Ethiek

Synodeverslagen

Signalen

Bunschoten-Spakenburg, zaterdag 14 dec.
Bezinningsdag MVEA
Immanuelkerk, Plevier 2, 10.00-15.00 uur
info: www.bezinningmvea.nl

Emmeloord, vrijdag 24 januari
'Hoe lief heb ik uw wet'
Ds. A. Bas
De Ontmoeting, Europalaan 42, 20.00 uur



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

GS Ede – Impressie 04

 

D.J. Bolt

31-05-14

 

Als belangstellende en toeschouwer van het synodegebeuren zou je af en toe graag even meedoen met de discussie. Maar dat kan en mag natuurlijk niet. Daarvoor moet je een afgevaardigde zijn. En onze ligging komt daar niet voor in aanmerking.

Toch is het goed om eens wat indrukken weer te geven. We deden dat eerder maar opnieuw is er alle aanleiding om wat van onze persoonlijke ervaringen weer te geven. Want er zijn weer veel belangwekkende onderwerpen besproken op de synode te Ede. We noemen:

  • De buitenlandse vermaanbrieven.
  • Vrouwen in de ambten
  • Trouwen of samenwonen
  • Liturgie en kerkmuziek, m.n. het nieuwe liedboek
  • De herziene kerkorde en de synodale regelingen

Het voert natuurlijk veel te ver om hier op al deze onderwerpen in te gaan. Er is toch al zoveel materiaal, ook deze keer weer, zodat we proberen het zo beknopt mogelijk te houden. Daarom hebben we ons voorgesteld de verslagen over de vrouw in het ambt a.s. dinsdagavond te publiceren, zo mogelijk met een specifieke impressie daarover.

En ook het onderwerp liturgie en kerkmuziek nog even te laten rusten, het werd ook nog niet afgerond.

Verder is er nu al een apart artikel aan Trouwen of samenwonen? gewijd door een van onze auteurs. Dat onderwerp laten we nu ook rusten in deze impressie.

Maar er blijft genoeg over.

 

De buitenlandse vermaanbrieven

 

Verschillende buitenlandse kerken uiten nu al jaren hun grote zorgen over de ontwikkelingen in onze kerken. Ze hebben tenslotte onze kerken in synode bijeen officiële vermaanbrieven gestuurd. En deze waren vrijdag 16 mei aan de orde.

Het zal geen verbazing wekken dat we met meer dan gewone belangstelling de bespreking op de synode hebben gevolgd. De bezwaren en moeiten die deze kerken naar voren brengen zijn immers vrijwel gelijkluidend met die van ons. Vele malen hebben we op onze site en zijn voorloper uitbreid aangetoond dat er sprake is van niet-gereformeerde, niet-Schriftuurlijke ontwikkelingen in onze kerken en aan de theologische universiteit. Velen van de verontrusten hebben getracht dat in de kerkelijke weg aan de orde te stellen maar dat is niet of nauwelijks gelukt.

 

Maar nu! De buitenlandse bezwaren werden ontvankelijk verklaard! De indienende kerken mochten ze toelichten in de synodevergaderingen. De synodeleden konden hen bevragen. Dus zaak om met gespitste oren te luisteren. Zouden onze kerken gehoor geven aan de oproep om terug te keren op het gereformeerde spoor? Zou de vergadering de moed hebben om schriftkritische publicaties te veroordelen en de auteurs ervan tot de orde te roepen? Zou er sprake zijn van enige verootmoediging?

 

Het antwoord

 

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: het antwoord is nee. Zeker de sfeer was goed. Er zijn geen onvertogen woorden gevallen, geen mensen boos weggelopen, er is niet met deuren geslagen. Men hoorde elkaar welwillend aan. Maar de vraag is of er ook geluisterd werd. Dat hebben niet kunnen ontdekken.

