Ethiek

Synodeverslagen

Signalen

Bunschoten-Spakenburg, zaterdag 14 dec.
Bezinningsdag MVEA
Immanuelkerk, Plevier 2, 10.00-15.00 uur
info: www.bezinningmvea.nl

Emmeloord, vrijdag 24 januari
'Hoe lief heb ik uw wet'
Ds. A. Bas
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

GS Ede Verslag 03-411/RKO RvA PB

 

D.J. Bolt
22-03-14

 

Op vrijdag 14/03/14 stond een drietal onderwerpen geagendeerd:

 

- Deputaten Relatie Kerk en Overheid (RKO)

- Raad van Advies Huwelijk & Echtscheiding

- Deputaten Probleembehandeling

 

De synodevergadering wordt op christelijke wijze geopend door ds. P. Poortinga.

Dr. Voorberg leidt de vergadering.

 

Relatie Kerk en Overheid (RKO)

 

Preses

Aan de orde zijn het rapport RKO en de brief van GKv Noardburgum [vraagt de instructie voor deputaten RKO uit te breiden met deelname in de commissie Plaisier]

.

Het Justitiepastoraat bespreken we wel maar nemen pas een besluit na het besluit over Geestelijke Verzorging Militairen (GVM).

 

BESPREKING RONDE 1

 

[zie Bijlage 1 voor het conceptvoorstel]

 

Br. Kruse

Vraag over 3g. Wat is de bedoeling van die opdracht? Deputaten zijn er een beetje mee in verlegenheid. Mijn voorstel is 3g te schrappen.

 

Ds. W.L. de Graaff

Zelfde punt. Schrappen of eventueel desgevraagd. Dat laatste dan als amendement.

 

Br. Serier

Hoe stelt u zich de uitwerking van 3g voor? Het is eigenlijk wel heel mooi dat we het doen. Maar het vindt op plaatselijk niveau plaats. Daar is de relatie met de overheid belangrijker. Waarom wordt er niet verwezen naar het diaconaat?

Graag zou ik die 3j willen toevoegen om iets rond uitgeprocedeerde asielzoekers te doen. Maar er is op dat gebied zoveel te doen. Kunnen we dat wel zinvol? Daarbij moeten we ook het onderscheid tussen kerk en staat in acht nemen.

 

Br. Bakker

Besluit 3a biedt voldoende ruimte om als deputaten RKO op te roepen de zaak van vluchtelingen op humanitaire wijze te behandelen. Het is nu wel erg spaarzaam geformuleerd. Vinden we het belangrijk genoeg om dit bij de overheid aan te orde te stellen?

 

Ds. Vreugdenhil

'Denk aan de buren'. Ik heb me voorgenomen de synode er voortdurend aan te herinneren kerkelijke buren bij de zaken te betrekken en niet de dingen alleen te doen. Allereerst gaat het om CGK en NGK. Dat kan op twee manieren: in de GVM, maar die discussie komt nog, en het justitiepastoraat. In de begeleiding van de justitiepastor mist nog een verbinding met NGK en CGK. Dat is nodig voor de predikant maar ook voor anderen.

 

Br. Niemeijer

In het moderamen is afgesproken ANBI aan de orde te stellen. Daar hebben plaatselijke kerken en de landelijke organisatie mee te maken. Per 2016 gelden er nieuwe regels. O.a. moeten financiële gegevens worden gepubliceerd op de website van de kerken. Er is voor de GKv en zijn organisaties een landelijke beschikking. Maar er zijn ook allerlei andere organisaties. Vandaar de oproep: maak er werk van, anders gaan dingen mis en krijgen we bij de fiscus een minder goede naam.

 

Deputaten RKO – Prof. dr. A.L.Th. de Bruijne

Begin deze eeuw is 3g in de instructies terechtgekomen. Als eerste uitvoering zijn er regioavonden met deskundigen belegd. Maar er lieten zich weinig mensen zien. Op de vorige synode werd deze instructie toch gehandhaafd.
De plaatselijke kerken hebben de eerste verantwoordelijkheid. Ook andere instanties ontplooien activiteiten als in 3g bedoeld: GH, TUK met bijvoorbeeld de hoogleraar christelijke identiteit. Maar er zijn ook kerken en kerkenraden waar het nauwelijks speelt.

Als we 'desgevraagd' toevoegen houdt de instructie toch nog enig nut.

 

Als je hier diaconaat expliciet noemt dan moeten alle gerelateerde instanties worden genoemd en dat is niet zo zinvol. Beter algemeen houden.

 

Soms erkent de overheid een bekering van een asielzoeker niet. Dan kan de kerk aangeven dat de overheid zich vergist. Dr. Plaisier (PKN) speelt daar een grote rol in. Noardburgum heeft gevraagd om daar op in te springen. Maar dat is  geen taak voor ons, het gaat buiten onze instructie om en gaat boven onze mogelijkheden.
Wel kunnen we informeel op persoonlijke titel deskundig advies geven. Er ligt wel een vraag van PKN of de kerken toch kunnen participeren. Het gaat dan alleen om het element van bekeringen, en het eventuele recht om na te gaan of een bekering echt is en zo lidmaatschap van een kerk is verworven.

 

Besluit 3a is de klassieke hoofdinstructie. Het gaat daar niet zozeer over asielzoekers. Kerken kunnen zich wel tot de overheid richten. Er zijn talloze onderwerpen waarvoor dat zou kunnen maar we moeten er niet te snel mee zijn.

 

De begeleiding van het justitiepastoraat is heel beperkt geweest.  Er is wel een relatie met opleiding in Tilburg.

 

ANBI: wij kunnen daarop niet antwoorden.

 

Deputaten RKO – Ds. De Rijke

GS 2005 besloot tot de instelling van een justitiepredikant en geestelijke verzorging in instellingen. Er zijn daarvoor gegadigden geweest maar die zijn te licht bevonden. Later werden toch een tweetal gevonden, ds. G. Kloppenburg (Almere) is het geworden. Geestelijke verzorging militairen is heel anders gelopen.

Er is maar een beperkte begeleiding. Is het mogelijk daar een commissie voor in te stellen? Want er is niet zoveel kennis over justitiële inrichtingen. Maar een commissie is misschien nu overdone. We proberen kennis op te bouwen.

 

AMENDEMENTEN

 

Ds. W.L. de Graaf

'desgevraagd' bij 3g toevoegen.

 

Ds. Van der Schee

In 3a achter 'onder meer' toevoegen 'bij ernstig onrecht'. We moeten wennen aan het idee dat we in Den Haag een regiem zouden kunnen hebben.

 

Preses

'desgevraagd' is overgenomen door deputaten.

 

Br. Kruse

3g schrappen, om misverstanden te voorkomen.

 

BESPREKING RONDE 2

 

Ds. Sytsma

Ik ondersteun amendement van Van der Schee. Het is nodig bij de strijd tegen onrecht stil te staan.

 

Ds. De Boer

Vraagje: ernstig onrecht, 'of' of 'en'?

 

Br. Niemeijer

Hoe sympathiek ook, de toevoeging is te onbepaald. Waar gaat het om? Maatschappelijk onrecht, gerechtelijke dwaling, etc.?

 

Deputaten RKO – Prof. De Bruijne

Het gaat over de relatie kerk en overheid. Het moet een overheidszaak zijn. Het is verbonden aan de klassieke opvatting: openbare aantasting van Gods naam, dan heeft de kerk een taak om publiek de naam van God te eren. En ook als het gaat om bedreiging van de vrijheid van godsdienst. Dan zal  gewezen moeten worden op de roeping van de overheid.
Het is de taak van de overheid om recht te doen maar de toevoeging doet ons op  gladder ijs begeven. De instructie wordt breder dan de klassieke fundering. De confessie spreekt over kwaad beteugelen. De instructie moet zoveel mogelijk de structuur kerk - overheid behouden.

 

Ds. Van der Schee

De voorzin geldt nog steeds: de publieke zaak die kerk en leven van christenen raken. Het gaat niet alleen om vluchtelingen, maar ook om dat de zorg gesloopt wordt. Dat raakt het functioneren van de kerk. De overheid is breder dan de uitvoerende macht.

En, moet je de klassieke relatie kerk - overheid wel handhaven? Wat moet je doen als de overheid zich als regiem gaat gedragen?

 

STEMMING

 

Amendement Van der Schee: O00V34 aangenomen.

Amendement Kruse: O00V08 verworpen.

 

Besluiten 1-4: Met algemene stemmen aangenomen.

 

Raad van Advies inzake Huwelijk en Echtscheiding

 

[zie conceptvoorstellen Bijlage 2]

 

Preses

Nu eerst nog niet zaak van huwelijk en samenleven

 

BESPREKING RONDE 1

 

Ds. Sytsma

Het empirisch onderzoek naar de echtscheidingsproblematiek binnen de GKv was frustrerend en erg teleurstellend. Op deze manier zijn er geen betrouwbare gegevens te verkrijgen. Moet er alsnog een onderzoek komen? Hoe belangrijk vinden de deputaten deze informatie zelf? Ik pleit ervoor deze gegeven boven water te krijgen. Er zitten ook veel praktische kanten aan.

 

Deputaten RvA – Ds. H.J. Siegers

Het onderzoek stelde ons erg teleur, het was een desillusie. Zo kun je geen cijfers krijgen. We willen het best nog eens proberen als de synode het wil. Het is waardevol genoeg.

 

We hebben met plezier het werk gedaan hoewel het wel om trieste zaken gaat. Kerkenraden werken nu gemakkelijker met de synode uitspraken. Er spelen nu meer zaken van praktische aard.

 

Wie heeft in besluit 4a de zin 'Ook zal de RvA de kerkenraden blijvend informeren omtrent de uitgangspunten en richtlijnen inzake huwelijk en echtscheiding' zo toegevoegd? Maar die zijn al tig keer toegelicht en dat is niet meer nodig. Ze zijn bekend bij de kerkenraden.

 

Preses

Wat zijn de kosten van zo'n onderzoek?

 

Deputaten RvA – Ds. Siegers

Misschien 1500 euro? Moeten we met F&B overleggen.

 

AMENDEMENTEN

 

Ds. Sytsma

Het is van belang om wel de informatie boven water te krijgen. Maar het is lastig om dit in een amendement te gieten. Daarom geef ik in overweging het onderzoek opnieuw te doen.

 

Ds. Van der Schee

'blijvend' wordt 'blijven' in 4a tweede lid.

 

Ds. Vreudenhil
'd' van 'blijvend' kan weg.

 

Deputaten RvA – Ds. Siegers

Sytsma's suggestie is heel waardevol. Dan zal het wel uitgebreider moeten.

