Printen

GS Meppel – Impressie 08 / GKv/NGK fusie Kampen 5

 

D.J. Bolt

17-02-18

 

We gaan nog even door met deze serie impressies want het is van belang te peilen wat er daar in Kampen ook kerkhistorisch misging. Degenen die menen dat GKv en NGK rustig samen kunnen gaan, moeten wel weten wát zij voorstaan en welke consequenties dat gaat hebben.

Het is daarom dat wij opnieuw een toespraak voor het voetlicht halen en die kritisch analyseren. Daarbij gaat het ons niet om mensen af te serveren maar wel om een bepaald geestelijk klimaat aan de kaak te stellen. Als de historie niet wordt gekend moet die immers worden overgedaan. Dat geldt ook van kerkhistorie.

 

We geven deze keer aandacht aan de toespraak van de heer S. Kuijper hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad. We vatten eerst weer het verhaal samen en geven vervolgens daar enkele gedachten bij. Zijn volledig toespraak is opgenomen in Verslag 22, click hier.

 

Toespraak Sjirk Kuijper

Hoofdredacteur Nederlands Dagblad, was lid van CGKV in Franeker.

 

Samenvatting

 

Het verbond was vroeger een uiterst onderscheidend accent in vrijgemaakte preken.

En het Gereformeerd Gezinsblad meldde in geboorteadvertenties 'dank aan de God van het verbond' en 'aan de trouwe Verbondsgod'.

Verbond en doop gaan over de relatie tussen mens en God, de verbinding tussen gelovigen en vooral verbondenheid van generaties. Het geloof in de kerk is iets dat je wordt doorgegeven van geslacht op geslacht. We staan immers op schouders van het voorgeslacht. Daarom begin je niet zomaar je eigen (startup)kerkje. De kerk is erfgoed waarvan je het vruchtgebruik geniet en dat doorgegeven moet worden.

 

S. Kuijper

Leden van de familie Kuijper kozen verschillend bij de Vrijmaking, en ook daarna. Sommigen bleven synodaal, anderen werden vrijgemaakt. Later werden familieleden binnenverband, anderen raakten buitenverband. Oom historicus Leo Kok onderschreef de open brief (voorloper Open Brief) van George Puchinger (1961), een aanklacht tegen de verwaten en geborneerde stijl van toonaangevende gereformeerde vrijgemaakte theologen toen. En oom Jaap Kok, preses van de synode van Hoogeveen vergaderde in 1969 en 1970 29 weken lang en maakte het schisma van 1967 compleet.

 

Mijn generatie (50) is de verbondsschakel tussen een gebroken voorgeslacht en de kerk van onze kinderen. Wij zijn de kinderen functioneel en ambtelijk verantwoording verschuldigd voor daden en besluiten van toen. Net als ik als hoofdredacteur terug kan komen op het redactioneel beleid van Jongeling en Basoski, 50 jaar geleden. Daar hoef ik niet met mijn vingers van af te blijven.

Datzelfde gaat ook op voor kerkenraden die nu een gemeente leiden waar 50 jaar geleden het fout ging met de macht, tuchtmaatregelen, afzettingen, wegroepacties en dergelijke. De actuele ambtelijke verantwoordelijkheid geeft moreel recht om terug te komen op wat toen ontspoorde en schade toebracht, waarbij niet ieder het met de conclusies over het verleden eens hoeft te zijn. Bovendien de huidige generatie van leidinggevenden heeft een sterke loyaliteit naar de kinderen die niet kunnen en willen volgen met welke consequenz-redenering ook die onze kerken uit elkaar dreven. Daarom bidden om herstel van het verbond, om daden van vrede en genade.

 

Bijgedachten

 

We vallen maar gelijk met de deur in huis: is dit niet een typisch post-gereformeerde reactie van een generatie die afstand heeft genomen van zijn voorgeslacht en wat dit bewoog? Want hoe besmuikt ook, Kuijper heeft onmiskenbaar weinig of niets met de strijd om Schrift en de gereformeerde belijdenis van 'oom Jaap'  e.a. in de zestiger jaren.