Want leg nu eens de indrukwekkende brief van de Vrije Gereformeerde Kerken van Suid-Afrika naast de bespreking op de synode. Ging het in de vergadering nu werkelijk inhoudelijk over hun moeiten? Helemaal niet. Daar is de synode niet voor, zei men. Het zijn theologische kwesties en daar kun je op een synode geen ei over leggen. Bovendien is de aangewezen instantie voor bezwaren tegen de TU de TU zélf! En zij hebben allang antwoord gegeven. En de buitenlandse kerken moeten nu eens ophouden onbeleefd te zeuren met hun sinds 2002 herhaalde knip & plakwerk van bezwaren. Prof. Te Velde zou zich 'wel tien maal bedenken' voor hij zó de kerken in Hamilton zou aanspreken: broederlijke omgang met elkaar is: je ontmoet elkaar, schudt aan elkaar, je boodschap doen, geen dossier vormen dat steeds dikker wordt, en het daarbij laten.
Er moet eens een streep onder was het weerkerend refrein.

 

Wij hebben dus geen enkele inhoudelijke toegevendheid gezien op deze synode in de richting van de bezwaarde kerken of verontrusten. Er was niemand die voor zover we konden waarnemen die een al dan niet aarzelende vinger opstak en iets inhoudelijks vroeg over, we noemen maar wat, die beruchte uitlating van prof. Paas in Theologia Reformata 4, december 2003), waarin o.a. is te lezen:


"'Echt' monotheïsme (het bestaan van slechts één godheid wordt erkend) is vermoedelijk een vrij late ontwikkeling in Israël. Dit strijdt niet met het beeld dat het Oude Testament zelf laat zien. Ook daar vinden we aanwijzingen dat in Israël voor de ballingschap van tijd tot tijd andere goden dan JHWH werden erkend en vereerd. Zelfs geven oude teksten de indruk dat ook de schrijvers van het Oude Testament aanvankelijk het bestaan van andere goden wel erkenden, al waren deze oneindig inferieur aan JHWH."

"Ik denk dat we ons serieus moeten afvragen in hoeverre het Oude Testament ons bijvoorbeeld in de wetgeving meer een profetisch ideaal schildert dan een historische werkelijkheid en dat in de historische boeken bepaalde 'historische vertekeningen' niet zozeer geschiedvervalsing zijn, maar een profetisch oordeel over een bepaalde praktijk, gegoten in een tendentieuze beschrijving."


Geen synodelid dat vroeg: Kan dit eigenlijk wel broeders? Moeten we toch als synode niet zeggen dat hier een grens wordt overschreden? Moeten we op z'n minst niet vragen: Br. Paas, we begrijpen uw goede intenties maar wilt u deze uitspraak terugnemen, als het kan met berouw? Want wij, de kerken en het kerkvolk kunnen dit niet plaatsen in ons gereformeerde geloof en in onze belijdenis en vinden het niet in overstemming met het gezag en de eerbied voor God en zijn Woord.

 

Nee, niemand dus. Nu geloven we niet dat iedereen de opvattingen van deze docent en anderen voor zijn rekening neemt. Maar de kerken als geheel, en die zijn toch bijeen in Ede, hebben er kennelijk geen moeite mee.

Dat geldt ook t.a.v. de kritiek op de opvattingen van dr. Van Bekkum, zie bijvoorbeeld bijlage 2 bij de brief van de VGKSA. Geen spoor van bijval te merken op de synode. Het enige resultaat lijkt te zijn: We zullen het u nog eens haarfijn uit laten leggen door de docenten van de TU want u hebt het niet begrepen of het is nog niet goed genoeg met u gecommuniceerd. En daar moet u het mee doen.

 

Het wonderlijke is ook het steeds terugkerend vermaan aan het adres van verontrusten dat je geen grote woorden moeten spreken, je bescheiden moet zijn. Nu zijn dat op zich allemaal goede aanbevelingen. Maar dé grote woorden worden t.a.v. de Schrift en zijn gezag toch juist gesproken door mensen als Paas en Van Bekkum? Als je bijvoorbeeld de zonne- en maanstilstand in Jozua 10 archeologisch en literair verknutselt als niet historische werkelijkheden, dan zijn dát toch grote woorden? Waar is dan de hand op de mond?