 

Preses

Het amendement wordt dan een apart besluit. Maar denk wel aan de financiële consequenties

 

BESPREKING RONDE 2

 

Br. Kruse

Suggestie: doe het onderzoek in overleg met het Praktijkcentrum.

 

Br. De Vries

Wat levert het onderzoek op boven wat er nu al wordt aangereikt?
Een goed empirisch onderzoek lukt niet voor 1500 euro.

 

Br. Serier

Naar het Praktijkcentrum uitstekend! Een vooronderzoek alleen al kost 1500 euro. Een echt onderzoek meer dan 10.000 euro.

 

Ds. Boerma

Waarom willen we het onderzoek eigenlijk? Er komt geen scheiding minder door. Suggestie: laat het door een paar HBO-studenten doen.

 

Ds. Van der Schee

Als je het doet doe het dan ook goed en steek er geld in.

 

Br. Poutsma

Wat is de doelstelling? Er is best wel goede ervaring met het doen van dit soort onderzoeken.

 

Ds. Vreugdenhil

Komen er ook gronden bij het nieuwe voorstelamendement? Die moeten wel meegegeven worden. Doe het onderzoek niet via Praktijkcentrum maar doe een klein onderzoek.

 

Br. H.H. Bouma

Goed doen of niet.

 

Ds. Sytsma

De opmerking over het Praktijkcentrum is wellicht overbodig, het ligt voor de hand.

Wat voegt het onderzoek toe? Voor de gronden zie blz. 5 van het rapport. Het doel is daar al aangegeven. Het is nog steeds nuttig. Er zitten enorm veel praktische kanten aan. Het  dient de kerken. Harde feiten geven veel inspiratie en huiswerk.

Er moet wel iets in opgenomen worden over het budget.

 

Deputaten RvA – Ds. Siegers

Als de opdracht gegeven wordt moet rekening met de financiën worden gehouden. Deputaten houden zich aan het budget. Met HBO studenten hebben we het al geprobeerd maar het liep op niks uit. Voor wat we willen weten: zie het rapport, de vraagpunten zijn door de synode gegeven. Als kerken kun je zien waar we samen mee te maken hebben.

 

Preses

Amendement/besluit Sytsma:
Besluit: “onderzoek de mogelijkheid om effectief empirisch onderzoek te doen en indien dat positief uitvalt doe dat dan ook” (formulering komt; let op budget –formuleer een maximum-/gronden blz.5 deputatenrapport/besluit Harderwijk)

 

STEMMING

Amendement Sytsma: O00V11, verworpen.

Voorstel: Met algemene stemmen aangenomen.

 

Preses

Hartelijk dank aan de deputaten voor hun werk.

 

Huwelijke en relatievorming

 

[Zie Bijlage 3a?? voor de conceptbesluiten]

 

Preses

Het is een boeiend rapport, er is al veel over gezegd in de wandelgangen. Een noviteit is 'huwelijk in bijbelse zin'. Er is van het werk van de 'denktank' met veel interesse kennis genomen, hoewel de deputaten het onderling niet eens zijn geworden. Er zijn verschillende vragen gesteld, die worden hier nu mondeling beantwoord.

 

Deputaten H&E – Prof. dr. A.L.Th. de Bruijne

Laten we ons nu concentreren op de kwestie zelf.

 

Preses

Een commissie uit de synode heeft een stuk aangeleverd. [zie Bijlage 3b??]

 

Commissie – Ds. S.W. de Boer

Het stuk moet de discussie dienen. Alle opties zijn nog opengehouden.

 

BESPREKING RONDE 1

 

Br. De Vries

Het is een heel mooi rapport. De oorspronkelijke opdracht was een antwoord te geven op een vraag van een Particuliere Synode. Kunnen we niet een voorlopig antwoord geven?

 

Br. Niemeijer

Er staan in het rapport veel waardevolle argumenten. Maar we hechten als gereformeerden toch zeer aan de publieke taak overheid, en daarom aan het publieke huwelijk. Zoals de overheid dat nu invult geeft ons dat moeite. Maar is dat voldoende reden de staatinrichting overhoop te halen?

 

Ligt er niet een te sterke nadruk op het geregistreerde partnerschap (GP)? Het was oorspronkelijk bedoeld een mogelijkheid voor homoseksuelen te scheppen. Nu al suggereert het notariële broederschap het weer af te schaffen.

 

Wij moeten dit  niet als vrijgemaakten alléén doen. En zelfs niet beperken tot NGK en CGK, maar de 'Woerdense groep' er bij betrekken, en eigenlijk nog breder. En absoluut niet alleen ruimte scheppen voor de GKv.

 

Ds. Van der Schee

Ik heb erg veel respect voor het kwalitatief hoge rapport.

Het beleid in besluit 1 en 2 steun ik.
Het burgerlijk huwelijk is eigenlijk een GP geworden, het echte huwelijk wordt in de kerk gevonden. Maar wat zijn de juridische consequenties? Kun je bij een burgerlijke rechter je beroepen op kerkelijke beloften?

 

Br. H.H. Bouma

Is de vraag van de Particuliere Synode nu door de praktijk ingehaald? Waar hebben we het over? We moeten er wel iets aan doen.

 

Br. Van Oudheusden

Als br. Bouma, de ontwikkelingen gaan snel. We moeten samen met orthodoxe kerken iets doen.

 

Ds. Van Wijnen

Ik vind deze gang van zaken wat onbevredigend. Ik begrijp van de commissie dat er heel verschillende visies zijn. Maar dat kunnen we niet naar de toekomst bonjouren. We moeten ons er op zin minst over buigen.

Concrete vraag: Als we doorschuiven, hebben we dan het idee dat nadere studie en overleg ons verder brengt? We moeten de knoop doorhakken.

 

Ds. L.W. de Graaff

Ik heb waardering voor het rapport en heb verscheidene keren met GP te maken gehad. We hebben daarvoor beleid gemaakt.

Een van de verschillen tussen het huwelijk en het GP is dat kinderen niet automatisch van beide partners zijn. Het ja-woord kan worden gegeven, een GP kun je kerkelijk bevestigen, zie Zoetermeer, zo'n plechtigheid kan vóór de sluiting van het huwelijk plaatsvinden. Dat kan bijvoorbeeld ook in de burgerlijke gemeente Hattem. Het verschil tussen huwelijk en GP is nog kleiner dan in rapport wordt aangegeven.
Kerkenraden wachten  op de synode. Moeten ze nog weer drie jaar wachten? Is het niet zinvol een beetje richting geven? Daarom wil ik een besluit toevoegen per amendement.

 

Br. S. de Vries

Het is een zeer waardevol rapport. Maar moeten we het voorstel volgen zoals dat nu op tafel ligt? Dat is geen goede weg.

Er wordt wat te lichtvaardig over GP gesproken, want er zijn nogal wat verschillen. En misschien moeten we ook eerder spreken over 'een kerkelijk huwelijk'.

 

Ds. W.L. de Graaff

Ik ben wel blij met een 'huwelijk in Bijbelse zin'. Het geeft aan hoe je als christenen verder gaat in je huwelijk. De kerkelijke bevestiging wordt steeds belangrijker.

Van praktisch belang is, hoe je met broeders en zusters omgaat die niet trouwen voor de wet. Laat je die wel in de kerk trouwen? Het burgerlijk huwelijk is niet een wet van meden en perzen voor alle tijden.

 

Deputaat RvA – Ds. Siegers

Het aantal GP neemt toe. Wat moeten kerkenraden daar mee? Er wordt heel veel beweerd, zoals intrekken van het GP. Maar we hebben er nu mee te maken. Je kunt nu al als kerkenraden met de besluiten en hun gronden aan de slag en beleid maken. Zo adviseren we de kerkenraden ook. 

 

Er was veel commotie in Zuidhorn over de nieuwe lijn. We hebben met CGK en NGK overlegd en konden toen verder. Wel hebben we als GKv ook eigen besluiten genomen m.b.t. huwelijk en echtscheiding. We moeten zelf de verschillen wegen en zien hoe belangrijk ze zijn. Bij nieuwe afspraken moeten we zo dicht mogelijk bij het burgerlijk huwelijk uitkomen.

 

Deputaat RKO – Prof. De Bruijne

Kerken van de reformatie belijden dat de kerk en de overheid elk een onderscheiden taak hebben. De kerk moet zich niet op terrein van de overheid begeven zoals de Roomse kerk. Destijds was dat vanzelfsprekend en zo werd ook stelling genomen tegen de dopersen.

In het verleden werd de structuur van het leven door de overheid gerespecteerd. Abraham Kuyper noemde dat algemene genade. Daar wordt nu aan gemorreld. Wie bewaakt nog de structuur van het huwelijk? Kunnen we dit nog wel overlaten aan de overheid?

Het gaat om wat de Bijbel definieert als huwelijk. Dat staat op het spel, wie bewaakt dat? Een deel van de deputaten zegt: dat moet de kerk doen. Daarmee gaan we over op wat we vroeger als een dopers spoor zagen: het leven is alleen maar veilig in de context van de kerk. Er is nieuwe bezinning nodig.

 

De vragen van Friesland zijn beantwoord in het rapport. Er is een uitgewerkte regeling voor GP en voor  samenleven. Wie wil kan er mee aan het werk. In de praktijk is er al door talloze kerken zelf beleid gemaakt. Vaak is er een soepele omgang met vormen van samenleven. Maar input van de synode zal richting moeten geven aan het werk van de nieuwe commissie.

 

Het lijkt me niet dat beloften van de kerk gedaan, voor de rechter gelden. Maar dat is ook niet onze insteek. We willen alleen maar als kerk de christelijke stijl in het huwelijk hooghouden.

 

We relativeren zelf ook het burgerlijke huwelijk. De omgang met GP en samenleven wordt veel gedifferentieerder. Misschien kunnen we elkaar vinden op het diepere niveau van de verhouding tussen kerk en staat.

 

Ds. De Boer

Het rapport wijst een richting die leidt tot regelgeving. Daarop was kritiek door een deel van de deputaten en de commissie. Er zitten haken en ogen aan. We moeten beseffen wat een Bijbels huwelijk is. In grond 3 staan heel waardevolle dingen. Elementen uit het rapport kunnen we wellicht gebruiken.

 

Deputaten RKO – Br. E. van Middelkoop

Ik stem in met De Bruijne. Het huwelijk in Bijbelse zin is moeilijk te combineren met het burgerlijke huwelijke burgerlijk. Het institueren van 'een huwelijk in Bijbelse zin' is zeer onverstandig. Dan maak je een denkfout.
En zo'n huwelijksluiting zal nooit door de overheid worden erkend.