Natuurlijk mag Kuijper verantwoording vragen van degenen die mede verantwoordelijk waren en zijn voor het kerkelijk gebeuren in deze jaren en daarna. Maar het is wat goedkoop om op voorhand daar al je negatieve terminologie op te etiketteren. Verantwoorden had prima gekund daar op die vergadering in Kampen maar dan met open vizier. Was daar maar schuld beleden over het kerkverwoestende gedrag van 'buitenverband' destijds. Gedrag waarvan de echo opnieuw onmiskenbaar kon worden waargenomen op de combi-synodevergadering van die middag (Verslag 21, click hier).  

 

Natuurlijk mag Sjirk Kuijper terugkomen op het redactioneel beleid van P. Jongeling en A.A. Basoski van destijds, zeker. Maar dan daar ook zijn huidig eigen beleid t.a.v. de krant in betrekken. En dat van Jurn de Vries en Peter Bergwerff. En verantwoording doen van de fundamentele koersverandering t.a.v. uitgangspunt en doelstelling van waaruit de krant is geboren. Zoals verwoord op 24 april 1948 door het oprichtingscomité dat zich zó tot 'het Gereformeerde  volk van Nederland' richtte:   

 

'Wat ons Gereformeerde volk nodig heeft; bróódnodig zelfs, dat is een dagblad:

dat gehoorzaam de taal van Schrift en Belijdenis spreekt;

dat in zijn berichtgeving, artikelen en advertentiekolommen de wereldgelijkvormigheid tegenstaat; 

dat in onze tijd van afval en verval stimuleert tot doorlopende en voortgaande reformatie van het hele leven; 

dat zó in deze wereld een profetisch getuigenis doet horen!

Het gaat hier om de rechte beleving van ons geloof, in gehoor­zaamheid aan de Schrift, om het innemen van onze eigen plaats in deze wereld.  Het gaat hier om de toekomst van onze gezinnen, van de Kerk en daarin om de toekomst van volk en wereld. 

HET GAAT OM DE KOMST VAN HET KONINKRIJK GODS!

Heeft zo'n dagblad, zakelijk gezien, een bestaansmogelijkheid? Wij menen van wel. 

Als het Gereformeerde volk het belang van deze zaak inziet, dan zal ons plan met Gods hulp slagen.'[1]

 

Niet anders is de overtuiging van P. Jongeling, de eerste hoofdredacteur van het Gereformeerde Gezinsblad. Als doel van zijn blad zag hij het 'kerkstichtend- en bewarend karakter' daarvan.  

 

'Ik heb altijd een gereformeerd blad in de kerkelijke zin van het woord willen hebben'.

 

 

P. Jongeling

Aanvankelijk heeft hij wel met de gedachte gespeeld om als uitbrei­ding van de redactiestaf ook een christelijke gereformeerde journalist erbij te nemen, maar daarvan heeft hij afgezien.  

 

'Maar de gedachte van een blad dat al pratend en schrijvend over eenheid, die eenheid ook daadwerkelijk dichterbij zou brengen, een soort podium voor de gereformeerde gezindte dus, nee, dat is nooit mijn de bedoeling geweest' (). 

'Nee, ik zou niet willen dat men niet-gereformeerden als redactielid gaat benoemen. Christelijk gereformeerden bijvoorbeeld, of bezwaar­de (syn.) gereformeerden of gereformeerde bonders. Ik geloof niet dat dat de juiste weg is, want dan gaat het fijne puntje er weer af. Ik wil ten aanzien van de krant onwrikbaar vasthouden aan de Vrijma­king, omdat ik geloof dat de Heere ons en iedereen geroepen heeft tot de kerk die toen vrijgemaakt mocht worden. Daar wil ik zeer nadruk­kelijk aan vasthouden. En daarom geen mensen in de redactie die op dat gewichtige punt van ons afwijken.' 

