk niet optimistisch over rijkssubsidie maar het is er toch van gekomen. De politieke wil bleek er uiteindelijk toch wel te zijn. Dat is van de Here geschied: 1,1 miljoen euro per jaar. Zonder die rijksbijdrage zouden we op een heel andere manier over de TU moeten praten.

Een instelling die veel geld krijgt van de kerken en van de overheid moet op orde zijn. Er is geen garantie dat de subsidie blijft, daarom moet er een buffer zijn. Overigens wordt die subsidie niet op basis van een begroting toegekend maar is het een in de wet geregeld recht dat we delen met andere instituten. Als er een wijziging op het niveau van de wet plaatsvindt, geldt dat voor alle levensbeschouwelijke instituten. De hoogte van de subsidie kan wel worden veranderd, maar dan gaat het om kwaliteit en aantallen. Ook kan de overheid voorwaarden stellen die we niet willen. Echter daar zijn waarborgen tegen. Bij levensbeschouwelijke instituten is bij de overheid veel terughoudendheid.

 

Kerken hebben gekozen voor een wetenschappelijke opleiding en die de toets met andere kan doorstaan. De overheid legt daarbij geen strobreed in de weg. Daarom geen sombere scenario's maar God danken voor de mogelijkheden om het evangelie te onderwijzen en te verbreiden.

 

Preses

U hebt vragen beantwoord maar het was tegelijk ook een vurig pleidooi.

 

Br. Mollema

Er komt over de comité zitting een kort persbericht. Later wordt ook een langere versie uitgegeven.

 

Preses

De TU is een belangrijk item dat we niet snel moeten afdoen. We moeten lijnen uitzetten, de koers bepalen. We willen een wetenschappelijk instituut dat aan wetenschappelijke eisen voldoet. Daar moeten we vanavond uitkomen.

 

TU/CvB – Prof. Te Velde

Ik ben dankbaar voor de vele vragen en de ondersteuning die werd geformuleerd. 1 x per 3 jaar komt ons werk hier aan de orde. Daar hoort ook kritiek bij. Die is welkom.

Ik pak er eerst een aantal thema’s uit.

 

1 - Samenwerking versus eigen benen versus solide. De TU heeft heel veel kwaliteit. Maar we moeten wel voortdurend bijblijven bij allerlei bewegingen. Krachtig-zijn sluit niet uit dat je anticipeert op wat in de markt speelt. We moeten niet steeds kijken naar de overheid 'die ons wat aandoet', maar er vooral op letten hoe jongeren kijken naar de plaats, welke studies worden geboden, etc.

Onze identiteit is nodig om samen te werken met anderen. Dat is lastig in onze kerken, want identiteit is haast een sjibbolet. Koude en warme samenwerking is mogelijk, volgens, onze grote voorganger. Laat ons dat erbij betrekken als het om samenwerking gaat.

 

2 - Internationalisering. Vorig jaar hebben we een plaatje gemaakt. Maar de quota waren wel een beperking. De commissie Groningen heeft ons er van overtuigd dat het om meer dingen gaat. Enerzijds om de kwaliteit van mensen, anderzijds ook om wat het buitenland kan betekenen. Niet alleen voor ons maar wij ook voor het buitenland. We hebben een drieweekse cursus gedaan samen met DVN, hebben contacten met Indonesië en Korea. Vaak zijn buitenlandcontacten een sluitpost voor onze studenten. Wil je dat substantieel veranderen dan is daar ook een budget voor nodig.

 

3 - Een directeur voor een onderzoekscentrum. Dat was het advies. TUA en TU zijn zozeer collega’s dat kritiek moeilijk is. Daarom is een externe instantie nodig die echt kritisch kan zijn. We hebben nu nog niemand kunnen vinden die voor 1 of 2 dagen in de week kan begeleiden.

 

4 - Bij de reorganisatie van de centra, moeten niet alle functies door elkaar worden gegooid, maar gaat het om meer samenwerking. Daarom moest er een regiegroep komen. We zijn niet in staat geweest om dat duidelijk te maken, we zijn er in blijven steken. Uitvloeisel ervan is om nu een gezamenlijk praktijkcentrum met OOG en GDD te stichten.

Kampen willen we verbinden met de kerken. Daarbij gaat het om visie, literatuur, homiletiek, liturgiek, pastoraat. Er is nooit empirisch onderzoek door de TU gedaan. Het is ook niet de bedoeling om nu sociologisch gekleurd onderzoek te gaan doen. Het gaat er om ons te committeren aan vragen die leven in de kerken. Dan gaan we in op vragen of wij misschien een student hebben die dit of dat kan. Het gaat om herpositionering van de theologie waarbij ook allerlei praktijkvragen aan de orde zijn als: miniwijken, pastoraat door de niet-ouderling, de positie van jongeren. Er is dus wisselwerking. Het gaat niet om verhalen genereren maar uit de veldpraktijk bronnen van theologie te maken. Zo komen we in aanraking met wat speelt in de gemeente, bij de dominee en de kerkelijk werker. Dat kan helpen om samen op een hoger niveau na te denken en om zo ook betere adviezen te geven.

 

Hoe verhoudt zich dit met de andere deputaatschappen als OOG met zijn studiecentrum gemeentegroei. Er is nu nog geen goed rapport over maar wat de TU betreft liever naar één kenniscentrum. Anders gaan we langs elkaar heen werken. De kerken hebben daar een goed budget voor. Er is nog een jaar voor nodig om het handen en voeten te geven. Daar zou je ook prestatie-indicatoren aan kunnen koppelen.

 

5 - De roep om een seminarie. De NGK vinden dat ook geen goed idee, waarom ze een aanvullende studie eisen aan de TUA. De CGK synode wil ook niet terug naar een seminarie. Ook wij gaan niet die andere weg. We staan voor wetenschappelijk onderwijs om het evangelie te brengen op een niveau hoger dan de gemeente het zelf kan bedenken. Dat is ook zeker nodig voor hoog opgeleiden in onze gemeenten. Tussen haakjes, 'seminary' in het buitenland is hoger dan wat wij verstaan onder seminarie.

 

6 - Instroom en uitstroom van studenten. Daar zijn zorgen over. Afgezien van de plaats Kampen, de TU heeft nog steeds het imago van een vrijgemaakte opleidingsplaats. Het imago van de TUA is anders. Anderen, uit de PKN bijvoorbeeld, kiezen daarom voor Apeldoorn, maar dat beperkt wel ónze instroom. In de huidige situatie kiezen studenten vaak eerst voor de plaats en dan is de voorkeur een andere dan Kampen.

Het verhaal van Greving over de uitstroom begrijp ik helemaal. Als je helemaal geconcentreerd bent op de predikanten die je aflevert is het allemaal heel fout. Maar de mensen die de TU aflevert hebben ook andere functies. Boeken schrijven hoort daar ook bij. Nascholing van predikanten is ook output van de TU. Dat moet worden meegenomen, voor er naar de kosten wordt gekeken.

Wíj willen ook meer predikanten. Maar het ligt niet alleen aan Kampen, ook aan factoren in de kerken. We maken daar een punt van en hopen er verder mee te komen.

 

TU/CvB - Br. J. de Jong

We laten meer zien wie we zijn. In het bijzonder in het voortgezet onderwijs. Over twee weken valt het TU magazine over wat Kampen doet op de deurmat. Als de kerken ons vragen willen wij graag aangeven wat we doen. Zo hebben we de schooldag vervangen door een meer open theologiedag bijvoorbeeld.