 

Deputaten RKO – Br. R. de Boer

Steeds is gezegd: een notaris sluit geen huwelijk, zelfs als de teksten gelijkluidend zijn. Als het  GP wordt ingevoerd komen er toch steeds weer andere vormen. De vraag is hoe je daar mee om moet gaan.

 

AMENDEMENTEN

 

Ds. L.W. de Graaff

Besluit:

  1. in afwachting van een definitief besluit inzake de verschillende samenlevingsvormen de kerkenraden op te roepen erop toe te zien dat bij het aangaan van een geregistreerd partnerschap de betreffende man en vrouw elkaar trouw beloven voor het leven, alsook dat de man juridisch de positie van vader krijgt in het geval er kinderen worden geboren;
  2. dat de kerkenraden intussen zullen vasthouden aan het burgerlijk huwelijk als de meest aangewezen vorm van huwelijkssluiting.

Gronden:

  1. de kerken krijgen in toenemende mate te maken met het geregistreerd partnerschap ook al wijzen kerkenraden op het burgerlijk huwelijk als de meest aangewezen vorm van huwelijkssluiting;
  2. er is de mogelijkheid om het geregistreerd partnerschap aan te vullen met bepalingen die passen bij het kerkelijk spreken over het bijbelse huwelijk.

Ds. Van der Schee

Ik heb een ordevoorstel. Dit onderwerp is nu nog niet toe aan besluitvorming.

Het is een tamelijk grote zaak die vraagt om ruimte voor serieuze bezinning. Sommigen willen concreter sturen soms in samenwerking met kerken. Ik heb geen amendement als het ordevoorstel wordt verworpen. Laten we later verder doorspreken.

 

Preses

Uitstel stuit niet op bezwaar van de deputaten. Maar het hoeft ook niet van hen, het kan nu ook wel tot besluitvorming komen. De voorstellen zijn breed geformuleerd, je kunt er toch haast niet tegen zijn. Bijvoorbeeld besluit 1 is geen uitspraak maar een studieopdracht waarmee je nog elke kant op kunt.

 

BESPREKING ORDEVOORSTEL

 

Ds. Van Wijnen

Ik mis even dat de inbreng van de synode het volle pond krijgt. Er zijn wat hap snap opmerkingen gemaakt. Maar dat is geen serieuze bespreking van het rapport.
Met grond 3 worden de kerken enigszins het bos in gestuurd. Ik wil graag verder doorspreken.

 

Br. Niemeijer

Ik steun Van der Schee. Met M/V kunnen we een waterscheiding overgaan. Met deze zaak van het huwelijk ook. Dat is geen zaak van een uurtje praten en dan beslissen. Een vervolg opdracht aan deputaten zou toespitst kunnen worden.

 

Br. Kruse

Het zou helpen als we aangeven wat we  nu precies beogen. Wat voor bezinning we willen, ik ben een beetje de weg kwijt. Het is moeilijk om tegen uitstel te zijn omdat het de makkelijke weg is.

 

Ds. Vreugdenhil

Er zijn twee elementen om het uit te stellen: de diepe denklijn van het eigen huwelijksrecht, en hoe ga je om met GP, etc. Daar moeten we nog iets meer over zeggen. Ik ga voor uitstel.

 

STEMMING

 

Ordevoorstel: O05V21T09, aangenomen.

 

Preses

Op een later tijdstip wordt op het onderwerp teruggekomen.

 

Rapport deputaten probleembehandeling

 

[Conceptbesluiten en instructie, zie Bijlage 4]

 

Deputaten PB – Ds. C. van der Leest

De functie probleembehandeling zal blijven bestaan. Ook hier zijn doorns en distels. Laatste jaren zijn er nieuwe ontwikkelingen. De problemen lijken toe te nemen. Gemeenten kijken kritischer naar hun predikant. Dat is niet negatief maar wel lastig. We zijn normalere kerken geworden, met meer verscheidenheid. Niet meer koekoek één zang. Dat is iets positiefs, maar vraagt van predikanten veel meer stuurmanskunst. Het geeft behoorlijk wat stress. Ook bekwame predikanten vallen somt terug op overleving. Het is niet allemaal zo opbouwend.

 

Wat willen we bereiken? Neurotische ellende in gewone ellende omzetten. Leven met het onvolkomene. Gemeenten vinden het ook lastig. Je moet het maar met de predikant doen. Soms kunnen we de ontmoedigde predikant wat perspectief bieden.

 

Het Praktijkcentrum is ook een speler op dit terrein, gericht op toerusting en gemeenteopbouw. Dan komen er misschien minder problemen.

SKW is gericht op personeelsbeleid. Ik heb samen met br. Lok aan de wieg daarvan gestaan. Er zijn geweldig veel mooie dingen opgebouwd. We zijn bezig met een nieuw project. We willen huisbezoek aan de gemeente brengen en gesprekken met alle officials. Kunnen we meer begeleiding toepassen? We verwachten daar veel van. Het kan heel erg preventief werken.

Wíj werken meer curatief. Maar er zijn geen waterdichte schotten tussen ons en hun werk. Op ons werk moet vaak nog een vervolg komen. Misschien moeten we ons richten op een geïntegreerde aanpak.

 

Geregeld overleg met de drie instanties is nodig. De Raad van Advies doet de afstemming in de praktijk. We denken er over na hulp en begeleiding bij de opleiding beter te organiseren.

 

We zijn blij met het beroepsprofiel van de predikantenvereniging. Uiteraard kent het profiel beperkingen. Het is een descriptieve functie, geeft een status-quo. Het beschrijft uitgebreid de ideale predikant maar er kunnen eigen accenten worden gelegd en bewust keuzen gemaakt. Je kunt ook groeien in een bepaalde richting.
We willen ook een opleidingsprofiel want er valt altijd wel iets te verbeteren in Kampen.

 

Met het beroepsprofiel kan de predikant ook aan zelfreflectie doen, eventueel samen met zijn collegae. Het kan dienen in functioneringsgesprekken en als kader voor een assessment bijvoorbeeld.

 

BESPREKING RONDE 1

 

Ds. L.W. de Graaff

Vraag op onderdeel d van de instructie. 'Voor het geval er problemen zijn…'. Het viel op dat niet aangegeven wordt wie vaststelt dat er problemen zijn. Daar moet iets aan worden toegevoegd.

 

Br. Van Arkel

Het rapport stelt op pag. 5: 'De door de GS gehanteerde introductie van het deputaatschap binnen de kerken is nadelig voor de uitwerking van de taak van het deputaatschap'. Komen we deze zin op de volgende synode niet nog weer tegen?

 

Ds. W.L. de Graaff

Besluit 3c is gewijzigd, daar kan ik mee leven.

Besluit 5: wat zeggen we daarmee? Waarom daar iets over besluiten?

 

Br. De Vries

Wordt er in het voortraject van de predikantsopleiding wel voldoende gesproken over de geschiktheid voor het ambt? Dat is belangrijk om problemen te voorkomen.

Besluit 3: Woorden er weer tussen zetten zoals op pag. 11 van het rapport.

 

Ds. Sytsma

Er is een groot verschil tussen het deputatenvoorstel en het voorliggende. Waar komt dat verschil vandaan? Waarom is het zo anders? Heeft het er mee te maken dat de predikant niet meer expliciet wordt genoemd?

 

Ook hulpverlening zou zo toegankelijk mogelijk moeten zijn, maar moet het deputaatschap dan ook niet anders heten?

 

Instructie d: 'dringend advies' of 'verplichting': is het voorstel zo als het er ligt wel sterk genoeg geformuleerd?

 

De vertrouwenscommissie van de synode, wat is dat?

 

Ds. De Rijke

Hoe gaat het als ik geen problemen heb maar wel advies wil, eventueel begeleiding?

 

Br. Kruse

Ik ben verontrust over het woud van regelingen, begeleiding, advies en probleembehandeling. Zijn er nog grenzen aan deze gremia? Moet er misschien nog een raad van advies bij of boven? Maar wat voegt dat dan toe? Het is bijna niet mogelijk voor een kerkenraad hier wijs uit te worden, het is te ingewikkeld.
Voorstel: zou het niet mogelijk zijn predikanten in dienst van het landelijke kerkverband te nemen? Wat zijn de voor- en nadelen van zo'n systeem?

 

Deputaten PB – Ds. Van der Leest

Het voorstel Kruse is voor deputaten Kerkorde. Binnen de Raad van Advies worden ook wel dit soort uitspraken gedaan. Bijvoorbeeld, het fenomeen van ruiling van predikanten is nu een moeilijke zaak, door o.a. salarisschalen. In zo'n systeem zou het zoveel gemakkelijker zijn.

 

Het probleem bij wie men zich moet vervoegen wordt al in het besluitvoorstel benoemd. Over één loket gaan we nadenken. De meeste vragen komen nu bij SKW terecht en die verwijzen weer door naar ons. Er zijn maar drie clubs maar één loket zou niet onaardig zijn.

 

In besluit 3 worden de predikanten niet genoemd. Daar zou wel iets vóór zijn.

 

Punt d van de instructie. Wij gaan niet de gemeente in op basis van wat gemeenteleden ons schrijven. Dat is geen begaanbare weg. De visitatoren hebben hierin een heel belangrijke taak. En de classis krijgt een beeld van de gemeente. Dan krijgen we van de classis/visitatoren advies om er eens naar toe te gaan. Daar beroepen we ons dan ook op.

 

Bij de vorige synode moesten we nog opstarten. We hebben heel veel vergaderd over hoe je de dingen aanpakt. Nu is er meer zicht op gekomen en is het tijd om het deputaatschap meer body te geven.

 

'Dringend advies' of verplichting. Dat wordt door de grenzen van het kerkrecht bepaald. Het houdt verband met het soort kerk, bijvoorbeeld een kerk met afdelingen. Zo werkt het bij de PKN maar niet in de GKv. Maar we vertrouwen erop dat een dringend advies wel een vervolg krijgt en kunnen daar een steun in de rug bij bieden. 

 

Het beroepsprofiel is belangrijk en eveneens als de beroepscode eigendom van de Predikantenvereniging. Daar kunnen de deputaten ruggensteun aan geven. Je kunt dat ook als een officiële ijking de kerken in brengen.

 

Over de opleiding aan de TU gaan wij niet. Tijdens de master opleiding zijn er ijkpunten voor geschiktheid. Het blijft lastig. Je moet de jongens ook de kans geven om zich te ontwikkelen. Wel een soort assessment doen maar helemaal dichtgespijkerd krijg je het nooit. Maar dat leeft ook in Kampen en in het Praktijkcentrum wordt daar ook kritisch naar gekeken.