 

Genoeg hierover. We hopen nog vóór het einde van deze maand een grondige analyse van het verweer van dr. Van Bekkum te kunnen plaatsen op deze site.  En we wachten de uitleg en de brieven af die de synode zal concipiëren. Maar eerlijk gezegd vrezen we dat we daar niet veel verder mee zullen komen gezien de behandeling van de moeiten tot nu toe.

 

Toelichting en beschouwing

 

Er bevond zich ook een opmerkelijke toelichting en beschouwing bij het voorstel van de commissie die de synodebespreking had voorbereid. Dit onderdeel had gediend als basis voor de conceptvoorstellen van de commissie en vormde als zodanig ook een onderdeel van de bespreking. Het mooie van deze T&B is dat het in alle openheid een bepaald soort denken aan het licht brengt en waardoor vele gereformeerden zich niet meer thuis voelen in de GKv.

Nu bleek tijdens de bespreking dat de auteur ds. K. van den Geest is. Toch staan alle namen van de commissieleden eronder, behalve Van den Geest, de brs. M. de Jong en H.H. Bouma. Kennelijk heeft het stuk nogal geïnspireerd.

 

Het was duidelijk dat dit onderdeel van de voorstellen beslist niet op algemene instemming van de synode kon rekenen. Al gauw werd besloten dat het stuk het lot van alle commissiestukken moet delen, het is werkmateriaal en het heeft zijn werk gedaan, zoals de preses zei. That's it.

En dus zouden wij verder er ook het zwijgen toe kunnen doen. Maar gezien het feit dat ook aan onze site wordt gerefereerd en wij ons (niet alleen daarom) voelen aangesproken willen we toch graag enkele opmerkingen maken.

 

Nieuwe hermeneutiek

 

Ds. Van den Geest (we spreken hem nu maar even aan als auteur) vindt dat we niet mogen spreken van nieuwe hermeneutiek. Dat was een ontwikkeling van een 20e eeuwse filosofie die veel schriftkritiek met zich meebracht. Wij als GKv hebben daarom hermeneutiek jarenlang verwaarloosd en zijn dus nu node bezig met een inhaalslag. Al die ontwikkelingen waar verontrusten problemen mee hebben zijn dus juist alleen maar goed voor de verdediging van Gods Woord tegen Schriftkritische ontmanteling daarvan, zo stelt Van den Geest.

Wat ons betreft mag hij dit nog wel eens uitleggen. We kijken even naar de resultaten van de laatste jaren 'inhaalslag': Genesis 1-11 niet historisch, maar veelal mythes; de intocht en verovering van Kanaän: is waarschijnlijk helemaal niet zo gebeurd, David, Salomo, Jona, Job: mogelijk geen historische figuren; zon en maan die stilstonden: overwinningsretoriek, enzovoort. Concrete geboden: niet scheiden behalve bij overspel en kwaadwillige verlating?: we hebben tientallen andere motieven geaccepteerd naar de stijl van het koninkrijk; niet hertrouwen na echtscheiding?: de kerkenraad is veelal verplicht aan de bevestiging ervan mee te werken; vierde gebod om de rustdag te heiligen?: oudtestamentisch; verbod vrouwelijke ambtsdragers? : gebod voor toen, enzovoort.

Prof. De Bruijne schrijft in zijn MV advies:

 

Het rapport kan worden geïnterpreteerd als een terecht afscheid van een ‘exegetische normativiteit’, die onder ons lang gebruikelijk was. Deze leidde uit de uitleg van (een combinatie van) normatieve Bijbelteksten min of meer rechtstreeks normatieve conclusies voor vandaag af. Het besef dat dergelijke teksten vaak veel meer verweven waren met hun eigen context, plus de toegenomen kennis daarvan en het daaruit volgende inzicht in belangrijke verschilpunten tussen de toenmalige en de huidige context, maakt directe toepasbaarheid steeds minder evident.

