Ethiek

Synodeverslagen

Signalen

Bunschoten-Spakenburg, zaterdag 14 dec.
Bezinningsdag MVEA
Immanuelkerk, Plevier 2, 10.00-15.00 uur
info: www.bezinningmvea.nl

Emmeloord, vrijdag 24 januari
'Hoe lief heb ik uw wet'
Ds. A. Bas
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Synodeverslag week 1237 – Werkorde 3/A B

 

D.J. Bolt
22-09-12

 

In de tweede week van september 2012 kwam de generale synode van de GKv samen voor de bespreking van  concept kerkorde WO3. Vier volle vergaderdagen waren in het conferentieoord Mennorode te Elspeet gepland om dit laatste onderdeel van de synodeagenda af te werken. De synode bleek echter voldoende te hebben aan drie dagen: donderdag 13 september kon de Kerkorde in eerste lezing worden vastgesteld en werd vervolgens de synode gesloten.


Werkwijze

 

Degenen die het resultaat van de Elspeter marathonzittingen willen bestuderen en de wijze waarop deze kerkorde(KO) tot stand is gekomen, kunnen hier gedetailleerde verslagen van de besprekingen vinden. De korte introductie in de synodale behandelwijze hieronder, kan helpen de discussies op de voet te volgen.

Basis voor de besprekingen was dus Werkorde 3 (WO3). Na de junizittingen van de synode (2012 werd dit concept van de nieuwe KO de kerken toegestuurd. Ondanks dat het vergaderseizoen al ongeveer was afgesloten zonden de kerken nog heel veel commentaar in. De deputaten Herziene Kerkorde verwerkten het commentaar voor zover zij daartoe aanleiding zagen. Een synodecommissie op haar beurt ging na op welke wijze de deputaten met de reacties uit de kerken waren omgegaan. Het resultaat van hun bevindingen is weergegeven in Bijlage 1.

De synode behandelde de Werkorde artikelsgewijs. Er werd afgesproken dat algemene vragen, 'artikeloverstijgende zaken' alleen nog tijdens de behandeling van het eerste hoofdstuk (A) aan de orde mochten worden gesteld.  

De hoofdstukken van de werkorde kwamen achtereenvolgens in bespreking:

 

A. de kerken

B. de ambten en overige diensten

C. het leven van de gemeente

D. de kerkelijke tucht

E. kerkelijk samenleven

F. besluitvorming en rechtsmiddelen

G. materiële aangelegenheden

H. slotbepaling


De sequentiële behandeling werd soms doorbroken omdat deputaten af en toe tijd voor beraad en nieuwe formuleringen nodig hadden. Dan werd alvast met het volgende hoofdstuk begonnen.
Om het onze lezers zo gemakkelijk mogelijk te maken hebben wij de besprekingen zodanig gearrangeerd dat de behandeling van de hoofdstukken in bovenstaande volgorde worden weergegeven. Aan de datum van behandeling kan (meestal) worden gezien dat de weergave afwijkt van de werkelijke behandelingsvolgorde.

De deputaten hebben op basis van het commentaar uit de kerken twee hoofdstukken van de WO3 t.w. B en D bewerkt en dat als basis vooraf ter bespreking aangeboden aan de synode. Daarvoor zijn dus niet de originele hoofdstukken B en D van WO3 gebruikt. Deze gemodificeerde onderdelen zijn te vinden in Bijlagen 2 en 3.

Met de bespreking en vaststelling van alle hoofdstukken werd de kerkorde in eerste lezing bij besluit vastgesteld en werden nieuwe opdrachten gegeven, zie Bijlage 4.
Tenslotte hebben deputaten de definitieve tekst geredigeerd zoals die als Kerkorde in eerste lezing beschikbaar is gesteld voor de kerken.
Op de synode van Ede 2012 hoopt men de eindtekst vast te kunnen stellen en deze van kracht te verklaren voor de kerk.

Voor de teksten click op het gewenste onderdeel:

 

- Werkorde 3 (WO3)
- WO1+WO2+WO3 met Memorie van Toelichting 3
- Kerkorde in eerste lezing

Vandaag publiceren we de bespreking en vaststelling van de hoofdstukken A en B.

 

Herziening Kerkorde


(Dinsdag 11-09-12)

Preses ds. P. Niemeijer
Opent de vergadering, heet ieder welkom en houdt een toespraak.


TOESPRAAK
 n.a.v. Zach. 6:1-8
(samenvatting)

 

Dit is het laatste visioen van Zacharia. In het eerste visioen begint de nacht met een belofte van een stralende dag. Die is in dit visioen aangebroken.

Zacharia ziet vier wagens. En twee bergen waar de zon opkomt uit het oosten. Bergen van koper als de poort van het hemels koninkrijk en waaruit paarden van de Here komen.

Allerlei kleuren ontwaart Zacharia. In het eerste visioen kleuren van de avondhemel, nu van de morgenhemel. Vier verschillende kleuren. Hij ziet strijdwagens die de wereld in gaan. Sterke paarden die komen waar ze moeten zijn.

Er is een overeenkomst tussen de visioenen 1 en 8. In beide wordt de aarde doorkruist en er zijn kleurige paarden met ruiters. In het eerste visioen gaan de ruiters rapporteren, in visioen 8 zijn het strijdwagens die met een opdracht de wereld in gaan.

Ze komen uit het oosten, ze gaan naar de vier winden van de hemel nadat ze instructies hebben ontvangen. Winden zijn dienaren van God, zie Ps104.  Waar winden zijn komt God. Daar grijpt God in met zijn wagens van oordeel. Daar is de storm van zijn gericht.
Waar gaan de voskleurige paarden naar toe? Hun richting is niet aangegeven, zij blijven in Juda en Jeruzalem. Ook daar is God bezig.

Het verslag in visioen 1 rapporteert stilte. Dat is niet goed. Er lijkt niets van Gods werk terecht te komen. Maar in het achtste visioen gaan de paarden en wagens heel de wereld over. Een nieuwe dag breekt aan. God komt zijn belofte na. Ze gaan op zijn bevel, niet op ons initiatief. Gods tijd is de beste. Zijn plan voor een nieuwe aarde beheerst alles. Daar zien Vader en Zoon naar uit.

Het werk aan Gods huis heeft wereldwijd effect. Naar noorden en het zuiden, daar kwamen altijd de vijanden vandaan.  En ook de kustlanden moeten het evangelie horen. Het gaat naar onbekende streken. Er komt een wereldwijd gericht.
Gods woede komt tot bedaren. Het grote gevaar komt uit het noorden: Syrië en Babel. Dat staat model voor haat tegen God. Daar is vrouwe Verdorvenheid. Daar stormt Gods gericht over de afgoderij. Maar zijn vijanden worden verslagen en de gevangenen vrijgelaten. Er komt een Telg.

Machtige beloften komen er terwijl de zonden nu nog op troon zitten. Gods werk, zijn huis wordt gebouwd. Niet Babel maar Gods huis wordt herbouwd. Zijn liefde voor Jeruzalem krijgt effect. Daar is Gods eigen Zoon voor nodig. Via graf en opstanding komt de verlossing. Het tempelgordijn scheurde, zijn gezanten worden overal uitgezonden.
Ook wij voegen ons in Gods kerkenwerk en in de wereldwijde kerk.

 

GEBED EN GEDENKEN

 

De synode gedenkt het overlijden van synode afgevaardigde ds. E.J. Oostland en draagt zijn vrouw en kinderen op aan de Here. Ook wordt gebeden voor afgevaardigde br.  H. Aartsma die ernstig ziek is. En voor ds. R. ter Beek die niet aanwezig kan zijn omdat zijn moeder op sterven ligt.

 

PRESENTIE

 

Ds. Jt. Janssen vervangt ds. H.G. Gunnink

Br.  H. Aartsma en ds. K.P.A. Moedt hebben zich afgemeld en zijn niet vervangen.

Ds. E.J. Oostland  vervangen ds. R. Tigelaar.

Ds. J. Wesseling vervangt ds. K. Harmannij die als deputaat KO fungeert.

Ds. J. van Benthem vervangt ds. R. ter Beek.

Ds. F.J. Bijzet vervangt ds. P.J. Trimp.

 

Deputaten Herziene Kerkorde (HKO)

Br. S. Griffioen

Ds. K. Harmannij

Br. P.T. Pel

Prof. dr. M. te Velde

 

Medewerker br. L.K. Olde

 

Preses

Op 28 augustus jl. heeft er een constructief  gesprek plaatsgevonden met deputaten F&B. Bepaalde zaken zullen in de toekomst anders moeten. Daar wordt aan gewerkt. Ook is er een gesprek geweest met de Raad van Toezicht van de universiteit. Er zal geprobeerd worden te komen tot gezamenlijke voorstellen aan de nieuwe synode. Als daar niet wordt uitgekomen zal mediation worden ingeschakeld.

 

METHODE BESPREKING

 

Preses
Op tafel liggen definitieve voorstellen voor de nieuwe kerkorde. Dank aan de deputaten. Het is nu de beurt van de kerken in synode bijeen, daarover te oordelen.

Veel is al besproken.  Daarom komen er geen aparte ronden meer voor algemene zaken. Alleen nog prangende algemene zaken kunnen bij hoofdstuk A aan de orde worden gesteld.

 

De behandeling gaat als volgt:

 

-          Hoofdstuk A

-          Hoofdstuk B in tweeën: B1 en B2

-          Hoofdstukken D, E en F afzonderlijk

-          Hoofdstukken G en H samen

 

Laat ieder het algemeen belang in het oog houden. Er is al veel verwerkt.

Steeds wordt per hoofdstuk eerst een algemene ronde gegeven zoals aangegeven,  gevolgd door een besluitvormende ronde. Daarin kunnen concrete amendementen worden ingediend.

Vervolgens wordt over elk artikel met zijn amendementen gestemd.

Deputaten kunnen zich nog over amendementen beraden om te checken of ze adequaat zijn en taalkundig correct.  Hun bevindingen worden in een korte ronde besproken. Daarna vindt de definitieve stemming plaats.

 

Na de afhandeling van de werkorde hoofdstukken komt  de voorgestelde  besluitenreeks aan de orde.

 

HOOFDSTUK A – de kerken

 

(dinsdag 11-09-12)


Deputaten – Br. Griffioen

Hartelijk dank, ook voor de behandelwijze die onze instemming heeft. We hebben geen bijzondere mededelingen.

 

Commissie Gelderland/Holland Noord - Ds. Feijen

Er zijn op WO3 heel veel reacties gekomen uit kerken en deputaatschappen. Daaruit blijkt een grote betrokkenheid. Het is ondoenlijk voor ieder om alles te lezen. De deputaten hebben dat wel gedaan.

De synode moet beslissen of met de verwerking door de deputaten de kerken recht is gedaan. Daarom hebben we de vinger gelegd bij reacties die minder aandacht hebben gekregen. Dat ter beoordeling van de synode.

De reacties van de kerken zijn ter inzage. U kunt zelf wel de importantie beoordelen. De kerken moeten verzekerd zijn dat al hun inbreng is gewogen.

We hebben onze bevindingen in vier rubrieken ondergebracht: zaken waar deputaten niet op reageerden, bijvoorbeeld de consulent; artikeloverstijgende zaken waar de synode alsnog aandacht aan zou moeten geven, zaken die veel aandacht van de kerken kregen en waar veel discussie over kan worden verwacht, bijvoorbeeld huwelijksbevestiging van niet-belijdende leden; en tenslotte zaken in WO3 die nog geen aandacht van de kerken hebben gehad, bijvoorbeeld PS nieuwe stijl, bijeenroepen vervroegde synode door het moderamen van de vorige synode. De commissie heeft er geen oordeel over uitgesproken.

De commissie wenst de deputaten zegen op het werk.

 

BESPREKING RONDE 1

 

Br. Bondt

A2.1:  "moet alles op gepaste wijze gebeuren". Dat gebeurt niet altijd maar is wel het streven. Zo lees ik dat. Maar in A3.2 staat '… heiligen houden zich aan …' alsof ze niets verkeerds doen. Daarom beter: ' … zullen zich houden aan', want het gebeurt niet in deze absolute zin. Er moet iets genuanceerder worden verwoord.

 

Br. Mars

Ik ben blij met deze versie. Heb ook de vragen als die van br. Bondt. Vergelijk dat met de discussie die we hier eerder over hebben gehad. Er zit problematiek in de kerken.

De formulering is ook veranderd t.o.v. WO2. Deze formulering is niet houdbaar. Ik overweeg een amendement in te dienen.

 

A4.1 Moet in het 'eigen recht' niet meegenomen worden hoe om te gaan met besluiten van parallelle kerkorganisaties als de TU?

 

Ds. Van Dijk

A3.2: Ik ben ingenomen met de formulering 'zich houden aan'.

 

A1.2: Beter te formuleren als: 'De kerken aanvaarden als betrouwbare belijdenissen …' ?

 

Ds. Feenstra

Mijn complimenten aan de deputaten voor het vele werk dat ze hebben verzet. Ze hebben intens geluisterd naar de kritiek en een afgewogen resultaat neergezet in een duidelijke presentatie.

Op pag. 38 van de MvT wordt de tekst uit 1Kor. 14:33 en 40 geciteerd. Die speelt een grote rol bij de KO. Deputaten stellen in hun toelichting dat de tekst buiten de direct bijbelse context wordt gebruikt. Maar waarom zou deze tekst alleen bij gaven van de Geest mogen worden toegepast? Dat gebeurt toch ook niet consequent bij ander tekstgebruik?

 

Br. Wezeman

A3.2: Formulieren, kerk, ambtsdragers en kerkleden, niet alles is van dezelfde dimensie. Alleen kerk, daar valt alles onder. De argumenten van de deputaten missen dit punt. Met deze formulering zou je ook alle kerkleden moeten raadplegen. Daarom beter hier alleen te spreken over 'kerken'.

 

Ds. Niemeijer

Ik ben blij met het inleidende hoofdstuk.

 

A5.3: Kerk en overheid. We hebben ons altijd beperkt in het aanspreken van de overheid. Nu gaan we dat doen als er sprake van 'ernstige openbare aantasting van Gods naam of bedreiging van de vrijheid van godsdienst'. Maar dat criterium is erg vaag. De oude KO spreekt van de taak van de overheid als 'het beschermen van de dienst der wettige kerk'. Dat is beter. Want als de overheid de vrije uitoefening van de godsdienst bedreigt moeten zij de overheid daarop aanspreken.

 

Preses

De commissie krijgt niet het woord want haar leden doen als gewone afgevaardigden mee in de bespreking.

 

Deputaten – Prof. Te Velde

 

Ds. Van Dijks voorstel levert een te zware tekst op. Bovendien staat wat hij wil al in de laatste woorden.

 

Wij hebben 1Kor. 14 niet geskipt maar de inhoud ervan verwerkt zonder tekstverwijzing. Dat is onze standaard methode. Niet alleen 1Kor. 14 maar er zijn meer teksten van toepassing.