 

De vertrouwenscommissie is door de synode aangesteld, voorzitter is ds. Tigelaar. Je kunt openhartig over een behandeling praten zonder dat dat direct getraced kan worden.

SKW is er voor advisering van kerkenraden en predikanten. Sietske van Delden fungeert als een soort  'bisschoppelijke biechtstoel'.

 

Adviseren of verplichten. Het wordt heel moeilijk als een assessment aangeeft dat een kandidaat ongeschikt is  maar de classis dat naast zich neerlegt. Maar verplichten, kan dat wel kerkrechtelijk?

 

Ds. Tigelaar

De vertrouwenscommissie spreekt ook met deputaten. Wij concluderen dat het deputaatschap een hele belangrijke functie in het kerkverband heeft.

Deputaten worden wel regelmatig te laat ingeschakeld. Dat onderstreept dringend om de deputaten vroegtijdig bij problemen te betrekken.

 

Instructie punt d: Dat gaat over bevoegdheid wanneer ze gevraagd zijn geworden. Via punt a zijn de problemen al aangegeven.

 

Ds. Vreugdenhil

Voor de veranderingen in de tekst neem ik alle verantwoordelijkheid op me. Het had alleen te maken met technische zaken.
 

In besluit 3 moet 'de predikant' worden toegevoegd.

 

Ds. Van Wijnen

Wanneer besluiten worden veranderd moet dat wel duidelijk worden aangegeven.

 

Preses

Daar zullen we ons op bezinnen in het vervolg.

 

AMENDEMENTEN

 

Ds. L.W. van de Graaff

Aan d toevoegen: 'voor het geval dat de kerkenraad aangeeft dat er problemen zijn ten aanzien van het functioneren van zijn predikant'.

 

Ds. W.L. van der Graaf

Bij 5 toevoegen: 'met instemming kennis te nemen van het feit dat de Predikantenvereniging/cgmv een “beroepsprofiel gemeentepredikant” heeft opgesteld.

 

Ds. De Rijke
De naam van het deputaatschap te wijzigen in 'deputaatschap Bemiddeling en Begeleiding.

 

Ds. Poortinga

Aan het assessment wordt enorm veel waarde gehecht. Dat is zeer vergaand. Kan daarmee later in de gemeente de geschiktheid nog eerlijk worden beoordeeld?  Het gaat heel ver. Moet ik bijvoorbeeld adviezen opvolgen om mee gaan doen met de 'vierde musketier' over drie jaar? Een predikant kan toch ook tegen de stroom in moeten roeien? Daarom een amendement bij a3/d:

'Voor het geval er problemen zijn bij de kerkenraad ten aanzien van het functioneren van een predikant,  kan het deputaatschap de predikant dringend adviseren mee te werken aan een onderzoek naar de competenties van de predikant, zoals die vereist zijn in de actuele werksituatie.
Samen met de predikant zal het deputaatschap een traject van coaching en scholing voorstellen aan de kerkenraad.
Bij de kerkelijke besluitvorming zullen de resultaten van scholing en coaching en een advies van het deputaatschap richtinggevend zijn.'

 

BESPREKING RONDE 2

 

Ds. Vreugdenhil

Amendement van W.L. de Graaff over beroepscode en -profiel moet wel dezelfde waardering krijgen zoals die eerder is gegeven.

 

Ds. Sytsma

Het zou jammer als het amendement W.L. de Graaff zo wordt aangenomen.

 

Br. Poutsma

Wat zijn de consequenties van Poortinga's amendement precies?  Het gaat over werkgever, werknemer, scholing, coaching. Maar er moet meer aan de hand zijn dan twijfels. Het assessment dient om inzicht te krijgen als er echt problemen zijn en om na te gaan waar sterke en zwakke punten zitten, waar ondersteuning nodig is. Om zo positief verder te komen. Assessment is normaal bij nieuwe stappen in een loopbaan.

 

Ds. Tigelaar

Amendement L.W. de Graaff. De kerkenraad moet het probleem aanbrengen. Maar de predikant wordt niet meer genoemd. De open formulering in het deputatenvoorstel is beter.

 

Voor het beroepsprofiel moeten we aansluiten bij de formulering van de vorige synode. Het amendement W.L. de Graaff voert er verder van af.

 

Amendement Poortinga. Deputaten hebben een acterende rol, er zijn nog stappen te nemen als er problemen zijn. Dan moet tot assessment kunnen worden gedwongen.

 

Br. Serier

Probleembehandeling is noodzakelijk. Maar sluipt het management denken niet de kerken in? Het gaat over 'management van de gemeente', assessment, competentie. Daar zit een humanistische filosofie achter. Waar is het geestelijk karakter van de dienst gebleven?

We moeten voorzichtig zijn met dit in te voeren. Het risico is dat we de geestelijke status als kinderen van God kwijtraken. Gaven en talenten, die zijn nodig in de gemeente. Is dat niet wat anders dan (het ontwikkelen van) competenties? Zouden we ons niet moeten ontsmetten van allerlei management termen?

En wie kan deze probleembehandeling aanvragen? Kerkenraad, predikant of ook de gemeente? We dienen alert te zijn op dit punt.

 

Br. Kruse

Deputaten denken na over mijn punt en daarom trek ik mijn amendement in.

Ook de kerkenraad zou kunnen worden onderworpen aan een assessment.

 

Ds. De Boer

De rechtspositie van de predikant wordt in Poortinga's amendement nog meer ondergraven. Kan een predikant een dringend advies weigeren? Dat is er toch alleen als er al iets behoorlijk is vastgelopen?

 

Deputaten PB – Ds. Van der Leest

Ik ben blij met Vreugdenhils spreken over de code en het profiel.

 

In d kan het behalve om problemen met de predikant ook gaan om problemen met de kerkenraad. Dat willen wij bepalen en nagaan wat in deze situatie wijs is. Misschien moet de kerkenraad inbinden.

 

Assessment is niet een absoluut instrument om geschiktheid vast te stellen. Want er moeten ook gesprekken gevoerd worden over geestelijk aspecten. Dat is een wezenlijk onderdeel.

 

Deputaten PB – Br. Feenstra

Assessment is bedoeld om te voorkomen dat problemen steeds terugkeren. Hoe kom  je achter het risico daarop. Assessment heeft echter maar een beperkte waarde. Het werkt slechts in 50 á 60 procent van de gevallen.

We vragen ons af of de predikant elders weer aan de slag kan. Of bepaalde moeiten in het functioneren bijvoorbeeld door scholing kunnen worden opgelost.

 

Het probleemveld is niet de ambtsvisie, de theologie, de problemen hebben eigenlijk altijd te maken met empathie, communicatieve vaardigheden. Aan een aantal zaken kun je professioneel laten werken. Maar dan weet je nog niets over het geestelijk karakter, de omgang met stress, integriteit. Die kun je eigenlijk niet meten. Daarvoor zijn gesprekken nodig. Een 360-graden-profiel maken. Wat zijn sterke en zwakke punten. Het gaat nooit om geschikt of ongeschikt maar om zaken die minder goed zijn waar je soms iets aan kunt doen. Soms ook niet, zoals aan gebrek aan empathie. Maar dan is wel begeleiding en advies mogelijk.

Het kan ook heel bevrijdend werken als er een andere gemeente wordt gezocht.

 

Ds. L.W. de Graaff

Het gaat me om de rechtspositie van de predikant. Als wat in 3a staat ook geldt voor 3d dan OK.

 

Ds. Poortinga

Het deputaatschap heeft een heel erg sterke positie, het oordeelt over, het geeft een  dringend advies. Maar assessment voor geschiktheid staat aan het begin. In d gaat het over een latere fase. Ga niet zover dat een deputaatschap een oordeel geeft over de geschiktheid voor een vervolgtraject. We moeten niet in die fuik zwemmen. Je maakt predikanten vogelvrij, ook hen die problemen hebben.

 

Ds. W.L. de Graaff

'Met instemming' blijft staan. Er moet ruimte zijn voor verandering door de Predikantenvereniging.

 

Deputaten PB – Ds. Van der Leest

b,c,d worden a1, a2, a3. Daarmee is het amendement L.W. de Graaff overgenomen.

 

Amendement Poortinga. Het zal een belemmering voor het werk betekenen als de predikant tegenstribbelt. Laat de bevoegdheid bij ons. Natuurlijk proberen we de predikant mee te krijgen en tot een gezamenlijk voorstel met de kerkenraad te komen. Maar we moeten geen weggetjes versperren.

 

STEMMING

 

Amendement W.L. de Graaf: O00V08, verworpen.

Amendement De Rijke: O00V27. aangenomen.

Amendement Poortinga: O00V05, verworpen

Besluiten: Met algemene stemmen aangenomen.

 

Tussendoormapje

 

[Aangezien er nog vergadertijd over was kwamen een aantal zaken uit het zgn. tussendoormapje aan de orde. Daar wij niet van te voren kennis konden nemen van deze informatie was de bespreking nauwelijks of niet te volgen. We zien er daarom vanaf om te pogen hier een verslag te geven hoewel het best over interessante informatie ging] 

 

Mededelingen

 

Preses

Er is overleg geweest tussen het moderamen van de synode en moderamen van de Landelijke Vergadering van de NGK. Ds. Sinia namens de CCS  en ds. Messelink en ds. Schelling namens de DKE waren er ook bij aanwezig.
Het was een aangenaam gesprek. Hun brief komt na onze sluitingsdatum. We moeten ons er nog op bezinnen hoe daar mee om te gaan.

 

Br. Niemeijer

Er is ook gesproken over wederzijdse karikaturen.

 

Bijlagen

 

BIJLAGE 1Conceptbesluiten RKO (moderamen versie)

 

Materiaal

rapport van deputaten relatie kerk en overheid (RKO) (10-10-2013)

brief van de Gereformeerde Kerk te Noordbergum, waarin ze vraagt de instructie van deputaten uit te breiden met de opdracht om te participeren in het interkerkelijk overleg ter ondersteuning van asielzoekers bij hun processen bij de overheid.

 

Besluit 1:

deputaten relatie kerk en overheid decharge te verlenen.

 

Besluit 2:

de preses van de generale synode te benoemen tot titulair voorzitter van het deputaatschap voor de relatie kerk en overheid, en hem de bevoegdheid te geven, in overleg met de andere deputaten, deel te nemen aan het publieke debat zoals dat het Interkerkelijk Contact in overheidszaken (CIO) voor ogen staat en eventueel ook tot publieke standpuntbepaling namens onze kerken te komen.