 

We willen op de TU iedereen meer 'zijn ding laten doen'. Met de hoogleraren kijken we of we hun werkdruk kunnen verminderen door verschuiving van taken, administratie overnemen, effectiever vergaderen. De huidige vergaderdruk lijkt veel te groot.

Maar we hebben ook ingewikkelde dingen moeten doen, zoals het taalonderwijs in het curriculum invoeren. Daar waren alle docenten bij betrokken en zij moesten allemaal hun aandeel leveren.

Afgelopen periode heeft het CvB het personeelsbeleid tot speerpunt gebombardeerd. Om krachten die er zijn bloot te leggen en verder te ontwikkelen.

Verder proberen we de ondersteunende staf zoveel mogelijk geïntegreerd te laten werken.

 

Kampen als vestigingsplaats is niet een gelopen race. Er is geen groot draagvlak om vast te houden aan Kampen. Maar het is beter het komende jaar samenwerking als eerste optie te beschouwen i.p.v. morgen te verhuizen, nog afgezien van de kosten.

 

Studenten kiezen anders dan in onze tijd: zij kiezen voor kwaliteit. Daar moeten we veel aandacht aan geven. En in samenhang de spirituele dimensie extra benadrukken. Docenten kunnen daarin een voorbeeld zijn, zodat studenten alsnog kiezen voor het predikantschap.

 

Commissie – Br. Wezeman

Wat blijft er over van D&W? D&W blijft, maar we willen meer, het is dus én én.

 

Het standpunt van de commissie t.a.v. de samenwerking met de TUA is dat de TU zelf die discussie moet voeren en strategische beslissingen nemen. Daarvoor hoort de TUA een helder voorstel op tafel te leggen. Het kan in allerlei vormen, want samenwerking is een container begrip.
Ook grote theologische instituten hebben grote moeiten. We kunnen niet achterover leunen zelfs als we voldoende predikanten zouden afleveren.

 

Internationalisering is nodig om aandacht te verleggen van binnen- naar buitenland. Het is een wezenlijke aanvulling. Het bevrucht het onderwijs en gooit de deur open naar verdere ontwikkeling van Kampen. Of dat in Kampen moet daar gaan we nog verder over denken.

 

Besluit 3 is wat F&B betreft nog niet compleet. Wij hebben als commissie dat ook niet in detail beoordeeld, dat moet door deskundige instanties worden beoordeeld. Wij probeerden te zien wat in 2016 nodig en mogelijk is. Verder kijken is heel moeilijk en heeft geen zin.

 

Wat de bezetting van het CvB betreft, het gaat zoals het in het statuut staat, nl. om 1,4 FTE in totaal. Als Te Velde uitvalt, ontstaat er een behoorlijk gat, daar moet misschien wel breder naar gekeken worden.

 

De insteek van de commissie is een inhoudelijke discussie te voeren over kansen en mogelijkheden van de TU. We hebben daar heel veel aandacht voor gehad, hadden ook kritiek. Maar de TU mag er vanuit gaan dat de kerken achter haar blijven staan. Als wij twijfel gaan tonen dan wordt de TU gemarginaliseerd.

 

Br. De Vries

Als we volstrekt instemmen met de plannen dan moeten we er ook voldoende geld beschikbaar voor stellen. De financiering kan dan door van de subsidie 2/3 aan de kerken terug te geven en 1/3 te reserveren. Zo zijn ook de additionele investeringen gedekt.

 

Ds. Bruin

Een goed imago is belangrijk. Een opleiding met uitstraling is belangrijk voor jongeren.

 

 

AMENDEMENTEN

 

Br. Greving

Bij punt 6 staat: 'CvB bestaat uit drie personen', dat hoeft hier niet in te staan, dus schrappen.

 

De samenwerking met de TUA moet worden uitgebreid. Daarom moet voor Kampen een soortgelijk besluit worden genomen als door de TUA is genomen.

 

Br. Feenstra

Mede namens ds. Feijen: Toevoegen aan besluit 8 deputaten Dienst & Recht of diens opvolger.

 

Aan de RvT is gevraagd om een protocol op te stellen voor bezwaren. Daarom aan besluit 6 punt aan toevoegen: "een protocol te ontwikkelen hoe er mee om te gaan als er bezwaren worden ingediend uit de kerken inzake benoemingen aan de TU".

 

Br. Judels

Om belang van de zaak, RvT en CvB bij besluit 6 een termijn stellen door de toevoeging:

"….op te dragen de synode uiterlijk 1 april 2012 te dienen met…."

 

Aan besluit 6.6 toevoegen: "…waaronder een uitgewerkt plan"

(vervalt, geen steun)

 

 

BESPREKING RONDE 2

 

Ds. Harmannij

Besluit 12: ik heb geen antwoord gekregen over welke begroting het daar gaat.

 

Ds. Wendt

Ik heb geen antwoord gekregen op twee vragen in de eerste ronde. Het betreft besluit 6.2 m.b.t. de afhandeling van genoemde brieven.

 

Andere vraag: waar vind ik de besluiten terug over aanpassingen van het statuut.

 

Ds. Leeftink

Over die opmerking van br. De Vries van F&B, namelijk dat we nu besluiten over het toestaan van die 342.000 euro: maar deze discussie voeren we toch mei volgend jaar met F&B? Dan bepalen we of we het quotum aanpassen, of misschien meer subsidie aanvragen, of geld bij OOG weghalen. Als we in mei het plan bespreken moeten nu niet beslissen over dit geld. Ik voel me vrij om dan anders te stemmen dan op 17 juni a.s.

 

TU/RvT – Br. D. Laan

[Br. Laan heeft een technisch financieel verhaal over meerjarenbegrotingen en schuivende posten daarop, dat alleen voor meer ingewijden is te volgen. Dus voor mij niet. DJB]

 

TU/RvT - Br. Schutte

De brieven waaraan br. Wendt refereert worden door de RvT behandeld. Daar wordt de volgende keer over gerapporteerd.

 

Wijziging van het statuut op het punt van secundi zal moeten, maar dat kan beter als ook andere wijzigingen worden gedaan.

 

F&B – Br. De Vries

Hoeveel geld nodig zal zijn moet nog verder uitgewerkt worden. Het komt op 17 juni nog in bespreking, Maar we besluiten wel dat dit het bedrag is dat nodig is.

 

Preses

Financiële besluiten zijn voorlopige besluiten. Aan het eind van de synode bestaat nog de mogelijkheid tot herschikking.

 

Br. Mollema

In besluit 10 staat 'voorstel'.

 

F&B - Br. De Vries

We moeten niet vooruitlopen op de F&B bespreking, maar ook niet de indruk wekken dat we niets besloten hebben.

 

TU/RvT - Br. Schutte

We hebben voor het CvB amendement nog een jaar de tijd.

Wat de samenwerking met Apeldoorn betreft: CvB en RvT zijn on speaking terms, we moeten hun de kans geven om er iets van te maken en nu niet richtinggevende uitspraken doen. Dat helpt niet, wél er samen over spreken.

 

Deputaten D&R toevoegen aan besluit 8 is prima.

 

Klachten tegen benoemingen, moet dat in een protocol?

 

Om aan besluit 6 een termijn als mei 2012 te verbinden heeft geen toegevoegde waarde.

 

Commissie – Br. Wezeman

Besluit 6:

We ontraden amendement Greving, het is voor de muziek uit lopen.

Datum toevoegen: voegt niets toe.

Zin bij eerste gedachtestreepje laten vallen akkoord.

Toevoeging protocol, punt 7, akkoord.

 

Br. Greving

Ik trek mijn amendement over samenwerking in.