 

Steeds minder evident. Schokkend, Dat hebben we nu al jaren proberen aan te tonen door tal van signalen op te merken, hier komt onverbloemd de hermeneutische aap uit een TU-mouw. Zo zakt langzamerhand het fundament van de Schrift onder onze voeten weg. Het is kenmerkend voor 'onze nieuwe' hermeneutiek. Van den Geest kan een etiket gereformeerd plakken maar het blijkt dat de resultaten van onze hermeneutiek als twee druppels water op de liberale lijken.

Hoezo onze 'verdediging daarmee van Gods Woord in seculier Noord-West Europa'?

 

Het klinkt zo geweldig: 'schouder aan schouder samen strijden tegen de verdergaande secularisering van het leven, ook van de gelovigen'. Wie zou het niet willen? Maar als je tegelijk het schriftgezag ondermijnt, de relevantie van Gods duidelijke geboden niet meer handhaaft, komt er van die gezamenlijke schouders geen bal terecht. Dan is het veel meer zaak om je daaraan op tijd te onttrekken voordat je meegezogen wordt in relativisme, subjectivisme en cynisme.

 

Er wordt geroemd over de conferentie in Hamilton. Prof. Te Velde werd niet moe te roepen dat we het tien jaar eerder hadden moeten doen. En ook in de besluiten wordt de Hamilton conferentie weer als een lichtend wetenschappelijk voorbeeld aangewezen. Maar laat ieder maar eens echt van Hamilton kennisnemen. Dan zal hij ontdekken dat ondanks alle broederlijkheid en wetenschappelijk-collegiale omgang, er een principiële tegenstelling bestaat tussen hier en daar. Wat door de broeders van de seminaries van Hamilton en Mid-America werd gezegd is in lijn met de inhoud van de vermaanbrieven. En dat liegt er niet om. Die tegenstelling die tot een kloof dreigt uit te groeien werd in Ancaster aangewezen, niet overbrugd. En helaas hebben de voorstelbesluiten van de synodecommissie onder leiding van ds. Van den Geest aan overbrugging ook niet bijgedragen.

 

Informatie

 

De buitenlandse afgevaardigden uit de zgn. Hollandse emigrantenkerken raken er wat door geïrriteerd steeds maar weer te moeten horen dat ze zich baseren op hearsay, op horen zeggen. En jawel, daar komen ze weer, de kerken zouden hun informatie uit De Bazuin halen, of van websites als gereformeerdekerkblijven en eeninwaarheid, en uit internationale familiebezoeken, bijwonen van Nederlandse kerkdiensten, suggereert Van den Geest. We willen hem daarin ook nog wel toestemmen. Als we voor onszelf spreken, we mogen ons in een toenemend aantal bezoeken en abonnees vanuit het buitenland verheugen. Het aantal visits lijkt haast te exploderen. Kennelijk wil men graag goed geïnformeerd worden.

 

Maar ds. Van den Geest heeft daar bedenkingen bij:

 

Het is van belang elkaar duidelijk te maken, dat men zich voor zorgvuldige en eerlijke beeldvorming dient te baseren op wat officieel door kerkelijke vergaderingen is uitgesproken en vastgesteld. Daarin is geen sprake van verlating van de weg van Gods Woord, zeker niet als men in rekening brengt dat de afgevaardigden op kerkelijke vergaderingen uitdrukkelijk met Schrift en belijdenis hebben ingestemd. Wanneer dan met meerderheid van stemmen een besluit is aangenomen, wat vervolgens door de plaatselijke kerken aanvaard is, mag men in goed vertrouwen erop rekenen dat de kerken daarin de blijvende gereformeerde koers hebben her- en erkend.

 

Een paar opmerkingen hierbij.
Zeker, dat wat kerkelijke vergaderingen vaststellen is mede bepalend voor de beeldvorming. En dat is ook het sterke punt van de buitenlandse kerken: zij doen dat ook. In hun brieven verwijzen ze naar officiële documenten van de kerken, zaken die publiek toegankelijk zijn. Terecht daagde ds. De Gelder (CanRC) de synodevergadering uit om met enige bewijs te komen dat ze zich op hearsay baseren. Het bleef doodstil, ook ds. Van den Geest wist kennelijk geen voorbeeld te noemen.