 

Jongeling zei dit niet gemakkelijk, maar met een 'bloedend hart', omdat men ook buiten de gereformeerde kerken oprechte christenen ont­moet.  

 

'Maar helaas, op een punt waarop de krant een zuiver geluid moet laten horen, omdat dat geluid gehoord moet worden - de kerkkeuze, ­kiezen zij verkeerd. Zulke mensen zou ik niet als redacteur benoe­men'[2].  

 

Maar dr. W.G. de Vries constateert in 1995 dat dit standpunt geheel verlaten is[3]. Hij constateert dat het Nederlands Dagblad een gereformeerde-gezindteblad is geworden. Durfde De Vries toen nog niet te zeggen dat de nieuwe koers 'in de richting stuurt van schipperen met Schrift en belijdenis', hij zou ongetwijfeld nu, als hij nog leefde, dr. P. van Gurp bijvallen die op 13 juni 1992 opmerkte:

 

'Ik ben daarom bedroefd omdat dit blad [ND] als gereformeerde krant en als dochter van de kerk aan de mensen ontstolen wordt door een bestuur en raad van commissarissen'.

 

Hoe kan Kuijper het toch verantwoorden dat mede onder zijn leiding deze krant op dit punt zo onherkenbaar veranderd is en haaks opereert t.a.v. gereformeerde uitgangspunten? Zeker, de krant mag naar wereldse maatstaven een kwaliteitskrant heten. Maar het is in geestelijk opzicht een kippenhokkrant geworden waarin ieder zijn graantje uit wegpikt. Waaraan redacteuren en medewerkers alle religieuze kleuren van de regenboog vertonen: evangelisch, protestants, gereformeerd in allerlei variaties, rooms-katholiek en joods. En wellicht mag binnenkort een liberale moslim aanschuiven in dit rijtje.

 

De oorspronkelijke doelstelling was dus opbouw van het gereformeerde gezinsleven. Maar dat is allang buiten de horizon verdwenen. Bioscoopfilmnieuws krijgt meer aandacht en pagina's dan voorlichting over en verdieping van gereformeerd leven. De krant is o.i. zo een giftig gevaar voor gereformeerde gezinnen geworden.

Als Kuijper niet met zijn vingers van de kerkgeschiedenis af kan blijven, zou het dan niet dringend aanbeveling verdienen dat hij en zijn redacteuren een analyse verrichten naar de relatie tussen de omslag van de krant en de neergang van de GKv?[4] Hoe kan het bijvoorbeeld dat na 'die synode van oom Jaap' er een gezegende bloei en groei van deze kerken aanbrak[5] terwijl het nu dramatisch pappen en nathouden is[6]?

 

Oom Jaap en zijn synode

 

En wat 'oom Jaap Kok' betreft, deze broeder heeft als preses van de generale synode van Hoogeveen 1969/1970 samen met zijn

Ds. J. Kok

afgevaardigden een formidabele prestatie geleverd. Te midden van de woelige buitenverbandse baren hebben deze broeders koersbewust alles wat losgeslagen werd, met kracht en in kalme moed gepareerd, en verantwoorde besluiten genomen. We hebben de acta van deze synode nog eens weer gelezen. Wat hadden zij te maken met onverstand, kerkelijke opstand, belijdenisverzaking, independentisme, ongezeglijkheid. Maar ook hoe ongelooflijk veel geduld en liefde is daar getoond om de dissidente broeders indien enigszins mogelijk, binnenboord te houden. Om weer vrede te bereiken, zie de bijlage met een gedeelte uit het Memoriam dat ds. J.H. Kuijper schreef bij het sterven van ds. Kok.