 

STEMMING

 

Besluit 2: aanvaard VaaT00O00

 

Besluit 3: aanvaard V33T00O01

V33T0O1

 

Besluit 4: aanvaard VaaT00O00

 

Besluit xx [later toegevoegd]: aanvaard VaaT00O00

De herziening van de functies van de 3 docenten (namen op termijn t.b.v. acta toevoegen) zoals gerapporteerd in het schrijven van de raad van toezicht en het college van bestuur d.d. 23 mei 2011 goed te keuren.

 

Besluit 5: aanvaard VaaT00O00

 

Besluit 6

-          Amendement Judels (datum 1 april 2012): verworpen V1T31O2

-          Amendement Greving (bezetting CvB zin weg): aanvaard VaaT00O00

-          Amendement Feenstra (protocol toevoegen): aanvaard V22T07O05

-          Besluit: aanvaard VaaT00O00

 

Besluit 7, 9, 10, 11, 12: aanvaard VaaT00O00

 

Besluit 8

- Amendement Feijen/Feenstra (toevoegen D&R); aanvaard VaaT00O00
- Besluit: aanvaard VaaT00O00

 

Besluit 1

V33T00O01

 

AFSCHEID

Er wordt afscheid genomen van de RvT leden ds. Niemeijer, de brs. Laan en Siepel, en van br. Bakker als lid van het curatorium.

 

 

Bijlage

 

 

Rapport en voorstellen commissie Groningen

 

Toelichting en opmerkingen van de Commissie Groningen1 bij de besluiten van de TU

 

(herziene versie 01-06-11)

 

1. Algemeen

Sinds 1 januari 2009 zijn de bepalingen in de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) van kracht voor de universiteit. Deze bepalingen hebben gevolgen gehad voor de inrichting van het bestuur van de universiteit en zijn van invloed op de positie van de universiteit in verhouding tot de kerken.

 

De commissie is dankbaar voor de open en constructieve bijdrage van de Raad van Toezicht en het College van Bestuur bij de totstandkoming van dit commissierapport, ook in soms gevoelige punten rond de verantwoording. De Here heeft ons in de TU zeer gezegend. Dat er discussiepunten en zorgen zijn mag ons niet weerhouden dankbaarheid en erkentelijkheid uit te spreken jegens alle bij de universiteit betrokkenen.

 

In de gesprekken van de commissie met de leden van de Raad van Toezicht en het College van Bestuur kwam naar voren, dat de afgelopen jaren veel veranderd is in bestuurlijke en organisatorische zin. Maar ook in de werkomstandigheden van het docentencorps van de universiteit. Ook zij zijn in de nieuwe situatie terecht gekomen, waarbij aan de aangescherpte eisen van de vernieuwde wet voldaan moet worden.

 

De Commissie Groningen heeft kennis genomen van het verslag van de Raad van Toezicht en het College van Bestuur. Uit deze rapportage springen twee zaken naar voren die aandacht vragen: 

  1. (kortweg) het handelen van de Raad van Toezicht inzake de benoeming van dr. S. Paas in 2009
  2.  de vormgeving van de plannen zoals die verwoord zijn in de strategienota ‘Dienstbaar en Wendbaar’ (2009).

 Op verzoek van de commissie heeft het moderamen een separate commissie benoemd om het handelen van de Raad van Toezicht ter zake van de benoeming van dr. Paas voor de synode voor te bereiden, zodat de Commissie Groningen (in het vervolg met de aanduiding 1) zich met het beleid en de organisatie van de universiteit kon bezighouden.

 

De kerken hebben gekozen voor een brede inzet van de TU inzake de opleiding tot predikant en andere theologische opleidingen, alsook de ontplooiing van wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke (in dit geval vooral kerkelijke) dienstverlening. De besluiten van de synode van Zwolle-Zuid hebben die lijn verder doorgezet in de aanvaarding van gedeeltelijke Rijksbekostiging onder de vigeur van de (vernieuwde) WHW. Dit laatste impliceert het volledige voldoen aan de wet met als gevolg: de Universiteit krijgt een sterkere eigen positie en komt verder af te staan van de kerken dan vroeger. Dit roept spanningen op en vraagt derhalve om maatregelen om die spanningen in te schatten en in goede banen te leiden. Voor sommigen binnen de kerken gaat dit gepaard met de vraag of de uitgezette koers nog wel te combineren valt met de specifieke taak van de kerken: te voorzien in de opleiding tot de Dienst van het Woord. Bij een negatief antwoord komt dan de vraag naar voren: terug naar vroeger?

Het antwoord op die vraag is van groot belang, omdat de voorziene uitbouw van de TU naar het inzicht van de commissie extra investeringen vraagt boven wat is voorzien. Met name de uitbouw van het wetenschappelijk onderzoek is een zware opgave, waar de TU met achterstand begint.

Het College van Bestuur en de Raad van Toezicht hebben tegenover de commissie uitgesproken van oordeel te zijn, dat de TU geoordeeld naar de huidige situatie op termijn niet op eigen benen kan overleven.

 

Tegen deze achtergrond heeft de commissie met de Raad van Toezicht en het College van Bestuur gesproken over: Waar zijn we in 2016 en welke stappen zijn daarvoor nodig? Dit alles onder Jacobitisch voorbehoud.

 

Op verzoek van de commissie heeft de Raad van Toezicht een ‘Aanvullende notitie’ het licht doen zien, die als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. In deze notitie is een nadere invulling gegeven aan de gevraagde concretisering van de ontwikkelingsplannen van de TU tot 2016 aansluitend bij ‘Dienstbaar en Wendbaar’. Gezien de late ontvangst van de notitie heeft de commissie dit stuk slechts op hoofdlijnen kunnen beoordelen. De commissie is positief over het plan dat het met voorrang uitvoeren van de voorgestelde internationalisering de ontwikkeling van de universiteit een stevige steun in de rug kan geven.

De commissie stelt voor dat de realisatie van dit plan m.b.t. de dekking van de financiële gevolgen daaraan verbonden, nader wordt afgestemd met deputaten F(inanciën)&B(eheer) om vervolgens over de uitkomsten daarvan te rapporten op de voortgezette zitting van de synode in 2012. Daartoe heeft de commissie besluit 6 ingevoegd.

 

2. Nadere uitwerking

2.1 Opleiding en achterban

De huidige situatie geeft aanleiding n.a.v. een extern onderzoek om verbeteringen aan te brengen in de administratief-technische organisatie. Als voorbeeld is genoemd de studentenadministratie, waarin de vorderingen en andere gegevens digitaal te raadplegen zijn. Ook de regelgeving inzake de rapportering moet aangepast worden. Als deze verbeteringen niet tot stand komt vormt dat een risico voor de toekomst. Voor de bekostiging zijn hier namelijk correcte cijfers nodig.

 

De Master Theologie Predikant (en de voorafgaande bachelor) zal het hart van de opleiding moeten blijven. De universiteit zal zo de opleiding voor de predikanten blijven. Er leven zorgen (ook bij de TU) voor wat betreft het aantal afgestudeerden dat voor de pastorie kiest.

 

Daarnaast zal er ook meer output moeten komen, ook al weer om aan de eisen te voldoen van de wet. Het door de overheid geëiste wetenschappelijke onderzoek (dat te onderscheiden is van het onderwijs-gebonden onderzoek) zal niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief moeten toenemen. Bij wetenschappelijk onderzoek, in de zin zoals door de overheid bedoeld, is sprake van onderzoeksvrijheid. De TU is dus vrij in het doen van onderzoek zonder dat in gevaar komt de binding aan de Schrift en aan wat we als kerken belijden. Toch moet worden geconstateerd, dat wetenschappelijke uitingen op dit punt tot spanningen kunnen leiden binnen de kerken.