 

Deputaten – Br. Pel

A3.2: Veranderen in 'zullen zich houden aan'? We willen toch het spraakgebruik handhaven. Het geheel vormt een wel overwogen taalkleed. MvT 2 pag. 59 geeft aan dat door de onvoltooid tegenwoordige tijd te gebruiken de tekst een bindend, normerend karakter krijgt. Zo spreekt ook artikel 1 van het Burgerlijk Wetboek: 'Allen worden gelijk behandeld'.  Tegelijk is dat natuurlijk wel een streven.

 

A2.1: Daar staat wel 'moet'. Nog ergens elders ook. Dat is niet volgens de hoofdregel maar er is hier bewust voor gekozen omdat hier de Bijbelse norm doorklinkt. Vergelijk ook de verwoording in de NBV. Dus handhaven.

 

A3.2: Kerken, ambtsdragers gemeenteleden. We menen dat het een goede zaak is de drie categorieën te benoemen. Dat heeft een interne en externe betekenis. Ieder is er op aanspreekbaar. Niet alleen ambtsdragers, maar ook de hele gemeente. Zo werkt dat ook voor niet-kerkelijke organisaties met een statuut. In de kerk zijn alle partijen, instanties en leden verbonden in het statuut. Leden zijn bijvoorbeeld aanspreekbaar op financiën. Daarom de tekst handhaven.

 

Voor parallelle kerkelijke organisaties zie E8.5. Is daar geregeld. Die vallen ook onder BW 2.2.

 

Deputaten  - Br. Griffioen

A5.3: Met de formulering van ds. Niemeijer zijn we het wel eens maar we volgen die niet. Het is beter onze bredere tekst te handhaven. Het opportuniteitsbeginsel moet hier bij betrokken worden: geen actie als deze geen enkel effect sorteert, of als christelijke partijen de zaak al hebben opgenomen.
We moeten niet vasthouden aan het oude Kuyperiaanse principe en  dus meer ruimte aan de kerken bieden in geval er ernstige zaken aan de hand zijn.

 

Als het gaat om ruimte voor godsdienst dan is het niet juist te onderscheiden tussen ware en valse godsdienst en dus alleen voor onszelf ruimte te maken. Binnen de algemene vrijheid, krijgen ook wij ruimte. Wel moeten we terughoudend zijn naar het opportuniteitsbeginsel. Dus wel een zekere verruiming maar niet om overal over acties te gaan voeren.

 

Deputaten – Prof. Te Velde

'Houden aan', 'naleven' zijn ongeveer synoniem. Hier is een geestelijk karakter aangegeven. In het geheel van A2 heeft A3 de kleur van de kerk, van vrede, gemeenschap, het echte leven. Dat bedoelen wij met 'houden aan'. Per artikel moeten we dan weer wel kijken wat dat betekent. Daar zit een zekere differentiatie in.
Eerder is geformuleerd 'toeleggen op'. Maar daar kwam ook weer kritiek op. De suggestie van independentisme werd gewekt. Daarom toch maar 'houden aan'.

 

Preses

We hebben dit ook besloten juni. Daar conformeren we ons dus nu aan.

 

AMENDEMENTEN

 

Br. Mars

A3.2. I.p.v. 'zich houden aan' liever 'naleven van'. Dat is een mooie start van de KO. In C3.2. staat ook 'houden aan'. Graag terug naar de WO2 formulering.

Mijn amendement is A3.2 van WO2. Wel spreken van 'kerken' als dit in WO 3 wordt toegevoegd.

 

Ds. Wesseling

Voel bij A3.2 onbehagen. 'zich houden aan' is discrepantie t.o.v. de huidige kerkelijke situatie. Dat kan hier nu worden bijgeregeld. Vergelijk art. 30 huidige KO, dat is de kerkelijke stijl. Ik sluit me daarom aan bij Mars.

 

Ds. Feenstra

Ik sluit me aan bij het 'houden aan' van de deputaten. De KO is niet de conclusie van de praktijk maar is regelgevend in formulering en bepaling. Vergelijk 1Kor12: 'U bent het lichaam van Christus'. Dat is onze positie die we moeten waarmaken en invullen.

 

Ds. Niemeijer

A5.3: Ik begrijp het antwoord  van deputaten maar wil toch graag de keuze van de synode.

Het gaat niet om een godslasterlijke film, of plannen van politieke partijen. Het gaat hier om kerken die overheid aanspreken. Dan is de oude formulering meer in lijn:

'Wanneer het optreden van de overheid de vrije uitoefening van de dienst aan de Heer schaadt of bedreigt'. Daar gaat het wezenlijk om, niet om aanspreken op allerlei zaken in de samenleving.

 

BESPREKING RONDE 2

 

Br. Mollema

Ik begrijp ds. Niemeijer. Zoals het nu is geformuleerd is het te getuigend. We moeten ons volgens Niemeijer beperken.

T.a.v. van voorstel Mars, komen we hier niet mee in de problemen? Er is een discrepantie tussen de kerkelijke praktijk en de KO. Denk bijvoorbeeld aan het voorgaan in gebeden door ouderlingen. Kunnen we deze formulering nog wel staande houden?

Misschien moeten we dit onderwerp naar het eind van de bespreking schuiven en eerst nagaan bij welke artikelen we die spanning voelen.

 

Ds. Ophoff

Hier blijkt al hoe lastig het is de tekst per artikel vast  te stellen met 36 mensen. Ik zie in de teksten een zorgvuldige weging. Ik deel Mars zijn voorstel maar om nu zomaar de tekst te wijzigen terwijl er ook veel goeds van de deputaten tekst te zeggen is?

Bovendien hoef je het ook niet zo stringent te beleven. Daarom steun ik deputaten.

 

Het voorstel van Niemeijer is sympathiek. In A5 gaan het alleen over kerk en overheid. Maar de nieuwe KO  moet functioneren in onze samenleving in een andere tijd en met een andere cultuur. Daar ontkom je niet aan. In de huidige tekst is een getuigend spreken niet aan de orde. Het gaat om ernstige aantasting van Gods naam. Bedreiging van de vrijheid van godsdienst is zo essentieel, dat we daar voor moeten opkomen. Deputaten hebben daar een kernachtige verwoording voor gevonden.

 

Br. Van Dixhoorn

A3.2: Ik steun de tekst van de deputaten, die is helder en duidelijk. Mars' 'kerkelijke stijl' is niet duidelijk. Daarom houd ik het bij de deputaten tekst.

 

Deputaten – Br. Pel

A3.2:  ‘zich houden aan' of 'leven na' hebben dezelfde betekenis. Er is alleen verschil in woordgebruik. Op 'kerkelijke stijl' zijn we teruggekomen. De formulering van WO2 zou ook kunnen. Het gaat over de beleving van de woorden. 'Houden aan', is wat strak, formeel. Maar naleven geeft niet vrije ruimte.

Wat we nu verwoorden is in lijn met art. 30 KO. 'Houden aan' in kerkelijke broederlijke zin. Niet wet op wet, regel op regel.

We moeten nu beslissen over de term. Het gaat hier over de grondtoon van de KO. In latere hoofdstukken blijft wel aangegeven wat het soortelijk gewicht is en de mate van ruimte die wordt geboden.

 

Deputaten – Br. Griffioen

In A5.3 gaat het om de openbare orde. De Res Publica, dus wat tot het gemeenschappelijke leven behoort. De overheid is verantwoordelijkheid. Maar daar gaat niet alleen over.  

Niemeijer wil zich terugtrekken op het terrein van de kerken, maar dat willen wij niet.

Denk aan bijvoorbeeld het rituele slachten. Dat kan een publieke reden zijn om als kerken stelling te nemen en daarmee ruimte te claimen. 

 

Br. Mars

Ik handhaaf mijn amendement. De grondtoon wordt gezet in A. Dan ook in de stijl 'we leven na'.

 

Ds. Niemeijer

We moeten het algemeen belang voor ogen houden. In de WO3 is al meer aandacht voor de wereld naar voren gekomen en daar wil ik ook niet achter terug. Maar hier gaat het om kerk en overheid en dat moeten we goed afbakenen.

In de zaak van de rituele slacht ging het niet om deze slacht als zodanig maar om de vrijheid van godsdienst. Zo hebben de gereformeerde deputaten daar ook op gereageerd.

 

STEMMING

 

A1: met algemene stemmen aangenomen.

A2: met algemene stemmen aangenomen.

A3 amendement Mars: V05T29O00, verworpen.

A3: met algemene stemmen aangenomen.

A4: met algemene stemmen aangenomen.

A5 amendement Niemeijer:  V11T23O00, verworpen.

A5: met algemene stemmen aangenomen.

 

Preses

Daarmee is hoofdstuk A vastgesteld.

 

HOOFDSTUK B – de ambten en overige diensten/1

 

B1-4, B8-10, B13, B14, B16-22

 

(dinsdag 11-09-12)

 

BESPREKING RONDE 1

 

Br. Bondt

B28 inlassen na B2.

 

Preses

Dat kan dan een amendement worden.

 

Br. De Groot

B16.2: Is er onderscheid in kerkelijke zorgplicht bij levende en gestorven predikanten?

 

Ds. Tigelaar

B9.5: Moet daar geen termijn aan worden toegevoegd?

 

Br. Wendt

B9: De consulent is geheel verdwenen. Waarom?

 

Br. Feenstra

B13 vinden de deputaten een belangrijk artikel. Maar toch is er een onbalans. Vervang predikant door ouderling dan is er een probleem. Hoe kan dit wel gezegd worden over predikant en niet over de ouderling? Deputaten verwezen zelf naar de beroepscode maar die heeft geen status in de kerken. W
Waarom kunnen ouderlingen geen sacramenten bedienen? 

Het predikantschap is een levenstaak. Maar de onderbouwing van B13 is mager. Waarom zo scherp formuleren?

 

Andere beroepen gebruiken een beroepscode tot toetsing. Maar het functioneert niet bij ons. Moet die code niet nadrukkelijk status krijgen?

 

Ds. Dreschler

B14.1: eventueel 'kerkenraden'?

 

Ds. Wesseling

B3.3: Niet erg fraai uitgedrukt.

 

B3.2: Voorgaan in gebeden anders formuleren. Is dit theologisch wel een kerntaak van de dienaar des Woord? Deze taak ligt toch niet alleen bij de predikant?

 

Br. Mars

In B23 wordt verwezen naar generale regelingen predikantzaken. Zijn daar nog initiatieven te verwachten?

 

B13 stelt 'ambt voor het leven'. Waarom wordt gesproken van 'onverdeelde toewijding'. Sommige predikanten hebben naast hun predikantschap nog een andere taak.

 

B16 'zonder zorg' te leven.

Waarom is dat opgenomen? Het gezamenlijke kader geeft aan dat de predikant van het evangelie kan leven. We hebben het op dat level neergelegd.

 

B17 'arbeidsongeschiktheid'. Hierbij is ook de VSE betrokken. Een kerk kan hier niet alleen een beslissing nemen.

 

Een kerkenraad verleent emeritaat volgens B22. Maar via B23 voorbeeld bepaalt de synode de leeftijd van emeritering. Hoe verhoudt zich dat met elkaar?

 

Ds. Van Dijk

Waarom niet B1.1 en B1.2 combineren?

 

B9.2: 'Beroeping door de kerkenraad met medewerking gemeente en gehoord de diakenen'. De laatsten moeten eerder worden genoemd. Zij komen ook in de praktijk eerder aan bod.

 

B9.5: Kun je ook tegen de procedure van beroeping bezwaar inbrengen?

 

Br. Ziedses des Plantes

B10.2: Tweede zin 'bekrachtigen dit' verschilt van de bewoording in B2.1. Waarom?

 

B14.5: Moet zijn generale synode.

 

B17.2: 'Dit besluit behoeft vooraf goedkeuring …'. Deze zinsnede komt veel voor. Het is een onlogische formulering: er is nog geen beslissing als er nog geen goedkeuring is verkregen.

 

B19: Bij losmaking toevoeging 'anders dan in B17.2'.

 

B22.2: Hoe wordt instemming van de gemeente verkregen? Moet die vastgelegd worden? En wat als er geen instemming wordt gegeven?

 

Ds. Bijzet

B9.7: Toevoegen  'desbetreffende' formulier.

 

B13.1: Deeltijd predikant en onverdeelde toewijding klopt niet met elkaar. Daarom beter 'hartelijke toewijding', waarbij niet naar de omvang van de taak wordt gekeken.

 

Ds. Janssen

Wat is de verhouding tussen de KO en de generale regelingen? Het levert spanning op bij  emeritering en arbeidsongeschiktheid. Het moet wel goed geregeld worden.

 

B8:  Over toelating wordt beslist door de classis. Deputaten van de PS spelen geen rol. Ik mis hier de toezichthoudende rol van het kerkverband. Voor de nodige objectiviteit moet dat erbij worden betrokken.

 

B16: Het artikel moet zich meer richten op de verplichting van de kerkenraad.

 

B7: Sluit me aan bij Ziedses des Plantes.

 

B22.1: Kan ook sprake zijn van een andere besluit hiertoe?

 

Ds. Feenstra

B16.2: Denk hierbij ook aan gehandicapte meerderjarige kinderen. Die zouden buiten de boot kunnen vallen.

 

Br. Mollema

B3.2.: Voorgaan in de gebeden klopt niet meer met de praktijk van de kerk. Het zou heel erg fijn zijn als hier 'als regel' werd ingevoegd.

 

B9: Ik heb moeite met de terminologie. Het gaat om de roeping van de predikant. Dit artikel gaat meer om de installatie. Ook een heel rare zin.

Als de instemming van de gemeente vereist is dan moet dat ook zo worden verwoord. Bovendien, dat was ook al geregeld in B9.2.

 

B10.3:  I.p.v. de universiteit spreken van een universiteit.

 

B13.2: Ambtsdienst voor het leven? Dat klopt niet met de huidige praktijk. Er is bij de student angst daarvoor. Daarom verwoorden 'in principe voor het leven'.

 

B14.3: Toepassing van 'statelijk recht' uit die zin.

 

Br. Van Dixhoorn

B10.3: Waarom is dit niet breder geformuleerd?  Bijvoorbeeld door de toevoeging '… en beoefening van de gereformeerde  theologie'.

 

Ds. Niemeijer

B18: Op dit moment geldt Zuidhorn 2002 waarbij in gezamenlijk overleg tot non-actief stelling kan worden overgegaan. Dus niet het resultaat van een beroep op het kerkverband. Waarom is dit veranderd? Het is een gevoelige zaak. Het argument van snel handelen is niet opportuun.

 

Deputaten – Prof. Te Velde

We hebben veel gestoeid over het combineren van B1.1 en B1.2 Toch hebben we gekozen voor eenvoudige zinnetjes. Daarbij gaan we terug op de artikelen over welke ambten er zijn en dat er geen ambt is zonder wettige roeping. Er komt veel casuïstiek langs waaruit blijkt dat met roeping creatief wordt omgegaan. Bijvoorbeeld een zendeling op 1000 km afstand die toch zijn thuisgemeente hier heeft. Of een dominee die bureauwerk doet, maar toch predikant blijft door een kerkenraad die er een roeping aan geeft.
We willen daarom toch 'wettige roeping' handhaven.