 

Op de Kamper-synode-dag was het jammeren over de pijn aan buitenverbandse kant niet van de lucht. En vrijgemaakten klaagden uitbundig mee in dat koor. Maar het doet ons pijn dat Kuijper met onder-de-gordel opmerkingen deze Hoogeveens synode af-serveerde en het imago van binnenverbandse harteloze haaien weer eens goedkoop bevestigde.

We gaan hier nu niet verder inhoudelijk op de zaak in, maar verwijzen voor achtergronden naar het verhaal van ds. P. Niemeijer in deze reeks, click hier. Of beter, neem de moeite om zelf een stukje Hoogeveense acta te lezen, click hier.
Om een indruk te geven van het klimaat op de Hoogeveense generale synode vatten we hieronder een synodetoespraak samen van ds. J. Kok die hij op dinsdag 19 augustus 1969 hield bij de heropening van de synode na het zomerreces (Acta Hoogeveen art. 89, click voor volledige toespraak hier).

 


 

Broeders,

 

Het is dezer dagen juist 25 jaar geleden dat de HEERE de kerken opnieuw in vrijheid stelde. Dat moet worden herdacht want de HEERE vraagt ons in het verbond telkens weer om zijn goedertierenheid, zijn daden en wonderen te gedenken. Gedenken in waar geloof dat ook dient tot het zuiver houden er van. Gedenken confronteert met Gods majesteit in genadebediening en gerichtsoefening. Bijbels gedenken is afval haten, opdat wij deze God niet opnieuw tot toorn verwekken; het leidt ook in concrete noden tot troost en moed, in het vertrouwen dat God ook nú wil verlossen.

Die concrete nood was in de Vrijmaking dat het recht struikelde op de straten van de kèrkstad; Gods vrije zonen en vrije dochters werden geknecht onder het juk van hiërarchie, en de enige vastheid van Gods verbond en woorden werden van hun troostende kracht beroofd.

 

In de Vrijmaking werd vaak Psalm 124 gezongen: 'W' ontkwamen haast des vogelvangers net'. Maar laten we àlle verzen ervan zingen,  ook die over de noodtoestand van de kerk. Want wij vergeten de gevaren zo gauw. De Psalm zingt  "Ware het niet de HEERE, die met ons was"…, wat was er dán van ons overgebleven?!

Ds. J. Kok, 1920-2005

 

David zingt door de Geest dat mensen die het op de kerk gemunt hebben zijn als verschrikkelijke zeemonsters, als haaien, als krokodillen. Als de HEERE niet met ons was geweest hadden ze ons levend verslonden. Had een wilde beek ons verdronken. Zo is telkens weer de positie van de kerk geweest: als een eenzame boom beneden in het dal, bedreigt door een woeste bergstroom.

 

David gebruikt in deze psalm nog andere beelden om die bedreiging van de kerk  karakteriseren: roofdieren die bloeddorstig Israël willen verscheuren. Of een klapnet waaronder Gods volk dreigt te worden gevangen. Ontsnappen is dan eigenlijk onmogelijk.

Deze beeldspraak verwijst naar het geweld van de satan, die briesende leeuw, de grote rode draak. In mensen kwam de boze op ons af, nu eens verslindend met brutaal geweld, dan weer verstrikkend met verlokkend aas. Maar dan rijst het danklied als Gods vrijmakende genade de kerk vóór alle dingen de gevaren laat zien waaruit wij verlost zijn.

 

Calvijn wijst erop dat wij geneigd zijn na verlossing de grootte van onze rampspoed te gaan verkleinen. Dat is een duivelse verleiding om de genade van God te verduisteren. Maar de roem in vrije gunst zal blijven als wij blijven beseffen hoe groot het gevaar was waarin we ons 25 jaar geleden bevonden. Er werd getracht de herinnering eraan te vervagen. Eerst met een 'vervangingsformule' en vervolgens met een 'afdankingsformule'. En met eindeloos herhaalde herenigingspogingen zonder oprechte schuldbelijdenis trachtte men een rookgordijn te leggen. Alsof er toch eigenlijk niets gebeurd was.