 

Er zal meer naar de kerken gecommuniceerd moeten worden. Naar het oordeel van de commissie wordt de verbinding tussen de kerken en de universiteit zwakker. Er is weinig uitwisseling tussen de universiteit en de kerken. Dat brengt risico’s met zich mee t.a.v. de continuïteit van het draagvlak. Het is de commissie gebleken, dat de universiteit de communicatie met de kerken wil intensiveren.

 

2.2 Raad van Toezicht en College van Bestuur

De Raad van Toezicht heeft aangegeven dat de benoemingen van de leden van de raad met de aanduiding primi en secundi geen ideale situatie is. De Raad van Toezicht ziet graag dat besloten wordt dat alleen leden benoemd zullen worden die in de raad meedraaien. Er zullen geen secundi ter benoeming worden voorgedragen. Daarmee zal gehandeld worden volgens de Code Goed Bestuur Universiteiten 2007 van de VSNU.

Bij deze handelwijze hoort het verlenen van de bevoegdheid om bij een tussentijdse vacature opnieuw publiek kandidaten te werven en vervolgens een benoeming te doen die achteraf door de synode goedgekeurd wordt. Een tussentijdse benoeming houdt dus niet in dat iemand voor de volgende hele termijn opnieuw door de synode wordt benoemd.

 

De commissie is van mening, dat de werklast van het twee leden tellende College van Bestuur zwaar is. De commissie stelt daarom voor gelet op het afbreukrisico (bijv. ziekte) het College van Bestuur uit te breiden tot drie personen. Art. 9.1 van zowel Statuut als WHW bepalen dat het College van Bestuur uit ten hoogste drie leden bestaat.

 

2.3 Curatorium

Gesproken is over de rol en plaats van het Curatorium. Het College van Bestuur is het bevoegd gezag, terwijl het Curatorium geen bestuursbevoegdheid heeft (Statuut art. 8.2i en 17.6). In het Statuut is de rol van het Curatorium verwoord. Zo is bij belangrijke benoemingen is de instemming van het Curatorium vereist.

De Raad van Toezicht heeft laten weten in de toekomst zich nader te willen bezinnen op een intensievere betrokkenheid van de curatoren bij het werk aan de universiteit.

Bij deze bezinning hoort ook de noodzaak om een profielschets met benodigde competenties op te stellen voor de curatoren om een adequate samenstelling van het Curatorium te verkrijgen. Een mogelijke afschaffing van de particuliere synodes brengt de situatie met zich mee dat het Curatorium op een andere wijze bemand zal moeten worden.

 

2.4  Statuut

De Generale Synode van Zwolle-Zuid heeft het Statuut vastgesteld. Er blijken ondertussen veranderingen gekomen zijn, die niet in de tekst zijn aangepast en ook niet staan ingepland voor de Synode van Harderwijk.

Een voorbeeld is het instellingsplan dat in art. 8.4 genoemd wordt. Volgens het Statuut zal er elke 2 jaar een instellingsplan vastgesteld worden. De regel is geworden, dat dit eenmaal in de 6 jaar zal worden vastgesteld.

Een ander voorbeeld is de vooropleiding, genoemd in art. 60 (en 13.2h). Met het voorgestelde besluit inzake de opzegging van het Akkoord van samenwerking voor de Vooropleiding zou ook het Statuut aangepast moeten worden. En in lijn met dit besluit de toelatingseisen zoals die vermeld staan in art. 52 van het Statuut.

Een laatste voorbeeld: de nog niet ingevulde artikelen over de medezeggenschap (art. 74 en 75). Er wordt aan de universiteit gewerkt met een universiteitsraad. Ook dit moet nog verwerkt worden in het Statuut.

De Raad van Toezicht en het College van Bestuur hebben aangegeven dat het aanpassen en actualiseren van het Statuut in de afgelopen periode niet mogelijk was. Het dient in de komende periode te geschieden.

De commissie is van mening dat het niet actualiseren van het Statuut een risico in zich meedraagt. Het Statuut is een juridisch document dat in een mogelijke rechtsgang als zodanig zal functioneren. Het Statuut kan door een synode gewijzigd worden en commissie is van mening dat nu in Harderwijk dat gedaan moet worden.

 

2.5 Beleid

Dienstbaar en Wendbaar’ kent veel plannen, die nog niet alle gerealiseerd zijn. Andere plannen zijn achterhaald, zoals het leerstoelgroepenplan. De visitaties vanuit de overheid en eigen onderzoeken wijzen uit, dat er voor de universiteit, bij verder gaan op de ingeslagen weg de nodige stappen gezet moeten worden in de organisatie. Dat betekent voor de universiteit een cultuuromslag in vergelijking met het verleden. En omdat de tijd kan gaan dringen, is een versnelling in het proces noodzakelijk.

 

De WHW verlangt het nodige van de wetenschappelijke instellingen. Het College van Bestuur heeft genoeg ambities, maar die moeten wel te realiseren zijn. Het op te richten onderzoeksinstituut moet met voldoende know-how kunnen functioneren. Daarbij kan het zijn dat de blik naar het buitenland gericht zal moeten worden, om te bezien of het mogelijk is om van elders een (kundige) onderzoeker te vinden is, die de universiteit kan helpen bij de profilering.

Ook de samenwerking met de instellingen waarmee al samengewerkt wordt, in het bijzonder de TUA, zal moeten worden geoptimaliseerd en/of uitgebouwd. Hoe dat precies gestalte zal krijgen is nu nog niet te zeggen. Maar waar vroeger onze kracht in het ‘isolement’ lag, kan dat onder de huidige wet de zwakte worden, omdat er te weinig capaciteit beschikbaar is om aan de eisen te voldoen in kwaliteit en kwantiteit. Hier zien we opnieuw de gevolgen van de herziening van de WHW en de daaruit voortvloeiende maatregelen.

 

2.6 Financiën

Om de plannen bij verder gaan uit te voeren zijn de nodige financiën nodig. In de gesprekken kwam naar voren, dat extra financiële armslag de universiteit zou kunnen helpen om in 2016 een opleiding te laten zijn die zich vanuit haar kracht kan profileren. Dit dient echter nog veel concreter aangegeven en vervolgens beoordeeld te worden.

Gelet op de voorafgaande punten, dat alle plannen nog niet concreet zijn uitgewerkt en er nog onvoldoende zicht bestaat op de financiële gevolgen die uit de plannen voortvloeien, stelt de commissie voor de Raad van Toezicht in 2012 een tussenrapportage (met een financiële uitwerking) te laten uitbrengen.

 

2.7 Reactie op brieven

De commissie heeft zich gebogen over de aanpak van de brieven die aan de synode gestuurd zijn en waarin de universiteit aangesproken wordt. Het betreft brieven van kerken uit het binnenland en buitenland.

De commissie wil voor de behandeling en ter afhandeling van deze brieven het volgende voorstellen:

 

a)     T.a.v. de brief uit het buitenland: de universiteit gaat met de Canadese kerken (brief d.d. 9 maart 2011) het gesprek aan om over de ‘grave concerns’ te spreken. De commissie beveelt aan de deputaten BBK hierbij te betrekken.

b)     T.a.v. de brieven uit het binnenland: de Raad van Toezicht nodigt de betrokken kerkenraden (te Bunschoten-Oost, Katwijk, Smilde en Ten Boer) voor een ronde tafel gesprek uit om met elkaar door te spreken om, zo mogelijk, tot overeenstemming ter zake te komen.