 

B3: De dienst van de gebeden. Het artikel definieert niet wie er toe bevoegd is. We hebben 1978 overgeschreven, en dat is niet exclusief bedoeld. Maar de trend van andere voorbidders mag de priesterlijke taak van de predikant niet terzijde stellen. Hij is en mag het zijn die de noden van de mensen bij God brengt. Niet klerikaal. Maar hier gaat het om een van de kerntaken van de predikant. Dus niet exclusief. Misschien moeten we spreken van de dienst van de gebeden.

We handhaven de tekst van B3.

 

B10: Br. Van Dixhoorn gebruikt een mooie uitdrukking. Maar het gaat niet om een bijbelschool of seminarie. Onze principiële keuze is theologiebeoefening aan een universiteit.

Verder moeten we hier weinig procedurele elementen aan toevoegen. Die kunnen we overlaten aan het statuut van de universiteit.

 

Wat de universiteit betreft, wij denken in het enkelvoud. Eerst 'een' in B10.1 en dan 'de'.

Voor mensen met een externe opleiding komen aanvullende eisen in generale regelingen.

 

Deputaten – Br. Pel

B23 spreekt van regeling predikantszaken. Die komen tot stand door voorschrijdend inzicht. Eerst had dit artikel vier leden, in WO2 3 en nu nog 1. We moeten niet teveel vastleggen. Alleen de grondstructuur. Wel moet er een aangrijpingspunt zijn in KO. De rest komt in de generale regeling predikantszaken (GRP).

We nemen ons voor dat wij als deputaten in nauw overleg met anderen als VSE etc. nagaan wat er komen moet in de GRP. Dat kunnen we nu nog niet invullen. Eerst moet er goed overleg komen met kerkelijke instanties. Ook bijvoorbeeld over de consulent. Die kan via de GRP weer ingevoerd worden en hoeft niet in de KO.

 

B8: Toegang tot het ambt van predikant. Ook het toezicht daarop kan geregeld worden in een generale regeling. En of daar toezicht vanuit het kerkverband op nodig is.

 

B9: Roeping van de predikant

Br. Bondt vraagt zich af of de procedure niet veel te uitgebreid is. Maar zo zijn de zaken geregeld, ook in de bestaande KO. En dat is een belangrijke zaak. Die vormt een solide basis voor de aanstelling van de predikant. Daarin moet ieder zijn aandeel hebben.

 

B9.2: We passen de volgorde aan.

Gaat het om medewerking of instemming? Medewerking is een overkoepelende neutrale term. Instemming van de gemeente betekent approbatie. Instemming behoort bij de classis.

 

Als er behoefte is aan consulentschap kan dat in de GRP.

 

In B9.5 een termijn stellen? We ontraden dat in de KO op te nemen. Dat is te gedetailleerd, het kan plaatselijk worden geregeld.

 

B9.7: Invoegen van ‘betreffende’ vinden we teveel van het goede. Voor de TU is dat wel van belang omdat daar een breder scala aan formulieren is.

 

B9.5: Bezwaar tegen de procedure van de beroeping kan maar hoeft niet in de KO te worden geregeld.

 

B13: Over de  levenstaak predikant zijn belangrijke opmerkingen gemaakt. Is er een onbalans tussen ouderling en predikant? Deputaten vinden van niet. De taak van de predikant is eigensoortig, levenslang, dus een levenstaak. Een ouderling is dat voor een bepaalde periode. Een predikant is dat met zijn hele hebben en houden. Hij is geroepen voor zijn leven. Die lijn moeten we volhouden.

Kunnen we 'onverdeelde toewijding' vervangen door 'hartelijke toewijding'? Een predikant is geheel toegewijd. Hij is het vrij en onverveerd, mag niet afhankelijk zijn en ook niet door praktische omstandigheden gehinderd worden.

 

De GS nam een besluit geen link te leggen tussen de beroepscode en de KO. Iets anders is dat de beroepscode wel waarde heeft. Het is dus wel voorstelbaar om dat te incorporeren in de GRP en zo misschien te koppelen aan het kerkelijk recht.

 

13.2: Br. Mollema wil invoegen 'in principe’. Maar in de praktijk betekent dat vaak: ’t kan ook anders. Daarom zo laten staan.

 

B14.1: Beroepsbrieven van een of twee kerkenraden kan worden geregeld in de praktijk en moet niet in de KO.

 

B14.3: We zouden ‘niet door het statelijk recht' kunnen regelen? Daar zijn we het niet mee eens. De overheid geeft ruimte om het kerkrecht op onze eigen manier te regelen. Als kerken spreken we zelf uit voor welke keuzes we gaan. Dat leggen wij dus vast in een KO en in generale regelingen.

 

B14.5: Slot moet inderdaad GS zijn.

 

B16: Gaat het bij het levensonderhoud van de predikant om het resultaat of om een inspanning? De huidige KO spreekt van 'naar behoren'. Wij kunnen dat nu wat beter invullen. Dus tekst handhaven.

 

Br Mars ziet iets geregeld worden op kerkenraadsniveau terwijl het toch een landelijke zaak is. Deputaten benadrukken dat de KO de basis voor de rechtsregels vastlegt.  Je moet plaatselijk je verantwoordelijkheid nemen. Daarvoor kun je je wel bij de landelijke regelingen aansluiten maar de plaatselijke kerk past ze toe en is verantwoordelijk. Als er daarmee problemen zijn kun je naar de classis.

 

B16.2: Er is zorg voor het gezin van de predikant, incl. diens echtgenoot en kinderen. Bij overlijden blijft die zorg voor de echtgenote en de minderjarige kinderen. Dat is de zorgplicht die hier centraal is afgesproken. Maar meer mag.  Bij meerderjarigen ligt dat anders. Het is complex. Dat moet niet hier worden geregeld maar eventueel in generale regelingen.

 

B17: Over arbeidsongeschiktheid moet de kerkenraad uiteindelijk wel beslissen. Uiteraard maakt hij daarbij gebruik van allerlei instanties en regelingen. Maar de kerkenraad is gesprekspartner voor de predikant.

 

B18: Ds. Niemeijer refereert aan de synode van Zuidhorn. Daar ging het over vrijwillige overleg. Maar bij dringende noodzaak heeft de kerkenraad een ander instrument nodig. Daarvoor is deze mogelijkheid, een ordemaatregel, die geen tucht is. Of hier de genabuurde kerkenraad bij betrokken moet worden houden we nog even in gedachten. Misschien moet dat in de GRP. In elk geval niet in de tekst van de KO zelf.

 

B17.2: Misschien moeten we spreken van een voorgenomen besluit dat de goedkeuring van de classis moet hebben. We zullen de tekst nog even nader overwegen.

 

B19.1: Hier kun je ook aan arbeidsongeschiktheid denken. Dat hoeft niet van B17 te worden onderscheiden. Het gaat hier niet over tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid.

 

B22: De synode bepaalt de leeftijd. Maar in de GRP kan het ook worden gedelegeerd. Bijvoorbeeld dat de VSE wordt gevolgd of de GS beslist in overleg met de VSE.

B22.6: 'omtrent' veranderen in 'tot'.

 

Deputaten - Ds. Harmannij

B13: Het geestelijk karakter van de ambt wordt benadrukt. We moeten het ambt niet leuk maken. Dat werkt tegen. Wel is belangrijk dat de predikant vrijstaat in de verkondiging van het evangelie. Niet zoals vroeger wel voorkwam dat een kasteelheer de verkonding mee bepaalde. Al wat de vrijheid van de predikant bedreigt moet worden geweerd. Daarom is er ook een wetenschappelijke opleiding nodig waarin veel wordt geïnvesteerd.

Predikant heeft zijn ambt voor het leven. Hij hoeft zich geen zorgen te maken bij zijn emeritering, over zijn weduwe en kinderen. Daar hoeft hij niet wakker van liggen. Dat maakt onverdeeldheid mogelijk.

Sommige predikanten kunnen in deeltijd werken. Bijvoorbeeld bij een promotiestudie die tot ondersteuning van het ambt dient. Daarom is er ook classistoestemming nodig. Deeltijd is niet uit den boze, maar mag de eigenlijke taak niet beperken.

Zo lezen we dit dus.

 

Deputaten – Br. Pel

We formuleren nu: '… de voorgenomen beslissing invoeren behoeft de goedkeuring van de classis'.

 

Preses

B9.2, B10, B14.5, B17, B19, B20, B21 en B22.6 zijn aangepast.

B23.2 is vervallen

 

AMENDEMENTEN

 

Ds. Wesseling/ds. Feenstra

B3.2: T.a.v. de gebeden: 'en geven leiding aan de dienst van de gebeden'.

B3.3: De uitdrukking 'leven in het geloof' schuift wat langs het bijbelse spraakgebruik, zie Hebr. 11. Beter is 'uit geloof leven'.

 

Br. Mars

B22.1: Hieraan moet 'conform de GRP' worden toegevoegd.

Ds. Harmannij heeft over de 'levenstaak' van predikanten gesproken. De praktijk laat andere dingen zien. Daar lopen we volledig omheen. Maar ik kan er nu geen amendement op indienen.

 

Br. Judels

Ik mis in B20 een reactie uit de kerken die nog niet verwerkt is. Iemand kan op hogere leeftijd, bijvoorbeeld 64 jaar, zijn rechten verliezen bij een losmaking. Daarom als amendement zoiets toevoegen als: 'Onredelijke situaties worden in de GRP gerepareerd'.

 

Preses

Dit houden we nog even aan.

 

Ds. Ophoff

Ik stel voor B13.1 te laten vervallen. Deputaten zeggen dat ze opkomen voor de vrijheid van de predikanten en dat daarom voor het leven voor hen gezorgd behoort te worden. Maar deputaten geven geen enkele reactie op kritische tegeninstanties. Jongeren kunnen dit niet volhouden tot het einde van hun werkzaam leven. Er is veel kritiek op predikanten, ze zijn vaak aangeschoten wild. Maar deputaten horen we er niet over. De visie is dat het ambt van boven komt, dat spreekt sterk aan. Maar er is ook een andere kant van de zaak. In de praktijk lopen mensen vast. Vragen jonge mensen zich af: kan ik dit wel zoveel jaren doen. We moeten niet de ambtsvisie even wijzigen. Maar we kunnen deze tekst in KO ook niet voor langere tijd laten staan.

Drie dagen predikant en twee dagen iets anders, dan kun je niet spreken van  onverdeelde toewijding. Die tweede zin is te kwetsbaar.

 

B16.1: 'zodat …' laten vervallen. Deze toevoeging is niet nodig.

 

Br. Ziedses des Plantes

B19: Het gaat hier over een ander situatie dan arbeidsongeschiktheid. We moeten voorkomen dat er misverstanden zijn. Daarom wijzigen als: 'Indien anders dan het in B17.2 genoemde geval – sprake is …'.

 

B22.2: Toevoegen: 'Instemming van de gemeente is verkregen als er geen gegronde bezwaren zijn ingebracht.'

 

Ds. Janssen

Ik ben het eens met Ophoff.

 

Br. Wezeman

Ik ben het eens met Ophoff.

B16.1: Ik ben er niet gerust op dat het amendement van Ophoff wordt aangenomen..

Belangrijk is een bepaalde normering. Daarom aan de zorg toevoegen: '….overeenkomstig maatschappelijk aanvaarde normen van het evangelie kan leven'.

 

STEUN

Amendement Ziedses des Plantes wordt niet voldoende gesteund.

Judels komt nog met een amendement in de tweede ronde.

 

Br. Mollema

Het punt van Judels is lastig voor deputaten.

 

Deputaten – Prof. Te Velde

Stelling: teksten zijn volledig door haar onvolledigheid. Je kunt alles proberen vast te leggen, maar de eerste de beste casus past er al weer niet in. Niet overal kunnen hardheidsclausules worden ingebracht. Want die zijn er vele. Bijvoorbeeld iemand die misschien al 10 jaar in een losmakingssituatie zit, terwijl er nu 2 jaar in de KO staat. In de GRP komt er meer over. Kerkelijke jurisprudentie moet ook nog worden verwerk. Dus niet regelen in KO zelf.

 

Br. Judels

Ik dien geen amendement in. Het moet dan maar in generale regelingen.

 

BESPREKING RONDE 2

 

Br. Mollema

Ik sluit me van harte aan bij Ophoff in reactie op Harmannij.

 

Br. Feenstra

Er is een discrepantie tussen Harmannij en de praktijk. Ik steun daarom Ophoff.

 

Ds. Scherff

'conform generale regeling predikantzaken'. Dat amendement hoeft niet want de GS zal de overheid volgen.

 

Ds. Wesseling

B13: Daarin gaat het over meerdere punten: Er is een normatieve insteek en een praktijk. Daartussen is een spanningsveld. Dat is niet op te lossen door schrappen of handhaven. We moeten een geestelijke weg vinden. De huidige formulering biedt ruimte en geeft steun voor de praktijk. Er is een behoorlijke druk en stress. Het is een dilemma is geworden, een of ander. Maar we moeten een middenweg vinden. Ik zal er daarom niet voorstemmen.

 

B16: Ik ben ervan geschrokken. De kerkenraad is de eerste instantie die verantwoordelijk is dat de predikant zonder zorg kan leven. In de praktijk zijn er problemen bijvoorbeeld bij later predikant worden, een kleinere gemeente, een groter aantal kinderen. Maar de kerken moeten B16 wel garanderen. Het zou een gat in KO zijn als we dit schrappen.

 

Ds. Dreschler

B13 per amendement schrappen is niet oplossing. Het kan emotioneel liggen. Het is mooi dat het hier zo staat. Weerbarstige praktijk kun je hier niet formuleren.

 

B16: De laatste zin kan wel worden gemist.

 

Ds. Van Benthem

Ik wil me bij Wesseling aansluiten. Ik ga nog een stap verder. Het zit niet meer in systeem van jongeren. Zij willen zich niet binden voor het leven. Waarom niet als Mollema formuleren 'in principe voor het leven'? Dus iets er tussen in?

 

Br. Bakker

Ik voel ook de spanning van B13. Maar indien weg dan zijn we ook iets kwijt. Maar we moeten ook realistisch blijven, dus verder denken in lijn van Wesseling. Als predikanten uren gaan tellen wordt het ingewikkeld. Maar we moeten wel iets met B13 doen gezien de praktijk.

 

Deputaten – Prof. Te Velde

B3.2: ‘in geloof' nemen we over.  Niet 'de leiding in de dienst van de gebeden'. Dat lijkt op een ouderling met de leiding van het pastoraat, maar hij bezoekt zelf niet meer. Oplossing misschien door hier 'in de kerkdiensten' eruit halen. Over kerkdiensten gaat hoofdstuk C.  Fine tuning is nog nodig.