 

Daarnaast behoort tot zijn taak:

  1. op uitnodiging van de overheid de kerken te vertegenwoordigen bij officiële plechtigheden en in bijzondere gevallen, ook zonder uitdrukkelijke uitnodiging van de overheid, de kerken te vertegenwoordigen in samenkomsten met een nationaal karakter, voor zover de aanwezigheid bij deze gelegenheden verenigbaar is met de kerkelijke verantwoordelijkheid en de christelijke levensstijl en schriftelijk te verantwoorden aan de uitnodigende instantie waarom in voorkomend geval niet op een uitnodiging kan worden ingegaan;
  2. namens de kerken gelukwensen of betuigingen van deelneming bij vreugde of rouw het Koninklijk Huis betreffende over te brengen en de vertegenwoordiging van de kerken op Koninklijke recepties voor te bereiden en uit te voeren, behalve wanneer de generale synode bijeen is. 

Besluit 3:

deputaten op te dragen:

  1. hetzij op verzoek van de overheid, hetzij op verzoek vanuit de kerken, hetzij op eigen initiatief, zich tot de overheid te richten over publieke zaken die overal in ons land de dienst van de kerk (art. A5 kerk en overheid KO 2012), of het leven als christen raken, onder meer bij ernstige openbare aantasting van Gods naam en bij bedreiging van de vrijheid van godsdienst. Indien de generale synode bijeen is, doet de synode dit zelf. Deputaten dienen de kerken van hun reacties in kennis te stellen;
  2. de kerken te informeren over stukken die van de overheid bij hen inkomen en bestemd zijn voor de kerken of anderszins van belang zijn voor de kerken en over maatregelen of voornemens van de overheid en uitspraken van de rechterlijke macht die de dienst van de kerk en/of het leven als christen raken;
  3. de Gereformeerde Kerken in Nederland te vertegenwoordigen in het CIO alsmede in de commissies CIO-K (kerkelijke gebouwen), CIO-J (Justitie) en CIO-O (onderwijs);
  4. het nodige te doen om de betrokkenheid van kerken bij het justitiepastoraat te vergroten;
  5. een commissie te vormen die onder verantwoordelijkheid van deputaten steun en advies kan geven aan de benoemde justitiepredikant in die gevallen waarin de predikant, de kerken en/of de Dienst Geestelijke Verzorging in penitentiaire inrichtingen dit gewenst of nodig achten;
  6. met de Dienst Geestelijke Verzorging in penitentiaire inrichtingen in gesprek te blijven over het Theologisch Centrum voor het justitiepastoraat en te streven naar waarborging van de huidige principiële koers van het Centrum, waarbij personele participatie vanuit onze kerken tot de mogelijkheden behoort;
  7. de kerken en kerkleden bij te staan in het op christelijke wijze betrokken zijn in de maatschappij, in het contact met plaatselijke en regionale overheden;
  8. deel te nemen in de Stichting voor protestants godsdienstonderwijs op openbare basisscholen en te bevorderen dat bevoegde leden uit onze kerken zich voor dit werk beschikbaar stellen.
  9. deputaten opdracht te geven zich te oriënteren op de mogelijkheden om deel te nemen in het CIO-G (gezondheid) en daar een afgevaardigde naar toe te zenden indien dat wenselijk voorkomt en daarover rapport uit te brengen op de eerstvolgende generale synode;
  10. deputaten opdracht te geven te participeren in het interkerkelijk overleg ter ondersteuning van asielzoekers in hun processen bij de overheid.

 

Toelichting: dit gaat over de zgn. “Commissie Plaisier”; ds; L.W. de Graaff neemt al deel op persoonlijke titel. Instemming met dit voorstel komt tegemoet aan de wens van de kerk van Noordbergum.

 

Besluit 4:

Deputaten een budget toe te kennen voor 2015 van € 11.700,-- voor 2016 van € 11.900,-- en voor 2017 van € 12.100,--. Het totale budget komt daarmee op € 35.700,--.

 

Toelichting:

Het moderamen stelt voor om de besluitvorming over de voorstellen 3d t/m f (betrekking hebbend op het justitiepastoraat) aan te houden, daar het de mogelijkheden wil onderzoeken ten aanzien van een samenvoeging van dit element (justitiepastoraat) met de geestelijke verzorging van militairen (huidig deputaatschap GVM). In het rapport van GVM wordt ook in die richting gewezen. Het huidige deputaatschap GVM zou omgevormd kunnen worden naar een deputaatschap Geestelijke Verzorging.

Mogelijk kan daaraan de opdracht toegevoegd worden om te bezien of zo’n deputaatschap ‘Geestelijke Verzorging’ ook een taak kan krijgen m.b.t. de geestelijke verzorgers in instellingen voor gezondheidszorg e.d.

Deputaten RKO en GVM hebben hier verschillende opvattingen. Het moderamen hoort graag een eerste reactie van de synode, zodat deze gedachte verder uitgewerkt kan worden in goed overleg met direct betrokkenen. Definitieve besluitvorming zou dan kunnen plaats hebben in samenhang met de bespreking van het rapport van deputaten GVM.

 

Het bij 3 c genoemde overleg in CIO-J hangt hiermee samen, en zal in de komende bespreking worden betrokken.

 

BIJLAGE 2 – Conceptbesluiten RvA

 

Materiaal:

rapport van de Raad van Advies inzake huwelijk en echtscheiding (H&E; 30-01-2014)

 

Besluit 1:

de leden van de Raad van Advies H&E decharge te verlenen.

 

Besluit 2:

opnieuw deputaten te benoemen als Raad van Advies H&E en dezen op te dragen volgens de door de generale synode vastgestelde instructie te werken. (instructie opnemen in Acta)

 

Besluit 3:

de Raad van Advies op te dragen zich te bezinnen op de eigen taak en de komende generale synode te adviseren over het voortzetten van advisering door de Raad van Advies.

 

Besluit 4:

in de instructie, zoals voor het laatst vastgesteld door de GS Harderwijk (Acta art. 34) de volgende artikelen opnieuw te formuleren:

  1. artikel 1: De Raad van Advies (RvA) heeft als taak het adviseren van kerkenraden inzake vragen over samenwonen, echtscheiding, scheiding van tafel en bed, toepassing van de kerkelijk tucht daaronder begrepen, en hertrouwen.
    Ook zal de RvA de kerkenraden blijven informeren omtrent de uitgangspunten en richtlijnen inzake huwelijk en echtscheiding.
  2. artikel 6: De RvA onderhoudt een website voor het informeren van kerken en kerkleden over huwelijksvoorbereiding, huwelijkscatechese, huwelijkscounseling e.d.

 

Grond:

er is niet alleen nog steeds behoefte aan advisering en voorlichting in concrete situaties, maar ook de blijvende noodzaak van voorlichting aan kerkenraden over de geldende uitgangspunten en richtlijnen.

 

Besluit 5:

de Raad van Advies gedurende de periode 2014–2017 een budget te verlenen van € 750 per jaar  (in totaal € 2250).

 

BIJLAGE 3a – Conceptbesluiten RKO/H&E, deputatenvoorstel RKO

 

Materiaal:

rapport van de Raad van Advies inzake huwelijk en echtscheiding (H&E; 30-01-2014)

 

Besluit 1:

de leden van de Raad van Advies H&E decharge te verlenen.

 

Besluit 2:

opnieuw deputaten te benoemen als Raad van Advies H&E en dezen op te dragen volgens de door de generale synode vastgestelde instructie te werken. (instructie opnemen in Acta)

 

Besluit 3:

de Raad van Advies op te dragen zich te bezinnen op de eigen taak en de komende generale synode te adviseren over het voortzetten van advisering door de Raad van Advies.

 

Besluit 4:

in de instructie, zoals voor het laatst vastgesteld door de GS Harderwijk (Acta art. 34) de volgende artikelen opnieuw te formuleren:

  1. artikel 1: De Raad van Advies (RvA) heeft als taak het adviseren van kerkenraden inzake vragen over samenwonen, echtscheiding, scheiding van tafel en bed, toepassing van de kerkelijk tucht daaronder begrepen, en hertrouwen.
    Ook zal de RvA de kerkenraden blijvend informeren omtrent de uitgangspunten en richtlijnen inzake huwelijk en echtscheiding.
  2. artikel 6: De RvA onderhoudt een website voor het informeren van kerken en kerkleden over huwelijksvoorbereiding, huwelijkscatechese, huwelijkscounseling e.d. 

Grond:

er is niet alleen nog steeds behoefte aan advisering en voorlichting in concrete situaties, maar ook de blijvende noodzaak van voorlichting aan kerkenraden over de geldende uitgangspunten en richtlijnen.

 

Besluit 5:

de Raad van Advies gedurende de periode 2014–2017 een budget te verlenen van € 750,-- per jaar  (in totaal € 2250,--).

 

BIJLAGE 3b – Conceptbesluiten RKO/H&E, commissievoorstel RKO met toelichtingen

 

Voorstel voor de behandeling van het studierapport “Huwelijk en Samenlevingsvormen”

(opgesteld door de deputaatschappen RvA-HE en RKO voor de GS Ede 2014, n.a.v. opdracht door GS Harderwijk 2011, zie Acta, art. 17 en bijlage 2.1)

 

Inleiding

Het studierapport “Huwelijk en Samenlevingsvormen” vond binnen het deputaatschap RvA-HE een positief onthaal, maar binnen het deputaatschap RKO hield ongeveer de helft van het aantal leden op onderdelen onoverkomelijke bezwaren.

In het voorwoord wordt het rapport als volgt gepresenteerd:

“Daarom lijkt het de deputaatschappen beter nu eerst de ontwikkelde gedachtelijn aan de synode voor te leggen, waarna de synode zelf moet besluiten of zij in deze lijn verder wil en op welke manier in dat geval de gezamenlijkheid met andere kerken gediend moet worden.”

 

De kern van de problematiek is te vinden in de uitholling van het Burgerlijk huwelijk (voortaan: BH) zoals dat in de wetgeving van de overheid vorm gekregen heeft. Daarbij komt dat de verschillen (van het BH) met andere samenlevingsvormen, m.n. het zgn. geregistreerd partnerschap (voortaan: GP), in de afgelopen jaren kleiner zijn geworden.

 

De denklijn van het rapport gaat uit van een relativerender omgang met het Burgerlijk huwelijk (zoals gesloten voor de overheid) en daarmee samenhangend een sterkere rol voor de kerk bij de sluiting van een huwelijk. In dat verband is het begrip ‘huwelijk in bijbelse zin’ geïntroduceerd. Daarin wordt vastgelegd wat de vereisten zijn voor een huwelijk, dat door de kerk erkend kan worden.