 

Omdat de commissie zich bewust is, dat dit niet op korte termijn gerealiseerd kan worden, stelt de commissie voor om de rapportage van deze gesprekken te bespreken op een nader te bepalen dag in 2012, wanneer de synode bijeenkomt voor de behandeling van de Werkorde.

 

2.8 Aanvullend rapport

Tijdens die zitting kan dan ook vorm worden gegeven aan het voornemen van de Raad van Toezicht en het College van Bestuur tot de instelling van een tweede bijzondere leerstoel, zoals dat verwoord is in een aanvullend rapport aan de synode.

 

3. Uitleiding

De Theologische Universiteit is niet in rustig vaarwater terecht gekomen. De commissie kan niet in de toekomst kijken, maar het kan gebeuren – zo dachten we als commissie wel eens – dat bij verdergaan op de ingeslagen weg de universiteit zodanig onder druk komt, dat het zoeken naar een plaats in een groter geheel van theologie-opleidingen onafwendbaar is, omdat zelfstandig doorgaan niet mogelijk is. Dan komt uiteraard de vraag aan de orde hoe de opleiding tot de Dienst van het Woord met voldoende waarborgen vorm kan worden gegeven.

 

4. De voorgestelde besluiten

De commissie heeft bij de voorgestelde besluiten de volgende opmerkingen:

 

a)     In lijn van het beleid van de synode kent een besluit tot decharge geen grond. De gronden zijn daarom verwijderd.

b)     Conform art. 73.2 van het Statuut "Bij goedkeuring verleent de generale synode aan de Raad van Toezicht en het College van Bestuur décharge voor het gevoerde financieel beleid en beheer en het uitgeoefende toezicht daarop" is er een besluit toegevoegd dat expliciet melding maakt van decharge van het gevoerde financieel beleid en beheer en het uitgeoefende toezicht daarop.
Daarom is er een separaat besluit opgenomen in de besluitenlijst (besluit 3).

c)     Besluit 6 is een nieuw besluit om de aangegeven punten in de toelichting op een vervolgzitting te bespreken.

d)     Bij besluit 9 is een extra besluit (9.3) toegevoegd om de vereiste inspanningen voor de komende jaren mogelijk te maken.

e)     De commissie stelt voor de in besluit 11.2 genoemde bedragen op te nemen in de tekst van besluit 11.1, zodat 11.2 vervalt, omdat in de oorspronkelijke setting 10.2 geen besluit is maar een mededeling. De grond blijft gelijk.

Het oorspronkelijke besluit luidde:

1. de gewijzigde begrotingen 2010 en 2011, zoals toegevoegd aan de meerjarenbegroting 2012-2014, vast te stellen;
2. voor 2010 komen de extra kosten uit op € 183.876 en in 2011 op € 204.293.
Deze bedragen zijn opgenomen in de door deputaten financiën en beheer goedgekeurde begroting.

De tekst wordt:

Besluit 11:
De gewijzigde begrotingen 2010 (extra kosten € 183.876) en 2011 (extra kosten € 204.293), zoals toegevoegd aan de meerjarenbegroting 2012-2014, vast te stellen.

 

Mei 2011

Commissie Groningen TU1

 

Conceptbesluiten

 

Materiaal:

  1. rapport Raad van Toezicht en College van Bestuur van de Theologische Universiteit, met 12 bijlagen;
  2. aanvullend rapport Raad van Toezicht en College van Bestuur van de Theologische Universiteit;
  3. brief van de Canadian Reformed Churches (d.d. 9 maart 2011);
  4. brieven van de kerken te Katwijk (d.d. 2 juni 2010), Smilde (d.d. 22 december 2010), Ten Boer (d.d. 3 januari 2011) en Bunschoten-Oost (d.d. 13 februari 2011).

 Besluit 1:

het door de Raad van Toezicht uitgeoefende toezicht op het College van Bestuur goed te keuren en de Raad van Toezicht decharge te verlenen.

 

Besluit 2:

het door het College van Bestuur onder toezicht van de Raad van Toezicht gevoerde algemeen bestuur en beheer van de Theologische Universiteit goed te keuren.

 

Besluit 3:

het door het College van Bestuur gevoerde financieel beleid en beheer alsmede het daarop uitgeoefende toezicht door de Raad van Toezicht goed te keuren.

 

Besluit 4:

het beleid van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht inzake de opzegging van het Akkoord van samenwerking voor de Vooropleiding goed te keuren en dit te berichten aan de generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken.

 

Grond:

College van Bestuur en Raad van Toezicht laten in hun rapport zien dat strategische overwegingen en wettelijke ontwikkelingen alsmede de mogelijkheid van incorporatie van het benodigde onderwijs in de Bijbeltalen in het zesjarig curriculum hebben geleid tot hun besluit aan het stellen van instroomeisen en aan handhaving van de vooropleiding een einde te maken.

 

Besluit 5:

nieuw te benoemen deputaten Raad van Toezicht te machtigen:

  1. in naam van de kerken toezicht te houden op het bestuur van de Theologische Universiteit volgens het Statuut;
  2. voort te gaan op de weg van strategische positionering van de Theologische Universiteit zoals die o.a. is vastgelegd in ‘Dienstbaar en wendbaar’; uitgangspunten en randvoorwaarden blijven:
    1. de Gereformeerde Kerken in Nederland weten zich krachtens artikel 18 KO verantwoordelijk voor het onderhouden van een eigen wetenschappelijke opleiding van hun predikanten, die zowel een bachelor- als een (predikants-)mastertraject omvat;
    2. de Theologische Universiteit staat open voor en is positief gericht op andere studie-uitgangen ten dienste van de bewaring en voortgang van het evangelie in kerk en wereld;
    3. samenwerking met andere instellingen dient de beoefening en uitstraling van de gereformeerde theologie nationaal en internationaal ten goede te komen c.q. te versterken;
    4. de aard en mate van de samenwerking van de Theologische Universiteit met andere instellingen dient in overeenstemming te zijn met de mate van kerkelijke en confessionele verbondenheid met deze instellingen;
    5. inhoudelijke samenwerking en afstemming met het HBO dient m.n. het beroepsvoorbereidend profiel van het onderwijs en het wetenschappelijk profiel van het onderzoek van de Theologische Universiteit te bevorderen.

Besluit 6:

de Raad van Toezicht op te dragen op de voortgezette zitting (in 2012) de synode te dienen met een rapportage inzake:

  1. de herziening, wijziging en actualisering van het Statuut:
    - de bezetting van het College van Bestuur vast te stellen op drie personen;
    - de verhouding en werkwijze van het Curatorium in relatie tot het bevoegd gezag (College van Bestuur) en de mandaterende Raad van Toezicht;
    - de opheffing van de Vooropleiding en daaraan verbonden bepalingen;
    - andere wijzigingen die (niet) algemeen bekend zijn;
  2. de afhandeling van de genoemde brieven;
  3. de profielschetsen voor de leden van de Raad van Toezicht en van het Curatorium;
  4. de oprichting van een bijzondere leerstoel ‘christelijke identiteit’;
  5. de mogelijkheden tot samenwerking met andere theologische opleidingen;
  6. de uitwerking van de ‘Aanvullende notitie’  alsmede de afstemming met deputaten F&B over de financiële gevolgen.

Grond:

het College van Bestuur en de Raad van Toezicht zullen enkele stappen moeten zetten om de positie van de universiteit te versterken. Wachten tot de synode van 2014 kan te lang zijn en verlammend werken om vervolgstappen te zetten in het proces dat de universiteit moet inzetten.