 

Maar waarom zouden in onze global church village de kerken ook niet mogen kennisnemen van wat er verder van onze kerken naar buiten komt. Dat is toch alleszins oorbaar? Zelfs Bijbels? Hoe vaak vermeldt Paulus niet wat hem ter ore is gekomen van andere gemeenten en stelt dat als voorbeeld voor anderen?

 

Daar komt nog iets bij. De laatste maanden hebben we regelmatig horen zeggen dat een synode zoals wij die hebben met discussies, argumenten en besluiten, niet meer werkt, dat is iets voor grijze 50+. Het komt niet meer over. Mensen en m.n. jongeren hebben er helemaal niets mee. En bij concrete besluiten zegt men nogal eens: dit besluit kun je wel nemen maar in de praktijk doet geen hond er wat mee, 'men gaat zijn eigen gang'. We hopen daar in het kader van andere onderwerpen nog op terug te komen. Maar het punt dat we hier willen maken is dat het kerkelijke leven steeds minder formeel publiek zichtbaar is op generaal synodaal niveau. In de plaatselijke gemeenten gebeurt het, zonder veel sturing van het kerkverband. Men bezigt daar een mooi woord voor: faciliteren. De meeste vergadering faciliteert het plaatselijke gemeente leven voor zover dat nodig is. En vooral geen dwingende besluiten want daar kan men, m.n. de jongeren, niets mee. Van den Geest vindt de typering buitenproportioneel, maar we vragen het toch maar: heet zo iets niet independentistisch?

 

Kortom wat ons betreft, neem vooral kennis van de Nederlandse sites. En behalve de door Van de Geest genoemde, ook van www.werkenaaneenheid.nl. En vaar niet blind op faciliterende synodebesluiten. Want dan wordt gemist wat er werkelijk aan de hand is. Echter gezien de gedocumenteerde onderbouwing in de Vermaanbrieven is deze aansporing voor het buitenland niet eens nodig.

 

Veranderingen in de GKv

 

Ds. Van den Geest ziet het hele veranderingsproces in de GKv als een noodzakelijk gevolg van de toenemende kerkverlating en secularisatie. Daardoor verbleken oude tegenstellingen. De vrouw in het ambt, nog een belangrijk bezwaar in Harderwijk, dat kan nu geen argument meer zijn om de NGK buiten de deur te houden.  De redenen van de breuk in de zestiger jaren, wie is daar nog in geïnteresseerd? Zeker, de jongeren niet, die hebben andere zaken aan hun hoofd, weet de predikant. En niet alleen de NGK, iets soortgelijks kan gezegd worden over andere kerken als de PKN. De secularisatie dringt ons tot een nieuw nationaal niveau van kerkelijk gesprek en eenheid. Het lijkt zo langzamerhand wel alsof de secularisatie van ons continent een alibi is om toe te geven aan allerlei menselijke behoeften en gevoelens, in of buiten de kerkdiensten. Maar daar wil Van den Geest niet van weten. Degenen die dát denken verwijt hij grove oppervlakkigheid. Afnemende kerkelijke betrokkenheid, verzuim tweede kerkdienst, groeiende openheid naar de wereld? Het is volgens Van den Geest een andere manier van participeren, een goede, mede onder invloed van De Reformatie gekomen individualisering. Geen 'grote verhalen' meer want die pasten in een 'eenzijdig rationeel-ideologisch denkraam'.

 

Zitten wij samen (nog) wel in dezelfde kerk? Hoe komt het dat deze beschouwing zo'n diepe vervreemding bij ons oproept? Komt het omdat in dit spreken de normatieve inslag (een term van Van den Geest) geheel afwezig lijkt? Het sola Scriptura niet het eerste en laatste woord heeft maar de seculiere context ons voortdrijft?