 

B13: We vragen ruimte voor nader overleg. 'In beginsel’ zou misschien kunnen worden ingevoegd. 'In principe' is te vlak. Maar misschien moet er ook iets toegevoegd worden over de taak van kerkenraad en gemeente om dit mogelijk te maken.

 

B16: 'zonder zorg'. Het is arbitrair, stem er maar over. De term wordt wel veel gebruikt. Zie ook B16.3, daarin staan twee borgen.

 

B19: 'anders dan door arbeidsongeschiktheid' nemen we niet over. Er staat voldoende verwoord en het levert geen misverstanden op.

 

B22: 'conform de generale regeling predikantszaken'. Kijk naar begin B23, GRP is van toepassing. Het is een bovenliggende bepaling. Br Mars vreest dat de GS de leeftijd zal vaststellen. Maar hoewel ze wel verantwoordelijk is zal ze dat niet zomaar even doen. Het amendement lost het ook niet op. Dan dus maar helemaal schrappen?

We moeten 'GRP' niet hier specifiek toevoegen, want dan moet het ook weer overal elders, anders geeft dát weer misverstanden.

We willen ons nog even als deputaten hierover beraden.

 

Ds. Wesseling

Het gaat om het doel dat je wilt bereiken. Ik zal een alternatieve formulering aan de deputaten geven. Met 'leiding aan de dienst van de gebeden' ligt de zaak op tafel.

 

Ds. Ophoff

Dank aan de deputaten voor hun welwillendheid t.a.v. de bezwaren tegen B13. U ziet het punt. Dat was niet duidelijk bij verhaal van ds. Harmannij.

Ik verzet me tegen Van Benthem en Wesseling, als reactief. Het spanningsveld los ik niet op. Dat klopt. We kunnen nu ook niet even een theologie van het ambt bedenken. Wat ik probeer in de formulering van de nieuwe KO te voorkomen iets vast te leggen dat ons voor de komende tien jaren vastlegt. We moeten het spanningsveld ernstig nemen. Want we hebben een groot probleem. We moeten overeind houden dat predikanten met heel hun leven in de dienst van de Heer zijn.
Maar als je stelt dat kerkenraad en gemeente een totaal onverdeelde toewijding mogelijk moeten maken dan ga je er nog vanuit dat je je ambt voor het leven vervuld. En dat is niet meer het geval. Ik ben niet in staat om nu een goede tekst bij B13 te formuleren.

De bijbelse principes in de MvT van de deputaten kun je niet zo rechtstreeks relateren aan de situatie van vandaag. De gegevens van het NT kan je niet zo toepassen. De MvT gebruikt de term: in dienst van zijn Heer. Overweeg dat bij B13.1 staat: in dienst van zijn Heer. Daar zit het in. Dan hoeft die tweede zin met al zijn misverstanden er niet bij geschreven te worden. Ook een deeltijdpredikant staat in dienst van de Heer.

 

Br. Ziedses des Plantes

Ik handhaaf mijn amendement.

 

Br. Wezeman

Zonder zorg’ is te subjectief. Amendement geeft een bodem aan het geheel.

 

Preses

We hebben nu een aantal hangpunten:

B3: Wesseling en de deputaten zoeken naar een andere formulering. Morgenochtend gaan we er gelijk over beginnen in een beperkte ronde.

Zo gaan we ook B13 behandelen.

En over B17.2. 'de voorgenomen beslissing behoeft …' gaan de deputaten nog even nadenken. Ik vind het geen verbetering. Het is een beetje puristisch.

 

STEMMING

 

Preses

Ook de door de deputaten overgenomen amendementen komen nu in stemming.

 

B1: met algemene stemmen aangenomen.

B2: met algemene stemmen aangenomen.

B23: met algemene stemmen aangenomen.

B3.2: later.

B3.3 amendement Wesseling, door deputaten overgenomen: met algemene stemmen aangenomen..

B4: met algemene stemmen aangenomen.

B8: met algemene stemmen aangenomen.

B9 met aanpassing in 9.2 van volgorde: met algemene stemmen aangenomen.

B10 met in 10.1 aanpassing generale synode: met algemene stemmen aangenomen.

B13 met aanpassing in B13.1 door Ophoff, later.

B14 aanpassing generale synode: met algemene stemmen aangenomen.

B16 amendement Ophoff (B16.1 slot schrappen): V12T22O00, verworpen.

B16 amendement Wezeman 'volgens maatschappelijk…': V20T07O07, aanvaard.

B17: met algemene stemmen aangenomen.

B18: met algemene stemmen aangenomen.

B19: amendement Ziedses des Plantes 'anders dan ….': V05T26O03 verworpen.

B19: met algemene stemmen aangenomen.

B20: met algemene stemmen aangenomen.

B21: met algemene stemmen aangenomen.

B22: amendement Mars nog hangpunt. Later.

 

Preses

Over de verhouding diakenen en ouderlingen is in juni al een belangrijke beslissing genomen.

 

 

HOOFDSTUK B – de ambten en overige diensten/1 (vervolg)

 

(woensdag 12-09-12)

 

Deputaten – Br. Pel

Het gaat nu over de hangpunten.

B3.1 en B3.2 worden samengevoegd. B3.2 vervalt als separaat artikel.

B13 wordt: 'Het predikantschap is in beginsel een ambt voor het leven in dienst van de Heer'.

B13.3 wordt toegevoegd: De kerken bevorderen dat de predikanten zich met volle toewijding kunnen geven aan hun levenstaak.

B16.1 'zonder zorg van het evangelie kan leven'. Laten we vervallen.  We voegen amendement Wezeman 'in overeenstemming met maatschappelijk aanvaarde normen' in 16.3 toe . Dus ook een wijziging in formulering.

In B22.1 toevoegen '… in de generale regeling predikantszaken'. Dat maakt het flexibeler.

 

Preses

Is er behoefte aan amendering?

Eerst maar een informatieve ronde.

 

Ds. Van Dijk

B3. 3: Vallen de sacramenten weg?

 

B16: Kader moet in overeenstemming zijn met maatschappelijk aanvaarde normen? Dat is iets anders.

 

Ds. Janssen

B16: Is er sprake van betekenisverschuiving?

 

Ds. Feijen

Schuren B13.3 en B13.2 niet wat? Staan niet lekker naast elkaar.

 

Ds. Wesseling

B13: Ik  waardeer de nieuwe formulering. Verantwoordelijkheid wordt bij de gemeente gelegd. Maar is hier wel de souplesse ingevuld waar we behoefte aan hadden?

 

B16: In mijn beleving kunnen  maatschappelijk aanvaarde normen wel spanning opleveren met onze norm. Bijvoorbeeld de maatschappelijke noodzaak van tweeverdieners.

 

Preses

We gaan nu niet weer de discussie openen.

 

Ds. Wesseling

Ik berust er in.

 

Ds. Ophoff

B16: Ik ben blij met formuleringen van de deputaten. Ik constateer in dat de MvT nu ook een wijziging moet worden aangebracht.

B13.3 geldt ook voor B13.2. Mijn amendement vervalt met grote blijdschap.

 

Deputaten – Br. Pel

In B3 worden de sacramenten niet meer benoemd. Maar het is duidelijk welke dat zijn.

 

B13: Discrepantie tussen 1,3 en 2? Wij menen van niet. Er is geen tegenstelling. Toewijding slaat niet alleen op een volledige levenstaak.
De MvT kan nog ergens worden aangepast.

 

B16: Is geen materiële wijziging, het gaat alleen om redactie. 'Evangelie' is blijven staan,' zorg' is vervangen door 'maatschappelijk normen …'.

 

AMENDEMENTEN

 

Preses

Amendement van gisteren kunnen nu eventueel gehandhaafd worden.

 

Br. Mollema

B16.3 terug naar B16.1 geeft een betekenisverschuiving. Daarom voel ik voor terug te gaan naar Wezemans voorstel. Dat doet meer recht aan de discussie van gisteren.

 

Ds. Tigelaar.

B13.3:  'levenstaak' naar 'taak'. Dat i.v.m. deeltijd predikanten.

 

Ds. Van Dijk

Zelfde punt als Mollema.

 

Ds. Janssen

Als Mollema en Tigelaar.

 

STEMMING

 

B3: deputatenvoorstel met algemene stemmen aangenomen.

 

Deputaten – Prof. Te Velde

B13 amendement Tigelaar: 'taak' is iets te zakelijk. Levenstaak is toch dieper. Staat er ook boven. Dat heeft onze  voorkeur.

 

B13 amendement Tigelaar:  V11T24O00 verworpen.

B13: met algemene stemmen aangenomen.

 

B16

Tekst van gisteren, het voorstel van deputaten als amendement.

 

Deputaten – Prof. Te Velde

Als 'zonder zorg' er uit gaat en in plaats daarvan 'maatschappelijk… ' ingevoegd, dan is dat wat hybride.  Er is een zeker nostalgie bij de term 'zonder zorg'. Maar toen hebben we 16.3 gevoerd. Verwijzing naar het algemene kader levert de beste tekst op.

 

B16 deputaten amendement (verschuiving van 16.1 naar 16.3 maatschappelijk aanvaarde normen): V25T03O07, aangenomen.

B16: V33T00O02, aangenomen.

 

B22 nieuwe tekst deputaten:  met algemene stemmen aangenomen.

B22.6: met algemene stemmen aangenomen.

 

Preses

Daarmee is hoofdstuk B/1 afgesloten.

 

HOOFDSTUK B – de ambten en overige diensten/2

 

B5, B6, B24-33

 

(Dinsdag 11-09-12)


BESPREKING RONDE 1

 

Br. Wendt

B27.3: Ik pleit ervoor de schorsingtermijn te verdubbelen.

 

Br. Bondt

De volgorde in hoofdstuk B is: eerst de ambten, dan de taken, de omstandigheden, en vervolgens uitgebreid over predikanten. Hier en daar staat 'de kerkenraad doet dit en dat', maar er is nog steeds niet genoemd wat de kerkenraad precies is. Daarom zou na B1 en B2 dat moeten worden aangegeven. Een orgaan dat de kerk representeert, bestaande uit ambtsdragers met onderscheiden taken. Daarom zouden B28 en eventueel B29 de nummers B3 en B4 moeten krijgen.

 

Ds. Dreschler

B24.7 zou niet zo niet zo expliciet behoeven te worden gespecificeerd.

Het is in B24 lastig dat diakenen niet meedoen met de verkiezing.

 

Br. Feenstra

Wat wordt precies met in B24.3 bedoeld? Wordt ook de geschiktheid van ouderling door de diakenen beoordeeld?

 

Wat zijn gegronde redenen van verhindering? Waar hebben we het dan over? Praktijk is: ik kan niet of ik wil niet.

 

B24.5: Het tekst vormt een forse discrepantie met de praktijk. Benoeming zonder verkiezing is in veel gemeenten praktijk. Dus dan wordt regelmatig tegen dit artikel gezondigd.

 

B26: Waarom hier niet de genabuurde kerkenraad bij betrekken?

 

B27.3: Verlengen moet mogelijk zijn.

 

B30: Gaan kerkelijk werkers weer in een generale regeling? Wordt dan niet een erg uitgebreide reglementenbundel?

 

Ds. Van Dijk

Moet B5.7 wel in de KO?  Er kan ook verwezen worden naar C14.5. Een van de twee artikelen redundant.

 

Br. Ziedses des Plantes

Is er in B24.2 niet iets weggevallen? Volgens B25.2 moet een evenredig deel aftredend zijn. Maar i.g.v. van tussentijdse ontheffingen kunnen die perioden ook korter zijn.

 

Br. Van Dixhoorn

B28: Is hier ook niet de plaats om het aantal ouderlingen en diakenen te specificeren? Hoort de predikant erbij of is die zelfstandig?

 

Wat is de rechtspositie van kerkelijk werkers in B30: statelijk of kerkelijk recht?

 

B32: Beslist de classis na de gemeente te hebben gehoord, of de kerkenraad?

 

Moet in B33 niet iets worden gezegd over gemeentestichting?

 

Ds. Bijzet

Is het terecht dat in B24.4 en B24.5 het dubbele aantal tot norm wordt gemaakt? Historisch kwamen de dubbelgetallen later. Als er veel kandidaten zijn dan valt er te kiezen. Maar er is veel ongeestelijk gegoochel om dat te bereiken. De mogelijkheden moeten meer naast elkaar worden gezet.

 

Br. Wezeman

B25: Waarom hier een concreet aantal jaren en niet geheel verwezen naar een plaatselijke regeling?

B25 als geheel is zo niet werkbaar gezien de lange lijst van ontheffingen en ook verlengingen. Hoe geef je dan vorm aan continuïteit? Laten we dit maar naar de plaatselijke regeling schuiven want dit gaat niet werken.

 

Ds. Janssen

Wat is de verhouding tussen B5.2 en B5.7? Je krijgt discussie over het delegeren van het pastoraat aan gemeenteleden. Is er dan nog de verplichting tot minstens 1x huisbezoek per jaar?

 

B6.2: Is hier geen sprake van versmalling tot opsporen tot moeiten, terwijl het juist gaat om stimuleren van gebruik van gaven?

 

Br. Mollema

B5.2: Aan 'tenminste 1x per jaar' toevoegen 'zo mogelijk'.

 

B24: Bij geschiktheid spelen drie dingen: beschikbaarheid, geschiktheid en verhinderingen door leer of leven. Dekken de formuleringen dit wel af?

 

B28.2: Waarom staat hier gemeenteleden, meervoud?

Waarom 'hoofdzaken'? Over financiën moet ook verantwoording worden afgelegd aan de gemeenten. Malversaties gaan onze kerken niet voorbij. Er moeten hier regels worden gesteld.

 

B29.5: Niet 'doet' maar 'legt af'.

 

Ds. Niemeijer

Zelfde formulering in B27.4 en B21.5 toepassen.

 

Deputaten – Prof. Te Velde

We zien geen heil in het voorstel van br. Bondt. Het is algemeen bekend wat een kerkenraad is. Als B28 en B29 naar voren gaan komen gedetailleerde zaken mee.

Opbouw van de artikelen is van die van de ambten naar de kerkenraad. En niet een kerkenraad als gremium tussen Christus en de leden.

De deputaten hebben er voor gekozen dat het jaarlijks huisbezoek in KO blijft. Ook als de praktijk hier en daar anders is. We zouden iets weg doen dat heel kostbaar is. De presentie van Christus krijgt  gestalte in de zondagse prediking en in het huisbezoek.  Ook daar waar het moeilijk is en waar behoorlijk op deur moet worden geklopt. Laten we het hier vallen dan gebeurt het misschien nog een keer per vier jaar.

 

B5.7: Het is goed het delegeren door de kerkenraad aan bezoekbroeders en –zusters in de KO te vermelden. Zij hebben geen ambt maar krijgen zo toch wel een andere status. En de kerkenraden worden gedwongen na te denken over wie ze aanzoeken.