 

Besluit 7:

de naam van de stichting voor de financiële verzorging van de Opleiding tot den Dienst des Woords in de Gereformeerde Kerken in Nederland, gevestigd te Groningen te wijzigen in Stichting Steunfonds Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland en krachtens statutenwijziging het beheer en bestuur van de Stichting geheel neer te leggen bij de Raad van Toezicht van de universiteit.

 

Besluit 8:

de volgende generaal-synodale deputaatschappen aan te wijzen als deelnemers in het universiteitsberaad:

Archief en documentatie

Betrekkingen buitenlandse kerken

Bijbelvertaling

Diaconale zaken

Eredienst

Geestelijke verzorging militairen

Kerkelijke eenheid

M/V in de kerk

Ondersteuning ontwikkeling gemeenten

Raad van advies inzake huwelijk en echtscheiding

Radio- en Televisie-uitzending van Kerkdiensten

Relatie kerk en overheid

Seksueel misbruik in kerkelijke relaties

Zending, hulpverlening en training

 

Besluit 9:

  1. de meerjarenbegroting 2012-2014 van de Theologische Universiteit vast te stellen op basis van de formatiebehoefte, zoals opgenomen in de meerjarenbegroting 2012-2014;
  2. de bijdragen van de kerken voor de Theologische Universiteit in de jaren 2012 tot en met 2014 te bepalen op de bedragen zoals deze vermeld staan in de meerjarenbegroting 2012-2014 en, wanneer de loonkostenontwikkeling daartoe aanleiding geeft, aan te passen op grond van werkelijke uitkomsten in overleg met deputaten financiën en beheer;

Grond:

de bijzondere situatie, dat de begroting van de Theologische Universiteit voor ongeveer 80% uit personeelskosten bestaat, maakt het noodzakelijk dat bij een afwijking tussen de begrote en werkelijke loonkostenontwikkeling de bedragen worden aangepast in overleg met deputaten financiën en beheer.

 

Besluit 10:

de Raad van Toezicht en het College van Bestuur van de TU op te dragen om in overleg met deputaten financiën en beheer en de financiële commissie aan de synode in voortgezette zitting (2012) een voorstel te doen inzake de additionele investeringen voor de uitbouw van het onderwijs en het onderzoek zoals verwoord in de aanvullende notitie van de TU.

 

 Grond: 

nader overleg tussen RvT en het CvB, F&B en de FC is geboden om de bestaande (financiële) afspraken van F&B met de TU te toetsen en in het voorstel te verdisconteren.

 

Besluit 11:

de door deputaten financiën en beheer aan te houden financiële reserve rijksbijdrage wordt bepaald op

€ 2 miljoen, op te bouwen in de jaren 2010 en 2011 en (voor een eventueel resterend bedrag) in 2012. Jaarlijks zal door deputaten financiën en beheer een schriftelijke opgave van de hoogte van deze reserve worden verstrekt aan het College van Bestuur van de Theologische Universiteit.

 

Grond:

door de Generale Synode van Amersfoort-Centrum 2005 is besloten dat deputaten financiën en beheer een financiële reserve rijksbijdrage dienen aan te houden. Deze reservering dient in te gaan op het moment van toekenning door de overheid van de rijksbijdrage en dient een in nader overleg met het College van Bestuur van de Theologische Universiteit te bepalen omvang te bereiken. Overleg heeft geleid tot een te bepalen omvang van deze reserve op het niveau van ca 2 jaar "netto" rijksbijdrage (rijksbijdrage minus schatting extra kosten, verband houdend met rijksbekostiging).

 

Besluit 12:

de gewijzigde begrotingen 2010 (extra kosten € 183.876,--) en 2011 (extra kosten € 204.293,--), zoals toegevoegd aan de meerjarenbegroting 2012-2014, vast te stellen.

 

Grond:

de bijstellingen van de begrotingen 2010 en 2011 zijn noodzakelijk gebleken door de toekenning van de rijksbekostiging, de strategienota Dienstbaar en wendbaar, afschaffing van de Vooropleiding en het oplossen van gesignaleerde knelpunten. De bijstellingen zijn besproken met F&B en hebben hun instemming.

 

Aanvullende notitie voor cie Groningen m.b.t. de ontwikkeling van de TU Kampen in de jaren 2011-2016

 

1. Introductie

 

In de ontmoeting van drie leden van de Raad van Toezicht en de beide leden van het College van Bestuur van de TU Kampen met de Commissie Groningen van de generale synode 2011 op 27 april 2011 te Harderwijk is om een nadere notitie gevraagd m.b.t. de vraag: ‘Waar wil de Universiteit over een jaar of vijf staan?’ Deze vraag werd ingegeven door vooral zorg, of de academische doelstellingen van de TU wel voldoende kunnen worden waargemaakt. Daarbij is opgemerkt dat zo nodig een verruiming van het budget in de komende jaren een extra kwaliteitsslag mogelijk zou kunnen maken.

 

In deze notitie gaan we nader op deze vraag in.

 

2. Aansluiting bij ‘Dienstbaar en wendbaar

 

In de nota ‘Dienstbaar en wendbaar’ (verschenen eind 2009) is op bijna alle belangrijke punten de strategische koers voor de Theologische Universiteit uitgezet. De hoofdlijnen daarvan waren al ter synode van Zwolle 2008 gepresenteerd en aanvaard. In de effectuering ervan is sindsdien een aantal slagen gemaakt.

 

Intussen is zowel de kerkelijke context als de wereld van theologisch onderwijs en onderzoek in beweging. De TU moet zich voortdurend daartoe verhouden om niet weggespeeld te worden. De bedreigingen die zich hier voordoen zijn: het klein blijven van het aantal studenten, de zeer beperkte mate van internationalisering, het afnemen van het aantal afgestudeerden dat predikant wordt, de onzichtbaarheid van de TU bij velen in de achterban, het onvoldoende publiceren van onderzoeksresultaten, en dergelijke. Er doen zich tegelijk ook kansen en mogelijkheden voor tot het versterken van de gereformeerde theologie en van haar uitstraling binnen en buiten de kerken. De TU is een solide instelling die goede toekomstperspectieven heeft. Maar dat vraagt wel veel krachtiger investering en sturing dan voorheen. Door de synode van 2008 is dat uitdrukkelijk erkend en bevestigd en de TU is gestimuleerd op de ingeslagen weg voort te gaan.

 

3. Kritieke elementen

 

Wij zien vooral drie kritieke elementen als het om de nabije toekomst van de TU gaat:

 

-          de schaalgrootte

-          de verbinding met de kerken en kerkelijke praktijken

-          internationale verbindingen.

 

In het hier volgende bespreken we – uitdrukkelijk in het kort - elk van deze punten en geven we aan in welke richting besluitvorming van de synode 2011 impulsen zou kunnen geven voor versterking van de TU.

 

4. Schaalgrootte en samenwerking

 

Is er toekomst voor een kleine universiteit als die in Kampen? Voor ons als complete theologische universiteit is er steeds de drive geweest om op alle relevante vakgebieden een leerstoel te hebben evenals zelfstandig onderzoek en ontwikkeling van een eigen stuk wetenschap. Dat doen we (zie ook Dienstbaar en Wendbaar) vanwege de missie ‘gereformeerde theologie voor kerk en koninkrijk’.