 

Samenvatting bezwaren

De bezwaren cirkelen rond de volgende punten:

  1. taxatie van de verschillen tussen BH en GP;
  2. waardering van de (rol van de) overheid;
  3. innerlijke motivatie versus uiterlijke regelgeving;
  4. besluitvorming van GKv versus gezamenlijk optrekken met andere Gereformeerde kerken.

 ad 1.

Volgens de critici worden de verschillen tussen het BH en het GP teveel verkleind: het BH wordt daarmee meer gedevalueerd dan nodig en het GP opgewaardeerd.

Maar er zijn nog wel degelijk een aantal wezenlijke verschillen:

  • de (rechts)positie van kinderen die uit de relatie geboren worden;
  • de noodzaak van een uitspraak van de rechter bij ontbinding;
  • het GP kent geen ‘scheiding van tafel en bed’;
  • bij het BH moeten de partners elkaar het “ja-woord” geven.

Wat zijn de implicaties voor de kerkelijke rechtspraak: moet een GP ook kerkelijk bevestigd worden? Zo ja, kan een kerkenraad dat nog weigeren? Hoe moeten we dan het kerkelijk beleid uit het (nabije) verleden taxeren?

 

ad 2.

Het BH gaat terug op een instelling van God en is in ieder geval nog steeds een publieke verbinding. Als het BH sterk gerelativeerd wordt, hoe verhoudt zich dat met onze houding t.o. de overheid als dienares van God?

Het introduceren van een nieuw begrip ‘huwelijk in bijbelse zin’ wordt gepresenteerd als alternatief van de publiekrechtelijke vormgeving (i.c. het BH).

De geboden oplossing ligt op het terrein van de politiek en wetgeving.

Wat zijn consequenties voor de kerkelijke rechtspraak?

 

ad 3.

Wanneer de uitholling van het BH tot (morele) verlegenheid en/of problemen bij kerkleden leidt moet de oplossing dan niet gezocht worden in versterking van de (morele) overtuiging bij kerkleden?

In een samenleving waarin binnen de wetgeving al minder ruimte is voor bijbelse, christelijke overwegingen moet de kerk meer vanuit eigen overtuiging haar positie innemen. Dat zal dan ook de overtuiging van de kerkléden moeten zijn. Als er op dat punt problemen zichtbaar worden, zullen die niet weggenomen worden door uiterlijke regelgeving.

 

ad 4.

Als de GKv nú een besluit nemen in de lijn van het rapport, dan isoleren zij zich daarmee van de andere kerken uit de Gereformeerde gezindte. Juist op dit punt (publieke zaken die samenhangen met onze positie in de samenleving) is het niet alleen gewenst, maar ook noodzakelijk om als kerken gezamenlijk op te trekken.

 

In de bijlage zijn op hun verzoek de bezwaren van deze deputaten RKO opgenomen.

 

Mogelijkheden

Volgens de commissie zijn er 3 mogelijkheden voor de besluitvorming:

  1. akkoord gaan met de denklijnen van het rapport en opdracht geven tot  verdere uitwerking daarvan;
  2. de denklijnen van het rapport afwijzen;
  3. nog geen uitspraak doen over de denklijnen en opdracht geven tot voortgaande bezinning. 

Overwegingen

De commissie wil de volgende overwegingen neerleggen:

  1. Er staan veel waardevolle gedeelten in het rapport. Te waardevol om alleen maar op te nemen in de Acta.
  2. De synode zal zich moeten uitspreken over de hoofdlijn van het rapport: wat is waardevol, en wat niet. Wat vindt de synode van de denklijn die deputaten bieden.
  3. Gegeven het ontbreken van eensgezindheid bij de deputaatschappen lijkt ons een nadere studie voor de volgende GS noodzakelijk. Daarom wordt gekozen voor de laatste van de hierboven genoemde mogelijkheden. 
  4. In die studie kan gekeken worden naar: de mogelijkheid, de wenselijkheid en de gevolgen van invoering van de denklijn die deputaten aandragen.
  5. Bij dat nadere onderzoek moet zeker overleg gezocht worden met andere, verwante kerken.

 

Voorstel

De commissie geeft om de discussie te dienen het volgende concept-besluit ter overweging:

 

Besluit:

  1. kennis te nemen van het door deputaten RvA-HE en RKO op haar tafel gelegde voorlopige studieresultaat van een door beide deputaatschappen ingestelde denktank;
  2. in reactie op het verzoek van deputaten aan de Generale Synode om aan te geven of de daarin ontwikkelde denklijnen een goede richting wijzen of niet, daarover nog geen uitspraak te doen;
  3. aan beide deputaatschappen opdracht te geven de bezinning voort te zetten en daarbij speciaal aandacht te geven aan de door de synode aangedragen aandachtspunten, te weten:
    • de vraag of het juist, wenselijk en mogelijk is dat in het studierapport onder de noemer ‘huwelijk in bijbelse zin’ feitelijk naast de bestaande wettelijke vormen van ‘burgerlijk huwelijk’, ‘geregistreerd partnerschap’ en ‘samenlevingscontract’ een eigen kerkelijke huwelijksstructuur wordt gecreëerd;
    • de vraag welke voorwaarden noodzakelijk zijn, wanneer het antwoord op voornoemde vraag bevestigend zou luiden;
    • de vraag of de resterende verschillen tussen BH en GP met het studierapport inderdaad als zo relatief kunnen worden beschouwd dat de keus voor één van beide vormen voor christenen niet langer kan worden beschouwd als principieel bepaald;
    • de reactie van andere kerken (in ieder geval: CGK en NGK) op de in het studierapport ontwikkelde denklijnen en hun mogelijke betrokkenheid bij het proces van bezinning;
    • de praktische implicaties van mogelijke doorvoering van de ontwikkelde denklijnen. 

Gronden:

  1. Deputaten vonden elkaar niet bij twee centrale aspecten van de in het studierapport ontwikkelde denklijnen:
    1. de invoering van een ‘huwelijk in bijbelse zin’ naast het in de wet vastgelegde ‘burgerlijk huwelijk’ en de andere wettelijke relatievormen ‘geregistreerd partnerschap’ en ‘samenlevingscontract’;
    2. de conclusie dat het verschil tussen Burgerlijk huwelijk en Geregistreerd partnerschap niet langer als principieel van karakter kan worden beschouwd, en oordeelden zelf dat dit visieverschil tot voortgaande bezinning zou moeten leiden.
  2. Het studierapport biedt een verantwoorde omschrijving van het spreken van de Bijbel over het huwelijk, een in grote lijnen overtuigende analyse van de realiteit van het samenwonen en van de verschillende wettelijke vormen maar biedt nog onvoldoende om te kunnen beslissen of de kerken zich in een eigen regelgeving rond kerkelijke erkenning en bevestiging van een huwelijk voortaan moeten richten naar een eigen Bijbelse huwelijksdefinitie in plaats van uit te gaan van het bestaande Burgerlijk huwelijk.
  3. Het studierapport bevat waardevolle inzichten en richtlijnen voor de pastorale en kerkrechtelijke praktijk.
  4. Deputaten wijzen terecht op het feit dat overleg met andere kerken nodig is bij een dermate centraal onderwerp als de omgang met het burgerlijk huwelijk en de plaats die de kerk inneemt bij het aangaan van huwelijken door haar leden.

 

De commissie,

S.W. de Boer

K. Bouma

J. Halma

 

Bijlage: Bezwaren van een deel van de deputaten RKO

 

P. Niemeijer

 

Bij het rapport heb ik een aantal algemene overwegingen: 

  1. De houding t.o.v. de historie en het ambt en de wetten van de overheid is in de gereformeerde theologie altijd een belangrijk punt richting doperse stromingen. Deze twee punten spelen ook een rol in de huidige discussie: wat doe je met de historie, hoe kijk je aan tegen de wetgeving van de overheid. 
  2. Wat betekent de stelling dat het burgerlijk huwelijk geen bijbels huwelijk is en daarin vergelijkbaar is met het GP voor allen die in alle eer en deugd zijn getrouwd voor Gods dienares de overheid? Wat betekent dit voor hen die geen kerkelijke huwelijksbevestiging (kunnen) ontvangen? 
  3. Het burgerlijk huwelijk gaat terug op en is verbonden met een instelling van God. Alle corruptie daarvan ook in onze burgerlijke wetgeving maakt dat niet ongedaan. Denk aan de doop. Die erkennen we, wat er ook allemaal verkeerd bij is gegaan en hoeveel materiaal je ook kunt aanvoeren voor wat een volle en echte doop is.
  4. Als het BH niet het bijbels huwelijk is, hoe typeer je het dan op een bijbelse manier?
  5. Het huidige rapport devalueert het burgerlijk huwelijk en waardeert het GP op: hoe komt dat over op al die kerkenraden en ambtsdragers die in het verleden hebben aangedrongen op trouwen? Wat betekent dat voor onze taxatie van al die huwelijken? Is het tijd voor een schuldbelijdenis?
  6. Je doet met één rapport, dat ook nog eens alleen binnen onze kerken geldt, wel heel erg veel! Is dit geen kerkelijk solisme dat we in deze vorm niet zouden moeten willen? Is hier een katholiciteits-effect-rapportage op losgelaten? Het Woord van God heeft niet alleen ons bereikt.
  7. Een bestuurlijke overweging: Zullen er ook kerkenraden of ambtsdragers komen die zeggen: wij ‘bevestigen’ geen GP? Is te voorzien waar dat toe leidt? Voelen zij zich gedwongen tot zondigen, vanouds een reden om te breken (Hand. 5:29)? Of krijgen we een kerkelijk-ambtelijke pendant van de weigerambtenaar?

Als mogelijke consensus stelde ik het volgende concept-besluit waarvoor ik binnen het deputaatschap de handen niet op elkaar kreeg:

 

Besluit:

kennis te nemen van het studierapport van deputaten inzake huwelijk en samenlevingsvormen en het deputaatschap …. opdracht te geven zich te bezinnen op de mogelijkheid, de wenselijkheid en de condities van implementatie van de denklijn die deputaten aandragen.