 

B6: De visionaire doelstelling van landelijke diaconale kringen in de jaren '80 is niet gelukt.
De diaconale stimulans tot vrijgevigheid staat al in B6.1. Dat hoeft niet nogeens in B5 en 6 te worden herhaald.

 

Deputaten – Br. Pel

In B24.2 toevoegen 'de kerkenraad te attenderen op'.

 

B24.3: Het gaat om toetsing voor ouderling en diaken. De kerkenraad beslist.

 

B24.4 en B24.5. Dubbel aantal laten staan. Dat is een winstpunt. In B24.5 kan 'bij uitzondering' worden vervangen door 'eventueel'.

 

Mollema noemt een drieslag en vraagt of we het laatste aspect niet missen. Maar dat zit al in geschiktheid. Daar zit al 'leer en leven' in.

 

B24.6: Gegronde redenen? Het geeft iets aan dat het om serieuze redenen moet gaan. Er moet een norm, een kader zijn. Maar geen casuïstiek op dit punt.

 

 

HOOFDSTUK B – de ambten en overige diensten/2

 

(woensdag 12-09-12)

 

BESPREKING RONDE 1

 

Deputaten – Br. Pel

B24.5: 'Bij uitzondering' wordt  vervangen door 'eventueel'.

 

B25: Bevat dit artikel teveel van het goede? Het artikel is vol van verwijzingen naar plaatselijke regelingen. Er is dus zoveel mogelijk vrijheid voor plaatselijke regelingen.

We willen hier niets regelen voor tussentijdse verkiezing en aftreden.

 

B26: Hier 'instemming genabuurde kerk' toevoegen. Niet 'vooraf', want dat kan soms niet bij urgente zaken. Dus niet temporeel invullen.

 

B27.3: Moet er  een tweede schorsingstermijn mogelijk zijn? Een schorsing moet niet eindeloos zijn. Schorsing is een tussenfase. Daarom stellen  we vier maanden voor, om iets meer ruimte te creëren.

 

B27.4: Dit besluit behoeft nog wat tekstuele aanpassing.

 

B28: Br. Dixhoorn vraagt om een minimum aantal. We willen dat niet overnemen. Dat moeten we hier niet specificeren.

 

B28: Br. Bondt is al beantwoord. Wij gaan vanuit de ambten naar het college. Dus artikelen niet verschuiven.

 

B28.2: T.a.v. br. Mollema. De gemeente dechargeert niet, ook niet in financiële zaken. In G2.2 is deugdelijk financieel toezicht geregeld. We zullen kijken of daar nog iets moet worden gedaan.

We handhaven hier 'gemeenteleden' om zo ieder in de gemeente op zijn verantwoordelijkheid aan te spreken.

 

B29.5: We willen dit tekstueel niet veranderen.

 

B30.2: Duiken hier weer nieuwe generale regelingen op? Maar die zijn er al. Hier gaat het over kerkelijk werkers. We bedoelen hier niet iets nieuws.

Vallen kerkelijk werkers onder het statelijke recht? In principe vallen ze onder het kerkrecht, maar ook onder statelijke recht omdat ze een  arbeidsovereenkomst hebben. Zo is het op dit moment geregeld.

 

B32.1: Moet de gemeente hier niet zelf bij worden betrokken? Het is vanzelfsprekend dat  dit met de gemeente wordt besproken. Het is niet nodig dat te vermelden.

 

B33: Moeten voor gemeentestichting  criteria worden  opgenomen? Er staat nu nog niets over in de KO. We weten nog niet wat er in moet en hoe dat zou moeten. Maar er zijn wel allerlei regels rond predikant en gemeenten. Dus we hebben nu nog niet een apart artikel hieraan kunnen en willen wijden.

 

Deputaten – Prof. Te Velde

GS 2008 heeft over kerkelijk werkers gesproken. Moeten zij onder de ambten worden opgenomen? Over hoeveel mensen gaat het, wat is hun positie? Het aantal is nu sterk gegroeid en zij hebben inmiddels een eigen platform i.o.m. SKW. In 2008 is een aantal regels, minder dan 1 A4-tje, aangenomen. .

De huidige formulering maakt het in de toekomst mogelijk ook hun arbeidsrecht binnen de kerk te houden. Zodat de vragen rondom deze arbeid niet alleen van toepassing zijn op de predikant maar ook op de kerkelijk werker.

We zitten nu dus in een tussenfase. In de toekomst kan het  anders dan in 2008 voorlopig is besloten.

 

AMENDEMENTEN

 

Ds. Bijzet

B26.1:  'genabuurde' moet zijn 'naburige'.

 

B24.4 en B24.5: Ik ben hier  niet gelukkig mee. Waarom deze voorkeur van deputaten? Dat is mijn voorkeur niet. Is het een  principiële zaak? Waarom is enkelvoudige voordracht niet de eerste keus? Het is puur praktijk dat dit is veranderd. Het gaat om zoeken naar de beste ambtsdragers.

Amendement op B24.4:  'De kerkenraad draagt bij voldoende kandidaten een dubbel aantal  en anders een meertal aan de gemeente ter verkiezing voor.'

Amendement B24.5: 'Bij onvoldoende kandidaten vindt benoeming zonder verkiezing plaats.'

 

Br. Bondt

Ik ben niet overtuigd door prof. Te Velde over de richting van ambten naar samenwerking van de  ambten. Er is geen ambt zonder wettige roeping. Daarom is aan het begin van het verhaal aan te geven wie zorgt voor de wettige roeping. De deputaten hebben het op laag niveau hier en daar wel vermeld. Maar als er geen kerkenraad is dan is er ook geen ambtsbediening. Daarvoor moet er een wettige roeping zijn. De kerkenraad is verantwoordelijk voor de continuering van de ambten.

Daarom moet in het begin van dit hoofdstuk over de ambten worden aangegeven dat de kerkenraad bestaat uit de ouderlingen met de predikant.

Amendement: B28.1 vervalt en wordt vervangen door B2*: ' De kerkenraad bestaat uit ouderlingen met de predikant(en), en is verantwoordelijk voor de ambtsdienst in de gemeente'.  Dit artikel wordt geplaatst  na B2.

 

Br. Feenstra

B24: Wat zijn gegronde redenen? Het antwoord van deputaten was te algemeen. Wat houdt het  concreet in?  In B24.3 is 'gegronde redenen bij verhindering'  wel erg zwaar geformuleerd.

Amendement:  'gegrond' weglaten.

 

Ds. Dreschler

B5.7: Erg vreemd, over welk werk gaat het? Als het om assisteren in pastorale zorg gaat dan dat hier ook zo formuleren.

Amendement:  'hun werk' vervangen door 'de pastorale zorg'.

 

Ds. Van Dijk

B5.7: Ik heb het zelfde punt.  Amendement: 'werk' door 'dienst' vervangen.

Het amendement op B26 is zeer sympatiek …

 

 Preses

 Is al geregeld in generale regelingen.

 

STEUN

Amendement Bondt wordt niet gesteund.

 

BESPREKING RONDE 2

 

Ds. Feenstra

Amendement Bijzet: Beter de deputaten de tekst laten aanpassen als ze het ermee eens zijn.

 

Br. Mollema

Ik heb moeite met amendement Bijzet. Ik hecht grote waarde aan dubbeltallen. Het lukt vaak wel. Gaat hij alleen maar op een vermoeden af? Het deputatenvoorstel is juist erg goed. Geeft keuzemogelijkheid. Het moet de kerkenraad ook niet te gemakkelijk gemaakt worden. Bovendien kan  bij enkelvoud ook gestemd worden. Verder is 'meertal' taalkundig  vreemd.

Het amendement Dreschler is veel te eng. Er kan bijvoorbeeld ook hulp geboden worden bij samensprekingen.

 

Br. Bakker

Amendement Bijzet 24.5. Zou anders geformuleerd moeten worden zodat ook bij enkelvoudige kandidaatstelling benoeming zonder verkiezing kan plaatsvinden.

 

Ds. Bruijn

Amendement Van Dijk moet iets breder geformuleerd worden.

 

Br. Feenstra

Ik heb moeite met het verhaal over de criteria bij ontheffingen. Er is veel onduidelijkheid hierover. Vaak wordt er in berust. Ik heb daar nooit diepgaande gesprekken over gehad. Er is veel onkunde op dit punt. Zou het niet goed zijn hier meer tekst te geven zodat kerkenraden er meer grip op hebben, weten  waar op gelet moet worden?

 

Deputaten – Prof. Te Velde

Iets over de achtergrond van B24.4 en B24.5. Bestaande ongelijkheid in de kerken heeft meegewogen bij de huidige tekst. Ds. Bijzet  verzet zich tegen volkssoevereiniteit. Stemrecht in de kerk mag eigenlijk niet. Maar in de Reformatie is tegen Rome stelling genomen: de gemeente moet kiezen. In de eeuwen daarna is daar niets van terecht gekomen. Maar bij Afscheiding  en Doleantie werd steeds sterker de praktijk dat de gemeente kiest uit dubbeltallen. Stemmen is niet werelds.

We blijven bij de tekst.

 

Deputaten – br. Pel

B5.7 amendement Dreschler.  Ondersteunen dat het hier gaat om de pastorale dienst. Dat is de scopus van wat we voor ogen hadden. Hier is niet commissiewerk bedoeld. Daarover gaat het in 29.4. Hier gaat om het verlengde van het werk van de ouderlingen. In C14 wordt ook dezelfde term gebruikt.

 

B24.3 'gegronde redenen'.  'Gegronde' kan wel weg.  Maar we winnen daar niet veel mee eigenlijk. In B24.6 moet 'gegrond' wel worden gehandhaafd.

 

B24.4 en B24.5 amendement Bijzet. Levert zijn amendement nu zoveel op? Wij zien nauwelijks verschil. Onze tekst is wel eenvoudiger en flexibeler. Zoveel mogelijk moet plaatselijk worden geregeld. We ontraden het amendement.

 

Deputaten – Ds. Harmannij

Er wordt door de deputaten geen toelichting meer gegeven op de KO in eerste lezing die nu ontstaat. De acta geven het verslag. Dus geen nieuwe MvT.

 

Ds. Bijzet

In mijn amendement gaat het niet om 'werelds' en 'volkssoevereiniteit'. Mijn punt is: er wordt zo vaak geforceerd naar dubbeltallen toegewerkt. Daarom pas stemming als er voldoende kandidaten kunnen worden gevonden.  De GS Ommen heeft hier al een uitspraak over gedaan. Daar is al de mogelijkheid van een meertal ingevoerd.

Bij Bakker gaat juist mijn punt weg. Maar ik heb geen bezwaar tegen stemming bij enkelvoudige voordracht. Dat is approbatie door stemming.

Ik handhaaf mijn amendement.

 

Ds. Van Dijk

Amendement ingetrokken ten faveure van Dreschler. 

 

STEMMING

 

B5: amendement Dreschler:  met algemene stemmen aangenomen.

B5: met algemene stemmen aangenomen.

B6: met algemene stemmen aangenomen.

B24 amendement Feenstra B24.3:  met algemene stemmen aangenomen.

B24 amendement Bijzet B24.4, B24.5: V07T28O00, verworpen.

B24 amendement deputaten B24.2, B24.5: met algemene stemmen aangenomen.

B24: met algemene stemmen aangenomen.

B25: met algemene stemmen aangenomen.

B26 deputaten 'Dit besluit behoeft de goedkeuring van  kerkenraad van de naburige kerk': met algemene stemmen aangenomen.

B26: met algemene stemmen aangenomen.

B27.3 3 B27.4 amendement deputaten: met algemene stemmen aangenomen.

B28: met algemene stemmen aangenomen.

B29: met algemene stemmen aangenomen.

B30: met algemene stemmen aangenomen.

B31: met algemene stemmen aangenomen.

B32: met algemene stemmen aangenomen.

B33: met algemene stemmen aangenomen.

 

Preses

Hiermee is het hoofdstuk B over de ambten vastgesteld.

 

 

 


 

 

BIJLAGEN


Inhoud

 

- Bijlage 1: Rapport commissie Gelderland/Holland-noord

- Bijlage 2: Hoofdstuk B uitgangspunt voor de bespreking

- Bijlage 3: Startdocument D voor Donderdag

- Bijlage 4: Concept besluiten

- Bijlage 5: Begeleidende brief bij toezending KO (17 september 2012)

 

Voor de volgende teksten click op het gewenste onderdeel:

 

- Werkorde 3 (WO3)
- WO1+WO2+WO3 met Memorie van Toelichting 3
- Kerkorde in eerste lezing

 

BIJLAGE 1 - Rapport commissie Gelderland/Holland-noord


Waarde broeders,

 

Nadat de GS voorvragen m.b.t. de Werkorde heeft besproken en besluiten hierover heeft genomen, ontvingen de afgevaardigden eind juni jl. de tekst van de WO 3 met de MvT. Deze tekst is ook d.m.v. de GKv-site gepubliceerd.

Als commissie hebben wij verder - in een eerder stadium - de beschikking gekregen over de uit de kerken binnen gekomen reacties op WO 2. Het aantal reacties uit de kerken is – ondanks de relatief korte reactietijd - fors; het merendeel van deze reacties betroffen meer dan één artikel van de WO. Deputaten HKO hebben zich door een enorme informatiestroom heen gewerkt. Zij hebben blijkens WO 3 veelal goed geluisterd naar de opmerkingen uit de kerken en in de MvT 3 verantwoording afgelegd. Dit deel komt niet terug in ons rapport.


Ook nu zien wij als commissie het als onze taak om de bespreking op de GS zo goed mogelijk voor te bereiden. Wij doen dit door middel van signaleren; het is uiteraard aan de afgevaardigden om deze signalen op te pakken of te negeren. Wij realiseren ons dat de kerken nog niet op WO3 hebben kunnen reageren.

Wij willen met dit rapport:

  1. attenderen op artikeloverstijgende punten/vragen en voorvragen, waar de synode alsnog aandacht zal moeten geven;
  2. signaleren op welke reacties uit de kerken de deputaten HKO niet (volledig) hebben gereageerd;
  3. de vinger leggen bij standpunten van deputaten HKO, die gezien de reacties uit de kerken veel discussie hebben opgeroepen en/of nog zullen oproepen;
  4. attenderen op recent aangebrachte wijzigingen in de WO, waarvan de consequenties nog niet door de kerken gezien zijn.

Achter het vermelden van aandachtspunten zit een zekere weging van importantie.

Als dit rapport een hulpmiddel kan zijn om de kerken te dienen met een kwalitatief goed en werkbaar concept Werkorde, stemt dit ons tot dankbaarheid.

Wij vertrouwen op een constructieve bespreking in september a.s.