Een volwaardige universiteit in deze zin konden we tot voor 20 jaar redelijk in bedrijf houden. Door de veranderde cultuur, wijzigingen in de organisatie van de wetenschap, een toenemende vraag om kennis en communicatie vanuit de kerken, zwaardere eisen die aan het onderwijs worden gesteld, invoering van het BaMa-systeem, noodzaak van internationalisering e.d. is er op alle dimensies een professionalisering nodig geworden. In onderwijs en onderzoek (in die volgorde) is de realisering daarvan het eerst op gang gekomen. Maar de andere dimensies moeten volgen. Dat kan niet anders, willen we binnen en buiten de kerken als serieuze eigentijdse WO-instelling gepercipieerd worden en voor studenten in de theologie aantrekkelijk zijn. We houden daarbij ons belangrijkste doel voor ogen dat er meer studenten komen en dat ook meer studenten predikant worden.

 

Goed functioneren is voor een kleine instelling als de onze niet denkbaar zonder samenwerking met anderen. Zelfstandig professionaliseren op alle belangrijke dimensies is met de bestaande menskracht en middelen niet mogelijk. Niet voor niets heeft de christelijk-gereformeerde synode eind september 2010 dan ook aan de TUA opgedragen een brede verkenning te houden over haar toekomst. Allerlei opties van samenwerking zijn daarbij open. Voor de TU Kampen is het belangrijk dat de gereformeerde synode van Harderwijk 2011 een soortgelijke opdracht verstrekt. Er moet gezocht worden naar structurele verbinding en samenwerking met andere universiteiten/ faculteiten. Die kunnen zowel inhoudelijk als facilitair zijn en daarbij dient ook HBO-theologie in beeld te zijn. We denken hier uiteraard primair aan de TUA en de GHZ (natuurlijke partners binnen de gereformeerde gezindte) en aan de ETF in Leuven. Maar het zal goed zijn om ook verbindingen aan te gaan met enkele verwante buitenlandse instellingen in bijvoorbeeld het Angelsaksische taalgebied. Met inbreng van krachtige elementen in het eigen onderwijs en onderzoek kan dan samen met anderen de beoefening van goede theologie en het functioneren van de TUK als instelling verstevigd worden.

 

Wanneer aan de TU een opdracht tot verkenning m.b.t. zulke verdere samenwerking wordt gegeven, kan naar onze inschatting vóór het eind van 2011 een schets worden geboden van de mogelijkheden en van de beslissingen die nodig zijn voor het vervolg.

 

5. Verbinding met kerkelijke praktijken

 

Een ander belangrijk thema voor de TU is het structureel maken en uitbouwen van de verbindingen met de praktijk in de gemeenten, in de kerkelijke werkvelden. In de huidige tijd kunnen we niet meer volstaan met maar af te wachten wat voor vragen ons uit de kerken worden gesteld en bij welke activiteiten men onze docenten betrekt. Bovendien is het niet plausibel om de theologie te beoefenen en mensen op te leiden zonder dat we praktijken en situaties in de kerkelijke werkvelden tot voorwerp van eigen onderzoek en publicatie maken. De bespreking van het rapport-Sarot heeft opgeleverd dat, gezien het kerkelijk karakter van de TU, een sterk praktijkbetrokken beoefening van de theologie voor ons van groot belang is. De TU zal daarin in de komende jaren moeten investeren.

 

In de uitwerking hiervan gaat het dan om twee lijnen. In de eerste plaats moet nadrukkelijk wat er leeft in de gemeenten, de praktijk van geloven, van kerkelijk en ambtelijk werk en van gemeente zijn, worden geëxploreerd en benut als bronnenmateriaal waarmee onderzoekers en docenten wetenschappelijk aan het werk gaan. De TU is voornemens om thema’s uit de werkvelden in overleg met de werkers daar op te pakken en die praktisch-theologisch (en ook in andere sectoren van de theologie) te bearbeiden. We noemen er een paar:

 

-          het leven van de jongeren met/zonder God

-          het gebeuren in de kleine groepen die in veel gemeenten bestaan

-          persoonlijke levensgang en levensvragen van de ouderen in de gemeente

-          evangelicalisering in de gereformeerde kerken

-          kerkverlating

 

Er zijn nog allerlei andere voorbeelden te noemen, waarin wat er gebeurt in de praktijk van de gemeenten stof biedt voor onderzoek, reflectie, wetenschappelijke bearbeiding en publicatie. Met de doordenking wil de TU voor de gemeenten een meedenkende, verhelderende en gidsende instelling zijn. Veel al aanwezige kennis en ervaring van onze docenten gaan we daarbij inbrengen. Bovendien willen we coöperatie met de werkers in de gemeenten organiseren op een manier die de wisselwerking tussen Kampen en de kerken verbetert. Het hart van die communicatie zal zijn: de schatten van wijsheid en kennis die vanuit het evangelie van Christus zijn aan te reiken voor het leven en werken van de kerk en van de gelovigen. De kern is dus in Kampen altijd: Gods Woord. En die willen we dan toegespitst inbrengen in de echte werkelijkheid van het kerkelijk en christelijk leven.

 

In de tweede plaats willen we bestaande en verworven kennis ook delen en verspreiden. Met onze docenten en onderzoekers en met alumni en deskundigen uit ons netwerk zijn wij in staat veel kennis bijeen te brengen die aan het leven en werken in de gemeenten ten goede kan komen. Wij overwegen in samenwerking met de Gereformeerde Hogeschool Zwolle en/of verschillende partners in het Gbouw in Zwolle een praktijkcentrum (werktitel) in te richten, waarin een breed en samenhangend pakket van op de praktijk gerichte expertise wordt ondergebracht. Dat zal het karakter van een kenniscentrum hebben zoals er ook elders in de universitaire wereld dergelijke centra zijn. In dit centrum zal in relatie met het boven geschetste onderzoek en met de expertise van onze docenten gewerkt worden aan verspreiding en toetsing van kennis[1]. We willen er naar streven dat het de poort wordt waar men vanuit de kerken kan binnenkomen -voor theologisch advies, educatie en begeleiding . Dat vergroot de bereikbaarheid en toegankelijkheid ervan voor gemeenteleden en kerken. Naast de vanouds bestaande functies van kerkrechtelijk en ethisch advies is hier te denken aan opleiding van catecheten, theologische coaching van predikanten, pastorale scholing, advisering in gemeenteopbouw en dergelijke. Uiteraard wordt daarbij steeds het academische niveau van onze instelling bewaakt en is de TU alleen actief in haar specifieke segment van theologische kennis en training. Samen met anderen kan zij zo toenemen in betekenis voor de kerken.

 

Wij denken dat zo’n praktijkcentrum/transfercentrum voor de kerkelijke praktijk profijt zal bieden zowel voor de opbouw van het geestelijk en kerkelijk leven als voor de TU zelf. Wij zien er ook naar uit om op deze wijze meer dan op dit moment het geval is zichtbaar te zijn in de kerken en met de mensen daar te communiceren. Deze beweging naar de kerken toe is urgent en vraagt om snelle effectuering. We kunnen daarin aansluiten bij de al ingezette beweging van versterking van de Praktische Theologie via postdoconderzoek.

Een sterk praktijkbetrokken beoefening van de theologie is ook belangrijk voor de studenten. Het onderwijs (en onderzoek) in de predikantsmaster krijgt zo steeds stimulansen vanuit de praktijk.

 

Een deel van de benodigde financiën kan in de ingediende begroting 2011-2014 wel gevonden worden, namelijk waar het docenten en postdocs betreft die in praktijkonderzoek gaan deelnemen. Aanvullende financiering is nodig voor meer verbinding met de kerkelijke werkvelden en meer onderzoek daarin. Onze gedachte is dat veldonderzoek voor een deel wellicht kan gebeuren door studenten van HBO- en WO-instellingen in faculteiten waarvoor zulk onderzoek een interessante match biedt met dat vakgebied. Maar er zal ook eigen research in het veld nodig zijn. Daarvoor zijn tot nu toe aan de TU nooit middelen aanwezig geweest en die zijn voor de komende jaren ook niet begroot.