Is het eigenlijk ook niet zo dat die context door onszelf wordt geschapen? Als deze predikant zo vanuit deze visie preekt en catechiseert 'kweekt' hij dan ook niet een generatie die inderdaad niets meer heeft met een normatief gereformeerd-zijn, zoals we dat altijd specificeerden als leven naar Schrift en belijdenis? Dan ontstaat toch een vicieuze cirkel waarin de profeet zijn eigen profetie profeteert?

 

De spiegel

 

De vermaningen komen uit een ander wereld, volgens de Beschouwing. Die andere wereld is onze wereld van twintig jaar geleden. De buitenlanders handelen nu zoals wij, gereformeerden, dat toen deden. Maar wij zijn inmiddels geëvolueerd, opgestuwd door het denken in wereldkerkproporties. Uit de mooie en goede ontwikkelingen in onze kerken mag je concluderen dat Gods Geest bij ons is en in ons werkt.

Op dit punt zie je de kloof op z'n diepst gapen. Waar de een waarschuwt voor Woordverlating en afval, roemt de ander het werk van Gods Geest. Als het gesprek hier niet over gaat raken wij elkaar volkomen kwijt voor zover dat nu al niet het geval is. De Toelichting en Beschouwing waren slechts een ontboezeming van ds. Van den Geest maar lag wel onder de besluitvorming. Als het ergens over had moeten gaan op de synode dan over dit stuk. Alle synodeleden hebben instemming met de Schrift en de gereformeerde belijdenis betuigd maar de vraag is wat betekent gereformeerd nog voor ons? Hebben de Schrift en de belijdenis nog steeds die normatieve betekenis die zij voor ons hebben en hadden voor onze vaderen? Dan kan ds. Van den Geest de buitenlandse kerken wel een oproep doen:

 

Dat is een oproep, die we hen niet alleen van de overkant willen toeroepen, maar waarmee we hen willen vragen om, met ons verbonden op dat ene fundament, juist met ons mee te zoeken en in onze worsteling om kerk van Christus te blijven in deze tijd samen de strijd aan te gaan, waartoe onze Heer ons roept.

 

Dat hoort mooi en vertrouwd, maar maak dan eerst eens duidelijker wat dat fundament precies is en wélke strijd gevoerd moet worden. Want juist als het om het fundament gaat, zo bleek hierboven, is dat aan het verkruimelen. En de wapens om de strijd van het geloof te strijden zijn stomp gemaakt. Wij en onze kinderen worden weerloos in een seculerende kerk. De strijd die Van den Geest wil is een andere dan die van de buitenlandse kerken. Daar heeft hij niets mee, dat is 'een andere wereld'.

 

Het is triest.

 

Ondertekeningsformulier

 

Nu zou je kunnen zeggen: Is het voorgaande niet wat te zwaar aangezet? We 'staan' als gereformeerde kerken toch op Schrift en belijdenis? Niemand die daar toch aan tornt?

Ja, dat zeggen we. Daarom is de discussie en besluitvorming rond een van de zgn. Generale Regelingen, het ondertekeningsformulier voor ambtsdragers, nu bindingsformulier geheten, des te opmerkelijker.

Dat formulier is gemoderniseerd, zie verslag GS Ede Verslag 13-421 – HKO en Generale Regelingen 1 en kwam in bespreking. Om gelijk het hoge belang van dit formulier aan te merken, geven we het woord aan synodelid ds. Zomer:

 

Ik geef lucht aan mijn gemoed. Ik vind dit het meest spannende dossier van de synode. Ik snap niet dat de publieke tribune leeg is. En waar blijft het buitenland? Gaat hier niet de wissel om?
Kerk moet veranderen maar Jezus Christus is en blijft dezelfde. Ik ben niet gerust op wat hier gebeurt. Dr. Carlo Janssen heeft gelijk.
[zie bijlage 3 bij genoemd verslag].
We durven elkaar niet meer aanspreken. Waar is de taal van Paulus, van anathema's? Zijn we nog onder de indruk van Mat. 18 waar Jezus zegt wie een kind tot zonde verleidt, dat het beter was geweest dat hij met een molensteen om zijn hals was verdronken? Dat zijn enorm zware bewoordingen. Waarom bezigen wij die niet? Wij zijn immers herders van de kudde?
Het gaat er niet om iets nieuws te zeggen. Maar het gaat er om dat we gemuilkorfd worden als leugenaars. Het gaat om de kudde te beschermen tegen leugenaars. Daarom mis ik de sancties. Ik wil proberen te redden wat er te redden valt.