De commissie Gelderland/Holland Noord,


Jen Feenstra
Albert Feijen
Bernard Judels
Jan van Leeuwen
Rufus Pos

 

Ad 1. attenderen op artikeloverstijgende punten/vragen en voorvragen, die niet (voldoende) behandeld zijn:

  1. PS (zie ook bij ad 4)
  2.  (Ambtsdrager): “wettige reden” versus “gegronde reden”
  3. Rechtpositie predikanten verschillend
    Door een kerk wordt opgemerkt dat “Het oordeel van de classis over materiële zaken zou altijd moeten steunen op een schriftelijk advies van het SKW.”
  4. Veel opmerkingen uit de kerken over verschil WO3 met art. 82 in KO1978.  Deputaten reageren hier wel op (MvT 3: D7 punt 7), maar geven o.i. geen duidelijk antwoord (een dooplid is niet aanspreekbaar op zijn belijdenis; een dooplid kan niet van het HA worden afgehouden. Maar als daarna de tuchtprocedure in gang gaat, is die voor dooplid en belijdend lid identiek; zie MvT 3 blz. 121 sub 3 en D8 en D9).

Ad 2. signaleren op welke reacties uit de kerken de deputaten HKO niet hebben gereageerd:


A3.2  

Een kerk verzet zich tegen het stellige "zich houden aan" en geeft de voorkeur aan "zich toeleggen op". Deputaten HKO gaan hier bij MvT 3 niet op in ; o.i. heeft deze zaak in feite al aandacht gehad bij de bespreking van de voorvragen. 

 

B3/B5

Een tweetal kerken brengt naar voren het jammer te vinden dat niet is geregeld dat bediening van sacramenten bij ouderlingen mag worden neergelegd.

 

B9/E5

Kerken attenderen op: “Consulent is hier verdwenen.”

 

B10    

Opgemerkt wordt: “De geformuleerde kerntaak van de TU en de huidige praktijk wringen met elkaar.”

 

B13    

Veel uitlopende reacties uit de kerken, waar deputaten HKO op reageren in de MvT

Daarnaast merken enkele kerken op dat in B13.2 toegevoegd moet worden dat een kerk ten allen tijde het recht heeft haar predikant terug te roepen (zoals wel geregeld in KO CGK). Ook valt de opmerking uit de kerken te lezen dat de beroepscode voor predikanten in B13 moet worden opgenomen.

 

B14    

Een reactie signaleert een discrepantie tussen de opmerking in de MvT 1: "een predikant kan niet zomaar gaan solliciteren..." en advertenties die onze predikanten oproepen te solliciteren. 

 

B24    

Kerken wijzen erop dat een dubbeltal dikwijls praktisch niet haalbaar is en wijzen er op dat de motivatie B24.5 : “bij uitzondering” zwak is, mee tegen de achtergrond dat dubbeltal historisch een tweede keus was.

 

B24.2 

‘De gemeente’ wordt in de gelegenheid gesteld om te attenderen op personen die geschikt worden geacht voor het ambt. Gevraagd wordt: “Wie is hier “de gemeente”?” Betreft dit ook (jongere) doopleden?

 

B9 / B24

Gevraagd wordt: “Waarom is er verschil in formulering wanneer de medewerking van de gemeente wordt beschreven bij het vervullen van een vakature (predikant versus ouderling)?”

 

B24.3 / B24.6-25.3

“Wettige redenen” en “gegronde redenen”: Het verschil is niet duidelijk. Ook is onduidelijk of het gebruik van twee verschillende termen noodzakelijk is. 

 

B26    

Als vraag wordt gesteld: “Bij predikanten moet een genabuurde kerkenraad instemmen, waarom hier niet?”

 

B27.3

Vanuit de kerken wordt opgemerkt dat een schorsingstermijn van drie maanden vanwege de vergadercyclus van de classis of bv vakanties vaak te kort zal zijn. De kerken verzoeken om op te nemen dat de schorsingstermijn met toestemming van de kerkenraad van de genabuurde gemeente eenmaal kan worden verlengd.

 

B28    

Uit opmerkingen uit de kerken blijkt dat het bevreemdt dat - met het nader accentueren van de eigen taak van de diaken - een expliciete verwijzing naar het regulier brengen van huisbezoek door de diakenen is verdwenen en men vindt dat deze omissie correctie verdient.

In de samenwerking met de CGK wordt een onevenwichtigheid voorzien, wanneer in het CGK deel de diakenen tot de kerkenraad behoren en in het GKV deel niet.

 

B30    

Over de rechtszekerheid van deze personen wordt opgemerkt dat er twijfel is of dit te vatten is in een GR, juist omdat het een dienstverband betreft waarop het Nederlands arbeidsrecht van toepassing is.

 

B31    

Het is niet duidelijk of dit artikel niet alleen binnen of ook buiten ons kerkverband geldig is. De toestemming van de eigen kerkenraad bij voorgaan buiten kerkverband wordt gemist.

 

B32    

Meerdere kerken merken op dat de aantallen ( 2 ouderlingen + predikant of 3 ouderlingen) expliciet In de tekst van de WO dienen te worden vermeld en niet alleen in de MvT.

Het verweer van Deputaten HKO dat het aan de classis moet worden overgelaten, wordt als te mager gezien.

De noodzaak tot de strikte scheiding tussen ouderling en diaken in kleine gemeenten wordt slecht geaccepteerd, er wordt door met name kleine kerken veel bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is voornamelijk op basis van praktische argumenten en argumenten, gebaseerd op gewoonterecht en bestaansrecht. Deputaten HKO stellen dat consequente doorvoering toch beter is voor het laten functioneren van de ambten.

Argumentatie van deputaten HKO in MvT 3 is een herhaling van MvT 2 en is niet overtuigend.

 

B33    

Door de kerken wordt opgemerkt de noodzaak van verschil (“Raadpleging gemeente” en “instemming classis”) niet te zien: waarom niet in beide gevallen “instemming”? Men is van mening dat de instemming van de classis niet zwaarder mag wegen dan de instemming van de gemeente.

In de MvT staat een verantwoording waarom geen artikel over gemeentestichting wordt opgenomen. Wij leggen de vinger er bij dat de kerken hiervan nog geen kennis hebben kunnen nemen.

 

C2.1  

de wijziging van deputaten HKO “als regel” wordt breed verantwoord. Kerken hebben hier (nog) niet op kunnen reageren.

 

C3     

Vanuit de kerken is veel opgemerkt over de formulieren etc. maar deze materie komt pas aan de orde als de Generale regeling voorligt. Kennisname van deze argumenten heeft pas zin als de GS zou besluiten het gebruik van formulieren etc. niet via een generale regeling vorm te geven. Het is overigens niet duidelijk waarom C3.4 over te gebruiken formulieren vervallen is.

 

C3.2

Vanuit de kerken zijn veel bezwaren tegen bepalingen, die vertaling, liedkeuzes, maar ook formulieren willen voorschrijven.

 

C4     

Uit de kerken komen de volgende vragen/discussiepunten: 1. Hoe zorg je ervoor dat ze allemaal wel op een bepaalde wijze benoemd worden en 2. Heb je al of niet de vrijheid een kerkdienst te beleggen?

Er is ook twijfel of er zoveel geregeld moet worden omtrent de feestdagen wegens het ontbreken van een duidelijk Bijbels gebod.

 

C5.1  

Veel kritiek op het weglaten van de woorden: “zo snel mogelijk”

Ook wordt opgemerkt dat: “Het op deze manier (“pasgeboren”) formuleren weliswaar het probleem “z.s.m.” oplost, maar een nieuw probleem creëert: er lijkt geen mogelijkheid meer te zijn om al wat oudere kinderen van inmiddels gelovige ouders, oudere adoptiekinderen, dan wel kinderen van voormalige baptisten te dopen”.

Meerdere kerken vragen op te nemen dat alleen kinderen van belijdende leden gedoopt mogen worden.

 

C6     

Vele kerken ontgaat de zin van het vervangen van “4 keer per jaar” door “regelmatig”, ook na de MvT te hebben gelezen.

Deputaten HKO maken niet duidelijk wat er tegen is op het noemen van een frequentie, ondanks dat vaak hierom wordt gevraagd.

 

C12    Uit de kerken worden tegen dit artikel twee bezwaren vaak genoemd:

  1. Het is overbodig omdat het doopformulier hier reeds voldoende waarborg geeft.
  2. Het contact met de scholen wordt van weinig importantie geacht en het zal in de praktijk ook lastig zijn om voldoende invulling hieraan te geven. Deputaten HKO noemen dit wel, maar het is de vraag of de argumentatie in MvT 3 voldoende is om de bezwaren weg te nemen.

C14   

Als C14.4 de mogelijkheid van een rouwdienst zou inhouden, dan bestaat vanuit de kerken hiertegen veel bezwaar. Een paar overwegingen bij het beleggen van een rouwdienst uit de reacties:       


Praktisch lastig, want:

  • Wanneer (bij wie) doe je dat wel en wanneer (bij wie) niet?
  • Kun je als kerkenraad nog redelijk overleg voeren binnen de korte tijd?

Inhoudelijk lastig, omdat:

 

  • • in zo’n dienst mensen allerlei dingen kunnen doen of zeggen wat je als kerkenraad niet verantwoorden kunt.
  • • Is een bijeenkomst waarin buren, vrienden, familie, collega’s een bijdrage willen leveren, nog een kerkdienst?

Noch uit Gods Woord noch anderszins kan worden opgemaakt dat m.b.t. een begrafenis de Kerk tot taak heeft de gemeente daarbij te betrekken door het beleggen van een eredienst.

 

Een punt van formele orde. Het besluit van GS Utrecht 1905, door GS Groningen-Zuid 1978 met vernummering gehandhaafd, is nog steeds van kracht, met een verbod op rouwdiensten. Kan zo’n besluit zonder revisieverzoek terzijde worden gesteld?

Dep HKO hebben het nu over “aanwezig zijn”. Dit wordt door veel kerken als vanzelfsprekend gezien en de noodzaak dit te regelen als overbodig.

T.a.v. de overige bepalingen vragen veel kerken zich af of dit artikel in het geheel niet overbodig is omdat het geen kerkelijke zaken regelt.

 

C15/B33

Binding aan de gereformeerde leer handhaven met het oog op gemeentestichtingsprojecten, waar het leiderschapsteam ook leden heeft, die zich niet uitdrukkelijk aan de gereformeerde leer en de KO hebben verbonden.

Deze binding wordt toch door veel kerken gevraagd; dit nalaten wordt als ongewenst beschouwd.

 

C16   

Het is kerken niet duidelijk wat wordt bedoeld met ”instemming..”

 

D9.2  

Een reactie vraagt: “Waarom is in deze gevallen instemming van de gemeente opgenomen? Wat is de betekenis / waarde van approbatie zonder dat openheid is / kan worden betracht?”

Deputaten HKO geven toelichting op hun keuze (MvT D9 bij punt 2 & 4), maar zijn niet concreet op deze vraag ingegaan.

E totaal “De Werkorde bevat niets over openbaarheid / toegankelijkheid van de vergaderingen van kerkenraad (al dan niet met diakenen), classis en synode.”

Het is niet ondenkbaar dat deputaten HKO van mening zijn dat dit soort zaken in de GR dienen te worden opgenomen. We hebben dit echter niet kunnen vinden.

 

E4.1   

Er wordt door de kerken meer duidelijkheid gevraagd over samenstelling van een classis: “Wie bepaalt dat vier kerken kunnen besluiten samen als classis verder te gaan (en eventueel andere kerken buiten te sluiten)?” Kunnen kerken zich desgewenst aansluiten bij een andere classis? Of is voor de vorming goedkeuring van de generale synode nodig?”

en

“Ten minste vier kerken vormen een classis. Wie neemt hiervoor de beslissing? Gelet op de gevolgen voor het synodale niveau, zou de synode niet met de vorming van classes moeten instemmen of moeten verklaren tegen de instelling geen bezwaar te hebben? Op deze wijze is er een toetsing mogelijk van de motieven om bijv. een nieuwe classis in te stellen.”

Hoewel E4.1 in WO 3 is vervallen, reageren deputaten HKO als volgt op deze vragen (MvT 3 E4:2): “Een classis beslist zelf of zij voldoende bestuurskracht heeft, of dat ze beter geheel of gedeeltelijk kan samengaan met een classis uit de buurt.” Hiermee zijn o.i. niet alle vragen bij E4.1 beantwoord. Bovendien is in WO 3 niets omtrent de omvang/samenstelling van een classis en mogelijke motieven tot wijziging van die samenstelling bepaald.

 

E4.4   

Veel reacties op het verplichtende karakter voor niet afgevaardigde predikanten. Deputaten HKO hebben deze verplichting in WO 3 afgezwakt. Verder hebben deputaten HKO wel gereageerd (MvT 3: E4: 5), maar o.i. niet duidelijk kunnen maken wat de noodzaak is van de “herwaardering van de classis” en niet aangetoond dat hun voorstel de beste route hiertoe is.

 

E6.2   

“Deze bepaling is zonder nadere motivering vrijblijvender geformuleerd dan het bestaande KO art 44.

Volgens de Toelichting bij Werkorde versie 2 blz. 127 (E4 ad 5) vormt de visitatie een extra middel van toezicht. Merkwaardig genoeg ontbreekt deze functie van de visitatie in de taakomschrijving in E6.2.”

Reacties vragen om de (grenzen van) bevoegdheden van visitatoren in de WO zelf aan te geven. 

 

G 1.1

Twee kerken vinden G1.1 overbodig.

 

G4     

Een kerk vraagt zich af wat precies een "schriftelijk besluit" is.

 

H1.1 en H1.2 

Een drietal kerken pleit er voor in dit slotartikel de tekst van oude art 84 te gebruiken. Het gaat er dan om dat mindere vergaderingen niet eigenstandig de KO mogen veranderen (niet geconcretiseerd in WO3) en de afspraak dat ze zich, ondanks moeite, zullen toeleggen op het naleven van de KO(wel geconcretiseerd in Wo3, nl: in A3.2).


Ad 3. de vinger leggen bij standpunten van deputaten HKO, die gezien de reacties uit de kerken veel discussie hebben opgeroepen en/of nog zullen oproepen;  

 

C2     

Door DepLK is vrij grondige kritiek geleverd op C2.2. In de kerkdiensten vindt de bediening van Gods Woord en van de sacramenten plaats alsook de dienst van lied en gebed en de dienst van barmhartigheid.

De discussie spitst zich toe of je de basiselementen moet vastleggen of dat je nu juist niet moet doen omdat je dan ook allerlei bijzondere diensten daaraan bindt.

 

C11.3 (nav versie WO 1)

Opgemerkt wordt dat: “De term “bevestiging” zou niet alleen moeten worden gedefinieerd, maar ook worden verdedigd: een burgerlijke huwelijkssluiting is, m.i., een valide en complete huwelijkssluiting. Het is een oude discussie die maar niet opschiet: wat wordt er in een kerkdienst “bevestigd‟? Aanvaardt een kerkenraad niet de validiteit en de volledigheid van een burgerlijke huwelijkssluiting als de gehuwden daarmee wél “tevreden‟ zijn en daarmee volstaan?”

Vanuit de kerken blijven kritische opmerkingen komen over de term “bevestiging”; een term die verschillend wordt ingevuld en alleen al daardoor een bron van discussies is.