 

6. Internationaal functioneren

 

Meer dan eens is geconstateerd dat versterking van het internationaal functioneren van de TU dringend gewenst is. We denken daarbij aan de volgende elementen/doelstellingen:

  • docenten onderhouden internationale contacten, zijn zelf af en toe present aan een buitenlandse instelling of in een internationaal congres, en nodigen wederkerig een buitenlandse collega met naamsbekendheid uit om in Kampen een bijdrage te leveren; zij zijn attent op mogelijkheden om een internationaal congres in Kampen te laten plaatsvinden
  • studenten worden gestimuleerd gedurende hun studie internationale theologische ontwikkelingen in beeld te hebben, tenminste enkele maanden aan een buitenlandse instelling te studeren en af en toe een congres in het buitenland te bezoeken
  • doorgaans liggen de internationale verbindingen op individueel niveau en lopen ze langs de lijnen van een vakgebied; de TU kiest daarnaast een beperkt aantal instellingen in het buitenland (aanvullend in m.n. de Angelsaksische wereld) waarmee ze vaste verbindingen legt en een (bescheiden) convenant aangaat m.b.t. uitwisseling van docenten en studenten
  • de TU organiseert het aantrekken en begeleiden van goede promotiestudenten uit diverse delen van de wereld, waaronder een substantieel contingent van alumni uit instellingen met een gelijke academische standaard
  • de TU organiseert ook studie en begeleiding (doorgaans in een eenjarige master c.q. in een speciaal programma gereformeerde theologie) voor studenten uit diverse delen van de wereld die geïnteresseerd zijn in een Kamper master-diploma
  • de TU schept gelegenheid voor buitenlandse hoogleraren en onderzoekers om voor een langere tijd in Kampen te werken, bv. in de vorm van een visiting professor of een research fellow.
  • de TU let bij vacatures en benoemingen ook op mogelijke beschikbaarheid van kandidaten uit het buitenland.

Internationalisering was weliswaar een van de doelstellingen uit Dienstbaar en wendbaar, maar deze wordt maar mondjesmaat bereikt. Hier is ontwikkeling nodig en mogelijk. Daarbij is het nodig om breder te denken dan alleen kerkelijke instellingen uit de ICRC-kring. In Groot Brittannië en de Verenigde Staten zijn belangrijke instellingen als New College (Edinburgh), Calvin Seminary (Grand Rapids), Princeton Seminary en Westminster Seminary die breder en deels anders van identiteit zijn, maar die gezien onze eigen traditie en expertises het meest voor contact en samenwerking in aanmerking komen. Het is goed dat de kerken dit weten en zich daar achter stellen.

 

Wil deze dimensie van de TU echt iets worden, dan is er meer menskracht en geld nodig. We denken aan de aanstelling van een goede tutor voor buitenlandse studenten en van een ambassador die gedurende enkele jaren de regie krijgt t.b.v. het bevorderen van de hierboven geschetste doelstellingen.

 

Waar doen we dit voor? Allereerst doen we dit om de kwaliteit van onze onderzoekers en docenten te vergroten. Vervolgens ook voor onze studenten: de universiteit zal een aantrekkelijker plek worden om te studeren wanneer we in staat zijn om meer internationale gerichtheid en verbondenheid te laten zien en wanneer we studenten systematisch stimuleren een stuk van hun studie in het buitenland te doen. En dat zal ongetwijfeld de gemeenten ook weer ten goede komen: predikanten en theologen met een wijde blik kunnen des te krachtiger verkondigers van het evangelie en gidsen in kerk en samenleving zijn.

 

En verder is de TU Kampen vanouds een instelling geweest vanwaar studenten uit kerken elders in de wereld degelijke en inspirerende gereformeerde theologie meenamen naar hun thuisland. Die verbreiding van de gereformeerde theologie is één van de doelstellingen van de TU, die zij krachtig inhoud wil geven.

 

De reacties van de synodecommissie en van andere gesprekspartners op Dienstbaar en wendbaar en op het rapport van de TU aan de synode hebben ons duidelijk gemaakt, dat we de dimensie van de internationalisering niet langer zo laag en in zulke kleine omvang op onze agenda kunnen laten staan. Bestuurlijk en inhoudelijk dient dit nu bij voorrang te worden opgepakt.

 

7. Financiële consequenties

 

Om de bovengenoemde doelstellingen te kunnen realiseren, is een budgettaire impuls noodzakelijk. Hieronder is een begroting opgenomen van de additioneel benodigde middelen.

De opdracht tot een verkenning van de mogelijkheden is niet afzonderlijk begroot; deze opdracht wordt binnen de thans beschikbare middelen uitgevoerd.

Internationalisering kan tot uiting komen in een mix van maatregelen zoals genoemd. We kunnen denken aan een visiting professor, een aansprekend gereformeerd theoloog, die hier een jaar komt werken en colleges geven; aanstelling van research fellows; aan het stimuleren en faciliteren van studenten die een periode binnen hun studie in het buitenland gaan studeren, enzovoorts. In de begroting is dat verder uitgewerkt.

Het praktijkcentrum zal na enkele jaren kostendekkend moeten opereren voor zover het de directe advisering en dienstverlening aan de kerken betreft. Additionele middelen zijn nodig voor kennisbundeling, de inrichting van de éénloketfunctie en voor substantieel onderzoek in het werkveld, naar kerkelijke praktijken. Deze laatste rol is bescheiden geraamd.

 

Raming investeringsimpuls Theologische Universiteit

 

2012

2013

2014 evj

Verkenning strategische samenwerking

-

-

-

Project uitvoering van een concrete verkenning van samenwerkingsopties (binnen begroting uitgevoerd)

p.m.

-

-

Internationalisering

€ 217.000

€ 217.000

€ 217.000

Faciliteren periode in buitenland studeren, 8 studenten op jaarbasis

€ 32.000

€ 32.000

€ 32.000

Werving PhD-studenten, netwerken, voorbereiden convenanten met buitenlandse instellingen, enz

0,5 fte postdoc

€ 40.000

€ 40.000

€ 40.000

regie internationalisering 0,2 fte

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

Wisselleerstoel

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

Begeleiding buitenlandse promovendi 1,0 fte

€ 75.000

€ 75.000

€ 75.000

Praktijkcentrum

€ 125.000

€ 125.000

€ 125.000

Onderzoeker 1,0 fte

Naast inzet uit huidige personeel uitbreiding van het onderzoek naar praktijken in het werkveld/kerkelijk leven.

€80.000

€80.000

€80.000

Aansturing en communicatie voor wisselwerking met de kerkelijke werkvelden.

€ 45.000

€ 45.000

€ 45.000

 

 

 

 

Additioneel

€ 342.000

€ 342.000

€ 342.000

 

Bij deze impuls zal de Theologische Universiteit – als onze goede God het zegent - over vijf jaar een theologische opleiding zijn die een krachtig gereformeerd-theologisch geluid laat horen zowel op veel plekken in de eigen kerkgemeenschap alsook die goed bekend staat op diverse relevante buitenlandse platforms. Daarmee zal de Universiteit ook een instelling zijn die een aantrekkelijke plek is voor studenten om zich voor te bereiden op de verkondiging van het Woord, zowel in de gemeente als daarbuiten.

 

 

 

 

 

 

 



[1] In de relevante regelgeving kennisdisseminatie en kennisvalorisatie