Printen

Revolutie rond Refo 2 – werd vervolgd

 

D.J. Bolt

28-11-20

 

Het lijkt ons goed om nog wat aandacht te schenken aan een recent vervolg van de 'revolutie rond refo'.

 

Aanleiding

 

Waar gaat het om?

Veertien dagen geleden ontstond er groot tumult in ons land over een uitspraak van onderwijsminister Slob (ChristenUnie) in het burgerschapsdebat in de Tweede Kamer. Hij verdedigde dat reformatorische scholen aan ouders een identiteitsverklaring mogen vragen waarmee ze instemmen met de gereformeerde visie op onder andere seksualiteit en huwelijk.
Echter onder grote druk verklaarde hij een dag later dat afwijzen van homoseksualiteit te ver gaat.

 

Aanval 1

 

Maar daarmee was de kous niet afgebreid. Ook de Nederlandse samenleving is inmiddels onder invloed van de wereldwijde seksuele revolutie[1], zeer christofoob geworden als het gaat om Bijbelse seksuele normen. Het verbaast dan ook niet dat deze discussie in de Tweede Kamer een dikke staart kreeg. 

Ongeveer een week na het genoemde debat diende Peter Kwint van de Socialistische Partij een motie in waarin werd gesteld dat het ‘volstrekt onacceptabel is en haaks staat op de burgerschaps-opdracht die scholen hebben als zij bij de toelating van leerlingen aan ouders vragen om homoseksualiteit af te wijzen'. Het kabinet moet hier ‘met spoed’ een einde aan maken'.

 

De hele Tweede Kamer stemde vóór, inclusief het CDA en de ChristenUnie!

Behalve de Staatkundig Gereformeerde Partij. Kamerlid R. Bisschop gaf een stemverklaring waarin hij aantoonde dat de motie 'op allerlei foute aannames is gebaseerd'. En dat het ‘feitelijk onjuist is dat christelijke scholen geen oog hebben voor de moeilijke situatie waarin jongeren met een homoseksuele geaardheid kunnen verkeren; en dat het feitelijk onjuist is dat de klassiek-christelijke visie op huwelijk en seksualiteit mensen met een homoseksuele geaardheid afwijst’. Er zijn geen 'anti-homoverklaringen'. En uit de praktijk blijkt ook dat 'het klimaat op christelijke scholen voor homoseksuele leerlingen niet minder veilig is dan op andere scholen'.

En dus was zijn conclusie

 

'Deze motie doet geen recht aan christelijke scholen en is duidelijk in strijd met de vrijheid van onderwijs’.

 

In de kou

 

Het verbaast dat de ChristenUnie de SGP, toch een verwante partij, in de kou liet staan. Wat had er meer voor de hand gelegen dan dat deze partij de SGP én zijn eigen minister (in eerste termijn) stevig had gesteund? En daarmee een krachtig signaal aan de samenleving had gegeven dat christelijke scholen uitgaan van het Bijbelse huwelijk als de verbintenis van één man en één vrouw waarbinnen seksualiteit een veilige plaats heeft. En geen enkele voet wil geven aan omkering van normen op dit gebied.
Ter verdediging van deze handelwijze kwam CU-Kamerlid Bruins met een politiek handig maar tegelijk slap verhaal: zijn fractie steunde de motie want 'er bestaan geen identiteitsverklaringen waarin homoseksualiteit wordt afgewezen’. M.a.w. je kunt zonder kleerscheuren iets afwijzen dat niet bestaat. Stemmen voor de bühne dus.

Tja.

 

Kern

 

Maar Bruins en zijn ChristenUnie vergissen zich.

Reformatorische scholen (als het goed is ook gereformeerde scholen) funderen het onderwijs rond seksualiteit op Bijbelse normen. Dat impliceert dat (tegenwoordig talrijke) buitenhuwelijkse seksuele relaties als zondig moeten worden aangemerkt. Maar het betekent niet dat de homofiele mens afgewezen wordt, integendeel, maar wel een onbijbelse moraal.

Dáár gaat het om. De seculiere partijen met de SP willen burgerschapsonderwijs waarin wordt onderwezen dat elke denkbare seksuele relatie geoorloofd is. De enige norm die men nog hanteert, is als het gebeurt 'met elkaars goedvinden'. Zolang christelijke scholen van deze seculiere norm afwijken, beter nog, die niet van harte onderschrijven, zullen de aanvallen op de inhoud en de vrijheid van haar onderwijs voortduren.

  

Aanval 2

 

Daarvan was al snel weer een voorbeeld te zien in de Tweede Kamer. Tijdens het integratiedebat vorige week ging de Socialistisch Partij in de aanval met een motie van kamerlid J. van Dijk. Die eiste dat elke leerling die de grondslag van een school respecteert, niet mag worden geweigerd. Leerlingen van welk ander (on)geloof ook moeten worden geaccepteerd.

Daarmee wordt een fundamenteel recht van ouders verkracht. Immers de grondwet art. 23 geeft ouders het recht scholen te stichten die onderwijs geven overeenkomstig hun overtuiging, hun geloof. In reformatorische en gereformeerde kerken beloven ouders al bij het doopvont zulk onderwijs aan hun kinderen te geven en te laten geven.

 

Nu zou tegengeworpen kunnen worden dat scholen 'natuurlijk' wel dat soort onderwijs kunnen blijven geven, ook al zitten er christen-, moslim- en seculiere kinderen in de klas. Afgezien van de grote moeite die dat leerkrachten geeft, in de praktijk is de christelijke identiteit van de school op termijn niet meer te handhaven, de school verschiet van kleur. Immers met de kinderen komen ook hun ouders de scholen binnen. Zij hebben toch ook het 'recht' op een 'volwaardige' plaats in de schoolvereniging, in het schoolbestuur, in de medezeggenschapsraad en bijvoorbeeld de identiteitscommissies etc.? Wordt dat 'recht' niet gehonoreerd, dan zal het Tweede Kamer moties blijven hagelen, de SP voorop.

 

Schoolstrijd

 

Deze laatste motie ging behalve de SGP, gelukkig ook het CDA en de ChristenUnie te ver. En ook nog de PVV en de FvD. Maar de motie werd wel aangenomen!

Gaan we weer een nieuwe schoolstrijd tegemoet?

Eigenlijk is die al begonnen!

 

NOOT

[1] Zie het artikel De seksuele revolutie dat we in de vorige editie plaatsten, click hier.