 

C11.4

Gezien de reacties vanuit een aantal kerken verwachten wij dat de door deputaten HKO geboden formulering de(ze) kerken niet tot tevredenheid zal stellen.

 

E8     

Hierop zijn veel reacties uit de kerken gekomen. Er is ook onbegrip. Deputaten HKO hebben veel toegelicht. Het is echter de vraag of hiermee dit punt naar tevredenheid kan worden afgetikt.


Ad 4. attenderen op recent aangebrachte wijzigingen in de WO, waarvan de consequenties nog niet door de kerken gezien zijn.

 

A4.1   PS ontbreekt hier; weer “terugplaatsen”?

 

E7.2   

In eerdere versies van de WO kwam de PS niet voor en dus moest de mogelijkheid een vervroegde GS bijeen te roepen elders neergelegd worden. Dat werd het moderamen van de laatstgehouden GS. De PS is echter weer terug, met slechts één bestuurlijke taak. Wij vragen ons af waarom de consequentie niet getrokken is de mogelijkheid een vervroegde GS bijeen te roepen bij de PS neer te leggen o.a. als onderdeel van die ene bestuurlijke taak.E11     Over het afschaffen van de PS is veel gezegd en geschreven.

 

E11

Deputaten HKO hebben geluisterd naar de kerken en commissierapporten en komen in WO3 tegemoet aan een aantal bezwaren.

Echter de kerken hebben nog niet hierop kunnen reageren. Als “losse eindjes” zien wij de taken van Deputaten Art.11 KO/Hulpbehoevende kerken en Deputaten art 49. Het lijkt noodzaak een uitvoeringsplan o.i.d. op te stellen.

 

G1.2  

Deputaten HKO verlaten in de MvT bij G1.2 (punt 6) de bestaande praktijk dat hulpverlening uitsluitend in het kader van de voorziening in het levensonderhoud van de predikanten wordt gegeven.

 

*****

 

BIJLAGE 2 - Hoofdstuk B uitgangspunt voor de bespreking

 

B. de ambten en overige diensten                      


B1  de ambten

B1.0      De kerken kennen de ambten van predikant, ouderling en diaken.

B1.1      De gemeente ontvangt haar ambtsdragers van Christus.

B1.2      Voor het vervullen van de ambten is een wettige roeping nodig.

B1.3      De ambtsdragers werken, ieder vanuit eigen taak, samen aan de opbouw van de gemeente.


B2  binding aan Bijbel en belijdenis

 

B2.1      De ambtsdragers zijn gebonden aan de leer van de Bijbel, zoals samengevat in de belijdenisgeschriften. Zij bekrachtigen dit bij de aanvaarding van hun ambt door ondertekening van het bindingsformulier.


B7  ambt m/v

 

B7.1      gereserveerd > GS: geen bespreking + geen stemming


B23 regeling van predikantszaken

 

B23.1     Op de ambtsdienst van de predikanten is behalve de kerkorde de generale regeling voor predikantszaken van toepassing.

 

B23.2     gereserveerd > GS: vervallen

 

B3  taak van de predikanten

 

B3.1      DEP: De predikanten hebben als primaire taak de verkondiging van het Evangelie voor kerk en wereld. Ook bedienen zij de sacramenten en gaan zij voor in de dienst van de gebeden.

B3.2      DEP: B3.2 vervalt > is opgenomen in B3.1

B3.3      GS: De predikant rust de gemeente in prediking en onderricht toe tot een leven in geloof. Hij bestrijdt dwalingen en weerlegt valse leer.

B3.4      De predikant geeft met de ouderlingen leiding en herderlijke zorg aan de gemeente. Samen oefenen zij over de gemeente de kerkelijke tucht.


B4  predikanten met een bijzondere taak

 

B4.1      De kerken kunnen aan een predikant een bijzondere opdracht verlenen, zoals voor de theologische opleiding, bijzondere vormen van pastoraat of missionaire arbeid.

B4.2      De kerken voorzien waar mogelijk in predikanten die een geestelijke verzorgingstaak vervullen bij niet-kerkelijke instellingen, zoals ten behoeve van de gezondheidszorg, justitie of defensie.

 

B8  toegang tot het ambt van predikant

 

B8.1      Wie als kandidaat toegang tot het ambt van predikant vraagt, kan beroepen worden na een beroepbaarstellend onderzoek door de aangewezen classis.

B8.2      Een kandidaat-predikant die een beroep heeft aangenomen, verkrijgt toelating tot het predikantsambt na een toelatend onderzoek door de classis waar hij zal gaan dienen.

B8.3      Over de toelating van een predikant uit een andere kerk van gereformeerde belijdenis in binnen- of buitenland of uit een kerk waarmee geen kerkelijke gemeenschap bestaat, beslist de classis.

 

B9  roeping van de predikant

 

B9.1      De roeping van een predikant bestaat uit de beroeping, de instemming van de gemeente, de goedkeuring van de classis en de bevestiging.
B9.8      De kerkenraad voorziet in een regeling voor het beroepingswerk.
B9.2      GS: De beroeping vindt plaats door de kerkenraad, gehoord de diakenen en met medewerking van de gemeente.
B9.4      Het beroep wordt door de kerkenraad uitgebracht via de beroepsbrief. De predikant aanvaardt het beroep door de aannemingsbrief.
B9.5      Als vanuit de gemeente geen gegrond bezwaar tegen leer of leven van de predikant wordt ingebracht, is de instemming van de gemeente verkregen.
B9.6      De classis verleent haar goedkeuring als zij zich heeft overtuigd dat is voldaan aan de vereisten van de kerkorde en de generale regelingen.
B9.7      De bevestigingvindt plaats in een kerkdienst met gebruik van het formulier. De bevestiging van hem die voor het eerst predikant wordt, gebeurt onder handoplegging.

 

B10  opleiding voor predikanten

 

B10.1     GS: De kerken onderhouden voor de opleiding van hun predikanten een theologische universiteit. De generale synode stelt voor de universiteit een statuut  vast.

B10.2     De docenten aan de theologische universiteit zijn gebonden aan de leer van de Bijbel, zoals samengevat in de belijdenisgeschriften. Zij bekrachtigen dit door ondertekening van het desbetreffende bindingsformulier.

B10.3     Voor het predikantschap in de kerken is een voltooide opleiding tot predikant aan de theologische universiteit vereist. De generale regeling predikantszaken voorziet in bijzondere gevallen.

B10.4     De kerken spannen zich er voor in dat er voldoende studenten in de theologie zijn. De kerken bieden hun, zo nodig, financiële steun.

 

B13  levenstaak predikant

 

B13.1     DEP: Het predikantschap is in beginsel een ambt voor het leven in dienst van de Heer.

B13.3     DEP: De kerken bevorderen dat de predikanten zich met volle toewijding kunnen geven aan hun levenstaak.

B13.2     Voor de uitoefening van het ambt in deeltijd of voor het onderbreken van de dienst voor langere tijd is de toestemming van de classis nodig.

 

B14  rechtspositie predikant

 

B14.1     Een predikant is altijd verbonden aan een plaatselijke kerk of aan twee of meer kerken die daarvoor een samenwerking zijn aangegaan.

B14.2     De verbintenis van de predikant met een kerk berust op overeenstemming krachtens de beroepsbrief van de kerkenraad en de aannemingsbrief van de predikant.

B14.3     De rechtspositie van de predikant heeft een eigen kerkelijk karakter. De rechtsverhouding tussen kerk en predikant wordt beheerst door het kerkelijk recht en niet door het statelijk recht.

B14.5     GS: Ook in geval van een bijzondere taak is de predikant verbonden aan een plaatselijke kerk. De regeling van zijn rechtspositie vereist de goedkeuring van de classis en, indien van toepassing, de generale synode.

 

B16  levensonderhoud

 

B16.1     DEP: De kerkenraad is namens de gemeente verantwoordelijk voor het levensonderhoud van de predikant. [laten vervallen: zodat de predikant zonder zorg van het evangelie kan leven.]

B16.2     De kerkelijke zorgplicht strekt zich mede uit tot het gezin van de predikant en, in geval van diens overlijden, zijn weduwe en zijn minderjarige kinderen.

B16.3     DEP: De kerken hanteren een gezamenlijk kader voor de invulling van hun zorgplicht in overeenstemming met maatschappelijk aanvaarde normen.

 

B17  arbeidsongeschiktheid

 

B17.1     Bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid van de predikant als gevolg van ziekte of ongeval worden de desbetreffende voorschriften in acht genomen.

B17.2     Bij blijvende verhindering van de ambtsdienst als gevolg van ziekte of ongeval beslist de kerkenraad over het verlenen van gezondheidsemeritaat of ontheffing van het ambt. Deze beslissing behoeft vooraf de goedkeuring van de classis.

 

B18  op non-actief stelling predikant

 

B18.1     Bij dringende noodzaak kan de kerkenraad bij wijze van tijdelijke ordemaatregel overgaan tot gehele of gedeeltelijke op non-actief stelling van de predikant.

 

B19  losmaking predikant

 

B19.1     Indien sprake is van een situatie waarin de predikant de gemeente blijvend niet meer met vrucht kan dienen, besluit de kerkenraad de predikant los te maken van de gemeente. Dit besluit behoeft vooraf de goedkeuring van de classis.

 

B20  ontheffing predikant

 

B20.2     Een predikant wordt ontheven van zijn ambt wanneer binnen twee jaar na een losmaking geen verbintenis met een andere kerk tot stand komt.

B20.8     Een predikant wordt ontheven van zijn ambt wanneer hij als gevolg van ziekte of ongeval blijvend verhinderd is het predikantschap te vervullen, maar wel andere passende arbeid kan verrichten.

B20.3     In andere gevallen kan slechts wegens gewichtige redenen ontheffing plaats vinden.

B20.4    De kerkenraad beslist over een ontheffing. Dit besluit behoeft vooraf de goedkeuring van de classis.

 

B21  schorsing en afzetting predikant

 

B21.1    Een predikant die een openbare of in ander opzicht ernstige zonde begaat, zijn ambt niet trouw bedient, in strijd handelt met het bindingsformulier dan wel het ambtelijk vermaan hardnekkig verwerpt, wordt door de kerkenraad geschorst.

B21.2    Het besluit tot schorsing behoeft vooraf de instemming van de kerkenraad van de naburige kerk.

B21.5    De kerkenraad beslist of na de schorsing afzetting van de predikant moet volgen. Dit besluit behoeft vooraf de goedkeuring van de classis.

 

B22  emeritaat

 

B22.1     DEP: De kerkenraad verleent een predikant emeritaat bij het bereiken van de daarvoor in de generale regeling predikantszaken gestelde leeftijd.

B22.2     In onderlinge overeenstemming tussen kerkenraad en predikant kan het emeritaat later ingaan. Het besluit van de kerkenraad behoeft de instemming van de gemeente.

B22.4     Bij emeritering blijft de kerkenraad van de laatst gediende kerk verantwoordelijk inzake het ambt en het levensonderhoud van de predikant. 

B22.3     Een emeritus-predikant behoudt de bevoegdheid om op verzoek van een kerkenraad het Woord en de sacramenten te bedienen of andere diensten te verrichten.

B22.6    GS: Een besluit van de kerkenraad tot emeritering behoeft vooraf de goedkeuring van de classis.

 

B5  taak van de ouderlingen

 

B5.1      De ouderlingen geven met de predikant leiding en herderlijke zorg aan de gemeente. Samen oefenen zij over de gemeente de kerkelijke tucht.

B5.2      Als opzieners waken zij over het geestelijk leven van de gemeenteleden en bezoeken hen zo vaak als nodig is, tenminste eenmaal per jaar.

B5.5      De ouderlingen en de predikant zien er samen op toe dat elke ambtsdrager zijn dienst trouw vervult.

B5.7      Op verzoek van de kerkenraad kunnen gemeenteleden de ouderlingen assisteren in hun werk.

B5.6      De kerkenraad kan onderscheid aanbrengen bij de verdeling van taken onder de ouderlingen.

 

B6  taak van de diakenen

 

B6.1      De diakenen gaan de gemeente voor in de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid in kerk en wereld. Zij stimuleren de onderlinge zorg en hulp alsook de christelijke inzet en vrijgevigheid voor anderen die hulp behoeven.

B6.2      De diakenen onderkennen in de gemeente moeiten in sociaal en materieel opzicht en bieden de gemeenteleden ondersteuning met woord en daad. Zij bezoeken daartoe de gemeenteleden. Zij verzamelen de liefdegaven, beheren die en delen die naar behoefte uit.

 

B24  roeping van ouderlingen en diakenen

 

B24.1     De roeping van ouderlingen en diakenen bestaat uit de verkiezing, de benoeming, de instemming van de gemeente en de bevestiging. De plaatselijke regeling wordt daarbij in acht genomen.

B24.2     Met het oog op de verkiezing wordt de gemeente in de gelegenheid gesteld om vooraf te attenderen op hen die geschikt worden geacht voor het ambt van ouderling of diaken.

B24.3     De kerkenraad toetst, in direct overleg met de diakenen, de geschiktheid voor de ambten en let op gegronde redenen van verhindering.

B24.4     De kerkenraad stelt ter verkiezing zo mogelijk een dubbel aantal kandidaten.

B24.5     DEP: Na de verkiezing door de belijdende leden van de gemeente vindt de benoeming plaats door de kerkenraad. Eventueel kan benoeming zonder verkiezing plaatsvinden.

B24.6     Ontheffing van een benoeming kan slechts worden gevraagd en verleend wegens gegronde redenen.

B24.7     De instemming van de gemeente wordt verkregen als de namen van de benoemde personen op twee achtereenvolgende zondagen zijn afgekondigd en er vanuit de gemeente geen gegrond bezwaar tegen hun leer of leven wordt ingebracht.

B24.8     De bevestiging vindt plaats in een kerkdienst met gebruik van het formulier.

 

B25  aftreden van ouderlingen en diakenen

 

B25.1     De ouderlingen en diakenen vervullen hun ambtsdienst drie of meer jaren, afhankelijk van de plaatselijke regeling.

B25.2     Als regel is elk jaar een evenredig deel van de ouderlingen en diakenen aftredend. Zij zijn niet direct herkiesbaar, behoudens bijzondere omstandigheden.

B25.3     De kerkenraad verleent tussentijdse ontheffing slechts wegens gegronde redenen.

 

B26  op non-actief stelling ouderlingen en diakenen

 

B26.1     DEP: Bij dringende noodzaak kan de kerkenraad bij wijze van tijdelijke ordemaatregel overgaan tot gehele of gedeeltelijke op non-actief stelling van een ouderling of diaken. Het besluit behoeft de goedkeuring van de kerkenraad van de genabuurde kerk.

 

B27  schorsing en afzetting ouderlingen en diakenen          

 

B27.1     Een ouderling of diaken die een openbare of in ander opzicht ernstige zonde begaat, zijn ambt niet trouw bedient, in strijd handelt met het bindingsformulier dan wel de kerkelijke vermaning hardnekkig verwerpt, wordt door de kerkenraad geschorst.