 

Gronden:

1. deputaten bieden een heldere omschrijving van het spreken van de Bijbel over het huwelijk, een behulpzame inventarisatie van de verschillende relatievormen en een afgewogen evaluatie van het hedendaagse samenwonen;

2. deputaten presenteren een denklijn die nog nadere bestudering vergt alvorens hij in een praktische regeling kan worden vertaald:

  1. deputaten vonden elkaar niet in de taxatie van de invoering van het fenomeen van een ‘huwelijk in bijbelse zin’ met name vanwege de consequenties die dat heeft voor de status en kerkelijke rechtsgevolgen van het burgerlijk huwelijk;
  2. niet helder is of en zo ja welke gevolgen het door deputaten geconstateerde verschil inzake de status van de kinderen tussen burgerlijk huwelijk en geregistreerd partnerschap dient te hebben;
  3. deputaten geven aan dat de pastorale implicaties in hun rapport nog niet volledig zijn uitgekristalliseerd;
  4. deputaten presenteren geen informatie over de reactie van verwante kerken op de ontwikkelde denklijn;
  5. deputaten hebben geen onderzoek kunnen doen naar de vraag of de ontwikkelde denklijn draagvlak binnen de kerken heeft en op voldoende bereidheid tot uitvoering kan rekenen;
  6. deputaten geven geen aandacht aan de vraag of de ontwikkelde denklijn nog consequenties dient te hebben voor de evaluatie van het kerkelijk optreden in het verleden in concrete situaties.

R. de Boer

 

Beste Ad en anderen,

 

hierbij dan eindelijk de reeds door mij aangekondigde reactie op de nieuwe versie van het rapport dat je rondstuurde.

Allereerst dank voor het werk dat jij, Ad, ook nu weer voor dit rapport hebt verricht.

Ik heb het rapport meer dan ampel overwogen. Dat is het onderwerp ook waard.

 

Er blijven voor mij punten haken, punten die mijn uiteindelijke standpunt zullen bepalen.

Ik wil die hierna graag benoemen. Al ga ik hierbij overigens niet verder in, ook al omdat het rapport dat niet doet, op wat het rapport op pag 3. in par 3 noemt "ongebonden ongehuwd samenwonen"." Al kan naar mijn mening en ervaring hier voor de kerk wel eens het grootste en noodzakelijkste aandachtsveld liggen.

 

Wat de door mij bedoelde kritiekpunten betreft dan nu het volgende.

 

Ten eerste: geregistreerd partnerschap is geen huwelijk. Ik vind dat dat klip en klaar moet worden gezegd. Door te spreken ook bij geregistreerd partnerschap als mogelijk "huwelijk in bijbelse zin", zoals bijv. in de conclusie op pag. 18, wordt m.i. het begrip huwelijk diffuus gemaakt. Dat moeten we niet doen. Door een geregistreerd partnerschap word je niet elkaars echtgenoten.

Vervolgens: ik blijf van mening dat de bestaande verschillen tussen het burgerlijk huwelijk en het geregistreerd partnerschap worden verkleind. Het moge zo zijn, dat beide vormen naar elkaar toe zijn gegroeid en wellicht t.z.t. nog dichter bij elkaar komen, de werkelijkheid is op dit moment dat

-" een belangrijk verschil is dat een kind dat wordt geboren in een huwelijk van een man en een vrouw automatisch beide echtgenoten als ouder krijgt. Dit is niet het geval bij een geregistreerd partnerschap.

- een ander belangrijk verschil is dat geregistreerd partnerschap buiten de rechter om kan eindigen. Voorwaarde is wel dat de partners het met elkaar eens zijn en zij geen minderjarige kinderen hebben. Voor de ontbinding van een huwelijk moet u altijd naar de rechter.

- verder kent het geregistreerd partnerschap niet de scheiding van tafel en bed, het huwelijk wel;

- wanneer 2 mensen trouwen moeten zij elkaar het "ja-woord" geven. Bij een geregistreerd partnerschap is dat niet verplicht".

 

Ik heb deze vier verschillen letterlijk overgenomen van www.rijksoverheid.nl/onderwerpen. Het gekozen onderwerp daarbij is Trouwen, samenlevingscontract en geregistreerd partnerschap.

Nu stelt het rapport, dat overigens het punt inzake het geven van het ja-woord dacht ik niet noemt, dat we die verschillen niet moeten overdrijven, bijv. het verschil inzake de gang naar de rechter. Ik wil daar wel naast leggen, dat toch niet voor niets de flitsscheiding vrij recent aan banden is gelegd, juist door de gang naar de rechter als voorwaarde te stellen.

 

Verder wil ik noemen, dat de kerk slechts een huwelijk kan bevestigen, niet een geregistreerd partnerschap dus. Natuurlijk kun je daar een zegen over vragen, of de relatie opdragen, of wat dan ook, maar je bevestigt geen huwelijk. Het bestaande formulier voor het bevestigen van een huwelijk moet dan ook worden aangepast.  

 

Al met al kan ik niet goed begrijpen, ook al wordt een voorkeur uitgesproken voor het burgerlijk huwelijk, waarom gezien de genoemde verschillen niet een steviger primaat wordt gegeven aan dat burgerlijk huwelijk. Wat onverlet laat, m.i., dat de kerk bij het aangaan van een geregistreerd partnerschap nadrukkelijk een pastorale taak heeft.

 

Echt bezwaar blijf ik houden, tijdens de vergadering van de twee deputaatschappen met de voorbereidingscommissie is dat ook aan de orde gesteld, met  wat nu op pag. 22 van het rapport, onder punt 8. is gesteld, als zou het burgerlijk huwelijk onvoldoende zijn om te kunnen spreken van een huwelijk in bijbelse zin. Laten we wel zijn, als een gelovige man en een gelovige vrouw, meestal belijdend lid van de kerk, bezoekers van kerkdiensten waar ook de 10 geboden worden voorgehouden, een burgerlijk huwelijk aangaan en elkaar daarbij het ja-woord geven, wie kan dan nog volhouden dat een kerkelijke bevestiging voorwaarde is om van een huwelijk in bijbelse zin te spreken?  Natuurlijk, een zegen vragen over een huwelijk, allemaal prima, maar dat kan geen voorwaarde zijn om te kunnen spreken van een huwelijk in bijbelse zin. Dat is nl. al gesloten door mondige christenen in, inderdaad het huis der gemeente. Waar uw ja - ja is.

 

Vervolgens: hoe gaan we nu om met de besluiten van de G.S. van Zuidhorn, art. 195. Ik ben onvoldoende op de hoogte hoe de formele procedure gaat, maar: moeten die besluiten eventueel worden teruggenomen? Moet daar door deputaten aandacht voor worden gevraagd? 

 

Tenslotte: last but not least. In genoemd artikel 195 van de G.S. van Zuidhorn staat bij besluit 2 een aantal gronden, waarvan grond 6 voor mij, inmiddels jarenlang gewerkt hebbend aan een zusterrelatie tussen plaatselijk GKV, CGK en NGK,  van belang is. Nl. dat er m.b.t. het genoemde besluit overleg en overeenstemming is met andere kerken met een gereformeerde confessie. Dat was van Zuidhorn een verstandige en belangrijke grond naar mijn mening.

Ook nu in 2013/2014 geldt naar mijn mening in nog sterkere mate dat het echt ongewenst is om in een zaak als van dit rapport als GKV zonder overleg met de door mij genoemde kerken een belangrijk standpunt inzake het huwelijk in te nemen.

Ik doe dan ook een stevig beroep op het deputaatschap RKO om de komende G.S. te vragen dit rapport eerst door te (laten) spreken met NGK en CGK, en met deze kerken trachten tot overeenstemming te komen over de onderhavige zaak, voordat een definitief besluit door onze G.S. wordt genomen.

 

Mocht daartoe worden besloten door RKO, dan kan wat mij betreft het rapport met de opmerking dat het door het overgrote deel van de deputaten wordt onderschreven, worden ingediend.

 

Mocht daartoe niet worden besloten, dat zal ik helaas mijn handtekening niet onder het rapport kunnen zetten.

 

Hartelijk broedergroet, 

Remmelt de Boer.

 

E. van Middelkoop

 

Beste Ad,

 

Dank voor je pogingen om via aanpassingen het rapport naar een eindversie te brengen. De aard van de materie brengt met zich mee dat het erg lastig zal zijn een volledige consensus te bereiken. Ik laat het graag aan jou over om te beoordelen of er nog nieuwe procedurele stappen, bijv. een extra vergadering in enigerlei vorm, moeten worden genomen.

 

Als bijdrage aan de algemene discussie wil ik nu nog slechts de vinger leggen bij een centraal aspect. Dat betreft de wijze van functioneren van het begrip “huwelijk in bijbelse zin”. In hoofdstuk 5 wordt uitgelegd wat hieronder moet worden verstaan. Het is een klassieke tekst waarin het huwelijk als scheppingsinstelling normatief wordt beschreven aan de hand van relevante Schriftgegevens. Deze fundamentele notie ligt aan de basis van de beoordeling van elk concreet huwelijk, de kerkelijke omgang met het huwelijk en de juridische/wettelijke vormgeving in publiekrechtelijke zin.

 

In het rapport wordt er geen misverstand over gelaten dat er ernstige onvrede bestaat over het verval van de relevante wetgeving ter zake. In de kern is dat een vorm van politieke of ook legislatieve kritiek. De kerk heeft de vrijheid om de overheid erop te wijzen dat zij in toenemende mate in de juridische positivering van het huwelijk als scheppingsstructuur een karikatuur heeft gemaakt resp. zich van die normatieve structuur heeft verwijderd.

 

Door de aldus ontstane situatie is de kerk/zijn christenen moreel in verlegenheid gebracht.  Daarover gaat ons rapport en over niet meer dan dat.

Politieke partijen en de wetgever hebben dus daarnaast een eigen taak, maar dat regardeert ons nu niet. Wij moeten ons bezinnen op de ethische gevolgen van deze, door ons als principieel ongewenst aangemerkte, status quo.

 

Waar het rapport tot misverstanden kan leiden is nu dat “het huwelijk in bijbelse zin” niet alleen als nieuw leerstuk wordt gepresenteerd, maar zelfs als alternatief van de publiekrechtelijke vormgeving. Dat is natuurlijk onmogelijk. De rol van de wetgever is immers per definitie een beperkte nl.

de (uiterlijke) publiekrechtelijk regeling. Het genoemde misverstand wordt bijv. zichtbaar in de (nieuw geformuleerde) conclusie van hoofdstuk 7, onder c.

Idem op blz. 48 (hoofdstuk 7, onder d) waar wordt gesteld dat christenen ervoor moeten waken te denken dat ze met het sluiten van een burgerlijk huwelijk hebben voldaan aan de eisen van “het huwelijk in bijbelse zin”. Alsof er ooit sprake zou kunnen zijn van een dergelijk, door de overheid geregeld, huwelijk! Christenen hebben – en niet-christenen stellig ook – altijd geweten dat met de wetgevende vereisten natuurlijk lang niet alles is gezegd over het huwelijk. Dat hoeft en kan ook niet.