Helaas vond dat ook steeds opnieuw zijn weerklank in ons midden: de strijd tóen zou niet meer dan 'een pijnlijk incident', 'een platvloerse vete', 'een miserabele broedertwist' zijn. En je bent een kerkist als je niet eindelijk wilt verzoenen. En velen werden dan ook synodaal.
Maar waar ging het om? Een citaat uit de Acte van Vrijmaking of Wederkeer:

 

,,Wij, ondergetekenden ... sedert geruimen tijd opgemerkt hebbende het bederf in de Gereformeerde Kerken in Nederland, zowel in de verminking of verloochening van de op Gods Woord gegronde geestelijke politie, orde en discipline of tucht der kerk, als in de verbastering van de leer, waarop gefundeerd is de bediening der Heilige Sacramenten naar de verordening van Christus in Zijn Woord; en in het thans bevestigde misbruik der kerkelijke tucht, welke stukken naar onze Nederlandse Geloofsbelijdenis alle raken de merktekenen der ware kerk".

 

Ware het de HEERE niet geweest die voor ons was toen mensen tegen ons opstonden, ze hadden ons levend verslonden, verzwolgen door de vloed van het opkomend modernisme. Het gaat om Gods eer, om de roem in Gods reddende genade:

 

Geprezen zij de HERE die ons niet overgaf ten buit van hun tanden. Onze ziel is ontkomen als een vogel uit de strik van de vogelvanger, de strik is gebroken en wij zijn ontkomen.

 

Het is niet minder dan een wonder, mogelijk alleen bij God. We roemen daarom alleen in zijn genade en in de kracht van zijn verlossing.

Immers, hoe aarzelend begon het 25 jaar geleden en in welke barre omstandigheden. Hoe remmend en verlammend heeft de oorlogssituatie gewerkt. En ook, hoe groot was de verdeeldheid onder bezwaarden: vrijmaken?, revisievragen?, godsvrede aangaan?, sterfgevallen, trouweloze verlating.

Maar dat zwakke onaanzienlijke begin hield stand en bleek een kracht van behoud en vernieuwing. De HEERE heeft zijn kerk van het Woord, als pijler en fundament van de  waarheid niet prijs gegeven aan de tanden van hongerige leeuwen. Die dankbare  terugblik schenkt de kracht van een nieuw vertrouwen.

 

Er zijn vele teleurstellingen in het vrijgemaakte leven. De zonde blijkt steeds weer tot deformatie te leiden. De vrijgemaakte kerken worden opnieuw tot in haar fundamenten geschokt. Het gaat wéér om de waarachtige en volkomen leer der zaligheid. De arbeid op deze synode wordt voor een groot deel bepaald door de crisissituatie waarin wij ons bevinden. Maar wij vertroosten elkaar voor de toekomst van onze kerken en de zware arbeid die nog wacht. Immers: de God van Calvijn en De Cock, van Schilder en Greijdanus, deze God die altijd weer verlost, is onze God. Hij zal ons geleiden tot de dood toe.
Onze hulp is in de naam des HEREN, die hemel en aarde gemaakt heeft. 

 


 

Dat is van een ander niveau dan de jeremiades in Kampen.

'We staan op de schouders van het voorgeslacht', poneerde Kuijper in zijn toespraak. Maar zijn hij en zijn krant daar al niet lang van af getuimeld?

 

Wordt vervolgd

 

Bijlage

Uit het memoriam dat ds. J.H. Kuiper samenstelde bij het overlijden van ds. J. Kok in 2005.