B27.2     Het besluit tot schorsing behoeft vooraf de instemming van de kerkenraad van de naburige kerk.

B27.3     DEP: Een schorsing geldt voor ten hoogste een periode van vier maanden.

B27.4     DEP: De kerkenraad beslist of na de schorsing afzetting moet volgen. Dit besluit behoeft vooraf de goedkeuring van de classis.

 

B28  kerkenraad en diaconie

 

B28.1     In elke kerk is een kerkenraad, die bestaat uit de predikant(en) en de ouderlingen.

B28.4     De diakenen vormen samen de diaconie.

B28.3     Ten minste tweemaal per jaar overleggen de kerkenraad en de diaconie over hun pastoraal en diaconaal ambtswerk in de gemeente en over de materiële zaken van de kerk.

B28.2     De kerkenraad rekent met de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenteleden en raadpleegt de gemeente met het oog op de hoofdzaken van zijn beleid.

 

B29  werkwijze van kerkenraad en diaconie

 

B29.1     De werkwijze van de kerkenraad en die van de diaconie en de wijze waarop zij samenwerken worden vastgesteld in een plaatselijke regeling.

B29.4     De kerkenraad en diaconie dragen beide zorg voor een goede instructie en regeling van de taken en werkzaamheden die onder hun verantwoordelijkheid in de gemeente worden verricht.

B29.5     De diaconie doet eenmaal per jaar verantwoording van haar beleid en beheer aan de kerkenraad. 

 

B30  kerkelijk werkers

 

B30.1     De kerkenraad kan een of meer kerkelijk werkers benoemen om een deel van het dienstwerk in de gemeente uit te voeren.

B30.3     De kerkelijk werkers zijn gebonden aan de leer van de Bijbel, zoals samengevat in de belijdenisgeschriften. Zij bekrachtigen dit bij de aanvaarding van hun werk door ondertekening van het bindingsformulier.

B30.2     De kerkenraad houdt zich voor wat betreft profiel, taken en positie van de kerkelijk werkers aan de generale regelingen.

 

B31  voorgaan in de kerkdiensten

 

B31.0     Een predikant mag het Woord en de sacramenten niet elders bedienen zonder toestemming van de kerkenraad daar ter plaatse.

B31.1     Aan niet-predikanten kan door de classis preekbevoegdheid worden verleend in overeenstemming met de generale regeling.

 

B32  kleine gemeenten   

 

B32.1     Indien een gemeente te klein wordt om een eigen kerkenraad te hebben, besluit de classis over de gevolgen daarvan.

B32.2     Indien in een kleine gemeente minder dan drie diakenen zijn, wonen een of meer ouderlingen de diaconievergaderingen bij met adviserende stem.

B32.4     Indien in een kleine gemeente minder dan drie ouderlingen zijn, wonen een of meer diakenen de kerkenraadsvergaderingen bij met adviserende stem.

 

B33  instituering, splitsing en samenvoeging van kerken

 

B33.1     Instituering, splitsing of samenvoeging van kerken vindt plaats krachtens besluit van de betrokken kerkenraden, na raadpleging van de gemeenten en met voorafgaande goedkeuring van de classis.

B33.2     De besluitvorming voorziet in een regeling van de gevolgen naar kerkelijk en eventueel statelijk recht.

 

BIJLAGE 3 - Startdocument D voor donderdag


D. de kerkelijke tucht

 

D1  karakter en reikwijdte van de tucht

 

D1.1 Aan de verkondiging van het Woord van God en de bediening van de sacramenten is de kerkelijke tucht verbonden.

D1.2 DEP: De tucht wordt toegepast wanneer er sprake is van ernstige zonde in leer of leven, die de eer van God tekort doet, het behoud van de zondaar bedreigt en de heiligheid van de gemeente aantast.

D1.3 De tuchtoefening draagt als kerkelijke discipline een geestelijk karakter. 

D1.4  DEP : vervallen


D2  onderling vermaan

 

D2.1 De leden van de gemeente zijn van Godswege verplicht elkaar te steunen in de strijd tegen de zonde. Zij vermanen elkaar liefdevol naar de regel die Christus in Matteüs 18 heeft gegeven.

D2.2 Wanneer het onderling vermaan tot bekering en verzoening leidt, wordt geen mededeling aan de kerkenraad gedaan.

D2.3 Leidt het vermaan niet tot bekering, dan wordt de kerkenraad ingelicht.

 

D3  middelen van kerkelijke tucht

 

D3.1 De kerkenraad gebruikt als middelen van kerkelijke tucht:

        1.  het ambtelijk vermaan;

        2.  de ontzegging van de toegang tot het avondmaal;

        3.  de inschakeling van voorbede en vermaan door de gemeente.

D3.2 Als laatste middel kan de kerkenraad overgaan tot buitensluiting uit de gemeente.

 

D4  wijze van optreden

 

D4.1 Voor maatregelen van tucht zijn zorgvuldig onderzoek en oordeelsvorming vereist. De betrokkene heeft daarbij de gelegenheid zich te verantwoorden.

D4.2 De kerkenraad is verantwoordelijk voor zorgvuldige communicatie in het proces van tuchtoefening.

 

D5  vermaan over belijdende leden

 

D5.1 De kerkenraad gaat over tot ambtelijk vermaan wanneer er sprake is van een ernstige zonde waarvan iemand zich niet bekeert.

D5.2 In het vermaan confronteren de ambtsdragers de zondaar met het Woord van God en trachten zij hem in regelmatig bezoek en gesprek liefdevol tot berouw en bekering te brengen.

D5.3 Wanneer de zondaar zijn schuld belijdt, echte tekenen van berouw toont en zich metterdaad bekeert, aanvaardt de kerkenraad daarin zijn verzoening met God en de gemeente. De kerkenraad oordeelt over de mededeling daarvan aan de gemeente.

 

invoegen tussen D5 en D6:

 

D11  afwijkende opvattingen

 

D11.1    DEP: Wanneer er bij iemand sprake is van opvattingen die afwijken van de gezonde bijbelse leer, kan de kerkenraad besluiten hem in zijn overtuiging te verdragen onder de volgende voorwaarden:

  1. hij is bereid om zich te verantwoorden tegenover de Heilige Schrift en zich daaruit te laten     onderwijzen;
  2. hij voert geen propaganda voor zijn opvattingen;
  3. hij houdt zich aan eventuele aanwijzingen van de kerkenraad;
  4. hij is niet benoembaar als ambtsdrager.

 

D6  ontzegging en afhouding van het avondmaal

 

D6.1  Wanneer iemand het vermaan van de ambtsdragers verwerpt of zich schuldig maakt aan een ernstige zonde die de gemeente dreigt te besmetten, ontzegt de kerkenraad hem de toegang tot het heilig avondmaal zolang er geen bekering volgt.

D6.2 Wanneer iemand de toegang tot het avondmaal is ontzegd, heeft hij niet het recht om een kind te laten dopen en huwelijksbevestiging te ontvangen. Ook mag hij zijn stemrecht niet uitoefenen.

D6.3 In een ernstige situatie waarover een goed oordeel nog niet mogelijk is, kan de kerkenraad iemand van de avondmaalsviering afhouden ter wille van de heiligheid van de gemeente.

 

D7  vermaan over volwassen doopleden

 

D7.1 Wanneer iemand als kind is gedoopt, maar als volwassene niet komt tot openbare belijdenis van geloof, blijven de gemeenteleden en de ambtsdragers hem daartoe stimuleren en vermanen.

D7.2 Wanneer een volwassen dooplid zich in woord en daad afkerig toont van de dienst van God, roepen de ambtsdragers hem op tot bekering.

D7.3 Wanneer hij echte tekenen van berouw toont en zich metterdaad bekeert, aanvaardt de kerkenraad daarin zijn verzoening met God en de gemeente.  De kerkenraad begeleidt hem op de weg naar openbare geloofsbelijdenis.

 

D8  voorbede en vermaan door de gemeente

 

D8.1 Wanneer een belijdend lid of volwassen dooplid ondanks het vermaan in zijn ernstige zonde blijft volharden, gaat de kerkenraad over tot publieke tuchtoefening door bekendmaking aan de gemeente. Het besluit van de kerkenraad behoeft vooraf de goedkeuring van de classis. Hierbij is artikel D4.1 van toepassing.

D8.2 Bij de mededeling aan de gemeente worden de zondaar en zijn verharding bekend gemaakt, met de oproep om voor hem te bidden en hem aan te sporen tot bekering. De kerkenraad kan deze oproep herhalen.

D8.4 Wanneer de zondaar zijn schuld belijdt, echte tekenen van berouw toont en zich metterdaad bekeert, aanvaardt de kerkenraad daarin zijn verzoening met God en de gemeente. De kerkenraad doet daarvan mededeling aan de gemeente.

 

D9  buitensluiting

 

D9.1 Wanneer een zondaar geen berouw toont en zich niet bekeert, gaat de kerkenraad over tot buitensluiting uit de gemeente.

D9.2 Het besluit van de kerkenraad behoeft vooraf de goedkeuring van de classis en de instemming van de gemeente.

D9.3 Voor de buitensluiting worden de vastgestelde formulieren gebruikt.

 

D10  terugkeer

 

D10.1    Wanneer iemand die als belijdend lid is buitengesloten, met berouw tot God en tot de gemeente terugkeert, wordt hij in de weg van openbare schuldbelijdenis weer in de gemeenschap van de kerk opgenomen. Hiervoor is de instemming van de gemeente vereist.

D10.3    Wanneer iemand die als volwassen dooplid is buitengesloten, met berouw tot God en tot de gemeente terugkeert, wordt hij in de weg van openbare geloofsbelijdenis weer in de gemeenschap van de kerk opgenomen. Hiervoor is de instemming van de gemeente vereist.

D10.2    Bij schuldbelijdenis en geloofsbelijdenis worden de vastgestelde formulieren gebruikt.

 

BIJLAGE 4 - Besluiten


Materiaal:

  1. Werkorde 1: ontwerpkerkorde met memorie van toelichting dd. december 2009;
  2. Werkorde 2: ontwerpkerkorde met memorie van toelichting dd. mei 2011;
  3. Werkorde 3: ontwerpkerkorde met memorie van toelichting dd. juni 2012;
  4. besluiten dd. 16 april 2011 en 11 juni 2011 (Acta GS Harderwijk 2011-2012 art. 25 en 26);
  5. besluiten dd. 1 juni 2012 (Acta GS Harderwijk 2011-2012 art. ..);
  6. Acta GS Zuidhorn 2002-2003 art. 19.

Besluit 1:

  1. de tekst van de herziene kerkorde voor de Gereformeerde Kerken in Nederland in eerste lezing vast te stellen;
  2. deputaten herziening kerkorde op te dragen deze tekst, voorzien van de doorlopende nummering overeenkomstig besluit dd. 1 juni 2012, aan de classes aan te bieden;
  3. de kerken te verzoeken zich op classisniveau te beraden over de tekst van de herziene kerkorde in eerste lezing en eventueel zwaarwegende consideraties omtrent deze tekst aan de eerstvolgende synode kenbaar te maken. De indieningstermijn hiervoor sluit op 1 januari 2014;
  4. te handhaven de regels van de GS Zuidhorn 2002 omtrent de vaststelling in tweede lezing, met dien verstande dat:
    1. de eerstvolgende synode de tekst van de herziene kerkorde in tweede, definitieve lezing vaststelt bij meerderheid van stemmen, na beraad over de ingebrachte consideraties;
    2. bij de vaststelling in tweede lezing amendering mogelijk is, met als voorwaarde dat de consideraties daartoe aanleiding geven. Voor het realiseren van een amendement is een gekwalificeerde meerderheid vereist van drievierde van het aantal uitgebrachte stemmen;
  5. de kerkenraden aan te bevelen zich met de gemeenten voor te bereiden op de inwerkingtreding van de herziene kerkorde na vaststelling in tweede lezing door de eerstvolgende synode.

 

Besluit 2:


uit te spreken dat tot de inwerkingtreding van de herziene kerkorde na vaststelling in tweede lezing daarvan door de eerstvolgende synode de huidige kerkorde en kerkelijke besluiten hun rechtskracht behouden.


Besluit 3:

 

deputaten herziening kerkorde decharge te verlenen.


Besluit 4:

 

deputaten herziening kerkorde op te dragen:

  1. de kerken desgevraagd te dienen met voorlichting over de in eerste lezing vastgestelde tekst van de herziene kerkorde;
  2. de eerstvolgende synode van advies te dienen over de door de classes eventueel in te dienen consideraties;
  3. de eerstvolgende synode te dienen met een voorstel met bijbehorende toelichting omtrent eventueel noodzakelijke bepalingen van overgangsrecht bij inwerkingtreding van de herziene kerkorde;
  4. de werkzaamheden uit te voeren met betrekking tot de generale regelingen, zoals reeds door de synode besloten.

Besluit 5:


aan deputaten herziening kerkorde voor de periode 2012-2014, in casu met ingang van de behandeling in september 2012 ter synode tot vaststelling van de herziene kerkorde in eerste lezing, een budget toe te kennen van € 3.000,-- per jaar (regulier) en € 6.000,-- per jaar (extra i.v.m. voorlichtingstaken en met name generale regelingen), ergo € 9.000,-- per jaar (totaal).

 

BIJLAGE 5 - Begeleidende brief bij toezending KO (17 september 2012)

 

Broeders,

 

Hierbij ontvangt u de eindversie van de herziene kerkorde in eerste lezing, zoals door de synode vastgesteld (bijlage).

Wij maken hierbij enkele toelichtende opmerkingen:

1e     De door de synode vastgestelde wijzigingen zijn in de tekst verwerkt. Wij hebben nauwkeurig gecontroleerd dat deze wijzigingen zijn doorgevoerd.

2e     Nu het Werkorde-tijdperk is afgesloten, is ook de werknummering voorbij en is de nieuwe doorlopende nummering toegepast.

3e     Wij hebben een transponeringstabel bijgevoegd waarin zowel de nieuwe doorlopende nummering als de Werkorde-nummering als de verwijzing naar de KO1978 is verwerkt. Hierdoor blijft de aansluiting met de memories van toelichting bij de Werkorde 1-2-3 zo goed mogelijk beschikbaar.

4e      Redactioneel merken wij op dat in verband met de nieuwe doorlopende nummering door ons is gesproken over de plaats van het in de WO-3 gereserveerde “artikel B7 ambt m/v”.  Door ons is dit in dezelfde vorm opgenomen als artikel B6.5. Mocht een bepaling in deze vorm in de KO opgenomen worden, dan lijkt B6.5 een geschikte plaats. Mocht een bepaling in deze vorm niet in de KO opgenomen worden, dan treedt er daardoor geen verschuiving in de doorlopende nummering op.

 

Met broedergroet,

 

namens deputaten herziening KO.

P.T. Pel