Daarom moet 'op gepaste wijze' worden vervangen en verduidelijkt. En ik dien een amendement in om toe te voegen 'de leer zoals die samengevat is'. Dat is naar Zondag 7 HC. Dat bindt ons ook aan heel de Schrift. Dat is nodig om te zeggen want we leven in een tijd van relativisme. Men spreekt maar over 'onze gereformeerde traditie', 'onze eenzijdige kijk op Christus'. Laten we aan onze binding vasthouden, een binding aan heel de Schrift.

 

We beperken ons nu tot twee genoemde twee zaken in het formulier. De zinsnede 'op gepaste wijze' moet vervangen en verduidelijkt worden. Daar zullen de deputaten zich nog weer over buigen, besloot de synode. Dat laten we nu even zitten, hoewel ook daar het een en ander over te zeggen en te vragen valt. Het gaat ons nu om de openingszin van het formulier:

 

Wij, ondergetekenden, verklaren van harte in te stemmen met de leer van de Bijbel, zoals die door de Gereformeerde Kerken in Nederland wordt beleden in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels.

 

Zomer:

 

Wij, ondergetekenden, verklaren van harte in te stemmen met de leer van de Bijbel, zoals die samengevat is in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels.

 

Dat is toch hetzelfde?, ben je geneigd te zeggen. Maar ieder die de kerkgeschiedenis een beetje kent, weet dat juist met dat 'belijden van de kerk' allerlei opening is geboden aan dwalingen. De geschiedenis van de Nederlands Hervormde Kerk bewijst het. Om het maar even simpel te houden: 'belijden in' kun je ook uitleggen als, ja, het zit er in. Dus de leer van de Bijbel zit ook in de belijdenissen, maar ook wel andere zaken, die niet bij de leer horen en die je dus niet hoeft te geloven en beloven.

En, zei ds. Zomer, die geluiden hoor je in onze kerken, daar zijn voorbeelden van. Daarom is de oude formulering beter, eenduidiger: 'de leer van de Bijbel zoals die samengevat is' in de belijdenissen. Dan kan er geen misverstand meer ontstaan.

 

Wat zou er eenvoudiger zijn geweest als een gereformeerde synode gewoon dit amendement had overgenomen, temeer omdat de deputaten er ook geen bezwaar tegen hadden?

Bij de stemming bleek dat de stemmen staakten en dus was Zomers amendement verworpen! Die nieuwe dubieuze formulering blijft dus staan!

 

O.i. is dit opnieuw een duister teken aan de wand. Waarom toch was deze synode niet gewoon bereid, zelfs als ze niet die noodzaak zo direct zag om Zomers formulering over te nemen, toch hem en de helft van hun medebroeders ter wille te zijn?

Dat kan niet anders dan een principiële reden hebben: men wil af van die 'strakke' binding aan de gereformeerde belijdenissen. 'Dat is niet meer van deze tijd'. En, onze jongeren begrijpen het niet.

Maar het is wel levensgevaarlijk. Want als iemand nu afwijkt van de belijdenis is daarvoor een opening geboden: 'Jazeker, ik onderschrijf de leer van de Bijbel zoals de kerken die belijden maar daar hoort volgens mij dát niet bij. Mijn kerk belijdt dát in elk geval niet.

 

Zou dit iets te maken hebben met het verlies aan normatieve inslag van ds. Van den Geest en de verminderde ‘exegetische normativiteit’ bij prof. De Bruijne?

Zodat de evidentie van Gods Woord smelt?