 

In onze tijd is nu het probleem dat de overheid in de regelingen m.b.t. het huwelijk minder dan ooit het scheppingsbeginsel nog probeert te verdisconteren, maar dit neemt de wettigheid van een naar burgerlijk recht gesloten huwelijk natuurlijk niet weg. Daarover mag de kerk geen christen/lidmaat in onzekerheid laten.

 

Sinds jaar en dag heeft de kerk door het zog. bevestigen van het huwelijk niet de wettigheid, maar het goede verstaan van de betekenis van het huwelijk van twee christenen willen verduidelijken. Welnu, in onze tijd zijn er redenen te over daaraan meer waarde te hechten c.q. daar meer werk van te maken. Dat is overigens een belangrijke strekking van het rapport en zulks acht ik dan ook van positieve waarde.

 

In een eerdere (bilaterale) reactie heb ik, moeite hebbend met het in eerdere versies gebruikte begrip “Bijbels huwelijk”, voorgesteld te spreken over “christelijk huwelijk”. Bij nader inzien meen ik dat elke specifieke aanduiding aanleiding zal geven tot het hierboven verwoorde misverstand als zou er een nieuwe doctrine worden voorgesteld.

 

Dit raakt ook aan mijn eindoordeel. Ik moet je helaas zeggen dat zolang het rapport op zijn minst de indruk wekt een nieuwe, met het burgerlijk huwelijk concurrerende, doctrine ter zake van het huwelijk te introduceren en daarvoor dan ook een nieuwe term nl. “het huwelijk in bijbelse zin” ik mijn instemming niet kan geven. Ik meen echter dat veel van het rapport overeind kan blijven – zeker de delen die als handreiking naar de kerkenraden gaat - als de conceptuele verwarring eruit wordt gehaald.

 

Met vriendelijke groeten,

 

Eimert van Middelkoop

 

BIJLAGE 4 – Conceptbesluiten DPB, commissievoorstel

 

Materiaal:

  1. rapport deputaten probleembehandeling (21-10-2013);
  2. beroepsprofiel gemeentepredikant (bijlage 7 bij materiaal 1)
  3. aanvullend rapport deputaten probleembehandeling, met informatie over de Raad van Advies in Predikantszaken, een overlegorgaan waarin  deputaten probleembehandeling, predikantenvereniging, Theologische Universiteit, Vereniging VSE en Steunpunt Kerkenwerk vertegenwoordigd zijn.

 

Besluit 1:

deputaten probleembehandeling decharge te verlenen.

 

Besluit 2:

opnieuw deputaten probleembehandeling te benoemen.

 

Besluit 3:

zowel predikanten, kerken als classes op te roepen bij (dreigende) conflicten, bij problemen waardoor de kerkenraad dreigt vast te lopen en in situaties waarin er om wat voor reden dan ook zich een losmakingstraject aandient, zich tot deputaten probleembehandeling te wenden.

 

Gronden:

  1. het is wenselijk dat in een vroeg stadium deskundige hulp geactiveerd wordt en dat problemen op een eenduidige manier kunnen worden behandeld;
  2. via bezwaarschriften en/of visitatierapporten kan een classis beeld krijgen van een situatie in een gemeente. Het past bij het onderling toezicht van classiskerken dat de classis deputaten probleembehandeling kan betrekken bij de zorg om een plaatselijke kerk;
  3. het is wenselijk dat een eventueel losmakingstraject op een verantwoorde, geobjectiveerde en eenduidige manier plaatsvindt.

 

Besluit 4:

deputaten op te dragen te werken volgens de vastgestelde instructie (bijlage).

 

Besluit 5:

met instemming kennis te nemen van het door de Predikantenvereniging/cgmv opgestelde “beroepsprofiel gemeentepredikant”.

 

Besluit 6:

deputaten probleembehandeling voor de periode 2015-2017 een budget toe te kennen van € 4.000 per jaar (totaal € 12.000).

 

Bijlage DPB

Instructie voor deputaten probleembehandeling

 

Profiel

  • De deputaten dienen te beschikken over persoonlijke kwaliteiten als:
  • goed analytische vermogen;
  • onafhankelijke opstelling;
  • inzicht in bestuurlijke verhoudingen;
  • sociale vaardigheid;
  • kunnen werken in teamverband;
  • in staat zijn situaties snel te doorzien.

 

en tevens over specifieke vaardigheden als:

  • pastorale vaardigheid met kennis van de leef- en werkwereld van een predikant en het werkterrein van een kerkenraad;
  • ervaring met mediation;
  • algemeen juridisch en kerkrechtelijk inzicht;
  • affiniteit met procesbewaking, organisatie, coördinatie, administratie.

 

Opdracht

  • het deputaatschap probleembehandeling intermedieert bij conflicten tussen de predikant en zijn kerkenraad en/of gemeente. Het richt zijn kennis en kunde op het oplossen van spanningsrelaties tussen predikant en kerkenraad/gemeente. Deputaten schakelen, indien zij dit in de gegeven situatie nodig achten, externe specialisten/deskundigen in, zoals bijvoorbeeld een mediator of een coach;
  • het deputaatschap probleembehandeling zet een netwerk op van interim-werkers die aangestuurd door het deputaatschap en tegen een door het deputaatschap te bepalen vergoeding op verzoek van een kerkenraad voor langere tijd in een plaatselijke probleemsituatie kunnen gaan fungeren. De werkzaamheden van deze interim-werkers (meer of minder bijdragen aan een herstel- en/of gemeenteopbouw-traject) en hun vereiste competenties (van het als kerkenraadsvoorzitter leiding kunnen geven tot het kunnen fungeren als waarnemend predikant) wisselen naar gelang de aard van de problemen;
  • het deputaatschap probleembehandeling laat zich vertegenwoordigen in de Raad van Advies in predikantszaken, om te bereiken dat er goede afstemming plaatsvindt en er nagedacht wordt over de optimale organisatie van wat toerustend, preventief en curatief binnen de kerken gedaan wordt door de in de Raad van Advies vertegenwoordigde organisaties.

Inzet deputaatschap (andere nummering)

  1. aanvragen van kerkenraad en/of predikant, of aanvragen van classis(deputaten) komen rechtstreeks bij het deputaatschap binnen. Het deputaatschap zorgt dat het adres van het deputaatschap bij de kerken bekend is;
    1. in de situatie dat er problemen zijn, of dreigen te ontstaan tussen predikant en kerkenraad/gemeente, en in de situatie  dat er algemene problemen zijn in de gemeente, waardoor de kerkenraad dreigt vast te lopen en de kerkenraad heeft ten behoeve van die situaties de hulp in geroepen van het deputaatschap probleembehandeling, zijn deputaten bevoegd advies uit te brengen met een dringend karakter en hulp te verlenen;
    2. in de situatie dat een classis door bezwaarschriften van gemeenteleden en/of door de rapportage van visitatoren de indruk heeft dat er in een gemeente problemen zijn als gevolg van het optreden van de predikant en/of de kerkenraad, en de kerkenraad onwillig of onmachtig lijkt om afdoende aan de oplossing daarvan te werken en de classis in die situaties de hulp inroept van het deputaatschap probleembehandeling, zijn deputaten bevoegd advies uit te brengen met een dringend karakter en hulp te verlenen;
    3. voor het geval dat er problemen zijn ten aanzien van het functioneren van een predikant, is het deputaatschap bevoegd hem dringend te adviseren onderzoek te laten doen naar diens zwakke en sterke kanten. Het deputaatschap is bevoegd aan dit onderzoek onder meer adviezen te verbinden betreffende coaching en/of scholing. Het oordeel van het deputaatschap over iemands geschiktheid respectievelijk over het al of niet continueren van het predikantschap is een dringend advies aan predikant en kerkenraad. Bij de kerkelijke besluitvorming hierover zijn het oordeel en het advies van het deputaatschap probleembehandeling richtinggevend;
  2. in de situatie dat er zich om wat voor reden dan ook een losmakingstraject aandient en de kerkenraad daartoe hulp inroept van het deputaatschap probleembehandeling, zullen deputaten vervolgens het Steunpunt KerkenWerk en een kerkrechtsdeskundige erbij betrekken voor wat betreft hun expertise. De betrokken predikant zal worden geadviseerd zich door een terzake kundige te laten  bijstaan;
  3. op verzoek van de kerkenraad kan het deputaatschap probleembehandeling een interim-werker in de probleemsituatie laten fungeren; deze wordt aangestuurd door het deputaatschap en werkt tegen een door het deputaatschap te bepalen vergoeding.

Deputaatschap en SKW

Het deputaatschap onderhoudt contact met het SKW om desgewenst gebruik te (laten) maken van de faciliteiten en diensten die het SKW kan bieden op het gebied van mobiliteit, detachering(contracten), arbeids(on)geschiktheid e.d.

 

Kosten inzet deputaatschap

Deputaten brengen de volgende kosten in rekening bij de kerkenraad die om hulp vraagt:

  1. reiskosten deputaten: € 0,28 per km
  2. kantoor-/telefoonkosten: eenmalig € 25,--
  3. vergoeding contacturen:
    a. voor gemeenten tot 300 leden: € 25,-- per uur per deputaat(skoppel);
    b. voor gemeenten van 300-600 leden: € 50,-- per uur per deputaat(skoppel);
    c. voor gemeenten met meer dan 600 leden: € 75,-- per uur per deputaat(skoppel).
    Voor de bepaling van het aantal leden van een gemeente geldt de betreffende vermelding in de meest recente uitgave van het ‘Handboek van de Gereformeerde Kerken in Nederland’.

Bestemming vergoeding contacturen

De ontvangen vergoedingen voor de contacturen stort het deputaatschap in een door hem beheerd fonds, waaruit worden betaald de kosten voor het inschakelen van externe deskundigen, voor zover die niet door de betreffende gemeente kunnen worden opgebracht.

 

Kosten inschakeling externe deskundigen

Deputaten schakelen, wanneer ze dat nodig achten, externe deskundigen in om de door een predikant en/of kerkenraad gevraagde hulp te verlenen.

Voor gemeenten met meer dan 300 leden, komen de kosten voor deze hulp voor rekening van de betrokken kerk. Voor gemeenten met maximaal 300 leden kunnen deputaten zo nodig een deel van de kosten voor rekening van het deputaatschap nemen. De omvang van dit deel zal dan in overleg met betreffende kerkenraad en na bestudering van de betreffende kerkelijke financiën door deputaten worden vastgesteld.

 

Informatie over kostenaspect

Bij een eerste contact wordt de betreffende kerkenraad geïnformeerd over boven geschetst kostenaspect.

De penningmeester van het deputaatschap dient een declaratie van kosten in bij de betreffende kerkenraad.

 

 

TUprocedure.pdf