 

Kuijper haalt daar o.a. persoonlijke herinneringen van dr. W.G. de Vries die de grote Inzet voor de kerken van Kok roemde:

 

'… Daarin stond hij "helemaal in de lijn van zijn afgescheiden voorgeslacht, onder wie ds. Wolter Albert Kok, die sinds 1843 in

Dr. W.G. de Vries

Hoogeveen predikanten had opgeleid, voordat de opleiding in Kampen kwam. Aan wie het boek Meister Albert en zijne zonen is gewijd. Helemaal in deze lijn heeft Kok het overvloedige historische materiaal verzameld voor het artikel over de Hogeschool in Kampen 'Vijftig jaar in dienst van de vrede' in het boek Vrijmaking en Wederkeer uit 1994.

Zo stond Jaap Kok met diepe overtuiging en overtuigende kracht midden in het kerkelijk leven na de Vrijmaking. Daarbij timmerde hij niet aan de weg. Pas later hoorde ik dat hij ook dapper aan het verzet tegen de Duitsers had deelgenomen, maar zelf liep hij er niet mee te koop.

Veel boeken heeft hij niet geschreven, de kerkelijke pers vulde hij niet vaak. Maar hij wás er, wanneer het nodig was. En hij stond pal. Op een stijlvolle manier. Gewaardeerd wegens zijn heldere en indringende preken. Geëerd om zijn persoon en werk als preses van de generale synode van Hoogeveen 1969-1970, als president-curator te Kampen, als voorzitter van de stichting 'Woord en wereld', als spreker bij de herdenking van de Vrijmaking in 1994.

Bij Kok wist je altijd waaraan je toe was. Ik zal nooit vergeten hoe beminnelijk hij was in de omgang, juist ook omdat hij volkomen zakelijk was. Hij zocht de echte vrede voor de kerk van Christus doordat hij vrede en recht op schriftuurlijke wijze wist te verbinden. Heeft Christus niet gezegd: 'Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden'? Ook Jaap Kok, dienaar van het Goddelijk Woord, hoort nu bij 'de wolk van Godsgetuigen, de strijders van weleer'. Iemand, nee niet iemand, maar een mán om nooit te vergeten". (W.G. de Vries).

 

In 2006 is opnieuw aandacht gevraagd voor de gang van zaken tijdens de jaren zestig binnen de kerken. Voor de lijn die de synodes van Amersfoort-West en Hoogeveen uitzetten. Dit is niet de plaats om een oordeel geven daarover. Maar wie het naleest in de Acta, bijvoorbeeld van Hoogeveen, zal het opvallen hoezeer inderdaad de preses, J. Kok de vrede zocht. Er was geen sprake van triomfalisme, wel van verdriet. Psalm 126 komt een paar keer voor en met name in het afsluitend woord, waarin de preses terugblikt op de synode en de genomen besluiten. Met tranen zaaien, zo zagen ze hun werk. Wie zo werkt, mag zich werktuig weten van God die in zijn soeverein welbehagen zijn plannen uitvoert. Het blijft niet bij die tranen, maar de dag van Gods grote oogst komt.

 

J.H. Kuiper, Assen'

 

NOTEN

[1] J. Kamphuis, J.P. de Vries, A.J. Verbrugh, De waarde van het woord, p100,101.

[2] Interview met P. Jongeling in Geroepen en gegaan, p68.

[3] Dr. W.G. de Vries, Kerk en Confessie, p67 ev.

[4] Onderweg dd. 03/02/18 meldt onder de kop 'GKv verliest 5000 leden in vijf jaar: per 1 oktober 2017 telt de GKv nog 116.820 leden, d.i. 1537 minder dan het jaar daarvoor. 2585 leden gingen naar een andere kerk of 'geen kerk' terwijl er maar 667 lid van deze kerken werden, waaronder 92 buitenkerkelijken.

[5] Op tal van gebieden als gereformeerde scholen, evangelisatie, zending, gereformeerde politiek, en gereformeerde bezinning op vele onderwerpen.

[6] Sinds 2003 neemt het ledental van de GKv in steeds hoger tempo af. Zie ook voetnoot 4.